Digitale overheid | waar gaat het heen

Het blijft apart dat de overheid zoveel van de IT van banken verwacht, terwijl de overheid de eigen IT niet op orde heeft. De afgelopen tijd verschenen er vele berichten over de digitale overheid

Berichtenbox
Zo las ik een artikel over de kritiek van de Nationale Ombudsman over de Berichtenbox: Nog steeds post van overledenen naar Berichtenbox. Bizar.

De Haagse rechtbank deed een uitspraak met als strekking dat de belastingdienst, die de aanslag per post aan een verkeerd adres had gestuurd, niet er van uit mocht gaan dat de aanslag de belastingplichtige had bereikt.

Onderstaand een citaat (verweerder = belastingdienst, eiser = belastingplichtige):

13. Verweerder heeft aangevoerd dat, hoewel gebleken is dat de adreswijziging van eiser abusievelijk niet is verwerkt waardoor eiser de per post verzonden aanslag niet heeft ontvangen, de aanslag met het plaatsen in de digitale berichtenbox op de juiste wijze aan eiser is bekendgemaakt. Verweerder verwijst daarbij naar artikel 3a van de Awr.
14. De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Volgens artikel 3a, eerste en derde lid van de Awr, in samenhang met artikel 3 van de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst en de Bijlage behorende bij de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst, geldt voor het opleggen van een (ambtshalve) aanslag dat de bekendmaking daarvan niet uitsluitend digitaal plaatsvindt. Hetzelfde heeft te gelden voor de uitnodiging tot het doen van aangifte en voor de aanmaning daartoe.
Nu vaststaat dat de per post verzonden aanslag niet naar het juiste adres is verzonden en deze eiser niet heeft bereikt, is de aanslag niet op juiste wijze aan eiser bekend gemaakt.

Zorgelijk is dat er een rechter voor nodig is om dit aan de fiscus duidelijk te maken.

Digitale kluis
Henk Bos schreef in iBestuur een mooi artikel over de digitale kluis fantasieën van enkele kamerfracties. Hij schrijft onder meer:

De lijken blijven uit de kast vallen en je mag aannemen dat dat slechts topjes van de ijsberg zijn die min of meer toevallig in de publiciteit komen. (…)

Alle vernieuwing leidt tot een nog grotere vervreemding van de burger. Zie de recente waarschuwing van de Raad van State en een eerder onderzoek van de Nationale Ombudsman. Ook de burger kan het niet bijhouden.

Maar of we een voorbeeld moeten nemen aan Big Tech (door Bos als “De webbedrijven … onder de vlag van Web 2.0“) is de vraag. Dat zijn digitale gauwdieven.

In iBestuur staat een hele serie artikelen van Bos over de digitale kluis. Lees ook deel 2 en deel 1.

Encryptie oorlog
De encryptie oorlog tussen burger en overheid woedt al lange tijd. De overheid wil toegang tot geëncrypte communicatie van criminelen en burgers (inclusief banken) willen communicatieve cybersecurity. Dat leidt er dan toe dat overheden met de  mond belijden dat zij de behoefte aan bescherming van de burger erkennen maar intussen toch achterdeurtjes in de software willen, achterdeurtjes waardoor criminelen naar binnen kunnen komen, zo vrezen IT-specialisten.

Recent speelde het onderwerp op doordat de ‘five eyes’, US, UK, Canada, Australië en Nieuw Zeeland hun eisen aan IT-bedrijven op tafel legden. In diverse artikelen werd er verslag gedaan, onder meer:

Narayanan waarschuwt:

 

 

Adviezen Raad van State en SER
Al eerder schreef ik over het advies van de Raad van State met waarschuwingen aan de digitaliserende overheid. Ook de SER heeft aandacht gevraagd voor het onderwerp onder de titel “Naar een verantwoorde digitale samenleving”. Onderstaand uit de introductie van een artikel over de digitale samenleving:

Het digitale tijdperk zet gelijkheid, eerlijke machtsverhoudingen en menselijke waardigheid onder druk. De SER en het Rathenau Instituut onderzochten wat nodig is voor een verantwoorde verdergaande digitalisering. 

Witwasbestrijdingssurveillance
Niemand heeft het over de witwasbestrijding en de permanente monitoring van klanten waartoe die regels verplichten. Binnenkort wordt iedere burger onder het toeziend oog van banken en betaaldienstverleners wakker. En dan is het te laat.

Geplaatst in Belastingrecht, Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Dilemma’s waarover niet gediscussieerd mag worden | Kan een integere beroepsbeoefenaar nog contant betalen?

Onlangs attendeerde de NBA op een ‘dilemma’ over contant betalen door een accountant, op 15 augustus jl. op de site geplaatst. Met als meerkeuze antwoord:

1. Niets, lekker doorsporten
2. Aangeven dat u graag het bedrag van de lessen overmaakt
3. Anders…

Het juiste antwoord is natuurlijk 2.

Dilemma-mode
Dilemma’s zijn in de mode, niet alleen bij accountants. Ook de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) doet er aan, met een ‘dilemma-app’. (De NBA heeft die ook. Dezelfde leverancier?)

Ik heb een hekel aan die dilemma’s, want geen van de Nederlandse aanbieders die ik tot nu toe ben tegen gekomen biedt de mogelijkheid om openbaar kritiek uit te oefenen op de vraagstelling en op de meerkeuze antwoorden, die bij mij regelmatig zeer veel vragen oproepen.

Een tijd geleden, toen ik keek of ik op een NOvA dilemma kon reageren, kwam ik alleen een YouTube filmpje over het dilemma tegen en geen reactiemogelijkheid. En filmpjes ga ik zeker niet kijken (meestal veel te traag, heb ik het geduld niet voor). Reageren kon/mocht niet.

Dilemma-vragen
Hierbij wat vragen naar aanleiding van het accountantsdilemma:

In de vraagstelling wordt op een kleurrijke wijze gesproken over iets wat in het gewone leven heel gewoon is, namelijk het ‘gelijk oversteken’: iemand verricht een dienst of verkoopt een product en krijgt betaald na het leveren van de prestatie. Dat is een klassieke methode die veel gedoe voorkomt, wat wel aan de orde is bij ‘vooruit’ presteren. Niet voor niets is er zoveel marktplaatsfraude, waarbij zowel verkoper als koper de dupe kunnen zijn. Het contant betalen van de personal trainer is maar één van de vele voorbeelden van contante transacties en roept bij mij vragen op:

  • Maakt het verschil welke tegenprestatie wordt geleverd en door wie? Oftewel: is er reden om verschil te maken tussen een personal trainer en andere gevallen dat er contant betaald wordt voor een prestatie?
  • Is het bij een incidentele transactie anders?
  • Is er een verschil tussen een accountant die een prestatie contant betaalt en een boekhouder, advocaat, notaris, bijstandstrekker, medewerker van een bank die de bankierseed heeft getekend en een gemeente ambtenaar die dat zelfde doen? >>> Als dat gebaseerd is op accountantsregelgeving: wat is de reden dat die regelgeving zich met privé handelingen bemoeit en waarom zou dat niet voor veel meer burgers moeten gelden?
  • Moet een accountant (of advocaat of notaris of …) zich bij alles wat hij of zij privé doet afvragen wat de criminele mogelijkheden voor de wederpartijen zijn?
  • Moeten we contant betalen afschaffen en accepteren de laatste privacy kwijt zijn? Want het betekent dat de banken en rekeninginformatiedienstverleners (PSD2) bij iedere burger het digitale spoor compleet kunnen volgen en gebruiken, zowel voor de witwasbestrijding als voor marketing.

Ik ben nieuwsgierig hoe de accountants hebben gereageerd op het contant-betalen-dilemma, op de NBA site zag ik er niets over.

Oproep | maak discussie en kritiek mogelijk
Ik roep alle dilemma-makers op om de dilemma’s aan te bieden via een forum of op een andere wijze, zodat gediscussieerd kan worden over het complete dilemma, zowel de verschafte feitelijke informatie als de voorgecodeerde antwoorden.

PS 1 Angst voor discussie is ongegrond. En niemand verbiedt om trollen en andere ongepaste reacties te verwijderen of te bemoeilijken (bijvoorbeeld door alleen geregistreerde gebruikers toe te laten).

PS 2 De dilemma’s en de dilemma-app passen in een ‘hapklare-brokken‘ trend. Snel klaar en zo weinig mogelijk nadenken. Daar moeten we niet aan mee doen.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Wtt in de Eerste Kamer

Op 21 september jl. is het voorlopig verslag gepubliceerd, waarin de leden van de Eerste Kamer een groot aantal vragen stellen naar aanleiding van het wetsvoorstel tot herziening van de Wet toezicht trustkantoren. Onderstaand een citaat:

2. De trustsector

Poortwachter
Graag herinneren de leden van de PvdA-fractie – mede namens de leden van de fracties van de SP en ChristenUnie – de regering aan de toezegging [2] van de minister van Financiën, zoals gedaan tijdens de plenaire behandeling van het voorstel voor de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn op 10 juli 2018, om de Eerste Kamer schriftelijk te informeren over het comparatieve voordeel van financiële dienstverleners om verscherpt cliëntenonderzoek te doen. Deze toezegging volgde op de vraag van de leden van de fractie van de PvdA waar verscherpt cliëntenonderzoek het beste kan worden neergelegd.

In het verlengde van de vraag in hoeverre banken het comparatieve voordeel hebben om dit soort beoordelingen uit te voeren, rijst in relatie tot het voorliggende wetsvoorstel de vraag in hoeverre trustkantoren het comparatieve voordeel hebben om als poortwachter te fungeren en cliëntenonderzoek te doen. Graag vragen deze leden aan de regering om een doorwrochte analyse van de instituties bij welke cliëntenonderzoek in de voorliggende context het beste kan worden belegd. Voorts vragen zij welke conclusies de regering hieruit trekt.

Vervolgens stellen voornoemde leden ook de vraag in hoeverre het in het belang is van de trustkantoren zelf om als poortwachter te fungeren. Met andere woorden, zijn de financiële prikkels van trustkantoren niet zodanig dat integriteitsrisico’s worden vergroot? Graag verzoeken de aan het woord zijnde leden de regering om een doortimmerde uiteenzetting van de perverse prikkels die zich bij trustkantoren kunnen voordoen. Welke lessen trekt de regering hieruit?

3. Aanleiding voor de herziening van de Wtt

Inleiding
De leden van de fractie van GroenLinks constateren dat analyses over trustkantoren van De Nederlandsche Bank (DNB), van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies (POFC) van de Tweede Kamer en van de regering zeer kritisch zijn en de conclusies zeer negatief luiden: een groot deel van de trustkantoren leeft de wet niet adequaat na, leeft niet naar de letter en geest van de wet en maakt de poortwachterfunctie niet waar. Op basis waarvan verwacht de regering dat de trustsector de nieuwe wettelijke verplichtingen in dit wetsvoorstel wél zal naleven, zo vragen de leden van deze fractie mede namens de leden van de fractie van de SP.

Onderzoeken DNB
De Nederlandse trustdienstensector is erg groot, ook vergeleken met omringende landen, met in- en uitgaande geldstromen van zo’n 5,5 biljoen euro [3], zo lezen voornoemde leden. DNB heeft vorig jaar bij 17 van de meer dan 200 kantoren on-site onderzoek kunnen doen. [4] Vindt de regering dit voldoende? Of is de regering het eens met deze leden dat DNB over meer middelen en capaciteit voor onderzoek moet kunnen beschikken? Zeker gezien het onderzoek van DNB zelf waaruit blijkt dat in vrijwel alle gevallen tekortkomingen worden vastgesteld en in veel gevallen ernstige tekortkomingen. [5]
Deze leden stellen vast dat de regering veel suggesties van DNB met betrekking tot regulering van de trustsector overneemt, maar niet de suggestie om accountantscontrole verplicht te stellen bij trustkantoren. [6] De leden van de fracties van GroenLinks, D66 en SP zijn hier verbaasd over. Kan de regering nader toelichten waarom zij de meerwaarde hiervan beperkt acht?

Ook het idee van een permanent beroepsverbod wanneer willens en wetens is meegewerkt aan witwassen en/of belastingfraude vindt de regering niet proportioneel en niet noodzakelijk. [7] De leden van de fracties van GroenLinks en SP ontvangen graag een toelichting hierop. De suggestie om de norm van betamelijk handelen ook van toepassing te laten zijn op “feeders” van structuren, zoals advocaten, notarissen, accountants en fiscalisten, wijst de minister van Financiën door naar de minister van Justitie en Veiligheid. [8] Gaat de minister van Justitie en Veiligheid werk maken van deze suggestie, zo willen de aan het woord zijnde leden weten. En zo ja, hoe?

4. Hoofdpunten van het wetsvoorstel

Verbeteren cliëntenonderzoek en onafhankelijke beoordeling
De leden van de fractie van GroenLinks memoreren dat de Tweede Kamer het amendement-Leijten [9] heeft aangenomen, waarmee de inspanningsverplichting bij het cliëntenonderzoek is aangescherpt. Als er redelijkerwijs twijfel kan bestaan over de juistheid of volledigheid van het cliëntonderzoek mag een trustkantoor geen zakelijke relatie aangaan met de desbetreffende client of trustdienst verlenen. Als niet zeker is dat de gebruikte structuur niet wordt gebruikt voor doeleinden als het verhullen van vermogen, belastingontduiking of witwassen, ziet het trustkantoor af van dienstverlening aan de desbetreffende cliënt. Deze leden vragen – mede namens de fractie van SP – de regering om toe te lichten hoe de naleving van deze verplichtingen wordt vormgegeven in de praktijk. Beschikt DNB over voldoende capaciteit voor toezicht hierop, of voorziet de regering in uitbreiding van de capaciteit en middelen?
De leden van genoemde fracties wijzen de regering graag op het boek Global Shell Games: Experiments in Transnational Relations, Crime and Terrorism waarin een onderzoek uit 2012-2014 wordt vermeld [10], gebaseerd op een experiment met honderden nepmails naar trustkantoren. Er werd gekeken bij welke kantoren je terecht kunt zonder het aanleveren van identiteitsbewijzen of andere documentatie. De uitkomst van dit experiment is dat in de OESO 11,9% van de trustkantoren zich aan de wet houdt en in offshore landen 34,4%. Is de regering bekend met dit onderzoek? Deze leden verzoeken om een reactie van de regering hierop.

5. Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Naar aanleiding van de constatering dat ING zeven jaar lang structureel de anti-witwaswetgeving heeft overtreden vragen de leden van de fractie van de PvdA, mede namens de fracties van VVD, CDA, SP en ChristenUnie: waar was toezichthouder DNB al die tijd? In de context van het voorliggende wetsvoorstel stellen deze leden vervolgens de vraag of DNB adequaat geëquipeerd is om bij wanprestaties bij de trustkantoren te kunnen acteren in toezicht en handhaving. Graag vragen de leden van de fractie van de PvdA aan de regering om het antwoord op deze vraag van een zorgvuldige onderbouwing te voorzien.
De leden van de fractie van GroenLinks lezen dat de Raad van State schrijft dat “het toezicht op trustkantoren in belangrijke mate een afgeleide [is] van problemen met internationale belastingconcurrentie en belastingontwijking. Zolang er geen internationale afspraken zijn over deze problemen, blijft het toezicht op trustkantoren suboptimaal”. [11] Deze leden vragen – mede namens de fracties van VVD, CDA, SP en ChristenUnie – of de regering deze analyse van de Raad van State deelt en welke oplossingen de regering ziet ten aanzien van hetgeen de Raad van State constateert. De leden van de vaste commissie voor Financiën zien de reactie van de regering met belangstelling en bij voorkeur binnen vier weken tegemoet.

Noten
2 Zie toezegging T02618 op http://www.eerstekamer.nl en Handelingen I, 2017-2018, nr. 37, item 3, blz. 3, 5,7, 11, 13.
3 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 4, blz. 3.
4 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 6, blz. 9.
5 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 3, blz. 4,5.
6 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 6, blz. 17 en verslagen van openbare verhoren Parlementaire ondervragingscommissie fiscale constructies (POFC), Kamerstukken II, 2016-2017, 34 566, nr. 4.
7 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 6, blz. 41.
8 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 6, blz. 17, 18.
9 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 16.
10 M.G. Findley, D.L. Nielson en J.C. Sharman, Global Shell Games: Experiments in Transnational Relations, Crime and Terrorism (Cambridge University Press 2014), blz. 73.

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: | Plaats een reactie

Russia sanctions in the EPRS newsletter

In the latest post in the newsletter of the European Parliamentary Research Service 0f 21 September on Russia there were three items on Russia sanctions:

Walking a fine line on Russian sanctions
Rand Corporation, August 2018

The US and the EU need a stronger dialogue on Russia sanctions
European Policy Studies, June 2018

New sanctions on Russia are not enough
Brookings Institution, March 2018

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Sanctieregels | Tags: , | Plaats een reactie

Vergunninghouderonderzoek in de kansspelsector | consultatie uitvoeringsbesluit Wok – 2

Eerder plaatste ik hier een artikel over het verzamelen van persoonsgegevens van gokkers, zoals voorgesteld in een consultatie over een uitvoeringsbesluit op grond van de Wet kansspelen op afstand. Datzelfde consultatiedocument is interessant vanwege de eisen die aan vergunninghouders worden gesteld.

Die eisen betreffen niet alleen de beleidsbepalers van de vergunninghouder, maar ook diens ‘uiteindelijk belanghebbende’, waar onder hetzelfde wordt verstaan als in de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) en vele andere betrokkenen.

In artikel 3.2 van het ontwerpbesluit wordt van de vergunninghouder verlangd dat deze te allen tijde beschikt over gegevens én antecedenten van alle

  • leidinggevenden,
  • beleidsbepalers (middellijke en onmiddellijke bestuurders, vennoten en andere personen die feitelijk de dagelijkse leiding hebben over de onderneming),
  • mede-beleidsbepalers (dit zijn onder meer meerderheidsaandeelhouders, leden van de raad van toezicht/commissarissen en anderen die feitelijke invloed van betekenis kunnen uitoefenen op de dagelijkse leiding van de onderneming),
  • personen op sleutelposities,
  • houders van een gekwalificeerde deelneming (en de omvang van de deelneming),
  • uiteindelijk belanghebbenden (definitie Wwft), en alle
  • onmiddellijke vermogensverschaffers.

Vermogensverschaffers” worden in de toelichting omschreven als degenen die via lening, gift, schenking, uitgestelde betaling, betaling op afkoop, leasing, crowdfunding, inbreng van eigen middelen, concernfinanciering, aandelenbezit of op andere wijze vermogen verschaffen aan een [in]directe vermogensverschaffer van de vergunninghouder.

Voorts dient de formele en feitelijke organisatie-, financierings-, eigendoms- en zeggenschapsstructuur van het concern waartoe de vergunninghouder behoort, bij de vergunninghouder bekend te zijn.

De raad van bestuur van de kansspelautoriteit beoordeelt op grond van artikel 3.4 de betrouwbaarheid van:

  • de vergunninghouder,
  • de beleidsbepaler,
  • de mede-beleidsbepalers,
  • de uiteindelijk belanghebbenden en
  • de middellijke en onmiddellijke vermogensverschaffers op basis van hun voornemens, handelingen en antecedenten (artikel 3.4 ontwerpbesluit).

Dat lijkt me een pittige opgave.

Het lijkt me eenvoudiger om kansspelen op afstand gewoon te verbieden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Slimme algoritmen | GDPR

Onlangs gezocht op ‘GDPR’ bij twitter. De eerste twee hits…

 

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Onderzoek naar persoonsgegevens gokkers in de kansspelsector | onsultatie uitvoeringsbesluit Wok

Op 12 september jl. werd de internetconsultatie inzake een uitvoeringsbesluit op grond van de Wet kansspelen op afstand aangekondigd, die loopt tot 6 november a.s. Zo te zien is de genoemde wet nog niet in werking getreden.

Uit het uitvoeringsbesluit blijkt dat de aanbieders van kansspelen op afstand een belangrijke nieuwe gebruiker van het burgerservicenummer (BSN) zullen worden. De regels in het ontwerpbesluit zijn een mix van financieel toezicht, gokverslavingspreventie en witwasbestrijding.

Persoonsgegevens spelers
Het consultatiedocument is fascinerend leesvoer, omdat er uit blijkt dat kansspelaanbieders een uitvoerig cliëntenonderzoek naar de gokkers moeten uitvoeren. Artikel 4.11 van het ontwerpbesluit schrijft voor dat de kansspelaanbieder iemand alleen als speler inschrijft als hij over de volgende gegevens beschikt:

a. diens naam, voornamen, geboortedatum, geslacht, geboorteplaats en, voor zover die persoon daarover beschikt, diens burgerservicenummer, zoals die zijn opgenomen op het identiteitsdocument van die persoon;
b. diens fysieke adres en contactgegevens, waaronder in ieder geval e-mail adres en telefoonnummer, en
c. het rekeningnummer en de tenaamstelling van de tegenrekening.

Aan de hand van die gegevens moet de kansspelaanbieder nagaan of de speler in bepaalde registers voorkomt. Voorts moet de aanbieder nagaan of tegen de speler bezwaren bestaan, “op grond van de bij of krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Sanctiewet 1977 gestelde regels” (artikel 4.12 ontwerpbesluit). Uiteraard moet de aanbieder de speler identificeren.

Verder moet de aanbieder de speler een verklaring laten tekenen waarin deze verklaart:

a. kennis te hebben genomen van de gegevens, bedoeld in artikel 4.34 en de artikelen 8 en 9 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
b. handelingsbekwaam te zijn;
c. uitsluitend voor eigen rekening te zullen spelen;
d. de inschrijving niet te zullen gebruiken voor witwassen of financiering van terrorisme, voor overtreding van sanctieregelingen, of voor fraude met of misbruik van de vergunde kansspelen, en
e. zorgvuldig om te zullen gaan met de unieke identificator, bedoeld in artikel 4.17, alle redelijke maatregelen te nemen om het gebruik daarvan door derden te voorkomen, en daartoe zo nodig de nader door de vergunninghouder te stellen voorschriften op te volgen.

Eisen aan de aanbieders
De aanbieders zelf moeten voldoen aan eisen die doen denken aan de eisen die gelden in het financiële toezicht (hoofdstuk 2 en 3 van het ontwerpbesluit) en ten aanzien van de organisatie van het spel gelden ook allerlei eisen.

Tot slot
De kansspelaanbieders zullen een belangrijke afnemer van compliance diensten worden. Ik ben benieuwd of de werking en effectiviteit van de kansspelcompliance wetenschappelijk onderzocht gaat worden.

Misschien is het een idee om bij het bouwen van de IT meteen wetenschappers te betrekken en de evaluatie in te bouwen. Dat scheelt later werk. Of het dan lukt om binnen twintig jaar van start te gaan, moet worden afgewacht.

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

European Commission | Facebook is misleading consumers

In the press release of 20 September 2018 the European Commission criticizes Facebook’s terms of services.  From the press release:

Regarding Facebook, there was very limited progress in the framework of the ongoing enforcement action. Facebook’s new terms of services from April contain a misleading presentation of the main characteristics of Facebook’s services.  In particular, Facebook now tells consumers that their data and content is used only to improve their overall “experience” and does not mention that the company uses these data for commercial purposes.

Commissioner Jourová said: “My patience has reached its limit. While Facebook assured me to finally adapt any remaining misleading terms of services by December, this has been ongoing for too long. It is now time for action and no more promises. If the changes are not fully implemented by the end of the year, I call on consumer authorities to act swiftly and sanction the company.” A full press release on the Airbnb action is available online. Commissioner Jourová gave a press point on these topics this morning, which can be watched here.

Geplaatst in Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Is het tijd voor een terroristenregister of voor schrappen terrorismefinanciering uit de Wwft?

Al eerder wees ik er op dat terrorismefinanciering geen apart concept is dat eigen kenmerken heeft. Zoals het WODC al eens constateerde in een rapport, financieren terroristen hun activiteiten met alle mogelijke legale en illegale middelen. Dat kan tot gevolg hebben dat het salaris dat een werkgever aan zijn terroristische werknemer betaalt, terrorismefinanciering is. Datzelfde geldt voor de moeder die geld overmaakt aan haar terroristische zoon; zij maakt zich schuldig aan terrorismefinanciering, zelfs al denkt zij dat haar zoon een gewone rechtsradicaal is.
Terrorismefinanciering kan dus alleen worden ontdekt als je een vermoeden hebt wie terrorist is.

Mislukking concept
De mislukking van het concept wordt onderstreept door de brief van het ministerie van financiën over het ‘ontdekken’ van terrorismefinanciering door banken. De banken kunnen de terrorismefinanciering  opsporen dankzij de tips van de politie. Volgens de brief is er een juridische grondslag:

Artikel 20 Wpg biedt een grondslag voor het delen van politiegegevens door opsporingsdiensten met externe partners ten behoeve van een samenwerkingsverband waarin zij participeren, voor zover dit met het oog op een zwaarwegend algemeen belang noodzakelijk is en in overeenstemming met het bevoegd gezag, voor onder meer het voorkomen en opsporen van strafbare feiten. De uitwisseling van politiegegevens binnen de Taskforce Terrorismefinanciering is op deze grondslag gebaseerd.

Als die grondslag er is, vraag ik me af waarom er dan nog een Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) nodig is, het voorstel voor deze wet is recent geconsulteerd.

Wet ter voorkoming van witwassen
Misschien wordt het tijd voor een terroristenregister dat open wordt gesteld voor alle Wwft-plichtigen.
Als men daar  niet toe bereid is, stel ik voor de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) te beperken tot voorkoming van witwassen en het terrorismefinancieren er uit te gooien.

Meer informatie:


Aanvulling 31 oktober 2018
Hoewel terrorismefinanciering niet bestaat, blijft DNB doen of dat wel het geval is. Lees het bericht van 31 oktober, “Eerste resultaten onderzoek terrorismefinanciering“:

Eerste resultaten onderzoek terrorismefinanciering
Nieuwsbericht 31 oktober 2018

De eerste bevindingen van een nog lopend onderzoek wijzen uit dat het transactiemonitoringsproces bij de onderzochte financiële instellingen nog in belangrijke mate kan worden verbeterd.

Interventie wet
DNB doet onderzoek naar de beheersing van het risico op terrorismefinanciering bij vier banken, twee betaalinstellingen en twee moneytransferkantoren. Daarbij kijkt DNB specifiek naar de werking van het (post-event) transactiemonitoringsproces ter voorkoming van terrorismefinanciering.

Veel aandacht
DNB onderstreept het belang van een adequaat (post-event) transactiemonitoringsproces ter voorkoming van terrorismefinanciering. Dit onderwerp staat hoog op de agenda van het lopende toezicht. Samen met de bankensector wordt op dit moment in rondetafelgesprekken gekeken naar initiatieven voor een effectieve aanpak van criminele geldstromen waarbij zowel publieke als private partijen zijn betrokken. Een concrete invulling hiervan volgt later dit jaar.

Transactiemonitoringsproces
De eerste resultaten van het onderzoek laten zien dat het transactiemonitoringsproces, specifiek ter detectie van mogelijke aan terrorismefinanciering gerelateerde transacties, bij de onderzochte instellingen nog van onvoldoende niveau is. Een effectief functionerend proces moet financiële instellingen in staat stellen mogelijk ongebruikelijke transactiepatronen en transacties te signaleren en indien nodig te melden bij de Financial Intelligence Unit- Nederland (FIU).

Systemen niet volledig benut
Het onderzoek door DNB bekijkt in hoeverre de voor het onderzoek geselecteerde instellingen het risico op (internationale) terrorismefinanciering identificeren en beheersen op basis van hun systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA). In het bijzonder wordt gekeken in hoeverre de onderzochte instellingen het terrorismefinancieringsrisico adresseren bij het monitoren van de transacties van hun cliënten. Uit een tussenstand van het onderzoek concludeert DNB dat het transactiemonitoringsproces verbeterd dient te worden. In het algemeen is geconstateerd dat de onderzochte instellingen:

◾niet altijd adequaat onderzoek verrichten bij de acceptatie van een cliënt, waardoor een goede risicoanalyse van de cliënt ontbreekt
◾te weinig (of te laat) de vraag stellen of het gebruik van de dienstverlening voldoet aan de verwachting die de instelling bij acceptatie had van de cliënt
◾niet altijd de hen ter beschikking staande transactiemonitoringssystemen ten volle benutten
◾te weinig (deskundige) capaciteit hebben bij de alertafhandeling
◾te weinig gebruikmaken van de (extern en intern) beschikbare data bij hun cliëntenonderzoek.

Guidance
In 2016 deed DNB het themaonderzoek Transactiemonitoring. Op basis daarvan stelde DNB in augustus 2016 dat financiële instellingen het transactiemonitoringsproces dienden te verbeteren. Daarbij kwam het verzoek van de onder toezicht staande instellingen om meer informatie en houvast om de transactiemonitoring op een adequate en effectieve manier te borgen in de eigen organisatie. Daarom heeft DNB in september 2017 guidance-documenten uitgebracht over het post-event transactiemonitoringsproces bij banken, betaalinstellingen en moneytransferorganisaties. Ook in de ‘DNB Leidraad Wwft en Sw’ van april 2015 besteedt DNB aandacht aan de verplichting van financiële instellingen om de transacties van hun klanten te monitoren. Daarbij biedt DNB in de publicatie ‘De integriteitsrisicoanalyse: Meer waar dat moet, minder waar dat kan’ concrete handvatten voor de systematische identificatie en beheersing van de integriteitsrisico’s verbonden aan een instelling, waaronder het terrorismefinancieringsrisico.

Terugkoppeling en meer informatie
DNB sluit het onderzoek eind dit jaar af. De onderzochte financiële instellingen zullen een definitieve terugkoppeling ontvangen. Bevindingen die voor de hele sector relevant zijn, zullen aan het einde van het onderzoek door DNB worden gecommuniceerd. De guidance-documenten zijn hieronder te vinden:

Post-event transactiemonitoringsproces bij betaalinstellingen
Post-event transactiemonitoringsproces bij money transfer organisaties
◾http://www.toezicht.dnb.nl/binaries/50-212353.pdf
De integriteitsrisicoanalyse: Meer waar dat moet, minder waar dat kan


Aanvulling 8 november 2018
In een bericht over terrorismefinanciering (TF) van 19 oktober, op 8 november bekend gemaakt, bevestigt FATF dat het als afzonderlijk fenomeen niet bestaat. Gevolg: TF kun je alleen opsporen als je weet wie de vermoedelijke terroristen zijn. Een gewone Wwft-plichtige is daar niet toe in staat.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Brief DNB over Wwft-toezicht op banken | de thema’s waar niemand het over heeft

Op 25 september jl. is een brief van DNB over het toezicht op de Wwft-naleving bekend gemaakt. In de begeleidende brief schrijft de minister van financiën:

DNB constateert in haar brief dat verschillende financiële instellingen hun verantwoordelijkheid voor het beheersen van integriteitrisico’s nog onvoldoende adequaat oppakken.

en suggereert dat de Europese en Nederlandse overheid haalbare eisen stellen aan banken als partijen die criminaliteit moeten opsporen. Uit de brief van DNB blijkt dat het ministerie van financiën maar beperkte vragen aan DNB heeft gesteld:

1. Beschikt DNB met de huidige anti-witwasregelgeving over de benodigde bevoegdheden om adequaat toezicht te houden? Zo niet, welke verbeteringen zijn nodig?
2. Beschikt DNB over voldoende capaciteit om hoogwaardig integriteitstoezicht op banken vorm te geven? Zo niet, wat is er nodig om dat te realiseren?
3. Welke inschatting maakt DNB van de mate waarin de Wwft over het algemeen door de bankensector wordt nageleefd? Zijn er redenen om aan te nemen dat dit probleem zich ook elders in de sector zal voordoen?
4. Op welke manier is verzekerd dat ING in het vervolg haar rol als poortwachter wel naar behoren vervult?

De beantwoording is voorspelbaar. Een opvallende passage:

Ontwikkelen van nieuwe preventiemethoden: in navolging van rondetafels en guidance over effectievere transactiemonitoring in 2017, is DNB in 2018 een nieuwe serie rondetafelbijeenkomsten gestart met bestuurders en experts van de FEC-partners, de banken en andere direct betrokken partijen, zoals accountantskantoren en advocatenkantoren. Doel is te komen tot concrete initiatieven voor een toekomstige effectievere preventie van financieel-economische criminaliteit.

Zoals gebruikelijk wordt verondersteld dat de cultuur een belangrijke factor is bij niet-naleving van de Wwft. Aan een correcte cultuur gaat vooraf dat de regels begrijpelijk zijn en dat de organisatorische en technische omgeving ook de mogelijkheden bieden om de  regels na te leven.

Waar niemand het over heeft
De door het ministerie van financiën gestelde vragen gaan uit van de de veronderstelling dat de huidige anti-witwasregelgeving praktisch uitvoerbaar is binnen het beschikbare budget en dat er adequate IT beschikbaar is voor banken.

Steken Nederland en Europa hun kop in het zand voor de beperkte mogelijkheden voor banken om criminaliteit op te sporen? Nu er plannen zijn voor intensieve samenwerking tussen overheid en banken, rijst de vraag of het tijd is om banken weer tot de publiekrechtelijke instellingen te rekenen en de daarbij horende maatregelen te nemen.

Meer informatie:

  • Pagina site Tweede Kamer
  • Brief minister van financiën (MS Word)
  • Brief DNB (pdf)
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | Plaats een reactie