Banken krijgen opsporingsinformatie | Serious Crime Taskforce en Terrorismefinanciering Taskforce

De centrale rol die banken spelen in de opsporing van criminaliteit, blijkt uit de twee convenanten die de vier Nederlandse grootbanken en een grote verzekeraar hebben gesloten met Openbaar Ministerie, politie, FIU-Nederland en de FIOD.

Aan een van de convenanten wordt door een verzekeraar deelgenomen, al wordt uit dat convenant (dat over terrorismefinanciering gaat) niet duidelijk welke betekenis een verzekeraar in dat verband heeft.

Serious Crime Taskforce
Op grond van het convenant Serious Crime Taskforce krijgen de banken informatie over 200 vermoedelijke topcriminelen, die een rol spelen als ‘broker’. De ‘brokers’ zijn volgens het convenant personen uit de legale bovenwereld die nodig zijn om criminele activiteiten te kunnen voortzetten via logistieke en financiële stelsels. Zij zouden doorgaans buiten het zicht van de opsporing blijven.

Op basis van de informatie die banken (“Private Partijen”) van de overheidspartners in het convenant ontvangen,

worden de Private Partijen waar mogelijk beter in staat gesteld om binnen de eigen systemen en in samenwerking met elkaar dergelijke relevante transacties te identificeren, deze in kaart te brengen en als de door deze personen uitgevoerde geldtransacties zo nodig als ongebruikelijk te kwalificeren en te melden aan FIU-NL, zoals wettelijk verplicht

Terrorismefinanciering Taskforce
Aan het Convenant Terrorismefinanciering Taskforce wordt deelgenomen door dezelfde vier grootbanken, plus één grote verzekeraar. Doel van deze samenwerking is eveneens dat de overheid gegevens aan de private partijen verstrekt, zodat die private partijen bepaalde personen kunnen monitoren en aanwijzingen van terrorisme(financiering) kunnen melden als ‘ongebruikelijke transactie’. Verder zullen de private partijen eigen gegevens aan de overheid verschaffen, “binnen de kaders zoals gesteld overeenkomstig het regime van de AVG, UAVG en de Wwft“.

Dit convenant geeft niet in concreto aan welke persoonsgegevens respectievelijk andere gegevens inzake vermoedelijke terroristen zullen worden uitgewisseld. De vraag is dan hoe wordt voorkomen dat een sleepnet effect optreedt.

Lastig in dit verband is dat terrorismefinanciering geen afzonderlijk fenomeen is, dat herkend kan worden, zie mijn eerdere berichten, onder meer 1, 2 en 3. Een werkgever die aan zijn terroristische werknemer salaris overmaakt, financiert terrorisme. Datzelfde geldt voor de moeder die geld overmaakt aan haar terroristische zoon.

Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
Deze projecten lopen vooruit op de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS), die in 2018 is geconsulteerd. Uit een op 31 juli jl. vastgesteld verslag van een wetgevingsoverleg blijkt dat het wetsvoorstel dit najaar is te verwachten:

Ik heb u vorige week geschreven dat mijn wetsvoorstel Gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden nu echt naar de Raad van State toe is. Dat is een langdurige bevalling geweest in het kader van goede gesprekken met de Autoriteit Persoonsgegevens. Nu hebben we deze belangrijke stap gezet. Ik hoop daadwerkelijk dat we die in het najaar in de volgende ronde bij uw Kamer kunnen brengen. Ik blijf positief en enthousiast daarover.

Dit voorjaar is er door het ministerie uitvoerig overleg gevoerd met de Autoriteit Persoonsgegevens, wat tot de nodige aanpassingen heeft geleid. Dit najaar gaan we dus meer over de gegevensverschaffing door de overheid aan de private sector horen.

 

Meer informatie:

  • Convenant Pilot Serious Crime Taskforce op overheid.nl, is op 6 augustus 2019 in de Staatscourant verschenen, evenals het Convenant Terrorismefinanciering Taskforce.
  • Op 24 juni jl. werd het rapport ‘Cross-sectorale gegevensdeling tussen private partijen voor fraudebestrijding’ bekend gemaakt. De bijbehorende beleidsreactie staat hier.
  • Op 19 juni jl. schreef de Minister van Veiligheid een brief over de stand van zaken inzake het voorstel voor de WGS.
  • Op 26 april jl. kwam het voorstel aan de orde in een brief van de Minister van Veiligheid. Uit de brief blijkt dat er uitvoering overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens is geweest, “Over dat wetsvoorstel heeft de AP begin januari advies uitgebracht. Naar aanleiding van dat advies is het wetsvoorstel aangepast en eind februari voorgelegd aan de AP. Daarna heb ik met de AP gesproken omdat de AP nog een aantal vragen had over het aangepaste voorstel. Op 19 april heeft de AP haar aanvullende advies uitgebracht. Dat advies wordt nu verwerkt. Naar aanleiding hiervan ben ik voornemens het wetsvoorstel op diverse punten aan te passen. De beide adviezen worden openbaar gemaakt zodra het gewijzigde wetsvoorstel ook openbaar wordt, dat wil zeggen op het moment van indiening.“.
  • Het voorstel voor de WGS is in 2018 geconsulteerd. Het verslag van het wetgevingsoverleg, vastgesteld op 31 juli 2019, is hier te vinden.
  • Meer berichten op dit blog over gegevensuitwisseling tussen overheid en private sector ter bestrijding van criminaliteit en over terrorismefinanciering.

Aanvulling 6 september 2019
Lees over privaat-publiek gegevens uitwisselen Privacy fears slow spread of UK-style data-sharing to combat money laundering.

Aanvulling 9 juni 2020
Op de IFFC site stonden hyperintelligente vragen en antwoorden over de Serious Crime Task Force. Ik blijf met de vraag zitten of dit iets over de IFFC zegt of over de Serious Crime Task Force.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Europa en oneerlijke praktijken van het grootbedrijf | EPRS

Eerder schreef ik hier over de Nederlandse implementatie van de Europese regels ter bestrijding van oneerlijke handelspraktijken van het grootbedrijf in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. Dergelijke regels zijn ook buiten de landbouw gewenst, schreef ik toen.

Over de Europese regels verscheen onlangs een bericht op de site van European Parliamentary Research Service (EPRS), het onderzoeksbureau van het Europees parlement, waarin zij toelichting geven op de achtergrond van de regels:

The food supply chain ensures that food and drink products are delivered to the public. It affects all consumers in the EU. The final price paid by the consumer is impacted by the number of participants in the food supply chain. While the single market has brought benefits to operators in the supply chain, through more market opportunities and a larger customer base, it has also brought challenges. Structural changes have occurred, leading to different levels of bargaining power and imbalances between actors in the chain. The abuse of such differences may lead to unfair trading practices (UTPs).
Over recent years, the European Parliament has actively highlighted imbalances in the food supply chain. It has also made the case very strongly that there is a need to ensure adequate incomes for farmers.

To strengthen the position of smaller producers (such as farmers) in the food supply chain, in April 2018 the European Commission presented a proposal for a directive on unfair trading practices. The proposal focuses on the protection of smaller actors in the food supply chain, and aims to protect them from trading practices imposed unilaterally.

The Parliament’s Committee on Agriculture and Rural Development (AGRI) welcomed the proposal as a long-expected legislative instrument to defend the position of agricultural producers in the food supply chain. Following AGRI’s consideration, the European Parliament priorities were to have a clear definition of what constituted an unfair trading practice, extending the scope of suppliers and buyers in the food supply chain and the scope of products to all agricultural products (i.e. not only food products). The Parliament also sought to deliver an increased list of prohibited unfair trading practices. In trilogue negotiations, Parliament and Council negotiators reached an agreement on 19 December 2018, after six meetings. Parliament’s negotiating team achieved important modifications to the legislative text, especially on widening the scope to agri-food businesses bigger than SMEs (up to a certain threshold) and an extension to the list of prohibited unfair trading practices from 8 to 15.

Directive (EU) 2019/633 of the European Parliament and of the Council on unfair trading practices in business-to-business relationships in the food supply chain was signed on 17 April 2019.

Thanks in part to Parliament’s efforts, the new legislation will ensure fairness in the market and the food supply chain and will remove the ‘fear factor’ experienced by small-scale operators in the food chain and/or those with less bargaining power. It will lead to a more balanced distribution of consumer spending along the food supply chain and, finally, it will provide for a designated authority to enforce the new rules and sanctions where infringements are proven.

De Europese Commissie noemt op de themapagina als oneerlijke praktijken ten opzichte van MKB-leveranciers onder meer:

These include (but are not limited to)

  • late payments for perishable food products
  • last minute order cancellations
  • unilateral changes to contracts
  • refusal to enter into a written contract
  • returning unsold or wasted products
  • payment for buyer’s marketing

Uiteraard zal bezien moeten worden of de nieuwe regels praktisch uitvoerbaar zijn en of voldoende toezicht op de naleving wordt uitgeoefend. Het is in ieder geval interessant om te volgen.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Europa, Handelsrecht, Internationale handel | Tags: , , | Plaats een reactie

Financial human rights | FATCA

FATCA is a good example of the risks of international cooperation in regard of collecting taxes.

FATCA is the US legislation that obliges countries and financial institutions all over the world to provide the US tax authorities with personal financial data of people outside the US. In relation to FATCA the US has concluded a lot of treaties [1] and has threatened foreign financial institutions with sanctions in case of non-cooperation.

There is nothing wrong for a country in trying to collect tax. There are more treaties and other initiatives in relation to collecting tax and to let companies and people a fair share.

The problem of FATCA is that the US is not only imposing tax on people and entities that live/are in the US or that have voluntarily obtained the US nationality (as all other countries in the world do). As far as I know the US is the only country in the world that is having such a broad scope of people and legal entities that it is regulating [2].

The US Person and the accidental American
As I explained in an earlier post (in Dutch) the US imposes taxes on the so called ‘US Persons‘. The concept of US Person includes people that have no relation with the US. You can be a US Person when you are born in the US from non-US parents during a short stay, or when you are born outside the US and one of your parents has the US nationality [3]. These people were often unaware that they were a ‘US Person’, that changed when FATCA came into force [4]. They call themselves ‘accidental Americans‘ and are in a completely different position from the regular Americans.

By imposing rules on these accidental Americans, the US to my opinion acts against basic human rights principles.

US laws applicable in Europe?
There are more obligations for US Persons than the obligation to file tax returns and pay taxes in the US. Certain financial legislation is applied outside the US, in Europe having the consequence that European banks (who have the European legislation to comply with) do not want to provide financial services to US Persons. Even sanction law seems to apply to accidental Americans (read this). [5]

US Persons outside the US are having all sorts of practical problems, leading to articles like “Overseas Americans Can’t Open Foreign Accounts Because of FATCA? Court Says Tough Luck!” (5 May 2016).

In Europe the opposition against this extraterritorial working legislation is growing. In the European Parliament questions have been asked [6]. I read FATCA will be discussed again.

In France the accidental Americans have started a procedure that ended unsuccessfully at France’s Conseil d’Etat that ruled in support of current FATCA regime. The ‘accidentals’ intend to bring the case before the Court of Justice of the European Union [7].

Human rights in financial law
FATCA shows the world-wide consequences of financial legislation that violates human rights. The position of the accidental Americans make me wonder if this is in accordance the human rights treaties and principles that apply in Europe [8].

As tax legislation in countries is changing all the time and may include anti-social elements (similar to the obligations of the accidental Americans in the US tax system), I think it is important to see if the current system of human rights adequately covers the international financial human rights every person is entitled to.

[1] A list of treaties can be found here. Wikipedia has a page.
[2] Something to be looked at further.
[3] Explained on this IRS page.
[4] US Expats Show Shocking Ignorance Of FATCA, 7 June 2018. Of course those who have a passport can give it up, read Why expat Americans are giving up their passports, 9 February 2016.
[5] Accidental Americans Financially Frustrated By FATCA, 22 April 2018.
[6] Euro MPs Want To Protect Accidental Americans Against FATCA, 16 July 2019.
[7] ‘Accidentals’ reel but vow to fight on, as France’s Conseil d’Etat rules in support of current FATCA regime, 20 July 2019. Earlier a procedure in the US was unsuccessful, according to this article: Repeal FATCA Appeal Rejected By US Supreme Court, April 4, 2018, but the opponents want to continue, FATCA Fight Will Carry On, Vow Repeal Campaigners, 21 February 2019.
[8] Like the EU Charter of Fundamental Rights, more information: European Union Agency for Fundamental Rights (FRA). Article 8, par. 2: “Such [personal] data must be processed fairly for specified purposes and on the basis of the consent of the person concerned or some other legitimate basis laid down by law. Everyone has the right of access to data which has been collected concerning him or her, and the right to have it rectified.“. Article 17, par. 1: “Everyone has the right to own, use, dispose of and bequeath his or her lawfully acquired possessions. No one may be deprived of his or her possessions, except in the public interest and in the cases and under the conditions provided for by law, subject to fair compensation being paid in good time for their loss. The use of property may be regulated by law in so far as is necessary for the general interest.


Addition of 12 August 2019
After finishing this article I read an interesting article in German on the different systems in regard of nationality, Die Krux mit der Staatsbürgerschaft, DW 9 August 2019.

Geplaatst in Bestuursrecht, English - posts in English on this blog, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Europees sociaal platform | HELIOS – A Context-aware Distributed Social Networking Framework

Gaat er nog iets veranderen aan het feit dat Amerikaanse sociale media giganten het digitale landschap volledig hebben ingenomen. Zo nu en dan zie ik initiatieven (zoals Okuna en YouMe), maar of het van de grond gaat komen?

Europa is bezig met een alternatief, onder de naam ‘HELIOS’. Op de site van het project luidt de beschrijving:

HELIOS will create a decentralized social media platform that will address the dynamic nature of human communications in three dimensions: contextual, spatial and temporal.

This platform provides an extension for mobile operating systems (focus on Android), providing easy-to-apply peer-to-peer social media functionality for 3rd party developers.

HELIOS will be built in a modular and extensible manner, by enabling all features characterizing social media today and growing beyond. For human networking, HELIOS will introduce novel concepts for social graph creation and management, which are grounded in trust and transparency.

These concepts will be validated in project piloting together with novel social media features, such as innovative feedback technology and shared spaces.

Furthermore, HELIOS will be modular, extensible and built upon open source, ensuring that social media designers can easily create novel social media apps on top of HELIOS in the future, beyond the end of the project.

Het project is op 1 januari 2019 van start gegaan en de einddatum is over twee jaar, eind december 2022. De Europese Unie heeft het project een forse subsidie gegeven. In het project wordt door een aantal Europese partijen samengewerkt. Nederland is er niet bij.

  • VTT Technical Research Centre of Finland, die het project coördineert.
  • Atos Spain SA, uit Spanje.
  • Centre for Research and Technology Hellas / Information Technologies Institute, Griekenland.
  • Grassroots Arts and Research, Duitsland.
  • LINKS Foundation, Italië.
  • Nagoon AB uit Zweden.
  • Swiss TXT AG uit Zwitserland.
  • Trinity College Dublin uit Ierland.
  • University of Pisa uit Italië.
  • Universitat Autònoma de Barcelona, Spanje.
  • Universitat Politècnica de València, Spanje.
  • Universität Passau, Duitsland.
  • University of Helsinki, Finland.
  • Worldline Iberia S.A.U., Spanje.

Ik ben benieuwd wat er uit komt. Het zal niet makkelijk zijn.

 

Meer informatie:

HELIOS:

Overig:

  • Een interessante site over de adtech activiteiten van Facebook is ad.watch.
  • Een Facebook alternatief is Okuna, dat voorheen OpenBook heette (maar dat mocht niet van Facebook, lees bij Golem, die de dienst in april testte). Lees over dit project ook hun Medium pagina.
  • Dan is er YouMe. Heel alternatief is het niet, want je kunt er met gogel inloggen.
Geplaatst in Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

De rechtsstaat in Nederland

Gisteren schreef ik over de rechtsstaat in Europa, maar ook in Nederland is de rechtsstaat niet vanzelfsprekend.
Op de site van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) verscheen een persoonlijk artikel van Frank van Ommeren, Het primaat van de wetgever moet opnieuw worden doordacht (15 juli jl.). Daarin doet hij verslag van een vergadering over de rol van de wetgever en meldt hij dat nagedacht moet worden over de rechtsstaat, een onderwerp waarover de ROB volgend jaar zal gaan adviseren.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

De rechtsstaat in Europa | voorstellen Europese Commissie

Het Expertisecentrum Europees Recht (ECER) heeft een bericht geplaatst met informatie over Europese plannen om de rechtstaat in de lidstaten te monitoren. In het bericht zijn allerlei vindplaatsen vermeld.

Lees: Commissie publiceert blauwdruk voor actie over de rechtsstaat. ECER heeft ook een dossier rechtsstaat in de EU.

Geplaatst in Europa, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

MVO hoort ook bestrijding oneerlijke handelspraktijken grootbedrijf te omvatten

In de juridische vakliteratuur kom ik het nauwelijks tegen: de wetgevende plannen rondom ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen‘ (MVO). Dat MVO zou zich ook moeten uitstrekken tot de wijze waarop het grootbedrijf met haar leveranciers om gaat. Daarvan is bij alle initiatieven niets te zien.

Kinderarbeid: symboolpolitiek met verklaringen van goed gedrag?
Recent stuitte op de nieuwe verklaring van goed gedrag, die alle ondernemers (dus ook het MKB) moeten afleggen inzake bestrijding van kinderarbeid. Het is een voorbeeld van het primaat van de bureaucratische denken: een ondernemer doet het alleen goed als hij verklaringen aflegt.

Kinderarbeid en ander onrecht blijken parlementaire aandacht te krijgen, wat blijkt uit het parlementair dossier met de titel ‘Maatschappelijk verantwoord ondernemen‘. In dat dossier komen ministers en leden van het parlement aan het woord, die goede bedoelingen hebben, die zich tot de hele wereld uitstrekken. Uit dat dossier blijkt dat het warrige eiland aan de andere kant van het Kanaal een ‘Modern Slavery Act‘ heeft, waarover in het Nederlandse parlement vragen waren gesteld. In die beantwoording rinkelt het van de ‘ketenverantwoordelijkheid’ en andere optimistische bestuurlijke opvattingen.

53 Waarom heeft de onafhankelijke evaluatie van de UK Modern Slavery Act geen aandacht gegeven aan de gehele productieketen?

54 Is de evaluatie van de Modern Slavery Act inmiddels afgerond? Hoe is hierin de aanpak van ketenverantwoordelijkheid beoordeeld?

Antwoord op vragen 53 en 54:
De Modern Slavery Act is een brede wet die gericht is op het aanpakken van moderne slavernij, voornamelijk binnen het Verenigd Koninkrijk. Met moderne slavernij wordt gedoeld op verschillende soorten misstanden en uitbuiting, zoals mensenhandel, dwangarbeid of kinderarbeid. Alleen artikel 54 gaat over de verklaring die bedrijven moeten afgeven over moderne slavernij in hun keten. De evaluatie van de Modern Slavery Act richt zich op de volledige wet en is in maart 2019 afgerond. De evaluatie richtte zich niet op de impact van de Modern Slavery Act in productieketens. Desalniettemin bevat het rapport wel aanbevelingen gericht op de productieketen. Het Britse Ministerie van Binnenlandse Zaken werkt momenteel aan een reactie op de evaluatie.

55 Hoe wordt het relatieve succes van de Modern Slavery Act verklaard, gezien de gebrekkige controle en afwezigheid van sancties?

De Modern Slavery Act heeft bijgedragen aan bewustwording over risico’s gerelateerd aan mensenrechten en moderne slavernij binnen bedrijven op het hoogste niveau. Het aantal verklaringen van bedrijven en de inhoud van deze verklaringen is vooralsnog beperkt. De Britse overheid heeft daarom in 2018 en 2019 brieven gestuurd naar de directeuren van bedrijven om hen te wijzen op de verplichtingen onder de Modern Slavery Act artikel 54 (zie ook het antwoord op vraag 56). De mate waarin maatschappelijke organisaties verklaringen van bedrijven controleren en de interesse van consumenten in de verklaringen is overigens ook lager dan verwacht.

Het lijkt er op dat het systeem met verklaringen van goed gedrag internationaal in de mode is. Waarom gekozen wordt voor symboolwetgeving met verklaringen van goed gedrag, is mij een raadsel.

Irresponsible Business Conduct: mooie woorden en intussen worden MKB-leveranciers oneerlijk behandeld
In het wetgevingsdossier tref ik een rapport aan met de fraaie titel “Strategies for responsible business conduct“. In het rapport wordt verslag gedaan naar een onderzoek naar MVO-regelgeving in een aantal Europese landen, alsmede Canada en de Verenigde Staten. Daarin komen oneerlijke handelspraktijken van het grootbedrijf ten opzichte van het MKB niet aan de orde.

In de Verenigde Staten bestaat een ‘Responsible Business Alliance‘ (RBA), die pretendeert MVO in de electronics industry te bevorderen. Bedrijven kunnen de RBA-gedragscode onderschrijven.In de code is aandacht voor werknemers (hoofdstuk A), gezondheid en veiligheid (hoofdstuk B), milieu (hoofdstuk C), bestrijding van corruptie en witwassen (hoofdstuk D) en voor een goed management systeem (hoofdstuk E). Tijdige betaling van leveranciers en het respecteren van hun rechten (zoals intellectuele eigendomsrechten) ontbreken. Er wordt alleen vaag gesproken over respecteren van intellectuele eigendom en ‘fair business, advertising and competition’.

De gedragscode weerhoudt leden van de RBA er niet van om hun leveranciers klem te zetten. Recent kwam ik een grote onderneming (afnemer) uit de Verenigde Staten tegen, die meedeelde lid te zijn van de RBA en zich te houden aan de RBA-gedragscode. De afnemer schreef in de inkoopvoorwaarden, die hij aan de Europese leverancier wilde opleggen, dat ook de Europese leverancier zich aan de RBA-gedragscode en aan allerlei andere regelgeving uit de Verenigde Staten moest houden, inclusief de Dodd-Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act.

Die afnemer maakte het helemaal bont, door in de inkoopvoorwaarden te bedingen dat hij de software die de Europese leverancier zou gaan leveren, zou mogen gebruiken als basis voor eigen software. Voorts stond in de inkoopvoorwaarden dat de afnemer gelijksoortige software zou mogen ontwikkelen, verkopen en anderszins commercieel te exploiteren. Met andere woorden: een ‘license to steal‘ en dat alles met een betalingstermijn van negentig dagen.

Het geeft aan dat de wereld niet ver komt met symboolpolitiek en dat de Verenigde Staten geen goed voorbeeld geeft.

Bestrijding oneerlijke handelspraktijken grootbedrijf via MVO gewenst
In het parlementaire dossier wordt niet gesproken over de wijze waarop het grootbedrijf het MKB soms klem zet, bijvoorbeeld door te laat te betalen, door het voorraadrisico bij de MKB-leverancier neer te leggen, door schending van bedrijfsgeheimen en door commerciële vergeldingsmaatregelen tegen de leverancier als deze zijn wettelijke of contractuele rechten uitoefent.

Deze problemen werden Europees gesignaleerd en hebben in de agrarische sector geleid tot een richtlijn (Richtlijn (EU) 2019/633), die Nederland nu gaat implementeren. Vreemd genoeg is deze regelgeving beperkt tot de agrarische sector, terwijl de gesignaleerde problemen ook bij andere MKB-ondernemingen spelen.

De bestrijding van oneerlijke handelspraktijken hoort een onderdeel van MVO te zijn.

Naleving MVO door MKB
Dat naleving van MVO-regels voor het MKB lastig is, is wel bij de parlementariërs doorgedrongen. Tijdens een overleg op 20 juni 2019 merkt een lid van de Tweede Kamer op:

Ons bereiken signalen dat het voor de meeste mkb’ers allemaal veel te gecompliceerd is. Het is onrealistisch om van ondernemers te verwachten dat zij weten wat er in de teksten van de OESO-richtlijnen en de OECD Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct staat. Dit zijn vaak hele ambtelijke teksten van honderden pagina’s lang waar ondernemers echt niet mee uit de voeten kunnen. Ondernemers geven al aan dat de huidige handleiding van de SER voor het textielconvenant een onwerkbaar document is voor kleinere bedrijven. Kleine bedrijven hebben behoefte aan een werkbaar stappenplan voor het jaarlijkse plan van aanpak. Is de Minister bereid om te onderzoeken of het op de een of andere manier eenvoudiger, simpeler en duidelijker kan voor het mkb, zodat ook het animo bij het mkb misschien wat groter wordt?

De minister zegt goede intenties te hebben, maar dat aan regels niet valt te ontkomen. Zij vergelijkt MVO met een belastingaangifte… Dat is geen goede vergelijking.

Maatschappelijk verantwoord wetgeven in het MVO
Het is hoog tijd dat MVO anders wordt aangepakt. Begin klein en maak het pas groter als er goede methoden zijn ontwikkeld. Maatschappelijk verantwoord wetgeven hoort naar mijn mening het volgende in te houden:

  • Zorg er voor dat er eerst binnen Nederland (dan wel binnen Europa) gezonde bedrijfsomstandigheden ontstaan. Van MVO hoort deel uit te maken dat het grootbedrijf zijn MKB-leveranciers fatsoenlijk behandelt. Treedt hard op tegen oneerlijke handelspraktijken van het grootbedrijf.
  • Beperk MVO buiten Europa tot specifieke sectoren, bijvoorbeeld de import van kleding, de productie van elektronische producten en afvalverwerking. Ga pas verbreden naar andere sectoren als er effectieve en praktische systemen zijn ontwikkeld.
  • Beperk de bureaucratie, dus geen verklaringen van goed gedrag en geen systeem met het ‘vastleggen’ (= bewijzen) van de genomen maatregelen, bijvoorbeeld door te eisen dat er MVO-clausules in contracten staan. Beslissend moet het feitelijk handelen van een ondernemer zijn, niet de overeenkomst die hij heeft gesloten.
  • Er dient een stokje te worden gestoken voor het van toepassing verklaren van buitenlands recht in overeenkomsten met MKB-leveranciers, als er geen eenvoudige manier is om van de inhoud van dat recht kennis te nemen.

 

Meer informatie:

MVO in Nederland:

Responsible Business Alliance (RBA) in de US:

Oneerlijke handelspraktijken grootbedrijf:

OECD:

 


Aanvulling 21 augustus 2019
In dit verband kwam ik ook de Engelstalige aanduiding CSR tegen, ‘Corporate Social Responsibility’, bijvoorbeeld in dit artikel. Lees ook wikipedia. Europa heeft er een pagina over.

Aanvulling 10 oktober 2019
Lees in het FD Financiële sector zet leefbaar loon op agenda van bedrijven, 10 oktober 2019. In het artikel wordt gesproken over “een leefbaar loon” voor medewerkers en toeleveranciers. Dit lijkt vooral op werknemers te slaan, terwijl een behoorlijke vergoeding voor MKB-ondernemingen en bestrijding van afknijppraktijken net zo belangrijk is.

Aanvulling 10 januari 2020
Zie ook UN Global Compact.

Geplaatst in Handelsrecht, Internationale handel | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Europese Commissie brengt nieuwe AML/CTF risicoanalyse (SNRA) uit

De Europese Commissie heeft op 24 juli jl. een nieuwe versie van de Europese risico analyse, de zgn. Supranational Risk Assessment Report (SNRA), bekend gemaakt. Het is een bestand van 21 pagina’s.

Anders dan de eerste versie, lijkt deze SNRA niet voorzien van annexen en een staff working document FIUs.

Wwft-plichtigen zijn verplicht om met de SNRA rekening te houden, aldus artikel 2c Wwft, dus compliance medewerkers kunnen nu aan de slag, om te beginnen met het vergelijken met de eerste versie van de SNRA (helaas stelde de Europese Commissie geen vergelijking ter beschikking), om te zien wat er is veranderd en of het voor de Wwft-plichtige relevant is.

De eerste versie van de SNRA van 26 juni 2017 is via deze pagina te vinden.

Op dit blog schreef ik al een artikel over het not-for-profit gedeelte van de SNRA, “The non-profit sector is inadequately covered in new European risk assessment“.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | 1 reactie

Adviezen Raad van State en Nationale Ombudsman over digitale communicatie door overheid met de burger

Een van de thema’s die ik met belangstelling volg, is het thema ‘digitale communicatie’. Niet alleen in de private sector gebeuren op dat gebied verschrikkelijke dingen. Ook de overheid kan er wat van.

Al enige tijd geleden is de voorbereiding van de “Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer” gestart. In 2016 vond een internetconsultatie over een voorontwerp plaats. Op 24 juli jl. werd het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend.

De afdeling advisering van de Raad van State bracht een kritisch advies uit over het voorontwerp, waarin aandacht wordt gevraagd voor de digitaal beperkte burger en waarin wordt voorgesteld om vast te leggen dat de burger recht heeft op contact per brief. De afdeling besteedt ook uitgebreid aandacht aan de risico’s verbonden aan het gebruik van e-mail, zoals gebruik van foute adressen (zowel door de burger als door de overheid) en berichten die in spamfilters belanden. De afdeling wijst er op dat het risico van fouten met e-mail in het voorstel uitsluitend bij de burger wordt neergelegd.

Samenvatting advies afdeling advisering Raad van State
De samenvatting van de afdeling luidt als volgt:

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Het wetsvoorstel is op 24 juli 2019 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Op weg naar afschaffing van de brief
Het wetsvoorstel geeft regels voor het elektronisch berichtenverkeer tussen overheid en burgers. Het valt vooral op dat daarbij wordt voorgesorteerd op de geleidelijke afschaffing van papieren communicatie. Maar er zijn grote groepen burgers die niet goed thuis zijn in de digitale wereld. Dat zijn niet alleen maar ouderen, maar ook laaggeletterden. Als communicatie per brief niet meer mogelijk is, zullen deze burgers het contact met de overheid verliezen en daardoor in grote problemen komen. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Nationale ombudsman hebben aandacht gevraagd voor deze burgers. De Afdeling advisering adviseert om nu juist het omgekeerde vast te leggen: dat burgers recht hebben om per brief contact te hebben met de overheid.

Verschillen tussen overheidsinstanties
Elke overheidsinstantie kan bepalen hoe burgers berichten bij haar moeten indienen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het invullen van een webformulier of het gebruiken van een programma. Als de burger de verkeerde methode kiest (bijvoorbeeld het e-mailadres gebruikt van een ambtenaar met wie hij eerder heeft overlegd), is niet zeker of het bericht wel in behandeling wordt genomen. En als elke instantie zelf mag bepalen hoe zij moet worden benaderd, kunnen er grote verschillen ontstaan tussen instanties. Burgers moeten niet worden lastiggevallen met de verschillende keuzes die instanties maken: daarvoor is de organisatiestructuur van de overheid te ingewikkeld. De Afdeling advisering dringt er op aan de procedures voor het versturen van berichten aan de overheid te standaardiseren.

Voor wie is het risico?
E-mailverkeer is niet zonder risico. Bijvoorbeeld: berichten kunnen in het spamfilter terechtkomen, de overheid kan een verouderd e-mailadres van een burger hebben, burgers kunnen de voor de hand liggende vergissing begaan om een bericht van een “noreply”-mailadres te beantwoorden. Daardoor is onzeker of berichten die overheid en burger uitwisselen aankomen en – als ze niet aankomen – of de verzender daar achter komt. Het wetsvoorstel legt de risico’s van e-mailverkeer alleen bij de burger neer: die kan het contact met een instantie kwijtraken en daardoor in grote problemen komen. Het advies is om dat evenwicht te herstellen. De Afdeling advisering doet daarvoor concrete suggesties.

“Techniekonafhankelijke wetgeving”
Het wetsvoorstel is een poging om wettelijke regels over elektronische communicatie techniekonafhankelijk te formuleren. Daarmee moet worden ingespeeld op toekomstige technologische ontwikkelingen, zodat de wet duurzaam is en niet regelmatig hoeft te worden aangepast. Maar die opzet is niet gelukt: het wetsvoorstel sluit gedetailleerd aan bij de stand van de techniek van dit moment, maar maakt alleen gebruik van vage termen. Daardoor biedt het geen concreet houvast, en is het al snel verouderd. Het advies is om het wetsvoorstel toe te schrijven naar concrete technieken, maar ruimte te bieden voor experimenten met nieuwe technieken.

Advies Nationale Ombudsman
Ook de Nationale Ombudsman heeft advies over het voorontwerp uitgebracht. In zijn advies van 13 mei 2016 laat hij weten dat hij parallellen ziet tussen het onderwerp van dit wetsvoorstel en zijn onderzoek naar de communicatie tussen belastingdienst en burger. Over die communicatie bracht hij een advies uit onder de titel “Het verdwijnen van de Blauwe Envelop“.

Zijn kritiek:

  • Er ontbreekt een vangnet voor mensen die digitaal niet mee kunnen komen.
  • Mensen die goed overweg kunnen met papieren communicatie moeten daar mee door kunnen gaan.

Het verzoek om waarborgen als opgenomen in het Blauwe Envelop rapport geldt ook voor dit wetsvoorstel.

Drie digitaliseringswetten
Dit voorstel moet goed worden onderscheiden van het voorstel voor de Wet elektronische publicaties, dat gaat over de mededelingen die de overheid aan de burger wenst te doen en de Wet digitale overheid, over de algemene digitalisering van overheidsprocessen.

Wijsheid
Het is te hopen dat het kabinet acht slaat op de adviezen van Raad van State en Nationale Ombudsman en zorgt voor humane automatisering, waarin de burger de weg niet kwijt raakt.

 

Meer informatie:

Advies Raad van State

Advies Nationale Ombudsman

Voorstel Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

Overige wetgevingsdossiers

Lees over de digitale worsteling van de burger met de overheid “Moeilijker kunnen we het niet maken“, een artikel van Sjors van Beek voor De Groene (25 mei 2016).

Berichten op dit blog, over:

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Cliëntenonderzoek Wwft en omgang persoonsgegevens in de kansspelsector

Ook in de kansspelensector is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) van toepassing. Kansspelaanbieders (‘vergunninghouders’) moeten net als banken cliëntenonderzoek doen en aanwijzingen van criminaliteit (‘ongebruikelijke transacties’) melden bij FIU-Nederland. De kansspelaanbieders hebben een eigen Wwft-toezichthouder, de kansspelautoriteit.

Tot 18 september aanstaande loopt een internetconsultatie over een regeling, “Regeling kansspelen op afstand en Uitvoeringsregeling kansspelen“. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft een consultatiedocument opgesteld van 113 pagina’s, waarin de regeling (36 pagina’s) en een toelichting daarop (76 pagina’s) zijn opgenomen.

Persoonsgegevens
Op grond van de kansspelregelgeving zullen zeer veel persoonsgegevens verwerkt worden, zodat – net als bij andere Wwft-plichtigen – naleving van de AVG en het nemen van beveiligingsmaatregelen belangrijk zijn. Het betreft persoonsgegevens van de spelers en van mensen die werkzaam zijn bij de kansspelaanbieder. Deze persoonsgegevens worden op basis van een wettelijke grondslag (Wwft en de kansspelregelgeving) verwerkt. Voor het overige is de AVG onverkort van toepassing.

Over de verwerking van persoonsgegevens staat in de toelichting onder meer:

Artikel 25. De verwerking van persoonsgegevens
Op grond van artikel 33g, achtste lid, van de Wok en artikel 18, zevende lid, van het BWRVK zijn in dit artikel nadere regels opgenomen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door zowel de kansspelautoriteit, als vergunninghouders die kansspelen op afstand aanbieden, of kansspelen in een speelcasino of een speelautomatenhal organiseren. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van kansspelen kan de verwerking omvatten van bijzondere of anderszins gevoelige persoonsgegevens van personen, zoals gegevens over schulden en medische gegevens van spelers of gegevens over antecedenten van personen binnen de onderneming van de vergunninghouder. Het betreft hier ook de verwerking en het eventueel aanhouden van het burgerservicenummer van de speler, voor zover de vergunninghouder dit na gebruik op grond van enig ander wettelijk voorschrift niet mag vernietigen, bijvoorbeeld op grond van de Wwft.
Uit artikel 1, aanhef en onder f, van de Algemene verordening gegevensbescherming volgt dat persoonsgegevens door het nemen van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier moeten worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat persoonsgegevens onder meer moeten zijn beschermd tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging. Om inzichtelijk te maken welke personen namens de vergunninghouder persoonsgegevens verwerken, op welk functieniveau en welke bevoegdheden en verantwoordelijkheden daarbij horen, wordt met het eerste lid voorgeschreven dat de vergunninghouder een register met deze informatie bijhoudt. Aan de hand hiervan wordt tevens inzichtelijk of de vergunninghouder slechts die personen autoriseert om persoonsgegevens te verwerken, voor zover dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden in relatie tot het organiseren van de kansspelen.

Tweede lid
De kansspelautoriteit zal bij de uitvoering van haar taken over gelijksoortige persoonsgegevens beschikken als vergunninghouders. Het gaat hierbij specifiek om persoonsgegevens van spelers en van personen ten aanzien waarvan de kansspelautoriteit een betrouwbaarheidsonderzoek (eventueel inclusief antecedentenonderzoek) uitvoert. Van de kansspelautoriteit wordt verlangd dat deze minimaal op dezelfde wijze omgaat met deze persoonsgegevens als de vergunninghouder.

In aanvulling op de verplichtingen ingevolge artikel 33g van de Wok en in navolging van aanbevelingen die zijn gedaan in het kader van de voor deze regeling uitgevoerde Privacy Impact Assessment (PIA), worden de voorgaande leden en artikel 4.40, aanhef en onder b, van het Besluit kansspelen op afstand van overeenkomstige toepassing verklaard op de kansspelautoriteit. Laatstgenoemd artikelonderdeel omvat de verplichting om een informatiebeveiligingssysteem te ontwikkelen, toe te passen en te onderhouden. Het informatiebeveiligingssysteem van de kansspelautoriteit zal ingevolge artikel 6.1, tweede lid, van de Regeling kansspelen op afstand tevens moeten voldoen aan de vereisten die zijn opgenomen in onderdeel 2 van Bijlage 2 bij deze regeling die ontleend zijn aan NEN-EN-ISO/IEC.

Er wordt melding gemaakt van een in 2017 uitgevoerde Privacy Impact Assessment inzake deze regelgeving.

Nieuwe hotspots
Deze regelgeving illustreert een algemene trend dat er steeds meer regelgeving komt die leidt tot het verzamelen en bewaren van persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens. Dit is een gevolg van de mogelijkheden van IT, want in het pre-digitale tijdperk was dit onmogelijk. Die trend leidt tot allerlei nieuwe hotspots, die afdoende moeten worden beveiligd.

 

Meer informatie:

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie