Unexplained Wealth Order | AML

UK is the country of ‘nominee shareholders’ and ‘nominee directors’. It is also the country of the ‘Unexplained Wealth Order’ (UWO). In practice it means every person has to prove the source of his or her property. That is an impossible assignment so hopefully this system is only applied to rogues.

Recently the first person faces losing UK property worth millions of pounds unless she can explain the source of her wealth, following a judgment at the high court, according to an article in The Guardian.

More information:

 

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Spionnen | Peter Lievense (iBestuur)

Niet alleen de artikelen op iBestuur zijn de moeite waard. Ook de inleidende teksten van Peter Lievense zijn lezenswaardig, zoals in de laatste iBestuur nieuwsbrief van 18 oktober 2018.

Spionnen
Op onderhoudende wijze schrijft Lievense over de vier Russische pottenkijkers in Den Haag, de microchips ter grootte van een rijstkorrel die mogelijk in de servers van Supermicro verstopt zitten, de Saoudische journalist wiens executie via zijn smartwatch zou zijn opgenomen. Hij besluit met het gesnuffel van de ‘good guys’ waarover we ons geen zorgen lijken te maken en met de vraag:

Kunt u mij vertellen of mijn persoonsgegevens conform AVG zijn opgeslagen in de Amerikaanse cloud?

Openstaan voor kritiek
In de nieuwsbrief wordt het artikel van Rejo Zenger aangekondigd, “Openstaan voor kritiek“, met als intro: “De politie experimenteert met nieuwe technologie. Op zich is daar niets mis mee, maar dan moet het ook openstaan voor kritiek en geen moeilijke vragen onbeantwoord laten.“.

iBestuur
iBestuur publiceert lezenswaardige nieuwsbrieven, online hier te raadplegen. Aanmelding voor de e-mail nieuwsbrief kan via deze pagina.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Belang bij ontslag van een bestuurder van de stichting | uitspraak Hoge Raad

Het ontslaan van een bestuurder van een stichting kan soms niet makkelijk gerealiseerd worden. Dat heeft met onvolkomenheden in de regels inzake stichtingen in het rechtspersonenrecht te maken.
Onlangs kwam een procedure over het ontslag van een bestuurder van een stichting bij de Hoge Raad terecht. In die procedure komt onder meer aan de orde wie als belanghebbende kunnen worden aangemerkt bij ontslag van een bestuurder van een stichting.

De Hoge Raad bespreekt eerst het algemene kader:

In art. 2:298 lid 1 BW, art. 2:299 BW en art. 2:21 lid 4 BW is niet in het algemeen vermeld wie tot de belanghebbenden in de zin van deze bepalingen zijn te rekenen. Dit moet uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen worden afgeleid. Bij de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, zal een rol spelen in hoeverre deze door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang, of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen. (Vgl. HR 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8290, NJ 2007/45, rov. 3.4.2.)

Het gerechtshof heeft in de voorafgaande uitspraak geoordeeld dat degene die cassatie heeft ingesteld geen belang zou hebben omdat hij:

niet zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, te weten het bestedingsbeleid van de Stichting, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen

Daar is de Hoge Raad het niet mee eens (degene die cassatie heeft ingesteld is als “[verzoeker]” aangeduid):

Vast staat dat [verzoeker]
(a) van 2004 tot 2012 bestuurder van het ANV is geweest, dus in een periode dat de Stichting de fondsen van haar oprichtster, het ANV, beheerde en administreerde,
(b) sinds 2009 bestuurslid is van de ANV-afdeling Nederland,
(c) zich in het verleden ervoor heeft sterk gemaakt dat de hiervoor in 3.1 onder (iv) bedoelde statutenwijziging deels is teruggedraaid, en (d) tijdens zijn bestuurslidmaatschap van het ANV en nadien erop is blijven wijzen dat de Stichting, ook na de hiervoor in 3.1 onder (v) bedoelde statutenwijziging, (te veel) kosten van het ANV voor rekening van het [A]-fonds bracht.
Het hof heeft door te oordelen dat deze omstandigheden, ook in onderlinge samenhang beschouwd, ontoereikend zijn voor de conclusie dat [verzoeker] voldoende nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in deze procedure wordt behandeld (te weten: de vraag of het bestedingsbeleid van de Stichting voldoet aan de testamentaire – en statutaire voorwaarden), onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang.
Zonder nadere motivering valt immers niet in te zien dat een en ander onvoldoende is om [verzoeker] als belanghebbende aan te merken. Daarbij is van belang dat aan de door het hof in aanmerking genomen omstandigheid dat [verzoeker] geen bestuurder van de Stichting is (geweest) in dit verband geen beslissende betekenis toekomt.

en verder:

Onderdeel 3.3 klaagt daarnaast terecht dat het hof in rov. 2.11 voor de ontvankelijkheid van [verzoeker] in zijn verzoeken mede van belang heeft geacht dat de in art. 2:298 BW en art. 2:21 BW genoemde voorzieningen buitengewoon zwaar ingrijpen in (de governance van) de Stichting.
Deze omstandigheid dient te worden betrokken bij de inhoudelijke beoordeling van de verzoeken van [verzoeker] , maar speelt geen rol bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de verzoeker in verzoeken als de onderhavige.

Deze uitspraak is belangrijk voor degenen die betrokken zijn bij stichtingen.

Meer informatie: 

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Plaats een reactie

Alle uitzendingen gemist | NPO

Lang geleden, toen de NPO nog een uitzendinggemist app had met categorieën (zoals nieuws en documentaires), keek ik nog wel eens naar een tv-programma. Toen ze dat afschaften, haakte ik af, want me door alfabetische lijsten van onbekende programma’s heen werken is zonde van de tijd.

Onlangs bracht de NPO een nieuwe app uit. Helaas, het is nog steeds onder de maat. Het aantal categorieën is op de vingers van twee handen te tellen:

Hinderlijk is verder dat voor een aantal functies ingelogd moet worden en ze een e-mail adres willen hebben:

Wat een onzin! Nergens goed voor.
En dan nog die onsmakelijke ‘aanbevelingen’ voor bepaalde tv-programma’s:

Ik heb de app meteen verwijderd. Zonde van mijn belastingcenten.

Kennelijk kan het publieke media product alleen met onsmakelijkheid worden verkocht. Juist de NPO zou het goede voorbeeld moeten geven met een app die aan de hoogste privacy standaarden voldoet (dus geen tracking, geen persoonsgegevens vragen of registreren) en die niet mee doet aan de mode van sensatienieuws.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Freeports, letterboxes and shell companies | AML | EPRS

On 18 October 2018 the thinktank of the European Parliament (EPRS) published “Golden visa, free ports and letterbox companies from a money laundering and tax evasion perspective“.

Golden visa, free ports and letterbox companies from a money laundering and tax evasion perspective

Posted by IMPT
October 18, 2018
Written by Ron Korver

Taxation and money laundering are hot topics these days. Following numerous scandals such as the ‘Lux leaks’ revelations, the ‘Panama Papers and the continuing banking scandals, many people ask whether the current system in which some companies and the super-rich get away with low or zero taxes – whereas ordinary citizens have to foot the full tax bill – is still fair. With public expenditure under pressure, some feel they have to compensate for the ‘race to the bottom’ in the area of corporate taxation to keep the public sector going.

Today’s meeting of the European Parliament’s Special Committee on Financial Crimes, Tax Evasion and Tax Avoidance (TAX3) will be devoted to ‘golden visa’, ‘free ports’ and ‘letterbox companies’ from a money laundering and tax evasion perspective. During the meeting on 18 October 2018, in-house researchers from the EPRS Ex-Post Evaluation Unit and the European Added Value Unit will present three in-house studies to TAX3 Members.

The first study, on citizenship by investment (CBI) and residency by investment (RBI) schemes in the EU analyses the state of play and issues surrounding citizenship and residency by investment schemes (also known as ‘golden passports’ and ‘golden visas’) in the EU. It looks at their economic, social and political impacts and examines the risks they carry in respect of corruption, money laundering and tax evasion. The study compares the schemes offered by several EU Member States.

The second study provides an insight into the money laundering and tax evasion risks in connection to free ports, particularly those that function as (semi-) permanent storage for high value goods, such as art, antiques, diamonds or luxury wines. It provides an appreciation of the effectiveness of the Union Customs Code, the EU Anti-Money Laundering Directive and the Directive on Administrative Cooperation in addressing these risks and makes the connection to the unregulated market of ‘investment art’. Part of the research consists of a case study into the legal and supervisory framework at ‘Le Freeport’ in Luxembourg.

The third study gives an overview of shell companies in the European Union, the main common feature of which is the absence of real economic activity in the Member State of registration. The study aims to contribute to a better understanding of the phenomenon of shell companies by seeking to estimate the incidence of such companies, by means of a set of ‘proxy’ indicators at Member State level. It also explains the main risks associated with shell companies and current policies aimed at mitigating the risks identified.

The three studies contribute together to provide the TAX3 Committee with a comprehensive overview of the policy options for dealing with tax avoidance in the EU.

Shell companies
The third report gives the following definitions in regard of ‘shell companies’:

Anonymous shell companies: this type of ‘shell’ company provides anonymity as a key element, while simultaneously guaranteeing control over the shell company and its resources. The ultimate beneficial owner (UBO) remains hidden behind this company, or behind a chain of interconnecting shell companies, often in several jurisdictions. This type of company has featured prominently in many International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) reports over the past years, not least those based on the Panama Papers leaks. Such companies are often mentioned in relation to tax evasion, corruption, money laundering and terrorist financing.

Letterbox companies: this second type of ‘shell’ company, also referred to as a ‘mailbox’ company, is generally a company registered in one Member State while its substantive economic activity takes place in another Member State. These companies are sometimes used to circumvent labour laws and social contributions in the Member State in which the substantive economic activity is taking place. These ‘letterbox’ or ‘mailbox’ companies are generally mentioned in the context of circumvention of the Posting of Workers Directive.

Special purpose entities (SPEs): this third type of ‘shell’ company refers to entities whose core business consists of group financing or holding activities. These are entities with no or few employees, little or no physical presence in the host economy, and whose assets and liabilities represent investments in or from other countries. In this context, SPEs are usually mentioned with regard to their possible use in aggressive tax planning.

The main common feature of the above three types of shell company is the absence of real economic activity in the Member State of registration. This generally means that such companies have no (or few) employees and/or no (or little) production and/or no (or little) physical presence in the Member State of registration.

It is interesting to see what ‘anonymous’, ‘absence of real economic activity’ and other elements of the definition mean.

Geplaatst in Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Bestuursrechtelijke handhaving ontbreekt in WODC rapport “Criminaliteit en rechtshandhaving 2017”

Onlangs verscheen het WODC rapport “Criminaliteit en rechtshandhaving 2017”. De focus ligt op het strafrecht.

Opvallend aan dit rapport is dat er geen aandacht is voor de bestuursrechtelijke handhaving terwijl het belang daarvan is toegenomen. Het lijkt er op dat de weg van het strafrecht in de praktijk wordt verlaten. De privatisering van de criminaliteitsbestrijding (bijvoorbeeld via de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft) ontbreekt volledig. Het woord ‘witwassen’ komt maar één keer voor. Terrorismefinanciering ontbreekt geheel.

Het is bizar dat criminaliteitsbestrijding via het bestuursrecht geen volwaardig onderdeel is van dit rapport. We moeten het doen met een inleidend paragraafje (paragraaf 2.2.6 Bestuurlijke handhaving) en dat is het dan.

Het is tijd voor verandering.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

AI voor iedereen | ALLAI

Binnenkort kan iedere Nederlander aan de slag met artificial intelligence (‘AI’), kunstmatige intelligentie, zo vertelde Marlies van Eck tijdens de VAR bijeenkomst over digitaal bestuur.

Dutch Alliance for Artificial Intelligence
De vraag is hoe de door AI beheerste wereld er uit ziet. Een nieuw initiatief dat zich bezig houdt met de gevolgen van AI kreeg aandacht, onder meer van het FD, “Algoritmes niet alleen aan bedrijven overlaten“, is ALLAI Nederland (Dutch Alliance for Artificial Intelligence). Om van hun plannen kennis te nemen, moet je wel het Engels goed machtig zijn, want op hun site zag ik geen Nederlandstalige versie.

ALLAI is een initiatief van Catelijne Muller, Aimee van Wynsberghe en Virginia Dignum, de drie Nederlandse leden van de EU High Level Expert Group on Artificial Intelligence.

SIDNfonds schrijft op de site het volgende over ALLAI:

Alliantie voor AI Nederland
Artificiële Intelligentie ontwikkelt zich razendsnel, met steeds meer toepassingen in ons dagelijks leven. AI biedt enorme kansen, maar brengt ook de nodige uitdagingen en risico’s met zich mee (denk bijvoorbeeld aan de invloed op verkiezingscampagnes). Het is van groot belang dat AI op een verantwoorde manier wordt ontwikkeld en ingezet, zowel vanuit technisch, maatschappelijk als ethisch perspectief. Daarvoor is samenwerking op alle niveau’s en tussen alle belanghebbenden cruciaal. Overheid, wetenschap, bedrijfsleven, vakbonden en maatschappelijke organisaties hebben hierin een gedeelde verantwoordelijkheid. Alliantie voor AI (ALLAI) Nederland is het platform waar alle maatschappelijke spelers samenkomen om te werken aan Responsible AI. (Call 1 2018)

Onder de titel “Responsible AI niet inzetten voor de grote thema’s van onze tijd, dat is echt doodzonde” staat een interview met een van de initiatiefneemsters op de site van het fonds.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Grootbanken moeten ‘grote vissen’ vangen | dienstweigering | gewone burgers de dupe?

Banken zijn bezig zicht terug te trekken uit dienstverlening die zij “te moeilijk” vinden. Uit meerdere berichten blijkt dat onder meer Nederlanders in het buitenland de dupe worden van deze terugtrekkende beweging.

Onlangs verscheen in Trouw een artikel over de grootbank die afscheid neemt van klanten uit Suriname, “Surinamers zijn boos nu ABN Amro hun bankrekeningen opheft” (15 oktober). In het artikel wordt de grootbank geciteerd, “Klanten bedienen buiten Europa vraagt om steeds meer en complexere wet- en regelgeving. Dit brengt extra kosten en risico’s met zich mee. Het past niet bij de strategie van de bank, die streeft naar een gematigd risicoprofiel”.

Privatisering van de criminaliteitsbestrijding
Dit is een ontwikkeling die al langere tijd aan de gang is en die het gevolg is van de rol die de banken van de overheid hebben gekregen in de criminaliteitsbestrijding. Aangezien die rol hoge kosten met zich meebrengt, kiezen banken er voor hun internationale activiteiten te beperken zodat de uitvoering van hun ‘opsporingsrol’ makkelijker wordt.

Lees ook dit bericht op het Thailandblog, waarin de auteur  citeert hoe de bank toelicht waarom afscheid wordt genomen. Na een verhandeling over het al dan niet zijn van ‘expat’ komt de bank met een algemeen verhaal over de regels, onder meer:

Zoals de bank al eerder heeft aangegeven, wordt het voor de bank steeds moeilijker, risicovoller en kostbaarder om diensten te verlenen buiten Europa. Dit komt onder meer door toenemende wet- en regelgeving over financiële producten en diensten op dit gebied. De bank moet zowel voldoen aan de wet- en regelgeving uit het land waar de klant woont, als aan de Nederlandse wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft). (…)

Onvoldoende bekendheid met deze lokale regels brengt risico’s voor de Bank met zich mee. Ook omdat het verkrijgen van voldoende kennis over de toepassing van lokale regels de nodige kosten voor de Bank met zich mee brengt. Dit aspect speelt ook een rol in het door de Bank geformuleerde niet-ingezetenen beleid. Op basis van gegevens en adviezen die de Bank heeft ontvangen van (gerenommeerde) externe consultants en advocatenkantoren over geldende lokale wet- en regelgeving, blijkt dat het (niet langer) mogelijk is om aan ingezetenen van Thailand “cross border banking” aan te bieden zonder vergunning of fysieke aanwezigheid in Thailand.

In de adviezen die de Bank heeft ontvangen, wordt er onderscheid gemaakt tussen de volgende type dienstverlening: (1) de klant die in Thailand woont, reist naar een bankkantoor in Nederland, (2) cross-border dienstverlening, waarbij de bankmedewerker in Nederland is en de klant in Thailand, bijvoorbeeld via de mail of telefoon (3) bankmedewerker reist naar Thailand om de klant in Thailand te ontmoeten. Per type dienstverlening wordt aangegeven, of deze bancaire diensten of financiële producten in het desbetreffende land, in het dit dossier Thailand mogen worden verricht. Voor Thailand geldt voor ‘cross border banking’ dat alle bovenstaande categorieën rood scoren. Dit betekent dat het zonder vergunning of fysieke aanwezigheid in Thailand niet mogelijk is om deze diensten uit te voeren.

Lees over de dienstweigering die het gevolg is van privatisering van de opsporing van strafbare feiten ook mijn eerdere bericht AMLD4 | Bent u hoog risico? Doet u nog zaken met ‘hoog risico’ cliënten?

Grote vissen en kleine vissen
Het zou me niet verbazen dat de activiteiten van de overheid en banken om ‘grote vissen’ te vangen, er toe leiden dat kleine vissen in hun grondrechten worden aangetast.


Aanvulling 31 oktober 2018
Hoe de criminateitsbestrijding het internationale bankensysteem ondergraaft blijkt uit berichten als deze:

 

 

Kwestie van kind en badwater?

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Tobben met de opsporingstaak | Wwft in het notariaat | KNB

Veel ondernemingen laten regelgeving over zich heen komen. Zeker als het gaat om de privatisering van de criminaliteitsbestrijding is dat het geval.

Gelukkig durft de beroepsorganisatie van de notarissen, de KNB, wel kritisch te zijn, met het risico door politici en journalisten te worden afgeblaft.

“Notarissen hebben onvoldoende middelen om fraude te voorkomen”
In een recent nieuwsbericht, Juridische Poort: meer kennis over fraudeurs nodig, wordt door de KNB verslag gedaan van een bijeenkomst over fraude opsporing door notarissen, “Juridische Poort”.

De diplomatieke eerste zin van het bericht luidt: “Notarissen hebben onvoldoende middelen om fraude helemaal te voorkomen“. Het woordje “helemaal” kan wat mij betreft worden weg gelaten.

Uit het bericht blijkt dat de notarissen meer overheidsinformatie willen ontvangen over fraudeurs. De notarissen lijken nog steeds grote verwachtingen van het overheidsregister van aandeelhouders (“centraal aandeelhoudersregister” of CAHR) te hebben.

Mij lijkt dat het zinvol is om notarissen toegang te verschaffen tot persoonsgegevens van personen die verdacht of veroordeeld zijn. Eerder is al gebleken dat banken terrorismefinanciering makkelijker kunnen signaleren als zij weten welke personen verdacht worden van terrorisme. Dit is een grote inbreuk op de privacy maar wel de enige manier waarop het notariaat een bijdrage aan de criminaliteitsbestrijding kan leveren.

Openbaar Ministerie weet te weinig van de notariële praktijk
Een ander interessant artikel, ‘OM weet te weinig van notariële praktijk’, stond in Notariaat Magazine. Daarin wordt beschreven dat het Openbaar Ministerie in zaken tegen verdachte notarissen soms onzorgvuldig te werk gaat. Op de laatste pagina van het artikel doet de KNB een aantal aanbevelingen aan het OM:

  • Informeer de KNB tijdig over het voornemen een doorzoeking bij een verdachte notaris te verrichten.
  • Zorg er voor dat bij de medewerkers van het OM voldoende kennis aanwezig is over de notariële praktijk. Maak gebruik van de kennis van het KNB over de notariële praktijk om onnodige acties (met onnodige schade) te voorkomen.
  • Houdt er rekening mee dat maatregelen tegen een notaris het bancair verkeer kunnen verstoren en gevolgen kunnen hebben voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van de notaris en zo onherstelbare schade kunnen toebrengen. Dit dient tot terughoudendheid te nopen.
  • Tijdelijke waarneming (als die waarnemer al is te vinden) van een afwezige notaris kan bij een klein kantoor tot hoge kosten leiden. Ook hier is terughoudendheid essentieel.

In verband hiermee zijn uiteraard ook andere maatregelen nodig, zoals een grotere groep waarnemers en voorzieningen bij bank en verzekeraar.

Het KNB geeft behartenswaardige adviezen die ook aanbevelenswaardig zijn bij optreden van het OM tegen beoefenaren van andere gereguleerde beroepen.

Dit artikel verscheen ook op het ondernemingsrecht weblog.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Vragen over de ‘ubo’ in de Tweede Kamer | Wwft, not-for-profit

Het concept van de ‘uiteindelijk belanghebbende’ in de witwasbestrijding is volstrekt bizar, zeker als het om de not-for-profit gaat.

Dat blijkt ook uit de vragen die een lid van de Tweede Kamer onlangs stelde. Daarin komt de relatie tussen de ubo die PEP is en het begrip “naast geassocieerde” en “nauwe zakelijke relatie” aan de orde. Die vragen zijn ongetwijfeld ontsproten aan de vragen die aan not-for-profit organisaties zijn gesteld en die ontstaan zijn uit de ongebreidelde fantasie van compliance medewerkers, in het enthousiasme “het goede” te doen.

Tekst:

2018Z18409
Vragen van het lid Bruins (ChristenUnie) aan de Minister van Financiën over de positie van een naast geassocieerde/zakelijke relatie van een PEP in samenhang met de wijziging van de UBO-regeling (ingezonden 15 oktober 2018).

Vraag 1
Is het de bedoeling van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) dat als een zogeheten PEP (een politiek prominent persoon in de zin van de Wwft) een zogenoemde UBO (een uiteindelijk belanghebbende in de zin van de Wwft) is, de andere UBO’s in de betreffende organisatie(s) kwalificeren als naast geassocieerde en/of nauwe zakelijke relatie?

Vraag 2
Kunt u de reikwijdte in de praktijk van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 ook concreet aangeven voor elk van de volgende afzonderlijk casussen:
Een PEP is lid van een kerkenraad met 20 leden. Deze vormen gezamenlijk het bestuur van de kerk. De kerk heeft geen UBO’s in het kader van eigendom of zeggenschap. Klopt het dat indien het gehele statutair bestuur van de kerkenraad gezamenlijk kwalificeert als UBO om die reden alle medekerkenraadsleden individueel kwalificeren als persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon in de zin van de wet en derhalve vallen onder de verplichtingen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, en verder van de Wwft?
Een PEP is statutair-bestuurder van een onderneming samen met acht andere bestuurders. De onderneming heeft geen UBO op basis van eigendom of zeggenschap. Klopt het dat, indien het gehele statutaire bestuur van de onderneming gezamenlijk nu kwalificeert als UBO, om die reden alle medebestuursleden individueel kwalificeren als naast geassocieerden en derhalve vallen onder de verplichtingen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, en verder van de Wwft?
Een PEP is samen met twee andere bestuursleden bestuurslid van een stichting. Op basis van zeggenschap kwalificeert elk individu als UBO. Klopt het dat, nu elk lid individueel kwalificeert als UBO op basis van zeggenschap, om die reden ook de medebestuursleden individueel kwalificeren als naast geassocieerden en derhalve vallen onder de verplichtingen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, en verder van de Wwft?
Een PEP is bestuurslid van een werkgeversvereniging. De werkgeversvereniging kent geen UBO’s op basis van eigendom en zeggenschap. Klopt het dat, indien het gehele statutaire bestuur van de vereniging gezamenlijk nu kwalificeert als UBO, om die reden alle medebestuursleden individueel kwalificeren als naast geassocieerden en derhalve vallen onder de verplichtingen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, en verder van de Wwft?
Betekent het zijn van naast geassocieerde ook dat de overige entiteiten waar deze naast geassocieerde in betrokken is als UBO ook een verscherpt cliëntenonderzoek moeten hebben? Zo ja welke risico’s moeten in dit kader specifiek onderzocht worden en hoe kan dat effectief en goed worden ingevuld? Kunt u dit uitwerken met concrete voorbeelden?
Welke periode blijft de medebestuurder, zoals hiervoor benoemd, nog naast geassocieerde indien de PEP geen UBO meer is in de hiervoor genoemde entiteiten?

Vraag 3
Bent u bereid de reikwijdte van naast geassocieerden nader te bezien om zodoende doel en aard van de wetgeving in overeenstemming te krijgen met het risico?

Vraag 4
In welke van de onderstaande gevallen kwalificeren naar uw inschatting de onderstaande casussen als nauwe zakelijke relatie in de zin van de Wwft:

  • de schuldeiser (natuurlijk persoon) van de PEP;
  • de schuldenaar (natuurlijk persoon) van de PEP?

Vraag 5
Hoe ver reikt de onderzoeksplicht van een instelling onder de Wwft om al dan niet te concluderen tot een zakelijke relatie? Kunt u concrete voorbeelden noemen wanneer er geen aanleiding is voor nader onderzoek voor onderzoek naar een zakelijke relatie?

 

Zie voor eerdere berichten op dit blog over dit onderwerp bij de tags uiteindelijk belanghebbende, ubo in de not-for-profitubo-register, PEP, Europese antiwitwasrichtlijn en in de categorie fraude en witwasbestrijding.


Aanvulling 5 november 2018
Op 2 november jl. liet de minister weten dat beantwoording van de gestelde vragen is uitgesteld.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie