Not-for-profit in het verdachtenbankje van de Europese Commissie

Enige tijd geleden berichtte ik over de door de Europese Commissie uitgebrachte Europese risico analyse inzake witwasbestrijding c.a. , het zgn. Supranational Risk Assessment Report (SNRA).

Not-for-profit: hoog risico

Een van de onderdelen van de SNRA waar ik helemaal niets van begrijp is de plaatsing van de complete not-for-profit sector in het verdachtenbankje van de witwasbestrijding. De Europese Commissie beschouwt dit als een sector met een hoog risico. Dus niet alleen politieke partijen die worden gesponsord door Amerikaanse ultrarechtse groeperingen of moskeeën die geld van Saoedi-Arabië krijgen zijn een hoog risico. Maar ook:

  • alle ziekenhuizen
  • alle overige zorginstellingen
  • de complete onderwijssector
  • de complete welzijnssector
  • alle goede doelen
  • alle sportorganisaties
  • alle humanitaire organisaties

De Europese Commissie plaatst de non-profit sector in het rapport van 26 juni jl. in een “hoog risico” rijtje met:

  • de financiële sector,
  • de goksector,
  • designated non-financial businesses and professions” (onder meer accountants),
  • sectoren waarin veel met contanten wordt gewerkt,
  • hawala bankieren,
  • de vervalsing van valuta.

wat vreemd aandoet.

De Commissie schrijft de EU lidstaten voor in hun nationale risicoanalyse speciale aandacht aan de not-for-profit te besteden [1]. De plaatsing van de complete not-for-profit in de hoogste risicocategorie [2] is wat mij betreft volledig onbegrijpelijk en wordt in het SNRA ook niet toegelicht. In de toelichting [3] lijken de auteurs alleen het bestaan van humanitaire organisaties en sportorganisaties te kennen. De toelichting bevat geen onderbouwing of verwijzing naar bronnen. Het onderzoek wekt de indruk niet te zijn uitgevoerd door mensen met kennis van de not-for-profit [4].

Tegengas?

Het is zorgwekkend dat op basis van dit soort onvoldragen rapporten belangrijke politieke beslissingen worden genomen. Het is hoog tijd dat er tegengas komt, van hoog inhoudelijk niveau.

NB Overigens is het hoog tijd dat de Europese Commissie komt uitleggen waarom de statutair bestuurders van not-for-profit organisaties als ziekenhuizen en onderwijsinstellingen, als ‘beneficial owner‘ worden aangemerkt en in het ubo-register moeten worden geregistreerd.

Noten:
[1] Zie paragraaf 4.3 van het rapport van de Commissie, “Scope of national risk assessments“.
[2] Of de andere ondernemingen / activiteiten terecht als hoog risico worden aangemerkt, bespreek ik hier niet.
[3] Commission staff working document  SWD(2017) 241 final  PART 2/2, 26 June 2017. Accompanying the document  Report  from the Commission to the  European Parliament and to the Council   on the assessment of the risks of money laundeirng and terrorist financing affecting the  internal market and relating to cross-border situations  {COM(2017) 340 final}.
[4] Net als veel Nederlandse antiwitwas guidance lijkt deze informatie uit de koker van mensen betrokken bij de opsporing te komen. Probleem 1: één rotte appel betekent nog niet een rotte sector. Probleem 2: mensen van de opsporing hebben vaak weinig kennis van de not-for-profit.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Not-for-profit, Strafrecht, Ubo-register | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Antiwitwasdatabase van gegevensverzamelaar Dow Jones gelekt

Security onderneming Upguard meldde 17 juli 2017 dat een Dow Jones database met persoonsgegevens is gelekt. Het betreft enerzijds een database met klantengegevens, anderzijds een antiwitwasdatabase, zoals van World-Check:

Also exposed in the cloud leak were the details of 1.6 million entries in a suite of databases known as Dow Jones Risk and Compliance, a set of subscription-only corporate intelligence programs used largely by financial institutions for compliance with anti-money laundering regulations.

Upguard beschrijft de gemaakte fouten en komt tot een vernietigende conclusie:

As illustrated in this cloud leak, and by Dow Jones’s sluggish response, the risky handling of customer data is not a behavior exclusive merely to low-rent firms, but can occur in the operations of esteemed, well-known organizations occupying the upper echelons of the financial world. In short, the problem of cyber risk is pervasive; its consequences are felt everywhere from the boiler room to the boardroom. Enterprises must start regaining control over their IT systems to ensure easily preventable mistakes are caught quickly, or face a costly digital backlash.

Dow Jones heeft al eerder te maken gehad met inbraken, zo blijkt uit dit artikel.

Meer berichten over persoonsgegevensverkopers zijn te vinden onder de tag “gegevensverzamelaars“.


Aanvulling 19 september 2017
Hoe riskant de activiteiten van dit soort gegevensverzamelaars zijn, wordt onderschreven door het recente Equifax schandaal. Tegen dat bedrijf is in de US inmiddels een onderzoek gestart.

Berichten over Equifax zijn onder meer te vinden op security.nl, zoals:

Aanvulling 30 oktober 2017
Recent schreef De Groene Amsterdammer over datahandel door incassobureaus c.s.:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Wwft | onderzoek naar niet-melders gebaseerd op informatie uit strafzaken | kleurloos opzet

Naar aanleiding van een verzoek van Fiscaal up to Date, inzake het evaluatierapport van het niet-melders project Wwft uit mei 2016, is op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) een documentatieset (met het nodige weggelakt) bekend gemaakt.

Bij ‘niet-melders’ gaat het om ondernemingen die hun verplichting tot melding van ongebruikelijke transacties, op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), niet zijn nagekomen.

Doel

Het doel van het niet-melders-project en de samenwerking tussen toezichthouders / opsporingsinstellingen wordt in de door het ministerie verschafte documentatie als volgt beschreven (instelling = Wwft-plichtige ondernemer):

Cijfers

In de set zijn overzichten opgenomen. Overigens verschillen de getallen op pagina’s 28 en 29 van die op pagina’s 34 en 35 en is nergens duidelijk vermeld over welke periode het gaat.

Uit de overzichten op pagina’s 28 en 29 blijkt:

  • Het niet-melders-onderzoek is in de meeste gevallen (41%) gebaseerd op signalen van FIOD/politie. De afdeling van de belastingdienst die onder meer toezicht houdt op handelaren, het Bureau Wwft, heeft 39% van de signalen afgegeven.
  • Volgens een overzicht per meldgroep, gaat het om 20 handelaren, 9 notarissen, 4 accountants, 4 belastingadviseurs, 2 makelaars en 2 trustkantoren.
  • Uit het overzicht blijkt dat 24% van de zaken (10) tot een veroordeling heeft geleid. In twee zaken is het onderzoek gestopt en drie zijn geseponeerd. De overige zaken zijn in andere stadia.

Kleurloze opzet

Onrustbarend is dat van enige schuld bij de Wwft-plichtigen geen sprake hoeft te zijn.  Op pagina 42 schrijven de rapporteurs in paragraaf 6.4:

Het komt er op neer dat als een Wwft-plichtige meende niet te hoeven melden omdat een transactie niet ongebruikelijk leek te zijn, betrokken Wwft-plichtige toch strafbaar is wegens niet-melden als achteraf blijkt dat er wel sprake is van een ongebruikelijke transactie.

Ik hoor graag van strafrechtdeskundigen hoe dat kan!

Waar rook is, is vuur

Uit het bovenstaande kan het volgende worden afgeleid.

  • Als in strafrechtelijke onderzoeken een Wwft-plichtige onderneming naar voren komt als (al dan niet bewust) betrokkene bij criminaliteit, veronderstelt de opsporing dat betrokken Wwft-plichtige de criminele activiteiten had moeten vermoeden, wat betekent dat er een Wwft-melding had moeten worden gedaan. De Wwft-plichtige is dan strafbaar wegens niet-melden, ook al wist hij van niets.
  • Iedere Wwft-plichtige onderneming die een klant blijkt te hebben met criminele activiteit, zal voorwerp van onderzoek naar naleving van de Wwft worden.

Tsunami van meldingen

Als dit bij alle Wwft-plichtigen doordringt, kan een meldings-tsunami gaan ontstaan, zoals dat naar verluid in de UK al gebeurt.

NB 1 Een andere meldings-tsunami gaan we krijgen als belastingadviseurs ‘constructies’ moeten melden.

NB 2 In de documentatie wordt overigens beweerd dat er onvoldoende gemeld zou worden, zonder dat dat op enige wijze wordt onderbouwd.

Meer informatie:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , | 4 reacties

AMLD4 | bericht van de Wwft-toezichthouder van accountants en administratiekantoren

Bureau Financieel Toezicht, de toezichthouder voor onder meer accountants en administratiekantoren, publiceerde op 17 juli jl. een bericht over de aanpassing van de Wwft.

Stand van zaken Voorstel Aanscherping WWFT
Nieuwsbericht 17 juli 2017

De nieuwe, vierde anti-witwasrichtlijn leidt tot aanscherpingen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) die ook voor personen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten gevolgen zal hebben. Dit zijn ook de instellingen onder WWFT-toezicht van het BFT.

De nieuwe WWFT heeft de oorspronkelijke ingangsdatum van 26 juni 2017 niet gehaald. Het verslag van de openbare internetconsultatie van het ontwerpvoorstel Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn is inmiddels wel gepubliceerd.

De verwachting is dat het conceptwetsvoorstel, na advies van de Raad van State, op korte termijn wordt ingediend bij de Tweede Kamer.

Hierna alvast enige belangrijke toekomstige wijzigingen voor de instellingen onder toezicht van het BFT.

Kantoorspecifieke risicobeoordeling en opleidingen
Zowel grote als kleine instellingen worden in het kader van risicomanagement verplicht tot het opstellen van een risicobeoordeling en het instellen van de compliancefunctie. Deze, voor kleinere instellingen deels nieuwe, verplichtingen zullen leiden tot maatregelen die in verhouding moeten staan tot de aard en omvang van de instelling (proportionaliteit).

De WWFT schrijft nu al een risicogebaseerde aanpak van kantoororganisatie en bedrijfsvoering voor. Alle instellingen zijn in de toekomst verplicht om een beoordeling van de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme op te stellen, vast te leggen en actueel te houden. Bij de beoordeling van de risico’s moet de instelling onder meer rekening houden met haar cliënten, de landen en geografische regio’s waar de instelling werkzaam is en (mogelijkheden tot misbruik van) haar dienstverlening. De nieuwe bepalingen aangaande risicobeoordeling hebben een dwingender karakter dan de actueel geldende normen: de instellingen worden verplicht de identificatie en beoordeling van hun risico’s op witwassen en financieren van terrorisme vast te leggen, actueel te houden en op verzoek aan de toezichthouder te verstrekken. De instelling dient de risicobeoordeling ten grondslag te leggen aan de ontwikkeling van haar beleid, bestaande uit procedures en maatregelen, om de geïdentificeerde kantoorrisico’s te beperken en effectief te beheren. Naast de uitvoering van het cliëntenonderzoek en het monitoren van transacties, kan hierbij gedacht worden aan de ontwikkeling van opleidingen voor medewerkers en aanvullende beheersmaatregelen.

De instelling is al verplicht te voorzien in relevante opleidingen voor haar werknemers, zodat zij in staat zijn een ongebruikelijke transactie te herkennen en een cliëntenonderzoek goed en volledig te kunnen uitvoeren. Volledigheidshalve wordt hier de in aankomende wijziging van de WWFT aan toegevoegd dat deze opleidingen dienen te zijn afgestemd op de risico’s, aard en omvang van de instelling. Hiermee wordt bewerkstelligd dat werknemers over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om de vereisten van de WWFT te kunnen naleven, specifiek zoals deze van toepassing zijn op de instelling waarvoor zij werkzaam zijn.

De risicobeoordeling kan er ook toe leiden dat een instelling tot de conclusie komt dat onvoldoende beheersmaatregelen mogelijk zijn en dat daarom bepaalde risico’s in het geheel moeten worden vermeden.

Naast bovengenoemde kantoorspecifieke risicobeoordeling is een andere verplichting voor personen die handelen in het kader van hun beroepsactiviteiten dat de compliancefunctie wordt ingericht, afhankelijk van de aard en omvang van een instelling.

(Verscherpt) Cliëntenonderzoek
De aan te passen WWFT leidt tot scherpere maatregelen voor cliëntenonderzoek. Er zijn minder mogelijkheden voor het toepassen van het vereenvoudigd cliëntenonderzoek. Nog meer dan voorheen wordt uitgegaan van een risicogebaseerde benadering bij de uitvoering van het (verscherpt) cliëntenonderzoek. Het cliëntenonderzoek kan in gevallen van laag risico niet meer achterwege worden gelaten, zoals nu nog onder bepaalde omstandigheden mogelijk is.

Aan het kader van een verscherpt cliëntenonderzoek wordt toegevoegd de verplichting om onderzoek te verrichten naar alle complexe en uitzonderlijk grote transacties en uitzonderlijke transactiepatronen, die geen duidelijk economisch of rechtmatig doel hebben. In het geval van een dergelijke transactie dient de gehele zakelijke relatie met een cliënt door de instelling aan een verscherpte controle te worden onderworpen. Ook dient een verscherpt cliëntenonderzoek plaats te vinden indien de cliënt woonachtig of gevestigd is in een staat die door de Europese Commissie is aangewezen als een ‘hoog risico’-staat.

In het kader van het verscherpt cliëntenonderzoek komt de verplichting voor instellingen terug om door middel van ‘passende risicobeheersystemen’ te bepalen of een cliënt of uiteindelijk belanghebbende (UBO) een Politiek Prominente Persoon (PEP) is en om, in het geval van een PEP, verscherpte maatregelen te treffen.

Bij twijfel aan de betrouwbaarheid (juistheid of volledigheid) van eerder verkregen gegevens van of over de cliënt moet (hernieuwd) cliëntenonderzoek worden verricht met het resultaat dat de gegevens waarheidsgetrouw en toereikend zijn.

PEP en UBO
De definitie van Politiek Prominente Persoon (PEP) wordt uitgebreid. Van de instellingen wordt verlangd dat zij rekening blijven houden met het risico van een PEP ook nadat die zijn politieke functie heeft neergelegd.
Ook in de definitie van de uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’ ofwel UBO) zijn veranderingen aangebracht ten opzichte van de huidige WWFT. Naast een aanscherping vindt ook een uitbreiding plaats van het UBO-begrip zoals, onder bepaalde omstandigheden, het hoger leidinggevend personeel. Verder wordt verduidelijkt dat een instelling met betrekking tot een UBO op opvraagbare wijze vastlegt wat de aard en omvang is van het door deze persoon gehouden uiteindelijk belang. Het is immers niet alleen relevant om te weten wie deze persoon is, maar ook om te weten waarom hij kwalificeert als UBO.

Zie ook hierna over de introductie van een ultimate beneficial owner (UBO)-register.

UBO-register
De vierde anti-witwasrichtlijn verplicht lidstaten om een centraal register voor uiteindelijk belanghebbenden (UBO-register) in te richten. Dit register gaat transparant maken wie de uiteindelijk belanghebbende achter een onderneming of rechtspersoon is. Het UBO-register wordt via een apart wetsvoorstel ‘Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden’ ingevoerd.

Overig
De wijzigingen in de WWFT zijn zodanig dat de hele wettekst opnieuw wordt gerubriceerd. Internationale samenwerking wordt uitgebreid. Ook wijzigen de bevoegdheden van de toezichthouders om handhavend op te treden bij overtredingen van de WWFT.

Voor meer informatie zie: Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn.

Bron: het bericht van BFT

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | 2 reacties

De rechtsstaat door de ogen van Alex Brenninkmeijer

Onlangs interviewde BNR de voormalige Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer. Brenninkmeijer heeft nog steeds zware kritiek op de Nederlandse regering, als het de instandhouding van de Nederlandse rechtsstaat betreft, zo blijkt uit het interview dat via de pagina “De rechtsstaat door de ogen van Alex Brenninkmeijer” kan worden teruggeluisterd.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Niet geïnstalleerde advocaat

Op de site van het Advocatenblad stond een intrigerend artikeltje over niet-geïnstalleerde advocaten. In het artikel wordt een deken geciteerd, die zou hebben gesproken over “installeren” van advocaten. Ook zou hij gezegd hebben dat het toenemend aantal juridisch adviseurs een bedreiging voor de advocatuur vormt. Dat is vreemd, want advocaten worden “beëdigd” en juridisch adviseurs mogen hun diensten vrij aanbieden.

Gelukkig is de kop van het artikel wel juist: “Deken West-Brabant ten strijde tegen nepadvocaten“. Want je mag je geen advocaat noemen als je het niet bent…

 

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Tags: , | Plaats een reactie

Framing | “Wet aanpak belastingontduiking” gaat niet over belastingontduiking

De moderne Nederlandse overheid is alleen nog bezig met overheidsmarketing.

Het triomfantelijk aangekondigde consultatievoorstel “Wet aanpak belastingontduiking” gaat namelijk helemaal niet over belastingontduiking. Het gaat over verbetering van de mogelijkheden tot incasso van vorderingen op belastingschuldigen en aansprakelijk gestelden, de zgn. invordering.

Openbaarmaking | Rotte appel of rotte beroepsgroep?

Het ministerie zegt dat juridische beroepsbeoefenaren moeten worden aangepakt door openbaarmaking van vergrijpboeten. Dat is al lang niet meer nodig want zij zitten doodsbang in een hoekje te huilen. De vraag of het om enkele rotte appels of om rotte beroepsgroepen gaat wordt niet beantwoord. De sterke suggestie is dat het laatste aan de orde is, maar het staat nergens.
En trouwens: de consultatie gaan niet over juridische beroepsbeoefenaren. Het voornemen is nl. “Openbaarmaking van vergrijpboeten aan deelnemers“. Het gaat om iedereen die “deelneemt” aan een “beboetbaar feit“, dus dat kan de administratieve medewerker, de manager en de bedrijfsfiscalist van het frauderende bedrijf zijn. Wat ‘deelnemers’ zijn wordt uitgelegd in het ‘beleidsdocument openbaarmaking boeten“, zie het citaat hier onder. Over de openbaarmaking worden geen voorstellen gedaan, er worden alleen vragen gesteld.

Alleen uit de aanhef van de vragen blijkt dat het om juristen gaat:

Ter zake van de vragen geldt de situatie waarin een juridische beroepsbeoefenaar vanwege een overtreding als deelnemer een vergrijpboete wordt opgelegd.

De gestelde vragen betreffen alle deelnemers aan beboetbare feiten. En er missen allerlei belangrijke vragen, zoals:

Vraag 6
Is gewenst dat de oplegging van vergrijpboetes en het besluit tot openbaarmaking door de rechter wordt genomen, vanwege het ‘criminal charge’ karakter?

Vraag 7 [zou eigenlijk de eerste vraag moeten zijn]
Is er reden om specifieke personen of beroepsgroepen op het punt van openbaarmaking anders te behandelen (bijvoorbeeld bedrijfsfiscalisten, statutair bestuurders, bedrijfscontrollers, administratief medewerkers, accountants, notarissen, advocaten, belastingadviseurs)? Zo ja, waarom? Dient die aparte behandeling ook tot uitdrukking te komen in de beroepsregelgeving van betrokken personen / beroepsgroepen?

Werk aan de winkel voor aansprakelijkheids- en invorderingsspecialisten!

Meer informatie:

Vergrijpboete

Uitleg in het ‘beleidsdocument openbaarmaking boeten” over de vergrijpboete

Op grond van artikel 5:1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 67o van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt onder overtreder in de fiscaliteit en toeslagen niet alleen verstaan degene die de overtreding pleegt. Onder overtreder wordt mede verstaan degene die de overtreding medepleegt (medepleger), degene die tot het feit opdracht heeft gegeven (opdrachtgever) en die feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging (feitelijk leidinggever). Met ingang van 1 januari 2014 is, mede naar aanleiding van de zogenoemde “Bulgarenfraude”, de kring van potentiële overtreders in de toeslagen en fiscaliteit uitgebreid. Zo wordt sindsdien onder overtreder mede verstaan degene die de overtreding doet plegen (doen pleger), degene die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, misleiding, of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen de overtreding opzettelijk uitlokt (uitlokker) en degene die als medeplichtige opzettelijk behulpzaam is bij of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft tot het plegen van de overtreding. Het betreft dan (rechts)personen die deelnemen aan het begaan van een overtreding. Die deelnemer kan een juridische beroepsbeoefenaar zijn. Met uitzondering van de medeplichtige kan aan alle genoemde overtreders een verzuimboete worden opgelegd.

Vergrijpboeten kunnen worden opgelegd indien bijvoorbeeld sprake is van opzettelijk of grofschuldig niet tijdig betalen. Opzet is het willens en wetens handelen of nalaten. Onder opzet wordt mede voorwaardelijk opzet verstaan. Daaronder wordt verstaan: het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een handelen of nalaten tot gevolg heeft dat de beboetbare gedraging wordt begaan. Onder grove schuld wordt verstaan: een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van onachtzaamheid. In de gevallen waarin een vergrijpboete kan worden opgelegd is doorgaans dus sprake van (een zekere mate van) bewustheid van de overtreder bij het begaan van de overtreding, terwijl daar bij verzuimboeten geen sprake van hoeft te zijn. Indien een overtreder een verzuim- of vergrijpboete wordt opgelegd, kan hij daartegen in bezwaar en (hoger) beroep. De boete is onherroepelijk wanneer niet binnen de bezwaartermijn of (hoger) beroepstermijn bezwaar of beroep wordt aangetekend of wanneer de boete in laatste rechterlijke instantie in stand blijft.

Ingevolge de Wet op het financieel toezicht (Wft) bestaat voor bepaalde toezichthouders al langer de mogelijkheid om bepaalde besluiten openbaar te maken. Zo kan de toezichthouder ingevolge de artikelen 1:97 en 1:98 van de Wft het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie openbaar maken zodra het besluit onherroepelijk is geworden. Indien tegen het besluit bezwaar, beroep of hoger beroep is ingesteld, maakt de toezichthouder de uitkomst daarvan tezamen met het besluit openbaar. Ingevolge artikel 1:98, eerste lid, van de Wft wordt openbaarmaking echter uitgesteld of geschiedt deze in zodanige vorm dat de openbaar te maken gegevens niet herleidbaar zijn tot afzonderlijke personen, voor zover die gegevens anders herleidbaar zouden zijn tot een natuurlijk persoon en bekendmaking van zijn persoonsgegevens onevenredig zou zijn of betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend.

Een vergrijpboete kan worden opgelegd wegens het “opzettelijk of grofschuldig niet tijdig betalen”. Dat suggereert dat simpelweg te laat betalen tot een vergrijpboete kan leiden, wat iets anders lijkt te zijn dan het onjuist aangifte doen, maar misschien is de tekst niet helemaal volledig (iets om naar te kijken).

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: | Plaats een reactie

Elektronicawinkel aangeklaagd wegens verkoop van onveilige smartphones

Eerder signaleerde ik dat in Nederland wordt geprocedeerd tegen producent Samsung wegens het niet tijdig voorzien van de eigen smartphones van veiligheidsupdates. Niet alleen producenten krijgen aandacht. Ook winkeliers moeten op hun tellen passen.

In Duitsland is een klacht ingediend tegen een elektronicawinkel die een onveilige smartphone aanbiedt, waarvan is vastgesteld dat het apparaat respectievelijk de software vijftien ernstige veiligheidsdefecten heeft die niet hersteld kunnen worden. Het betreft een android telefoon van leverancier Mobistel, model Cynus T6, die voor 99 euro te koop wordt aangeboden.

Het maakt duidelijk dat consumentenorganisaties niet meer accepteren dat producenten en verkopers van elektronische apparatuur producten aanbieden die onveilig zijn, of niet dan wel niet lang genoeg van veiligheidsupdates worden voorzien.

Meer informatie:


Aanvulling 2 augustus 2017
Uit het bericht op security.nl, Amazon staakt verkoop Blu-smartphones wegens privacyzorgen, blijkt dat ook andere winkeliers voorzichtiger worden met onveilige producten.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

De surveillance maatschappij komt er aan | sleepnetwet

De tekenen zijn duidelijk: de surveillance maatschappij komt er aan. Naar degenen uit de ‘oude’ wereld die daar over mopperen, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens, wordt niet geluisterd.

Recente mijlpalen zijn het aannemen van het sleepnet wetsvoorstel en de grondwetswijziging die het makkelijker maakt privégegevens te doorzoeken. Voor wie daar meer over wil weten, zijn er artikelen met een uitvoerige uitleg, waarvan ik hierna vindplaatsen vermeld.

Sleepnetwet | grootschalig afluisteren van burgers

Grondwetswijziging | meer bevoegdheden overheid om privégegevens te doorzoeken

Waarschuwingen

Waarschuwingen door gerenommeerde partijen worden in de wind geslagen, zoals die van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) in het rapport “Big Data in een vrije en veilige samenleving”. Zie voor de Engelse versie “Big Data and Security Policies: Serving Security, Protecting Freedom“.

Waar gaat het naar toe?

Mijn indruk is dat op het niveau van de rijksoverheid en het parlement weinig belangstelling bestaat voor de risico’s van de digitale samenleving. Met de mond wordt beleden dat men er wel aandacht voor heeft. Er zijn echter nog geen overheidsplannen zichtbaar om een tegenmacht te organiseren. De kritiekloze omarming van de nieuwe mogelijkheden heeft de overhand.


Aanvulling 25 juli 2017

Aanvulling 30 oktober 2017
Bob Hoogenboom schreef voor het NRC Slepen of niet slepen, dat is níet de vraag, waarin hij zegt dat het bij surveillance moet gaan over sterk toezicht op degenen die deze ingrijpende bevoegdheden gebruiken: “Of er voldoende (krachtig) toezicht is op de veiligheidsdiensten, is één van de echt belangrijke vragen“.

Overigens vind ik zijn tekst

Google, de Belastingdienst, zorginstellingen, werkgevers, verzekeraars, advocaten en WhatsApp weten veel over ons. Maar ieder vanuit een specifieke functie en belang. En binnen wettelijke kaders

naïef aandoen. Google en Whatsapp houden zich juist niet aan regels en krijgen niet voor niets kritiek van toezichthouders. Of de informatie bij werkgevers en advocaten wel te vergelijken is met de informatieberg van Google, fiscus en bepaalde andere commerciële partijen, is de vraag.

Aanvulling 14 november 2017
Lars Duursma schreef “Onder het mom van veiligheid is niemand straks nog veilig” en zegt onder meer “Onder het mom van veiligheid eist de overheid steeds meer toegang tot de meest persoonlijke gegevens van onschuldige mensen.” en “Waar ik het meest bang voor ben, is niet dat hier ooit een aanslag komt. Maar dat iedere inwoner van Nederland elke dag weer bang moet zijn bij alles wat hij zegt of doet, omdat werkelijk alles afgeluisterd wordt en hij zelfs in z’n eigen auto niet langer veilig is.

Aanvulling 18 december 2017
In een persbericht van 15 december 2017 onder de titel “Balans privacy en veiligheid juridisch verankerd in nieuwe wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten” laat het kabinet weten dat een aanvulling op de sleepnetwet wordt voorbereid:

Balans privacy en veiligheid juridisch verankerd in nieuwe wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten
15 december 2017 – 15:09

Voor het kabinet gaan de belangen van veiligheid en privacy hand in hand. Er kan, mag en zal geen sprake zijn van het willekeurig en massaal verzamelen van gegevens van burgers. De nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) biedt hiertoe al de nodige waarborgen, maar het kabinet zal op een aantal specifieke onderdelen nog scherper toezien dat de juiste balans tussen veiligheid en privacy is geborgd. Deze balans waarborgt de privacy van burgers terwijl de inlichtingen- en veiligheidsdiensten over de noodzakelijke middelen beschikken om te zorgen voor veiligheid en de verdediging van onze democratische rechtsstaat. De ministerraad heeft op voorstel van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Bijleveld van Defensie ingestemd met toezending van een brief aan de Tweede Kamer hierover.

Vertrouwde partners
Omdat bedreigingen voor de veiligheid vaak internationaal zijn, is ook een internationale aanpak nodig. Maar dat betekent niet dat informatie van de AIVD en MIVD zomaar uitgewisseld wordt met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De Wiv 2017 stelt meerdere criteria die moeten worden gewogen voordat de AIVD met een dienst mag samenwerken, zoals de parlementaire controle in een land, de mensenrechtensituatie en het niveau van gegevensbescherming. Op basis van deze afweging wordt bepaald hoeveel informatie er kan worden gedeeld. De ministers van BZK en Defensie zullen versneld de zogenaamde wegingsnotities opstellen voor die partners waarmee intensief wordt samengewerkt. Hierdoor kan toezichthouder CTIVD bij inwerkingtreding van de Wiv 2017 direct een substantiële toetsing van deze internationale samenwerking uitvoeren.

Evaluatie na twee jaar
De evaluatie van de Wiv 2017 wordt vervroegd uitgevoerd door een onafhankelijke commissie na twee jaar. Als uit de evaluatie blijkt dat er extra waarborgen in de wet moeten worden opgenomen, dan zal het kabinet daarvoor voorstellen indienen. De commissie zal bestaan uit deskundigen op het gebied van privacy, veiligheid en techniek. Zij krijgen toegang tot alle gegevens, ook staatsgeheimen, en hun rapport zal openbaar zijn.

Bewaartermijn
De Wiv 2017 regelt voor het eerst een algemene bewaartermijn voor verzamelde informatie door de diensten. Allereerst geldt dat van de daadwerkelijk geïntercepteerde data naar verwachting 98% direct weer verwijderd en vernietigd wordt. De overgebleven informatie verkregen uit onderzoek naar digitale datastromen mag maximaal drie jaar worden bewaard. Voor alle andere gegevens die voortkomen uit onderzoek geldt een maximale bewaartermijn van één jaar. Het kabinet zal ervoor zorgen dat bij inwerkingtreding van de wet instrumentarium beschikbaar is waarmee gegevensbescherming is geborgd, zodat de CTIVD dit onmiddellijk kan betrekken bij zijn toezichthoudende taken.

Bij de tijd brengen
Om Nederland zo veilig mogelijk te maken, moeten de AIVD en MIVD daar zijn waar de informatie is. In de 21ste eeuw communiceren kwaadwillenden met apps, mobiele communicatiemiddelen en via cloud services. En niet meer via de vaste telefoonlijn. Met alleen traditionele inlichtingenmethoden als volgen, observeren en het aftappen van telefoongesprekken lopen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten informatie mis. De Wiv 2017 brengt de bevoegdheden van de diensten bij de tijd, zodat zij hun werk goed kunnen uitvoeren en niets missen. Dit om onze nationale veiligheid, onze digitale veiligheid en onze militairen op missie te beschermen.

Overigens zijn er ook groepen die van mening zijn dat deze berichtgeving misleidend is, onder meer PrivacyBarometer.

Aanvulling 28 december 2017
In het FD stond een artikel over Mifid II, waarin iemand van een zakenbank zegt (over hun klanten die beleggen) “Dat betekent dat de zakenbank niet alleen persoonlijke gesprekken en telefoontjes met klanten moet bewaren, maar ook Bloomberg-chats, e-mails en zelfs WhatsApp-gesprekken.” en dat de bank ook nog met de privacy regels rekening moet houden. In ieder geval is surveillance in de financiële sector vaste praktijk, al zullen de meeste burgers zich dat niet realiseren.

Aanvulling 26 januari 2018
Lees ook bij Ftm Harry Lensink, Wat doet de geheime dienst met al die data?

Aanvulling 15 februari 2018
Zie ook het BNR artikel met interview strafadvocaat Inez Weski over de sleepnetwet.
Ook boeiend: Farid Tabarki op 15 februari in zijn column “Tentakels” over de ‘sleepwet’, hij besluit met “Huiskamer, slaapkamer en werkkamer blijven privé zolang de overheid er niets te zoeken heeft“.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Terrorisme bevorderende antiterrorismemaatregelen

Taru Spronken schreef voor het Nederlands Juristenblad een artikel over de Nederlandse antiterrorismemaatregelen, met als titel “Terroristische dreiging“. Zij bespreekt of de huidige maatregelen wel in overeenstemming zijn met beginselen van de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten. Ze sluit af met:

Het lijkt erop dat de grens van aanvaardbaarheid van repressieve maatregelen ter voorkoming van terroristische aanslagen wel is bereikt.

Haar zorg is dat de huidige maatregelen juist terrorismebevorderend zijn:

Maar de cruciale vraag blijft of de voorgestelde maatregelen helpen onze samenleving veiliger en harmonieuzer te maken. Dan gaan mijn gedachten weer terug naar de 28 jarige man die vast zit in Heerlen, die geen verdachte is van het plegen van aanslagen, maar kennelijk wel in een lopend terrorismeonderzoek in het vizier is gekomen. Als nu na anderhalve maand blijkt dat hem niets verweten kan worden, zou dat niet ook radicalisering in de hand kunnen werken?

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , | Plaats een reactie