Brief DNB over Wwft-toezicht op banken | de thema’s waar niemand het over heeft

Op 25 september jl. is een brief van DNB over het toezicht op de Wwft-naleving bekend gemaakt. In de begeleidende brief schrijft de minister van financiën:

DNB constateert in haar brief dat verschillende financiële instellingen hun verantwoordelijkheid voor het beheersen van integriteitrisico’s nog onvoldoende adequaat oppakken.

en suggereert dat de Europese en Nederlandse overheid haalbare eisen stellen aan banken als partijen die criminaliteit moeten opsporen. Uit de brief van DNB blijkt dat het ministerie van financiën maar beperkte vragen aan DNB heeft gesteld:

1. Beschikt DNB met de huidige anti-witwasregelgeving over de benodigde bevoegdheden om adequaat toezicht te houden? Zo niet, welke verbeteringen zijn nodig?
2. Beschikt DNB over voldoende capaciteit om hoogwaardig integriteitstoezicht op banken vorm te geven? Zo niet, wat is er nodig om dat te realiseren?
3. Welke inschatting maakt DNB van de mate waarin de Wwft over het algemeen door de bankensector wordt nageleefd? Zijn er redenen om aan te nemen dat dit probleem zich ook elders in de sector zal voordoen?
4. Op welke manier is verzekerd dat ING in het vervolg haar rol als poortwachter wel naar behoren vervult?

De beantwoording is voorspelbaar. Een opvallende passage:

Ontwikkelen van nieuwe preventiemethoden: in navolging van rondetafels en guidance over effectievere transactiemonitoring in 2017, is DNB in 2018 een nieuwe serie rondetafelbijeenkomsten gestart met bestuurders en experts van de FEC-partners, de banken en andere direct betrokken partijen, zoals accountantskantoren en advocatenkantoren. Doel is te komen tot concrete initiatieven voor een toekomstige effectievere preventie van financieel-economische criminaliteit.

Zoals gebruikelijk wordt verondersteld dat de cultuur een belangrijke factor is bij niet-naleving van de Wwft. Aan een correcte cultuur gaat vooraf dat de regels begrijpelijk zijn en dat de organisatorische en technische omgeving ook de mogelijkheden bieden om de  regels na te leven.

Waar niemand het over heeft
De door het ministerie van financiën gestelde vragen gaan uit van de de veronderstelling dat de huidige anti-witwasregelgeving praktisch uitvoerbaar is binnen het beschikbare budget en dat er adequate IT beschikbaar is voor banken.

Steken Nederland en Europa hun kop in het zand voor de beperkte mogelijkheden voor banken om criminaliteit op te sporen? Nu er plannen zijn voor intensieve samenwerking tussen overheid en banken, rijst de vraag of het tijd is om banken weer tot de publiekrechtelijke instellingen te rekenen en de daarbij horende maatregelen te nemen.

Meer informatie:

  • Pagina site Tweede Kamer
  • Brief minister van financiën (MS Word)
  • Brief DNB (pdf)
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

De pseudo-ubo van stichting en vereniging en de niet bestaande ‘terugvaloptie’ in de Wwft

Nieuw in de witwasbestrijding is dat statutair bestuurders van entiteiten als ‘uiteindelijk belanghebbende‘ (ubo) worden bestempeld, waarmee ze op één lijn komen met mensen die een daadwerkelijk financieel belang hebben (zoals aandeelhouders).

Dit concept is bedacht door de Europese overheid, die in de 4e en 5e Europese anti-witwasrichtlijn heeft vastgelegd dat als er bij een rechtspersoon geen ‘gewone’ ubo is te vinden (zoals een aandeelhouder van een bv), de bestuurders als ubo worden aangewezen. Sommigen noemen een dergelijke persoon een ‘pseudo-ubo’.

Cryptische definitie pseudo-ubo
Europa heeft het concept in een zeer cryptische richtlijntekst vastgelegd, die door de Nederlandse overheid is overgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Stichtingen en verenigingen vallen in de rubriek ‘overige rechtspersonen’, waar de definitie van de ubo als volgt luidt:

c. in het geval van een overige rechtspersoon:

1°. natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de rechtspersoon, via:
– het direct of indirect houden van meer dan 25 procent van het eigendomsbelang in de rechtspersoon;
– het direct of indirect kunnen uitoefenen van meer dan 25 procent van de stemmen bij besluitvorming ter zake van wijziging van de statuten van de rechtspersoon; of
– het kunnen uitoefenen van feitelijk zeggenschap over de rechtspersoon; of

2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1°, is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de rechtspersoon;

Het valt op dat de Europese en Nederlandse wetgever ook bij stichtingen en verenigingen veronderstellen dat er een ‘uiteindelijke eigenaar‘ of iemand met ‘zeggenschap‘ (via stemrecht of anderszins) is.

De blauw gemarkeerde tekst is er ook in de definitie van de ubo van bv’s en nv’s opgenomen.

Vereniging
In het gros van de reguliere verenigingen is er geen ‘eigenaar’ of iemand met ‘zeggenschap’ als in de definitie onder 1° vermeld. Verenigingen hebben doorgaans vele leden, die je geen ‘eigenaar’ kunt noemen van “een eigendomsbelang” in de vereniging. De vereniging is nl. zelf eigenaar, voor zover de vereniging iets aan vermogen heeft.

Bij de hardloopvereniging, de voetbalvereniging van het dorp en de muziekvereniging, voldoen de leden niet aan de onder 1° vermelde definitie.
De tekst onder 2° leidt er vervolgens toe dat de statutair bestuurders van de hardloopvereniging, de voetbalvereniging en de muziekvereniging worden aangemerkt als ‘ubo’ en in het ubo-register geregistreerd.

Niemand weet waarom.

Stichtingen
Ook bij stichtingen is dit aan de orde. Veel zorginstellingen, scholen en andere not for profit organisaties hebben de rechtsvorm stichting.

Is de minister van onderwijs ubo van schoolstichtingen?
Daar waar de overheid invloed heeft op de stichtingen, kan mogelijk worden gezegd dat sprake is van het (indirect) uitoefenen van stemrecht of het uitoefenen van feitelijk zeggenschap over de stichting.

De interessante consequentie daarvan kan zijn dat de minister van onderwijs als uiteindelijk belanghebbende van schoolstichtingen in Nederland wordt ingeschreven, wat me juridisch correct lijkt.
De gevolgen van die kwalificatie zijn onhandig, nu de minister een “politiek prominente persoon” (‘PEP’) is en de schoolstichting als gevolg daar van in de hoogste risicocategorie moet worden ingedeeld door de Wwft-plichtigen die de schoolstichting diensten leveren (zoals de bank, het administratiekantoor, de accountant, de belastingadviseur).

Bestuurder-ubo
Gesteld dat we aannemen dat het niet de bedoeling is dat ministers en wethouders ubo van not for profit stichtingen zijn, dan rijst de vraag waarom statutair bestuurders van die stichtingen wel als ‘uiteindelijk belanghebbende’ moeten worden aangemerkt, in het ubo-register ingeschreven en door Wwft-plichtige dienstverleners onderzocht en geregistreerd.

Ook hier:
niemand weet waarom alle statutair bestuurders van alle stichtingen (uitzonderingen daargelaten) als ‘ubo’ moeten worden aangemerkt. Ik heb nergens in Nederlandse of Europese documentatie enige uitleg of toelichting aangetroffen.

Er zijn vast wel situaties te bedenken waarin er wel reden is om bij een vereniging een ubo aan te wijzen. Ook bij stichtingen is dat denkbaar. De grote vraag is waarom de pseudo-ubo-regels niet zijn beperkt tot situaties waarin mogelijk sprake is van misbruik van rechtspersonen en waarom scholen, ziekenhuizen en andere reguliere not for profit organisaties hier mee worden lastig gevallen.

Misbruik van verenigingen en stichtingen kan veel beter op een andere manier worden bestreden dan door de bestuurders in het ubo-register in te schrijven en Wwft-plichtigen persoonsgegevens over hen te laten verzamelen.

De ‘terugvaloptie’ van het ministerie van financiën
In antwoorden op vragen door leden van de Tweede Kamer is dit voorjaar ingegaan op de pseudo-ubo. Die antwoorden illustreren de onjuiste informatie die het ministerie van financiën over het onderwerp verspreidt. Onderstaande passage gaat over besloten en naamloze vennootschappen, waar de pseudo-ubo hetzelfde is gedefinieerd als bij de stichting en vereniging.

De UBO’s van een vennootschap zijn de natuurlijke personen die het uiteindelijk eigendom hebben in of de uiteindelijke zeggenschap hebben over de vennootschap. In artikel 3, zesde lid, onderdeel a, van de vierde anti-witwasrichtlijn is uitgewerkt welke natuurlijke personen ten minste als de UBO van een vennootschap moeten worden aangemerkt. Het betreft in de eerste plaats personen die, al dan niet direct, aandelen, stemrechten of een eigendomsbelang houden in een vennootschap. Daarbij wordt een indicatief percentage van 25% gehanteerd: personen die meer dan 25% van de aandelen, stemrechten of eigendomsbelang in een vennootschap houden, moeten in elk geval als UBO te worden aangemerkt. Tegelijkertijd kunnen ook natuurlijke personen met een lager percentage aan aandelen, stemrechten of eigendomsbelang in een vennootschap als UBO worden aangemerkt, indien sprake is van een andere wijze van uiteindelijke zeggenschap. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan contractuele betrekkingen. Als bij uitputting van alle mogelijke middelen er geen natuurlijke personen worden gevonden die op voornoemde gronden kwalificeren als UBO, moet op grond van artikel 3, zesde lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn het hoger leidinggevend personeel van de vennootschap als UBO aangewezen worden. Het betreft nadrukkelijk een terugvaloptie: het aanwijzen van het hoger leidinggevend personeel als UBO kan alleen indien i) alle mogelijke maatregelen door een vennootschap zijn ingezet om op eerder genoemde gronden de UBO’s vast te stellen en er ii) geen gronden voor verdenking van witwassen en terrorismefinanciering bestaan. [3] Slechts in uitzonderlijke situaties kan het hoger leidinggevend personeel van een vennootschap dus als UBO worden geregistreerd.

[3] Artikel 3, zesde lid, onderdeel a, onder (ii) van de vierde anti-witwasrichtlijn.

Onjuiste voorstelling van de feiten
Het verhaal over “uitzonderlijke situaties” zou ook op stichtingen en verenigingen van toepassing moeten zijn, maar is onjuist. Het is geen terugvaloptie en ook niet alleen geldend in uitzonderlijke situaties.
Bij gewone stichtingen en verenigingen, die doen waarvoor stichtingen en verenigingen bedacht zijn, zullen er nooit ‘gewone ubo’s’ zijn. Bij die stichtingen en verenigingen komen goedwillende bestuurders in het ubo-circuit terecht.

De tekst over trustkantoren in de hiervoor bedoelde beantwoording van kamervagen geeft aan dat de pseudo-ubo is bedacht naar aanleiding van de rol van trustkantoren in internationale verhoudingen. Het doet de vraag rijzen waarom rechtspersonen die niets met internationale concernverhoudingen of fiscale structuren te maken hebben, geconfronteerd moeten worden met de pseudo-ubo verplichtingen.

Maatschappelijk onbetamelijk
Wat mij betreft is dit maatschappelijk onbetamelijke regelgeving die een disproportionele inbreuk op de grondrechten van statutair bestuurders van verenigingen en stichtingen maakt.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Rechtspersonenrecht | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Wwft guidance van FIU Nederland | tropische lening

Onlangs publiceerde FIU Nederland een bericht over de witwasbestrijding. Het bericht bevat informatie over de redenen voor een notaris om een ‘ongebruikelijke transactie’ te melden aan FIU Nederland, een melding die ook tot strafvervolging heeft geleid.

De bijzondere kenmerken die kennelijk reden waren voor de notaris voor de melding waren:

  • Lening van een vennootschap uit Panama.
  • Het door de notaris ontvangen bedrag kwam van een rekening in Liechtenstein.

Uit het bericht wordt niet duidelijk met welke natuurlijke personen de notaris contact heeft gehad en of de vertegenwoordiging van de bij de lening betrokkenen vragen opriep. Bijvoorbeeld: wat was de relatie tussen ‘de man’ die bij de notaris kwam en de Panamese vennootschap.

Vanuit de optiek van een notaris is bij een transactie als door FIU beschreven altijd de vraag of bepaalde feiten per definitie tot een melding moeten leiden (zoals het feit dat het om een vennootschap uit Panama gaat) en uit welke omstandigheden de conclusie kan worden getrokken dat er geen reden voor melding is (niet alle vennootschappen uit Panama zijn ‘crimineel’ en ook Nederlandse vennootschappen kunnen ‘crimineel’ zijn).

Andere transacties – hebben de banken iets gemeld?
In het bericht is sprake van een contante storting van een kwart miljoen euro op een Nederlandse bankrekening (waar de notaris niet van kon weten), maar vermeldt niet of de bank ook een ongebruikelijke transactie heeft gemeld. Ook interessant: van de Nederlandse bankrekening wordt overgemaakt naar een rekening in Litouwen. Was dat een ongebruikelijke transactie en zo ja, waarom? Heeft de Nederlandse bank die overboeking gemeld?
Er wordt gesproken over een ‘U-bocht’, waar bestaat die U-bocht dan uit? Ging de contante storting via de rekening in Litouwen naar de rekening in Liechtenstein?

Dit is in ieder geval informatiever dan vele eerdere berichten van FIU, zoals het bericht over de hebberige kerkbestuurder.

Het bericht van FIU-Nederland

Tropische lening

De notaris had al snel zo zijn bedenkingen toen een man op zijn kantoor verscheen in verband met de aankoop van een woning. De hypothecaire lening van ruim vier ton kwam van een vennootschap uit het altijd zonnige Panama. Echter de notaris ontving dat bedrag op zijn kwaliteitsrekening vanaf een bankrekening in Liechtenstein. Een tweede persoon meldde zich bij de aankoop als gemachtigde van de Panamese geldschieter. Na het nodige onderzoek bleef de notaris zijn bedenkingen houden en meldde hij de transactie aan FIU-Nederland. Een analist nam de transactie in onderzoek en kon een relatie met een andere melding blootleggen. Die transactie gaf aan dat enkele weken voor de aankoop van de woning op een Nederlandse bankrekening in twaalf dagen tijd een kwart miljoen euro contant was afgestort. Vervolgens was een aanzienlijk deel van het gestorte geld overgemaakt naar een bankrekening in Litouwen met een Panamees bedrijf als rekeninghouder. Hetzelfde Panamese bedrijf dat via de rekening in Liechtenstein de financiering van de hypotheek had verzorgd. Het vermoeden was dan ook dat er een U-bocht werd gemaakt om de herkomst van de financiering af te schermen. De transacties werden verdacht verklaard en overgedragen aan de opsporing.

Het onderzoeksteam stelde vast, dat de geldstroom inderdaad een rondje had gemaakt en bovendien dat er zonder enige documentatie ook nog twee ton door een juwelier uit Dubai naar de Liechtensteinse rekening was overgemaakt. Zij stelden daarnaast ook vast dat de koper, ondanks dat in de leenovereenkomst vastgelegd was dat er maandelijks rente en aflossing betaald diende te worden, dit na geruime tijd nog geen enkele keer had gedaan.

De koper werd zodoende verdachte van witwassen en moest zich in juli jongstleden voor de rechter verantwoorden. Verdachte en zijn advocaat kwamen met de nodige verklaringen waarom voor de ingewikkelde constructie gekozen was. De verklaringen werden stuk voor stuk door de rechtbank onaannemelijk bevonden. Niets werd met bewijzen ondersteund. De rechtbank veroordeelde de koper van het pand tot 12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf ter zake witwassen conform de eis van het OM. Over de in beslag genomen woning zal in een later stadium geoordeeld worden.

De bedenkingen van de notaris bleken dus niet bepaald onterecht.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Plaats een reactie

Onderzoek ombudsman naar de manier overheidsinstanties schulden innen bij burgers

Naar aanleiding van de signalen die de Nationale ombudsman heeft gekregen, gaat de ombudsman onderzoek doen naar de manier waarop overheidsinstanties schulden innen bij burgers. Onderstaand het bericht dat de ombudsman op 14 september jl. publiceerde:

Nationale ombudsman doet vervolgonderzoek naar invordering | Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman gaat onderzoek doen naar de manier waarop overheidsinstanties schulden innen bij burgers. Het onderzoek is een vervolg op het rapport In het krijt bij de overheid uit 2013. Hierin formuleerde de ombudsman spelregels voor overheidsinstanties die als schuldeiser optreden.

Klachten en signalen
Nog steeds ontvangt de Nationale ombudsman regelmatig klachten en signalen over het invorderingsbeleid van overheidsinstanties. Nationale ombudsman Reinier van Zutphen: ‘De Rijksoverheid is één van de grootste schuldeisers van Nederland. Inning en incasso zijn vaak massale en geautomatiseerde processen en er blijkt weinig ruimte voor maatwerk te zijn. Ik zie dan ook regelmatig dat de manier waarop de overheid schulden int mensen verder in de financiële problemen brengt.’

De Nationale ombudsman wil daarom in een vervolgonderzoek nagaan in hoeverre de uitvoeringsinstanties UWV, Belastingdienst, SVB, CAK, CJIB en DUO de spelregels voor behoorlijke invordering toepassen. Daarnaast wil hij nagaan of de spelregels aangepast of geactualiseerd moeten worden. Dit heeft hij deze instanties en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief laten weten.

Aankondiging
De Nationale ombudsman kondigde het onderzoek aan tijdens het Jaarcongres Schulden en Armoede, waar hij sprak over de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening. Naar verwachting wordt het vervolgonderzoek begin 2019 gepubliceerd.

Lees ook de Openeningsbrief aan staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (14 september 2018).

Abonneren op nieuwsbrieven van de Nationale Ombudsman: via deze pagina.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Witwasbestrijding | scholen in de UK moeten witwasonderzoek naar ouders doen

Welke extreme vormen de integriteitswetgeving aanneemt blijkt uit een bericht in de FT van 14 september jl., onder de titel “Private schools urged to help money laundering crackdown. Crime agency calls on independents to do more to check legitimacy of fees“, waarin wordt beschreven dat scholen in Engeland onderzoek moeten doen naar betaling door ouders van de school met witwasopbrengsten, in het artikel als “dirty cash” aangeduid.

De interessante vraag is wat dit antwitwasonderzoek de scholen kost en welk gedeelte van het schoolgeld hier aan wordt besteed.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Wwft voorlichting belastingdienst

Op 19 september jl. heeft de belastingdienst een bericht geplaatst over de op 25 juli jl. gewijzigde Wwft, waarvan de tekst hierna volgt.

Opvallend:

  • Er wordt niet gemeld dat de informatie alleen voor een specifieke groep Wwft-plichtigen bestemd is.
  • Er wordt bekend verondersteld dat ook kopers van goederen onder de Wwft vallen. Tot 25 juli 2018 was dat niet het geval. Als ondernemer hoor je de wet te kennen, jammer als je daar niet in gekeken hebt
  • De lezers worden het bos ingestuurd als het gaat om risicolanden, door de verwijzing naar de site van de Europese Commissie.
  • Voor nadere informatie over de Wwft worden de lezers naar de wetteksten verwezen. Kennelijk kan iedere Nederlander wetten lezen en heeft de overheid geen voorlichtende taak.
  • Terwijl ondernemingen zich vanaf 25 juli 2018 aan de gewijzigde Wwft moeten houden, neemt de belastingdienst tot 1 november de tijd om de leidraden te herschrijven.
  • Een verwijzing naar de overige Wwft-informatie bij de belastingdienst ontbreekt. Een linkje naar deze pagina was netjes geweest. (Overigens mag er wel eens iemand naar de tekst kijken, dat kan veel beter.)

Het is onbegrijpelijk dat de Wwft-voorlichting niet op één plaats bij elkaar wordt gebracht met een database met alle landenlijstjes en andere relevante informatie.

Bericht belastingdienst:

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme (Wwft) gewijzigd
Belastingdienst actueel
19-09-2018

Op 10 juli 2018 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wetsvoorstel om de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme (Wwft) te wijzigen. Dit wetsvoorstel hangt samen met de 4e Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4). Op 25 juli 2018 is de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn in werking getreden. Hieronder leest u de belangrijkste gevolgen van de wijzigingen.

De onderzoeks- en meldplicht voor kopers en verkopers van goederen is verruimd
* Zij moeten altijd onderzoek doen naar hun cliënten wanneer die € 10.000 of meer contant betalen. Dit was € 15.000 of meer.
* Zij moeten transacties melden wanneer zij € 10.000 of meer in contant geld ontvangen, én er een reden is om te vermoeden dat een transactie te maken heeft met witwassen of financieren van terrorisme.
* Zij moeten transacties altijd melden wanneer zij € 20.000 of meer in contant geld ontvangen. Dit was € 25.000 of meer.
* Deze regels gelden niet alleen bij de verkoop van goederen, maar ook bij in- en aankoop.
Ook voor bemiddelaars is de meldplicht verruimd
* Makelaars en bemiddelaars in onroerende zaken moeten transacties van € 10.000 of meer melden. Dit was € 15.000 of meer.
* Bemiddelaars bij de koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen moeten transacties melden wanneer zij € 20.000 of meer in contant geld ontvangen. Dit was € 25.000 of meer.
* Pandhuizen moeten transacties melden wanneer zij € 20.000 of meer betalen voor goederen die aan hen verpand worden. Ook dit was € 25.000 of meer.

Er is een lijst met risicolanden
De EU heeft een lijst met risicolanden opgesteld. Staat een land op deze lijst, dan moet iedere transactie met dat land worden gemeld bij de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU-Nederland). U vindt de lijst op de website van de Europese Commissie.

Bewaarplicht bewijsstukken is specifieker omschreven
* Als een instelling een transactie meldde bij de FIU-Nederland, moest zij daarvan al bewijsstukken bewaren. Deze verplichting is nu specifieker gemaakt in artikel 34 van de nieuwe Wwft.
* De Algemene verordening gegegevensbescherming (AVG) heeft géén gevolgen voor de bewaartermijnen die de Wwft noemt. Hierover leest u meer op de website van de FIU-Nederland.

Meer informatie over de wijzigingen van de Wwft
Wilt u meer weten over de wijzigingen hierboven? Of wilt u alle wijzigingen weten? Lees dan:
* Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn
* Inwerkingtredingsbesluit Implementatiewet
* Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
* Implementatieregeling vierde anti-witwasrichtlijn

Nieuwe leidraden Wwft
Op deze site staan een aantal leidraden bij de Wwft. Die worden momenteel herschreven. Wij doen ons best om ervoor te zorgen dat uiterlijk 1 november 2018 alle leidraden zijn herschreven.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Motie over domicilieverlening door trustkantoren

Tijdens de behandeling van het dossier Parlementaire ondervraging Fiscale constructies is een motie aangenomen over domicilieverlening door trustkantoren:

constaterende dat DNB al jaren ernstige misstanden constateert in de trustsector;
constaterende dat de trustsector een belangrijke poortwachtersfunctie vervult, onder andere door nieuwe rechtspersonen een (post)adres te verschaffen;
verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren,

De tekst doet slordig aan. Zo wordt gesproken over ‘nieuwe rechtspersonen‘ en wordt verondersteld dat domicilie ‘aan’ doorstroomvennootschappen wordt verschaft, terwijl het kenmerk van een doorstroomvennootschap juist is dat het een eigen rechtspersoon is.

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , | Plaats een reactie

WRR-rapport Europese variaties

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bepleit in een op 4 september 2018 bekend gemaakt rapport dat de Europese Unie meer ruimte gaat bieden voor variatie, om bijna dertig onderling zeer verschillende Europese staten en hun burgers te kunnen blijven verenigen.

Lees verder: aankondiging, rapport (pdf).

Geplaatst in Europa, Grondrechten | Tags: | Plaats een reactie

Is centraal integriteitsbureau van de banken opmaat naar Big Brother? | Wwft

In een artikel op accountant.nl naar aanleiding van de ING-affaire, maakt NBA-bestuurslid Marianne van der Zijde zich zorgen over het bankenplan om de witwasbestrijding te centraliseren. Een terechte zorg, lijkt me.

Misschien wordt het eens tijd om de overspannen verwachtingen met betrekking tot de mogelijkheden van banken, accountants en andere Wwft-plichtigen eens wat terug te schroeven en te kijken wat reëel haalbaar is met de (brakke) IT van nu.

NB Het valt me op dat de zgn. compliance IT van de banken in de hele discussie compleet buiten beschouwing blijft.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Mensvriendelijk recht | HiiL Innovating Justice Challenge | regionale finale, Den Haag 2 oktober 2018

Al het recht zou mensvriendelijk moeten zijn en zou bij geschillen of problemen tot een snelle en rechtvaardige oplossing moeten leiden. Ondanks alle pogingen kan de werkelijkheid anders zijn dan de theorie.

HiiL
In Nederland is het hoofdkantoor gevestigd van een organisatie die wereldwijd met het onderwerp mensvriendelijk(e) recht(spraak) bezig is. Dat is ‘HiiL’, een organisatie die zich een ‘not for profit social enterprise’ noemt [*] met als subtitel “user friendly justice“, wat ik vertaal als mensvriendelijk recht.
HiiL heeft hoge verwachtingen van juridische IT, ‘legaltech’, als een mogelijkheid om recht en rechtspraak te verbeteren en toegankelijker te maken.

Innovating Justice Challenge | regionale finale in Den Haag op 2 oktober
HiiL organiseert een wedstrijd op het gebied van legaltech, de “Innovating Justice Challenge“. Juristen en in legaltech geïnteresseerde softwarespecialisten worden uitgenodigd om naar de Nederlandse regionale finale op 2 oktober a.s. in Den Haag te komen. HiiL schrijft:

Wij zijn een Nederlandse stichting gericht op onderzoek en stimuleren van innovatieve oplossingen om ervoor te zorgen dat in 2030, 150 miljoen mensen in staat zijn om hun meest voorkomende  rechtsproblemen te voorkomen of op te lossen. Ons doel is gekoppeld aan Sustainable Development Goal 16: Peace, Justice and Strong Institutions.

Ons Justice Accelerator richt zich op het ondersteunen van lokale, sociale ondernemers die proberen met hun justice innovation de toegang tot het recht te verbeteren. Enkele voorbeelden van de innovaties die wij steunen zijn:

  • Lady Liberty in Zuid -Afrika, een mobiele juridische adviseur die naar townships en arme, afgelegen gebieden rijdt om mensen daar van juridisch advies te voorzien, bijvoorbeeld het opstellen van een testament of uitleg geven over echtscheiding of arbeidsrecht.
  • LawPadi in Nigeria, een website met gratis juridisch advies voor lokale ondernemers.
  • Lexyom in Libanon, een website en app die kunstmatige intelligentie gebruikt om gebruikers te linken aan een advocaat en een uitgebreide vraag en antwoord database biedt

Ieder jaar organiseert ons Justice Accelerator team een Innovating Justice Challenge. Dit jaar organiseren wij deze Challenge op zeven verschillende plaatsen over de hele wereld, waaronder op 2 oktober in Den Haag. Tijdens deze regionale finales zullen door ons geselecteerde, veelbelovende start-ups hun innovaties presenteren aan het publiek. Ze zullen het in een pitch competitie tegen elkaar opnemen. De winnaar krijgt een certificaat en kan worden opgenomen in het HiiL Accelerator programma. U kunt de finalisten van dit jaar hier zien.

De Nederlandse regionale finale wordt op 2 oktober gehouden van 11.30 tot 13.45 in de Fokker Terminal Den Haag tijdens de Impact Startup Fest. De regionale finale biedt een unieke kans om in contact te komen met een grote groep professionals uit de juridische en legal tech sector, en om de allerlaatste innovaties en ontwikkelingen te zien op het gebied van justice innovation. Tijdens het evenement komt een grote diversiteit aan professionals samen en krijgen deelnemers de kans ervaringen en contacten uit te wisselen.

Een interessant initiatief, ik ben benieuwd wat er aan legaltech uitkomt.

NOOT
[*] Zoals in de not for profit wel vaker voorkomt, is het even zoeken voordat de gegevens van de entiteit gevonden worden. Die gegevens staan niet op de hoofdpagina ‘About’ of onder ‘Contact’, maar tref ik aan in een subrubriek onder ‘About’, genaamd ‘PBO Information’.
Tips voor HiiL: [1] vermeld de naam van de rechtspersoon op de pagina Contact; [2] voeg de handelsnaam ‘HiiL’ toe aan de inschrijving in het handelsregister.
Opvallend is dat er onder stichting een klein kerstboompje aan bv’s hangt, waarover ik op de website verder niets zag.

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Procesrecht, rechtspraak | Tags: | Plaats een reactie