Strafuitsluiting voor hulpverleners en journalisten | wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in een door een terroristische organisatie gecontroleerd gebied

De Tweede Kamer heeft in 2019 een wetsvoorstel aangenomen, dat inhoudt dat het Nederlanders verboden kan worden om zich in bepaalde gebieden (‘gebiedsverbodregio’s) te bevinden, ik schreef er al eerder over. Het gebiedsverbod kan betrekking hebben op door een terroristische organisatie gecontroleerd gebieden. Het kernartikel is:

Artikel 134b
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de Nederlander die, anders dan in opdracht van de staat of een volkenrechtelijke organisatie of als afgevaardigde van het Internationaal Comité van het Rode Kruis of van het Rode Kruis, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Besluit Rode Kruis 1988, zonder toestemming van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, opzettelijk verblijft in een gebied dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen als een onder controle van een terroristische organisatie staand gebied. Toestemming kan worden verleend aan een groep personen werkzaam voor een bepaalde organisatie.
2. Met een Nederlander wordt voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft.
3. Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst.
4. In afwijking van het eerste lid kunnen Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Buitenlandse Zaken gezamenlijk, indien een spoedeisend belang dit vereist, voor een termijn van ten hoogste drie maanden, een gebied aanwijzen als een onder controle van een terroristische organisatie staand gebied. Het ontwerp van een ministeriële regeling wordt ten minste twee weken voordat hij wordt vastgesteld, overgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal.

Interessant is dat de strafbaarheid is gekoppeld aan het ‘opzettelijk verblijven’. Moet het Openbaar Ministerie dat gaan bewijzen? Gesteld dat een Nederlander vanuit een gebied zonder gebiedsverbod wordt ontvoerd naar een een gebiedsverbodregio, moet betrokkene dan bewijs leveren dat hij zich niet opzettelijk in een gebiedsverbodregio bevindt?

Ook boeiend is voor welk deel van de wereld de gebiedsverboden zullen gaan gelden en of ook overheden die de Europese rechtsstaatbeginselen niet respecteren als terroristische organisatie kunnen worden aangewezen. Als voornoemde overheden (en de betrokken staten) niet worden aangewezen als gebiedsverbodregio’s, is de vraag wat het onderscheid rechtvaardigt. Verder ben ik benieuwd naar de ‘collateral damage’ van deze regelgeving, die schuurt met Nederlandse en Europese grondrechten. Zijn dat alleen de hiervoor genoemde Nederlanders die ontvoerd worden naar gebiedsverbodregio’s, of is er nog meer?

Journalisten en hulpverleners
Tegen het wetsvoorstel bestaat veel bezwaar van journalisten en hulpverleners. Het kabinet meent daar een oplossing voor gevonden te hebben, zo blijkt uit een nieuwsbericht van 12 mei jl. Merkwaardig genoeg bestaat de oplossing niet in een uitzondering op het gebiedsverbod (zoals volgens lid 1 van het hierboven geciteerde artikel al geldt voor onder meer het Rode Kruis), wat logisch en verstandig zou zijn, maar in een ‘strafuitsluitingsgrond’.

Nieuwsbericht over strafuitsluiting
Het nieuwsbericht:

Strafuitsluiting voor verblijf hulpverleners en journalisten in terroristisch gebied
Nieuwsbericht | 12-05-2021 | 14:01

De Nederlandse en Europese samenleving moet beschermd worden tegen het gevaar van terugkeerders uit door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden. Verblijf daar gaat in veel gevallen gepaard met (desnoods gedwongen) vereenzelviging met het gedachtengoed van de organisaties die daar de dienst uitmaken. Daarom is op dit moment een wetsvoorstel aanhangig bij de Eerste Kamer waarin dat verblijf strafbaar wordt gesteld.

Maar dit mag niet verhinderen dat humanitaire hulpverleners en journalisten naar het gebied kunnen afreizen om humanitaire hulp te bieden of nieuws te vergaren. Daarom wordt voor hen een strafuitsluitingsgrond geïntroduceerd voor verblijf in terroristisch gebied. Dat schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Eerste Kamer.

Het is cruciaal dat humanitaire hulpverleners en journalisten hun belangrijke werk in alle gebieden in de wereld kunnen doen. In het wetsvoorstel dat verblijf in door terroristische organisaties gecontroleerde gebieden strafbaar stelt en nu in de Eerste Kamer ligt, is daarom een generieke ontheffingsmogelijkheid via een toestemmingsprocedure geregeld. Naar aanleiding van inbreng uit het parlement, van journalisten en van hulpverleningsorganisaties is echter besloten een afzonderlijk wetsvoorstel voor te bereiden. In dat wetsvoorstel is een strafuitsluitingsgrond opgenomen voor Nederlanders die uitsluitend in het gebied verblijven om activiteiten te verrichten als hulpverlener werkzaam voor een onpartijdige humanitaire organisatie, of als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring. Daarmee kunnen deze personen verblijven in aangewezen gebieden zonder dat zij daarvoor strafbaar zijn. En hoeven ze vooraf geen toestemming/ontheffing te vragen. Zo kunnen hun onafhankelijkheid en neutraliteit beter gewaarborgd worden. Die kunnen noodzakelijk zijn voor een goede en veilige uitoefening van hun werk.

Voor personen die belang hechten aan meer rechtszekerheid vooraf, bijvoorbeeld omdat zij twijfelen over of zij een beroep kunnen doen op de strafuitsluitingsgrond, geldt dat zij ook nog altijd gebruik kunnen maken van de toestemmingsprocedure. Hiermee kan een goede balans gevonden worden tussen enerzijds het belang van onafhankelijke en veilige hulpverlening en journalistiek en anderzijds het vereiste van rechtszekerheid.

De vormgeving van de strafuitsluitingsgrond zal in de komende tijd nader worden uitgewerkt. Daarbij zal afstemming gezocht worden met alle relevante partijen, waaronder humanitaire hulpverleningsorganisaties, vertegenwoordigers van de journalistiek en het Openbaar Ministerie. Vervolgens zal dit wetsvoorstel de formele wetgevingsprocedure doorlopen. Vanwege de veiligheid van de samenleving en om verdere vertraging te voorkomen, verzoekt de minister de Eerste Kamer om het wetsvoorstel waarin de strafbaarstelling is opgenomen separaat voort te zetten. Het zal pas in werking treden als ook de strafuitsluitingsgrond is aangenomen door beide Kamers.

Documenten
TK Wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in een door een terroristische organisatie gecontroleerd gebied (35 125) Kamerstuk: Kamerbrief | 12-05-2021

In de brief van het Ministerie van Veiligheid wordt uiteengezet dat overleg met humanitaire organisaties heeft plaats gevonden en wat hun bezwaren tegen het gebiedsverbodwetsvoorstel zijn:

Hulpverleningsorganisaties
Vanaf het begin van dit wetgevingstraject is er bijzondere aandacht geweest voor de positie van humanitaire hulpverleners en journalisten. Het is immers cruciaal dat het zeer belangrijke werk dat zij doen in alle gebieden in de wereld kan worden verricht. Voor deze beroepsgroepen geldt bovendien dat uitgangspunten zoals onpartijdigheid, onafhankelijkheid en neutraliteit kernwaarden zijn, die noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van hun activiteiten.
Zowel door humanitaire hulpverleningsorganisaties als door journalisten is kritisch gereageerd op het wetsvoorstel in zijn oorspronkelijke vorm vanwege aantasting van hun onafhankelijkheid en neutraliteit. Om aan de geuite bezwaren tegemoet te komen, heb ik een generieke toestemming voor alle medewerkers van onpartijdige humanitaire hulpverleningsorganisaties en alle leden van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) voorgesteld. [1]

De bezwaren tegen het wetsvoorstel bleven echter bestaan. In de gesprekken die ik recent met de hulpverleningsorganisaties heb gevoerd, hebben zij aangegeven de legitimiteit en de noodzaak voor staten om maatregelen te nemen om de veiligheid van hun burgers te waarborgen niet te betwisten. De kern van hun bezwaar zit in de humanitaire principes die door het wetsvoorstel worden geschaad, namelijk het verlenen van neutrale, onafhankelijke en onpartijdige humanitaire hulp, zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. De aantasting van deze principes wordt in hun ogen onvoldoende ondervangen met de door mij toegezegde generieke ontheffing. Daarbij hebben de hulpverleners in het bijzonder aandacht gevraagd voor de gevolgen van het wetsvoorstel voor de veiligheid van hulpverleners. Het in het wetsvoorstel opgenomen (generieke) toestemmingvereiste vergroot het risico voor hulpverleners, omdat door het verkrijgen van toestemming van de Nederlandse overheid de indruk kan ontstaan dat deze organisaties onder toezicht en controle van de Nederlandse overheid opereren in een bepaald gebied, niet meer onafhankelijk zijn en aldus geassocieerd (kunnen) worden met de Nederlandse overheid. Voor strijdende partijen kan het lijken alsof hulpverleners een standpunt over een conflict hebben ingenomen, overeenkomstig het standpunt van de Nederlandse overheid. Wanneer die neutraliteit wordt aangetast (of de schijn daarvan ontstaat), kan hen dit doelwit maken van de terroristische organisaties die het gebied controleren. Dit moet uiteraard te allen tijde worden voorkomen.

[1] Kamerstukken I, 2019/20, 35125, D.

Tot slot
De oplossing zou een strafuitsluitingsgrond zijn. Ik ben benieuwd wat strafrechtspecialisten hier van vinden, want naar mijn indruk kan dat betrokken hulpverleners en journalisten een hoop gedoe en kosten opleveren.

 

Meer informatie:

# Nieuwsbericht 12 mei 2021.

# Wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in een door een terroristische organisatie gecontroleerd gebied:

 


Aanvulling 12 mei 2021
Een ander voorbeeld van het onbedoeld betreden van een gebiedsverbodregio, is dat van de noodlanding door een vliegtuig. Voorbeeld: het Noorse vliegtuig dat in Iran landde, lees het artikel in het NRC (betaalmuur). Men kon niet aan reserveonderdelen komen en de passagiers kunnen de VS niet meer in. Hoezo mensenrechten?

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d., Not-for-profit, Strafrecht en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s