Misdaadbestrijding door de notaris

Op 3 juli jl. werden kamervragen beantwoord over de rol van notarissen bij criminaliteitsbestrijding.

Uit de beantwoording blijkt dat het poortwachtersproza een vaste voet aan de grond heeft gekregen. Een ‘poortwachter‘ is in de taal van het parlement een private onderneming die de overheid moet assisteren bij de bestrijding en opsporing van strafbare feiten. Die poortwachters rol is op diverse wetten gebaseerd, waarvan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) de belangrijkste is.

In het antwoord komen diverse onderwerpen aan de orde, onder meer:

  • Het vervallen van het preventief toezicht op rechtspersonen.
  • Bestrijding van faillissementsfraude.
  • De risico’s verbonden aan het digitaal oprichten van rechtspersonen, zonder tussenkomst van een notaris.
  • Vereenvoudiging van oprichting en aandelenoverdracht.
  • Fraudedetectie door het notariaat.
  • Verstrekking van btw-nummers aan nieuwe rechtspersonen.
  • Het overheidsregister van aandeelhouders (‘CAHR’).

 

Tekst van de beantwoording
De vragen werden door de Minister van Rechtsbescherming als volgt beantwoord:

Vraag 1
Wat is uw reactie op de stelling van de voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) dat het notariaat niet voldoende middelen heeft teneinde fraude te bestrijden? [1]

Antwoord 1
Ik onderschrijf het belang van de notaris als poortwachter in het stelsel, zoals terecht door de KNB is benoemd. Ik heb begrip voor de oproep en ben met de KNB in gesprek over mogelijke verbeteringen. Ik ga daar in het antwoord op vraag 5 verder op in.

Vraag 2, 3
Hoe heeft het aantal gevallen van fraude met besloten vennootschappen zich ontwikkeld sinds de preventieve toets door een notaris van een bestuurder van een bv is afgeschaft? Kunt u bevestigen dat het aantal fraudegevallen met bv’s sindsdien is gestegen?
Deelt u de mening van KNB-voorzitter Van Buitenen dat de dieperliggende oorzaak van het «krankzinnig grote maatschappelijke probleem van de faillissementsfraude» is dat de overheid het oprichten van kapitaalvennootschappen als bv’s «te soepel» heeft gemaakt?

Antwoord 2, 3
Het beeld dat die vereenvoudiging de oorzaak is van een stijging van faillissementsfraude herken ik niet. De oorzaken van faillissementsfraude zijn divers en bovendien is fraude niet voorbehouden aan één specifieke rechtsvorm. Uit onderzoek naar oorzaken en schulden van beëindigde faillissementen bleek dat het gemeten percentage strafbare en/of onrechtmatige benadeling van schuldeisers op 30,1 procent van de in 2015 beëindigde faillissementen uitkwam. Ten opzichte van het eerdere onderzoek in 2010 was het percentage strafbare en/of onrechtmatige benadelingen met 6,5 procentpunt toegenomen. Uw Kamer is hierover geïnformeerd. [2]
Per 1 juli 2011 is het preventieve toezicht op rechtspersonen (door middel van een verklaring van geen bezwaar van de Minister van Justitie) vervangen door doorlopend toezicht op opgerichte rechtspersonen. [3] Daarmee wordt beoogd het voorkomen en bestrijden van misbruik van rechtspersonen te verbeteren. Vervolgens is de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht in werking getreden op 1 oktober 2012. Daarmee is de oprichting van BV’s, onder meer door afschaffing van het minimumkapitaal, eenvoudiger geworden. De notaris heeft een rol bij het oprichten van BV’s, omdat daarvoor een notariële akte nodig is. Deze betrokkenheid levert niet alleen een nuttige bijdrage aan de zorgvuldigheid in het handels- en rechtsverkeer maar ook aan het voorkomen en bestrijden van misbruik van rechtspersonen.
In de afgelopen periode is er door toezicht, handhaving en opsporing ingezet op de bestrijding van faillissementsfraude. Ook private partijen en beroepsorganisaties nemen initiatief om frauderisico’s te detecteren en fraude of schade zoveel mogelijk te voorkomen. Deze bijdrage is zeer waardevol in de publiek-private samenwerking om fraude te bestrijden. Naar verwachting heeft de toegenomen inzet en aandacht eraan bijgedragen dat fraude beter herkend en gemeld kan worden en is daardoor ook beter zichtbaar gemaakt. Zo wordt in de Fraudemonitor van het Openbaar Ministerie onder meer weergegeven hoeveel meldingen door curatoren zijn gedaan bij het Centraal Meldpunt Faillissementsfraude [4] dat is ondergebracht bij de FIOD.

Vraag 4
Klopt het, dat het in de toekomst mogelijk wordt vanuit zowel EU-lidstaten als derde landen in Nederland een bv op te richten, zonder tussenkomst van een notaris? Zo ja, ziet u hierin een potentieel gevaar met betrekking tot fraude met bv’s?

Antwoord 4
Op grond van de richtlijn Gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht (die is aangenomen door het Europees parlement en de Raad, maar nog niet is gepubliceerd) moeten lidstaten het mogelijk maken dat bepaalde kapitaalvennootschappen (in Nederland gaat het in ieder geval om BV’s) langs digitale weg kunnen worden opgericht. De richtlijn laat evenwel ruimte voor eventuele tussenkomst van de notaris bij de oprichting. Conform het geldende kabinetsbeleid zal bij de implementatie van de richtlijn zoveel mogelijk worden aangesloten bij het al bestaande systeem, dus met inbegrip van een rol van de notaris bij de oprichting van een BV. Mede in het kader van de implementatie van de richtlijn, wordt daarom de mogelijkheid om de digitale oprichting van BV’s in Nederland te laten plaatsvinden via een digitale notariële akte uitgewerkt.
Het is voor het kabinet belangrijk dat vereenvoudiging gepaard gaat met passende waarborgen tegen misbruik en fraude en dat er voldoende waarborgen zijn bij de oprichting van een BV om fraude te voorkomen. De richtlijn voorziet er daarom ook in dat lidstaten bij vermoedens van fraude of misbruik de oprichter kunnen verzoeken om fysiek te verschijnen. Digitale oprichting laat onderzoeksverplichtingen op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (zoals het cliëntonderzoek en daarbij het vaststellen wie de uiteindelijk belanghebbende is) onverlet. Het blijft van groot belang dat alle meldingsplichtige instellingen blijven voldoen aan de wettelijke plicht om cliëntonderzoek uit te voeren en ongebruikelijke transacties te melden aan de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU).
Voor de volledigheid merk ik op dat in opdracht van het Ministerie van EZK wordt verkend of er de mogelijkheid is tot vereenvoudiging bij oprichting en kostenreductie van aandelenoverdracht met behoud van een betrouwbare registratie van aandelenbezit in BV’s. Hierover is uw Kamer geïnformeerd door de Staatssecretaris van Economische Zaken met het zogenoemde MKB-actieplan. [5]

Vraag 5
Bent u bereid stappen te zetten teneinde het notariaat de middelen te geven die het nodig heeft om fraude tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5
Ik ben in gesprek met de KNB over het instrumentarium dat voor het notariaat, vanwege diens poortwachtersrol, nodig en wenselijk is. De specifieke expertise van de notaris acht ik onontbeerlijk bij een goede vervulling van de poortwachtersrol. Gelet op de ontwikkeling van verschillende fraudeverschijningsvormen en de digitale en internationale mogelijkheden voor fraudeurs acht ik het van belang om het notariaat en het bedrijfsleven te betrekken als belangrijke partners voor fraudedetectie en de bestrijding van witwassen. De verwachting is dat met het implementeren van het UBO-register en een aandeelhoudersregister, zoals wordt voorgesteld met de Initiatiefwet van de leden Nijboer en Alkaya, op termijn meer actuele informatie over belanghebbenden respectievelijk aandeelhouders beschikbaar komt. Hiermee wordt de financieel-economische fraudebestrijding en de notariële taakuitoefening tegelijkertijd ondersteund.

Vraag 6, 7
Wat vindt u van de suggestie notarissen de mogelijkheid te geven bij de Belastingdienst vooraf te informeren of toekenning van een btw-nummer aan een onderneming op bezwaren stuit? Kunt u uw antwoord motiveren?
Wat is uw oordeel over het door de KNB-voorzitter geopperde stoplichtsysteem dat notarissen de nodige duidelijkheid biedt over een cliënt, zonder dat er details worden verstrekt? Staat de fiscale geheimhoudingsplicht dit volgens u in de weg? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 6, 7
Op basis van artikel 9 van de btw-richtlijn van de Raad van 28 november 2006, PbEU L 347, is iedere persoon die regelmatig leveringen of diensten verricht (een economische activiteit verricht) een btw-plichtige ondernemer. Op basis van artikel 214 van diezelfde richtlijn is iedere lidstaat verplicht een btw-identificatienummer te verstrekken aan deze btw-plichtige ondernemers. Op grond van Europese jurisprudentie (Hv] 14 maart 2013, nr. C 527/11) kan een btw-identificatienummer alleen worden geweigerd als aan de hand van objectieve gegevens kan worden aangetoond dat er ernstige aanwijzingen bestaan die het vermoeden doen rijzen dat het toegekende btw-identificatienummer zal worden gebruikt voor fraude. Mede in het licht van het belang van de btw-identificatienummers in het zakelijke verkeer is het beleid om btw-identificatienummers aan alle startende ondernemers binnen vijf dagen te verstrekken. Gelet hierop voert de Belastingdienst in de praktijk dan ook een beperkte toets uit bij de verstrekking van btw-identificatienummers. Ik begrijp de suggestie van de KNB-voorzitter als een wens om bij te dragen aan de bestrijding van fraude. Dat is iets dat ik vanzelfsprekend waardeer. Echter ik kan op dit moment niet onderschrijven dat een dergelijk model daadwerkelijk zal bijdragen aan het bestrijden van fraude.
Daarnaast staat thans de fiscale geheimhoudingsplicht in de weg aan de verstrekking van informatie aan notarissen. Het bieden van «de nodige duidelijkheid zonder dat er details worden verstrekt» maakt dit niet anders, omdat er dan nog steeds fiscale duiding wordt gegeven over een onderneming.

Vraag 8
Deelt u de mening dat het instellen van een kloppend en up-to-date centraal aandeelhoudersregister een effectievere bestrijding van fraude mogelijk zal maken?

Antwoord 8
Het belang van beschikbare, actuele informatie over aandeelhouders voor controle, toezicht en opsporing is door een vorig kabinet reeds onderschreven. [6] De initiatiefwet centraal aandeelhoudersregister is momenteel aanhangig bij uw Kamer. Het kabinet is voornemens een standpunt voor te bereiden en zal ingaan op de toegevoegde waarde van een centraal aandeelhoudersregister in samenhang met het UBO-register voor de bestrijding van financieel-economische fraude en witwassen. De beoordeling van de initiatiefwet is aan uw Kamer.

[Noten]

1 https://fd.nl/economie-politiek/1302594/gefrustreerd-notariaat-eist-meer-wapens-tegen-fraude
2 Kamerstuk 33 695, nr. 13
3 Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van onder meer Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet documentatie vennootschappen in verband met het vervallen van de verklaring van geen bezwaar en het verbeteren en uitbreiden van de controle op rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen.
4 Kamerstuk 17 050, nr. 539
5 Kamerstuk 32 637, nr. 316
6 Kamerstuk 32 608, nr. 4

 

Vereenvoudiging oprichting en aandelenoverdracht
Het MKB-actieplan waar noot 5 over spreekt is hier te vinden. Het is onderdeel van dossier 32637. In het actieplan staat over oprichting en aandelenoverdracht bij bv’s:

  • Het moet eenvoudiger worden om een bv op te richten: een bv beschermt de ondernemer tegen persoonlijke aansprakelijkheid voor bedrijfsrisico’s. Recent heeft de Europese Commissie een richtlijnvoorstel gepubliceerd voor gebruik van digitale instrumenten in het vennoot- schapsrecht. Doel van het voorstel is om de oprichting van bv’s te vereenvoudigen. De Nederlandse inzet in de onderhandelingen is gericht op vereenvoudiging met behoud van passende waarborgen tegen misbruik en fraude met inbegrip van belastingontduiking en – ontwijking. Daarbij worden ook de reacties uit de praktijk betrokken op de internetconsultatie die over dit richtlijnvoorstel is gestart en loopt tot 30 juni 2018.
  • Voor de overdracht van aandelen wordt verkend of er de mogelijkheid is tot kostenreductie met behoud van een betrouwbare registratie van aandelenbezit in bv’s. Dit hangt samen met de implementatie van het UBO-register en het centraal aandeelhoudersregister. Daar wil ik niet op vooruitlopen.

 

Dit bericht verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Modernisering ondernemingsrecht, Oprichting, Overheidsregister van aandeelhouders, Rechtspersonenrecht | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Verwerking van persoonsgegevens bij toetsing van juridische beroepsbeoefenaren

Vandaag is een wetsvoorstel ingediend, dat beoogt een wettelijke grondslag te creëren voor het verwerken van persoonsgegevens bij de kwaliteitstoetsing van juridische beroepsbeoefenaren [*].

Over het voorstel zijn adviezen uitgebracht door de beroepsorganisaties van deurwaarders, notarissen, advocaten, alsmede door de Autoriteit Persoonsgegevens, de Raad voor de Rechtsbijstand en de Raad van Discipline.

[*]  Voluit: Wijziging van de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Wet op het notarisambt en de Wet positie en toezicht advocatuur in verband met het opnemen van een grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van kwaliteitstoetsen bij advocaten, gerechtsdeurwaarders en notarissen en diverse aanpassingen van overwegend wetstechnische aard

 

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Deelname aan internetconsultatie Wet tegengaan ontwijking WNT

Op 17 juli jl. heeft Xander Alders deelgenomen aan een internetconsultatie over een onderwerp dat mij ook interesseert: de Wet Normering Topinkomens (WNT). Het is een juridisch ingewikkelde wet die zeer snel wijzigt.

Consultatie Wet tegengaan ontwijking WNT
In het nieuwste wijzigingsvoorstel, dat is geconsulteerd onder de naam ‘Wet tegengaan ontwijking WNT’, wordt het volgende voorgesteld:

  • Uitbreiding van de definitie van ‘gelieerde rechtspersoon’ naar boven. Dat betekent dat als een WNT-topfunctionaris ook werkzaam is bij een gelieerde rechtspersoon ‘boven’ de WNT-instelling, de WNT-norm op de bezoldiging uit beide dienstbetrekkingen moet worden toegepast.
  • De definitie van interim-topfunctionaris wordt aangepast.
  • Er vindt een aanzienlijke uitbreiding van de toepasselijkheid van de WNT in de zorgsector plaats.

Consultatiebijdrage
De consultatiebijdrage door Xander Alders, waaraan ik een bijdrage heb geleverd, kan als pdf-bestand worden geraadpleegd en is ook hierna opgenomen.

WNT-advies
Voor juridisch WNT-advies kan altijd met Xander of met mij contact worden opgenomen.
Voor wat betreft de fiscale kant en accountancy kant van de WNT werken wij samen met de WNT-specialisten van accountancy organisatie Mazars of met door de cliënt gekozen fiscalisten/accountants.

 


Consultatiedeelname

Aan: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Van: Xander Alders, advocaat en juridisch specialist WNT, verbonden aan Pellicaan Advocaten), informatie
Datum: 17 juli 2019
Onderwerp: consultatie Wet tegengaan ontwijking WNT, aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/wetontwijkingwnt

Mijne dames en heren,

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze consultatie. De consultatie betreft het voorstel voor een Wet tegengaan ontwijking WNT. Het consultatievoorstel zal hierna ook als ‘het voorstel’ worden aangeduid.

Ik hoop dat u acht zult slaan op deze consultatiereactie.

Met vriendelijke groet,
Xander Alders

INHOUD:

1. Gelieerde rechtspersoon
[A] Aangewezen WNT-instellingen en gelieerde rechtspersoon
[B] Benoemen van één of meer leden in het bestuur
[C] Op andere wijze uitoefenen invloed van betekenis op het beheer of beleid

2. Verbreding van de toepasselijkheid van de WNT in de zorg
[A] Verzekerde zorg
Basisverzekering
Systematiek bijlage 1 WNT
Gemengde activiteiten
[B] Lastenverzwaring bij kleine instellingen
[C] Topfunctionaris bij instellingen die geen rechtspersoon zijn

Bijlage – Passage uit de toelichting op het consultatievoorstel inzake de gelieerde rechtspersoon

 

1. Gelieerde rechtspersoon
Voor de praktijk van de naleving van de Wet Normering Topinkomens (WNT) is van groot belang dat de definitie van “gelieerde rechtspersoon” volgens het voorstel ingrijpend zal wijzigen. De nieuwe definitie luidt:

m.  gelieerde rechtspersoon: andere dan krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon, waarop niet reeds op grond van een andere bepaling van deze wet paragrafen 2, 3 of 4 van toepassing zijn,

1°. waarin een orgaan of functionaris van een in de bijlage bij artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d of e, of artikel 1.4, eerste lid, opgenomen rechtspersoon namens de rechtspersoon een of meer leden in het bestuur benoemt of op andere wijze invloed van betekenis heeft op het beheer of beleid; of
2°.  die van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a, c of d, of een in bijlage 3 opgenomen rechtspersoon een of meer leden in het bestuur benoemt of op andere wijze invloed van betekenis heeft op het beheer of beleid van een dergelijke rechtspersoon;  

Het onder 1° vermelde staat op dit moment al in de WNT. Volgens dat criterium is een rechtspersoon gelieerd aan een aangewezen WNT-instelling, als de laatstgenoemde één of meer personen in het bestuur van de eerstgenoemde rechtspersoon benoemt, dan wel “op andere wijze invloed van betekenis heeft op het beheer of beleid”.

Nieuw is onderdeel 2°, waarin ‘omhoog’ wordt gekeken. Net als onder 1° wordt gesproken over:

* benoemen van een of meer leden in het bestuur;
* op andere wijze invloed van betekenis hebben op het beheer of beleid.

Opvallend is dat in onderdeel 2° de groep van aangewezen WNT-instellingen anders is.

[A] Aangewezen WNT-instellingen en gelieerde rechtspersoon
Mijn eerste commentaar heeft betrekking op de in de definitie aangewezen WNT-instellingen, waarbij opvalt dat de groep in 1° en 2° verschilt.

* In onderdeel 1° wordt gesproken over “een in de bijlage bij artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d of e, of artikel 1.4, eerste lid, opgenomen rechtspersoon”. Dit zijn bijlagen 1, 2 en 3 bij de WNT.

* Onderdeel 2° spreekt over “een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a, c of d, of een in bijlage 3 opgenomen rechtspersoon”. Onderdeel a betreft de rechtspersoon bekleed met openbaar gezag [noot 1], onderdeel c de gesubsidieerde rechtspersoon, onderdeel d verwijst naar bijlage 1. Bijlage 2 wordt hier niet genoemd.

Een belangrijke groep organisaties waarop de WNT van toepassing is wordt omschreven in bijlage 1 van de WNT. Grotendeels betreft het organisaties die taken van algemeen belang vervullen. Deze bijlage 1-instellingen vallen onder zowel onderdeel 1° als 2° van de definitie.

Nieuw is dat in onderdeel 2° de reikwijdte van ‘gelieerde rechtspersoon’ wordt verbreed naar gesubsidieerde instellingen [noot 2]. Ik acht dat ongewenst, omdat binnen een groep rechtspersonen waarvan een gesubsidieerde instelling deel uitmaakt, volledig andere, commerciële activiteiten kunnen plaats vinden die niets te maken hebben met de gesubsidieerde activiteit, met een bijbehorend ander salarisniveau.

Nu bijlage 1 ingrijpend wordt gewijzigd, met name ten aanzien van de zorg, dient ook ten aanzien van de definitie ‘gelieerde rechtspersoon’ te worden beoordeeld of die definitie geen overkill bevat.
Ik zou me kunnen voorstellen dat specifieke activiteiten zoals vermeld in de rubriek ‘Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’ sub 7 kunnen worden uitgevoerd door bijvoorbeeld een ondernemingsgroep met volledig andere commerciële activiteiten. Het lijkt me dan niet reëel en in strijd met de grondrechten, om dan te veronderstellen dat iedere dubbelfunctie (zowel bij de WNT-instelling als bij de rechtspersoon elders in de groep) een ‘constructie’ is om de WNT te ontduiken.

Ik ben daarom van mening dat zowel bij gesubsidieerde instellingen als bij bijlage 1-instellingen zorgvuldig moet worden getoetst of een ingreep zoals nu wordt voorgesteld, wel gerechtvaardigd is.

Anders gezegd: er moet een reële rechtvaardiging zijn voor het samentellen van de parttime functie van een topfunctionaris bij een WNT-instelling en bij een rechtspersoon hoger uit de groep.

Aanbevelingen:
in onderdeel 2° van de definitie de aangewezen WNT-instellingen beperken tot dat deel van de bijlage 1-instellingen waarvan de voorgestelde uitbreiding ‘naar boven’ gerechtvaardigd is. De toepasselijkheid op alle gesubsidieerde instellingen laten vervallen.

 

[B] Benoemen van één of meer leden in het bestuur
Er is van gelieerdheid sprake als één of meer leden in het bestuur benoemd kunnen worden door / bij de andere rechtspersoon. Dit is een afzonderlijk criterium dat bestaat naast het hierna onder [C] besproken criterium.

In een stichting kan in de statuten staan dat een andere rechtspersoon bestuurders kan benoemen; dan is simpel te bepalen wie bestuurders kunnen benoemen.

Bij een besloten vennootschap (bv) is dat anders, aangezien in een bv nooit bestuurders door een rechtspersoon worden benoemd. Op grond van de wet is het de algemene vergadering van de bv die statutair bestuurders benoemt en ontslaat. Naar de letter van de definitie van ‘gelieerde rechtspersoon’ kan er bij een WNT-instelling die bv is, nooit een andere rechtspersoon bestuurders benoemen.

Verzoek:
Graag verzoek ik u een nadere toelichting te geven op de betekenis van het “een of meer leden in het bestuur benoemen”. Is dat beperkt tot rechtspersonen met statuten waarin specifiek staat dat een andere rechtspersoon een bestuurder benoemt, of moet dat ruimer worden gezien?

[C] Op andere wijze uitoefenen invloed van betekenis op het beheer of beleid
Voor de praktijk is van groot belang wat de betekenis is van het “op andere wijze invloed van betekenis” hebben “op het beheer of beleid”. Die betekenis wordt in de toelichting op het voorstel (zie ook de bijlage bij deze consultatiereactie) maar ook bij de introductie van deze begrippen in de WNT [noot 3] nauwelijks uitgelegd. Voor de praktijk is van belang dat instellingen en de daarbij betrokken adviseurs niet hoeven te gissen naar de betekenis van dit begrip.

In de toelichting wordt gesproken over ‘moedermaatschappij’ of ‘moederorganisatie’ zonder uitleg. De begrippen ‘moedermaatschappij’ of ‘moederorganisatie’ sluiten niet aan op de tekst van het voorstel, waarin sprake is van

* het benoemen van leden van het bestuur (zie hiervoor paragraaf 3) en
* het op andere wijze invloed van betekenis hebben op beheer of beleid.

Daarbij moet worden aangetekend dat zowel in de sfeer van stichtingen als in de sfeer van besloten vennootschappen allerlei vormen van samenwerking en verbondenheid kunnen bestaan, die niets van doen hebben van de door de opstellers van het voorstel gevreesde ‘constructies’, maar alles met de maatschappelijke werkelijkheid. Structuren hebben een zakelijke reden of zijn ontstaan uit de praktijk, bijvoorbeeld doordat aandelen zijn gekocht.

In de praktijk van ondernemingen en organisaties, zal duidelijkheid moeten bestaan omtrent de uitleg van het de definitie voor ‘gelieerde rechtspersoon’, niet alleen voor wat betreft het benoemen van bestuurders (hiervoor besproken in paragraaf [B]) maar ook ten aanzien van het criterium van invloed van betekenis.

Verzoek:
Graag verzoek ik u het criterium “op andere wijze invloed van betekenis hebben op beheer of beleid” nader uit te werken in de wet, en in de wet of in de toelichting aan te geven of van gelieerdheid sprake is in de volgende gevallen:

* Alle aandelen in een WNT-instelling (bv) worden gehouden door één aandeelhouder. Is deze aandeelhouder gelieerd?
* Een aandeelhouder houdt meer dan 50% van de aandelen in een WNT-instelling (bv), maar minder dan 100%. Is deze aandeelhouder gelieerd?
* Een aandeelhouder houdt 10% van de aandelen in een WNT-instelling (bv). Is deze aandeelhouder gelieerd?
* Bv X 60% houdt van de aandelen in bv Y en bvY houdt 40% van de aandelen in de WNT-instelling. Is bv X een gelieerde rechtspersoon?
* Stichting A benoemt één van de bestuurders van stichting B, die drie bestuurders heeft. Stichting B benoemt één bestuurder van de WNT-instelling (stichting). De tweede bestuurder van de WNT-instelling wordt door stichting C benoemd. Is stichting A gelieerd? Maakt het verschil als stichting B twee bestuurders heeft?

Wellicht kunnen ook een aantal andere in de waarneming van de ministeries vaak voorkomende situaties worden besproken, zodat daar over duidelijkheid ontstaat.

2. Verbreding van de toepasselijkheid van de WNT in de zorg
Door middel van aanpassing van bijlage 1 van de WNT wordt de toepasselijkheid van de WNT in de zorgsector verruimd. Ook zeer kleine instellingen, niet geëxploiteerd in de vorm van een rechtspersoon zoals bv of stichting, zullen onder de wet komen te vallen.

In dat verband attendeer ik ook op de huidige uitzondering voor kleine instellingen, die nu uitgaat van het volgende:

[a] De instelling is een privaatrechtelijke rechtspersoon.
[b] De totale brutoloonsom van de instelling bedraagt maximaal € 160.000.
[c] Er zijn geen leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking werkzaam.
[d] De instelling heeft niet al op grond van andere wet- en regelgeving, een besluit of overeenkomst een verplichting om de jaarrekening door een accountant te laten controleren (d.m.v een controleverklaring).

[A] Verzekerde zorg
Bij de beoordeling of op een zorginstelling 4 de WNT van toepassing is, is één van de criteria:

indien op bovengenoemde zorg of andere dienst aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet

In de toelichting op het voorstel wordt dit als [noot “] verzekerde zorg” aangeduid [noot 5]. Dit begrip is van belang voor zowel de zorginstelling bedoeld in bijlage 1, onderdeel VWS sub 7 (hierna “7-instellingen”), als voor de uitbesteding die in dezelfde bijlage, onderdeel VWS sub 8 (hierna: “8-instellingen”), is gedefinieerd.

Basisverzekering
Uit de omschrijving wordt niet duidelijk of het alleen om de wettelijke basisverzekering gaat of ook om de vrijwillig afgesloten aanvullende verzekeringen.

Systematiek bijlage 1 WNT
De nieuwe opbouw van bijlage 1 betekent:

Stap 1
Vastgesteld moet worden of een zorginstelling een 7-instelling is:
[1.a] Vinden de activiteiten als gedefinieerd in bijlage 1, onderdeel VWS, sub 7, hierna: “7-diensten”, plaats (bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of uitleen van verpleegartikelen)?
[1.b] Is dit verzekerde zorg?

Als 1.a = ja en 1.b = ja –> stap 2

Stap 2
Bij een 7-instelling:
[2.a] Is sprake van door middel van opdracht middellijk of onmiddellijk laten verlenen van 7-diensten?
[2.b] Worden de 7-diensten uitgevoerd door een instelling waar ten minste twee personen werkzaam zijn van wie er één zorgverlener is?
[2.c] Geldt niet een van de de in bijlage 1, onderdeel VWS, sub 8 vermelde uitzonderingen op 2.b? [noot 6]

Het element dat het moet gaan om verzekerde zorg komt niet expliciet terug in bijlage 1, onderdeel VWS, sub 8.

Gemengde activiteiten
De WNT is alleen van toepassing als sprake is van verzekerde zorg. Wellicht dat het bij sommige vormen van zorg niet ingewikkeld is, omdat al die zorg verzekerd is.
Het komt ook voor dat bepaalde zorg niet verzekerd is of tot een bepaald maximum.

Voorbeeld:
Een detailhandelorganisatie verkoopt gehoorapparaten, die gedeeltelijk door de zorgverzekeraars vergoed worden. Daarnaast verkoopt de organisatie andere producten die soms helemaal niet en soms alleen als het vrijwillig is verzekerd worden vergoed, bijvoorbeeld brillen en hulpmiddelen.

Dat betekent dat de activiteiten van een 7-instelling gemengd kunnen zijn en dat de omzet gesplitst moet worden tussen wel en niet verzekerde zorg. Uiteraard is het voor 7-instellingen aan te bevelen om te administreren of 7-activiteiten al dan niet verzekerde zorg zijn, maar ik kan me voorstellen dat dit kostbaar en onhandig is. Ik vermoed dat de praktijk met eenvoudige vuistregels is gediend.

Aanbeveling 1:
Toelichten dat het begrip ‘verzekerde zorg’ alleen de wettelijke basisverzekering omvat.

Aanbeveling 2:
Verduidelijken in bijlage 1, onderdeel VWS, sub 8 dat het ook bij uitbesteding moet gaan om verzekerde zorg.

Aanbeveling 3:
Geef praktische vuistregels als een 7-instelling ook activiteiten heeft die niet kwalificeren als verzekerde zorg. Zo lijkt het mij praktisch dat als het percentage van de omzet in producten die vallen onder verzekerde zorg beneden een bepaalde drempel zijn (bijvoorbeeld beneden 25%), de WNT niet van toepassing is. Dat voorkomt onnodige administratieve lasten.

 

[B] Lastenverzwaring bij kleine instellingen
In de concepttoelichting (paragraaf 3.4, tweede alinea) wordt van de veronderstelling uitgegaan dat het van toepassing worden van de WNT op kleine organisaties geen lastenverzwaring betekent. Die veronderstelling lijkt mij onjuist, allereerst al omdat naleving van de WNT een gespecialiseerde materie is, zowel voor de accountants die de WNT-controle moeten doen als voor de bij die controle en bij de WNT-instellingen betrokken juristen, die zowel kennis van de WNT, het bestuursrecht, het arbeidsrecht als het fiscale rechten dienen te hebben.

De kleinere zorginstellingen zullen vaak niet over de gespecialiseerde ondersteuning beschikken, die nodig is om de WNT-vraagstukken te beoordelen.

Aanbeveling 1:
Zorg voor eenvoudige boekhoudkundige criteria aan de hand waarvan een niet in de WNT gespecialiseerde boekhouder of accountant de WNT-instelling eenvoudig kan adviseren.

Aanbeveling 2:
Pas de criteria voor de huidige uitzondering voor kleine instellingen aan:

* Het vereiste dat het om een rechtspersoon gaat dient te vervallen.
* De brutoloonsom dient aanzienlijk te worden verhoogd.
* Het vereiste dat er geen leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking werkzaam zijn, dient te vervallen, aangezien een vennoot van een personenvennootschap altijd zonder dienstbetrekking werkzaam is.

 

[C] Topfunctionaris bij instellingen die geen rechtspersoon zijn
Bij de naar instellingen die geen rechtspersoon zijn, wordt geen aandacht besteed aan de vraag wie bij dergelijke WNT-instellingen (bijvoorbeeld eenmanszaak, vennootschap onder firma of maatschap) degenen zijn die voldoen aan de kwalificatie ‘topfunctionaris’. Juist bij de kleinere instellingen zal het leiding geven worden gecombineerd met de medische praktijk. In zulke gevallen zal moeten worden gesplitst tussen het leiding geven en de zorghandelingen.

Nu de ondergrens laag ligt (instelling waar twee mensen werkzaam zijn, van wie er één zorgverlener is) zal dat kunnen leiden tot een aanzienlijke bureaucratische last vanwege de beoordeling wie topfunctionaris is en welke omvang de activieteiten hebben. Mij lijkt dat onverstandig; het zal tot onnodige kosten leiden.

Aanbeveling:
Pas bijlage 1, onderdeel 7 en 8 van het onderdeel ‘Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’ zodanig aan dat kleine zorginstellingen er alleen onder vallen boven een reële, eenvoudig te bepalen drempel, waarvoor geen gespecialiseerde WNT-kennis nodig is.

BijlagePassage uit de toelichting op het consultatievoorstel inzake de gelieerde rechtspersoon

Noten
1 “een anders dan krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, waarvan een orgaan is bekleed met openbaar gezag, waarbij de uitoefening van dat gezag de kernactiviteit van de rechtspersoon vormt”.
2 WNT-instellingen als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid onderdeel c: “in Nederland gevestigde rechtspersonen die voor een periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren een of meer subsidies hebben ontvangen, die samen per kalenderjaar ten minste € 500.000 bedragen en ten minste 50% uitmaken van de opbrengsten van de rechtspersoon in dat kalenderjaar, met uitzondering van die rechtspersonen die zijn opgenomen in de bijlagen bij de artikelen 1.4, eerste lid, en 1.5, eerste lid, en met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen die een op winst gerichte onderneming drijven”.
3 Aangezien het ook geldt voor de gelieerde rechtspersoon ‘naar beneden’.
4 Een instelling als bedoeld in het voorstel, bijlage 1, onderdeel Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, sub 7 en 8.
5 Onder verwijzing naar artikel 5, eerste lid, van de WTZi samen met artikel 1.2 van het Uitvoeringsbesluit WTZi.
6 Onder andere rechtspersonen van medisch specialisten, zorgverzekeraars en Wlz-uitvoerders.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Wet Normering Topinkomens | Tags: , | Plaats een reactie

Advocaat als hulpintermediair | MDR, DAC6

Eerder schreef ik over de penibele positie van de hulpintermediair in de MDR. Ook een advocaat kan ‘intermediair’ in de zin van MDR zijn. Uiteraard is dat zo als hij zelf fiscaal advies geeft (maar dat is een minderheid). De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) laat in een bericht weten dat het verschoningsrecht van advocaten gerespecteerd wordt door het ingediende wetsvoorstel.

Dat lost het probleem van de rol van hulpintermediair niet op. Immers, zoals ook uit het artikel van de NOvA blijkt, moet de advocaat die ‘intermediair’ is in de zin van MDR, de cliënt of andere intermediairs informeren over de meldingsplicht op grond van MDR. Dat veronderstelt dat de advocaat over relevante fiscale kennis beschikt om te kunnen beoordelen of sprake is van “meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie“.

Verder kan een advocaat niet altijd beroep doen op verschoningsrecht.

 

Meer informatie:


Aanvulling 24 juli 2019
De KNB maakt melding van het wetsvoorstel en schrijft onder meer:

Intermediairs die zich op het wettelijke verschoningsrecht kunnen beroepen, zoals notarissen, moeten andere intermediairs of de belastingplichtigen wijzen op hun meldingsplicht.

De KNB maakt zich zorgen over de uitvoerbaarheid:

De richtlijn bevat ingewikkelde materie die lastig is uit te voeren. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft er eerder voor gepleit de lasten voor de praktijk zo beperkt mogelijk te houden.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Online oprichting bv in Nederland verwacht per 1 augustus 2021

Uit berichten van notarissenorganisatie KNB blijkt dat de verwachting is dat met ingang van 1 augustus 2021 bv’s digitaal kunnen worden opgericht. Op 17 juli jl. verscheen onderstaand bericht op de KNB-site:

Online oprichting bv mogelijk per 1 augustus 2021
17-07-2019

Vanaf 1 augustus 2021 moet het mogelijk zijn online een bv op te richten. Dit blijkt uit de Europese Richtlijn digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen. Die is op 11 juli geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie. De digitale oprichting van een bv gaat mogelijk via een digitale notariële akte.

Op grond van de richtlijn (pdf) moeten lidstaten het mogelijk maken dat bepaalde kapitaalvennootschappen langs digitale weg kunnen worden opgericht. In Nederland gaat het in ieder geval om bv’s. Volgens minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming zal bij de implementatie van de richtlijn zoveel mogelijk worden aangesloten bij het al bestaande systeem, dus inclusief een rol van de notaris bij de oprichting van een bv. Dit heeft Dekker onlangs laten weten in antwoord op Kamervragen. ‘Mede in het kader van de implementatie van de richtlijn, wordt daarom de mogelijkheid om de digitale oprichting van bv’s in Nederland te laten plaatsvinden via een digitale notariële akte uitgewerkt’, aldus de minister.

Digitale identificatie en ondertekening
Op grond van de richtlijn moeten bv’s volledig online kunnen worden opgericht zonder dat de oprichters voor de notaris moeten verschijnen. Naast een digitale akte zullen daarom ook digitale identificatie en digitale ondertekening mogelijk moeten worden gemaakt. Daarbij zijn een betrouwbaar digitaal identificatiemiddel en een betrouwbare digitale handtekening van groot belang. Mede om digitale oprichting van bv’s mogelijk te maken, werkt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) aan de ontwikkeling van deze digitale instrumenten onder de (werk)naam NotarisID.

Voorkoming van fraude en misbruik
Digitalisering staat bij de KNB hoog op de agenda. Om tot (verdere) digitalisering van (registratie)processen en innovatie in de vastgoed- en vennootschapsketen te komen, pleit de KNB al langer voor introductie van een digitale notariële akte. Dat wil zeggen: een akte die in plaats van op papier als digitaal document wordt ondertekend. Hiermee en met inzet van videoconferentie, digitale identificatie en digitale ondertekening kan het notariaat goed voldoen aan volledige online oprichting van bv’s, met de maatschappelijk relevante notariële waarborgen van rechtszekerheid en rechtsbescherming en voorkoming van fraude en misbruik.

 

NotarisID
De voorzitter van de KNB, Nick van Buitenen, heeft op 19 juli jl. in een bericht aan het notariaat laten weten dat in Nederland ook bij digitale oprichting de notaris een essentiële poortwachtersfunctie zal behouden. Bij de totstandkoming van een digitale notariële akte (‘DNA’) is essentieel dat digitale identificatie en digitale ondertekening op zekere wijze plaats vinden. Daarbij speelt authenticatie door middel van een veilig digitaal instrument een grote rol. Het notariaat is zelf met zo’n instrument bezig, het ‘NotarisID’.

 

Meer informatie over het NotarisID:

 

Dit artikel verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

 


 

Zie ook dit bericht van 22 mei 2018 op het ondernemingsrechtweblog en lees ook de consultatiereacties en het commentaar van KNB:

IT-optimisme van Europa | internetconsultatie Richtlijnvoorstel digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen

Eveneens op 18 mei jl. is een andere consultatie over Europese ondernemingsrechtelijke plannen gestart. Deze consultatie betreft het Richtlijnvoorstel digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen.

IT-optimisme | online registratie
Het voorstel straalt een groot optimisme uit over de mogelijkheden van de IT. De Europese Commissie denkt dat het online registreren van vennootschappen grote besparingen zal opleveren, maar denkt kennelijk niet na over feit dat de IT waarmee dit gerealiseerd moet worden, zeer duur is. Zie bijvoorbeeld artikel 13 septies over online registratie van vennootschappen.

One-size-fits all | modelstatuten
One-size-fits-all is een ander stokpaardje van de Europese Commissie: in artikel 13 octies wordt voorgesteld om modelstatuten ter beschikking te stellen. Dan wordt het voor aanvragers wel heel gemakkelijk om de verkeerde statuten te kiezen. Ik ben dan ook benieuwd wat het notariaat en de Commissie Vennootschapsrecht van de voorstellen vinden. De KNB schreef al over het voorstel.

Tekst artikelen 13 septies en 13 octies van het richtlijnvoorstel

Onderstaand de Nederlandse versies van de genoemde teksten:

Artikel 13 septies
Online registratie van vennootschappen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat vennootschappen volledig online kunnen worden geregistreerd zonder dat de aanvragers of hun vertegenwoordigers zich daarvoor fysiek moeten aanmelden bij een bevoegde autoriteit of een andere persoon of instantie die de registratieaanvraag behandelt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 ter, lid 4. De lidstaten kunnen evenwel besluiten om voor de in bijlage I genoemde vennootschapsvormen niet te voorzien in registratieprocedures die volledig online kunnen worden afgewikkeld.

2. De lidstaten stellen nadere voorschriften voor de online registratie van vennootschappen vast, onder meer inzake het gebruik van de in artikel 13 octies bedoelde modellen en inzake de documenten en gegevens die vereist zijn om een vennootschap te registreren. In het kader van deze voorschriften zorgen de lidstaten ervoor dat de online registratie kan worden verricht door middel van de indiening van informatie of documenten in elektronische vorm, met inbegrip van elektronische kopieën van de documenten en gegevens als bedoeld in artikel 16 bis, lid 4.

3. De in lid 2 bedoelde voorschriften hebben ten minste betrekking op: (a) de procedures om de handelingsbekwaamheid van de aanvragers en hun bevoegdheid om de vennootschap te vertegenwoordigen, te waarborgen; (b) de middelen om de identiteit te verifiëren van de personen, of hun vertegenwoordigers, die de vennootschappen registreren; (c) de verplichting voor de aanvragers om gebruik te maken van vertrouwensdiensten als bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014.

4. De in lid 2 bedoelde voorschriften kunnen ook betrekking hebben op:
(a) de procedures om de rechtmatigheid van het doel van de vennootschap te waarborgen;
(b) de procedures om de rechtmatigheid van de naam van de vennootschap te waarborgen;
(c) de procedures om de rechtmatigheid van de oprichtingsakten te waarborgen, onder meer via een controle van het correcte gebruik van de modellen;
(d) de procedures om de benoeming van de bestuurders te verifiëren, rekening houdend met de diskwalificatie van bestuurders door bevoegde autoriteiten van andere lidstaten;
(e) de procedures om een notaris of een andere door de lidstaat gemachtigde persoon of instantie te betrekken bij de indiening van een registratieaanvraag;
(f) de omstandigheden waarin online registratie kan worden uitgesloten wanneer het aandelenkapitaal van een vennootschap moet worden uitgekeerd in natura.

5. De lidstaten laten de online registratie van een vennootschap niet afhangen van het voorafgaand verkrijgen van een vergunning of machtiging, tenzij zulks onontbeerlijk is voor een passende controle van bepaalde activiteiten als vastgelegd in het nationale recht.

6. Wanneer in het kader van de procedure voor het registreren van een vennootschap aandelenkapitaal moet worden uitgekeerd, zorgen de lidstaten ervoor dat de betrokken bedragen overeenkomstig artikel 13 quinquies online kunnen worden overgemaakt naar een bankrekening van de bank die in de Unie actief is. Bovendien zorgen de lidstaten ervoor dat het bewijs van deze overmakingen ook online kan worden verstrekt.

7. De lidstaten dragen er zorg voor dat de online registratie wordt afgewikkeld binnen een termijn van vijf werkdagen te rekenen vanaf de meest recente van de volgende data:
(a) de datum van ontvangst van alle vereiste documenten en gegevens door een bevoegde autoriteit of, in voorkomend geval, door een persoon of een instantie die krachtens het nationale recht gemachtigd is om de aanvraag tot registratie van een vennootschap in te dienen;
(b) de datum van betaling van een registratievergoeding, de datum van betaling van aandelenkapitaal in contanten, of de datum van betaling van aandelenkapitaal overeenkomstig het nationale recht, indien het aandelenkapitaal in natura moet worden uitgekeerd.
Als deze termijn in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden niet in acht kan worden genomen, zorgen de lidstaten ervoor dat de aanvrager onmiddellijk in kennis wordt gesteld van de redenen voor de vertraging.

Artikel 13 octies
Modellen voor de registratie van vennootschappen

1. De lidstaten stellen de modellen voor de in bijlage IIA genoemde vennootschapsvormen ter beschikking op registratieportaalsites of -websites die deel uitmaken van de digitale toegangspoort. De lidstaten kunnen online ook modellen ter beschikking stelen voor de registratie van vennootschapsvormen die in bijlage II, maar niet in bijlage IIA worden vermeld.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvragers de in lid 1 van dit artikel bedoelde modellen kunnen gebruiken in het kader van de in artikel 13 septies bedoelde online registratieprocedure. Indien de modellen door de aanvrager zijn gebruikt in overeenstemming met de regels als bedoeld in artikel 13 septies, lid 4, onder c), in voorkomend geval, wordt ervan uitgegaan dat is voldaan aan de in artikel 10 vastgelegde eis om de oprichtingsakte van de vennootschap bij authentieke akte te verlijden.

3. De lidstaten stellen deze modellen ten minste beschikbaar in een officiële taal van de Unie die zoveel mogelijk grensoverschrijdende gebruikers in grote lijnen begrijpen.

4. De inhoud van de modellen valt onder het nationale recht.

Meer informatie

Consultatie

Overige informatie

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

Good Practices fiscale integriteitsrisico’s door DNB overbodig geworden

Onlangs is het DAC6-wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend, op grond waarvan trustkantoren als ‘hulpintermediair’ agressieve fiscale constructies moeten melden. Lees over de positie van die hulpintermediair ook het artikel op mijn algemene blog.

In de memorie van toelichting bij het DAC6-voorstel is aangekondigd dat een leidraad zal worden uitgebracht, die intermediairs zal ondersteunen bij beoordeling van fiscale structuren.

Het zou DNB sieren, als de Good practices fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken worden ingetrokken bij de inwerkingtreding van het Nederlandse DAC6 wetsvoorstel en dat de Good practices fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren (dit voorjaar geconsulteerd) niet definitief worden gemaakt.

 

Meer informatie:

 

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , , | Plaats een reactie

Regels oneerlijke handelspraktijken grootbedrijf horen voor het hele MKB te gelden | voorstel Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen

Het Ministerie van LNV consulteert tot 19 augustus a.s. een voorstel voor een ‘Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen‘. Het voorstel gaat over grote afnemers die hun kleine(re) leveranciers onrechtmatige handelsvoorwaarden opleggen.

Onrechtmatige handelspraktijken grootbedrijf
In artikel 2 van het voorstel worden een aantal handelswijzen door de afnemer van producten jegens een leverancier onrechtmatig verklaard. Het betreft onder meer:

  • Niet tijdige betaling van de leverancier.
  • Annuleren door de afnemer op te korte termijn van een bestelling.
  • Door de afnemer eenzijdig wijzigen van leveringsvoorwaarden.
  • Afdwingen van betalingen door de leverancier die geen verband houden met de verkoop van diens producten.
  • Betaling door de leverancier van een vergoeding voor bederf e.d., zonder dat de leverancier in verzuim is.
  • Schending door de afnemer van bedrijfsgeheimen van de leverancier.
  • Dreigen door de afnemer met commerciële vergeldingsmaatregelen tegen de leverancier als deze zijn wettelijke of contractuele rechten uitoefent.

In artikel 3 worden nog een aantal andere handelspraktijken als onrechtmatig bestempeld. De regels uit artikel 2 en 3 van het voorstel zijn alleen van toepassing op specifiek aangewezen leveranciers en afnemers, de criteria zijn gebaseerd op de omzet (artikel 5).

Door middel van het voorstel wordt een Europese richtlijn geïmplementeerd.

Waarom alleen agrarische MKB-leveranciers?
Het probleem van onrechtmatige handelspraktijken door grote afnemers, waarmee MKB-leveranciers onder druk worden gezet, speelt niet alleen in de agrarische sector. Ik ken diverse voorbeelden uit andere sectoren. Het was aanleiding om er over te schrijven.

Het is wat mij betreft onbegrijpelijk waarom dit wetsvoorstel niet wordt verbreed naar alle MKB-leveranciers.

 

Meer informatie:

Consultatie

Europese richtlijn

Artikelen op dit blog over benadeling van MKB-leveranciers door grootbedrijven, onder meer:

Zie de tag oneerlijke handelspraktijken grootbedrijf.

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Europa, Handelsrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

Internetconsultatie Wijziging Wwft BES met incompleet consultatievoorstel

Vandaag is de wetgevingsconsultatie Wijziging Wwft BES van start gegaan. Die consultatie gaat van start terwijl belangrijke onderwerpen ontbreken, zo blijkt uit de introductie:

Voor een aantal onderwerpen was ten tijde van de consultatie aanvullend onderzoek nodig van de verantwoordelijke departementen. Het gaat over:
– Toezicht verbeteren op advocaten en notarissen
– Reguleren van cryptocurrencies
– Regelgeving aangaande geldtransporten

Na de consultatie zullen mogelijk voor deze onderwerpen regels in het wetsvoorstel worden opgenomen.

Een onjuiste keuze van het verantwoordelijke ministerie.

Algemene gedragslijnen, procedures e.d.
Uit het consultatievoorstel blijkt de algemene regels voor Wwft-plichtigen (die in de Wwft BES ‘dienstverleners‘ worden genoemd, een betere uitdrukking dan ‘instelling in de Nederlandse Wwft) in de sfeer van algemene gedragslijnen en procedures alleen gelden voor financiële instellingen, aangezien deze niet praktisch uitvoerbaar zijn voor de overige Wwft-plichtigen. Een verstandige keuze die ook in de Nederlandse Wwft zou moeten worden doorgevoerd.

Vindplaatsen: algemene regels, artikelen 1.9 tot en met 1.12 van het voorstel. Uitzondering: artikel 1.13 van het voorstel.

Toezicht op advocaten/notarissen en artikel 6 EVRM
Opvallend is dat op de BES-eilanden geen onafhankelijk toezicht op naleving van de witwasbestrijdingsverplichtingen door advocaten en notarissen. De belastingdienst is kennelijk in de huidige Wwft BES als toezichthouder van deze juridische beroepsgroepen aangewezen, iets wat door de notarissen en advocaten in strijd met artikel 6 EVRM wordt geacht. Er wordt gezocht naar een passende oplossing, zo volgt uit paragraaf 2.5 van de concepttoelichting:

In overleg met de betrokken partijen wordt thans bezien hoe het Wwft toezicht voor deze beroepsgroepen kan worden verbeterd, daarbij rekening houdend met de vereisten op grond van artikel 6 EVRM. Het wetsvoorstel zal op een later moment met de verbeteringen worden aangevuld.

 


Aanvulling 26 augustus 2021
Het WODC heeft op 26 augustus 2021 tweede National Risk Assessment witwassen en terrorismefinanciering voor de drie BES-eilanden (NRA BES) bekend gemaakt.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Implementeren in de Wwft

Het is opletten geblazen met de implementatiewetten die het Ministerie van Financiën indient inzake de Wwft, want de namen lijken erg op elkaar:

  • Het eerste wetsvoorstel Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn is behandeld onder dossiernummer 34 808. Dit voorstel heeft geleid tot de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn, die op 24 juli 2018 in het Staatsblad is verschenen.
  • Het tweede wetsvoorstel, de “Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn” heeft dossiernummer 35 245. De behandeling loopt nog.
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Plaats een reactie

Veel ubo’s weten nog nog niets van het register | Wwft, ubo-register

Op 11 juli jl. werden uitkomsten van een onderzoek naar bekendheid bij ondernemingen van het in aantocht zijnde ubo-register bekend gemaakt. Niet verrassend is dat de meerderheid van de toekomstig geregistreerden niet weet dat hij of zij in een register komt.

Dat komt omdat door het ministerie van financiën in de publiciteit wordt gesuggereerd dat alleen uiteindelijk belanghebbenden bij ‘brievenbusmaatschappijen’ in het register komen. Verder wordt door het ministerie de indruk gewekt dat alle geregistreerden een economisch belang bij hun entiteit hebben, terwijl ook dat onjuist is.

Zo komen alle statutair bestuurders van de not-for-profit organisaties Privacy First en Bits of Freedom in het ubo-register.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie