Criminaliteitsbestrijding door het notariaat

Notarissenorganisatie KNB besteedt in de nieuwsberichten aandacht aan de rol bij de criminaliteitsbestrijding die aan notarissen is opgelegd op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

In het slordige rapport van Tops & Tromp, waaraan ik hier eerder aandacht besteedde, werd het notariaat er van beschuldigd als ‘maffiamaatje‘ op te treden. Het houdt verband met het ‘facilitator‘ denken van de overheid, waarbij het geen verschil maakt of iemand welbewust (opzettelijk) meewerkt of zonder dat hij/zij het weet betrokken is [*]. Terecht maakt de KNB zich zorgen over de framing die rondom het notariaat plaats vindt. Ik vind het sterk dat de KNB hier over schrijft, zoals in het bericht van 29 augustus jl., Nader onderzoek ondermijning Amsterdam nodig.

Inmiddels is er een vervolg, want op 24 september jl. berichtte KNB:

Nader onderzoek criminaliteit en betrokkenheid notarissen
24-09-2019

De regering gaat actiever criminele geldstromen volgen. Ook onderzoekt zij de rol van financiële dienstverleners daarbij, zoals notarissen. Dat is de uitkomst van een vandaag door de Tweede Kamer aangenomen motie van Michiel van Nispen (SP).
Aanleiding voor de motie is de verkenning ‘De achterkant van Amsterdam’, waarin hoogleraar Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp een beeld schetsen van omvangrijke drugsgerelateerde ondermijning in de hoofdstad. De KNB gaf al eerder aan nader onderzoek te willen naar georganiseerde criminaliteit en de betrokkenheid van notarissen daarbij.

Overigens vraag ik me af of de vraagstelling zoals omschreven in de motie wel een goed onderzoek zal opleveren.

In de motie staat:

overwegende dat niet duidelijk is waarom misdaadgeld niet goed in beeld is bij politie en justitie en waarom dit niet adequaat wordt afgepakt terwijl er op papier al heel lang aandacht is voor financieel rechercheren en het afpakken van misdaadgeld;

overwegende dat ook de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie naar aanleiding van het onderzoek van Tops en Tromp pleit voor nader onderzoek naar georganiseerde criminaliteit en de betrokkenheid van notarissen daarbij;
van mening dat misdaad niet mag lonen maar het vooralsnog onvoldoende lukt om criminelen echt substantieel te treffen daar waar het hen echt pijn doet: in hun portemonnee;

verzoekt de regering, om actiever in te zetten op het volgen van criminele geldstromen en daarbij ook te onderzoeken wat de rol is van onder andere financiële dienstverleners, accountants en notarissen bij het verduisteren van crimineel verkregen geld, en de Kamer over dat onderzoek te informeren,

Dit onderwerp zou al lang diepgaand onderzocht moeten zijn, als we de eerdere publicaties van de overheid zouden mogen geloven. Het probleem van de ondermaatse wetenschappelijke onderbouwing van de criminaliteitsbestrijdingsmaatregelen wordt niet opgelost door weer een rapport met dezelfde inhoud.

Het kernprobleem van de criminaliteitsbestrijding is dat Nederland, gebaseerd op de zogenaamde ‘standaarden’ van FATF en op Europese regelgeving, een volledig verkeerde weg is ingeslagen. Lees daar meer over op dit blog.

[*] Over het facilitator-denken, de grote fout van de beleidsmakers om bewuste en onbewuste medewerking op één hoop te gooien schreef ik eerder op mijn algemene blog, onder meer in het artikel van 22 augustus 2017  Zie ook de post van 16 januari 2019 en het bericht van 18 mei 2011. Lees over de facilitator ook het artikel Facilitator? door Nick van Buitenen, voorzitter van de KNB.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Maatschappelijk verantwoorde incasso door de overheid

Op 8 oktober jl. maakte het Ministerie van Veiligheid bekend dat wordt gestreefd naar ‘maatschappelijk verantwoorde incasso’ door de overheid.

 

Meer informatie:

 

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Plaats een reactie

Maatschappelijk verantwoorde incasso door private partijen

Op 30 september jl. werden kamervragen over de regelgeving geldend voor incassobureaus beantwoord. De Minister van Rechtsbescherming bespreekt daarin de regels die voor deze ondernemingen gelden:

Incassowerkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de bestaande wettelijke kaders zoals de Wet handhaving consumentenbescherming, de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (de WIK), het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (de BIK), het Burgerlijk Wetboek (BW), de Wet op het financieel toezicht en het Wetboek van Strafrecht. Indien incassowerkzaamheden niet overeenkomstig bestaande wet- en regelgeving worden uitgevoerd, vind ik dat niet acceptabel. Zoals ik eerder al aangaf in antwoord op uw Kamervragen van 22 maart 2019, waar ook het functioneren van een incassobureau aan de orde kwam, is het evenwel niet aan mij als Minister om in te gaan op individuele zaken. 

Voorts wordt aangegeven dat de handhaving ligt bij de ACM (voor zover consumenten worden benadeeld) en de AFM (alleen als het incassobureau onder de Wet op het financieel toezicht valt):

Op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming zijn de Autoriteit Consument en Markt (ACM) of de Autoriteit Financiële Markten (AFM), afhankelijk van hoe de vordering is ontstaan, bevoegd om in te grijpen wanneer ondernemers zich schuldig maken aan oneerlijke handelspraktijken jegens een consument zijnde een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. ACM en AFM zijn in dit kader dus niet bevoegd om op te treden tegen gedragingen van ondernemers jegens een andere ondernemer.

De Minister adviseert degenen die de werkwijze van incassobureaus niet vertrouwen contact op te nemen met de Fraudehelpdesk.

Incassoregister en andere maatregelen
De Minister kondigt voorts aan dat hij door middel van een ‘incassoregister’ de kwaliteit van de incassodienstverlening wil verbeteren. Conform het regeerakkoord is een wetsvoorstel in voorbereiding waarmee dit incassoregister wordt opgericht.

In de memorie van toelichting bij de begroting van het Ministerie van Veiligheid (september jl.) stond over dat register:

De misstanden in de incassomarkt worden aangepakt. Een wetsvoorstel dat in de maak is, ziet onder meer op de inrichting van een incassoregister dat de vakbekwaamheid, de professionele omgang met schuldenaren en de bedrijfsvoering borgt. Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie.

In een brief van 8 februari van dit jaar werd nog uitvoeriger op de plannen ingegaan. Er wordt gewerkt aan de volgende maatregelen:

– het opzetten en inrichten van een incassoregister;
– het opstellen van eisen waaraan incassobureaus en opkopers van vorderingen moeten voldoen willen ze actief kunnen worden in de incassomarkt;
– het opzetten van een systeem van toezicht en handhaving bij het niet-naleven van de wettelijke vereisten;
– het tegengaan van negatieve aspecten van verkoop van vorderingen;
– het ongewenste verdienmodel bij de cumulatie van termijnvorderingen tegengaan;
– het verder uitwerken van de motie-De Lange c.s. ter zake de verkoop van vorderingen en
– enkele korte-termijn-maatregelen om vooruitlopend op wetgevende maatregelen misstanden aan te pakken.

Nu ook opdrachtgevers uit het MKB problemen met incassobureaus ondervinden, is het belangrijk dat de maatregelen niet tot consumenten worden beperkt.

 

Meer informatie:

Eerdere berichten op dit blog over incassobureaus.

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Handelsrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie

The Netherlands is building a surveillance state for the poor | SyRI

On 16 October 2019 UN Human Rights announced an analysis on the Dutch System Risk Indication (SyRI) on it’s website, in The Netherlands is building a surveillance state for the poor, says UN rights expert, the text:

he Netherlands is building a surveillance state for the poor, says UN rights expert

GENEVA (16 October 2019) – A digital tool used by the Netherlands to detect welfare fraud discriminates against the poorest members of society and undermines the rights to privacy and social security, says UN human rights expert Philip Alston.

The tool, called the System Risk Indication (SyRI), allows central and local government authorities to combine broad categories of data previously stored separately, analyse them using an undisclosed “risk model”, and identify some people as more likely to commit benefit fraud. Since its introduction, it has been used exclusively in areas with a high proportion of low-income residents, migrants and ethnic minorities.

“New technology is important in making welfare systems not just more efficient, but also in ensuring fairness and justice. To do this requires a degree of transparency, and assurances that particular groups are not being unfairly singled out,” said Alston the UN Special Rapporteur on extreme poverty and human rights.

“SyRI is part of a global trend of introducing digital tools in welfare states without taking into account the potentially devastating consequences they may have on a range of internationally protected human rights, from the right to privacy and data protection to the right to social security.

“This system can have a hugely negative impact on the rights of poor individuals without according them due process. The problem is made much worse by the fact that when the program was eventually given a legal basis, there was virtually no debate in the Dutch Parliament, no media attention, and virtually no transparency in how the system works. The result is that its assumptions remain a mystery even to those who have studied it at length.”

Human rights and welfare rights groups, together with concerned citizens, have sued the Dutch State over SyRI, claiming that it violates international and regional human rights treaties. Alston has made his analysis available to the court, emphasising in particular the disproportionate impact on the human rights of the poorest.

The litigation is an important opportunity for the Dutch courts to follow the lead set by courts in various other countries, which have recognised the dangers of increasingly digital welfare states that fail to insist on appropriate human rights protections in both the design and use of such systems.

Alston, who is presenting a report to the UN General Assembly in New York on digital welfare states and human rights on 18 October, focusing on countries across the globe, pointed out that the onus was on governments to dispel the notion that systems like SyRI were disproportionally targeted at the poorest and most marginalised in society.

“In the Netherlands, a country recently labelled a ‘tax haven’ by the European Parliament, innovative experiments with the use of digital technologies to track down tax fraud among middle-class and richer groups have been halted because of privacy concerns, yet similar rights concerns relating to SyRI expressed by regulators and civil society groups have been ignored,” he said.

 

It’s peculiar in the light of the official Dutch enthousiasm for human rights, like in this tweet:

 

 


Addition of 30 October 2019
News on the Dutch procedure:

 

 

Addition 7 November 2019
Also on digital discrimination: article on the site Exponentional View. Read Digital dystopia: how algorithms punish the poor by Ed Pilkington.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Zwarte lijsten van criminele klanten | Wwft-brief van 10 oktober 2019

Een van de onderwerpen die met argusogen gevolgd moet worden, is het plan van de Nederlandse overheid om Wwft-plichtige ondernemingen zwarte lijsten van vermoedelijke misdadigers aan te laten leggen en onderling gegevens over dergelijke (rechts)personen uit te wisselen.

Banken kennen dergelijke zwarte lijsten al, namelijk het Extern Verwijzingsregister (EVR) en het Intern Verwijzingsregister (IVR). Het EVR is een register waartoe alle banken toegang hebben en waarin iedereen (natuurlijke personen en rechtspersonen) wordt opgenomen, waarvan vaststaat dat het een crimineel is. Het IVR is een interne zwarte lijst die per bank wordt aangehouden. Op deze zwarte lijst staan alle personen waartegen ernstige vermoedens bestaan, die zwaar genoeg zijn maar nog geen opname in het EVR rechtvaardigen.

Voor het EVR geldt een protocol, dat nog voorwerp is van overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens, zodat vermoed kan worden dat het protocol op dit moment niet aan de AVG voldoet.

Op 4 juni jl. schreef ik over een ‘lijst van ongebruikelijke klanten’ waarover in de Tweede Kamer werd gesproken. Dit onderwerp wordt in een brief van 10 oktober jl., waarover ik eerder schreef, ook aangeraakt. Opvallend aan de brief van 10 oktober is dat de Minister veronderstelt dat als een bank de zakelijke relatie beëindigt, er sprake is van een criminele klant, immers, er wordt geschreven (wij = het Ministerie):

Wij vinden ook dat Wwft-instellingen informatie zouden moeten kunnen delen over klanten waarmee de zakelijke relatie is beëindigd.

Er kunnen vele redenen zijn voor de bank om de relatie te beëindigen, die niets met witwasbestrijding te maken hebben.

Gelukkig staat er verder op:

In het plan van aanpak is tevens gekeken naar de mogelijkheid van het aanleggen van een zwarte lijst van personen waarbij sprake is van (een meer dan redelijk vermoeden van) witwassen. Hiervoor bestaat een wettelijke mogelijkheid. Banken kunnen, onder door de AP gestelde voorwaarden, hiervoor een vergunning krijgen van de AP. Banken dienen bij het aanleggen van een dergelijke lijst uiteraard te voldoen aan de eisen die de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) stelt.

Vreemd genoeg wordt hier niet ingegaan op de reeds bestaande zwarte lijsten, zoals EVR en IVR bij de banken. Is dit welbewuste misleiding van de Tweede Kamer?

Risico’s aan zwarte lijsten en gegevensuitwisseling
Plaatsing op dit zwarte lijsten is te vergelijken met opname in een strafregister. Het risico van zwarte lijsten van personen bij Wwft-plichtige ondernemingen, is dat daardoor nieuwe vormen van discriminatie ontstaan. Voorts dient van een behoorlijke rechtsbescherming sprake te zijn (die nu ontbreekt),  wat mij betreft betekent dat een rechter beslist over opname in zo’n register.

Mijn aanbevelingen voor het Ministerie van Financiën:

[1] Als gekozen wordt voor de mogelijkheid voor Wwft-plichtige ondernemingen om gezamenlijk zwarte lijsten aan te leggen en gegevens op interne zwarte lijsten uit te wisselen, zorg dan voor een strak wettelijk kader waaraan die Wwft-plichtige ondernemingen zich moeten houden. Dat betekent onder meer

[a] besluitvorming op hoog niveau binnen de Wwft-plichtige onderneming (om te voorkomen dat compliance-medewerkers met onvoldoende ondernemingskennis onjuiste beslissingen nemen);
[b] hoor en wederhoor;
[c] alleen in bewijsbaar spoedeisende gevallen directe plaatsing op een breed verspreide zwarte lijst (zoals het EVR), met mogelijkheid van een kort geding, in de overige gevallen alleen na beslissing door de rechter (kan in een strafzaak of boetezaak worden meegenomen);
[d] correctie- en verwijderingsmogelijkheid.
[e] wettelijk verbod voor databrokers, kredietbeoordelingsbedrijven en andere bedrijven die persoonsgegevens verzamelen, om na afloop van de termijn dat de gegevens op de zwarte lijst mogen staan, de gegevens nog te verwerken, met strenge sancties en krachtige handhaving.

[2] Zorg voor een volwassen en laagdrempelige rechtsbescherming voor personen (mensen en organisaties) waarvan het voornemen bestaat, dat zij door een Wwft-plichtige ondernemingen op een zwarte lijst worden geplaatst. Bijvoorbeeld door een bestuursrechtelijke procedure.

[3] Zorg voor een Wwft-klachtenloket voor iedereen die klachten heeft over Wwft-plichtigen of overheidsinstanties betrokken bij de witwasbestrijding, met een bevoegdheid om aanwijzingen te geven en rapporten uit te brengen. Dit zou bij de Nationale Ombudsman kunnen worden ondergebracht (die dan ook taken krijgt met betrekking tot Wwft-plichtige ondernemingen). Alternatief is een speciale Ombudsman voor de Wwft.

[4] Monitor de nieuwe vormen van discriminatie die door de witwasbestrijding ontstaan en zorg voor onafhankelijk onderzoek en deskundige tegenspraak. Neem op tijd maatregelen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

EDPS: slimme meter te gebruiken voor massasurveillance

Terwijl de Europese overheid de slimme meter en allerlei andere ‘slimme’ tech bevordert, waarschuwt de Europese privacy toezichthouder European Data Protection Supervisor (EDPS) voor de slimme meter. Lees bij security.nl EDPS: slimme meter te gebruiken voor massasurveillance.

Het Engelstalige bericht van EDPS is hier te vinden, met als titel Smart Meters in Smart Homes. In het bericht gaat EDPS keihard in tegen de aanbevelingen van de Europese Commissie.

Ik ben benieuwd of EDPS kritiek gaat leveren op de financiële surveillance waarover ik vandaag schreef. Overigens was EDPS voorheen al kritisch inzake de ubo-register plannen van de Europese Commissie c.s., zie mijn artikel voor WPNR.

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

How financial surveillance fuels exclusion | commenting on FATF

On 13 October 2019 Privacy International (PI) published the article How financial surveillance in the name of counter-terrorism fuels social exclusion. Their article starts with:

The global counter-terrorism agenda is driven by a group of powerful governments and industry with a vested political and economic interest in pushing for security solutions that increasingly rely on surveillance technologies at the expenses of human rights.

In the article PI welcomes the report of the UN Special Rapporteur on counter-terrorism and human rights, that was submitted to the UN General Assembly.

FATF’s role
One of the focuses of the Rapporteur is the Financial Action Task Force (FATF), an international body that is described as follows:

The FATF is an exclusive, non-transparent, State-created forum to which civil society and UN human rights entities have little or no consistent access.

On the nature and mandate of FATF:

The FATF’s mandate contains no references to international law, international human rights law or international humanitarian law. However, laws and policies related to the standards set up by the FATF address issues such as criminalizing and prosecuting terrorist financing, targeted financial sanctions, tackling the risk of abuse of the not-for-profit sector for terrorist financing purposes and, thus engage human rights at multiple levels. Their impact is all the more significant as States generally adopt domestic laws and policies that enable them to implement FATF standards, thereby leading to national ‘hardening’ of these otherwise soft law standards. In the Special Rapporteur’s view, human rights implications linked to the development and implementation of these standards require sustained and in-depth attention.

Financial surveillance and profiling
FATF’s recommendations encompass surveillance of financial data of people and organisations, PI writes:

Financial data is some of the most sensitive data about people, revealing not only their financial standing but also factors like family interactions, behaviours and habits, and the state of their health, including mental health. While monitoring and regulating financial transactions are important for investigating and preventing terrorist acts and other serious crimes, it is essential that it is done in a way that does not endanger human rights.
Interference with human rights and capabilities of surveillance in this sector are many, but generally fall into the following stages:

* information requirements placed upon individuals and organisations, including identity documentation for opening and using accounts, requirements to explain the reasons of financial transactions (customer due diligence);
* generation of profiles and suspicious transaction reports on individuals’ and organisations’ activities based on the characteristics of the transactions;
* sharing of these reports and other financial data with Financial Intelligence Units, who then sometimes share data with law enforcement agencies;
* bulk sharing and access to data by government authorities, such as when the U.S. intelligence services gained access to SWIFT, without any safeguards or when generalised reporting is taking place to tax authorities.

These are often mandatory requirements that are not limited to investigation-led activities. In this sense, financial surveillance is markedly different to other forms of surveillance – where interferences to privacy must be on a case-by-case basis and authorised by an independent competent authority. Financial surveillance actively monitors transactions, generates intelligence on these transactions, shares data based on how the sector identifies ‘suspicious activity’ as opposed to being led by a law enforcement investigation. Another difference is the key role played by the private sector (including financial institutions, but also involving state agents and other actors).

The impact of rules surrounding money laundering and terrorist financing extends far beyond the financial sector. FATF’s requirements on customer due diligence (KYC) lead to interference with privacy and other human rights, as well as social exclusion, PI concludes. The huge collection of confidential information raises the risks of abuses and data breaches.

Report by the Special Rapporteur
In the summary the Rapporteur warns:

The digital welfare state is either already a reality or is emerging in many countries across the globe. In these states, systems of social protection and assistance are increasingly driven by digital data and technologies that are used to automate, predict, identify, surveil, detect, target and punish. This report acknowledges the irresistible attractions for governments to move in this direction, but warns that there is a grave risk of stumbling zombie-like into a digital welfare dystopia. It argues that Big Tech operates in an almost human rights free-zone, and that this is especially problematic when the private sector is taking a leading role in designing, constructing, and even operating significant parts of the digital welfare state. The report recommends that instead of obsessing about fraud, cost savings, sanctions, and market-driven definitions of efficiency, the starting point should be on how welfare budgets could be transformed through technology to ensure a higher standard of living for the vulnerable and disadvantaged.

Readers find familiar subjects in the report like:

  • identity verification
  • fraud prevention and detection
  • risk scoring and need classification
  • the role of the private sector and the reluctance of many governments to regulate the activities of technology companies, and the strong resistance of those companies to taking any systematic account of human rights considerations

The conclusions of the report are interesting, e.g.:

72. But as humankind moves, perhaps inexorably, towards the digital welfare future it needs to alter course significantly and rapidly to avoid stumbling zombie-like into a digital welfare dystopia. Such a future would be one in which: unrestricted data matching is used to expose and punish the slightest irregularities in the record of welfare beneficiaries (while assiduously avoiding such measures in relation to the well-off); evermore refined surveillance options enable around the clock monitoring of beneficiaries; conditions are imposed on recipients that undermine individual autonomy and choice in relation to sexual and reproductive choices, and in relation to food, alcohol and drugs and much else; and highly punitive sanctions are able to be imposed on those who step out of line.

On the tech-optimists the Rapporteur writes: “There are a great many cheerleaders extolling the benefits, but all too few counselling sober reflection on the downsides“.

The Rapporteur concludes that currently the technology industry is only oriented on gadgets for the rich and not on improving the situation on the earth. It is high time that technology is developed in the public interest.

The dangers of FATF’s recommendations and its application
The risks of FATF’s recommendations and its application around the globe do not only exist in the area of counter-terrorism. The same applies to the anti-money laundering (AML) measures. Not only vulnerable and disadvantaged citizens are harmed by the measures. The counter-terrorism- and AML-measures also are harmful for developing countries, for eastern Europe (as already made public by MONEYVAL), for smal and medium sized companies and other organisations and for many other groups of citizens and organisations.

It is time to wake up.

 

More information:

Privacy International:

UN Human Rights:

The Guardian on the report: ‘Digital welfare state’: big tech allowed to target and surveil the poor, UN is warned, 16 October 2019.

The Netherlands:

Profiling and use of artificial intelligence in general:

On this blog:


Addition 18 October 2019
UN-Bericht kritisiert Einsatz neuer Technologien in Sozialsystemen, Christopher Hamich on Netzpolitik, 17 October 2019.
Human Rights Watch: UN: Protect Rights in Welfare Systems’ Tech Overhaul, 17 October 2019.
Big Tech Is ‘Almost Human Rights-Free Zone’ UN Report Warns, Emma Woollacott, Forbes, 16 October 2019.
In Dutch: Tweakers, Sargasso.

 

Addition, 30 January 2020
Read also: How digital financial services can prey upon the poor, The Economist, 29 January 2020.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Inzagerecht op grond van de AVG | AG München Az. 155 C 1510/18

Op 4 september jl. wees een Duitse rechter een interessante uitspraak over het inzagerecht op grond van de AVG.  Uit de uitspraak volgt (als ik het Duits goed heb begrepen) dat ook persoonsgegevens in het kader van een incassotraject onder de AVG vallen.

De vorm waarin informatie wordt verschaft, is niet voorgeschreven, aldus de rechter in overweging 55:

Für die Auskunft ist keine bestimmte Form vorgeschrieben, vgl. BeckOK Datenschutzrecht, Stand 1.2.2019, Art. 15 Rn. 58. Die Reichweite der Bestimmung in Art. 15 Abs. 3 Satz 1 „Kopie“ ist umstritten, vgl. zum Ganzen BeckOK am angegebenen Ort, Rn. 87 ff.

Het doel van het inzagerecht is niet de administratie van betrokkene te vergemakkelijken, maar is er op gericht dat de betrokkene de omvang en aard van de verwerkte persoonsgegevens kan beoordelen, aldus overweging 50:

Der Anspruch aus Art. 15 DSGVO dient nicht der vereinfachten Buchführung des Betroffenen, sondern soll sicherstellen, dass der Betroffene den Umfang und Inhalt der gespeicherten personenbezogenen Daten beurteilen kann

 

Lees Carlo Piltz, die op de uitspraak attendeerde:

Geplaatst in Handelsrecht, ICT, privacy, e-commerce | Plaats een reactie

Ubo-register en overheidsregister van aandeelhouders (CAHR), berichten KNB en meer

Notarissenorganisatie KNB schreef recent over zowel ubo-register als het overheidsregister van aandeelhouders. Beide berichten neem ik hierna over.

Onderstaand het op 11 oktober jl. verschenen bericht over de laatste ontwikkelingen rondom het ubo-register:

Minister Hoekstra: ‘Privacy UBO verbeterd’
11-10-2019

UBO’s krijgen inzicht in hoe vaak hun informatie wordt geraadpleegd. Ook wordt de identificatie van raadplegers van het UBO-register verbeterd. Met deze twee maatregelen wil minister Wopke Hoekstra van Financiën de privacy van UBO’s verbeteren. Dit schrijft hij in antwoord op vragen van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel UBO-register. Op 10 januari 2020 moet het UBO-register in werking treden.
Op grond van de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn moeten de lidstaten van de Europese Unie een gedeeltelijk openbaar UBO-register instellen. In dat register worden van juridische entiteiten zoals vennootschappen en stichtingen de ‘uiteindelijk belanghebbenden’ (ultimate beneficial owners, UBO’s) vastgelegd. In de beantwoording van de Kamervragen gaat Hoekstra in op zorgen over de gedeeltelijke openbaarheid van het register. Verder schrijft hij dat de bouw van het register bij de Kamer van Koophandel (KvK) op schema ligt om vanaf 10 januari 2020 UBO-registraties te kunnen verwerken. De tijdige inwerkingtreding van het wetsvoorstel UBO-register is afhankelijk van de behandeling in het parlement.

Communicatie
In de eerste achttien maanden na inwerkingtreding van de registratieplicht schrijft de KvK alle inschrijvingsplichtige juridische entiteiten aan met het verzoek hun UBO’s in te schrijven. Dit zal gefaseerd gaan om de verwerking van registraties goed te kunnen laten verlopen. Bij nieuwe juridische entiteiten is opgave van de UBO een voorwaarde voor verstrekking van een KvK-nummer. Daarnaast verzorgt de KvK algemene informatie op haar website over de registratieplicht en communiceert zij hierover richting relevante beroeps- en brancheorganisaties.

Registratie
Het registreren van de UBO’s en het accuraat en actueel houden van de informatie moet de juridische entiteit zelf doen. Een belangrijk onderdeel hierin is de documentatie waaruit blijkt dat de opgegeven persoon daadwerkelijk de UBO is. Als door advisering van een notaris – of een andere instelling die valt onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) – een juridische entiteit de verkeerde UBO opgeeft, dan voldoet de notaris niet aan zijn verplichtingen op grond van de Wwft. Hiertegen kan handhavend worden opgetreden door de toezichthouders of door het Openbaar Ministerie (OM).

Terugmeldplicht
Om de juistheid van de UBO-registraties te waarborgen bevat het wetsvoorstel verschillende maatregelen. De verstrekking van onderbouwende documentatie moet helpen tegen katvangers. Daarnaast moet een notaris – of een andere Wwft-instelling – een melding doen aan de KvK van ieder verschil dat hij tegenkomt tussen zijn eigen UBO-informatie en het UBO-register.

Toegang
Notarissen en andere Wwft-instellingen moeten bij het aangaan van een nieuwe zakelijke relatie met een juridische entiteit over een bewijs van registratie in het UBO-register beschikken. Zij krijgen zelf beperkte toegang tot het UBO-register. Alleen de volgende gegevens zijn voor hen zichtbaar: naam, geboortemaand en geboortejaar, woonstaat, nationaliteit en de aard en omvang van het door de UBO gehouden economische belang. Deze zes gegevens worden verplicht openbaar. Wwft-instellingen zijn in het kader van cliëntenonderzoek verplicht onderzoek te doen naar de UBO’s van cliënten en hebben gepleit voor ruimere toegang. In dat kader wordt aan de Autoriteit Persoonsgegevens advies gevraagd over toegang voor Wwft-instellingen tot de afgesloten UBO-gegevens.

Centraal aandeelhoudersregister
Hoekstra beantwoordt ook vragen over de samenhang en verschillen tussen het UBO-register en een centraal aandeelhoudersregister (CAHR). De minister wijst in dit verband ook op het kabinetstandpunt over het initiatiefwetsvoorstel CAHR.

Op 7 oktober jl. verscheen een artikel over het overheidsregister van aandeelhouders, waarvan het KNB een warm voorstander is:

Kamerleden willen duidelijkheid over wetsvoorstel centraal aandeelhoudersregister
07-10-2019

Wat zijn de verschillen tussen het UBO-register en het centraal aandeelhoudersregister? Wat is de rol van de notaris bij dat centraal aandeelhoudersregister? En wat zijn de administratieve lasten voor bedrijven? Op donderdag 3 oktober stelden Tweede Kamerleden vragen over het wetsvoorstel centraal aandeelhoudersregister (CAHR) aan initiatiefnemers Henk Nijboer (PvdA) en Mahir Alkaya (SP).
Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel complimenteerden alle aanwezige Kamerleden de initiatiefnemers met hun werk en inzet. Ook erkennen ze allemaal het belang van samenwerking op het gebied van fraude- en criminaliteitsbestrijding. Toch leefden er nog wat vragen. Zo wilden de VVD en D66 weten hoe het zit met de privacy van het centraal aandeelhoudersregister, de overlap met het UBO-register en het kostenplaatje. De PVV maakt het daarentegen niets uit dat er ook een UBO-register wordt opgezet. Edgar Mulder: ‘Het UBO-register heeft een aantal zwakke kanten, bijvoorbeeld dat de info van de ondernemers en de aandeelhouders zelf komt en dat minderheidsaandeelhouders onzichtbaar blijven. Dit register vult een en ander mooi aan.’ Ook GroenLinks en de PvdA wezen hierop.

Digitale oprichting bv
Het CDA keek verder naar de toekomst en wil van de initiatiefnemers weten hoe zij de ontwikkelingen rondom het online kunnen oprichten van bv’s zien in verhouding tot het centraal aandeelhoudersregister. Erik Ronnes: ‘Een Europese richtlijn vereist dat het mogelijk wordt dat mensen online ondernemingen oprichten. Het is niet duidelijk of dit via de notaris zal gaan. Als dit niet via de notaris zal gaan, zal dit ook tot problemen leiden bij de voorgestelde inrichting van het aandeelhouderregister, omdat die leunt op de rol van de notaris.’

CAHR als aanjager
Renske Leijten (SP) liet weten volkomen achter het wetsvoorstel van haar partijgenoot te staan. ‘Als er overlapping is met dat UBO-register, dan kan je toch kijken hoe dat een gecombineerd systeem zou kunnen worden? Daar kan toch gewoon rekening mee worden gehouden? Ik zie niet in waarom anderen dat opvoeren als een belemmering.’ Ook zei ze: ‘Zou het nou niet het beste te zijn om te zeggen: laten we deze wet aannemen en dan gebruiken als aanjager voor de regering om dat UBO-register te implementeren? Daarmee komt er één systeem. Volgens mij zijn de notarissen en vennootschapsrechtadvocaten dan ook blij. Ze zeggen allemaal: kom op met deze wetgeving, wij willen dat graag.’

De initiatiefnemers zijn nu weer aan zet. Zij zullen de vragen beantwoorden in een vervolg op dit debat.

 

Dit bericht verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

 


Aanvulling 12 augustus 2022
Op Taxlive verscheen een merkwaardig bericht ‘Herziening wetsvoorstel aandeelhoudersregister nodig voor vermogensbelasting’, 3 augustus jl.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Overheidsregister van aandeelhouders, Strafrecht, Ubo-register | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

“Als ondernemer kan je ongewild in dubieuze praktijken belanden” | Wwft

De Minister van Rechtsbescherming schrijft vandaag “Als ondernemer kan je ongewild in dubieuze praktijken belanden“, zie hierna.
Dat geldt ook voor ondernemers die de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten naleven (Wwft-plichtigen). Zij worden door de overheid vaak als criminelen behandeld, terwijl de ondernemers voor het overige begripvol worden tegemoet getreden.

 

 

De Minister verwijst naar een nieuwsbericht over ondermijning, waarin de Wwft ook aan bod komt. Overigens wordt ten onrechte beweerd dat privacy een schild voor criminelen zou kunnen vormen (lees deze berichten: 1, 2), daarmee werkt de Minister mee aan de onjuiste framing.

Tekst van het bericht:

Ondernemers werken mee in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit
Ministerie van Justitie en Veiligheid |
Nieuwsbericht | 15-10-2019 | 12:43

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Dekker voor Rechtsbescherming hebben met ondernemers gesproken over de gezamelijke strijd tegen ondermijnende criminaliteit. Tijdens het zogenoemde Ondernemersdiner dat maandag voor de eerste keer werd georganiseerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid met een brede vertegenwoordiging van ondernemend Nederland hebben VNO-NCW en MKB-Nederland duidelijk gemaakt samen te willen werken aan een weerbare samenleving en een veilig ondernemingsklimaat.

Ondermijnende criminaliteit is een veelkoppig monster. Ondernemers kunnen ongewild in dubieuze praktijken belanden, waardoor criminelen hun economische infrastructuur misbruiken om zwart geld wit te wassen. Sommige sectoren nemen al zichtbaar maatregelen; zo investeert de bankwereld in veel meer toezicht op onfrisse deals en transacties. Want de drugsindustrie draait niet in de eerste plaats om drugs, maar vooral om geld.

Maandag kwam prominent naar voren dat meer en sneller informatie kunnen delen van groot belang is om beter samen te werken in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit. De legale economische structuren en goede infrastructuur van Nederland zijn ook voor criminelen aantrekkelijk om hun illegale handel te bedrijven en hun illegaal verkregen vermogen wit te wassen. Daarom is het noodzakelijk dat opsporingsorganisaties ook samenwerken met bedrijven en branches.

Privacybescherming is een groot goed. Maar het moet wel zo werken dat privacy geen schild vormt voor criminelen die de fundamenten van de rechtsstaat juist proberen te ondergraven. Daarom werken minister Grapperhaus en minister Dekker aan wetgeving om een meer optimale gegevensuitwisseling mogelijk te maken tussen overheidsinstanties, zoals gemeenten, politie, Openbaar Ministerie en de Belastingdienst, en private partijen.

 

Het is positief dat ook Wwft-plichtigen positief worden bejegend. Nu nog werken aan verbetering van de witwasbestrijdingsregelgeving.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , | Plaats een reactie