Antwoord op vragen over de Europese digitale identiteit | EIDAS

Europa is bezig met de ontwikkeling van een Europese digitale identiteit. Degenen die interesse hebben voor dat onderwerp kunnen de antwoorden lezen die de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 10 februari jl. gaf op vragen.

De staatssecretaris legt uit dat Europa een voorstel heeft gedaan voor een «raamwerk voor een Europese Digitale Identiteit», waarmee de huidige eIDAS-verordening zal worden herzien. Op grond van de eIDAS verordening lopen al een aantal Nederlandse projecten, onder meer de verbetering van de veiligheid van het DigiD, het inlogsysteem van de overheid.

Diverse kritische vragen over de digitale identiteit worden beantwoord, onder meer (noten verwijderd):

Vraag 3
Kunt u helder uiteenzetten in welke mate en hoe de data die gekoppeld is aan een eID decentraal wordt opgeslagen en in welke mate en hoe dit centraal wordt opgeslagen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3
Bij de inrichting van het eID-stelsel worden om in te loggen bij overheden geen andere attributen (persoonsgegevens) verwerkt dan het burgerservicenummer; dat wil zeggen niet op andere plekken dan waar dit nu reeds plaatsvindt. Bij de implementatie van eID is overigens een centrale, maar ook een decentrale opzet, of een combinatie van beide mogelijk. In alle situaties is de kern dat er een adequate privacybescherming wordt gerealiseerd. Daarbij dienen alle beginselen uit de AVG worden meegenomen.

Vraag 4
Begrijpt u de kritiek van experts, die aangeven dat hoewel mensen eigenaar lijken te zijn van hun eigen data, maar dat dit principe ondermijnd wordt door verdienmodellen van verschillende deelnemers en aanbieders van digitale identiteiten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn de waarborgen waardoor deze prikkels worden weggenomen?

Antwoord 4
Ik deel de achterliggende zorg. Ik ben het met de experts eens dat persoonsgegevens van burgers geen handelswaar zijn en dat verdienmodellen van aanbieders daarop ook niet gebaseerd mogen zijn. Ik ben van mening dat daarvoor ook afdoende waarborgen getroffen zijn en worden. Zowel in de revisie van de bestaande eIDAS verordening tot vorming van een Europees digitale identiteit raamwerk, als in de voorstellen voor de Wet Digitale Overheid, is opgenomen dat gebruiks- en gebruikersgegevens en eventuele andere categorieën persoonsgegevens niet gebruikt mogen worden voor andere doeleinden dan de veilige uitgifte van inlogmiddelen en het inloggen met deze middelen. De data van mensen dienen dus niet het verdienmodel van een aanbieder van een digitaal identiteitsmiddel, omdat dit onder de voorgestelde wetgeving niet wordt toegestaan.

(…)

Vraag 8
Kunt u ingaan op de zorgen van wetenschappers dat de coronapandemie door bedrijven en politici wordt gebruikt of misbruikt om een digitale identiteitskaart(ID) in te voeren? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 8
De Nederlandse digitale identiteitskaart bestaat op dit moment niet. De wet op de identificatieplicht laat dit niet toe. Voor een visie op dit domein verwijs ik naar de visiebrief digitale identiteit die in februari 2021 naar uw Kamer is gestuurd.

(…)

Vraag 10
Op welke manier zijn de ethische aspecten meegewogen in het beleid rond de Europese en Nederlandse digitale identiteit? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 10
De verdere doorontwikkeling van onze digitale identiteit infrastructuur zal altijd een maatschappelijk vraagstuk zijn dat weloverwogen en ethisch verantwoorde stappen vergt. In de visiebrief digitale identiteit (feb 2021) is nadrukkelijk stil gestaan bij de diverse publieke waarden die hierbij meespelen. Denk hierbij aan publieke waarden als de cyberveiligheid van ons land, de autonomie van de burger, de privacy van de burger, economische kansen en vermindering van administratieve lasten voor de burger. Ook worden in deze brief enkele uitgangspunten voor de toekomstige digitale identiteit infrastructuur aangegeven. Om een gedragen en betrouwbare inrichting van de Nederlandse en Europese digitale identiteit infrastructuur te bewerkstelligen zal ik hierover in de toekomst met uw Kamer en met diverse maatschappelijke experts, waaronder ethici, in gesprek gaan.

Vraag 11
Kunt u reflecteren op de wenselijkheid van de invloed van onder andere Microsoft, maar ook andere multinationals of big techbedrijven, in de oproep aan overheden tot het ontwikkelen van een zogenoemde coronapas? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11
De inrichting van het «raamwerk voor een Europese Digitale Identiteit», dat de huidige eIDAS-verordening herziet, wordt onafhankelijk van het eerder ontwikkelde EU digitale Corona Certificaat ontwikkeld. Voor de ontwikkeling van de onder vraag 1 genoemde toolbox zal ook de kennis en ervaring vanuit het bedrijfsleven betrokken worden. Dit doen we op een open wijze met een gelijk speelveld voor de betrokken partijen.

Vraag 12
In hoeverre vindt u het afhankelijk worden van een digitale identiteit wenselijk als er tegelijkertijd nog altijd grote beveiligingsrisico’s zijn voor mensen als het gaat om het gijzelen van data en persoonsgegevens?

Antwoord 12
Op het terrein van informatieveiligheid binnen en buiten de overheid is veel werk te doen. Het kabinet zet zich permanent in voor het vergroten van de digitale veiligheid in de samenleving; ik verwijs naar de Kamerbrief met de Beleidsreactie Cybersecuritybeeld Nederland 2021 (CSBN2021) en de voortgangsrapportage Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA). De digitale dreiging is immers groeiende en alle overheden en organisaties wereldwijd kampen met dit vraagstuk. Het is een brede maatschappelijke opgave voor publieke en private partijen. Digitale veiligheid is dan ook een essentiële randvoorwaarde voor het slagen van de digitale transitie. Daarom dient deze veiligheid in de basis geborgd te worden zodat dit geen beletsel vormt voor de toekomstbestendigheid van de Europese en Nederlandse digitale identiteit infrastructuur.

Vraag 13
Kunt u aangeven wat u onderneemt om deze kwetsbaarheid, en het oplossen van die kwetsbaarheden, zo veel mogelijk onder de aandacht te brengen van (overheids)instellingen en bedrijven?

Antwoord 13
Vanuit de driehoek BZK, JenV en EZK wordt nauw samengewerkt om de digitale weerbaarheid in de publieke en private sectoren in Nederland te verhogen. Een goed voorbeeld hiervan is de recente aanpak van Apache Log4j kwetsbaarheid waarbij binnen de rijksoverheid, onder operationele coördinatie door het NCSC, organisaties vanuit de eigen rollen en taken nauw hebben samengewerkt. Een speciaal georganiseerd online-webinar, georganiseerd door het Digital Trust Center (DTC), NCSC en CSIRT-DSP, werd door 4000 IT- en cyberspecialisten bezocht waardoor kennis snel gedeeld kon worden met partijen die aan de knoppen zitten. Uw Kamer is hier op 17 december jl. over geïnformeerd.

De staatssecretaris heeft goede bedoelingen en mooie voornemens. Nu maar hopen dat er iets van terecht komt, met onder meer het GGD-debacle in de verse herinnering.

 

Meer informatie:

Eerdere artikelen op dit blog, onder meer:

Zie ook de berichten met de tags eIDAS, DigiD.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

KNB: Politieke partijen vragen of verplichte UBO-registratie wordt uitgesteld

Op 7 maart jl. publiceerde de KNB het volgende nieuwsbericht:

Politieke partijen vragen of verplichte UBO-registratie wordt uitgesteld
07-03-2022

Verschillende politieke partijen vragen de minister van Financiën, Sigrid Kaag, of de verplichte UBO-registratie wordt uitgesteld. Zij maken zich, net als VNO-NCW en MKB-Nederland, zorgen over de privacy van de personen in het UBO-register en beroepen zich op een conclusie van de Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie.
Beide belangenbehartigers voor ondernemers riepen het kabinet eerder al op niet vast te houden aan 27 maart 2022 als deadline voor het inschrijven van UBO’s in het UBO-register. Zij willen dat het kabinet eerst de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in een zaak over het Luxemburgse UBO-register afwacht. Daarin wordt bekeken of bepaalde richtlijnbepalingen voor het register wel geldig zijn.

Registratie loopt achter
Naar aanleiding van deze oproep stelden de SGP, VVD en het CDA schriftelijke vragen aan Kaag. Chris Stoffer (SGP) wil onder meer van de minister weten wat de gevolgen zijn voor ondernemers, kerken en goede doelen die zich niet op tijd inschrijven. Volgens Stoffer loopt de registratie namelijk achter. Hij vraagt Kaag of zij bereid is de deadline van 27 maart 2022 uit te stellen. Ook vraagt hij Kaag of het klopt wat de Advocaat-Generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie zegt, dat UBO’s recht hebben om te weten wie hun gegevens heeft opgevraagd. En zo ja, of dan de juridische kaders worden aangepast om dat mogelijk te maken.

Privacy
Net als Stoffer maken Eelco Heinen en Hawri Rahimi (beiden VVD) zich zorgen over de privacy van de UBO’s. Zij  vragen of de minister erkent dat het Nederlandse UBO-register in zijn huidige vorm niet in lijn is met het advies van de Advocaat-Generaal. Daarnaast willen zij van Kaag weten of het klopt dat afscherming van gegevens volgens Europese regelgeving niet onnodig mag worden bemoeilijkt.

Uitspraak Hof
Het CDA benadrukt de zorgen van ondernemers en privacy-organisaties over de openbare beschikbaarheid van gegevens van grootaandeelhouders. Tweede Kamerleden Inge van Dijk en Hilde Palland vragen Kaag of zij het voldoende vindt dat gegevens alleen worden afgeschermd als een UBO op een politiebeschermingslijst staat. Net als de andere vragenstellers vragen zij ook of de deadline voor het inschrijven van UBO’s wordt opgeschoven totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.

 


Aanvulling 17 maart 2022
Zoals verwacht is het kabinet onverbiddelijk, lees onder meer:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

Wetsvoorstel Digitaal Opkopersregister (DOR) ingediend

Vorig jaar werd landelijke wetgeving aangekondigd ter bestrijding van heling, waarbij de kern wordt gevormd door het Digitale Opkopersregister (DOL) en het Digitale Opkopersloket (DOL).

Het wetsvoorstel is in februari jl. ingediend, onder de titel ‘Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met het verbeteren van de bestrijding van heling, witwassen en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten‘. Kern van het voorstel is dat artikel 437 voor het Wetboek van Strafrecht wordt gewijzigd en dat een handelaar strafbaar is als hij zich bij verwerving van bepaalde tweedehands goederen (“gebruikte of ongeregelde goederen”) niet aan bepaalde regels houdt. Die regels omvatten onder meer registratie in een inkoopregister en de verplichting tot identificatie van de wederpartij [*]:

Artikel 437

1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de opkoper of handelaar die van het opkopen van of handelen in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van gebruikte of ongeregelde goederen die gevoelig zijn om wederrechtelijk te worden verkregen en nog enige waarde in het economisch verkeer hebben, een beroep of gewoonte maakt en in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf:

a. nalaat in een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestand dat tot doel heeft de misdrijven, omschreven in de artikelen 416 tot en met 417bis en 420bis tot en met 420quater.1, en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten te voorkomen en bestrijden, alle bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van gebruikte of ongeregelde goederen in te schrijven die hij heeft verworven of voorhanden heeft of nalaat de voor de inschrijving van die goederen bij die algemene maatregel van bestuur gestelde regels in acht te nemen;
b. een gebruikt of ongeregeld goed van iemand verwerft, zonder dat hij diegene een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft laten aanbieden of zonder dat hij het nummer van dat bewijs en de in dat bewijs vastgelegde identificerende persoonsgegevens in het bestand, bedoeld onder a, heeft verwerkt;
(…)
e. een gebruikt of ongeregeld goed verwerft of voorhanden heeft waarvan de politie hem heeft medegedeeld dat dat goed door misdrijf aan de rechthebbende van dat goed is onttrokken of als verloren is opgegeven;
f. nalaat een gebruikt of ongeregeld goed dat hij verworven of voorhanden heeft gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn in de staat waarin dat goed is verkregen is, in bewaring te houden;
g. nalaat het bestand, bedoeld in onder a, op eerste aanvraag van een ambtenaar als bedoeld in artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering aan die ambtenaar ter inzage te geven;
h. nalaat een gebruikt of ongeregeld goed dat hij verworven of voorhanden heeft, op eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in onder g te tonen of ter bezichtiging af te staan en te laten zien waar dat goed in het bestand, bedoeld in onder a, staat ingeschreven;
i. nalaat een aan hem schriftelijk uitgereikte last van een ambtenaar als bedoeld onder g om gedurende een in die last aangegeven termijn die de veertien dagen niet te boven gaat, een goed dat hij verworven of voorhanden heeft, te bewaren of in bewaring te geven of nalaat aan een hem bij die last gegeven aanwijzing gevolg te geven;
j. nalaat de van hem bij schriftelijke vordering van een ambtenaar als bedoeld onder g gevraagde opgaven over de door hem verworven of bij hem voorhanden zijnde goederen binnen de termijn die bij die vordering is gesteld, naar waarheid te verschaffen.

2. Het eerste lid, onder b, c en d, is niet van toepassing op de opkoper of handelaar van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen organisatie.

3. Met dezelfde straf wordt gestraft degene die namens de persoon, bedoeld in het eerste lid, optreedt en een feit als omschreven in dat lid begaat.

4. Bij veroordeling wegens een van de in het eerste lid omschreven overtredingen kan ontzetting van het recht, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder 5°, worden uitgesproken.

5. Onder opkopen en handelen worden in dit artikel en de daarop berustende bepalingen mede verstaan alle handelingen, hoe ook genaamd, waarmee kennelijk hetzelfde wordt beoogd.

6. Onder ongeregelde goederen worden in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan ongebruikte goederen die vanwege hun herkomst of de staat waarin zij verkeren, tegen een geringere prijs dan de gebruikelijke nieuwwaarde zijn verworven.

In de toelichting worden de belangrijkste wijzigingen als volgt samengevat:

1. de verplichting voor iedere opkoper van of handelaar in gebruikte of ongeregelde goederen om gebruik te maken van de digitale variant van het opkopersregister: het Digitale opkopersregister (DOR); op basis van de algemene plaatselijke verordening (APV) of een gemeentelijk aanwijzingsbesluit DOR is die verplichting al in een deel van de gemeenten op opkopers en handelaren van toepassing en gaat die verplichting op grond van dit wetsvoorstel ook voor de opkopers en handelaren gelden die nu nog volgens de gemeente waar zij hun beroep of bedrijf uitoefenen, met de papieren versie van het opkopersregister mogen werken,

2. de verplichting voor iedere opkoper of handelaar om gebruikte of ongeregelde goederen die hij verworven heeft, gedurende een uniform vastgestelde termijn van vijf werkdagen te bewaren voordat hij die goederen weer van de hand kan doen; deze verplichte bewaartermijn is thans bij APV geregeld en varieert lokaal van drie tot veertien dagen, en

3. de verplichting voor iedere opkoper van of handelaar in gebruikte of ongeregelde goederen om zich digitaal via het Digitaal opkopersloket (DOL) te melden in de gemeente waar hij zijn beroep of bedrijf uitoefent; in een deel van de gemeenten is die verplichting al ingevoerd, op grond van dit wetsvoorstel gaat die verplichting in alle gemeenten gelden, dus ook in die gemeenten waar opkopers en handelaren die melding nog fysiek mogen doen.

Deze verplichtingen gelden alleen voor hen die van opkopen of handelen een beroep of gewoonte maken met het kennelijke doel om aan die activiteiten geld te verdienen. Het gaat hier dus niet om hobby-achtige activiteiten.

 

Meer informatie:

 

[*] Er is ook een verbod te kopen van minderjarigen, personen onder invloed en psychiatrische patiënten, dat laat ik hier buiten beschouwing.

 

 

Alle berichten op dit blog over DOR zijn hier te vinden.

 


Aanvulling 8  februari 2023
De behandeling loopt nog.
Ik schreef in januari over de uitvoerbaarheidstoets.
Op 9 februari 2023 vindt een rondetafelgesprek plaats (uitnodiging met agenda). Genodigden:

Blok 1: wetenschappers van 14.00 – 15.00 uur
Mw. van Wingerde, Hoogleraar Corporate Crime and Governance, Erasmus Universiteit
Mw. Verhage, Hoogleraar Criminologie, Universiteit Gent

Blok 2: uitvoeringstoets van 15.00 – 16.00 uur
Mw. van Erpecum, Ministerie van Justitie en Veiligheid
Dhr. Welling, RDW

Blok 3: praktijkorganisaties van 16.00 – 17.00 uur
Dhr. Brinksma, Branchemanager en dhr. Verhoef, senior beleidsmedewerker kwaliteit, arbo & milieu, Bedrijfstakorganisatie voor de banden- en wielenbranche (VACO)
Dhr. Koning, directeur Metaal Recycling Federatie (MRF)
Dhr. Koelemaij, jurist BOVAG
Mw. Heijne, voorzitter Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland (BKN)

Voor de sessie zijn diverse position papers ingediend:

VACO, 31 januari 2023.
BOVAG, 31 januari 2023.
BKN en NVRD, 30 januari 2023.
MRF, 23 januari 2023.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: | 2 reacties

Kopers en verkopers van kunstvoorwerpen moeten nog steeds alle transacties vanaf 20.000 euro bij FIU-Nederland melden

In januari jl. schreef ik over de Wwft-verplichtingen van musea en anderen de kunstvoorwerpen verkopen en kopen. Op dit moment zijn verkopers en kopers van kunstvoorwerpen nog steeds verplicht om alle transacties vanaf 20.000 euro als ‘ongebruikelijke transactie’ bij FIU-Nederland te melden, ondanks het voornemen van de overheid om deze ‘indicator’ van witwassen aan te passen.

Het systeem
Voor de volledigheid: kopers en verkopers van kunstvoorwerpen (die dat beroeps- of bedrijfsmatig doen) vallen onder de witwasbestrijdingswet Wwft als de transactiewaarde 10.000 euro of meer is en moeten op dit moment een ongebruikelijke transactie bij FIU-Nederland melden als zich het volgende voordoet (‘indicatoren’):

  1. Er is een transactie waarbij de (ver)koper aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme.
  2. Er is een transactie van € 20.000,– of meer.

Dit betekent dat alle transacties inzake kunstvoorwerpen van EUR 20.000 of meer moeten worden gemeld.

Wijzigingsvoorstel
De tweede indicator moet volgens het wijzigingsvoorstel worden:

Een transactie waarbij tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling één of meer kunstvoorwerpen gekocht of verkocht worden, waarbij het contant te betalen bedrag € 20.000,– of meer bedraagt

Als het voorstel in werking is getreden moeten transacties inzake kunstvoorwerpen alleen worden gemeld als het contante deel 20.000 euro of meer bedraagt. Verder blijft de eerste indicator uiteraard van kracht.

Tot slot
Het zou goed zijn als de betrokken brancheorganisaties aandringen op spoedige wijziging van de tweede indicator.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | 1 reactie

De Wwft en het kantoor van de malafide notaris

Het is fascinerend om te zien hoe de affaire van de malafide notaris wordt gebruikt om de regelgeving voor advocaten aan te passen. Daarbij wordt gemakshalve vergeten dat er vele soorten advocaten en advocatenpraktijken zijn, onvergelijkbaar met het grote randstedelijke kantoor waaraan de malafide notaris verbonden was. Ik hoop dat het geen one-size-fits-all wordt waardoor rechtshulp nog minder bereikbaar wordt.

Boeiend is dat de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) in de discussie wordt betrokken, terwijl iedere beginnende jurist weet dat doel van die wet is om ongebruikelijke transacties (= vermoedelijke criminaliteit) door of in verband met cliënten van het kantoor op te sporen. De Wwft richt zich niet op crimineel handelen door personen verbonden aan een notaris- of advocatenkantoor. Daar zijn andere regels voor, nl. het strafrecht en de algemene zorgplichtregels van de Advocatenwet en de algemene regelgeving die zich richt op het notariaat.

Vanzelfsprekend trekken politieke instanties, zoals het College van Toezicht voor de advocatuur (met twee vertegenwoordigers uit de financiële sector), ‘CvT’, en de Ministers van Financiën en van Veiligheid, zich weinig aan van de toepasselijke regelgeving.

Recent bracht de CvT een politiek getint document uit naar aanleiding van een onderzoek naar het kantoor van de malafide notaris (persbericht, rapport). CvT kreeg overigens wel kritiek (zie onder meer dit).

In dit rapport gaat de CvT er van uit dat een advocatenkantoor Wwft-plichtig is, hetgeen niet het geval is. Al eerder constateerde ik dat het er op lijkt dat zowel CvT als de ministeries er niet bekend mee zijn dat de advocaat die Wwft-plichtige diensten verleent zelf ‘instelling’  is op grond van de Wwft (dus niet het advocatenkantoor). Het advocatenkantoor dient de naleving van de Wwft uiteraard wel te faciliteren. Dit is een gevolg van de definitie van Wwft-plicht in de Wwft in combinatie met de Advocatenwet.

Antwoord op kamervragen
De Minister van Veiligheid beantwoordde onlangs vragen uit de Tweede Kamer over het kantoor van de malafide notaris. De minister schrijft dat zij geen uitspraken kan doen over de vraag of het kantoor zich aan witwassen schuldig heeft gemaakt omdat de zaak nog bij het Openbaar Ministerie in behandeling is.

In vraag 5 geeft de minister antwoord op de vraag of het kantoor de Wwft voldoende heeft nageleefd, de vraag luidde:

Snapt u dat het gek is dat een bedrijf als ING in 2018 voor 775 miljoen euro strafvervolging afkocht wegens nalatigheden bij voorkomen van witwassen, maar dat Pels Rijcken tot nog toe geen enkele sanctie is opgelegd, terwijl in het geval van Pels Rijcken toch ook beargumenteerd kan worden dat tekort is geschoten in de controle? Zo nee, waarom niet?

Aardig is dat de minister de vragensteller niet op de vingers tikt door te zeggen dat het hier niet om de Wwft gaat, in het antwoord wordt eerst de ING-casus kort behandeld en wordt vervolgens gezegd dat er strafrechtelijk onderzoek plaats vindt naar de malafide notaris en mogelijke andere verdachten (noot verwijderd uit het citaat):

In het strafrechtelijk onderzoek naar ING Bank heeft het OM onderzoek gedaan naar jarenlange en structurele overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Na afronding van het onderzoek heeft het OM toen besloten dat het afdoen van de strafzaak met een transactie ex art. 74 Wetboek van Strafrecht ter grootte van 775 miljoen euro – gelet op alle omstandigheden van het geval – een passende afdoening was. Die transactie is door ING Bank betaald en daarmee is het betreffende strafrechtelijk onderzoek naar ING Bank geëindigd.

Zoals in het antwoord op vraag 2 is aangegeven, is het strafrechtelijk onderzoek naar het handelen van de voormalig notaris en mogelijke andere verdachten nog in volle gang. Pas op het moment dat het onderzoek is afgerond en alle feiten en omstandigheden van het geval bekend zijn geworden, zal ten aanzien van eventuele verdachten een vervolgbeslissing worden genomen.

Niet-naleving van de Wwft komt bij het kantoor niet in beeld.

Wel hoort in beeld te komen of de notarissen de regels voor notarissen inzake betalingsverkeer en interne controle voldoende hebben nageleefd. Vervolgens komt aan de orde of de advocaten van het kantoor medeverantwoordelijk zijn voor eventuele gebreken in de naleving door de notarissen.

 


Aanvulling 28 november 2023
Er gebeurt nog steeds van alles, zo blijkt uit het bericht in het FD dat ik op 22 november zag: Justitie botst ook met deken over fraude bij Pels Rijcken. Uit het artikel blijkt dat het Openbaar Ministerie informatie van de deken van de Haagse Orde van Advocaten wil hebben om na te gaan of er advocaten zaten in het complot van de malafide notaris.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

New CCBE president: AML/CFT proposals European Commission have problematic issues and the principle of non-identification of lawyers with their clients

Recently the president of the Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) was interviewed by the CCBE. In the interview he mentions the problematic issues of the AML/CFT proposals by the European Commission. One of his main priorities will be that he wants to defend the principle of non-identification of lawyers with their clients:

Defending the principle of non-identification of lawyers with their clients
In 2022, the CCBE will also dedicate itself to defending the principle of non-identification of lawyers with their clients. This is an important priority for 2022 as recent events, at a European and international level, have given rise to situations whereby lawyers have been presented as enablers of illegal or unethical practices. This CCBE believes this is wholly unjustified. The CCBE and its member Bars and Law Societies are committed to the fight against any illegal activity, including money laundering and tax evasion. The CCBE is committed to playing an active part and has taken numerous proactive measures towards increasing awareness amongst the profession with practical examples of risks which our members should be aware of.

The legal profession is highly regulated at a national level in all EU Member States and the CCBE is united in its efforts to educate its membership regarding various risks and assist them with meeting their obligations. The legal profession is widely alert to the threat of illegal activity and will always support clear, workable and proportionate measures. However, the CCBE cannot agree with recent trends at an EU and international level which seek to introduce measures which impact on the very independence of the profession, including issues regarding self-regulation.

It is important to be clear that the CCBE and its member Bars and Law Societies do not, and never will, condone the actions of any lawyer who knowingly participates in any criminal activity of a client, whether relating to money laundering, tax evasion or any other criminal activity. However, recent proposals would have a serious impact on the legal profession and society at a wider level. It is important that the CCBE raises its voice to ensure that the risks and consequences of proposed measures are explained and understood.

Other priorities are environment and climate change and digitalisation of justice.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Fair Trials: “EncroChat hack: Fair Trials denounces lack of transparency and oversight”

According to lawyers of people accused on the base of Encrochat information, it is impossible to verify the evidence.

Fair Trials, a global criminal justice watchdog, is worried about the lack of transparency and oversight and is calling on the European Commission and the European Parliament to:

1. Ask all concerned Member States to impose a moratorium on (new) prosecutions based on information derived from the EncroChat hack until the evidence is duly and fully disclosed;
2. Require Europol to provide explanations on its role in processing, analysing, and sharing the data;
3. Set up an inquiry committee to look into breaches of EU law in the context of the EncroChat investigation;
4. Adopt appropriate safeguards to ensure that data processed and shared via EU police and judicial cooperation mechanisms cannot be subject to a blanket assertion of national defence secrecy as done by the French authorities.

Enchrochat letter
Lawyers of the accused have sent an open letter to the European Commission and the European Parliament, including the Dutch lawyers J.C. Reisinger, R.D.A. van Boom, Y. Quint, R. Poppelaars & B. Janssen. They write that the right to a fair trial is endangered (highlighting by me):

The manner of the infiltration has been suppressed under the shroud of a claim of national defence secrecy by the French authorities. This has made it impossible for those accused of crimes, to check the accuracy, authenticity, reliability and even the legality of the evidence used against them. Each of our countries’ legal systems has specific, robust and world-leading procedures for dealing with sensitive information, and yet there has been a refusal by the French authorities to reveal its technique. This is unprecedented in our collective experience; it breaches EU standards on procedural safeguards; European Court of Human Rights caselaw; and international best practice guidance. It has generated a huge amount of otherwise avoidable litigation and driven a surge in prison populations through recourse to pre-trial detention. More troublingly, judges are forced to make decisions about complex technical matters based on inference as opposed to being provided with the complete, unadulterated evidence, to which they are entitled.

Further they point out there is lack of transparency, that there are extraterritorial effects and that data protection rights of decent citizens are violated.

It shows that with digital discovery there should also be mature digital legal protection.


More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Zijn truckers die de grens blokkeren terroristen? | nieuws van Project CRAAFT

Opvallend: in de nieuwsbrief van de terrorismefinancieringsbestrijders van Project CRAAFT van medio februari werden Canadese anti-corona acties als terrorisme bestempeld, men verwees bij CRAAFT zonder verder commentaar naar dit artikel. Daarin staat dat de maatregelen tegen de truckers ook omvatten dat banken rekeningen van blokkadesupporters zonder gerechtelijk bevel mogen schorsen of te bevriezen.

Zouden binnenkort alle tegenstanders van de overheid terroristen zijn? Dat klinkt niet gezond…

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , | 2 reacties

Dystopische IT | iedere wereldburger in de database van Clearview

Op gezichtsherkenningsgebied stond een opwekkend artikel in Ars Technica: Clearview AI aims to put almost every human in facial recognition database. Het geeft aan waar het naar toe gaat: de wereld zal onleefbaar worden voor mensen.

 

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Kritiek Raad voor de rechtspraak op wijzigingsvoorstel gebiedsverbod terroristische regio’s

De Raad voor de rechtspraak liet op 23 februari weten dat het voorstel inzake een uitzondering voor journalisten op een gebiedsverbod niet werkbaar is voor de rechtspraak:

Het wetsvoorstel waarmee verblijf van journalisten in een door een terroristische organisatie gecontroleerd gebied als niet-strafbaar wordt gesteld, is door mogelijke bewijsproblemen niet altijd werkbaar voor rechters. Dit stelt de Raad voor de rechtspraak in een vandaag gepubliceerd advies over het wetsvoorstel. Het kan in sommige gevallen voor de rechter ondoenlijk worden de waarheid boven tafel te krijgen.

Het wetsvoorstel borduurt voort op een eerder wetsvoorstel waarmee het verblijf in een door een terroristische organisatie gecontroleerd gebied strafbaar wordt gesteld. Omdat hiermee het werk van journalisten (en medewerkers van hulpverleningsorganisaties) ook strafbaar wordt, wil het kabinet met het voorliggende wetsvoorstel voor deze groep een uitzondering maken. De Raad onderschrijft het belang hiervan en wees zelf al eerder op de kwetsbare positie van journalisten en hulpverleners als verblijf in terroristisch gebied strafbaar wordt. Maar de manier waarop een journalist of publicist zich kan beroepen op de zogenoemde strafuitsluitingsgrond kan volgens de Raad tot bewijsproblemen leiden.

Eenvoud

In het memorie van toelichting staat volgens de Raad ‘met de charme van eenvoud’ omschreven dat het voldoende is als iemand kan aantonen werkzaam te zijn (geweest) voor een onpartijdige humanitaire organisatie of als journalist of publicist. Dit kan worden aangetoond door middel van een verklaring van een werkgever of opdrachtgever, loonstrook of arbeidscontract, of (voor journalisten en publicisten) door het bezit van een perskaart of de gepubliceerde berichtgeving. En daar wringt de schoen, vindt de Raad. Want wat als het gaat om een freelancer voor wie publicatie nog niet direct aan de orde is en die niet is aangesloten bij de vakvereniging voor journalisten en geen perskaart heeft?

Waarheid

De rechter zal moeten oordelen over de gevallen waarbij het Openbaar Ministerie het beroep op de strafuitsluitingsgrond betwist. Het zal gaan over zaken waarbij de verdenking is dat iemand niet uitsluitend in het gebied was met journalistieke bedoelingen. Voor een publicist zal het lastig worden het tegendeel te bewijzen anders dan met zijn eigen verklaring. Voor de rechter zal het niet eenvoudig zijn om het aangedragen bewijs op betrouwbaarheid en geloofwaardigheid te onderzoeken. Getuigen uit het betreffende gebied zullen niet snel kunnen worden gehoord. ‘Te voorzien is een gemankeerd onderzoek naar de waarheid op grond waarvan een rechter in alle redelijkheid geen oordeel gevraagd kan worden respectievelijk kan geven’, schrijft de Raad. Hij adviseert het kabinet nadere criteria of voorbeelden te beschrijven die de rechter handvatten kunnen bieden voor dergelijke situaties.

Advies strafuitsluitingsgrond journalisten en humanitair hulpverleners

 

Eerdere berichten op dit blog over dit merkwaardige wetsvoorstel zijn hier te vinden.

 


Aanvulling 15 maart 2022
Ook het NJCM en Amnesty International hebben kritiek op het consultatievoorstel. NJCM schreef in de laatste nieuwsbrief, waarin wordt verwezen naar een artikel van 2 februari jl.:

Inbreng internetconsultatie over Wetsvoorstel strafuitsluiting hulpverleners in terroristische gebieden
Eind januari hebben het NJCM en Amnesty International Nederland bijgedragen aan de internetconsultatie over het aanvullende Wetsvoorstel strafuitsluitingsgrond humanitaire hulpverleners en journalisten.
In deze inbreng hebben wij onze fundamentele zorgen geuit over de noodzakelijkheid van dit wetsvoorstel en zijn wij kritisch over de beperkte uitzonderingsgrond die alleen geldt voor humanitaire hulpverleners en journalisten. In het geval dit wetsvoorstel toch doorgang vindt, hebben wij verzocht om mensenrechtenorganisaties en advocaten ook expliciet mee te nemen in de uitzonderingsgrond, zodat zij ook onafhankelijk hun werk kunnen blijven uitvoeren.
Meer informatie en de opgestelde brief via dit artikel op onze site.

Aanvulling 16 mei 2024
Voor zover ik weet is het wetsvoorstel nog steeds in parlementaire behandeling. In het grondrechtenrapport van NJCM c.s. wordt er zorg over uitgesproken:

Civic space has also generally remained under pressure since the last report. Several bills have remained the source of concern for civil society, as these bills put pressure on the independent role such organisations play within a democratic society. Examples are the bill on the Transparency of Civil Society Organisations (wetsvoorstel Transparantie Maatschappelijke Organisaties) 36 and the bill on the criminalisation of staying in areas controlled by terrorist organisations (wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in door terroristische organisaties gecontroleerd gebied).37

36 See the letter by the NJCM and several other NGOs to the government of 3 September 2021, https://www. wo-men.nl/kb-bestanden/1630934478.pdf.

37 See the letter by the NJCM and several other NGOs to the government of 29 June 2021, https://njcm.nl/ wp-content/uploads/2021/07/reactieconsortiumnotawijzigingWTMO.pdf.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie