Ubo-brief van 20 januari 2023

De ontwikkelingen in de privatisering van de criminaliteitsbestrijding volgen elkaar in hoog tempo op. Ook rond het ubo-register is het niet stil, na de ernstige flater die Europa heeft begaan door grondrechten van burgers (uiteindelijk belanghebbenden, ‘ubo’s’) op te offeren in ruil voor de misdaadbestrijding, door het ubo-register openbaar te maken.

Brief van 20 januari
Op 20 januari werd een brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer bekend gemaakt over de gevolgen van de uitspraak van het Europese hof over het ubo-register [*]. Daarin wordt geconstateerd dat de uitspraak niet tot gevolg heeft dat overheidsinstanties geen toegang meer hebben. Voorts meent de minister dat ook ‘meldingsplichtige instellingen’ toegang zouden behouden, ook al is een belangrijk deel van die instellingen niet gereguleerd. De minister schrijft:

De Europese Commissie heeft tot op heden geen officiële analyse gedeeld, maar heeft wel in diverse contacten een voorlopig beeld geschetst dat in lijn is met bovenstaande.

Het kabinet gaat er van uit dat Nederland wel verder kan gaan dan wat Europees wordt geëist, maar dat dit in strijd kan zijn met Europees recht (onder meer het Handvest). Derhalve zal de Nederlandse regelgeving moeten worden aangepast:

Dit betekent dat artikel 21 van de Handelsregisterwet 2007 aanpassing behoeft en dat de toegang tot het UBO-register beperkt moet worden tot de bevoegde autoriteiten en de FIU, meldingsplichtige instellingen en personen en organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen. Hiervoor zal spoedig een wetsvoorstel worden opgesteld.

Wwft-plichtigen
Over de toegang voor Wwft-plichtigen (‘instellingen’) schrijft de minister:

Een andere belangrijke groep gebruikers zijn de instellingen als bedoeld in de Wwft. Zij hebben een belangrijke taak als poortwachters van het financiële stelsel, en zijn onder meer verplicht cliëntenonderzoek uit te voeren. Het UBO-register is hierbij een belangrijk hulpmiddel en Wwft-instellingen zijn in dat kader verplicht het register te raadplegen, alsmede om discrepanties te melden. Zoals blijkt uit bovenstaande analyse, tornt de uitspraak van het Hof niet aan de toegang voor deze instellingen. Daarom wordt ook voor Wwft-instellingen de toegang zo snel als praktisch en uitvoeringstechnisch mogelijk hersteld. Echter, het landschap aan Wwft-instellingen is divers, evenals de technische modaliteiten waarmee deze instellingen toegang hadden tot het UBO-register. Daarbij zijn veel Wwft-instellingen niet rechtstreeks op het UBO-register aangesloten, maar via ICT-leveranciers die geen legitiem belang hebben voor inzage van UBO-informatie. Het identificeren van welke individuele instellingen toegang kunnen hebben en dit technisch en praktisch inregelen is derhalve complex en kost tijd. Hierbij is een belangrijke gebruikersgroep de grootbanken. Deze instellingen zijn relatief eenvoudig te identificeren en aan te sluiten. Verwacht wordt dat de toegang voor deze groep relatief snel kan worden hersteld. De komende tijd zal worden ingezet om ook andere groepen Wwft-instellingen zo snel mogelijk aan te sluiten.

Overigens klopt in het citaat niet dat het ubo-register een ‘hulpmiddel’ bij het cliëntenonderzoek door Wwft-plichtigen zou zijn. De enige taak die Wwft-plichtigen hebben is de juistheid van de registratie in het ubo-register van cliënten te verifiëren.

Nu Wwft-plichtigen deze verificatieplicht hebben, gaat de minister ook in op de gevolgen van het op dit moment niet toegankelijk zijn van het register.

Legitiem belang
Onderzocht wordt hoe de toegang van personen en organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen wordt geregeld. Daarover schrijft de minister onder meer:

Bij de vormgeving van die werkwijze worden de in deze uitspraak genoemde groepen meegenomen, te weten de pers (waaronder onderzoeksjournalistiek) en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering, personen die de identiteit van een UBO willen kennen omdat zij daar mogelijk transacties mee aangaan, alsmede – voor zover die niet al onder categorie a of b vallen – financiële instellingen en autoriteiten die betrokken zijn bij de bestrijding van delicten op het gebied van witwassen of terrorismefinanciering. Op verzoek van uw Kamer zal ik hierbij specifiek kijken naar schadeverzekeraars die in het kader van sanctieregelgeving onderzoek moeten verrichten naar de UBOs van hun cliënten.

Registreren van ubo’s gaat door
De uitspraak heeft geen gevolgen voor de verplichting van entiteiten om hun ubo’s te registreren. Opgemerkt wordt dat degenen die niet hebben geregistreerd in afwachting van de uitspraak dit boetevrij kunnen doen tot 1 februari a.s.

Ubo-register trusts en soortgelijke juridische constructies

Uit dit register is nog geen informatie verstrekt. Voor dat register zal dezelfde regeling worden getroffen.

Gevolgen hof uitspraak over inzage
In de brief wordt niet ingegaan op de gevolgen van de recente uitspraak van het Europese Hof over de Oostenrijkse Post (blog). Gevolg daarvan is dat de Kamer van Koophandel de ubo zal moeten informeren wie inzage heeft gehad in zijn persoonsgegevens.

 

[*] Bericht over uitspraak, nadere berichten: 1, 2, 3, 4.

 

Meer informatie:

De media hebben aandacht aan de brief besteed, zie onder meer TaxLive.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , | 1 reactie

Nieuwe regelgeving inzake het Verwijzingsportaal Bankgegevens | Wwft, financiële privacy

In 2019 is de Europese richtlijn [1] tot stand gekomen, die in Nederland heeft geleid tot het Verwijzingsportaal Bankgegevens. Hoe snel dit soort regelgeving wijzigt blijkt uit de aanhangige voorstellen in Europa en Nederland.

Europees wijzigingsvoorstel
De Europese Commissie heeft in juli 2021 een voorstel ingediend om die richtlijn aan te passen [2]. Het voorstel houdt in dat nationale autoriteiten rechtstreeks en onmiddellijk toegang dienen te hebben tot bankrekeninginformatie in andere lidstaten die beschikbaar is via het centrale toegangspunt voor registers van bankrekeningen, dat is opgezet overeenkomstig de Europese criminaliteitsbestrijdingsregelgeving [3], en dat die autoriteiten deze informatie kunnen doorzoeken, wanneer dit noodzakelijk is voor de criminaliteitsbestrijding [4]. Daartoe moet de nationale wetgeving in de EU-lidstaten worden aangepast.

Het voorstel is in juli 2022 in commissies van het Europees Parlement aan de orde geweest. Over het voorstel is geadviseerd door EDPS, de ESC commissie en de ECB [5].
Het voorstel is op 12 januari jl. in de commissie LIBE [6] van het Europees parlement behandeld, zie agendapunt 16 op de agenda [7].

Het is afwachten wanneer er verder iets gaat gebeuren.

Nederlands wijzigingsvoorstel
Intussen wordt in Nederland een wijzigingsvoorstel in het parlement behandeld, zie dit artikel.

 

Noten
[1] Richtlijn (EU) 2019/1153.
[2] Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1153 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toegang van bevoegde autoriteiten tot centrale registers van bankrekeningen via het centrale toegangspunt, COM(2021) 429, vindplaats: LIBE, Europese Commissie, EUR-Lex. Engelstalige samenvatting: hier. Dossier 2021/0239(COD): Europees Parlement, EUR-Lex.
[3] De nieuwe richtlijn.
[4] In het voorstel omschreven als “wanneer dit voor het vervullen van hun taken op het gebied van het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van een ernstig strafbaar feit of het ondersteunen van een strafrechtelijk onderzoek naar een ernstig strafbaar feit, inclusief de identificatie, opsporing en bevriezing van vermogensbestanddelen in verband met een dergelijk onderzoek, noodzakelijk is“.
[5] European Central Bank: opinion. Volgens het dossier bij het Europees Parlement zijn er ook een guideline en report, maar de vermelde vindplaats leek niet te kloppen.Dit is de [6] ‘Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs’.
[7] Agenda LIBE commissie.

 

Alle berichten op dit blog over het Verwijzingsportaal Bankgegevens zijn hier te vinden.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Plan van aanpak witwassen op de agenda van de commissie Financiën van 26 januari a.s. | bancair sleepnet, navraagplicht, Wwft

Zo even publiceerde ik een bericht over de ‘wetenschapstoets’ die op 26 januari door de commissie Financiën van de Tweede Kamer wordt besproken van 12:45 – 13:45 uur.

Advies Raad van State

Eveneens op die dag, van 14:00 – 15:00 uur, komt een delegatie van de Raad van State een technische briefing aan de leden van dezelfde commissie geven over het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen, lees de aankondiging.

Rondetafelgesprek
Daarna is er van 15:15 uur tot 17:15 uur een rondetafelgesprek over het wetsvoorstel (aankondiging, waarbij de bankiers ruim vertegenwoordigd zijn (Siegers, Van der Laan). Ook de overheid is prominent aanwezig door middel van mevrouw Verbeek-Kusters van FIU Nederland en door mevrouw Rooijendijk van de private organisatie die overheidsbeleid promoot, Transparency International.

De enige genodigde die bezig is met de belangen van de burger is de heer Wolfsen van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Helaas is Privacy First, die kritisch reageerde (lees hun brief en memorandum) niet uitgenodigd.

Het programma luidde om 15:10 uur:

Blok 1: Toegevoegde waarde van het Wetvoorstel bij de bestrijding van witwassen in de praktijk (signaleren, melden, opsporen en vervolgen) van 15.15 tot 16.15 uur:
– Norbert Siegers, Transactie Monitoring Nederland (TMNL)
– Hennie Verbeek-Kusters, Financial Intelligence Unit (FIU)
– Naam volgt

Blok 2: Aandachtspunten bij de uitvoering: Proportionaliteit en Effectiviteit van 16.15 tot 17.15 uur:
– Medy van der Laan, Nederlandse Vereniging van Banken (NVB)
– Aleid Wolfsen, Autoriteit Persoonsgegevens (AP)
– Lotte Rooijendijk, Transparency International (TI-NL) (via videoverbinding)

Is het bancair sleepnet er door?
In de wandelgangen hoor ik dat het bancair sleepnet ‘er al door is’ in de Tweede Kamer. De samenstelling van het het gezelschap lijkt dat te bevestigen.

 

Meer informatie:

De commissie Financiën bestaat uit:

J.Z.C.M. Tielen (VVD), voorzitter
E. Heinen (VVD)
S.P.R.A. van Weyenberg (D66)
A.P.C. (Tony) van Dijck (PVV)
I. (Inge) van Dijk (CDA)
M.Ö. Alkaya (SP)
T.M.T. van der Lee (GroenLinks)
P.A. Grinwis (ChristenUnie)
P.H. Omtzigt (Omtzigt)
P. van Houwelingen (FVD)

 

Reminder

Rob de Wijk, de bekende defensie expert (info HCSS), 12 december 2022:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Hoe wetenschappelijk is de ‘wetenschapstoets’ inzake navraagplicht en bancair sleepnet Wwft?

Op 20 januari werd een document bekend gemaakt onder de titel ‘wetenschapstoets’ (‘het document’), waarin het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen wordt behandeld. Op donderdag 26 januari a.s. vindt een technische briefing plaats.

In dit bericht maak ik enige aantekeningen bij het document.

Achtergrond

Het wetsvoorstel: bancair sleepnet en navraagplicht
In het wetsvoorstel wordt voorgesteld dat Nederlandse banken een gezamenlijk sleepnet trekken over alle transacties die via Nederlandse bankrekeningen verlopen, om financiële voordelen van misdaad op te sporen (‘witwasbestrijding’). Verder worden banken en andere witwasbestrijdingsplichtingen verplicht in hoog risicosituaties (die zeer vaak aan de orde zijn) navraag te doen bij collega’s uit dezelfde categorie, zogenaamd om ‘shopgedrag’ te voorkomen. Tot slot is een belangrijk element dat contante betaling wordt beperkt.

De auteurs: Wielhouwer en Ferwerda
Wielhouwer is volgens zijn bio hoogleraar economie van de accountancy en belastingen, studeerde econometrie en bekleedde diverse senior (management)functies in de financiële sector (ING) en bij een financiële toezichthouder (AFM).

Ferwerda is al lang bezig met het adviseren van overheden over de witwasbestrijding, wat ook in zijn bio is weergegeven. Hij studeerde hij economie en recht en is hij gecertificeerd als witwasdeskundige voor de nationale politie. Hij is mede-verantwoordelijk voor het onderhavige wetsvoorstel, want in  het bio staat:

Hij adviseert de Minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yesilgoz omtrent beleid tegen witwassen en ondermijning.

Verder is Ferwerda lid van de ethische commissie van de organisatie van de banken die het sleepnet gaat verzorgen (noot 1). Het is een merkwaardige keuze van de commissie Financiën om iemand aan het woord te laten die een van de architecten van de witwasbestrijdingssystemen is.

Geen van beide auteurs lijken over kennis te beschikken van het grote aantal ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf (zie het huidige overzicht bij FIU-NL) dat geacht wordt overheidstaken uit te voeren, zoals notarissen, accountants, makelaars, taxateurs en bemiddelaars bij (ver)koop in zaken van grote waarde. Of zij kennis hebben over de praktijk van de juridische naleving van deze regelgeving door private ondernemingen, is eveneens de vraag.

De wetenschapstoets

Ik kon niet vinden welke opdracht de commissie Financiën aan de twee auteurs van de ‘wetenschapstoets’, de heren Wielhouwer en Ferwerda heeft gegeven.

Het belangrijkste wordt buiten beschouwing gelaten
Opvallend is dat de auteurs alle belangrijke onderwerpen buiten beschouwing laten, want ze schrijven op pagina 1 van het document:

NB: deze toets gaat niet in op de juridische inbedding, of deze voldoet aan internationale richtlijnen, en of deze voldoet aan de AVG. De keuze om te werken met poortwachters wordt als gegeven beschouwd.

Dus er vindt géén toetsing plaats aan de grondrechten; evenmin wordt beoordeeld of banken en andere private bedrijven geschikt zijn voor de aan hen toebedeelde overheidstaken.

Is het document meer dan een samenvatting?
De auteurs vatten de inhoud van de parlementaire stukken samen, zonder een serieuze inhoudelijke toetsing. Volstaan wordt met herhaling van argumenten die in de memorie van toelichting ook al worden genoemd en met voor de hand liggende suggesties over het meetbaar maken van de doelen.

Op het algemene concept achter de witwasbestrijding, dat duidelijk heeft gefaald en schade oplevert voor burgers, wordt in het document nauwelijks ingegaan. Kennelijk accepteren de auteurs dat grondrechten van burgers geschonden mogen worden door private ondernemingen, zonder kennis van zaken, waarbij een hoogwaardige rechtsbescherming ontbreekt. Het huidige witwasbestrijdingssysteem levert ernstige schade voor burgers en organisaties op, onder meer doordat de hoge kosten van het inefficiënte systeem, dat moet worden uitgevoerd door private ondernemingen die ongeschikt zijn voor de aan hen toebedeelde taken, aan de klanten worden doorberekend, en door ‘de-risking’. Nu al weigeren banken op grote schaal cliënten vanwege de (vermeende) hoge kosten verbonden aan het klantenonderzoek.

De auteurs koesteren een ongegrond optimisme over de mogelijkheden die er zijn met digitale middelen (‘artificial intelligence’) en zij laten buiten beschouwing dat inmiddels veel bekend is over de risico’s verbonden aan het gebruik van digitale middelen bij de misdaadbestrijding.

Op het nut van de navraagplicht wordt vrijwel niet ingegaan, waaruit kan worden afgeleid dat het belang gering is.

Helaas ontbreekt de onderbouwing van de onder aan pagina 1 getrokken conclusie dat “de beleidsinstrumenten ten opzichte van de huidige situatie” zouden bijdragen “aan het bemoeilijken van witwassen” (verbod op contante betaling) en aan “het verkleinen van de information gap” (navraagplicht en bancair sleepnet).

Overige aantekeningen bij het document

Verbod contante betaling

  • De auteurs stellen voor het verbod op contante betaling uit te breiden met diensten (pagina 2).

Navraagplicht

  • De auteurs veronderstellen dat navraag maar weinig voorkomt omdat dit alleen gebeurt als er een indicatie is van hoog risico (pagina 4). Zij realiseren zich niet dat er zeer snel een indicatie is van hoog risico. Hun opmerking is derhalve onjuist.
  • Men constateert dat de kosten verbonden aan de navraagplicht zeer hoog kunnen zijn (pagina 4 onder aan). Dat is vreemd in het licht van het niet bespreken van het nut er van voor de verschillende typen ondernemingen.

Bancair sleepnet

  • Er wordt niet over gerept dat het gezamenlijk monitoren een gedachte van FATF is, waarover meerdere publicaties zijn verschenen.
  • De auteurs zijn van mening dat alle consumententransacties (dus zonder ondergrens) geanalyseerd moeten worden, met als alibi dat anders smurfen zou optreden (aanbeveling 6, pagina 3). Zorgwekkend dat deze auteurs verwachten dat banken grondrechten moeten schenden om achter kruimelwerk aan te kunnen gaan.
  • Ten onrechte veronderstellen de auteurs dat de grondrechten van de rekeninghouders niet worden geschonden omdat de gezamenlijke monitoring gepseudonimiseerd plaats vindt (pagina 4).
  • Over de entiteit die de gezamenlijke transactiemonitoring moet doen wordt voorgesteld dit een entiteit ‘zonder winstdoelstelling’ te laten zijn (aanbeveling 3, pagina 2). Dat klinkt mooi maar is niet goed. Als al gekozen worden voor een bancair sleepnet, dient een dergelijke entiteit volledig uit de sfeer van de banken én uit de sfeer van het ministerie van financiën te worden gehaald, zoals door Privacy First in hun aanbevelingen is voorgesteld. In hun memo staat op pagina 16:

Algemeen

  • De auteurs constateren dat een financiële onderbouwing van de voorstellen ontbreekt en dat de maatschappelijke baten zeer moeilijk kwantificeerbaar zijn en voorts dat alle kosten van het nieuwe voorstel door bedrijven (‘maatschappelijke sectoren’) worden gedragen (pagina 4).  Dat de auteurs geen kritiek hebben op het verleggen van kosten voor misdaadbestrijding voor private partijen die niet voor de taken geschikt zijn, geeft aan dat zij niet bezig zijn met het maatschappelijk belang, maar alleen met het belang van de overheidsportemonnee.

  • Aan het meten van de effectiviteit van transactiemonitoring door banken wordt veel aandacht besteed, onder meer op pagina 5, een aandacht die veel beter gericht kan worden op de effectiviteit van het huidige systeem. Men licht niet toe waarom het huidige systeem moet worden gewijzigd, terwijl onvoldoende bekend is over het nut en de effectiviteit van het huidige systeem.
  • Jammer is dat de auteurs de maatschappelijke schade door de antiwitwasregelgeving buiten beschouwing laten.
  • Er is geen aandacht voor het feit dat er in het witwasbestrijdingssysteem geen systeem is ingebouwd om banken (en andere witwasbestrijdingsplichtigen) te stimuleren om zuinig en rechtvaardig te werken en geen klantgroepen vanwege hoge kosten uit te sluiten (zoals nu al gebeurt).
  • Er is geen enkele aandacht voor de rechtsbescherming van burgers en organisaties die met de antiwitwasregels te maken krijgen.

Conclusie

Het document van Wielhouwer en Ferwerda is geen wetenschapstoets,  maar een samenvatting van de memorie van toelichting, die niets wetenschappelijks bijdraagt aan de concepten van de witwasbestrijding. Gelet op het profiel van de beide heren, kan een onafhankelijke wetenschappelijke beoordeling van hen niet worden verwacht.

 

Meer informatie:

  • Wetenschapstoets, 20 januari 2023 bekend gemaakt op de site van de Tweede Kamer.
  • Aankondiging technische briefing Wetenschapstoets wetsvoorstel Plan van Aanpak Witwassen op 26 januari 2023 (commissie Financiën Tweede Kamer).
  • Pagina op dit blog met een overzicht van de FATF publicaties over gegevensdeling ten behoeve van de misdaadbestrijding.
Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Digital euro: Eurogroup statement and Slagter’s presentation at the National Privacy Conference of 25 January

On the site of the Council of the European Union on 16 January a statement of the Eurogroup on the digital euro project was published. According to the statement during the discussions in the EU the following issues were raised, in which the privacy concerns of citizens are mentioned:

  • A digital euro should complement, and not replace cash, and should guarantee access to central bank money for euro area users in times of increased digitalisation in payments [5]. A digital euro should be safe and resilient, ensure a high level of privacy, be easy and convenient to use and widely accessible to the public, including in terms of costs for end-users. Ministers also called for considering the environmental implications of the digital euro design.
  • To succeed, the digital euro should ensure and maintain users’ trust, for which privacy is a key dimension and a fundamental right. At the same time, the Eurogroup also considered that the design of a digital euro should comply with other policy objectives such as preventing money laundering, illicit financing, tax evasion, and ensuring sanctions compliance. A risk-based approach could be followed to allow for more privacy in the case of less risky transactions, which could ensure a wider adoption of the digital euro among citizens with a stronger preference for privacy. The Eurogroup also supports the exploration of an offline functionality which would serve a wider range of use cases and also contribute to financial inclusion by facilitating the use by citizens in different scenarios.
  • A digital euro should aim to safeguard the financial stability of the euro area. Potential risks to financial stability should be limited, for example by imposing holding limits and constraints in the design of the digital euro, while maintaining its attractiveness as a means of payment. The parameters of such features should be further analysed and discussed based on a thorough quantitative analysis and their implementation should take into account the prevailing economic and financial environment. The design and introduction of a digital euro should not impair the ability and the independence of the European System of Central Banks in ensuring monetary transmission in order to fulfil its price stability mandate.
  • Ensuring a pan-European reach of the digital euro whilst also catalysing innovation in the financial sector and complementarity with private solutions should be a priority. The digital euro ecosystem should leverage the strength and experience of public and private participants and build on European infrastructure. Whilst further work is needed on the precise allocation of competencies, we consider that supervised intermediaries could play an important role in the digital euro ecosystem.
  • The digital euro could be a building block of the future architecture for state-of-the-art payment solutions. To this end, it could allow for initiating a payment automatically when predefined conditions are met – meaning that users would be able to program payments. As money however, digital euro should at all times and throughout the euro area be convertible at par with other forms of the euro, such as banknotes and commercial bank deposits. The digital euro therefore cannot be a programmable money [6].
  • Appropriate regulatory measures, including granting the digital euro legal tender status, should be considered in order to ensure consistency with cash and to make digital central bank money widely accessible for retail use to all end-users in the euro area, whilst taking into account the distribution of the costs and required technologies.
  • The digital euro should focus as a priority on the needs and specificities of the euro area. Interoperability with other Central Bank Digital Currencies should be an important feature of the digital euro, including for cross-currency transactions. This will also take into account the development of CBDCs by other jurisdictions, in order to reap the potential benefits of faster, cheaper and safer cross-border transactions. On the other end, the risks associated with the use of a digital euro outside the euro area must be mitigated and monitored.

[5] See for instance the Study on the payment attitudes of consumers in the euro area (SPACE).
[6] There would for example be no restrictions in the types of goods and services to be purchased, or restrictions in time when a digital euro can be used.

According to the statement a high level of privacy should be ensured (first bullet).
The digital euro should ensure and maintain users’ trust, for which privacy is a key dimension and a fundamental right. At the same time the design should comply with other policy objectives such as preventing money laundering, illicit financing, tax evasion, and ensuring sanctions compliance (second bullet).
The Eurogroup states that users would be able to program payments, but that the digital euro “cannot be a programmable money” (fifth bullet).

Bert Slagter at the National Privacy Conference 2023

(Privacy First / ECP | Platform voor de InformatieSamenleving)

The digital euro is one of the subjects of the National Privacy Conference 2023 on 25 January. The conference is held in Dutch. Bart Slagter makes a presentation on the digital euro, that is introduced as follows (machine translation):

Bert Slagter presentation on Central Bank Digital Currency (CBDC) and privacy.
The ECB is building the digital euro. This is digital money issued by the central bank, and thus a digital variant of cash. But will it also have the pleasant features of cash, such as privacy, neutrality and inclusiveness? The two extremes of the spectrum make the most noise. One side says the digital euro is meant to restrict freedoms and influence behaviour, while the other thinks the digital euro is completely harmless – after all, the government has our best interests at heart. Who is right?
In this talk, we explore the different types of digital money, look at the preliminary design of the digital euro and discuss the implications for European citizens’ privacy.

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Het is hoog tijd dat de internationale en Europese criminaliteitsbestrijdingsconcepten worden herzien | Wwft, AML, CFT

Op banken.nl verscheen het bericht ‘AML-kader toe aan paradigmaverschuiving’, over een rapport, in het bericht wordt Big 4 accountantskantoor Deloitte geciteerd met:

Hoewel financiële instellingen kosten nog moeite sparen om te voldoen aan hun poortwachtersfunctie, is het daadwerkelijke effect daarvan op de financiële criminaliteit teleurstellend

De privatisering van de criminaliteitsbestrijding, bekend onder de naam witwasbestrijding, leidt tot kostbare bureaucratie die zeer weinig oplevert. Het is hoog tijd dat al het geld dat bedrijven er nu in moeten steken beter wordt besteed.

Overigens is de vraag of de door Deloitte aangegeven oplossingen (onder meer AI) het wondermiddel zijn. Maar positief is dat de witwasbestrijdingsconcepten ter discussie worden gesteld, zoals ook gebeurd in het FD-artikel Machine tegen witwassen draait niet, waarin wordt gezegd:

Nagenoeg iedereen ziet dat de huidige aanpak van het antiwitwasapparaat niet werkt.

en waarin wordt geconstateerd dat een aantal praktijken uit het huidige systeem (zoals de enorme hoeveelheden persoonsgegevens die worden uitgewisseld) zeer riskant zijn voor de veiligheid, gegevensbescherming en privacy van burgers. Hoogleraar Eleni Kosta wordt in het artikel geciteerd met:

‘Het probleem is dat anti-witwaswetten niet geschreven zijn om mensenrechten, zoals het recht op privacy, te beschermen’

De Europese ontwerpers van het AML Package en de Nederlandse wetgever doen er goed aan hiervan kennis te nemen.

 

NB Let er op dat ‘privacy’ in dit verband vooral relevant is in de sfeer van zorgvuldige omgang met vertrouwelijke gegevens, gegevensbescherming en cybersecurity. Dat het soms nodig is op gegevens uit te wisselen voor de misdaadbestrijding, staat niet ter discussie.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Wet financiering politieke partijen ingrijpend gewijzigd | bijdragen in natura in de ban

In oktober werd bekend dat de Eerste Kamer een voorstel tot wijziging van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) heeft aangenomen, lees het nieuwsbericht. De wijzigingen zijn op 1 januari jl. in werking getreden en zijn ingrijpend.

Buitenlandverbod en ubo-registratie
Zo worden alle donaties uit het buitenland verboden (artikel 23a).
Partijen moeten als een donatie door een niet-natuurlijke persoon wordt gedaan de naam en het adres van de uiteindelijk belanghebbende in de zin van de Wwft worden geregistreerd, aldus artikel 21 (raadselachtig wat het nut daarvan is nu betrokkene ook in het ubo-register staat, tenzij de gever van buiten de EU komt).

Stichting of vereniging als donateur
Als de donateur een vereniging of stichting is, gelden extra regels (artikel 21a), waarbij bij mij de vraag rijst waarom die regels niet voor alle donateurs die geen natuurlijke persoon zijn gelden.

Bijdragen in natura (en de vernietiging daarvan)

Er gelden speciale regels voor bijdragen in natura door stichtingen en verenigingen en in artikel 21a lid 2 staat dat ten onrechte ontvangen bijdragen in natura aan de minister moeten worden overgemaakt of ‘vernietigd’ moeten worden. Het is een vreemde bepaling in het licht van de definitie van ‘bijdrage in natura’  die luidt:

bijdrage in natura: zaak of dienst, op verzoek van een politieke partij aan haar geleverd dan wel door deze aanvaard, waar geen of geen evenredige tegenprestatie tegenover staat

De definitie omvat ook ‘diensten’. Dus als de stichting of vereniging (door middel van een medewerker) gratis voor de politieke partij een uitvoerige paper schrijft en daar niets voor in rekening brengt, is dat een dienst in natura, die al snel meer waard zal zijn dan 1000 euro. Het is een raadsel hoe een dergelijke dienst ‘overgemaakt’ moet worden aan de minister dan wel vernietigd moet worden.

Alleen bijdrage in natura door een lid van de politieke partij is uitgezonderd
Opvallend is dat alleen leden van politieke partijen bijdragen in natura mogen leveren, zonder dat er een prijskaartje aan wordt gehangen. Want in artikel 22 lid 2 staat dat voor de toepassing van de Wfpp bijdragen bestaande uit persoonlijke arbeid of activiteiten van leden van de politieke partij niet als bijdragen in natura worden aangemerkt.

Bijdrage in natura in de Wfpp
Die bijdrage in natura komt in de Wfpp niet alleen bij stichtingen/verenigingen als gever voor (artikel 21a). Het begrip is ook te vinden in:

  • artikel 23 (anonieme bijdrage in natura)
  • artikel 23 (bijdrage in natura door een niet-Nederlandse gever)
  • artikel 29b (maximering bijdragen in natura)
  • artikel 32a (bijdragen in natura aan kandidaten)

Tot slot

Het is fascinerend en merkwaardig dat in de binaire wereld van politieke partijen alle vormen van ondersteuning in natura worden bemoeilijkt.

 

Meer informatie:

Eerste Kamer stemt in met wijziging Wet financiering politieke partijen
Nieuwsbericht | 18-10-2022 | 13:55

De Eerste Kamer heeft vandaag ingestemd met een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Hiermee wordt de transparantie over de financiering van politieke partijen en hun neveninstellingen verder vergroot. Daarnaast wordt het risico op oneigenlijke (buitenlandse) beïnvloeding van onze democratie beperkt. De wetswijziging gaat op 1 januari 2023 in.

Er komt een verbod op giften uit het buitenland aan politieke partijen en hun neveninstellingen. Uitzondering vormen giften van Nederlandse kiesgerechtigden die in het buitenland wonen. Aanleiding daarvoor is het toegenomen risico op buitenlandse beïnvloeding van onze democratie. Donateurs mogen straks giften van cumulatief maximaal € 100.000 per jaar aan politieke partijen en neveninstellingen geven. 

De transparantie wordt verder vergroot doordat politieke partijen verplicht worden van de giften die zij van rechtspersonen ontvangen de achtergrond van de uiteindelijk belanghebbenden te melden. Ook wordt de drempel om giften openbaar te maken verlaagd van € 4.500 per donateur per jaar naar € 1.000 per donateur per jaar. Verder komt er een meldplicht voor substantiële giften: giften vanaf € 10.000 per donateur per jaar moeten binnen 3 dagen na ontvangst openbaar gemaakt worden. 

Minister Bruins Slot benadrukt het belang van duidelijke regels: “Politieke partijen zijn een van de pijlers van onze democratie. Daarom is het belangrijk om zichtbaar te maken van wie politieke partijen geld ontvangen. Met het verbod op buitenlandse financiering maken we ook werk van het voorkomen van oneigenlijke beïnvloeding. Dit draagt bij aan een weerbare democratie.”

De wijzigingen aan de Wfpp komen voort uit adviezen van de commissie Veling en inbreng uit de Kamer.

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Stichting en vereniging | Tags: , | 1 reactie

Genomineerden Nederlandse Privacy Awards 2023 | Privacy First

Op 25 januari as. worden tijdens de Nationale Privacy Conferentie van ECP en Privacy First de jaarlijkse Nederlandse Privacy Awards uitgereikt.

Privacy First maakte bekend dat genomineerd zijn:

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Europese uitspraak: burger mag weten wie zijn persoonsgegevens ontvangt | AVG, gegevensbescherming, ubo-register

Het Europese hof heeft een uitspraak gedaan die niet alleen van belang is voor advertentiebedrijven.

Feiten
Het betreft de uitspraak in de zaak van het Oostenrijkse postbedrijf in een zaak die aanhangig is gemaakt door iemand die ‘RW’ wordt genoemd. RW heeft aan het postbedrijf gevraagd om inzage van de door het bedrijf inzake hem opgeslagen persoonsgegevens en het verzocht om hem informatie te verstrekken over wie de ontvangers daarvan waren, voor het geval dat deze gegevens aan derden zijn meegedeeld. De Österreichische Post deelde aan RW dat zij als uitgever van telefoongidsen gebruik maakt van zijn persoonsgegevens en dat hij die persoonsgegevens voor marketingdoeleinden aanbiedt aan zakelijke klanten. Het postbedrijf heeft RW niet meegedeeld wie de concrete ontvangers van de gegevens waren.
Daar was RW het niet mee eens. Hij heeft een procedure aanhangig gemaakt en is bij de hoogste Oostenrijkse federale rechter (het Oberste Gerichtshof) beland die aan het Europese hof prejudiciële vragen heeft gesteld.

Het inzagerecht van artikel 15 lid 1 AVG
Deze zaak ging om de uitleg van artikel 15 lid 1 sub c AVG:

Artikel 15
Recht van inzage van de betrokkene
1.   De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:
a) de verwerkingsdoeleinden;
b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;
f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;
h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene. (…)

Overwegingen van het Europese hof
Het hof overweegt dat de bepaling inzake inzage in de AVG moet wordt gelezen in het licht van het doel van de bepaling, nl. dat betrokkene in staat moet zijn na te gaan of zijn persoonsgegevens rechtmatig worden verwerkt en of de gegevens juist zijn, iets wat alleen mogelijk is als de ontvanger bekend is. Zie overwegingen 37-39:

37 In de vierde plaats heeft het Hof reeds geoordeeld dat de uitoefening van dit recht van inzage de betrokkene in staat moet stellen niet alleen na te gaan of de hem betreffende gegevens juist zijn, maar ook of deze rechtmatig worden verwerkt (zie naar analogie arresten van 17 juli 2014, YS e.a., C‑141/12 en C‑372/12, EU:C:2014:2081, punt 44, en 20 december 2017, Nowak, C‑434/16, EU:C:2017:994, punt 57), met name of zij zijn meegedeeld aan bevoegde ontvangers (zie naar analogie arrest van 7 mei 2009, Rijkeboer, C‑553/07, EU:C:2009:293, punt 49).
38 Dit recht van inzage is met name noodzakelijk om de betrokkene toe te laten in voorkomend geval een aantal rechten uit te oefenen, namelijk zijn recht op rectificatie van gegevens, op gegevenswissing („recht op vergetelheid”), en op beperking van de verwerking uit te oefenen, die hem respectievelijk door de artikelen 16, 17 en 18 AVG zijn toegekend (zie naar analogie arresten van 17 juli 2014, YS e.a., C‑141/12 en C‑372/12, EU:C:2014:2081, punt 44, en 20 december 2017, Nowak, C‑434/16, EU:C:2017:994, punt 57), alsook zijn in artikel 21 AVG neergelegde recht om bezwaar te maken tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens en zijn in de artikelen 79 en 82 AVG neergelegde recht om zich tot de rechter te wenden wanneer hij schade lijdt (zie naar analogie arrest van 7 mei 2009, Rijkeboer, C‑553/07, EU:C:2009:293, punt 52).
39 Teneinde de nuttige werking te waarborgen van alle rechten die in het vorige punt van het onderhavige arrest zijn vermeld, dient de betrokkene in het bijzonder te beschikken over het recht om te weten wie de concrete ontvangers van zijn persoonsgegevens waren, wanneer deze gegevens reeds aan derden zijn meegedeeld.

Dat betekent dat de betrokkene recht heeft te weten aan wie de persoonsgegevens zijn verstrekt:

41 Aldus verleent artikel 19, tweede volzin, AVG de betrokkene uitdrukkelijk het recht om door de verwerkingsverantwoordelijke te worden geïnformeerd over de concrete ontvangers van de hem betreffende gegevens, in het kader van de verplichting van deze laatste om alle ontvangers te informeren over de uitoefening van de rechten waarover deze persoon op grond van artikel 16, artikel 17, lid 1, en artikel 18 AVG beschikt.

Op dit uitgangspunt zijn uitzonderingen mogelijk (overwegingen 48 en 49). Het is aan de Oostenrijkse rechter om te beoordelen of dat in deze zaak het geval is.

De conclusie van het hof luidt daarom:

Het Hof (Eerste kamer) verklaart voor recht:

Artikel 15, lid 1, onder c), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)

moet aldus worden uitgelegd dat

het in die bepaling bedoelde recht van de betrokkene om inzage te verkrijgen van de hem betreffende persoonsgegevens, meebrengt dat de verwerkingsverantwoordelijke, wanneer die gegevens aan ontvangers zijn of zullen worden verstrekt, verplicht is om aan de betrokkene de identiteit van deze ontvangers mee te delen, tenzij het onmogelijk is om die ontvangers te identificeren of wanneer de verwerkingsverantwoordelijke aantoont dat de verzoeken om inzage van de betrokkene kennelijk ongegrond of buitensporig van aard zijn in de zin van artikel 12, lid 5, verordening 2016/679, in welke gevallen de verwerkingsverantwoordelijke alleen de categorieën van de betreffende ontvangers hoeft mee te delen aan die betrokkene.

Betekenis voor andere situaties
Deze uitspraak is niet alleen relevant voor advertentiebedrijven, ook al ging het hier om verkoop van persoonsgegevens door de Oostenrijkse post voor marketingdoelen.

In de praktijk worden er door allerlei bedrijven persoonsgegevens aan derden verschaft, zonder dat de betrokkenen worden geïnformeerd, terwijl dit op grond van artikel 14 lid 1 AVG (te verstrekken informatie wanneer de persoonsgegevens niet van de betrokkene zijn verkregen) verplicht is. De enige manier voor betrokkene om er achter te komen wie zijn persoonsgegevens hebben ontvangen, is door aan het bedrijf (zoals het postbedrijf, het telecombedrijf) op basis van artikel 15 lid 1 sub c AVG te geven aan wie de persoonsgegevens zijn verstrekt.

Deze problematiek kan ook spelen bij data handelaren die persoonsgegevens verzamelen en verkopen in verband met kredietbeoordeling en criminaliteitsbestrijding (‘witwasbestrijding’).

Ubo-register-regelgeving
Deze uitspraak kan ook relevant zijn voor de Europese en nationale ubo-register-regelgeving, aangezien deze regelgeving aan de vereisten van de AVG, het Europees Handvest en het EVRM dient te voldoen. In die regelgeving wordt er van uitgegaan dat private partijen en personen informatie kunnen krijgen uit het ubo-register, zonder dat de ubo mag weten bij wie zijn persoonsgegevens zijn beland.

Anders gezegd: de ubo heeft volgens de ubo-register-regels niet de basisrechten om te worden geïnformeerd door de derde die zijn persoonsgegevens verwerkt (artikel 14 lid 1 AVG) en kan ook niet bij de houder van het register opvragen aan wie zijn gegevens zijn verstrekt (artikel 15 lid 1 sub c AVG). Die ubo heeft echter hetzelfde belang als iedere burger bij transparantie, zodat hij kan verifiëren of zijn persoonsgegevens op goede gronden worden verwerkt en of de gegevens juist zijn.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Reacties op het bancair sleepnet en ervaringen met criminaliteitsbestrijding door banken | Wwft

In dit blogbericht breng ik wat kritische reacties op het bancair sleepnet bij elkaar.

Inleidende informatie over het sleepnet:

# mijn eerste artikel over het wetsvoorstel waarvan het sleepnet deel uitmaakt,
# mijn artikel over het sleepnet.

 

Reacties

 

Fleur le Roy
(advocaat strafrecht en bestuursrecht) publiceerde een kritische opinie in het FD van 13 januari, Privacy op de tocht door nieuwe witwasaanpak (ook vermeld in Advocatie). Zij merkt onder meer op:

Het gevreesde onheil zit onder meer in de massale schaal van de gegevensverwerking en het feit dat gegevensbeveiliging nooit 100% kan worden gegarandeerd. Ook zien de instanties het gevaar dat geautomatiseerde profilering leidt tot discriminatie, met onterechte alerts, plaatsing op een zwarte lijst en uitsluiting tot het reguliere bankwezen tot gevolg.
De Toeslagenaffaire laat zien wat dit kan aanrichten. Bovendien laat het wetsvoorstel het treffen van passende maatregelen ter bescherming van grondrechten aan marktpartijen over, terwijl dit een taak van de overheid is. Kortom, het wetsvoorstel staat een verhit Kamerdebat te wachten.

 

Bert Hubert
(technisch expert) schreef op 24 december kritisch over de kabinetsplannen inzake het bancair sleepnet in zijn artikel Vervang vergeten verontwaardiging over privacyschendingen door inhoudelijke analyse (al eerder hier aangekondigd, er stond een variant in de Volkskrant) en constateert:

Oude normen voor privacy lijken geheel verdwenen. In de jaren tachtig zou niemand het in zijn hoofd hebben gehaald om met dit soort voorstellen te komen.

Hubert, die voormalig toezichthouder AIVD en MIVD is, maakt zich zorgen, want:

Ook een overheid met de beste bedoelingen kan door te grote bevoegdheden op het verkeerde pad raken

 

Vincent Böhre
van Privacy First schreef een opinie in het Brabants Dagblad van 17 december: Door ‘sleepnet’ banken is iedere burger verdacht (betaalmuur, al eerder aangekondigd), intro:

In de strijd tegen criminaliteit wil het kabinet banken de mogelijkheid geven om particuliere transacties boven de 100 euro te controleren. Maar misdaadbestrijding hoor je niet bij amateurs neer te leggen maar dient door de overheid zelf te worden uitgevoerd.

 

Kees Verhoeven, voormalig lid van de Tweede Kamer (site), 13 december:

 

Simon Hania (profiel bij Netkwesties), 13 december:

 

Rob de Wijk, de bekende defensie expert (info HCSS), 12 december:

 

Privacy First
(privacy voorvechter) stuurde op 2 december aan het parlement een kritische brief onder de titel ‘Misdaadbestrijding is niet gediend met bancair sleepnet en navraagplicht‘ en een memo met een uitgebreide reactie.

 

De Bont
(advocatenkantoor) publiceerde op 15 november 2022 het artikel Plan van aanpak witwassen? U bedoelt Plan van uitsluiting financieel systeem!

 


Aanvulling 2 februari 2023
Het onderwerp is ingewikkeld voor de gewone media. Toch is er wat aandacht voor de criminaliteitsbestrijding door banken, bijvoorbeeld bij RTL Nieuws. Op 31 januari verscheen daar het artikel Opeens geblokkeerd door je bank: ‘We konden niets meer betalen’.

In de Telegraaf stond het artikel, ‘Rekening geblokkeerd na gift aan kleinzoon, bank belooft beterschap’, over grootouders die hun boodschappen niet meer konden betalen nadat zij geld overmaakten voor hun kleinzoon die geen Nederlandse naam heeft.

Mensen die dit soort problemen ondervinden met de amateur-misdaadbestrijders van banken willen er vaak niet over praten. Een van mijn contacten schreef nadat ik een oproep deed ervaringen te melden:

Dit kreeg ik terug van een particulier:

“Oh wat goed dat ze dat doet! Wij zitten nog midden in de zaak en komen er liever niet mee naar voren dus ik sla qua verhaal doen even over”

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie