Verlenging van de ‘tijdelijke’ corona-maatregelen

Deze maand staat de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 op de agenda’s van Tweede en Eerste Kamer. Op 4 mei jl. verzocht de minister van gezondheid om verlenging.

Advies Afdeling advisering van de Raad van State
De Afdeling advisering van de Raad van State schreef in het advies over het voorstel dat het verlenging ondersteunt maar dat de regering zich wel moet realiseren dat de maatschappelijke gevolgen van de maatregelen ernstig zijn:

Daartegenover staat een steeds sterkere roep vanuit de maatschappij om de beperkende maatregelen op allerlei terreinen juist te versoepelen. Daarbij spelen de steeds schrijnender en zichtbaarder wordende economische en sociaal-maatschappelijke gevolgen van de crisis een belangrijke rol. De recent aangekondigde versoepelingen die in zouden moeten gaan op 28 april aanstaande beogen hierin een door de regering aangemerkte middenweg te vinden.

en:

Daarbij speelt ook het hiervoor genoemde spanningsveld een rol tussen enerzijds de ‘harde’ cijfers die er op dit moment nog op wijzen dat versoepeling niet of slechts zeer beperkt kan plaatsvinden en anderzijds de sociale en economische belangen die aanmerkelijke versoepelingen juist steeds urgenter maken. Daarover bestaan aanzienlijke verschillen van opvatting en appreciatie die de afgelopen periode steeds duidelijker en scherper aan het licht zijn getreden. Dat is mede gelet op de duur van de crisis begrijpelijk en onvermijdelijk.

Tegen deze maatschappelijke achtergrond behoeft de effectiviteit van de Twm en van de daarop gebaseerde maatregelen de komende periode bijzondere aandacht. Met het oog op de nalevingsbereidheid bij burgers en bedrijven en een doeltreffende handhaving door de overheid zijn een zo consistent en coherent mogelijk beleid en een heldere communicatie daarover, cruciaal.

De Afdeling stelt vragen over de wetsvoorstellen die momenteel aanhangig zijn:

Het valt in samenhang met het voorgaande overigens op dat er ruim een jaar na aanvang van de crisis nog altijd nieuwe onderdelen aan de Twm worden toegevoegd of in voorbereiding zijn. Het gaat daarbij enerzijds om voorstellen die verdere beperkingen opleggen, maar anderzijds juist ook om voorzieningen die bij kunnen dragen aan het afschalen van maatregelen. In de toelichting bij het voorstel voor verlenging ontbreekt een overzicht van deze reeds aangekondigde wijzigingen en het beoogde tijdpad daarvan. Evenmin wordt ingegaan op de vraag of er daarnaast op dit moment nog andere wijzigingen van de Twm worden voorzien of overwogen.

Tweede Kamer over verlenging
In de Tweede Kamer staat het verzochte uitstel op de agenda van de procedurevergadering van de commissie voor Justitie en Veiligheid van 19 mei a.s., dus het lijkt er op dat er nog niet plenair is vergaderd.

Eerste Kamer over verlenging
Bij de Eerste Kamer staat het eveneens op de agenda. Commissies van de Eerste Kamer vergaderen over de verlenging:

De Eerste Kamercommissies voor J&V, VWS, BiZa/AZ, KOREL, IWO, EZK/LNV en OCW bespreken op 18 mei 2021 de verlengingsmomenten van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.

De Eerste Kamercommissies voor J&V, VWS en BiZa/AZ en IWO hebben ter voorbereiding van het debat op 25 mei 2021 bij brief van 30 april 2021 gevraagd om een dan actueel overzicht van actueel geldende tijdelijke regelingen maatregelen COVID-19.

 

Meer informatie:

  • Pagina Tweede Kamer over verlenging.
  • Brief minister van 4 mei 2021 en conceptverlengingsbesluit.
  • Advies Afdeling advisering van de Raad van State van 21 april jl. en het nader rapport van 30 april jl.: advies op overheid.nl.
  • Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (35526): dossier Eerste Kamer, overheid.nl.
  • Stemmingen: de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 werd op 13 oktober 2020 door de Tweede Kamer aangenomen met acht partijen tegen en één lid van de ChristenUnie, in de Eerste Kamer waren 48 stemmen voor en 24 stemmen tegen.
  • Berichten op dit blog over corona.
Geplaatst in Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Eenoog in het land der blinden | digitalisering van Nederland

Inmiddels heb ik al de nodige artikeltjes geschreven over het ongerechtvaardigde IT-optimisme van onder meer onze overheid. Het nieuwste pareltje is:

“De wereld digitaliseert en Nederland doet mee in de voorhoede”

Dit stond in een artikel op de site van de rijksoverheid, Kabinet stuurt derde update Nederlandse Digitaliseringsstrategie aan de Kamer. Dit ongerechtvaardigde optimisme (na alle datalekken, hacks, waarschuwingen dat IT brak is, enzovoorts) gaf voor mij aanleiding om de tag ‘eenoog in het land der blinden’ te starten.

De werkelijkheid:

  • de wereld digitaliseert en de risico’s voor burgers nemen in hoog tempo toe;
  • de overheid heeft nog een naïef geloof in de positieve mogelijkheden van IT en neemt onvoldoende maatregelen om burgers te beschermen.

Het zal me benieuwen of de overheden nog op tijd zijn om het tij te keren.

 

Biometrische risico’s

 

 

1-oog in het land der blinden

 

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | 2 reacties

Ontbrekende onderbouwing van de Wwft | literatuurstudie over effecten van criminaliteitspreventie

Degene die zich afvraagt wat het nut is van de privatisering van de criminaliteitsbestrijding via de Wwft [*], doet er goed aan de literatuurstudie Effecten van preventie: een compacte literatuursynthese te lezen, die in de besluitenlijst inzake de agenda van 19 mei aanstaande van een procedurevergadering van een commissie van de Tweede Kamer is genoemd [**].

Effecten van preventie: een compacte literatuursynthese
In deze door J. Snippe, J.A. de Muijnck, M. Kamperman en R. Pieper in opdracht van het WODC geschreven studie komt de preventie van georganiseerde criminaliteit aan de orde (waar de witwasbestrijding zich de facto grotendeels op richt). De auteurs melden dat criminelen gebruik maken van de logistieke, financiële, juridische en digitale infrastructuur samen met reguliere ondernemingen (en dat het onderscheid tussen beiden vaak niet te maken zal zijn). Gesignaleerd wordt (pagina 42) dat overheidsmaatregelen problemen op kunnen leveren:

Beïnvloeding van gelegenheidsstructuren is nodig om illegale markten bij de bron aan te pakken of te verstoren. Daar zijn tal van mogelijkheden voor, maar het dilemma voor de overheid is hoe dit op een zodanige manier in te richten dat het normale economische verkeer en de dienstverlening er niet te veel door worden gehinderd

Als voorbeeld wordt genoemd dat de Rotterdamse haven een belangrijke in- en doorvoerhaven voor cocaïne is en dat ingrepen in de logistiek, die vanuit een oogpunt van detectie en tegengaan van onder meer cocaïnesmokkel en ondermijnende criminaliteit wenselijk zouden zijn, een onmiddellijk effect hebben op de economische positie van de Rotterdamse haven. Kortom: het is minder makkelijk dan door de ministeries van Financiën en Veiligheid in hun witwasbestrijdingsbrieven en -kamerstukken wordt voorgesteld.

Effectiviteit: niet bekend
De schokkende conclusie van de auteurs (pagina III):

Op basis van de beschikbare evaluaties is het nauwelijks mogelijk om op basis van harde gegevens aan te tonen dat preventieve en repressieve maatregelen daadwerkelijk illegale activiteiten in omvang en ernst hebben verminderd.

en:

Het ontbreken van effectevaluaties is een algemeen probleem bij het nagaan van wat werkt bij het terugdringen van georganiseerde criminaliteit. Er is sprake van bestuurlijke – en beleidsinnovatie en tegelijkertijd een groot gebrek aan (effect)evaluaties. (…) Dit is niet alleen kenmerkend voor Nederland, maar is ook een conclusie die in een recente (internationale) systematic review wordt getrokken (Calderoni e.a. 2019). 

Een kosten-baten analyse ontbreekt:

Er zijn niet of nauwelijks studies aangetroffen naar de kosten en baten van criminaliteitspreventie. Een probleem bij het vaststellen van met name de kosten en baten van preventie is dat er doorgaans veel indirecte kosten en baten zijn.

Dit betekent dat het hele Wwft-bouwwerk, gebaseerd op de ideeën van FATF en andere niet-democratische organisaties, op drijfzand berust. Dit is zeer ernstig, want mijn indruk dat de Wwft tot grote geldverspilling leidt en niet effectief is zou wel eens waar kunnen zijn (en dan is er alle reden het geld beter uit te geven).

In paragraaf 3.4 van de studie, dat georganiseerde criminaliteit tot onderwerp heeft, is een nadere toelichting is te vinden. In deze paragraaf wordt de Wet Bibob besproken maar ontbreekt aandacht voor de Wwft. In deze paragraaf wordt geconstateerd dat de omvang van de georganiseerde criminaliteit niet kan worden vastgesteld en dat berekeningen, zoals die van mevrouw Unger over witwassen, natte-vinger-werk zijn. Opvallend is dat bij witwassen wordt verondersteld dat dit geen ‘georganiseerde, ondermijnende criminaliteit’ zou zijn:

Beschreven wordt dat mevrouw Unger schat dat het meeste criminele geld uit het buitenland komt (schatting 2014: in het buitenland verdiend € 9,1 miljard, tegenover binnenlands verdiend € 6,9 miljard). Er gaapt – aldus de auteurs – een groot gat tussen de geschatte omvang van de criminele economie en de vermogens die in opsporingsonderzoeken worden aangetroffen. Zie ook pagina 45, waaruit blijkt dat onbekend is waar het verdiende geld blijft. De vraag rijst dan of de schattingen van mevrouw Unger wel kloppen of dat – zoals de auteurs denken – de overheid onvoldoende met ‘ontneming’, ‘afpakken’ bezig is. En uiteraard zeggen schattingen niets over wat geschikte preventieve maatregelen zijn.

Op pagina 57 wordt het als volgt samengevat:

Tot slot
Het is ontluisterend te concluderen dat de zeer kostbare inspanningen die private bedrijven (zoals financiële instellingen, accountants en administratiekantoren) moeten leveren op grond van de Wwft geen wetenschappelijke basis hebben en niet aantoonbaar tot enig effect leiden.

Het is hoog tijd om het onder leiding van FATF en andere ondemocratische internationale organisaties ingeslagen pad te verlaten en de witwasbestrijding geheel anders aan te pakken:

  • Sterke vereenvoudiging van de regels, minder snelle veranderingen.
  • Afstemming van de regels op het type onderneming (dus geen one-size-fits-all meer, oftewel: wat banken kunnen moeten alle bedrijven kunnen).
  • Afschaffen van de ziekelijke zucht tot ‘vastleggen’, wat in feite betekent dat bewijs van onschuld moet geleverd.
  • Identificatie en verificatie van de identiteit op een manier die niet de veiligheid van burgers en organisaties in gevaar brengt (anders dan nu waar overal ID-gegevens rondslingeren).

[*] Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), Wwft-plichtigen zijn hier te vinden.

[**] Vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, besluitenlijst (pdf) inzake de procedurevergadering van 19 mei 2021, punt 32, ‘Effecten van preventie: een compacte literatuursynthese’. Daarin wordt het rapport ‘Effecten van preventie: een compacte literatuursynthese – 29279-647′ genoemd, voorts de brief van de minister voor Rechtsbescherming van 22 april 2021. Als noot is vermeld dat indien het kamerstuk niet controversieel wordt verklaard, het voorstel is het te agenderen voor commissiedebat over criminaliteitsbestrijding en georganiseerde criminaliteit/ondermijning op 16 juni 2021.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Notaris en digitale oprichting | vragen van een student

Een student stelde mij onlangs enige vragen over digitale oprichting van bv’s door notarissen, wat door Europa verplicht is gesteld en dit jaar gerealiseerd moet zijn (lees ook dit). Onderstand de vragen en antwoorden:

1. Bent u van mening dat aan de Wwft onderhevige instellingen, in dit geval de notaris, in voldoende mate aan hun verplichtingen kunnen voldoen binnen het oprichtingsproces of voorziet u dat er hierin problemen kunnen plaatsvinden?

Zoals u weet vind ik dat de Wwft aan Wwft-plichtigen (zoals notarissen) soms verplichtingen oplegt die niet passend zijn in relatie tot het type onderneming. Als een bv wordt opgericht verwachten mensen dat de notaris niet veel geld kost omdat alles ‘standaard’ is. De notaris moet (net als tegelijkertijd vele anderen) het doopceel lichten van bij de rechtspersoon betrokkenen. Dit is kostbaar en niet in verhouding tot het effect, net als bij banken (zie onder andere https://ellentimmer.com/2021/04/30/wwft-506/).
Ik ben van mening dat de criminaliteitsbestrijding anders moet, veel efficiënter, meer aangepast aan het type onderneming en met minder dubbel werk.

2. Wat zijn volgens u de grootste knelpunten waar de poortwachter tegenaan kan lopen in de uitvoering van zijn rol binnen het digitale oprichtingsproces?

De digitale oprichting van een bv is – zo vermoed ik – lastiger dan een oprichting met wat fysieke contacten, omdat die fysieke contacten de mogelijkheid bieden de mensen enigszins te leren kennen. De digitale verificatie van de identiteit van de betrokken personen is een technische uitdaging. Verder geldt wat onder 1. is vermeld.

3. Onlangs las ik in uw weblog dat 96 notariskantoren zijn gehackt, wegen zulke – en eventuele andere – risico’s op tegen de voordelen genoemd in Richtlijn (EU) 2019/1151 (de digitaliseringsrichtlijn) zoals de tijd- en kostenbesparing?

Digitalisering is een mooi hulpmiddel maar moet wel heel zorgvuldig gebeuren. De neiging bij softwareontwikkeling is om te weinig aandacht aan privacy by design en aan security by design te besteden, terwijl dat wel nodig is. Goede software kost veel geld, dus ik alleen interessant bij standaardiseerbare handelingen en producten. De vraag is of de Nederlandse markt van oprichting van rechtspersonen wel groot genoeg is om alle kosten te rechtvaardigen. In ieder geval zou ik alleen met bv’s beginnen (zoals ook Europees voorgeschreven) en pas uitbreiden naar andere soorten rechtspersonen als alles goed werkt.

4. Het oprichtingsproces behoort vanaf 1 augustus geheel digitaal plaats te (kunnen) vinden. In het licht van de informatie die hierover tot dusver beschikbaar is, bent u van mening dat deze datum gehaald kan worden?

Ik heb geen zicht op de softwareontwikkeling, maar zoals onder 3. vermeld, wordt vaak onderschat wat nodig is om goede software te maken. Het zou me daarom niet verbazen als Europa te optimistisch is geweest en de termijn niet kan worden gehaald.

5. Tot slot, zijn er zaken die de poortwachter voorafgaand aan voornoemde datum kan regelen om beter voorbereid te zijn?

Hier heb ik geen zicht op. Ik ga er vanuit dat het notariaat een en ander gezamenlijk ontwikkelt (zie ook https://ellentimmer.com/2019/07/22/digitale-bv/) en dat vanuit de ontwikkelgroep de notarissen worden geïnformeerd.

Als lezers hier nog commentaar of aanvullingen op hebben, hoor ik dat graag.

Meer op dit blog over digitale oprichting van rechtspersonen.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], ICT, privacy, e-commerce, Oprichting, Rechtspersonenrecht | Tags: , , | Plaats een reactie

Strafuitsluiting voor hulpverleners en journalisten | wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in een door een terroristische organisatie gecontroleerd gebied

De Tweede Kamer heeft in 2019 een wetsvoorstel aangenomen, dat inhoudt dat het Nederlanders verboden kan worden om zich in bepaalde gebieden (‘gebiedsverbodregio’s) te bevinden, ik schreef er al eerder over. Het gebiedsverbod kan betrekking hebben op door een terroristische organisatie gecontroleerd gebieden. Het kernartikel is:

Artikel 134b
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de Nederlander die, anders dan in opdracht van de staat of een volkenrechtelijke organisatie of als afgevaardigde van het Internationaal Comité van het Rode Kruis of van het Rode Kruis, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Besluit Rode Kruis 1988, zonder toestemming van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, opzettelijk verblijft in een gebied dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen als een onder controle van een terroristische organisatie staand gebied. Toestemming kan worden verleend aan een groep personen werkzaam voor een bepaalde organisatie.
2. Met een Nederlander wordt voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft.
3. Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst.
4. In afwijking van het eerste lid kunnen Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Buitenlandse Zaken gezamenlijk, indien een spoedeisend belang dit vereist, voor een termijn van ten hoogste drie maanden, een gebied aanwijzen als een onder controle van een terroristische organisatie staand gebied. Het ontwerp van een ministeriële regeling wordt ten minste twee weken voordat hij wordt vastgesteld, overgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal.

Interessant is dat de strafbaarheid is gekoppeld aan het ‘opzettelijk verblijven’. Moet het Openbaar Ministerie dat gaan bewijzen? Gesteld dat een Nederlander vanuit een gebied zonder gebiedsverbod wordt ontvoerd naar een een gebiedsverbodregio, moet betrokkene dan bewijs leveren dat hij zich niet opzettelijk in een gebiedsverbodregio bevindt?

Ook boeiend is voor welk deel van de wereld de gebiedsverboden zullen gaan gelden en of ook overheden die de Europese rechtsstaatbeginselen niet respecteren als terroristische organisatie kunnen worden aangewezen. Als voornoemde overheden (en de betrokken staten) niet worden aangewezen als gebiedsverbodregio’s, is de vraag wat het onderscheid rechtvaardigt. Verder ben ik benieuwd naar de ‘collateral damage’ van deze regelgeving, die schuurt met Nederlandse en Europese grondrechten. Zijn dat alleen de hiervoor genoemde Nederlanders die ontvoerd worden naar gebiedsverbodregio’s, of is er nog meer?

Journalisten en hulpverleners
Tegen het wetsvoorstel bestaat veel bezwaar van journalisten en hulpverleners. Het kabinet meent daar een oplossing voor gevonden te hebben, zo blijkt uit een nieuwsbericht van 12 mei jl. Merkwaardig genoeg bestaat de oplossing niet in een uitzondering op het gebiedsverbod (zoals volgens lid 1 van het hierboven geciteerde artikel al geldt voor onder meer het Rode Kruis), wat logisch en verstandig zou zijn, maar in een ‘strafuitsluitingsgrond’.

Nieuwsbericht over strafuitsluiting
Het nieuwsbericht:

Strafuitsluiting voor verblijf hulpverleners en journalisten in terroristisch gebied
Nieuwsbericht | 12-05-2021 | 14:01

De Nederlandse en Europese samenleving moet beschermd worden tegen het gevaar van terugkeerders uit door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden. Verblijf daar gaat in veel gevallen gepaard met (desnoods gedwongen) vereenzelviging met het gedachtengoed van de organisaties die daar de dienst uitmaken. Daarom is op dit moment een wetsvoorstel aanhangig bij de Eerste Kamer waarin dat verblijf strafbaar wordt gesteld.

Maar dit mag niet verhinderen dat humanitaire hulpverleners en journalisten naar het gebied kunnen afreizen om humanitaire hulp te bieden of nieuws te vergaren. Daarom wordt voor hen een strafuitsluitingsgrond geïntroduceerd voor verblijf in terroristisch gebied. Dat schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Eerste Kamer.

Het is cruciaal dat humanitaire hulpverleners en journalisten hun belangrijke werk in alle gebieden in de wereld kunnen doen. In het wetsvoorstel dat verblijf in door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden strafbaar stelt en nu in de Eerste Kamer ligt, is daarom een generieke ontheffingsmogelijkheid via een toestemmingsprocedure geregeld. Naar aanleiding van inbreng uit het parlement, van journalisten en van hulpverleningsorganisaties is echter besloten een afzonderlijk wetsvoorstel voor te bereiden. In dat wetsvoorstel is een strafuitsluitingsgrond opgenomen voor Nederlanders die uitsluitend in het gebied verblijven om activiteiten te verrichten als hulpverlener werkzaam voor een onpartijdige humanitaire organisatie, of als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring. Daarmee kunnen deze personen verblijven in aangewezen gebieden zonder dat zij daarvoor strafbaar zijn. En hoeven ze vooraf geen toestemming/ontheffing te vragen. Zo kunnen hun onafhankelijkheid en neutraliteit beter gewaarborgd worden. Die kunnen noodzakelijk zijn voor een goede en veilige uitoefening van hun werk.

Voor personen die belang hechten aan meer rechtszekerheid vooraf, bijvoorbeeld omdat zij twijfelen over of zij een beroep kunnen doen op de strafuitsluitingsgrond, geldt dat zij ook nog altijd gebruik kunnen maken van de toestemmingsprocedure. Hiermee kan een goede balans gevonden worden tussen enerzijds het belang van onafhankelijke en veilige hulpverlening en journalistiek en anderzijds het vereiste van rechtszekerheid.

De vormgeving van de strafuitsluitingsgrond zal in de komende tijd nader worden uitgewerkt. Daarbij zal afstemming gezocht worden met alle relevante partijen, waaronder humanitaire hulpverleningsorganisaties, vertegenwoordigers van de journalistiek en het Openbaar Ministerie. Vervolgens zal dit wetsvoorstel de formele wetgevingsprocedure doorlopen. Vanwege de veiligheid van de samenleving en om verdere vertraging te voorkomen, verzoekt de minister de Eerste Kamer om het wetsvoorstel waarin de strafbaarstelling is opgenomen separaat voort te zetten. Het zal pas in werking treden als ook de strafuitsluitingsgrond is aangenomen door beide Kamers.

Documenten
TK Wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in een door een terroristische organisatie gecontroleerd gebied (35 125) Kamerstuk: Kamerbrief | 12-05-2021

In de brief van het Ministerie van Veiligheid wordt uiteengezet dat overleg met humanitaire organisaties heeft plaats gevonden en wat hun bezwaren tegen het gebiedsverbodwetsvoorstel zijn:

Hulpverleningsorganisaties
Vanaf het begin van dit wetgevingstraject is er bijzondere aandacht geweest voor de positie van humanitaire hulpverleners en journalisten. Het is immers cruciaal dat het zeer belangrijke werk dat zij doen in alle gebieden in de wereld kan worden verricht. Voor deze beroepsgroepen geldt bovendien dat uitgangspunten zoals onpartijdigheid, onafhankelijkheid en neutraliteit kernwaarden zijn, die noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van hun activiteiten.
Zowel door humanitaire hulpverleningsorganisaties als door journalisten is kritisch gereageerd op het wetsvoorstel in zijn oorspronkelijke vorm vanwege aantasting van hun onafhankelijkheid en neutraliteit. Om aan de geuite bezwaren tegemoet te komen, heb ik een generieke toestemming voor alle medewerkers van onpartijdige humanitaire hulpverleningsorganisaties en alle leden van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) voorgesteld. [1]

De bezwaren tegen het wetsvoorstel bleven echter bestaan. In de gesprekken die ik recent met de hulpverleningsorganisaties heb gevoerd, hebben zij aangegeven de legitimiteit en de noodzaak voor staten om maatregelen te nemen om de veiligheid van hun burgers te waarborgen niet te betwisten. De kern van hun bezwaar zit in de humanitaire principes die door het wetsvoorstel worden geschaad, namelijk het verlenen van neutrale, onafhankelijke en onpartijdige humanitaire hulp, zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. De aantasting van deze principes wordt in hun ogen onvoldoende ondervangen met de door mij toegezegde generieke ontheffing. Daarbij hebben de hulpverleners in het bijzonder aandacht gevraagd voor de gevolgen van het wetsvoorstel voor de veiligheid van hulpverleners. Het in het wetsvoorstel opgenomen (generieke) toestemmingvereiste vergroot het risico voor hulpverleners, omdat door het verkrijgen van toestemming van de Nederlandse overheid de indruk kan ontstaan dat deze organisaties onder toezicht en controle van de Nederlandse overheid opereren in een bepaald gebied, niet meer onafhankelijk zijn en aldus geassocieerd (kunnen) worden met de Nederlandse overheid. Voor strijdende partijen kan het lijken alsof hulpverleners een standpunt over een conflict hebben ingenomen, overeenkomstig het standpunt van de Nederlandse overheid. Wanneer die neutraliteit wordt aangetast (of de schijn daarvan ontstaat), kan hen dit doelwit maken van de terroristische organisaties die het gebied controleren. Dit moet uiteraard te allen tijde worden voorkomen.

[1] Kamerstukken I, 2019/20, 35125, D.

Tot slot
De oplossing zou een strafuitsluitingsgrond zijn. Ik ben benieuwd wat strafrechtspecialisten hier van vinden, want naar mijn indruk kan dat betrokken hulpverleners en journalisten een hoop gedoe en kosten opleveren.

 

Meer informatie:

# Nieuwsbericht 12 mei 2021.

# Wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in een door een terroristische organisatie gecontroleerd gebied:

 


Aanvulling 12 mei 2021
Een ander voorbeeld van het onbedoeld betreden van een gebiedsverbodregio, is dat van de noodlanding door een vliegtuig. Voorbeeld: het Noorse vliegtuig dat in Iran landde, lees het artikel in het NRC (betaalmuur). Men kon niet aan reserveonderdelen komen en de passagiers kunnen de VS niet meer in. Hoezo mensenrechten?

Geplaatst in Grondrechten, Not-for-profit, Strafrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

Presumption of innocence: why only in criminal law?

In criminal law, European legal systems have the basic presumption of innocence. The Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) in its latest newsletter paid attention to the Presumption of Innocence Report that was published in March by the European Fundamental Rights Agency (FRA):

Presumption of Innocence
In March 2021 the Fundamental Rights Agency (FRA) published a Presumption of Innocence Report. The CCBE was delighted to have a number of exchanges with the FRA during the preparation of the Report. On 31 March 2021, the European Commission adopted a Report on the implementation of the Presumption of Innocence Directive and the right to be present at the trial in criminal proceedings. The Commission believes that, overall, the Directive has provided EU added value by raising the level of protection of citizens involved in criminal proceedings, especially in some Member States where certain aspects of the presumption of innocence were not enshrined in national legislation. However, this report highlights that there are still difficulties relating to key provisions of the Directive in some Member States. This is particularly true as regards the scope of the national measures implementing the Directive, and the transposition of the Directive’s provisions on the prohibition of public references to guilt and on the right not to incriminate oneself. The Commission will, as a matter of priority, continue pursuing the infringement cases opened for lack of full transposition of the Directive. The CCBE will be having an exchange with the Commission in April in order to discuss the Commission findings.

Of course it is positive that CCBE promotes transposition of the European Directive that raises the level of protection of citizens involved in criminal proceedings.

Draconian sanctions in administrative law
I keep wondering why these fundamental rights do not apply to sanctions in administrative law that can be draconian. Take, for example, the heavy penalties in the legislation against money laundering, which can be imposed on persons and companies that do not know the rules or reasonably can not understand what is expected of them.
The presumption of innocence plays no role here; the starting point is that every citizen should know the law (and that is not always easy).

Geplaatst in Belastingrecht, Bestuurlijke sancties, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , | Plaats een reactie

Modernisation of European Company Law | book

The Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) was involved with the book “Modernisation of European Company Law” that includes presentations made during the CCBE conference “Modernisation of European Company Law” on 27 November 2019.

Topics:

  • letterbox companies
  • cross-border mergers, divisions and conversions
  • shareholders’ protection in cross-border mobility
  • digital company law in Estonia
  • director’s duties
  • harmonisation of the rules regulating groups
  • sustainable corporate governance

More information is to be found in the table of contents (pdf).

Source: CCBE’s latest newsletter.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Bestuurdersaansprakelijkheid, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Kapitaalvennootschappen, Oprichting, Rechtspersonenrecht | Tags: | Plaats een reactie

Access to legal assistance, the position of lawyers and endangered lawyers | CCBE

It is not self-evident that citizens have access to legal assistance from a lawyer and in some countries lawyers are in great danger.

Endangered lawyers
The Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) in March and April 2021 sent 18 letters and joined several initiatives in support of endangered lawyers in Bahrain, Belarus, China, Colombia, Egypt, Myanmar, Philippines, Tajikistan, Thailand, Turkey and Venezuela (they write in the latest newsletter). The CCBE letters of support to endangered lawyers and other joint initiatives can be consulted on the CCBE Human Rights portal “Defence of the defenders”.
During the memorial event of the Turkish lawyer Ebru Timtik, who passed away after a hunger strike, the CCBE President held a speech.

Independence of lawyers

In Europe lawyers may not be in physical danger, but there are other topics on the agenda, like the  independence of lawyers and Bars as an indispensable component of the independence of justice systems and of the rule of law. Read CCBE’s article in the recent newsletter:

CCBE Contribution for the Rule of Law Report 2021
This contribution was adopted in response to the invitation of the European Commission and the public consultation that was launched. In its submission, the CCBE highlights the most important rule of law developments and concerns involving the profession of lawyer which were identified by its members, and calls for the recognition of independence of lawyers and Bars as an indispensable component of the independence of justice systems and of the rule of law. In addition, the CCBE referred to its CCBE statement on the 2020 Rule of Law Report which was published in December 2020 after intensive internal discussions and exchanges following the publication of the first annual Rule of Law Report.

The independence of lawyers is also an element of the UN Basic Principles on the Role of Lawyers. CCBE:

30th Anniversary of the UN Basic Principles on the Role of Lawyers
On 13 March 2021, the CCBE President, Margarete von Galen, spoke at the International symposium organised by the Japan Federation of Bar Associations (JFBA), the Union Internationale des Avocats (UIA) and the National Group of Japan, International Association of Penal Law (AIDP) on the 30th Anniversary of the adoption of the UN Basic Principles on the Role of Lawyers.
In her speech, she underlined the importance of these UN Basic Principles for the legal profession and more broadly for the rule of law. She then presented the CCBE’s experience with the UN Basic Principles in the implementation of its missions. Finally, she elaborated on the current challenges and how to improve the situation. In particular, she reiterated the CCBE’s strong support for the work carried out by the Council of Europe on a future European Convention on the profession of lawyer and that such a specific binding instrument is needed in order to preserve the independence, integrity of the administration of justice, and the rule of law.

Legal instrument on the profession of lawyer
In another article in the newsletter they write on a legal instrument on the profession of lawyer:

State of play at the Council of Europe level
On 31 March 2021, the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the “Feasibility study on a new, binding or non-binding, European legal instrument on the profession of lawyer – Possible added-value and effectiveness” as well as “the Report of the 95th meeting of the European committee on legal co-operation (CDCJ) containing the Draft Terms of Reference for a Committee of Experts tasked with drawing up a draft European legal instrument on the profession of lawyer”. The decision adopted by the Committee of Ministers is available here. As regards the next steps, the Council of Europe will have to adopt a budget for the committee of experts to start its work in January 2022. A meeting of the CCBE European Convention Working Group will be held in May to prepare the organisation of the future work in this regard.

Access to legal assistence needs improvement | the Dutch example
CCBE is paying attention to the access to legal assistance. It reminds of the latest developments in the Netherlands: the ‘toeslagenaffaire‘ (that caused the fall of the Dutch government) and ‘SyRI‘ have shown how important legal assistance is for citizens in cases against the government. The Dutch National Ombudsman recently warned (article in Dutch) that access to justice in the Netherlands is inadequate and that lawyers providing services in social legal cases (‘sociale rechtsbijstand’) need adequate funding.

 

Endangered lawyers shown by CCBE in its newsletter:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

CCBE on digitalisation of justice, e-Justice, e-CODEX, DSA and DMA

In its latest newsletter the Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) is reporting on several interesting matters regarding European initiatives on digitalisation of justice and related matters.

  • Communication by the European Commission on the digitalisation of justice.
  • CCBE position paper on the e-CODEX proposal.
  • CCBE position paper on the Digital Services Act and the Digital Markets Acts.
  • High-Level Conference on e-Justice

They mention amongst others that the electronic signature system eIDAS is not yet functioning properly and warn against the risk that human rights are harmed through use of digital systems. The news shows the growing importance of European legislation in the area of justice.

CCBE comments on the Communication on the Digitalisation of Justice in the EU
The CCBE adopted its comments on this Communication which was presented by the European Commission in December 2020. The CCBE calls for the effective application of the eIDAS regulation, as many national authorities refuse to verify electronic signatures from another Member State. In order to provide EU-wide legal certainty, the CCBE points out the necessity to have EU- wide minimum standards to ensure that national e-justice systems are able to guarantee rights to a fair trial (structured monitoring of national e-justice systems, development of a process to test national e-justice systems). Regarding the use of Artificial Intelligence in the Justice field, the CCBE stresses the need to uphold minimum safeguards and principles to counter the potential risks and biases (identification of the use of AI; non delegation of the judge’s decision- making power; the possibility to verify the data input and reasoning of the AI tool; the possibility to discuss and contest AI outcomes; the neutrality and objectivity of AI tools). Regarding the use of videoconferencing, the CCBE calls to develop EU mandatory minimum standards as to the technical arrangements that should be in place for the use of videoconferencing to ensure as much as possible a true- to-life hearing experience including full communication/interaction of all the parties to the procedure with the examined person. Such standards should also ensure protection of professional secrecy and legal professional privilege during the videoconferencing session.

CCBE Position paper on the e-CODEX proposal
The CCBE adopted its position paper on the proposal for a Regulation on a computerised system for communication in cross-border civil and criminal proceedings (e-CODEX system) and amending Regulation (EU) 2018/1726 (the “e-CODEX proposal”). The CCBE, as a member of the current managing consortium of e-CODEX, strongly welcomes this proposal which establishes a legal basis of the e-CODEX system and entrusts its operational management to eu- LISA. In its paper, the CCBE makes comments regarding the operating conditions of e-CODEX access points, stressing that the proposal does not contain clear and concrete provisions regarding the operating conditions of access points. Also, it does not provide for the financing conditions of entities operating an e-CODEX access point. Furthermore, the CCBE welcomes the involvement of legal professions and stakeholders in the governance and management of the system. However, the proposal needs to be clarified regarding the conditions and the effectiveness of such necessary involvement. Moreover, the CCBE asks for clarifications on how the proposed governance structure of e-CODEX will effectively ensure the independence of the judiciary in practice. Indeed, the regulation might need stronger requirements to ensure this principle. Finally, the CCBE considers that the provisions of the proposal are not adequate when it comes to the protection of fundamental rights. Explicit references should therefore be included as regards the applicability of the Charter of fundamental rights of the EU.

CCBE position paper on the Digital Services Act (DSA) and the Digital Markets Acts (DMA)
Both the DSA and the DMA were presented by the European Commission in December 2020. Some aspects of the DSA are of particular interest to lawyers, such as the definition of “online illegal content” which can also include unauthorised practice of law. Also, according to the proposal, Bars can be considered as “trusted flaggers”. Regarding the implementation of alternative dispute resolution mechanisms, the DSA should provide for more developed conditions of clear and fair rules of procedures and should not deprive the parties to be represented or assisted by a lawyer. Furthermore, the CCBE stresses that professional secrecy and the protection of rights to a fair trial should be effectively ensured in the procedures set up by the proposal before the national digital coordinators and the Commission. The CCBE considers that the same guarantees should apply to all intermediary service providers, whether they are small or very large online platforms, and regardless of whether the procedure is conducted by national authorities or by the Commission. Regarding the DMA, the CCBE points out that the proposal should provide for the Commission to ensure a fair and impartial procedure before taking any final decision, including the right to be heard of the persons concerned, and the right to have access to the file, while respecting confidentiality, professional secrecy and legal professional privilege, as well as the obligation to give meaningful reasons for the decisions.

More information on the CCBE position paper available here.

High-Level Conference on e-Justice
The CCBE President, Margarete von Galen, addressed the issue of the digitalisation of Justice in Europe and the importance of the role of lawyers at the High-Level Conference “For a People-centred e-Justice” organised under the Portuguese Presidency of the Council of the EU. She stressed that digitalisation efforts should stay focused on improving the quality of justice systems and are not only introduced to achieve efficiency gains or cost savings. She also highlighted the importance of structural dialogue and collaboration among all justice stakeholders, including lawyers. For this purpose, she proposed the establishment of a kind of High-Level Expert Group on the digitalisation of justice and the use of AI in justice as advisory body to the European Commission.

Read her speech here.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , | Plaats een reactie

Europe and non-profit organisations, a study for the European Parliament

One of the topics of the meeting of 11 May of the Legal Affairs commission (JURI) of the European Parliament is the studyA statute for European cross-border associations and non-profit organisations – European added value assessment‘, prepared by Klaus Müller and Meenakshi Fernandes for the European Parliamentary Research Service (EPRS).

On 11 May a presentation on the study will be given by EAVA, the European Parliament’s European Added Value Unit that is supposed to provide:

European Added Value Assessments and Cost of Non-Europe Reports which analyze policy areas where common action at EU level is absent but could bring greater efficiency and a public good for European citizens.

The following introduction is given:

Associations and non-profit organisations (NPOs for short, as associations are a specific form of the broader category represented by non-profit organisations) have so far developed in the context of the EU Member States’ or other countries’ national regulatory frameworks. NPOs form the backbone of civil society, being a highly diverse ensemble of organisations that range from small local associations to large international NGOs like Greenpeace, and from social service providers and relief agencies to philanthropic foundations handling billions of euros. Civil society is an arena where citizens self-organise in order to have their interests heard and to exercise an influence. NPOs embody the capacity of society to self-organise and its potential for peaceful, though often contested, settlement of diverse private and public interests.
Most developed market economies have seen a general increase in the economic importance of NPOs as providers of diverse health, social, educational and cultural services. NPOs support public management approaches by building, maintaining and rebuilding social cohesion, by strengthening the nexus between the social capital of citizens and economic development, and by being a source of social innovation in addressing diverse public problems. In many ways, NPOs push against their stereotypical portrayal as charities, which dates back to the 19th century, and present a growing and diverse group of private organisations dedicated to a public purpose.
While they play an important domestic role within the EU Member States, NPO face legal and administrative barriers when it comes to operating across borders. As a result, their contribution to the European project is likely below their potential in a wide range of areas such as education, culture, health care, social services, research, development aid, humanitarian assistance and disaster preparedness. They are also below their potential for increasing social cohesion among European societies, especially in cross-border regions.
The main objective of this study is to assess if Parliamentary action at EU level could support the development of a European civil society, with a specific focus on the role of NPOs and their cross-border activities.
Section 2 (‘An overview of the status quo’) of the present study defines some key NPO-related concepts and presents an overview of the scale and scope of national and international NPOs currently present in the EU. Section 3 (‘Existing problems and their impacts’) highlights the key issues at present and the areas in which EU action is needed. Section 4 (‘EU action – Possible avenues and impacts’) defines the scope for EU action, identifies several policy options, including the proposed European statute of associations and non-profit organisations, and assesses them.

Policy neglect: the FATF example of inadequate AML/CFT legislation
It is an interesting study that also points out that a legacy of policy neglect and sometimes decades of regulatory passivity or inaction trouble the sector.

The authors criticize FATF:

At the same time, there is the legacy of policy neglect and sometimes decades of regulatory passivity if not inaction — not only among Member States but well beyond. [90] The clearest case of such policy neglect are the efforts of the inter-governmental Financial Action Task Force to control international money laundering and financing of terrorism via “philanthropic” channels and NPO networks. Despite clarification that not all NPOs should be considered potentially high risk, the rules have effectively hindered or even cut off access by many organisations especially in the Global South to banking and other financial services, with significant consequences for internationally active NPOs. [91] Yet countries remained passive in correcting the negative consequences of anti- terrorist measures on NPO cross-border transactions and transfers.

[90] Helmut K. Anheier and Stefan Toepler. “Policy Neglect: The True Challenge to the Nonprofit Sector” Nonprofit Policy Forum 10 (4), 2019.

[91] Eckert, S., K. Guinane, and A. Hall. 2017. Financial Access for U.S. Nonprofits. Washington: Charity & Security Network. Daigle, D., S. Toepler, and S. Smock. 2016. Financial Access for Charities Survey 2016: Data Report to the Charity and Security Network Version 1.1. Arlington, VA: George Mason University.

 

It is to be hoped this study will lead to more awareness in Europe of the characteristics of the non-profit. It is very necessary for the policy makers of AML/CFT legislation.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Not-for-profit | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie