Hoogleraar computerbeveiliging Bart Jacobs | “PSD2, een Europese strategische blunder”

Bart Jacobs, hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en voorzitter van de stichting Privacy by Design,  schreef voor iBestuur de opinie “PSD2, een Europese strategische blunder“. Daarin veegt hij de vloer aan met het Europese besluit om banken te verplichten aan fintech bedrijven toegang te verlenen tot hun systemen.

De naïeve drijfveer van het Directoraat Mededinging lijkt te zijn geweest om al die kleine sympathieke FinTech startups te helpen, ten koste van die nare grote banken die maar op hun gouden eieren blijven zitten. Het lijkt bij niemand te zijn opgekomen dat misschien niet alleen kleine sympathieke partijen een PSD2 vergunning aan zullen vragen, maar ook minder sympathieke Amerikaanse ICT-giganten, zoals de big five: Google, Facebook, Apple, Microsoft en Amazon. Zij krijgen zo het tafelzilver van Europese banken gratis op een presenteerblaadje aangeboden. De Europese banken kunnen door deze big five kosteloos leeggezogen worden, terwijl ze een niet-kosteloze betaalinfrastructuur in stand moeten houden. De bankensector raakt hierbij het contact met de eigen klanten kwijt en verliest de controle over zeer gevoelige persoonsgegevens.

Een lezenswaardig artikel.

Andermans persoonsgegevens

Overigens bespreekt Jacobs niet dat door middel van de individueel verleende toegang de fintech bedrijven gegevens over anderen dan de toestemminggever krijgen (= privépersonen waarmee de toestemming gevende burger financiële relaties onderhoudt).

Voorbeeld:

  • De heer X verleent de bank toestemming om de rekeninggegevens aan Facebook te verstrekken.
  • X heeft een lening verstrekt aan zijn zus die deze maandelijks aflost. Facebook krijgt dus via X toegang tot de privégegevens van zijn zus.
  • X huurt een appartement van privépersoon Y en betaalt maandelijks huur aan die privépersoon. Facebook komt via deze weg te weten dat Y woonruimte verhuurt.

Dit lijkt op het adresboekjatten dat nu al gewone praktijk is (al denk ik dat het illegaal is). Voorbeeld: LinkedIn vraagt toegang tot het adresboek van A, met daarin persoonsgegevens (namen, adressen, enzovoorts) van personen B tot en met T. LinkedIn krijgt alleen toestemming van A, niet van B tot en met T.

Uitwerking PSD2

In het kader van de databeschermingsregelgeving is daarom gewenst dat de fintech bedrijven geen persoonsgegevens van anderen dan hun eigen klanten in handen krijgen.

Een strenge regulering en controle op de naleving van de databeschermingsregelgeving is gewenst; het is te hopen dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de ePrivacy regels daar basis voor zullen zijn. Voorts is gewenst dat de fintech bedrijven streng worden gescreend en dat er krachtig toezicht plaats vindt.


Aanvulling 21 september 2017
Zie over de privacy issues van PSD2 ook het artikel in het FD, “Chaos dreigt rondom invoering betaalrichtlijn PSD2“.

Aanvulling 27 september 2017
Inmiddels is de internetconsultatie over de Nederlandse implementatie van PSD2 gestart, inleiding:

Implementatiebesluit herziene richtlijn betaaldiensten. Dit besluit implementeert richtlijn nr. 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (hierna: PSD II of de richtlijn).

De conceptregeling is hier te vinden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

AMLD4 | Fonds voor gemene rekening | beginnerscursus belastingrecht voor leden van de tweede kamer

Op het ondernemingsrecht weblog verscheen het artikel “Fonds voor gemene rekening | beginnerscursus belastingrecht voor leden van de tweede kamer“. In het artikel komt het antwoord op de kamervragen aan bod, met onder meer de kenmerken van deze fiscale vorm en de vraag of de deelnemers aan het fonds in het ubo-register zullen worden opgenomen.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Correctiepunt | inzage en correctie van persoonsgegevens in overheidsregisters

De Nederlandse overheid registreert zeer veel persoonsgegevens. In die registraties kunnen fouten sluipen, die voor betrokkenen veel hinder kunnen opleveren.

Door de tweede kamer is in 2016 in een motie aan de regering gevraagd om «er zorg voor te dragen dat eenieder over hemzelf of haarzelf kan inzien welke gegevens er vanuit overheidsdatabases wanneer, door wie en, zo nodig, met welke motivatie opgevraagd zijn, en hoe bij vermoeden van misbruik daarover contact op te nemen is».

13 oktober 2016: aankondiging onderzoek

Dit onderwerp wordt besproken in een brief van de minister van van binnenlandse zaken van 13 oktober 2016. Daarin waarschuwt de minister dat een centrale voorziening een grote ICT-uitdaging is:

Ik wil hier benadrukken niet in te zetten op een centrale voorziening, omdat dit een groot ICT-project wordt en vele vraagstukken oplevert ten aanzien van effecten op allerlei organisaties.

De minister wijst op het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI):

Nu is het zo dat burgers het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI) kunnen inschakelen als zij een fout in een registratie zien die te maken heeft met de BRP en het niet lukt om die te laten wijzigen. Het CMI gaat na wat burgers precies bedoelen. Als het verzoek daadwerkelijk een relatie heeft met de BRP dan kan het CMI:
– de burger adviseren en ondersteunen bij het herstellen van fouten in zijn persoonsgegevens;
– de burger adviseren en ondersteunen bij het tegengaan van ongewenste gevolgen van fouten in, fraude met en/of misbruik van zijn persoonsgegevens.
Daarnaast kan het CMI:
– informatie verstrekken over fouten in identificerende persoonsgegevens in overheidsregistraties en over identiteitsfraude;
– optreden als ketenregisseur in de ketensamenwerking met ketenpartners als Politie, ECID, RDW, Belastingdienst, IND;
– informatie verschaffen over de trends in meldingen, etc.

De minister geeft aan te onderzoeken hoe  het inzage- en correctierecht kan worden verbeterd, waarbij wordt gedacht aan een “correctiepunt”.

11 september 2017: rapportages over een correctiepunt

Inmiddels is er een vervolg door middel van een brief van de minister van 11 september 2017. Daarin geeft hij aan dat hij onderzoek heeft laten verrichten, wat is uitgemond in twee rapporten, waarvan de inhoud als volgt wordt samengevat:

Het rapport «Correctiepunt Basisregistraties»
Het rapport geeft een aantal functionaliteiten en een aantal scenario’s voor de inrichting van een correctievoorziening. De nuloptie is alles laten zoals het is en het meest uitgebreide scenario is een onafhankelijk centraal instituut vergelijkbaar met de Nationale ombudsman of de Autoriteit Persoonsgegevens.
Berenschot schat in dat het inzetten op het meest zware scenario contraproductief werkt vanwege de discussies die omtrent taken en bevoegdheden zullen ontstaan. Het scenario met een coördinerend correctiepunt met vooralsnog dienstverlenende, analyserende en bemiddelende taken wordt als beste optie genoemd. Deze voorziening helpt de burger op weg en heeft een bemiddelende rol naar verschillende overheidsorganisaties voor een correcte afhandeling van het probleem. Een centraal correctiepunt zou op afstand moeten komen te staan van het ministerie. Berenschot geeft ook aan langs welke weg dit kan worden bereikt.
De kosten van een dergelijke voorziening schat Berenschot jaarlijks op 2 tot 4 miljoen euro per jaar, terwijl de baten worden geschat op 4 tot 8 miljoen euro per jaar.

Het rapport «Inzage persoonlijke gegevens»
Het rapport geeft een aantal scenario’s weer waarlangs mensen digitaal op de hoogte kunnen worden gebracht van wat er met hun persoonsgegevens gebeurt. Het gaat om het gebruik van de gegevens.
In dit rapport vindt u een drietal scenario’s met verschillende functionaliteiten en een oplopende schaal van mogelijkheden. Het gaat van het alleen leveren van algemene ontsluitingsinformatie tot aan volledige persoonlijke inzage in het gebruik van persoonsgegevens via een centraal publicatiesysteem, waar alle informatie op identieke wijze bij elkaar wordt gebracht. De kosten van de verschillende scenario’s lopen op van naar schatting € 11 miljoen voor een centraal punt waar alleen algemene informatie gepresenteerd wordt over de verwerking van persoonlijke gegevens door verschillende overheidsorganisaties, tot € 400 miljoen euro voor het meest uitgebreide scenario. De doorlooptijd van de verschillende scenario’s wordt geschat op ongeveer 2 jaar voor het realiseren van een centrale informatievoorziening, tot 7 jaar voor een centraal publicatiesysteem waar alle inzagegegevens van alle overheden bij elkaar worden gebracht.

De verdere uitvoering zal aan het nieuwe kabinet worden overgelaten. Er zal wel aan de voorbereiding worden gewerkt, aldus het slot van de brief:

Regie op gegevens
Binnen het programma Burgers en Bedrijven in Regie op Gegevens (kortweg Regie op gegevens) wordt gekeken naar de mogelijkheden van persoonlijk datamanagement, waarbij gegevensuitwisselingen tussen (overheids-)partijen ten behoeve van het gebruik van gegevens door derden via de burger lopen. Het voldoet daarmee aan de vraag van uw Kamer uit te zoeken hoe burgers regie kunnen krijgen over hun gegevens, waarbij zij de mogelijkheid hebben zelf instanties en organisaties aan te wijzen waaraan een beperkt aantal persoonlijke gegevens automatisch kan worden verstrekt.
De komende periode wordt met een grote groep betrokkenen (publiek, privaat, maatschappelijk) gesproken over welke principiële uitgangspunten en afspraken er nodig zijn om dergelijke gegevensuitwisseling te kunnen laten plaatsvinden in overeenstemming met fundamentele rechten, vrijheden én plichten. De bevindingen van dit proces worden in het najaar met uw Kamer gedeeld.

Meer informatie


Pellicaan Advocaten adviseert en assisteert op het gebied van databescherming. Meer informatie is op onze website te vinden.

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

EU-richtlijn toegang belastingautoriteiten tot antiwitwasinlichtingen: wetsvoorstel al bij tweede kamer, terwijl het stil is rond AMLD4

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is een voertuig geworden voor overheidsdoelen, zoals belastingheffing, zo blijkt uit de fiche Implementatie Richtlijn (EU) 2016/2258. De richtlijn wordt als volgt beschreven:

Op grond van het voorstel krijgt de Belastingdienst met het oog op het toezicht op de juistheid en volledigheid van gegevens die in het kader van de CRS binnen de Europese Unie worden uitgewisseld toegang tot informatie die door financiële instellingen op grond van de Wwft wordt vastgelegd. Ook regelt het voorstel voor hetzelfde doel de toegang voor de Belastingdienst tot het centraal register met informatie over uiteindelijk belanghebbenden (hierna ook: UBO-register).

Zie in dat verband ook het overheid.nl dossierWet implementatie EU-richtlijn toegang belastingautoriteiten tot antiwitwasinlichtingen“. Het wetsvoorstel, dat wijziging brengt in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, is al bij het parlement ingediend, terwijl we nog  moeten wachten op de AMLD4-wetsvoorstellen.

De Wwft is er dus alleen voor de overheidsportemonnee. Met de ondernemingen die de Wwft moeten uitvoeren wordt geen rekening gehouden.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Plaats een reactie

Pas begin 2018 duidelijkheid over het zo verstrekkende ubo-register

Een van de belangrijkste onderdelen van de antiwitwaswetgeving is het ubo-register, dat op 26 juni jl. in Nederland geïmplementeerd had moeten zijn. Velen krijgen met dat register te maken, niet alleen alle bestuurders en andere belanghebbenden die in dat register terecht komen als “uiteindelijk belanghebbende”. Ook de vele ondernemingen die de antiwitwaswetgeving moeten naleven, moeten zich voorbereiden op de naleving van deze wet.

Het is daarom ronduit schokkend dat het ministerie van financiën in een brief van 12 september 2017 aankondigt dat het wetsvoorstel pas begin 2018 zal worden ingediend:

Informatie over uiteindelijk belanghebbenden
Ter implementatie van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn wordt in Nederland een centraal register met informatie over uiteindelijk belanghebbenden (UBO-register) opgezet. Het UBO-register zal in belangrijke mate gaan bijdragen aan de beschikbaarheid van informatie over uiteindelijk belanghebbenden. Een concept wetsvoorstel voor de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden is dit voorjaar geconsulteerd. Het streven is dat in de zomer van 2018 het Nederlandse UBO-register operationeel is. Naar verwachting kan het concept wetsvoorstel begin 2018 aan de Tweede Kamer worden toegezonden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Bestrijding van fraude met beleggingen

De ‘Centurion’ zaak illustreert hoe voorzichtig je moet zijn met het investeren in beleggingsfondsen.

Degenen die zich interesseren voor de bestrijding van fraude met beleggingsfondsen, vinden in een recent antwoord op kamervragen informatie daarover. In het antwoord worden onder meer de rollen van AFM, DNB, Openbaar Ministerie en FIOD besproken.  Oplettendheid van de burger is geboden, aldus het antwoord:

In de eerste plaats is het van belang dat burgers zelf alert zijn en zich steeds goed informeren. Dit geldt ook voor potentiële beleggers. Zij moeten zich bewust zijn van de risico’s van beleggen en zelf goed onderzoek doen naar de achtergrond van aanbieders.

Voorts wordt melding gemaakt van de mogelijkheden van de consument, onder meer:

  • Aangifte bij de politie (antwoord 4)
  • Vordering schadevergoeding (antwoord 4)
  • Signaal aan het Openbaar Ministerie (antwoord 5 en 13)

Hieronder volgt de tekst van het antwoord:

Vragen van het lid Nijboer (PvdA) aan de Ministers van Financiën en van Veiligheid en Justitie over het bericht «Oplichtersnetwerk roofde ongestoord tientallen miljoenen» (ingezonden 15 mei 2017).

Antwoord van Minister Dijsselbloem (Financiën), mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 13 juli 2017). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 1993.

Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving rondom het netwerk dat grote aantallen mensen dupeerde door middel van frauduleuze beleggingsfondsen? [1 ] [2 ]

Antwoord 1
Ja

Vraag 2
Kunt u de berichtgeving bevestigen dat een groep mensen jarenlang door middel van beleggingsfondsen particulieren heeft opgelicht? Kunt u een overzicht geven van wat er tot nu toe bekend is over de zaak?

Antwoord 2
Ik heb kennisgenomen van de publicaties over oplichting door beleggingsfondsen.
Beleggingsfraude is een vorm van fraude waarbij criminelen particulieren ertoe weten te bewegen om grote bedragen geld te beleggen in door hen aangeboden producten. Deze criminelen investeren de ontvangen bedragen vervolgens doorgaans niet of nauwelijks in de beloofde beleggingsproducten, maar wenden de gelden vooral aan voor persoonlijk gewin.
De AFM heeft ten aanzien van een aantal ondernemingen stappen ondernomen. De AFM heeft onderzoek gedaan naar Centurion Vastgoed B.V. (Centurion). Dit heeft ertoe geleid dat de AFM in juli 2014 op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) een last onder dwangsom heeft opgelegd aan Centurion.[3 ] De last onder dwangsom is opgelegd omdat Centurion onjuiste en te weinig informatie heeft verstrekt aan consumenten die obligaties of certificaten (of beide) van Centurion hebben gekocht of mogelijk zouden kopen. De last onder dwangsom hield in dat Centurion de betrokken consument schriftelijk moest informeren over de eventuele zekerheden, over de totaal opgehaalde gelden door Centurion, over de besteding van de inleg van houders van obligaties en certificaten en over de inkomsten van de bedrijfsactiviteiten van Centurion. Deze informatie moest Centurion ook publiceren op haar website. In deze zaak had de AFM een vermoeden van fraude en heeft zij aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie.
Indien het Openbaar Ministerie signalen ontvangt – die kunnen duiden op een dergelijke fraude – van bijvoorbeeld de AFM, DNB, banken of van gedupeerden, onderzoekt zij deze signalen op aanknopingspunten voor strafrechtelijk onderzoek.
Ten aanzien van Centurion Vastgoed BV geldt dat het Openbaar Ministerie strafrechtelijk onderzoek heeft gedaan naar de gang van zaken rondom dit bedrijf en de rechtbank heeft de leidinggevenden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Naar het bedrijf Hollandsche Wind is het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek gestart nadat eind 2016 aangifte werd gedaan door diverse banken. Dit onderzoek loopt nog. Het Openbaar Ministerie heeft in een persbericht laten weten dat het vermoeden bestaat dat sprake is van beleggingsfraude waarbij het fraudebedrag wordt geschat op meer dan 8 miljoen euro. Tevens is bekend gemaakt dat de verdachten vermoedelijk via andere bedrijven nieuwe beleggingsproducten zouden uitgeven. In het persbericht is een e-mailadres opgenomen waar gedupeerden zich kunnen melden.

Vraag 3
Hoeveel mensen zijn gedupeerd door het oplichtersnetwerk? Zijn dit allemaal particulieren? Hoe groot is de schade gemiddeld per gedupeerde?

Antwoord 3
Ik kan geen mededelingen doen over het aantal gedupeerden en de omvang van de schade per individuele zaak.

Vraag 4
Wat kunnen gedupeerden doen om nog iets van hun geld terug te zien?

Antwoord 4
Slachtoffers van beleggingsfraude kunnen aangifte doen bij de politie. Het Openbaar Ministerie spant zich in om slachtoffers zo veel als mogelijk te ondersteunen, onder meer door hen in de gelegenheid te stellen zich als benadeelde partij in de strafzaak te kunnen voegen waardoor zij in die procedure hun schade op de wederpartij kunnen verhalen, door het wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte te ontnemen en door ten behoeve van de slachtoffers beslag te leggen op het vermogen van de verdachten. Daarnaast kunnen personen die zijn benadeeld door middel van beleggingsfraude een vordering tot schadevergoeding instellen bij de civiele rechter.

Vraag 5 en 13
Hoe is het mogelijk dat een beperkte kring van mensen in staat is om meer dan tien jaar lang nietsvermoedende particulieren op te lichten met grofweg dezelfde methode? Heeft er in het verleden onderzoek plaatsgevonden naar dit netwerk, of is volstaan met het vervolgen van individuele casus, zoals Centurion?
Hoe kan het zo zijn dat jarenlang bekend is dat er oplichters werkzaam zijn, maar dat zij gewoon hun bedrog kunnen voortzetten? Waarom is daar niet tegen opgetreden?

Antwoord 5 en 13
De AFM heeft bij vrijgestelde aanbiedingen beperkte bevoegdheden en houdt op basis van de Whc toezicht op de naleving van de Wet oneerlijke handelspraktijken (Wohp). Oneerlijke handelspraktijken zien op onjuiste en te weinig verstrekte informatie aan de consument en zien niet specifiek op oplichting of fraude door ondernemingen. Dit brengt mee dat de AFM alleen bevoegdheden heeft ten aanzien van de informatieverstrekking door de aanbieder aan de belegger en niet direct bij de instelling kan ingrijpen. De AFM spant zich er daarom voor in om mogelijke signalen van fraude bij het OM en/of FIOD kenbaar te maken. In het antwoord op vraag 11 wordt de rol van de AFM nader toegelicht.
Indien het Openbaar Ministerie signalen ontvangt – die kunnen duiden op beleggingsfraude – van bijvoorbeeld de AFM, DNB, banken of van gedupeerden, onderzoekt het Openbaar Ministerie deze signalen op aanknopingspunten voor strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek richt zich ook op eventuele netwerken. Een netwerk is echter niet eenvoudig te traceren aangezien er vaak gebruik wordt gemaakt van stromannen die (nog) niet bekend zijn bij het Openbaar Ministerie. In het geval van Hollandsche Wind bestond er bij het Openbaar Ministerie evenwel het vermoeden dat verdachten via andere bedrijven nieuwe beleggingsproducten zouden uitgeven. Middels een persbericht heeft het Openbaar Ministerie een e-mailadres bekendgemaakt waar gedupeerden zich kunnen melden. Door een actief persbeleid te hanteren met betrekking tot beleggingsfraudeonderzoeken beoogt het Openbaar Ministerie de samenleving te waarschuwen voor de gevaren die gepaard gaan met bedrijven die beleggingsproducten aanbieden en daarbij ongebruikelijk hoge rendementen beloven.

Vraag 6 en 7
Wat vindt u van de opmerkingen van diverse bronnen van de Gelderlander, die stellen dat de aanpak van deze fraude grotendeels faalt? In 2012 is het Openbaar Ministerie (OM) reeds gewaarschuwd in deze zaak [4 ], waarom is er toen geen actie ondernomen?
Hebben de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) en het OM genoeg middelen en expertise om financiële fraude en andere witteboordencriminaliteit aan te pakken? Wat is de omvang van beleggingsfraude in Nederland?

Antwoord 6 en 7
Het Openbaar Ministerie heeft genoeg middelen en expertise om financiële fraude en andere witteboordencriminaliteit aan te pakken en treedt adequaat op tegen beleggingsfraude. Binnen het Openbaar Ministerie en politie is de aanpak van fraude prioriteit en wordt deze steeds verder versterkt. Daarbij wordt actief de samenwerking gezocht met private partijen.
Het signaal dat in 2012 is afgegeven is opgevolgd, maar op dat moment kon nog geen fraude vastgesteld worden door het Openbaar Ministerie. Het lag daardoor niet voor de hand om de capaciteit van het Openbaar Ministerie op verdere vervolging te richten.
Het Openbaar Ministerie registreert zaken met betrekking tot beleggingsfraude niet apart en kan daarom niet aangeven hoeveel beleggingsfraudezaken in 2016 zijn opgepakt. Zoals de Minister van Veiligheid en Justitie uw Kamer eerder berichtte zijn de in de Veiligheidsagenda 2015–2018 afgesproken resultaten met betrekking tot de aanpak van horizontale fraude, inclusief beleggingsfraude in 2015 en 2016 ruimschoots gehaald.
In 2015 zijn vanuit de politie 2077 verdachten van horizontale fraudezaken bij het Openbaar Ministerie ingestroomd. Doelstelling was 1500 verdachten. In 2016 was de doelstelling 1600 verdachten. Het aantal door de politie in 2016 aangeleverde verdachten bedraagt 2794. Daarnaast zijn nog 522 horizontale fraude zaken aangeleverd door de Koninklijke Marechaussee alsmede bijzondere en overige opsporingsdiensten.

Vraag 8
Welke eisen worden gesteld aan beleggingsfondsen om particulieren te beschermen, en in hoeverre voldoen deze eisen? Meer in het bijzonder: welke regels gelden er voor reclame maken voor beleggingsfondsen die gericht zijn op particulieren? Gelden deze regels ook voor alternatieve promotiemogelijkheden, zoals gesponsorde interviews? Welke regels gelden er voor het telefonisch benaderen van mogelijke investeerders?

Antwoord 8
Het artikel in de Gelderlander gaat over effecten (obligaties en aandelen) die niet zijn gestructureerd als een beleggingsfonds. Dit betekent dat de regels die gelden voor beleggingsinstellingen niet van toepassing zijn. Ten aanzien van aanbiedingen van effecten aan het publiek geldt dat alle reclame-uitingen aan een aantal regels moet voldoen. Deze regels gelden voor iedere vorm van informatieverstrekking die dient ter aanprijzing van of een wervend karakter kent ter zake van een bepaalde financiële dienst of een bepaald financieel product. Dit betekent dat de regels ook van toepassing zijn op alternatieve manieren van reclame, zoals reclame via interviews of via telefonische gesprekken.
Een reclame-uiting dient als zodanig herkenbaar te zijn. De reclame-uiting mag geen informatie bevatten die onjuist of misleidend is en de informatie dient in overeenstemming te zijn met de informatie in het prospectus. Verder dient de aanbieder van effecten ervoor zorg te dragen dat in de reclame-uiting wordt vermeld of er een prospectus algemeen verkrijgbaar is of wordt gesteld en, als dit het geval is, waar het prospectus verkregen kan worden.

Vraag 9
Wat gaat u doen om de bescherming van particulieren tegen dit soort oplichters te verbeteren?

Antwoord 9
De aanpak van fraude, ook van beleggingsfraude, is een zaak van alle betrokken partijen: burgers, bedrijven en andere private en publieke partijen. In de eerste plaats is het van belang dat burgers zelf alert zijn en zich steeds goed informeren. Dit geldt ook voor potentiële beleggers. Zij moeten zich bewust zijn van de risico’s van beleggen en zelf goed onderzoek doen naar de achtergrond van aanbieders. De bescherming van beleggers moet worden bezien in het licht van een breder handhavingskader van het Openbaar Ministerie, toezicht, handhaving en publieksvoorlichting door de toezichthouders AFM en/of DNB tot waarschuwingen van bijvoorbeeld de Fraudehelpdesk of de Kamer van Koophandel.
Zo zijn aanbieders van effecten verplicht om wettelijk voorgeschreven informatie aan (potentiële) beleggers te verstrekken. De AFM ziet toe op de naleving van deze informatieplichten. Wanneer de AFM in de uitoefening van het toezicht oplichting of fraude vermoedt zal altijd met FIOD en/of het Openbaar Ministerie in overleg worden getreden, zoals in de Centurion zaak is gebeurd.
Om de consument bewuster te maken van de risico’s van beleggen onderneemt de AFM verschillende acties. De AFM waarschuwt consumenten in generieke zin voor malafide partijen in de vrijgestelde beleggingsmarkt, maar waarschuwt geregeld ook voor specifieke mogelijke malafide partijen [5 ]. Ook wijst de AFM consumenten op de risico’s van beleggen, bijvoorbeeld door middel van een checklist beleggen in obligaties op haar website. Recentelijk heeft de AFM via de consumentennieuwsbrief en via Facebook aandacht besteed aan vrijgestelde beleggingen[6 ].
Bovendien wordt onder coördinatie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie door publieke en private partijen samengewerkt aan effectieve barrières met als doel het de fraudeur zo moeilijk mogelijk te maken. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft daartoe onder andere afspraken gemaakt binnen het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing. Tot slot is de aanpak van fraude, inclusief beleggingsfraude, een prioriteit in de Veiligheidsagenda 2015–2018 en zijn over de aanpak daarvan afspraken gemaakt met de politie.

Vraag 10
In hoeverre zijn ouderen extra kwetsbaar voor deze manier van oplichting? Wat wordt er reeds gedaan en wat gaat u doen om ouderen meer weerbaar te maken tegen oplichters?

Antwoord 10
Het is voorstelbaar dat fraudeurs zich richten op kwetsbare slachtoffers. Daarom ligt in algemene zin binnen de aanpak van fraude de focus onder andere op kwetsbare slachtoffers, zoals senioren. Binnen het Ministerie van Veiligheid en Justitie wordt een actief preventiebeleid uitgevoerd met het oog op kwetsbare slachtoffers van fraude, zoals senioren.

Vraag 11
Heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) genoeg middelen en expertise om fraude met beleggingsfondsen aan te pakken? Knellen de toezichtsgrenzen?

Antwoord 11
De AFM ziet toe dat bij het aanbieden van effecten een goedgekeurd prospectus verkrijgbaar wordt gesteld. Een goedgekeurd prospectus bevat alle essentiële informatie om een besluit te kunnen nemen over de aanbieding. De AFM heeft geen wettelijke mogelijkheden om te controleren of deze informatie overeenkomt met de feitelijke situatie bij de aanbieder. Het is de verantwoordelijkheid van de aanbieder om geen informatie in het prospectus op te nemen die onjuist is. Dat een prospectus is goedgekeurd door de AFM betekent niet dat de aanbieder betrouwbaar is en dat de rendementen die beloofd worden ook daadwerkelijk behaald zullen worden. De goedkeuring van het prospectus door de AFM is dan ook geen keurmerk voor de belegging die wordt aangeboden.
Bij aanbiedingen die minder dan € 2,5 miljoen bedragen, bij aanbiedingen aan minder dan 150 personen en bij aanbiedingen van effecten die een nominale waarde hebben van tenminste € 100.000 per effect geldt dat geen prospectus algemeen verkrijgbaar wordt gesteld dat is goedgekeurd door de AFM en dat de aanbieding niet onder toezicht staat van de AFM. Indien hiervan sprake is ziet de AFM er op toe dat de vrijstellingsvermelding is vermeld op de informatievoorziening van de aanbieder, zodat de consument weet dat de aanbieding buiten regulier toezicht van de AFM staat. De AFM houdt bij vrijgestelde aanbiedingen op basis van de Whc toezicht op de naleving van de Wohp. Oneerlijke handelspraktijken zien op onjuiste en te weinig verstrekte informatie aan de consument en zien niet specifiek op oplichting of fraude door ondernemingen. Dit brengt mee dat de AFM alleen bevoegdheden heeft ten aanzien van de informatieverstrekking door de aanbieder aan de belegger.
De hiervoor genoemde vrijstellingsdrempel van € 2,5 miljoen zal naar verwachting in de tweede helft van 2017 worden verhoogd naar € 5 miljoen onder gelijktijdige invoering van een meldplicht en minimum informatievereisten. Dit heb ik toegezegd in een algemeen overleg met de leden van de vaste commissie voor Financiën van 4 februari 2016. Door invoering van de meldplicht krijgt de AFM een overzicht van uitgevende instellingen die gebruik maken van de vrijstelling en kan zij eerder inspelen op mogelijke onjuiste of misleidende informatieverstrekking door die partijen. Indien de AFM verneemt dat een partij een vrijgestelde aanbieding doet, terwijl zij zich niet bij de AFM heeft gemeld, kan dit voor de AFM bovendien een dringende reden zijn om onderzoek bij deze partij te doen. Dit maakt het voor malafide partijen moeilijker om buiten het zicht van de AFM te blijven dan thans het geval is.
Het toezicht van de AFM is risicogestuurd. Dit betekent dat de AFM over het algemeen haar toezichtsinspanningen baseert op ontvangen signalen en monitoring van de markt. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de soort propositie en of personen eerder betrokken zijn geweest bij aanbiedingen. Dit is ook het geval bij het toezicht op vrijgestelde aanbiedingen van effecten op grond van de Whc. Een monitoring van de markt kan er toe leiden dat de AFM op onregelmatigheden stuit en handhavend optreedt. Zo heeft de AFM wanneer de gelden door de aanbieder anders worden besteed dan aan de belegger is beloofd, de bevoegdheid door middel van een aanwijzing of last onder dwangsom de aanbieder te verplichten om dit aan de belegger mee te delen. De AFM kan ook een bestuurlijke boete opleggen. Hiernaast kan de AFM een openbare waarschuwing publiceren. De AFM heeft in een aantal gevallen op grond van de Whc opgetreden, zoals bij Centurion. Verder heeft de AFM in het verleden vaker op grond van de Whc opgetreden. [7 ] Wanneer de AFM oplichting of fraude vermoedt zal altijd met FIOD en Openbaar Ministerie in overleg worden getreden. Hiervan was bijvoorbeeld sprake in de Centurion zaak.
Ten slotte onderneemt de AFM verschillende acties om de consument bewuster te maken van de risico’s van beleggen. De AFM waarschuwt consumenten in generieke zin voor malafide partijen in de vrijgestelde beleggingsmarkt, maar waarschuwt geregeld ook voor specifieke mogelijke malafide partijen [8 ]. Ook wijst de AFM consumenten op de risico’s van beleggen, bijvoorbeeld door middel van een checklist beleggen in obligaties op haar website. [9 ]Recentelijk heeft de AFM via de consumentennieuwsbrief en via Facebook aandacht besteed aan vrijgestelde beleggingen. [10 ]

Vraag 12
Welke rol hebben banken bij het signaleren van fraude met beleggingsfondsen?

Antwoord 12
Op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zijn banken verplicht om onderzoek te verrichten naar hun cliënten. Daarnaast verplicht de Wwft tot het melden van ongebruikelijke transacties bij de Financiële inlichtingen eenheid (FIU). Voor de naleving van deze verplichtingen is het noodzakelijk dat banken informatie vergaren over hun cliënten en dat zij de transacties van hun cliënten monitoren. Hierbij kunnen banken fraude detecteren, bijvoorbeeld aan de hand van mutaties op een bankrekening die door een frauduleuze partij wordt aangehouden. Omdat fraude doorgaans wordt vormgegeven met gelegitimeerde transacties, is het voor banken niet eenvoudig om signalen van fraude – bijvoorbeeld met beleggingsfondsen – te detecteren. Ook lopen geldstromen vaak over meerdere rekeningen. Wanneer die bij andere banken of in het buitenland worden aangehouden, heeft een bank daar geen inzicht in. De informatiedeling tussen banken onderling en tussen banken, toezichthouders en opsporingsinstanties is gebonden aan geldende regelgeving met betrekking tot privacy en vertrouwelijkheid. Deze gelden ook op het terrein van bestrijding van beleggingsfraude.

Noten

1 http://www.gelderlander.nl/arnhem/oplichtersnetwerk-roofde-ongestoord-tientallen-miljoenen~aaecf1a5/
2 Zie voor het gehele dossier: http://www.gelderlander.nl/dossier/oplichters-oosterbeek~d58dbaf06cd4b8c3220c8e4df/
3 https://www.afm.nl/nl-nl/nieuws/2014/juli/lod-centurion
4 http://www.gelderlander.nl/dossier-oplichters-oosterbeek/fraude-expert-senioren-pas-op-jullie-zijn-de-volgende~a7036f61
5 https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/nieuws/2017/mei/waarschuwing-florijn-duurzaam-wonen.
6 https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/nieuws/2017/mei/nieuwsbrief-consument.
7 https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/nieuws/maatregelen-hh.
8 https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/nieuws/2017/mei/waarschuwing-florijn-duurzaam-wonen.
9 https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/themas/producten/beleggen/checklist.
10 https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/nieuws/2017/mei/nieuwsbrief-consument.

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Bureau Kredietregistratie onder vuur

Het Bureau Kredietregistratie (BKR) ligt onder vuur. Recent verscheen een artikel van Camil Driessen in het NRC dat een flinke discussie op gang bracht.

Rood staan bij de bank
Zelf ben ik het BKR ook een keer tegen gekomen met een merkwaardig fenomeen: een consument die bij een Nederlandse grootbank een spaarrekening had waar al langdurig circa EUR 50.000 op stond en een privérekening, waarop betrokkene EUR 750 rood kon staan (wat zelden gebeurde). Op grond van de bankvoorwaarden kan de bank alle vorderingen en schulden met elkaar verrekenen.

Toch deelde de bewuste bank eind vorig jaar aan de consument mee, dat er registratie bij het BKR zou gaan plaats vinden. Op vragen waarom dat nodig was – in het licht van de spaarrekening – werd geen antwoord gegeven, anders dan iets in de geest van ‘het moet’. De consument heeft de mogelijkheid om rood de staan daarom maar van de privérekening gehaald, maar bleef met de vraag zitten waar dit goed voor was.

Hoe werkt BKR?
Met die vraag blijf ik ook zitten. Het BKR is een fenomeen zoals we in de financiële sector wel vaker kennen (denk bijvoorbeeld aan de incidentenregisters), waarbij de sector zelf regels bedenkt. Het betreft regels van een type waarvan je normaliter zou verwachten dat er door de overheid naar wordt gekeken.

Jeroen Veldhuis verschaft in artikelen op zijn blog algemene informatie over het fenomeen BKR, dat is gebaseerd op de Nederlandse financiële wetgeving. Dat mensen met een betalingsachterstand worden geregistreerd, is logisch. Ook een registratie van schulden zonder betalingsachterstand kan worden verdedigd. Maar waarom mensen zonder schuld (zoals in bovenstaand voorbeeld) worden geregistreerd, is raadselachtig.

Als het om latente schulden gaat, waarom worden dan niet alle latente schulden (energie, huur, telefoon, enzovoorts) bij het BKR geregistreerd?

Juridische context
Het BKR heeft een juridische grondslag in de Wet op het financieel toezicht, maar daarin staat niet meer dan dat kredietaanbieders moeten deelnemen aan een systeem van kredietregistratie. Het lijkt er op dat er geen voorschriften zijn inzake de inrichting van het BKR.

Een blik op de website van het BKR leert dat daar wel algemene informatie is te vinden, ook over boeiende thema’s als de ‘PEP-check‘ van burgers. Zie bijvoorbeeld deze pagina over wat er geregistreerd wordt. BKR presenteert zich als brede dienstverlener voor de financiële sector.

Over rood staan schrijft het BKR:

RK – Doorlopende kredietovereenkomst
De afkorting RK staat voor doorlopende kredietovereenkomst. Dit zijn kredieten waarbij u de mogelijkheid krijgt om binnen een vastgesteld limietbedrag geld op te nemen, zaken te kopen of diensten af te nemen. Hieronder vallen de winkelpassen, creditcards en doorlopende kredieten en limieten op de betaalrekening (rood staan).

Let op! Het gaat hierbij uitsluitend over creditcards gekoppeld aan een kredietovereenkomst. Niet om de zogenaamde cards waarvan het bedrag binnen 30 dagen moet zijn terugbetaald.

Registratie
* Meer dan € 250,- (geen bovengrens)
* Looptijd langer dan één maand

Opvallend is dat creditcards waarbij de consument de schuld meteen aflost niet geregistreerd worden, terwijl rood staan altijd wordt geregistreerd (terwijl aannemelijk is dat er meestal binnen dertig dagen wordt afgelost).

Het geheel maakt een willekeurige indruk.

De regelingen die aan het BKR-systeem ten grondslag liggen, trof ik op de BKR-site niet aan. Ik ben benieuwd of iemand dit gaat uitzoeken en het aan de Wet op het financieel toezicht toetst. Ik zal dat toejuichen. En als de regels niet kloppen, dan kunnen ze toch worden aangepast?

Inmiddels zijn er ook kamervragen gesteld.

Meer informatie:


Aanvulling 18 september 2017
Inmiddels is er allerlei nieuwe informatie. Op 15 september jl. zijn de kamervragen beantwoord, wat interessante informatie voor belanghebbenden oplevert. Zie ook het bericht in amweb “Dijsselbloem spoort BKR aan ‘pragmatischer’ te werken” naar aanleiding van de beantwoording.

Aanvulling 26 januari 2018
De BKR blijft de aandacht trekken:

Aanvulling 11 april 2018 | Rabobank weigert hypotheek wegens schuld van € 317,63
Met regelmaat halen de uitwassen van het BKR-systeem de media, dit keer ook het FD, waarin een recente rechterlijke uitspraak wordt besproken. Onbegrijpelijk dat dit soort organisaties door mogen gaan met hun praktijken. De uitspraak ging over een schuld aan Vesting Finance (overgenomen van Neckermann) van € 317,63 die het aangaan van een hypotheek bij de Rabobank blokkeerde en waarvan betrokkene niet afwist. Vreemd is dat het bedrijf dat de schuld bij BKR registreert, Vesting Finance, hier over gaat en niet BKR zelf.

Aanvulling 11 april 2018 | huren van een auto levert BKR-registratie op
Bij velen onbekend: ook het huren van een auto (‘private lease’) levert een BKR-registratie op, iets waarvoor de aanbieders van deze dienst niet altijd duidelijk waarschuwen. Zie het bericht van de vereniging Eigen Huis “Heeft private lease invloed op de maximale hypotheek?” (8 februari 2018).

Aanvulling 2 mei 2019
Uit recente berichten blijkt dat BKR de gang van zaken rondom inzage door betrokkenen heeft moeten aanpassen. Zie:

Zie voorts het artikel Geen verdere maatregelen inzake onterechte BKR-registraties bij de VVP, 28 april 2019.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

AMLD4 | Bent u hoog risico? Doet u nog zaken met ‘hoog risico’ cliënten?

Zowel voor ondernemers die de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten naleven, dat zijn er vele, als voor hun klanten, is van belang wat de Europese overheid onder ‘hoog risico’ op witwassen en terrorismefinanciering (samen: ‘fraude’) verstaat.

‘Hoog risico’ onder AMLD4

In bijlage III bij de Vierde Europese Antiwitwasrichtlijn (AMLD4), zie aan het slot, is beschreven wanneer er potentieel sprake is van hoog frauderisico. Dat hoge risico heeft niet alleen betrekking op bepaalde landen (daar schreef ik eerder al over). Hoog risico is er ook in een aantal gevallen waarbij je niet onmiddellijk aan fraude denkt, zoals:

[a] horeca, winkels (veel geldverkeer in contanten);
[b] banken die zich richten op rijke particulieren (private banking);
[c] ondernemingen die betalingen  ontvangen van onbekende of niet verbonden derden.

Opvallend is dat de Europese overheid veronderstelt dat alle rijke particulieren per definitie sneller geneigd zijn tot fraude en dat zij daarin anders zouden zijn dan andere particulieren. Wellicht dat de belangstelling voor rijke particulieren is ingegeven door de overheidsportemonnee.

De onder [c] genoemde betalingen maken een vreemde indruk, het lijkt er op dat iedereen die zaken doet (want iedere klant is tenslotte een derde) al hoog risico is. Een behoorlijke toelichting op dit onderdeel van de bijlage ontbreekt. Mogelijk dat hier iets anders wordt bedoeld, de vraag is dan wel wat.

Als op het grondgebied van een land als terroristisch aangemerkte organisaties actief zijn, is dat volgens Europa een hoog risico land. Dat is een bijzondere, want het maakt alle Europese landen tot hoog risico landen. Of zou dat niet de bedoeling zijn?

Voorts is er hoog risico als de “uiteindelijk belanghebbende” (bij veel rechtspersonen is dit het leidinggevend personeel) een ‘PEP’, een ‘politically exposed person’, is. Dit zijn bijvoorbeeld leden van het parlement en leden van het bestuur van een politieke partij en hun familieleden (ouders, kinderen e.d.) en naaste geassocieerden. Tot nu toe merkten we daar niet zoveel van, omdat er alleen een PEP-onderzoek moest plaats vinden bij buitenlandse PEP’s. Door de nieuwe regels, moet het PEP-onderzoek ook plaats vinden bij binnenlandse PEP’s.

Als een Wwft-plichtige met een hoog risico situatie te maken krijgt, moet hij extra maatregelen nemen. Een van de belangrijkste Wwft-plichtigen is de bank. Deze gebruik ik hierna als voorbeeld, maar wat hier is vermeld geldt ook voor andere Wwft-plichtige ondernemers.

Banken willen geen hoog risico klanten

Het mag worden verwacht dat banken terughoudend zullen zijn met het verlenen van diensten aan klanten die door de overheid als hoog risico worden aangemerkt, ook al is het onwaarschijnlijk dat er met die klanten iets aan de hand is. De reden is dat hoog risico klanten voor banken veel extra werk met zich mee brengen. Die kosten kunnen niet altijd worden doorberekend.

Op dit moment is al zichtbaar dat banken afscheid nemen van cliënten waar teveel werk aan zit, zoals mensen waarop de FATCA van toepassing is. Er zijn Nederlandse banken die geen particulieren meer willen die in het buitenland wonen (ook al hebben ze de Nederlandse nationaliteit).

Het is nog maar de vraag of het wegvallen van dienstverlening als gevolg van de Wwft zal worden gecompenseerd door nieuwe ‘alternatieve’ aanbieders. Immers, als zij hetzelfde doen als bijvoorbeeld banken, mag worden verwacht dat zij ook onder de Wwft worden gebracht.

Naleefkundig onderzoek gewenst

Het is denkbaar dat de antiwitwaswetgeving grote economische en andere gevolgen gaat krijgen in Europa, met inbegrip van economische schade en toename van financiële discriminatie.

Het is te hopen dat er onderzoek zal worden gedaan naar de praktijk van de antiwitwasregels, naar de effectiviteit en naar de economische gevolgen. Het is goed dat de overheid probeert misdaad te bestrijden, maar de goedwillende ondernemer en burger mogen er niet de dupe van worden.

Meer informatie:

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

AMLD4 | Hoe ondernemers het bos worden ingestuurd met ‘geloofwaardige bronnen’ en ‘doeltreffende AML/CFT-systemen’

Al vele jaren is de informatievoorziening aan ondernemers van de Nederlandse overheid over fraudebestrijding (‘witwasbestrijding’ en ‘bestrijding terrorismefinanciering’) een grote chaos.

Het wordt ondernemers, die op grond van privatisering van de opsporing van fraude onderzoek moeten verrichten (het zgn. ‘cliëntenonderzoek’) niet bepaald gemakkelijk gemaakt door de versnipperde informatie van overheidsinstellingen als het ministerie van financiën, AFM, Bureau Financieel Toezicht, De Nederlandsche Bank (DNB), FIU-Nederland en het Wwft-bureau van de belastingdienst.

Bij grote ondernemingen, zoals banken, kan men zich nog voorstellen dat zij zich zelf in de wet en in de Europese regels verdiepen, zoals een DNB-medewerker enige tijd geleden tegen mij zei. In toenemende mate gelden de opsporingsregels ook voor kleine en middelgrote ondernemingen en mag van de overheid een flinke voorlichtingsinspanning worden verwacht. Daar is geen sprake van.

Helemaal zorgwekkend wordt het als de Vierde Europese Antiwitwasrichtlijn (AMLD4) straks in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Europa stuurt ondernemers het bos in met verwijzing naar vage bronnen, zoals bijvoorbeeld in bijlagen II en III van AMLD4 gebeurt.

‘Geloofwaardige bronnen’ en ‘doeltreffende AML/CFT-systemen’

In bijlage II staat dat ondernemers van een lager risico op fraude mogen uitgaan bij cliënten die inwoner zijn van geografische gebieden met een lager risico. Volgens die bijlage zijn dat:

  • EU-lidstaten;
  • derde landen met doeltreffende AML/CFT-systemen ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en derde landen die volgens geloofwaardige bronnen een laag niveau van corruptie of andere criminele activiteit hebben;
  • derde landen die volgens geloofwaardige bronnen zoals wederzijdse beoordelingen, gedetailleerde evaluatierapporten, of gepubliceerde follow-uprapporten, voorschriften inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering hebben die beantwoorden aan de herziene FATF-aanbevelingen en die voorschriften effectief ten uitvoer leggen.

Moet je dan als ondernemer zelf gaan uitzoeken welke derde landen “doeltreffende AML/CFT-systemen” hebben. En wat zijn dan “geloofwaardige bronnen“? In bijlage III, waarin indicatoren staan die tot hoog risico leiden, staan dezelfde vaagheden over geografische gebieden als in bijlage II.

Naar mijn mening is dit onbehoorlijke regelgeving als dit niet gepaard gaat met goede informatievoorziening.

Wanneer gaan de Europese en Nederlandse overheid fraudebestrijding serieus nemen?

Natuurlijk, de naleefkundige dienstverleners staan te trappelen om naleefkundige informatie, zoals over geografische gebieden met een lager risico, aan een ieder te verkopen. Die naleefkundige dienstverleners staan onder geen enkele vorm van toezicht, zodat niet is te zeggen wat de kwaliteit van hun diensten is.

Echter, ik vind dat een ondernemer geen dienstverlener nodig zou moeten hebben om er achter te komen wat Europa en de Nederlandse overheid onder “doeltreffende AML/CFT-systemen” en “geloofwaardige bronnen” verstaat.

Als de EU en de Nederlandse overheid fraudebestrijding echt serieus zouden nemen, zouden zij een einde maken aan de chaotische informatievoorziening, door het aanleggen van een goede en snelle database waarin de in bijlage II en III van AMLD4 bedoelde informatie gedetailleerd is vastgelegd en via een gebruiksvriendelijke interface makkelijk is te raadplegen. Die database kan ook alle overige voor ondernemers belangrijke informatie bevatten.

NB Dit laat onverlet dat – als we weten wat die systemen / bronnen zijn – wetenschappelijk onderzoek gewenst is om vast te stellen of de kwalificaties “doeltreffende AML/CFT-systemen” en “geloofwaardige bronnen” juist zijn.

Meer informatie:

  • Belangrijke wetten die opsporing van fraude aan ondernemers uitbesteden: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft); Wet toezicht trustkantoren (Wtt)
  • Een overzicht van de ondernemingen die nu onder de Wwft vallen is te vinden op deze pagina. Dit zal als gevolg van AMLD4 gaan wijzigen.

Eerdere artikelen op dit weblog over de fraudebestrijdingsinformatievoorziening:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

EP think tank | Mapping the Representation of Women and Men in Legal Professions Across the EU

On 2 August 2017 the think tank of the European Parliament published a study analysis mapping across all 28 EU Member States the representation of women and men in legal professions. From the announcement on the site of the think tank:

Upon request by the Committee on Legal Affairs, this study analysis is mapping across all 28 EU Member States the representation of women and men in legal professions. The aim of this study is to identify areas where women or men are currently underrepresented and to analyse the underlying reasons and constraints.

Authors of the study: Yvonne Galligan, Renate Haupfleisch, Lisa Irvine, Katja Korolkova, Monika Natter, Ulrike Schultz and Sally Wheeler.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa | Tags: | Plaats een reactie