Is er nog privacy onder PSD2? | wat betekent “uitdrukkelijke toestemming” bij rekeninginformatiedienstverlening

Onlangs heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) uitleg gegevens aan betaaldienstverleners over het begrip “uiteindelijke toestemming” in PSD2, in verband met de privacy van natuurlijke personen.

Het bericht van de AP:

AP geeft betaaldienstverleners uitleg over uitdrukkelijke toestemming PSD2
Nieuwsbericht/18 oktober 2018
Categorie: Betaaldiensten

De bescherming van de privacy van consumenten is een belangrijk onderdeel van de nieuwe Europese wet voor het betalingsverkeer (PSD2). Een vereiste onder PSD2 is dat betaaldienstverleners alleen toegang mogen krijgen tot persoonsgegevens van consumenten als zij hiervoor uitdrukkelijke toestemming hebben gekregen van die consumenten. De consument beslist dus zelf of een betaaldienstverlener inzage mag hebben in zijn of haar bankrekening en betaalgedrag. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft nu met Q&A’s voor betaaldienstverleners verduidelijkt waar die ‘uitdrukkelijke toestemming’ aan moet voldoen.

PSD2 staat voor de tweede Payment Services Directive. Het is een Europese richtlijn over betaaldiensten. Deze richtlijn regelt onder meer dat niet alleen banken maar ook andere partijen nieuwe betaal- en rekeningdiensten mogen aanbieden. Bijvoorbeeld een dienst die helpt overzicht te houden over afzonderlijke bankrekeningen.

De bescherming van de privacy van consumenten is een belangrijk onderdeel van PSD2, omdat betaalgegevens gevoelige financiële persoonsgegevens zijn. De wetgeving over de richtlijn ligt nu ter behandeling bij de Eerste Kamer.

Eisen aan uitdrukkelijke toestemming
Een van de belangrijkste privacyregels uit de PSD2-richtlijn is dat betaaldienstverleners zonder uitdrukkelijke toestemming geen toegang mogen hebben tot persoonsgegevens. Dit geldt bijvoorbeeld voor rekeninghoudende betaaldienstverleners (zoals banken) en betaalinitiatiedienstverleners.

De eis van uitdrukkelijke toestemming houdt onder meer in dat een betaaldienstverlener afzonderlijk van de andere onderdelen van een overeenkomst om toestemming vraagt aan iemand om toegang te krijgen tot zijn of haar persoonsgegevens.

De manier waarop uitdrukkelijke toestemming wordt gevraagd moet vrij zijn, ondubbelzinnig, geïnformeerd en specifiek. Consumenten moeten hun toestemming ook gemakkelijk weer kunnen intrekken.

Iemand mag bijvoorbeeld niet onder druk worden gezet om toestemming te geven. En toestemming moet een actieve handeling zijn; stilzwijgende toestemming of voor-aangevinkte vakjes zijn niet toegestaan. Een betaaldienstverlener moet een consument ook goed informeren over welke gegevens worden verzameld en waarvoor ze worden gebruikt.

Voor welke betaaldienstverleners geldt de eis?
Het vereiste van uitdrukkelijke toestemming voor de toegang tot persoonsgegevens geldt voor alle soorten betaaldiensten. Behalve als de dienstverlening alleen bestaat uit het aanbieden van een rekeninginformatiedienst. Zodra de rekeninginformatiedienst wordt gecombineerd met een andere betaaldienst geldt het vereiste van uitdrukkelijke toestemming wél.

Betaaldienstverleners moeten zich net als alle andere organisaties ook houden aan de privacywet, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Belangrijke AVG-regels zijn bijvoorbeeld dat een betaaldienstverlener altijd een grondslag moet hebben om persoonsgegevens te mogen verwerken en maatregelen moet treffen om persoonsgegevens goed te beveiligen.

Lichtere eisen aan toestemming bij rekeninginformatiedienstverlening
Opvallend is dat het vereiste van uitdrukkelijke toestemming niet geldt voor het aanbieden van een “rekeninginformatiedienst”, terwijl die dienst veel meer risico’s oplevert. Door middel van de rekeninginformatiedienst verkrijgt de rekeninginformatiedienstverlener niet alleen vertrouwelijke persoonlijke gegevens van de rekeninghouder zelf, maar ook van dienst wederpartijen.

Op een andere pagina schrijft de AP:

Voor welke betaaldienstverleners geldt de eis van uitdrukkelijke toestemming onder PSD2?

Het vereiste van uitdrukkelijke toestemming voor de toegang tot persoonsgegevens geldt voor alle soorten betaaldiensten. Dit is vastgelegd in de PSD2-richtlijn. Er geldt een uitzondering voor dienstverlening die alléén bestaat uit het aanbieden van een rekeninginformatiedienst.

Uitzondering voor rekeninginformatiediensten
Het vereiste van uitdrukkelijke toestemming voor de toegang tot persoonsgegevens geldt niet als de dienstverlening alléén bestaat uit het aanbieden van een rekeninginformatiedienst, zoals een digitaal huishoudboekje.

Wel moet de consument in zo’n geval uitdrukkelijk instemmen met de dienstverlening. Dit gebeurt via een autorisatie die maximaal 90 dagen geldig is.

De rekeninginformatiedienst mag geen persoonsgegevens verwerken voor andere doelen dan het uitvoeren van de rekeninginformatiedienst. De rekeninginformatiedienst moet zich houden aan alle regels uit de Algemene verordening gegevensbescherming. (…)

Op grond waarvan voor rekeninginformatiedienstverlening lichtere eisen gelden, wordt door de AP niet toegelicht.

Ook de wederpartijen komen bij de AP aan de orde:

Kan een betaaldienstverlener mijn persoonsgegevens ook zien als iemand anders toestemming geeft en ik niet?

Bent u de begunstigde van een betaling? Dus maakt iemand anders geld naar u over? Dan kan de betaaldienstverlener wel persoonsgegevens zien die noodzakelijk zijn om de betaaldienst uit te voeren. Bijvoorbeeld uw naam en bankrekeningnummer.

Zonder uw uitdrukkelijke toestemming mogen er niet meer gegevens zichtbaar zijn.

Ook zelf toestemming geven bij commercieel gebruik
U kunt ook alleen zelf toestemming geven voor het commercieel gebruik van uw persoonsgegevens door een betaaldienstverlener. Bijvoorbeeld voor het analyseren van uw koopgedrag.

Een ander kan uw persoonsgegevens dus niet zonder uw toestemming aan een derde geven voor commercieel gebruik.

Rekeninginformatiedienstverlening wordt in bovenstaand citaat niet besproken.

De AP wijst er op dat er een verschil zit tussen toestemming onder PSD2 en de AVG: “Let op: een van de grondslagen voor het verwerken van persoonsgegevens is ‘toestemming van de betrokken persoon’. Dit is níet hetzelfde als de uitdrukkelijke toestemming zoals bedoeld in de PSD2-richtlijn.

Theorie en werkelijkheid
Rekeninginformatiedienstverlening kan een prachtige bron van informatie gaan opleveren voor ondernemingen die deze dienst aanbieden. Hoewel datahandel (zoals marketing, kredietbeoordeling en handel in witwasbestrijdingsinformatie) officieel niet is toegestaan, is zeer goed denkbaar dat dit toch zal gaan gebeuren.

Of de aanbieders zich daadwerkelijk aan hun wettelijke verplichtingen zullen gaan houden en de ontvangen gegevens niet op andere wijze zullen gaan gebruiken, moet worden afgewacht. De ervaringen die we al hebben met internetgiganten zonder moreel besef, zouden wat mij betreft tot grotere terughoudendheid moeten leiden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Naming & shaming in het bestuursrecht: openbaarmaking Wwft-sanctiebesluiten door DNB

DNB laat weten in de nieuwsbrief voor trustkantoren dat Wwft-sanctiebesluiten in het vervolg in beginsel openbaar worden gemaakt. Gelijksoortige mededelingen staan in nieuwsbrieven van andere toezichtssubjecten van DNB.

Ondernemingen die als leverancier van trustkantoren optreden, zoals banken, administratiekantoren, belastingadviseurs, notarissen en compliance dienstverleners, doen er goed de berichten van DNB omtrent oplegging van deze sancties regelmatig te raadplegen.

Onderstaand het bericht in de nieuwsbrief voor trustkantoren:

Publicatie sanctiebesluiten Wwft
Nieuwsbericht 31 oktober 2018

DNB maakt voortaan alle sanctiebesluiten openbaar, tenzij er dwingende redenen zijn om dit later, geanonimiseerd of niet te doen.

Volgens de op 25 juli 2018 gewijzigde Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft) moet DNB in beginsel alle sanctiebesluiten openbaar maken. Dit geldt voor sancties die zijn opgelegd voor overtredingen van de Wwft die zijn begaan na 25 juli 2018.

Doelen
DNB kan verschillende sanctiebesluiten nemen, zoals een bestuurlijke boete, last onder dwangsom, aanwijzing en openbare waarschuwing. Met het openbaar maken van sanctiebesluiten worden meerdere doelen nagestreefd: het waarschuwen van het publiek, het verschaffen van inzicht in de handhavingspraktijk van DNB en de preventieve werking.

Belangenafweging
DNB kan na een belangenafweging besluiten om sanctiebesluiten geanonimiseerd, op een later tijdstip of helemaal niet te publiceren. Dit kan volgens de Wwft onder meer als de openbaarmaking van een sanctiebesluit de betrokken partijen in onevenredige mate schade berokkent of de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar brengt.

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Bestuurlijke sancties, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , | Plaats een reactie

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

Op 31 oktober 2018 heeft DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht.

Thema’s:

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Bestuursrechtelijke aansprakelijkheid van feitelijk leidinggevenden | preadviezen Jonge VAR, “Samen werken is samen de klos?”

Het is hoog tijd dat ondernemingsrechtjuristen en accountants hun blinde vlek voor het bestuursrecht kwijt gaan raken, zeker als het gaat om aansprakelijkheid van leidinggevenden.

Dat gaat lukken, als zij kennis nemen van de preadviezen die uitgebracht zijn voor de Jonge VAR ( VAR Vereniging voor bestuursrecht) onder de noemer “Samen werken is samen de klos?“. Op 9 november a.s. wordt vergaderd over de preadviezen, zie de aankondiging.

Mooi is dat de preadviezen online staan:

Inmiddels heb ik een deel van het eerste preadvies doorgelezen: het is een goede introductie van het bestuursrechtelijke sanctierecht (‘bestuursstrafrecht’) en de relatie met het ‘echte’ strafrecht. Een aanrader voor iedereen die wil weten hoe het er voor staat.

 

Dit bericht verscheen ook op het ondernemingsrechtweblog.


Aanvulling 11 december 2018
Op verzoek van de heer Bleeker heb ik een gecorrigeerde versie van zijn preadvies over de leidinggevende als overtreder van milieunormen geplaatst.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Bestuurdersaansprakelijkheid, Bestuurlijke sancties, Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Rechtspersonenrecht, Strafrecht | Tags: | Plaats een reactie

Memorie van antwoord Wet toezicht trustkantoren 2018 | de raadsels van het ministerie van financiën

Op 15 oktober jl. werd bij de Eerste Kamer de memorie van antwoord ingediend in het dossier Wet toezicht trustkantoren 2018.

Poortwachtersproza
Een nieuwe term in het poortwachtersproza blijkt “comparatief voordeel” te zijn, zo blijkt uit de eerste alinea van paragraaf 2.

Zo te zien is deze memorie met artificial intelligence geschreven, want ik kom weer vele bekende teksten tegen. Zoals deze optimistische en onjuiste mededeling over Wwft-plichtigen in het algemeen (“dienstverleners’ = Wwft-plichtigen):

De dienstverleners zijn namelijk bij uitstek in staat om in het kader van hun dienstverlening signalen op te pikken dat hun cliënten betrokken zijn bij financieel handelen dat is gerelateerd aan witwassen of financieren van terrorisme.

Feeder
Spannend is dat het fenomeen ‘feeder’ heel kort aan de orde komt. Ik heb geen idee wat dat is. Ik vermoed dat feeders cliënten van het trustkantoor zijn die van het trustkantoor diensten of voordelen ontvangen, hoewel daarmee niet goed te rijmen is dat het volgens het citaat in de memorie om belastingadviseurs, accountants, notarissen en advocaten zou gaan. Die betekenis sluit niet aan bij allerlei andere passages in overheidsdocumenten over de ‘feeder’, die al even summier toegelicht zijn. Waarom hier niet wordt gesproken over het begrip ‘adviseur’ van de cliënt van het trustkantoor, is al even raadselachtig. Want de genoemde beroepsbeoefenaren zullen adviseurs van de doelvennootschappen of hun aandeelhouders c.s. zijn.

Trouwens: de minister lijkt te denken dat de belastingadviseurs, accountants, notarissen en advocaten waarmee een trustkantoor te maken heeft alleen uit Nederland zouden komen.

Een mooi staaltje luchtfietsen.

Citaat:

De suggestie met betrekking tot de «feeders» van structuren ziet op belastingadviseurs en accountants alsmede op notarissen en advocaten. Voor deze beroepsgroepen bestaan verschillende codes waarin ethische aspecten zijn opgenomen. Bij de plenaire behandeling van het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie fiscale constructies op 5 september jl. heeft de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven om samen met de Staatssecretaris van Financiën een gesprek te beleggen met de beroepsgroepen en het Bureau Financieel Toezicht. In dat gesprek zal ter sprake komen wat de beroepsgroepen kunnen doen op het terrein van het bevorderen van de maatschappelijke betamelijkheid.

Analyse
Helaas beschik ik nog niet over artificial intelligence om deze ministeriële uiting te analyseren en te zien of en waar er beweging is en waar het toe leidt.

Ik beveel de memorie uiteraard in de aandacht van de sector van trustkantoren aan.

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , | Plaats een reactie

Wwft | Bureau Financieel Toezicht brengt nieuwe leidraden uit

Op 25 oktober jl. heeft het Bureau Financieel Toezicht (BFT) nieuwe specifieke leidraden Wwft uitgebracht gericht op de Wwft-plichtige ondernemingen waarop BFT toezicht houdt. Het betreft leidraden voor:

  • accountants, belastingadviseurs, administratiekantoren c.s.
  • notarissen c.s.

In de aankondiging vermeldt BFT niet dat ook de twee bijlagen bij de beide leidraden zijn aangepast, deze zijn op de Wwft-pagina van BFT te vinden.

Welke zin het heeft dat BFT op de Wwft-pagina verwijst naar een algemene leidraad Wwft en Sw van het ministerie van financiën van januari 2014 is de vraag. Die ministeriële leidraad is volledig verouderd.

Ik hoop binnenkort toe te komen aan bestudering van de vernieuwde leidraden en de bijlagen.

Informatie-chaos
Met het uitbrengen van de leidraden en de bijlagen, heeft het BFT een mooie bijdrage geleverd aan de informatie-chaos die op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering bestaat. Mijn artikelen uit 2015 en 2016 zijn nog volledig actueel.
Op 15 oktober jl. schreef ik nog aan de dovemansoren van de overheid: “Het is onbegrijpelijk dat de Wwft-voorlichting niet op één plaats bij elkaar wordt gebracht met een database met alle landenlijstjes en andere relevante informatie“.

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Verzekeringstussenpersonen tobben met de Wwft

Op Amweb verscheen een bericht van Robert Paling met als titel “Kleine kantoren kunnen niet voldoen aan regels tegen witwassen en terreur” waaruit blijkt dat verzekeringstussenpersonen tobben met de naleving van de Wwft.

Bureau DFO is in een door Amweb gelezen nieuwsbrief kritisch over de verwachtingen die toezichthouder AFM heeft van financieel advieskantoren. Het gaat hier dan om verzekeringstussenpersonen die bemiddelen in levensverzekeringen. Het bureau pleit voor een database waarin de tussenpersonen kunnen nagaan of hun klant een crimineel is, in beschaafd Nederlands: of de klant een ‘rode’ of een ‘groene’ kaart krijgt.

Zou de overheid een keer belangstelling krijgen voor de praktische uitvoerbaarheid van de Wwft? We gaan zien waar het naar toegaat.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Wwft en de AVG | onvolledige informatie van Bureau Financieel Toezicht

Op de website van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) staat op de Wwft-pagina een vraag en antwoord over de relatie tussen Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en AVG die incompleet is. De vraag en het door BFT gegeven antwoord staan hierna:

Moet ik rekening houden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bij het vastleggen en bewaren van cliëntgegevens volgens de Wwft?
De in de Wwft genoemde instellingen zijn (en blijven) verplicht om cliëntenonderzoek te doen en gehouden cliëntgegevens vast te leggen. Dit kan bijvoorbeeld middels het maken van een kopie van een identiteitsbewijs maar kan ook op andere wijze. Omdat sprake is van een wettelijke verplichting voor de instelling is geen sprake van strijd met de AVG.
Op grond van de Wwft dienen deze gegevens 5 jaar te worden bewaard. Hetzelfde geldt voor gegevens met betrekking tot ongebruikelijke transacties. In artikel 34a Wwft zijn nadere bepalingen opgenomen over gegevensbescherming.

Terecht merkt het BFT op dat de Wwft een wettelijke grondslag als bedoeld in de AVG oplevert om persoonsgegevens te mogen opvragen en vastleggen.

Bewaartermijn
Ook is juist dat die persoonsgegevens langdurig mogen bewaard, waarbij het BFT verzuimt te vermelden vanaf wanneer die genoemde vijfjaarstermijn gaat lopen.

Dat is wel belangrijk, want de vijfjaarstermijn gaat pas lopen vanaf het tijdstip van het eindigen van de zakelijke relatie tussen de Wwft-plichtige en zijn klant. Bij langdurige relaties (zoals bijvoorbeeld bij banken voorkomen) betekent dit dat de vergaarde gegevens zeer langdurig bewaard moeten worden. Mij lijkt dit niet in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Bij incidentele transacties loopt de termijn vanaf de afronding van de transactie, dus dat zal veel kortere bewaartijden opleveren.

AVG is gewoon van toepassing
Verder ontbreekt in de beantwoording van de BFT dat voor het overige de AVG gewoon van toepassing is. Dat betekent onder meer:

  • De personen wiens gegevens geregistreerd worden (“betrokkenen”), moeten daar over en over het doel van de verwerking worden geïnformeerd.
  • De betrokkenen moeten worden geïnformeerd over hun inzagerecht, correctierecht en moeten in de gelegenheid worden gesteld die rechten uit te oefenen.
  • De Wwft-plichtige moet aan hoge cybersecurity eisen voldoen. Mogelijk moet een Privacy Impact Assessment tot stand komen.

Op deze regels gelden slechts voor specifieke situaties uitzonderingen, bijvoorbeeld voor de gegevens die de Wwft-plichtige heeft gemeld bij het melden van een ‘ongebruikelijke transactie’, een vermoedelijke witwas- of terrorismefinancieringstransactie bij FIU-Nederland, een overheidsinstantie.

Het zou BFT en andere Wwft-toezichthouders sieren als zij de Wwft-plichtigen hier op zouden wijzen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Wwft | uitstelbrief inzake nakoming toezeggingen Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn

In een brief laat de minister van financiën weten dat het nader bericht over een aantal toezeggingen wordt uitgesteld en dat de Tweede Kamer uiterlijk eind januari 2019 zal worden geïnformeerd.

De tekst van de brief:

Den Haag, 23 oktober 2018

Tijdens het plenaire debat over de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn op 10 juli jl. heb ik toegezegd dit najaar op enkele zaken bij uw Kamer terug te komen. Het betreft informatie over ten eerste de toerusting van financiële dienstverleners voor het verrichten van verscherpt cliëntenonderzoek en het comparatieve voordeel dat zij hebben [1] en ten tweede het aantal politiek prominente personen en hun naasten naar wie banken verscherpt cliëntenonderzoek moeten uitvoeren [2] . Ten derde heb ik tijdens het plenaire debat toegezegd dat de implementatiewet breed geëvalueerd zal worden. In die evaluatie wordt in ieder geval het cliëntenonderzoek naar politiek prominente personen meegenomen. Op de overige onderwerpen van de evaluatie en de inrichting daarvan zou ik dit najaar bij uw Kamer terugkomen. [3]

Voor de inrichting van de evaluatie moet onder andere worden gekeken naar aard en omvang van deze evaluatie en naar de benodigde gegevens om deze evaluatie effectief te kunnen laten plaatsvinden. Omdat er bij het antiwitwasbeleid en het toezicht daarop veel partijen betrokken zijn en er ook andere (periodieke) onderzoeken naar witwassen en financieren van terrorisme lopen, neemt het opzetten van de inrichting van de evaluatie meer tijd in beslag. Aangezien de gevraagde informatie van de andere twee toezeggingen samenhang kent met de evaluatie, doe ik bovenstaande drie toezeggingen graag gezamenlijk gestand. Ik zal uw Kamer uiterlijk in januari 2019 informeren. (…)

[Noten]

1 T02618.
2 T02632.
3 Onderdeel van T02629.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Commentaar KNB en GCV op wetsvoorstel overheidsregister van aandeelhouders (‘CAHR’) | alternatief: verwijzingsregister

Op 24 oktober jl. publiceerde de KNB het onderstaande bericht:

Notariaat reageert op wetsvoorstel aandeelhoudersregister
24-10-2018

Betrouwbaar en van groot belang voor voorkoming en bestrijding van fraude, zo kijkt notarieel Nederland aan tegen het digitale centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Verschillende notariële partijen zijn blij met het voorstel en reageren positief. Wel hamert de KNB op de privacy van de aandeelhouders en vraagt de initiatiefnemers te letten op wie er inzage krijgt.
De Tweede Kamer is begonnen aan de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhoudersregister (CAHR). De KNB heeft samen met de Vereniging van Ondernemingsrechtspecialisten in het Notariaat (VON) op het voorstel gereageerd (pdf). Ook de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) van de KNB en de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) heeft naar het wetsvoorstel gekeken (pdf).

Privacy
De KNB heeft steeds gepleit voor een besloten CAHR. Dit in het belang van de privacy van de in het CAHR geregistreerde aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders. In dat kader pleit de beroepsorganisatie voor terughoudendheid bij het aanwijzen van Wwft-instellingen die inzage krijgen in het CAHR. De KNB denkt hierbij uitsluitend aan wettelijk gereguleerde Wwft-instellingen die onder een vorm van overheidstoezicht staan en/of aan tuchtrecht zijn onderworpen en objectief een redelijk belang hebben bij inzage in het CAHR, zoals banken, advocaten en notarissen. Ook de GCV schrijft dat de kring van partijen die toegang hebben tot het register zoveel mogelijk beperkt moet blijven. In het huidige voorstel is – volgens de commissie – niet duidelijk welke partijen inzage krijgen en dat is wel belangrijk voor de rechtszekerheid en de concurrentiepositie van Nederlandse rechtspersonen.

Verschil met UBO-register
Verder benadrukken alle partijen de toegevoegde waarde van het CAHR naast het UBO-register. In dit laatste register wordt een aantal gegevens volledig openbaar. Veel bedrijven – met name familiebedrijven – maken zich zorgen over deze openbaarheid. De GCV heeft eerder kenbaar gemaakt het openbare karakter van het UBO-register te zien als bron van zorg. ‘In het slechtste geval wordt het UBO-register een forse administratieve lastenpost voor goedwillende rechtspersonen, terwijl de betrouwbaarheid en bruikbaarheid vervalt omdat malafide partijen onjuiste gegevens verstrekken.’ In het UBO-register worden natuurlijke personen met een aandelenbelang van meer dan 25 procent geregistreerd. ‘Te verwachten is dat deze 25-procentgrens zal worden gebruikt om buiten het UBO-register te blijven’, aldus de KNB en de VON. In het CAHR moeten aandeelhouders worden ingeschreven ongeacht of zij natuurlijke personen of rechtspersonen zijn en ongeacht hun aandelenbelang.

In een eerder bericht schrijft de KNB dat het papieren aandeelhoudersregister vaak niet op orde is.

Wat mij betreft mist in het artikel, dat hierna volgt, dat het papieren aandeelhoudersregister een beperkte betekenis heeft. Essentieel voor het vaststellen van het aandeelhouderschap zijn de onderliggende akten, te weten de notariële akte van oprichting en de akte van levering. Het aandeelhoudersregister heeft ook andere functies, zoals het registreren van contactgegevens en vertegenwoordigers.

Naar mijn idee bestaat eerder behoefte aan een centraal verwijzingsregister ten behoeve van de ondernemingsrechtelijke activiteiten van het notariaat, aan de hand waarvan notarissen kunnen nagaan welke notariële akten zijn gepasseerd inzake bepaalde kapitaalvennootschappen. Aan de hand daarvan kan uitstekend worden vastgesteld wie aandeelhouder is, in situaties waarin notarissen daar behoefte aan hebben. De originele akten kunnen in zo’n verwijzingsregister makkelijk bij de verantwoordelijke notaris worden opgevraagd (wat uiteraard juridisch mogelijk moet zijn).

Het bericht over het papieren register van het KNB:

Papieren aandeelhoudersregister vaak niet op orde
22-10-2018

De aandeelhoudersregistratie van bedrijven is vaak niet actueel, onvolledig, onjuist of zelfs kwijt. Dit blijkt uit een peiling van de KNB. Van de 708 deelnemende (kandidaat-)notarissen geeft 34 procent aan dat dit ‘regelmatig’ het geval is. Nog eens 35 procent zegt ‘vaak’ en 16 procent zelfs ‘heel vaak’.
De Tweede Kamer is begonnen aan de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Het CAHR geeft inzicht in wie schuil gaan achter bv’s en niet-beursgenoteerde nv’s en levert hierdoor een waardevolle bijdrage aan voorkoming en bestrijding van financieel-economische criminaliteit door middel van rechtspersonen. Het CAHR dient mede de rechtszekerheid, omdat er – zoals uit de peiling blijkt – geregeld iets mis is met de aandeelhoudersregistratie van vennootschappen. Het CAHR heeft een belangrijke toegevoegde waarde ten opzichte van het UBO-register. Dit register wordt gedeeltelijk openbaar. Veel bedrijven – met name familiebedrijven – maken zich zorgen over deze openbaarheid.

Lobby
Voor de lobby heeft de KNB de leden een paar vragen gesteld. Hoe vaak herstructureren cliënten – met het UBO-register in zicht – hun bedrijf om registratie in dat register te voorkomen? En hoe vaak is er iets mis met het huidige aandeelhoudersregister, het zogenoemde klappertje? 22 procent van de beroepsgroep nam deel aan de peiling. 62 procent van de ondervraagden maakt ‘soms’ tot ‘heel vaak’ mee dat cliënten herstructurering overwegen, in gang zetten of hierover advies vragen om registratie in het UBO-register te voorkomen. De KNB denkt dat dit toeneemt als het UBO-register wordt ingevoerd en zal daarom in een later stadium opnieuw peilen.

 

Dit artikel verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Overheidsregister van aandeelhouders, Rechtspersonenrecht, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie