CBS onderzocht omzeiling Rusland sancties

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) weet wie de Rusland sancties omzeilen, zo blijkt uit berichtgeving, lees het artikel van het CBS, waarin onder meer staat:

Opvallend veel jonge, kleine bedrijven die vóór 2022 deze gesanctioneerde producten nog niet exporteerden, zijn naar deze landen gaan exporteren. Dat meldt het CBS in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) op basis van nieuw onderzoek. (…)

Uit het onderzoek komen de volgende exportbestemmingen naar voren als landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling: Armenië, Kazachstan, Kirgizië, Mongolië, Servië, Turkije, en Turkmenistan. (…)

Gemeld wordt dat er twee soorten omzeilers zijn:

Vooral grote multinationals exporteerden vóór de Russische inval in Oekraïne producten naar Rusland, waarvan de export daarna verder aan banden is gelegd. Deze bedrijven hebben het wegvallen van Rusland als exportbestemming met name opgevangen door meer te exporteren naar landen waar ze daarvoor ook al actief waren. Een deel van deze bedrijven is ook nieuwe exportbestemmingen gaan verkennen, waaronder landen met een verhoogd risico op omzeiling. Dit zijn de zogenaamde switchers.

Daarnaast is er een groep toetreders: bedrijven die gesanctioneerde producten naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling exporteren, terwijl zij vóór de aanscherping van de sancties in 2022 deze producten helemaal niet exporteerden. Hierbij gaat het relatief vaak om jonge en kleine zelfstandige mkb-bedrijven met een kleine exportportefeuille, die vaak als tussenhandelaar optreden voor de export van gesanctioneerde goederen, die zij niet zelf produceren, naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling.

Op basis van de microdata van CBS kan precies worden vastgesteld om welke ondernemingen het gaat.

De Nederlandse media schreven over deze bevindingen, onder meer NOS, het NRC, Accountancy Vanmorgen, BNR.

Lees ook het bericht van de universiteit.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Sanctieregels | Tags: , , | Plaats een reactie

Open letter to the EU on the Going Dark report | digital communication secrecy (digitaal briefgeheim)

EDRi published Shedding light: We address the flawed Going Dark Report on the final report of the European ‘Going Dark’ Group [*] and the open letter NGOs sent to the Justice and Home Affairs Council.

EDRi mentions that report was created behind closed-doors and without meaningful participation of civil society:

Despite painting themselves as “an inclusive forum for all relevant stakeholders”, the HLG would only simulate an openness to the involvement of digital policy experts after public pressure. Previously the HLG had restricted EDRi and other civil society organisations from participating and exclusively met with law enforcement agencies and like-minded industry actors instead. This biased composition and opaque procedure of the HLG is unfortunately also reflected in the problematic outcomes of this group.

EDRi’s summary of the recommendations in the report:

  • Mainstreaming backdoors in technologies becomes “lawful access by design”. This would put the security and confidentiality of all electronic data and communications at risk and severely encroach fundamental rights of all people in the EU.
  • Data retention is back on the agenda – again. The HLG wants to harmonise retention and access across the EU. Beware of the proposed extension of data retention obligations to the Internet of Things and virtually any internet-based services. This is of course not in line with well-established case law, that forbids general monitoring because it would make innocent citizens feel that their private life is under constant surveillance.
  • To square the circle on surveillance and IT-security, the HLG tries to circumvent encryption – and the laws of mathematics. It is not the first time we hear the proposal to access end-to-end-encrypted data without compromising the security of relevant systems, but it remains an impossible and dangerous suggestion nonetheless.

Unfortunately there is more. So far the HLG had a list of 42 recommendations, which received heavy criticism by EDRi and other experts, since the Going Dark agenda would constitute “insecurity by design”. The European Data Protection Board recently warned of the contradictory demands by the HLG to providers, who are supposed to allow access for surveillance purposes and protect the security of their systems at the same time.

More information in the article and in the joint statement that was signed by amongst others Bits of Freedom and CCBE.

 

 

Some other recent articles on Going Dark:

 

 

Note:

[*] The High Level Group on Access to Data for Effective Law Enforcement.

 

 

The articles on the Going Dark proposal on this site are found here.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Misinformatie over het ubo-register

Het ministerie van Financiën verschaft in de Factsheet Nederland pakt belastingontwijking aan bewust onjuiste informatie. Immers, er staat onder het kopje ‘Maatregelen tegen belastingontwijking en belastingontduiking‘:

Invoer van UBO-register Per september 2020
Ondernemingen, stichtingen en verenigingen zijn verplicht eigenaren of de personen die minimaal 25% zeggenschap hebben in een zogeheten UBO-register in te schrijven. UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’ (de ‘uiteindelijke belanghebbende’). Zo gaan we financieel-economische criminaliteit, zoals witwassen van geld of belastingontduiking, tegen.

terwijl het ubo-register niets met belastingheffing te maken heeft en dat evenmin geldt voor de mensen die ‘UBO’ zijn.

Het ubo-register, dat wordt gevoerd door de Kamer van Koophandel, is onderdeel van de internationale misdaadbestrijdingswetgeving, waarbij ook private ondernemingen (die daar niet geschikt voor zijn) worden betrokken. De veronderstelling van de internationale wetgever (FATF en de EU) en van de Nederlandse wetgever is dat die ‘uiteindelijke belanghebbende’ (UBO) relevant is voor het opsporen door private organisaties van mogelijke misdaden door rechtspersonen en andere entiteiten (bijvoorbeeld vennootschappen onder firma). Het zorgt voor ongelofelijke bureaucratie en levert voor zover ik weet vrijwel niets op.

Dit is een karakteristiek voorbeeld van misinformatie die door het ministerie van Financiën wordt verspreid.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

Nederlandse database met oorlogsmisdadigers even on hold

De Autoriteit Persoonsgegevens maakte bekend dat het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), het grootste oorlogsarchief in Nederland over de Tweede Wereldoorlog, niet op de manier openbaar gemaakt mag worden als het voornemen was.

Die database kan de nodige commotie opleveren, ten eerste omdat er mensen in kunnen voorkomen die nog leven, en ten tweede omdat ook familieleden van oorlogsmisdadigers, collaborateurs, slachtoffers en anderen die in het archief voorkomen met de inhoud van het archief geconfronteerd kunnen worden. Ik las ergens (kon niet zo snel vinden waar) dat veel Nederlanders vinden dat familieleden van oorlogsmisdadigers en collaborateurs geen officiële functies horen te bekleden.

Zoals met alle openbaar gemaakte persoonsgegevens, kan ook deze database een mooie bron voor treiterpraktijken worden als de toegang niet goed is geregeld.

Overigens roept dit de vraag op waarom er niet allerlei andere gelijksoortige databases worden gemaakt, bijvoorbeeld over Nederlandse misdragingen in Indonesië en in vele andere landen. En als we toch bezig zijn: wordt het niet eens tijd voor databases over de betrokkenen bij oorlogmisdaden elders in de wereld? Het is wat willekeurig om alleen met de Tweede Wereldoorlog in Nederland bezig te zijn.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

ECB advies over acceptatieplicht contante betaling

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft advies uitgebracht over een amendement op het wetsvoorstel inzake het contantenverbod (wetsvoorstel ‘Wet plan van aanpak witwassen’). In dat amendement wordt voorgesteld om een acceptatieplicht voor kleinere contante betalingen in te voeren. De ECB schrijft onder meer:

In de eerste plaats wijst de ECB erop dat het Hof van Justitie heeft vastgesteld dat de hoedanigheid van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en -munten, zoals vastgelegd in respectievelijk primaire en secundaire Uniewetgeving18 , in beginsel een principiële verplichting inhoudt om die bankbiljetten en munten te aanvaarden19. (…)

In dit verband merkt de ECB op dat het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de hoedanigheid van eurobankbiljetten als wettig betaalmiddel een principiële verplichting tot het aanvaarden van die bankbiljetten als betaalmiddel inhoudt, een geen absolute verplichting tot aanvaarding20. (…)

Dit houdt ook in dat de lidstaten bij de uitoefening van hun bevoegdheden strengere regels kunnen invoeren die de verplichte aanvaarding van eurocontanten op hun grondgebied zal versterken, zoals bij de organisatie van hun overheidsdiensten of op het gebied van consumentenbescherming. Het Hof van Justitie heeft ook geoordeeld dat een maatregel van nationaal recht die voorziet in een verplichting tot aanvaarding van eurocontanten moet worden beoordeeld gelet op het doel en de inhoud ervan om te bepalen of die maatregel is vastgesteld binnen het kader van de eigen bevoegdheden van de lidstaten (…)

18 Artikel 128, lid 1, derde zin, van het Verdrag en artikel 11 van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro (PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1).

19 Zie het arrest van het Hof van Justitie van 26 januari 2021, Hessischer Rundfunk, gevoegde zaken C-422/19 en C423/19, ECLI:EU:C:2021:63, punten 49 tot en met 55.

20 Zie arrest van het Hof van Justitie van 26 januari 2021, Hessischer Rundfunk, gevoegde zaken C-422/19 en C423/19, ECLI:EU:C:2021:63, punt 55.

Het lijkt er op dat het voorgestelde amendement niet met Europese regels in strijd is.

Het advies is aangeboden door de minister van Financiën, die in de kamerbrief schrijft:

Zoals ik uw Kamer in mijn vorige brief over dit onderwerp heb aangekondigd, ben ik bezig met de voorbereidingen voor een uitzonderingsbesluit, zodat de voorgestelde acceptatieplicht zo snel mogelijk in werking kan treden nadat de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Zoeken in stukken van de Tweede Kamer met Bert’s Bot

Bert Hubert heeft een zoekmachine gemaakt, waarmee in parlementaire stukken van de Tweede Kamer kan worden gezocht en die te vinden is op https://berthub.eu/tkconv/. Door Hubert omschreven als:

tkconv: Ontsluit de Tweede Kamer open data via een aantrekkelijke website & een goed bruikbare SQLite database

Ik heb ‘m voor mezelf ‘Bert’s Bot’ genoemd.

Sinds kort kunnen er ook e-mail signaleringen worden ingesteld.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: | Plaats een reactie

DNB consulteert beleidsuiting over systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA)

In de moderne controlesamenleving hebben banken en andere bedrijven die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank (DNB) hun integriteitsrisico’s volledig onder controle. Dat doen ze volgens de beleidsmakers door middel van een ‘systematische integriteitsrisicoanalyse’ (SIRA).

Over dit wonderbaarlijke fenomeen is DNB een consultatie gestart, die hier wordt aangekondigd. Het concept voor deze beleidsuiting staat hier (pdf).

Bij  het doornemen valt op dat veel een herhaling is van regelgeving en andere publicaties over bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en het naleving van de sanctieregelgeving.

Voorbeelden

Zodra het concreter wordt, wordt het interessanter.

Risicofactoren en data-analyse
Bijvoorbeeld de risicobeoordeling van het complete klantenbestand op pagina 12 en 13 (het plaatje wordt groter als je er op klikt):

De inleiding in de linker kolom is een herhaling van wat er in de wet staat. Het voegt dus niets toe.

Uit de tekst van de linker kolom blijkt dat DNB meent dat de rechtsvorm relevant is voor het risico. Ik ben  benieuwd wat daar de onderbouwing van is. DNB denkt dat een ‘eenmanszaak’ een Nederlandse rechtsvorm is, wat onjuist is. Vervolgens is het tweede voorbeeld de stichting, terwijl besloten vennootschappen veel vaker voorkomen.

Opmerkelijk is dat de toezichthouder in de linker kolom spreekt over ‘homogene’ cliëntgroepen en dan voorbeelden geeft op basis van leeftijd (minderjarigen, ouderen), juridische status (onder curatele gesteld) en activiteitenstatus (student). Zijn dat wel homogene groepen? En zijn deze categorieën wel relevant voor bepaling van het criminaliteitsrisico? Want als wordt gesproken over ‘risicofactoren en data-analyse’, dan gaat het er om welke klanten crimineel zijn of crimineel geld onder zich zouden kunnen hebben.

Mij lijkt dat dit geen ‘good practice’ is, je hebt er niets aan bij bepaling van het criminaliteitsrisico.

In de tweede en derde kolom volgen de hoogrisicofactoren en -sectoren. Ik blijf nieuwsgierig wat die hoogrisicosectoren zijn als ze niet in de Europese regels expliciet zijn vermeld. Opvallend is dat DNB hier een nieuwe hoogrisicosector aanduidt, ‘sectoren waarnaar opsporings- en overheidsdiensten onderzoek hebben gedaan‘. Dat betekent dat hoog risico is wat de opsporing bedenkt, dat is wel heel erg makkelijk (en ook zij kunnen fouten maken).
Er blijken ook ‘hoogrisicobanken’ te zijn. Het zou goed zijn als bekend wordt gemaakt welke dat zijn, dan kunnen klanten besluiten daar geen zaken mee te doen.

De hoogrisicolanden (schurkenstaten) spelen een grote rol. De vraag is dan welke criteria worden aangelegd, want er zijn vele verschillende lijsten van schurkenstaten in omloop. Zo is volgens sommigen Zwitserland een schurkenstaat, wat betekent dat een klant hoog risico is als deze:

  • actief is in Zwitserland
  • gevestigd is in Zwitserland
  • transacties doet van of naar Zwitserland

Het staat er niet bij, maar mogelijk is ook een aandeelhouder in Zwitserland of een bestuurder die in Zwitserland woont relevant.

Ook de transactievolumes met schurkenstaten respectievelijk hoogrisicobanken kunnen gemeten worden. Zegt dat iets over de omvang van criminaliteit van de klanten respectievelijk het criminele geld?

Het is het goedkoopst om met bepaalde groepen klanten geen zaken meer te doen. En dat is precies wat banken en andere financiële instellingen doen.

Identificatie risico op (indirecte) discriminatie
Er is ook een onderdeel over discriminatie, hoewel je niet kunt zeggen dat uitsluiting en discriminatie ‘onbedoelde bijeffecten’ zijn. Immers, risicoprofilering betekent per definitie dat je een klant indeelt in een groep en aan die groep een risicoprofiel toekomt, wat niets met die individuele klant te maken hoeft te hebben.
Dit item is geen ‘good practice’ maar een advies aan de bank om maatregelen tegen uitsluiting en discriminatie te nemen, waartoe die bank toch al verplicht is.

Tot slot

Het zal me benieuwen of de toezichtpopulatie van DNB denkt hier iets aan te hebben. Wat ik bij globale bestudering tegen kom is een herhaling van wat je in vele andere antiwitwaspublicaties en de regelgeving tegen komt. Toch zullen die bedrijven er blij mee zijn, want door middel van dit soort documenten komen zij er achter hoe DNB er over denkt. Maar het is de vraag of dat een goede motivatie is.

Nog interessanter is of er onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek bestaat naar de betekenis van de SIRA voor de financiële praktijk. Anders gezegd: zorgen de mooie SIRA’s van financiële instellingen er voor dat er meer boeven worden gevangen respectievelijk minder crimineel geld door het financiële systeem stroomt?

Want het opstellen en actueel houden van een SIRA kost veel geld, wat weer aan de klanten wordt doorberekend, die zich afvragen of de wetgever wel een goed systeem heeft opgetuigd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Integriteitsvragen van DNB aan banken c.s.

De Nederlandsche Bank (DNB) maakte in november in het bericht Vragenlijsten SBA-NFR én IRAP 2025 eerder beschikbaar bekend dat de integriteitsvragenlijsten [*] eerder bekend worden gemaakt. De ondernemingen onder DNB-toezicht krijgen meer tijd voor de beantwoording dan voorheen, nl. acht respectievelijk tien weken.

Helaas zijn die vragenlijsten niet openbaar. In het kader van transparantie van de toezichthouder zou dat goed zijn, want dan kan het publiek (zoals ik) zien wat DNB van de banken wil weten. Mogelijk komt dat omdat de vragenlijst in een ander format zijn gezet.

Vorig jaar liet DNB weten dat bepaalde vragenlijsten te moeilijk waren, lees Verzekeraars en pensioenfondsen vullen SBA NFR vragenlijsten onjuist in

 

 

[*] De integriteitsrapportage (IRAP) voor banken, trustkantoren, pensioenfondsen, verzekeraars en de betaalinstellingen, en de jaarlijkse uitvraag Sector Brede Analyse Niet Financiële Risico’s (SBA NFR) voor de pensioen- en verzekeringssector.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Minister van Financiën: discriminatie en de-risking door banken komt niet door het optreden van DNB en het ministerie

In de brief die de minister van Financiën vandaag aan de Tweede Kamer stuurde wordt de oorzaak van de problemen die burgers en organisaties met de banken en betaalinstellingen hebben, volledig bij deze financiële instellingen gelegd.
Dat is opmerkelijk omdat DNB en het ministerie de banken opjagen om hun misdaadbestrijdingstaken goed te vervullen op straffe van hoge boetes en alle klanten te ‘profileren’. Het zou volwassen zijn als de minister erkent dat er fouten zijn gemaakt door het ministerie en dat er onrealistische verwachtingen zijn van wat banken kunnen, zowel wat betreft het aantrekken van adequaat personeel als voor wat betreft de digitale infrastructuur.

De minister erkent in de brief dat er ernstige problemen zijn en zegt dat de banken verantwoordelijk zijn. Hij denkt dit als volgt op te lossen:

1) banken en betaalinstellingen moeten hun communicatie verbeteren; 2) zij dienen wet- en regelgeving correct na te leven; 3) burgers dienen gehoord te worden als ze discriminatie ervaren; 4) banken en betaalinstellingen dienen actief in te zetten op preventie.

Acties door banken en betaalinstellingen en optreden overheid

In de brief wordt verslag gedaan van te ondernemen acties door de banksector, vertegenwoordigd door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), en andere financiële instellingen en worden gemeld wat de overheid gaat doen:

  • De NVB dient een samenvatting van de antidiscriminatieregels (een ‘standaard’) te maken, waarvan het doel is om banken meer richting te geven in hoe ze discriminatie kunnen voorkomen. Bij het opstellen van de samenvatting zullen maatschappelijke organisaties en de de Nationaal Coördinator Racisme en Discriminatie (NCDR) worden betrokken. Financiële instellingen zullen ook bij opleiding van medewerkers aandacht aan bestrijding van discriminatie besteden.
  • Mensen uit de praktijk weten dat banken regelmatig zeer gebrekkig communiceren met hun klanten, zeker als dat klanten uit het mkb of consumenten zijn. Het lijkt er op dat het personeel onvoldoende is gekwalificeerd om de klant vragen te stellen. Daarbij speelt waarschijnlijk een rol dat het moeilijk is om aan goed personeel te komen. De minister spreekt mooie woorden over een betere communicatie door banken met hun klanten. Ik hoop er het beste van want bij sommige teksten vraag ik me af of de bankmedewerker wel heeft leren lezen en schrijven.
  • Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) in de criminaliteitsbestrijding (bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering) zal sterk toenemen, wat riskant is omdat AI nu eenmaal dom is. De minister meldt dat de NVB bezig is met een handleiding voor de banken over het gebruik van kunstmatige intelligentie in de criminaliteitsbestrijding (bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering). De minister zal het systeem van periodieke algoritme-toetsing zoals door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) nu wordt toegepast, delen met de NVB.
    Verder schrijft de minister over de rol van DNB en AFM bij de toepassing van AI door banken en schrijft dat zij “een belangrijke rol” krijgen bij het toezicht op AI op grond van de nieuwe AI-verordening (AI Act). Of dat wel een passende rol is, is de vraag nu zowel DNB als AFM zelf op grote schaal met AI werken. Dat wordt aangekaart door Simon Lelieveldt van Human Rights in Finance.EU in het NRC in zijn opinie Toezicht AI moet onafhankelijk zijn (betaalmuur).
  • De banken dienen de werkwijze bij opzeggen en blokkeren van rekeningen te verbeteren, aldus de minister, waarbij de minister opmerkt: “Het opzeggen van een rekening zie ik als een maatregel die alleen in uiterste gevallen genomen dient te worden met inachtneming van wet- en regelgeving“. De minister maakt melding van voor de hand liggende zorgvuldigheid, die al lang bij de banken bekend zouden moeten zijn, zoals dat de klant een redelijke termijn krijgt om vragen te beantwoorden en dat de bank moeite doet om de klant te benaderen. Verrassend genoeg hebben banken geen inzicht in de redenen van blokkeren en opzeggen (vermoeden dat de klant crimineel is, bescherming van de klant tegen fraude of iets anders). Het heeft zelfs de minister  bereikt dat er geen touw aan vast te knopen is waarom wordt geblokkeerd: “Ik ontvang echter ook signalen dat klanten soms geen idee hebben waarom hun rekening wordt geblokkeerd.
  • De minister gaat bij de regels inzake sancties (nieuwe wetgeving en een nieuwe leidraad) aandacht besteden aan discriminatie en uitsluiting (“ongewenste gevolgen“). In de bedrijfsvoeringsregels op grond van de nieuwe sanctiewetgeving zullen daar voorschrijften over worden opgenomen.
  • De minister kondigt aan dat klachten kunnen worden ingediend bij discriminatie.nl. De lappendeken van instanties wordt daarmee vergroot. Het is onbegrijpelijk dat er nog steeds geen financiële ombudsman is, die onafhankelijk klachten kan behandelen en onderzoeken kan instellen.
  • DNB heeft onderzoek gedaan naar de maatregelen die banken hebben genomen om discriminatie te voorkomen, zo meldt de minister, en AFM en DNB zullen in de loop van 2025 vervolgonderzoek uitvoeren. Voorts kondigt de minister eigen vervolgonderzoeken aan, de eerste meting wil hij in het tweede kwartaal van 2025 laten doen; in 2026 en 2027 wordt dit herhaald.

Gemiste kansen

Het is positief dat aan het onderwerp aandacht wordt besteed, maar jammer dat de minister niet betere maatregelen neemt.

Nodig: een onafhankelijke financiële ombudsman

Zoals vermeld is het hoog nodig dat er een onafhankelijke financiële ombudsman komt, die alle klachten over witwasbestrijdingsplichtige ondernemingen en financiële instellingen in behandeling kan nemen en die onafhankelijk onderzoek kan instellen, ook naar geheime risicoprofielen en naar de werkwijze bij het gebruik van AI.

Nu financiële instellingen en andere witwasbestrijdingsplichtigen belangrijke overheidstaken uitvoeren, hoort daarbij krachtige bescherming van klanten, zeker nu er zo veel geheim is (lees het blog over geheime redenen blokkeren bankrekening). Voorkomen moet worden dat foute praktijken onder de pet worden gehouden.

Betere rechtsbescherming

Ook is gewenst dat er laagdrempelige rechtsbescherming komt, in de vorm van een speciale kantonrechtersprocedure die open staat voor consumenten en het midden- en kleinbedrijf en kleine en middelgrote non-profit organisaties.

Overzicht moties en toezeggingen aanpak ervaren discriminatie

Bij de brief hoort een bijlage Overzicht moties en toezeggingen aanpak ervaren discriminatie. Daarin worden opgesomd:

Moties:

  • Motie over klanten en maatschappelijke organisaties betrekken bij het initiëren van een code of conduct (Kamerstukken II, 2023/2024, 32 013, nr. 294).
  • Motie over inzetten op het in de code of conduct overnemen van alle aanbevelingen uit het onderzoek van DNB (Kamerstukken II, 2023/2024, 32 013, nr. 295).
  • Motie over het peridiek monitoren van onderzoeken naar ervaren discriminatie door financiële instellingen (Kamerstukken II, 2023/2024, 32 013, nr. 293).
  • Motie over een werkwijze afspreken waarin (dreigen met) het opzeggen van een rekening tot het uiterste wordt beperkt (Kamerstukken II, 2023/2024, 32 013, nr. 297).
  • Motie over het helpen verbeteren van antiwitwasbeleid van landen onder verscherpt toezicht van de FATF (Kamerstukken II, 2023/2024, 32 013, nr. 296).

Toezeggingen:

  • Informeren Kamer eind 2024 over voortgang aanpak ervaren discriminatie (Kamerstukken II, 2023/2024, 32 013, nr. 292).
  • Neerleggen code of conduct bij NVB (Kamerstukken II 2023-2024, TZ20240, nr. 007).
  • Inzicht geven in achtergrond, duur en aantal blokkades om te bezien of actie nodig is (Aanhangsel Handelingen II, 2023-2024, nr. 1279).
  • Inzicht in algoritmes en gebruik van media-artikelen bij het screenen van klanten (Kamerstukken II, 2023-2024 32 013, nr. 292).
  • De werkwijze van de algoritme-apk zoals deze gebruikt wordt door Dienst Uitvoerend Onderwijs (DUO) delen met de NVB (Plenair verslag Tweede Kamer, 96e vergadering dinsdag 10 september 2024).
Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Witwasbestrijding in de nota inzake de wet met een vreemde titel | contantenverbod, acceptatieplicht kleine bedragen, Wwft

In de nota naar aanleiding van het verslag naar aanleiding van het wetsvoorstel tot beperking van contante betaling, met de vreemde titel ‘Wet plan van aanpak witwassen‘, wordt niet alleen over de contantenbeperking gesproken.

Beperking van contante betaling

Contante betaling van diensten
Die contantenbeperking gaat voorlopig nog niet gelden voor betaling van diensten, dat komt er later bij. Dat heeft een praktische reden:

Gekozen is om dit aanstaande verbod op contante betalingen voor diensten vanaf 10.000 euro nog niet mee te nemen in dit wetsvoorstel, vanwege de uitvoerbaarheid. BTWwft houdt op dit moment reeds toezicht op handelaren in goederen met betrekking tot contante transacties vanaf 10.000 euro. Met het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen wordt beoogd deze verplichting te vervangen door het verbod op contante betalingen vanaf 3.000 euro. Een uitbreiding van het huidige wetsvoorstel naar contante betalingen ten behoeve van goederen én voor diensten, zou neerkomen op een enorme uitbreiding van de reikwijdte van de groep partijen waarop toezicht gehouden moet worden. De effecten hiervan zijn op dit moment niet duidelijk. Hoewel BTWwft reeds toezicht houdt op enkele groepen dienstverleners, geldt dit niet voor het overgrote deel van deze uitgebreide en diverse groep dienstverleners. Een dergelijke uitbreiding zou derhalve nopen tot een nieuwe uitvoeringstoets van BTWwft. Aangenomen wordt dat deze uitbreiding in ieder geval een significante verhoging van de uitvoeringskosten met zich mee zou brengen, los van de belangrijkere vraag of deze forse uitbreiding op dit moment uitvoerbaar zou zijn. In het kader van de implementatie van het AML-pakket wordt met BTWwft gekeken hoe de uitbreiding van het verbod naar diensten, en het toezicht hierop, uitgevoerd kan worden. Bij de implementatie van het AML-pakket zal verder ook worden bezien welke grens gepast is voor het verbod op contante betalingen voor diensten.

Het is apart dat de overheid zich beroept op niet-uitvoerbaarheid maar daar totaal geen interesse voor heeft als het bedrijven betreft die overheidstaken moeten uitvoeren.

Internationale reikwijdte
Interessant is wanneer de nieuwe wet van toepassing is in internationale verhoudingen:

De leden van de BBB-fractie vragen hoe de grens van 3.000 euro zich verhoudt tot internationale handelsstromen die vanwege de aard of de oorsprong een “contant” regime hebben (bijvoorbeeld transacties met Duitsland en andere buurlanden, maar ook bijvoorbeeld West-Afrika).

Het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf 3.000 euro geldt voor betalingen in contanten die in of vanuit Nederland worden verricht. Voor de uitleg van “in of vanuit Nederland” geldt dezelfde maatstaf als reeds opgenomen in artikelen 3 en 23a van de wet. Een transactie wordt “in of vanuit” Nederland verricht wanneer (een deel van) de transactie in Nederland plaatsvindt. Hierbij wordt benadrukt dat “transactie” breder is dan de betaling. Het ziet op de volledige handeling van aanbieden van een goed in ruil voor contant geld. Zo is het verbod van toepassing indien een in Nederland geregistreerde handelaar in Nederland goederen aanbiedt en de betaling in Nederland plaatsvindt. Het verbod is tevens van toepassing indien een handelaar in Nederland geregistreerd is en vanuit Nederland goederen aanbiedt, ook als de betaling over de grens geschiedt. Het verbod is eveneens van toepassing als de handelaar in het buitenland geregistreerd is en vanuit het buitenland goederen aanbiedt en de betaling in Nederland plaatsvindt. In de laatste twee gevallen vindt een deel van de transactie in Nederland plaats, waardoor het verbod van toepassing is.

Acceptatieplicht kleine contante bedragen
Nu het bedrijfsleven bezig is onder druk van de banken contante betaling uit te bannen, wordt het tijd voor een acceptatieplicht voor contante betalingen onder de 100 euro. Dat vond de Tweede Kamer in een amendement op dit wetsvoorstel. Dit onderwerp komt in de nota aan bod. De minister schrijft:

In het amendement van de leden Dijk en Flach is de mogelijkheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur uitzonderingen op de acceptatieplicht te maken, als dat noodzakelijk is vanwege de veiligheid of de specifieke aard van de werkzaamheden. Zoals ook aangegeven aan uw Kamer, zal van die mogelijkheid gebruik gemaakt worden om de acceptatieplicht proportioneel en uitvoerbaar te maken. Leidend blijft dat contant geld breed geaccepteerd wordt, zodat de inclusiviteit van het betalingsverkeer en de terugvalfunctie van contant geld op peil blijven. Momenteel wordt gewerkt aan de uitwerking van het uitvoeringsbesluit. De door de leden van de D66-fractie gestelde vragen over de kosten van een acceptatieplicht, de handhaving en consequenties bij niet-naleving zullen hierin ook mee worden genomen.

Lees over de acceptatieplicht ook de Betaalvereniging, die moppert dat de acceptatieplicht heel duur zal zijn en schrijft over een toenemend kostenverschil tussen pinnen en contant aan de toonbank. De hoge kosten van contante betaling worden door banken en andere betaalinstellingen aan de ondernemers doorberekend, wat wordt veroorzaakt door het al lang bestaande feit dat de overheid de beschikbaarheid van contant geld aan de financiële sector heeft uitbesteed, zonder daar een vergoeding voor te betalen (de financiële instellingen moeten blij zijn met de voorrechten die zij dankzij hun vergunning genieten).

Overige onderwerpen

Toegankelijkheid van het betalingsverkeer
Ook dit onderwerp wordt besproken. Dit heb ik toegevoegd aan mijn artikel over zakelijke bankrekeningen.

Bancair sleepnet
Ook wordt een vraag over het bancair sleepnet gesteld en legt de regering uit dat daarvoor het gegevensdelingssysteem van het antiwitwaspakket in de plaats komt:

De leden van de BBB-fractie vragen of het door banken gezamenlijk vormgeven van deze activiteiten (transactie monitoring, uitwisseling know your customer-gegevens) tot risico’s leidt als “computer says no”, waardoor onbedoeld mensen of bedrijven worden uitgesloten van een bankrekening. Is er bijvoorbeeld een excesregeling of loket in de wet of uitvoering voorzien waar mensen of bedrijven met spoed terecht kunnen die (in hun beleving onterecht) geweigerd worden, zo vragen zij. Zonder bankrekening besta je immers niet!

Het voorliggende wetsvoorstel bevat niet langer de grondslag voor banken om gezamenlijk transacties te monitoren. Deze bepalingen zijn met een nota van wijziging geschrapt uit het wetsvoorstel. Omdat het recent aangenomen pakket met Europese wetgevende voorstellen op het terrein van het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering (AML-pakket) gegevensuitwisseling tussen poortwachters, zoals banken, volledig harmoniseert is er niet langer ruimte om dit nationaal te regelen. De Tweede Kamer is hier op 16 april 2024 over geïnformeerd. 13 Dit betekent dat, op grond van de bepaling, zoals deze nu is opgenomen in de AML-verordening, poortwachters gezamenlijke voorzieningen kunnen inrichten om gegevens te delen in het kader van hun verplichtingen om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan. De bepaling biedt verschillende waarborgen: zo is de reikwijdte van de transactiegegevens die mogen worden gedeeld beperkt tot specifieke groepen cliënten met een hoog risico, dienen de relevante toezichthouders voorafgaand aan het starten van de activiteiten te verifiëren of de gezamenlijke voorziening voldoet aan de voorwaarden uit de AML-verordening en de AVG en dienen poortwachters passende technische maatregelen te implementeren in de gezamenlijke voorziening, zoals pseudonimisering. Daarnaast mogen individuele poortwachters uitdrukkelijk het besluit om een klant te weigeren of om de relatie op te zeggen niet louter baseren op informatie die is verkregen via de gezamenlijke voorziening. Tot slot schrijft de AVG voor dat een verwerkingsverantwoordelijke, in dit geval de poortwachter, direct door de betrokkene, in dit geval de klant, benaderd moet kunnen worden. Tot slot zijn banken op grond van de Wet op het financieel toezicht verplicht om een klachtenprocedure te hebben waar klanten zich kunnen melden indien zij menen dat zij onjuist behandeld zijn. Voor particuliere klanten is het daarnaast mogelijk om een klacht in te dienen bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening. Mocht dit geen oplossing bieden, dan kunnen partijen zich tot de rechter wenden.

Het wordt interessant hoe ‘specifieke groepen cliënten’ in de praktijk zal worden uitgelegd.

Opvallend is dat in bovenstaande passage wordt gesuggereerd dat banken alleen natuurlijke personen als klant hebben, want er staat: “Tot slot schrijft de AVG voor dat een verwerkingsverantwoordelijke, in dit geval de poortwachter, direct door de betrokkene, in dit geval de klant, benaderd moet kunnen worden“. Gemakshalve wordt even vergeten dat er vele andere betrokkenen in de zin van de AVG zijn, zoals bestuurders van rechtspersonen en uiteindelijk belanghebbenden.

Onjuist is dat natuurlijke personen die nadeel ondervinden van de verwerking van hun persoonsgegevens door financiële instellingen genoeg zouden hebben aan wat er in de drie laatste volzinnen van het citaat hierboven staat. Het is hoog nodig dat de rechtsbescherming wordt verbeterd met een financiële ombudsman en toegang tot de onafhankelijke rechter (zoals Privacy First bepleit).

Gebrekkig uitvoeren van de Wwft door banken
Een steeds terugkerend onderwerp is dat banken boetes krijgen vanwege vermeende niet-correcte nakoming van de Wwft. Het blijft treurig dat niet aan de beleidsmakers aan het verstand kan worden gebracht dat de Wwft onuitvoerbaar is. Zelfs banken slagen er niet in (dus bij andere Wwft-plichtigen kan in de toekomst ook geld worden verdiend aan boete-oplegging). Zie de vraag in de nota waarin wordt gezegd: “Ondanks de inzet van meer dan 10.000 fte blijken poortwachters als banken dus niet in staat of niet bereid de Wwft naar behoren uit te voeren. De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan reflecteren op de oorzaken van de haperende uitvoering van de Wwft“. Daarop wordt gereageerd met het bekende verhaal dat ik al vele malen heb gelezen, met onder meer het DNB-rapport ‘Van herstel naar balans’ en die vreemde ‘standaarden’ die de NVB uitvaardigt.
De minister besluit met: “Ik blijf inzetten op verbetering van de risicogebaseerde aanpak door banken en daar aandacht van DNB en de banken voor vragen“. Dat is een foute inzet: hij moet zich gaan inzetten voor een open foutencultuur bij het ministerie van Financiën en DNB. Dat moet er toe leiden dat het concept van de privatisering van de criminaliteitsbestrijding op de schop gaat.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie