Maatschappelijke betamelijkheid is niet geschikt als compliance-norm | reactie op DNB-consultatie beleidsregel voor trustkantoren

Op 17 augustus jl. heb ik onderstaande consultatiereactie aan DNB verzonden. De reactie kan ook als pdf-bestand gedownload worden.

 

>>> Aanvulling 17 april 2020: in de nieuwsbrief van april 2020 heeft DNB de definitieve vaststelling van de beleidsregel bekend gemaakt. De beleidsregel is hier te vinden. De feedback statement naar aanleiding van de consultatie staat hier. Daaruit blijkt dat er maar vier consultatiereacties door DNB zijn ontvangen.

 

 

MIJN CONSULTATIEREACTIE

Consultatiereactie beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid

 

Aan: de directie van DNB
Van: Ellen Timmer, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl, weblog https://ellentimmer.com/, auteur voor https://complianceplatformtrust.com/
Datum: 17 augustus 2019
Betreft: Consultatie beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid, https://www.toezicht.dnb.nl/7/50-237738.jsp#

 

Geachte directie,

In juni jl. nam ik kennis van uw uitnodiging tot deelname aan bovengenoemde consultatie. Van die gelegenheid maak ik hierbij gebruik.

 

1. Onderbouwing

U heeft een concept-beleidsregel in consultatie gebracht, die uitsluitend procesmatige regels bevat. De vraag wat ‘maatschappelijke betamelijkheid’ is wordt door u ontweken. Evenmin bespreekt u het juridische en bedrijfskundige vraagstuk of maatschappelijke betamelijkheid wel een geschikte norm is aan de hand waarvan het handelen van professionele statutaire bestuurders van rechtspersonen (de meest voorkomende dienst door trustkantoren) kan worden getoetst.

In de parlementaire geschiedenis van de huidige wet, de Wet toezicht trustkantoren 2018, is door leden van de Tweede Kamer gesproken over ‘maatschappelijke betamelijkheid’ van trustkantoren en van dienstverleners in de financiële sector. Uit wat er is gezegd, kan worden afgeleid dat de leden van de Tweede Kamer met hun opmerkingen goede politieke sier willen maken (bij bestrijding van financieel-economische criminaliteit) maar dat voor de wetgevingstechnische en grondrechtelijke aspecten geen aandacht is. Uit de behandeling blijkt evenmin dat er juridisch en/of bedrijfskundig onderzoek aan de voorstellen ten grondslag liggen.

Aanbevelingen:

1.a Nu er geen enkele onderbouwing is van ‘maatschappelijke betamelijkheid’ als nalevingsnorm dient van het invoeren van de voorgestelde beleidsregel te worden afgezien.

1.b Het betaamt DNB niet om voorschriften op te leggen die trustkantoren er toe verplichten symbolische activiteiten te verrichten. Voorschriften dienen op het praktische handelen gericht te zijn.

 

2. Open normen

In aansluiting op het onder 1. opgemerkte vestig ik uw aandacht op het volgende. Dit geldt zowel voor ‘maatschappelijke betamelijkheid’ als nalevingsnorm als voor het toezicht op statutair bestuurders in het algemeen.

Zoals u weet heeft de Raad van State in adviezen en jaarverslagen meerdere malen gewezen op het feit dat open normen ongewenste consequenties hebben.

Jaarverslag 2016 (vindplaats)

Citaat:

De behoefte aan flexibele normstelling moet er volgens de Afdeling advisering eveneens niet toe leiden dat onduidelijk is tot wie een bepaling zich richt. Het gebruik van open normen heeft tevens gevolgen voor het toezicht op de naleving en handhaving. Bij de uitoefening van toezicht en handhaving kan gebruik worden gemaakt van ingrijpende bevoegdheden tegenover burgers en instanties. Belangrijk is dat nauwlettend wordt toegezien op de uitoefening van deze bevoegdheden. Eveneens moet voorzienbaar en duidelijk zijn welke bevoegdheden onder welke omstandigheden gehandhaafd kunnen worden en jegens wie. Open normen kunnen er niet alleen toe leiden dat de voorzienbaarheid voor justitiabelen afneemt, maar dat ook de mate van bescherming die zij genieten om ongerechtvaardigd overheidsingrijpen te voorkomen, kan verminderen. Kaderwetgeving en het (door)delegeren van wetgevende bevoegdheden kan op gespannen voet staan met het primaat van de wetgever. De Afdeling advisering heeft er in 2016 meerdere keren op gewezen dat de wet niet alleen de grondslag vormt voor de instrumenten die de overheid kan inzetten om publieke belangen te verwezenlijken, maar ook de legitimatie en begrenzing vormt van overheidsingrijpen.

Jaarverslag 2018 (vindplaats)

Citaat:

Open normen in de wet
De wetgever biedt het bestuur, de uitvoerende macht, steeds meer ruimte voor oplossingen die aansluiten bij de praktijk van alledag. Ook dat is een begrijpelijke ontwikkeling. Maar normen die de wetgever zelf zou moeten invullen in de wet, worden in de wet dan heel open geformuleerd, zodat ze nauwelijks richting geven. De bevoegdheid om deze normen vast te stellen, wordt aan het bestuur overgedragen. Deze terugtred van de wetgever ten gunste van de uitvoerende macht heeft weliswaar voordelen voor de slagkracht van de overheid, maar doet afbreuk aan de functie van wetgeving als rechtsstatelijke waarborg. (…)

Minder duidelijkheid en zekerheid
De Raad van State begrijpt waarom de overheid deze wegen is ingeslagen, maar wijst erop dat de wet zelf door deze ontwikkelingen steeds minder duidelijkheid en zekerheid biedt. Het wetgevingsproces is geen stempelmachine van besluiten die anderen dan de wetgever hebben genomen. Niet alleen kan deze ontwikkeling het vertrouwen van de burger in de democratische rechtsstaat aantasten, maar ook stelt ze zowel de uitvoerende als de rechterlijke macht voor problemen. Het bestuur moet zelf regels maken en de rechter moet invulling geven aan open normen in de wet en antwoorden vinden waar de wet die duidelijkheid niet biedt.

Een voorbeeld van Europees geïnspireerde regelgeving met een nieuwe onnauwkeurig aangeduide normadressaat en veel open normen, is het wetsvoorstel ter bestrijding van agressieve belastingplanning. Ook in het advies over het voorontwerp van dat wetsvoorstel was de Raad van State kritisch over de open normen.

Advies Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies
19 juni 2019 (vindplaats)

Citaat:

2. Open normen
DAC 6 – en daarmee voorliggend wetsvoorstel – kent geen definitie van “agressieve (plannings)constructies”. De reden daarvoor is dat constructies in de loop der jaren steeds complexer zijn geworden, en ook constant worden aangepast en gewijzigd in reactie op defensieve tegenmaatregelen van de belastingautoriteiten. (zie noot 6) Daarom probeert het voorstel grip te krijgen op agressieve grensoverschrijdende planningsconstructies door een lijst te hanteren van de kenmerken en elementen van transacties die een sterke aanwijzing vormen voor belastingontwijking of -misbruik. (zie noot 7) Deze aanwijzingen worden wezenskenmerken genoemd en zij moeten, naast andere gegevens, door intermediairs worden gemeld bij de Belastingdienst.

Inherent aan deze aanpak is dat de wezenskenmerken uit DAC 6 – en uit voorliggend voorstel nu ze daarin zijn overgenomen – veel open normen bevatten waarvan de betekenis niet a priori (volledig) duidelijk is. (zie noot 8) Gemeenschappelijk in de reacties op de internetconsultatieversie van het voorstel is dan ook de vraag naar een (nadere) uitleg van veel DAC 6 normen. De consultatieparagraaf maakt duidelijk dat de toelichting op het voorstel naar aanleiding van deze vragen “zoveel mogelijk” is aangevuld. (zie noot 9) Ook wordt in deze paragraaf (zie noot 10) aangegeven dat er nog een leidraad zal worden opgesteld waarin nadere inkleding wordt gegeven aan de verplichtingen van DAC 6. Volgens de toelichting op het voorstel zal de leidraad onder andere – ter illustratie – ten aanzien van een aantal concrete constructies aangeven of zij wel of juist niet aan (één van) de wezenskenmerken voldoen, teneinde intermediairs en relevante belastingplichtigen, waar mogelijk, te ontlasten. (zie noot 11)

De Afdeling merkt op dat veel DAC 6 begrippen, ondanks de nog op te stellen leidraad, ook bij de inwerkingtreding van het voorstel nog niet (volledig) duidelijk zullen zijn. De inhoud van veel begrippen zal zich in de praktijk, waaronder de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, moeten uitkristalliseren. Dat blijkt ook uit de uitvoeringstoets van de Belastingdienst die vermeldt dat “de open normen in het voorstel bij zullen dragen aan meer discussies”. (zie noot 12) De Afdeling merkt daarover het volgende op.

Dit is terechte kritiek waarop zowel de wetgevers als bestuursorganen, zoals DNB, acht dienen te slaan.

Aanbeveling:

2. Beperk het hanteren van open normen bij het toezicht op trustkantoren.

 

3. Aparte rol beleid ‘maatschappelijke betamelijkheid’

Tot slot attendeer ik u er op dat er geen reden is voor afzonderlijk beleid door trustkantoren inzake maatschappelijke betamelijkheid, nu dit onderwerp al deel uitmaakt van de Wtt 2018 en de huidige door DNB uitgevaardigde regelgeving, meer in het bijzonder:

• de good practices integriteitrisicoanalyse;
• Good practice Integrity Risk Appetite.

Bovendien zijn trustkantoren ‘hulpintermediair’ op grond van de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (‘MDR-wet’), die thans in de Tweede Kamer wordt behandeld (vindplaats). Dat heeft tot gevolg dat trustkantoren zowel rekening moeten houden met datgene wat in de MDR-wet staat, als in de op die wet gebaseerde leidraden. De naleving zal een plaats moeten vinden in de risicoanalyses die nu al worden gemaakt.

NB Dit laat onverlet dat de MDR-wet mogelijk regels bevat die in strijd zijn met Nederlandsrechtelijke of Europeesrechtelijke grondrechtelijke principes op het gebied van financiële mensenrechten.

Aanbevelingen:

3.a Voor zover ‘maatschappelijke betamelijkheid’ als nalevingsnorm ingevuld zou kunnen worden (wat ik betwijfel), dient dat pas aan de orde te komen nadat naleving van de reguliere regelgeving gewaarborgd is. Aangezien er momenteel een vloed van nieuwe regelgeving is, past het een zorgvuldige toezichthouder niet om er extra voorschriften aan toe te voegen.

3.b Van de invoering van good practices voor trustkantoren op het gebied van fiscale structuren, dient door DNB te worden afgezien.

3.c DNB dient als een zorgvuldige toezichthouder transparant te zijn over zijn verwachtingen ten aanzien van toezichtssubjecten en dient deze via de website openbaar te maken, zodat ook adviseurs van trustkantoren van die verwachtingen kunnen kennis nemen.

 

4. Voorbeelden van maatschappelijke betamelijkheid

Ten aanzien van het navolgende zou ik graag vernemen van DNB of mijn mening deelt dat het navolgende maatschappelijk onbetamelijk is.

a. Het is onbetamelijk dat een doelvennootschap of het trustkantoor medewerking verleent aan buitenlandse overheden die verlangen dat in Nederland wonende personen, die geen binding hebben met die buitenlandse overheid (bij voorbeeld doordat zij in dat land inkomen genereren of daar vastgoed hebben), fiscaal aangifte in dat land moeten doen over hun wereldinkomen. Dit doet zich bij voorbeeld voor bij de ‘accidental Americans’, die slachtoffer zijn van de Amerikaanse belastingwetgever en FATCA, als hun enige band met de VS is dat één van de ouders daar is geboren (meer informatie).

b. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen of hun deelnemingen zaken doen met ondernemingen in landen, die op grote schaal handelen in wapens en daarmee gewelddadige regimes faciliteren die hun bevolking onderdrukken. Handel met ondernemingen in zulke landen is onbetamelijk, ook als die ondernemingen zelf niet in wapens handelen, omdat er nu geen stimulans is voor die ondernemingen om van hun regering te eisen dat een einde wordt gemaakt aan de wapenhandel. Voorbeeld: de VS.

c. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen zaken doen met of deelnemingen hebben in landen die bekend staan wegens de onderdrukking van hun bevolking, of waar op grote schaal kinderarbeid of slavenarbeid voorkomt, of waar de overheid grootschalig alle leden van de bevolking in het geheim monitort via elektronische middelen, zoals onderschepping van messaging, e-mail en andere elektronische communicatie. Voorbeelden: China, VS, UK.
Variant: zaken doen met een onderneming die gebruik heeft gemaakt van kinderarbeid (voorbeeld: Amazon).

d. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen en hun deelnemingen actief zijn in regio’s waar grootschalige milieuvervuiling plaats vindt en de overheid onvoldoende maatregelen neemt.

e. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen en hun deelnemingen direct of indirect participeren in ondernemingen die illegaal persoonsgegevens verzamelen, verwerken en vermarkten (zoals Facebook en Google grootschalig doen met gegevens van derden via de eigen klanten en via scripts en andere trackingtechnieken; voorts alle adtech bedrijven). Deze groep omvat ook ondernemingen die illegaal persoonsgegevens oogsten ten behoeve van kredietbeoordeling en witwasgegevensdiensten (WorldCheck, Equifax c.s.).

f. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen en hun deelnemingen direct of indirect participeren in ondernemingen die hun eigen cybersecurity niet bewijsbaar op orde hebben en/of de aldaar geldende databeschermingsregelgeving niet bewijsbaar naleven.

g. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen en hun deelnemingen met hun MKB-leveranciers betalingstermijnen overeen komen langer dan dertig dagen (zodat de leverancier de facto als bank van het bedrijf fungeert) dan wel direct of indirect participeren in ondernemingen die zich schuldig maken aan oneerlijke handelspraktijken waarbij MKB-leveranciers worden uitgebuit.

Zo zijn nog veel andere voorbeelden van onbetamelijkheid te bedenken.

Graag hoor ik of, als mijn onbetamelijkheidsstellingen juist zijn, er überhaupt nog door iemand zaken kan worden gedaan.

 

Slotopmerking

NB Het voorgaande laat onverlet dat ik van mening ben dat de Wtt 2018 een op onjuiste concepten gebaseerde wet is. Een algemene toelichting is te vinden in mijn artikelen, onder meer een bericht van 22 augustus 2018 (vindplaats).

Graag verzoek ik aan het bovenstaande aandacht te besteden.

 

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer


Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren

In bovenstaande tekst is ten opzichte van de tekst als aan DNB gezonden in een alinea de tekst aangepast, “een nieuw nauwkundige normadressaat” moet zijn “een nieuwe onnauwkeurig aangeduide normadressaat”.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Trustkantoren | Tags: , , , | Plaats een reactie

Oneerlijke handelspraktijken grootbedrijf in België

In België treden dit jaar een volgend jaar een aantal wijzigingen in het mededingingsrecht in werking die, zo leid ik uit enkele artikelen af, beogen de positie van MKB-leveranciers ten opzichte van grote afnemers te versterken. Zo te zien is dit niet een implementatie van de Europese richtlijn waarover ik eerder schreef.

Wellicht kunnen de deelnemers aan de Nederlandse wetgevingsconsultatie hier inspiratie aan ontlenen.

 

Meer informatie:

Artikelen

Regelgeving

Geplaatst in Europa, Handelsrecht, Internationale handel | Tags: , , | Plaats een reactie

Meer meldingen ongebruikelijke transacties door het notariaat | Wwft

Uit een bericht van KNB blijkt dat het notariaat veel meer ongebruikelijke transacties heeft gemeld.

Meer meldingen zegt niets
Overigens valt op dat dat in diverse berichten, waar onder het bericht van de KNB, wordt verondersteld dat de toename van gemelde ongebruikelijke transacties een positieve ontwikkeling is. Het is de vraag of dat juist is. Een transactie die bij FIU-Nederland gemeld wordt, hoeft namelijk niets met criminaliteit te maken te hebben, wat onder meer het geval is met de meldingen van transacties met landen op de zwarte lijst.

Het is jammer dat er in de witwasbestrijding zoveel wordt gefocust op aantallen meldingen en zo weinig op de kwaliteit van de meldingen en op de kwaliteit van het Wwft-systeem.

Bericht KNB
Het bericht van KNB van 30 juli 2019:

Notariaat meldt 65 procent meer ongebruikelijke transacties
30-07-2019

Het notariaat heeft vorig jaar 65 procent meer ongebruikelijke transacties gemeld dan in 2017. Het aantal meldingen door notarissen steeg van 486 naar 800. Dit blijkt uit het jaaroverzicht 2018 van de FIU-Nederland. Vorig jaar zijn 170 door notarissen gemelde ongebruikelijke transacties verdacht verklaard. In 2017 waren dat er 100. Het aantal notarissen dat een melding deed, steeg van 172 naar 211.

Volgens het jaaroverzicht werden in 2018 in totaal 753.352 ongebruikelijke transacties bij de FIU-Nederland gemeld. Daarvan zijn 358.609 transacties gemeld op basis van een mogelijke verbinding met de door de Europese Commissie aangemerkte risicolanden. Zonder de transacties die hiermee verband houden komt het aantal gemelde ongebruikelijke transacties in 2018 uit op 394.743: een toename van circa 10 procent ten opzichte van 2017. Daarmee zet de trend van oplopende aantallen gemelde ongebruikelijke transacties zich voort. In 2018 verklaarde de FIU-Nederland in totaal 57.950 transacties verdacht, met een totale waarde van meer dan 9,5 miljard euro. Het gros aan verdachte transacties was afkomstig van betaaldienstverleners (money transfers).

Dit bericht verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Hoe staat het met de informatiebeveiliging bij de gemeente Rotterdam?

Eerder schreef ik over de gemeente Rotterdam als digitaal zorgenkindje en maakte ik melding van het onderzoek door de Rekenkamer Rotterdam [1].

Marketing-uitingen waarin de digitale kwaliteiten van de gemeente Rotterdam werden opgehemeld, onder meer “Rotterdam proeftuin voor datagedreven toezicht” [2], waren voor mij aanleiding om eens te kijken hoe het er tegenwoordig mee staat en om de rapporten van de Rotterdamse Rekenkamer te lezen.

Vooruitgang
Het eerste rapport van de Rekenkamer Rotterdam over informatiebeveiliging werd op 6 april 2017 bekend gemaakt. In dat rapport wordt ernstige kritiek uitgeoefend. Uit het tweede rapport, dat de Rekenkamer op 5 februari 2018 bekend maakte, blijkt dat er vooruitgang is [3].

Uit het eerste rapport komt naar voren dat de gemeente Rotterdam over zeer veel vertrouwelijke persoonsgegevens beschikt en dat er onvoldoende beveiligingsmaatregelen zijn genomen. Het valt op dat alles in theorie goed is geregeld (in mooie beleidsdocumenten) maar dat de praktische / technische uitvoering zeer onder de maat is. In de samenvatting schrijft de Rekenkamer onder meer:

Door de tekortschietende informatiebeveiliging bestaan er reële risico’s op identiteitsfraude, fysieke onveiligheid van politiek-bestuurlijke ambtsdragers, verstoring van de openbare orde, verstoring van de publieke dienstverlening en misbruik van publieke middelen. De rekenkamer constateert daarnaast dat er grote verschillen bestaan tussen de kwaliteit van informatiebeveiliging van afzonderlijke systemen. Ook hier ontbreekt het aan centrale sturing.

Er worden vele aanbevelingen gedaan.

Uit het vervolgonderzoek, waarover in het voorjaar 2018 wordt gerapporteerd, blijkt dat de gemeente vooruitgang heeft geboekt. De Rekenkamer schrijft aan het slot van de samenvatting:

De rekenkamer doet de aanbeveling om, bij het dichten van technische kwetsbaarheden, voort te gaan op de ingeslagen weg. De gemeente moet door trainingen blijven werken aan het beveiligingsbewustzijn van medewerkers. Het college onderschrijft de conclusies van de rekenkamer en neemt alle aanbevelingen over. De rekenkamer zal de implementatie van de aanbevelingen de komende jaren nauwlettend blijven volgen.

Het is een goede zaak dat de organisatorische en technische maatregelen effect hebben gesorteerd. Zoals de Rekenkamer schrijft: het is een continu proces, dat blijkt ook uit het datalek dat in oktober 2018 bekend werd [4].

Cybersecurity – niet alleen belangrijk voor de overheid
Mij lijkt dat de bevindingen van de Rekenkamer niet uniek zijn, ook buiten de overheid kan zich bij organisaties en bedrijven precies hetzelfde voordoen. Het belangrijkste verschil tussen overheid en private sector is dat dit soort rapportages openbaar worden gemaakt (al zullen niet alle details zijn vermeld).

Ook de private sector doet er goed aan problemen voor te blijven en tijdig na te gaan – eventueel geassisteerd door externe deskundigen – of voldoende cybersecurity maatregelen zijn genomen. Aan nalatigheid kunnen belangrijke juridische consequenties zitten.


Noten

[1] Rotterdam was in het nieuws vanwege diverse cybersecurity voorvallen, onder meer digitale onveiligheid van de eigen organisatie en illegale wifi-tracking in de stad. Brenno de Winter heeft zich in 2016 verzet tegen een digitaal referendum over plannen op het gebied van wonen in Rotterdam (lees RTV Rijnmond); de gemeente heeft vervolgens afgezien van het plan om digitaal te laten stemmen (lees ook security.nl). In 2013 en 2014 heeft de gemeente persoonsgegevens van burgers, onder meer het BSN, illegaal aan derden verstrekt in verband met het Stadsinitiatief, zie onder meer dit bericht uit 2014. Zie verder over datalekken: lekken privégegevens probleemjongeren (security.nl).

[2] Lees Rotterdam proeftuin voor datagedreven toezicht, Toezine, 5 maart 2019 en Grasmat om container stelt paal en perk aan ongewenst gedrag, Toezine, 16 juli 2019, over Rotterdamse nudging activiteiten.

[3] Rekenkamer Rotterdam:
onderzoek informatiebeveiliging van gevoelige informatie, “in onveilige handen” 6 april 2017, aankondiging, rapport (pdf);
vervolgonderzoek informatiebeveiliging 5 februari 2018, aankondiging, rapport (pdf).

[4] Rotterdam lekt per ongeluk privégegevens probleemjongeren, NOS 24 oktober 2018.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

The OECD does not understand Dutch foundations

Foundations in the Netherlands in general do not have beneficial owners or beneficiaries. Currently a legislatory proposal is in procedure in the Netherlands, in regard of ‘beneficial owners’ of foundations, creating a new obligation for foundations to have a register of distributions (uitkeringenregister). The explanation by the Minister of Finance to this proposal is meagre. The Dutch Minister refers to a report on the Netherlands by the OECD Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes (Global Forum) of 2011, followed by a peer review in 2019.

It is annoying that these OECD-reports, that are basis for this legislative proposal, were not submitted to the parliament and are not freely available to scrutinize them (you have to pay OECD to get the reports as files).

I read the 2019 report online at the OECD site and was surprised on the findings of this organisation. It looks as if the rapporteurs were inadequadetely informed on Dutch law. The reader can judge for himself/herself, because a quotation follows.

Quotation
Quotation from the 2019 report on the Netherlands, pagina 25-27 [*]:

A.1. Legal and beneficial ownership and identity information

Jurisdictions should ensure that legal and beneficial ownership and identity Information for all relevant entities and arrangements ls available to their competent authorities.

43. The 2011 Report concluded that the legal and regulatory framework for the maintenance of ownership and identity information was in place in the Netherlands and the Caribbean Netherlands for many relevant entities and arrangements; however, improvements were needed to ensure the identification of (i) owners of bearer shares of public limited liability companies; (ii) foreign limited partners of limited partnerships; and (iii) all beneficiaries of foundations. The 2011 Report concluded that the monitoring and enforcement of legal requirements by the Netherlands authorities ensured the availability of identity and ownership information in practice. Element A.1 was determined to be in place but in need of improvement and rated Largely Compliant with the EOIR Standard.
(…)

46. Foundations in the Netherlands are not systematically required to keep identity information concerning all beneficiaries. An obligation should be established in both the European Netherlands and the Caribbean Netherlands for foundations to keep identity information concerning all beneficiaries.

47. Under the 2016 ToR, beneficial ownership of relevant entities and arrangements is required to be available. The Money Laundering and Terrorism Financing (Prevention) Act as amended in 2018 (the AML Act) is the central piece of the Netherlands framework for ensuring the availability of this type of information. Beneficial ownership information is required to be available where any relevant entity or arrangement establishes a relationship with a person obliged to conduct customer due diligence under the AML Act. The scope of AML obliged persons in the Netherlands is broad, covering financial institutions, tax advisers, accountants, trust and company service providers, and notaries and lawyers when providing certain services. Although many Netherlands‘ entities will have a relationship with a Netherlands” AML obliged person when carrying on their activities. there is currently no legal requirement that all of them have a relationship with an AML obliged person at all times.

48. The definition of beneficial owner in force in the Netherlands until 25 July 2018 for different entities and arrangements did not fully meet the international standard. Effective 25 July 2018, a Decree introduced a new beneficial owner definition (to meet the requirements of the 4th EU AML Directive).

49. Availability of beneficial ownership is supervised and enforced by the different AML supervising authorities in the Netherlands. The depth and frequency of the supervision is generally considered adequate.

50. In addition to AML Legislation, tax law also contributes to the identification of beneficial owners to a certain extent. as it requires companies to disclose their substantial interest holders. A substantial interest may be held through direct or indirect interest. This may provide some relevant information, even though the definition ofsubstantial interest holder does not mirror the one of beneficial owner under the standard.

51. The supervision by the tax authorities concerning the substantial interest holder requirements appears to be adequate.

52. Overall, the availability of ownership information was confirmed in the Netherlands’ EOI practice. During the review period, the Netherlands received approximately 600 requests that included an inquiry for legal andf or beneficial ownership information. Most of these requests referred to companies and a few referred to partnerships and foundations. No request was received in connection with bearer shares (or companies that had issued bearer shares) or trusts. Also no requests were received in connection with entities and arrangements in the Caribbean Netherlands.

Based on this the rapporteurs say on page 25 that their finding (‘underlying factor’) is:

Foundations in the European Netherlands and the Caribbean Netherlands are not systematically required to keep identity information concerning all beneficiaries.

and their recommendation is:

An obligation should be established In both the European Netherlands and the Caribbean Netherlands for foundations to keep identity information concerning all beneficiaries.

[*] Please note it is a text after OCR, so there might be some misspellings.

My comments

  • In the report the anti-money laundering (‘AML’) beneficiary / beneficial owner (‘ubo’) is mixed up with the fiscal ubo. These are completely different concepts.
  • Under Dutch law persons can not be the owner of a foundation. Most Dutch foundations have no beneficial owners or beneficiaries in the fiscal sense (OECD’s report is about tax!). They are schools, hospitals, etcetera and do not do any distributions to people. So it is not surprising there few requests (see par. 52) in regard of beneficiaries of foundations.
  • In AML legislation the concept of beneficiary is extended to managing directors (statutair bestuurders). In most cases these directors will be registered as the ubo of the Dutch foundation. This is a wrong decision made by European AML-legislators. It is in violation of basic European legal principles and unnecessary because managing directors are already registered with the commercial register (trade register).
  • The OECD reports are an inadequate basis for the legislative proposal. (Apart from other objections.)

 

What do you think?
I am interested to hear what my readers think of the recommendations of the OECD rapporteurs.

NB Of course I am also interested to get the full reports as files.

 

Sources:

  • Explanation, Memorie van toelichting Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten, April 2019.
  • Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes: The Netherlands 2019 (Second Round).
  • Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes, Peer Review Report The Netherlands, 2011, available through this page.

This article was also published on the company law blog.

Geplaatst in Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Not-for-profit, Stichting en vereniging, Ubo-register | Tags: , , , , , | 8 reacties

Toegang tot het recht in Nederland

Toegang tot het recht staat is niet vanzelfsprekend, dat blijkt onder meer uit het feit dat de Nationale Ombudsman naar het onderwerp onderzoek instelt.

Het College voor de Rechten van de Mens signaleert dat de toegang tot het recht in Nederland onder druk staat, aldus de aankondiging van de jaarlijkse rapportage inzake 2018, die in juni jl. werd bekend gemaakt. Volgens het College heeft dit te maken met maatschappelijke ontwikkelingen als digitalisering en een terugtrekkende overheid die van mening is dat de burger zijn eigen boontjes moet doppen. Tegen eigen boontjes doppen is geen bezwaar, maar dat lukt niet altijd. Daar komt nog bij dat de overheid het voor de burger ingewikkeld maakt, door steeds meer regels te maken. Het College doet de volgende aanbevelingen:

1. Neem als overheid – zowel op centraal als lokaal niveau – een proactieve rol in rechtsbescherming, door de burger actief te informeren over zijn rechten.
2. Treed als overheid de-escalerend op bij een beginnend conflict met de burger en bied de burger daarbij alle relevante informatie om een gelijke(re) informatiepositie te creëren.
3. Garandeer dat burgers toegang hebben tot informatie, advies en onafhankelijke  ondersteuning om hun rechten tegenover private partijen te kennen en te kunnen claimen.
4. Bied alle burgers in gelijke mate goede rechtsbescherming in het geval van een juridisch geschil. Doe dit onder andere door oplossingsgerichte en onafhankelijke geschillenbeslechting te bieden en de weg naar de onafhankelijke rechter open te laten.
5. Garandeer toegankelijke rechtsbijstand voor alle burgers. Doe dit onder andere door binnen het nieuwe stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand minimale criteria aan rechtshulppakketten te hanteren, waaronder betaalbaarheid, gelijkheid en het faciliteren van een effectief rechtsmiddel.
6. Identificeer, door middel van onafhankelijk onderzoek, welke (groepen) mensen risico lopen om in mindere mate rechtsbescherming te genieten door maatschappelijke ontwikkelingen, zoals digitalisering, versnipperde regelgeving en de grotere nadruk op zelfredzaamheid van de burger.
7. Stel, in vervolg op aanbeveling 6, een actieplan op met concrete doelstellingen zodat (groepen) mensen, die het risico lopen op een mindere mate van rechtsbescherming, effectief rechtsbescherming kunnen genieten.

De vice-president van de Raad van State hield in april een lezenswaardige toespraak over het onderwerp. Hij waarschuwt dat de middengroepen niet in de steek gelaten mogen worden:

Procederen is nog steeds kostbaar. Mensen met een laag inkomen die in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand, of bedrijven met voldoende middelen, kunnen veelal hun recht halen. Middengroepen die niet of net niet voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komen, vallen tussen wal en schip. Zij kunnen het vertrouwen verliezen als zij er om financiële redenen van moeten afzien om hun recht te halen en noodgedwongen berusten in een onrechtmatige situatie.

Dit zijn belangrijke signalen voor het kabinet, dat het onderwerp serieus genomen moet worden.

 

Meer informatie:

Toegang tot het recht houdt verband met de gefinancierde rechtshulp. Lees over dat onderwerp de berichten op de site van de Nederlandse Orde van Advocaten. Onder meer:

 


Aanvulling 19 mei 2020
Toegang tot het recht keert terug op de ombudsagenda 2020. De toelichting bij het thema:

Toegang tot recht

Voor burgers is het vaak moeilijker hun recht te halen: de mogelijkheden voor rechtsbijstand worden herzien. De druk op de rechterlijke procedures neemt toe en wachttijden lopen op. Een belangrijk aandachtspunt voor de Nationale ombudsman is daarbij dat burgers niet altijd op de hoogte zijn van hun rechtsmiddelen. Daarnaast hebben zij soms onvoldoende informatie over de gevolgen van bepaalde procedures.

De Nationale ombudsman richt zich in een onderzoek daarom op de informatieverstrekking aan burgers over strafbeschikkingen en sepotbeslissingen. In het onderzoek spreekt de ombudsman hierover met verschillende partijen – waaronder het OM, het CJIB, de politie, (jeugd) strafrechtadvocaten en het Juridisch Loket. Om in kaart te brengen welke knelpunten burgers ervaren en wat zij op het gebied van informatieverstrekking van de overheid mogen verwachten.

 

Aanvulling 7 mei 2021
Bij de NOS verscheen het artikel De toegang tot het recht moet beter, zegt de Ombudsman, ‘of er vallen slachtoffers’.

Geplaatst in Grondrechten, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , , , , | 3 reacties

Verlenging consultatietermijn wet tegen oneerlijke handelspraktijken grootbedrijf

Eerder schreef ik over de consultatie inzake de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen. Deze consultatie is voor brancheorganisaties van zzp’ers en het MKB van belang, omdat de oneerlijke handelspraktijken die het wetsvoorstel beoogt te bestrijden niet alleen in de land- en tuinbouw voorkomen. Onlangs werd bekend gemaakt dat de consultatietermijn is verlengd tot 1 september a.s.

Dus brancheorganisaties: grijp deze kans!

 

Meer informatie:

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Europa, Handelsrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Overheid gaat reisbewegingen volgen van iedere burger | PNR voor trein, boot en bus

Op grond van Europese regelgeving worden sinds dit jaar alle gegevens van luchtpassagiers door luchtvaartmaatschappijen aan de overheid verstrekt en ook uitgewisseld met partijen buiten de EU, zoals de VS. Over dit ‘PNR’ (Passenger Name Record) systeem schreef ik eerder toen het nog in de ontwerpfase was.

Uit berichten in de EUbserver en The Guardian blijkt dat Europa van plan is om PNR uit te  breiden naar andere vormen van transport, ondanks de grote privacy-risico’s en cybersecurity risico’s die aan PNR zijn verbonden.

Zoals bekend zijn er de nodige datalekken bij luchtvaartbedrijven geweest. De vraag is of de nieuwe partijen die PNR gegevens moeten registreren, zoals spoorwegen, het beter kunnen.

Europese Commissie weigert weigert de regels voor digitale passagiersreserveringssystemen te handhaven
Edward Hasbrouck schrijft over de veiligheid van passagiersreserveringssystemen in de luchtvaart. Hij zegt dat die systemen van vliegmaatschappijen, de ‘computerized reservation systems’ (CRSs) onveilig zijn en dat de Europese Commissie weigert maatregelen te nemen. Hij start zijn bericht van 7 augustus jl. met:

In May 2017 the European Commission finally agreed to investigate my longstanding complaint that the lack of adequate access controls or access logging for airline reservation data stored by computerized reservation systems (CRSs) violates the data protection provisions in Article 11 of the European Union’s Code of Conduct for Computerized Reservation Systems.

Het geeft aan dat digitalisering de wereld onveiliger maakt. Het wachten is op een flinke digitale calamiteit.

 

Meer informatie:


Aanvulling 21 augustus 2019
Er zijn tegenacties gaande, las ik bij Epicenter.Works (Duitstalig). Er wordt samengewerkt met de Gesellschaft für Freiheitsrechte.

Aanvulling 25 november 2019
Matthias Monroy schreef 23 november 2019 op Netzpolitik dat Europa het gebruik van passagiersgegevens (Passenger Name Records, PNR; Advance Passenger Information, API) wil gaan uitbreiden. Hij beschrijft dat er voorheen alleen met de VS en Australië gegevens werden uitgewisseld en dat dit nu ook met Japan gaat gebeuren. Ook Israël en Zuid-Korea zijn geïnteresseerd in de Europese passagiersgegevens.
Uitwisseling van de API is risicovol voor mensen, omdat daarin paspoortgegevens zijn opgenomen.
Uit het bericht blijkt dat in Europa is onderhandeld over uitbreiding van de richtlijn binnen Europa naar land- en zeeverkeer. De Scandinavische landen willen reisbewegingen met veren uitwisselen, terwijl Frankrijk en België persoonsgegevens van treinreizigers willen delen. Een definitieve beslissing is nog niet genomen.

Aanvulling 6 maart 2020
The Information Commissioner’s Office (ICO), UK, has fined Cathay Pacific Airways Limited £500,000 for failing to protect the security of its customers’ personal data: International airline fined £500,000 for failing to secure its customers’ personal data.

Aanvulling 14 mei 2024
Onlangs zag ik parlementaire stukken waarin de Nederlandse regering nog steeds aan dit het hiervoor genoemde standpunt vasthoudt.

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Nederlands banken bashen als opmaat voor Europees bankentoezicht

Banken bashen is uitgegroeid tot een internationale hobby, die ook in Nederland ijverig wordt beoefend. Het voordeel is dat de politiek niet meer naar kritiek op de regelgeving door banken hoeft te luisteren, want op zondaars hoef je geen acht te slaan. Banken zijn mediatechnisch plat. De straffen die aan Nederlandse grootbanken, zoals recent ABN Amro, zijn uitgedeeld, vormen de opmaat naar een Europees georganiseerd bankentoezicht.

De burger vindt het straffen van banken prima, want de populariteit van deze branche is sterk gedaald door affaires als ING die als datagraaier de bankgegevens van burgers wilde gaan uitbaten en renteswap affaires, die het MKB hebben benadeeld.

Als gevolg van deze politieke stemming is geen discussie mogelijk over de vraag of in de criminaliteitsbestrijdingswetten wel reële eisen aan banken worden gesteld.

Of de kwaliteit van de regelgeving door verplaatsing van de witwasregels en -toezicht naar Europa wel gaat toenemen, is voor mij de vraag. Ik zeg niet dat Europa altijd slechte regels maakt, maar de kwaliteit van de huidige Europese witwasbestrijdingsregels beschouw ik als ondermaats (lees onder meer dit bericht).

Over ABN Amro verschenen begin augustus diverse artikelen, onder meer:


Aanvulling 21 augustus 2019
Zie ook de berichten over de Rabobank, onder meer dit bericht bij accountant.nl, waaruit blijkt dat deze bank van het hele betaald voetbal afscheid wil nemen. ‘De-risken’ noemt DNB dat.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Encryptie-oorlog | hoe de zaktelex uit de vorige eeuw ontcrypt werd

De encryptie-oorlog is nog steeds gaande en houdt het volgende in:

veiligheidsdiensten (van onder meer de ‘five eyes’, VS, UK, Australië c.s.) willen in alle digitale communicatie kunnen neuzen en eisen achterdeurtjes;

beveiligers willen veilige communicatie om de burger te beschermen, die veilig wil kunnen internetbankieren, autorijden, enzovoorts.

Die oorlog is al heel oud, zo kan worden afgeleid uit een artikel door Huub Jaspers en Marcel Metze in De Groene. Hierna de intro van het artikel over de zaktelex met versleuteling:

Inlichtingendiensten vrezen dat China dankzij ingebouwde achterdeurtjes in Huawei-apparatuur toegang krijgt tot onze geheimen. Amerika heeft die deurtjes al lang. Zo maakte Philips eind vorige eeuw een lastig te kraken zaktelex ‘afluisterbaar’ voor de NSA. Een reconstructie.

Het is een zeer lezenswaardig verhaal.

Dat in de vorige eeuw apparaten onveilig werden gemaakt, had geen ernstige gevolgen. Dat is nu anders, zo waarschuwde in juni van dit jaar Axel Arnbak, in een column voor het FD over de 5G-standaard.

 

Meer informatie:


Aanvulling 15 oktober 2019
Lees ook „Obstacles to surveillance“: How authorities insecure 5G telephony, Matthias Monroy 8 september 2019.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie