Banken gaan zich inzetten om discriminatie vanwege de misdaadbestrijdingstaken (Wwft) uit te sluiten | NVB

Het is een goede zaak dat de Nederlandse banken eindelijk inzien dat zij zich bij de uitvoering van hun misdaadbestrijdingstaken op grond van de Wwft maatschappelijk onbetamelijk hebben gedragen en het is prettig dat zij hun leven zullen beteren.
Lees het nieuwsbericht Grotere inzet banken om discriminatie uit te sluiten dat de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) publiceerde, dat ook de aandacht van de media kreeg [1]. In opdracht van de bankiers is onderzoek gedaan door een Big 4 accountantskantoor, dat heeft geleid tot een rapport (pdf).

Op allerlei terreinen leidt criminaliteitsbestrijding tot uitwassen, waarbij de overheid zelf een kwalijke rol heft, zo leren de toeslagenaffaire en bijvoorbeeld de recente berichtgeving over discriminatie van studenten door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) [2].

Aanpak van het foute internationale witwasbestrijdingsconcept

De volgende stap dient te zijn dat toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) en het ministerie van Financiën ter verantwoording worden geroepen, als veroorzakers van de discriminatie die het kenmerk is van de witwasbestrijding. Hopelijk komt daar aandacht voor het feit dat misdaadbestrijding er niet toe mag leiden dat onschuldige burgers worden gediscrimineerd en anderszins lastig gevallen. Het zou ook goed zijn als bij de Nederlandse en Europese overheden het inzicht doorbreekt dat het internationale witwasbestrijdingsconcept inherent fout is, namelijk ineffectief en kostbaar, en onvermijdelijk tot discriminatie en de-risking leidt. De oplossing is om de misdaadbestrijding anders in te richten en private bedrijven taken te geven waar ze geschikt voor zijn.

 

Noten:

[1] NOS: Banken in gesprek met moslims over discriminatie, sluiten zich aan bij meldpunt.

[2] NRC: Mbo-studenten kregen te maken met discriminerende controle: ‘Ze hebben een beeld van je, ze gaan ervan uit dat er iets niet klopt’. Intro van het artikel: “Bij studentenverenigingen zijn ze niet welkom. Studentenkortingen bij kappers, kledingzaken, sportclubs gelden voor hen lang niet altijd. En in veel studentensteden mogen ze niet meedoen aan de introductieweek voor nieuwe studenten.
Maar als het om fraudebestrijding gaat, is er in Nederland wél bijzondere aandacht voor de mbo-student.

en: “Het gevolg van DUO’s fraudebestrijdingsmodel is dat „voornamelijk mbo-studenten met een niet-Nederlands klinkende naam” de afgelopen tien jaar werden geselecteerd voor fraudecontroles“.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Fiscale gegevensuitwisseling met staten met onrechtmatige belastingregels | CRS, FATCA

Uit de conclusie die ik vandaag besprak wordt duidelijk dat internationale fiscale gegevensuitwisseling moet worden getoetst aan Europese normen, onder meer aan de gegevensbeschermingsregels van het Europese Handvest:

129. Artikel 7 van het Handvest bepaalt dat „[e]enieder […] recht [heeft] op eerbiediging van zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn communicatie”. Volgens de toelichtingen bij het Handvest van de grondrechten(70) stemmen de in artikel 7 van het Handvest gewaarborgde rechten overeen met de in artikel 8 EVRM gewaarborgde rechten.(71) Zoals ook in artikel 52, lid 3, van het Handvest en in artikel 6, lid 3, VEU is bepaald, zal artikel 7 van het Handvest derhalve worden uitgelegd in overeenstemming met artikel 8 EVRM. (…)

136. Volgens vaste rechtspraak van het Hof heeft het in artikel 7 van het Handvest verankerde recht geen absolute gelding, maar moet het worden beschouwd in relatie tot zijn functie in de samenleving.(78) Bovendien moeten volgens artikel 52, lid 1, eerste volzin, van het Handvest beperkingen op de uitoefening van de daarin erkende rechten en vrijheden bij wet worden gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen. Volgens artikel 52, lid 1, tweede volzin, van het Handvest kunnen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, slechts beperkingen aan deze rechten en vrijheden worden gesteld indien zij noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Voorts staat in de conclusie dat een wettelijke grondslag (een nationale EU-wet) niet voldoende is. Die nationale wet moet aan bepaalde eisen voldoen:

138. In eerste instantie breng ik in herinnering, wat betreft het vereiste dat elke inmenging in de uitoefening van de grondrechten „bij wet [wordt] gesteld”, dat een dergelijk vereiste niet alleen inhoudt dat de maatregel die in de inmenging voorziet, een wettelijke grondslag in de nationale wetgeving moet hebben, maar ook dat die wetgeving zelf de reikwijdte van de beperking op de uitoefening van het betrokken recht moet bepalen.

Geen toetsing levering persoonsgegevens aan landen buiten de EU
Jammer genoeg heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie nog niet getoetst of het wel in overeenstemming is met het Europese recht, dat op grond van CRS of FATCA, en de daarop gebaseerde nationale EU-regels, persoonsgegevens van inwoners van de EU worden geleverd aan landen buiten de EU met onrechtmatige belastingregels.

Een voorbeeld daarvan is de VS, die mensen die niet in de VS wonen en geen financiële band met dat land hebben, verplicht om daar belastingaangifte te doen uitsluitend omdat ze de Amerikaanse nationaliteit hebben (‘Citizenship Based Taxation’) – bijvoorbeeld door geboorte, terwijl ze kort na hun geboorte uit de VS zijn vertrokken – zie mijn inleiding over de Accidental Americans.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Conclusie over internationale fiscale gegevensuitwisseling | DAC6, MDR

Onlangs werd de conclusie van advocaat-generaal bij het Europese hof N. Emiliou bekend, die de meldplicht van mogelijk agressieve grensoverschrijdende fiscale constructies als onderwerp heeft. De Nederlandstalige versie van de conclusie is hier te vinden. Er is ook een Nederlandse vertaling van het verzoek van de Belgische rechter en een pagina met algemene informatie.

De uitspraak is vooral interessant voor belastingadviseurs en andere fiscaal geschoolde personen die betrokken zijn bij grensoverschrijdende fiscale constructies. In de conclusie komen onder meer de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de meldingsplicht aan de orde, alsmede het bestaan en rechtvaardiging van de inmenging in het privéleven van belastingadviseurs (‘intermediairs’) en hun klanten.

Mijn belangstelling (zie blogs over de ‘hulpintermediair DAC6’) ging vooral uit naar de nogal ruime reikwijdte van het begrip ‘intermediair’, met een mogelijke bijvangst van beroepsbeoefenaren en ondernemingen die de fiscaliteit niet overzien, zoals niet-fiscaal geschoolde juristen en bankiers.
Volgens de advocaat-generaal hoeven niet-fiscalisten zich geen zorgen te maken, zie paragrafen 72 en verder over Begrip „intermediair”. Hij overweegt:

72.      De term „intermediair” verwijst in artikel 8 bis ter van richtlijn 2011/16 naar de hoofdcategorie personen die, behoudens uitzonderingen, verplicht zijn om aan de bevoegde autoriteiten relevante inlichtingen te verstrekken.
73.      In artikel 3, punt 21, van richtlijn 2011/16 is die term uitdrukkelijk gedefinieerd als „een persoon die een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bedenkt, aanbiedt, opzet, beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie ervan beheert” (eerste alinea). Aan die bepaling is toegevoegd dat het begrip „intermediair” ook ziet op „een persoon die, gelet op de betrokken feiten en omstandigheden en op basis van de beschikbare informatie en de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om die diensten te verstrekken, weet of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie”. Een dergelijke persoon mag echter het bewijs leveren van het feit dat hij „niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat [hij] bij een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken was” (tweede alinea).
74.      Verzoekers in het hoofdgeding wijzen erop dat de definitie zeer uitvoerig is omschreven en ook een open karakter heeft. Ik sluit me bij hen aan dat de definitie ruim geformuleerd is en dat daaronder een breed scala aan natuurlijke en rechtspersonen valt. Dat houdt echter niet in dat de bepaling vaag of dubbelzinnig is.
75.      Ten eerste is het in zijn algemeenheid relatief duidelijk welke categorieën personen onder die definitie kunnen vallen. Zoals de Commissie heeft opgemerkt, moet die term de belangrijkste actoren omvatten die doorgaans beroepsmatig betrokken zijn bij de fiscale planningsactiviteiten waarop richtlijn 2018/822 betrekking heeft. De Commissie heeft in haar effectbeoordeling uiteengezet dat „onder andere consultants, juristen, financieel adviseurs, beleggingsadviseurs, accountants, advocaten, financiële instellingen, verzekeringstussenpersonen en adviseurs voor de oprichting van vennootschappen” intermediairs zijn. De term verwijst in wezen naar beroepsbeoefenaren die zich bezighouden met het „adviseren van cliënten over de inrichting van hun onderneming met het oog op verlaging van fiscale kosten en als vergoeding ontvangen zij een honorarium”.(44)
76.      Zoals de Belgische regering heeft benadrukt, moet een persoon voor het verrichten van de in artikel 3, punt 21, van richtlijn 2011/16 genoemde werkzaamheden hoogopgeleid zijn op een bepaald vakgebied (belastingrecht, vennootschapsrecht, internationale financiën, accountancy, enzovoort) en op internationaal niveau werkzaam zijn. Het is daarom moeilijk te geloven dat een van die personen eventueel niet weet dat hij door zijn werkzaamheden met betrekking tot bepaalde grensoverschrijdende fiscale constructies wordt aangemerkt als een „intermediair” in de zin van richtlijn 2011/16.
77.      Ten tweede blijkt uit artikel 3, punt 21, gelezen in samenhang met de considerans en de andere bepalingen van richtlijn 2011/16, dat de meldingsplicht geldt voor natuurlijke of rechtspersonen die (i) geen deel uitmaken van het interne personeelsbestand van de betreffende belastingplichtigen(45); (ii) weten (of moeten weten) dat zij betrokken zijn bij(46) en die een zinvolle (en non de minimis) bijdrage leveren aan(47) het bedenken, aanbieden, opzetten en implementeren van de constructie; (iii) in het bezit zijn van of controle hebben over relevante inlichtingen over de betreffende constructie(48), en (iv) inwoner van een van de lidstaten zijn of daarmee een andere duurzame en structurele band hebben.(49)
78.      Tot slot merk ik op dat ook de term „intermediair” en de equivalenten ervan algemeen gebruikt worden op het gebied van internationale belastingheffing.(50)
79.      Hieruit volgt dat de definitie in richtlijn 2011/16 tamelijk gedetailleerd is en dat de betekenis ervan voldoende duidelijk is. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat in enkele specifieke omstandigheden redelijke twijfel kan rijzen over de vraag of een bepaalde categorie marktdeelnemers, of een specifieke persoon, onder die definitie valt, lijkt de situatie mij in de meeste gevallen zonneklaar.(51)


(44) Zie de effectbeoordeling, punt 3.1.2.

(45)       Dit volgt uitdrukkelijk uit overweging 6 van richtlijn 2018/822.

(46) Dit volgt a fortiori uit artikel 3, punt 21, tweede alinea, van richtlijn 2011/16.

(47)  Dit volgt noodzakelijkerwijs uit artikel 3, punt 21, eerste en tweede alinea, van richtlijn 2011/16.

(48)  Zie in dit verband artikel 8 bis ter, lid 1, van richtlijn 2011/16.

(49)  Zie in dit verband artikel 3, punt 21, derde alinea, van richtlijn 2011/16.

(50)  Zie bijvoorbeeld OESO, „Study into the Role of Tax Intermediaries”, 2008. In een aantal landen worden ter aanduiding van een vergelijkbare categorie personen alternatieve termen gebruikt, zoals „promoter” (bijvoorbeeld in Canada, Zuid-Afrika en het Verenigd Koninkrijk), en „advisor” of „material advisor” (bijvoorbeeld in Canada en de Verenigde Staten).

(51) In het licht van de hierboven uiteengezette beginselen, zou ik – in reactie op een argument van OBFG – bijvoorbeeld zeggen dat marktdeelnemers, zoals een bank die een rekening opent of een notaris die de echtheid van een contract bekrachtigt, normaliter geen „intermediairs” in de zin van richtlijn 2011/16 zijn.

 

Aanvulling 26 november 2024
Inmiddels heeft het Europese Hof uitspraak gedaan. Lees ook het eucrim artikel.

Geplaatst in Bestuursrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

“Als teveel mensen op de verkeerde posities slappe knieën blijken te hebben, dan kun je rechtsstatelijke stutten aanbrengen tot je een ons weegt, maar zul je het niet redden” | Rob van Gestel

Rob van Gestel schrijft over de rechtsstaat:

Als teveel mensen op de verkeerde posities slappe knieën blijken te hebben, dan kun je rechtsstatelijke stutten aanbrengen tot je een ons weegt, maar zul je het niet redden

Bij het bericht zit ook een pdf met het artikel dat de titel ‘De democratische rechtsstaat onder druk…‘ heeft. Het artikel gaat over de ondergraving van de rechtstaat door de Nederlandse politiek. Wat hij niet noemt, is dat slecht overheidsbeleid (bijvoorbeeld de toeslagenaffaire) bijdraagt aan het negatieve sentiment over de Nederlandse overheid.

Hij heeft gelijk als hij zegt dat alleen procedurele en institutionele maatregelen niet gaan werken. Het vergt ook moed van politici die niet alleen vertellen wat burgers graag willen horen.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: | Plaats een reactie

De moderne boef is belastingadviseur | ‘enablers’ onderzocht

De moderne overheid en hun journalistieke vrienden beschouwen juristen als een onaangename beroepsgroep die overheidsdoelen (onder meer het binnen halen van zoveel mogelijk belasting) ondergraaft.
Juristen zijn ‘enablers’ of ‘facilitators’ van criminaliteit, zo is het frame al een hele tijd [1]. De belastingadviseur staat in deze groep met een stip op 1.

Promotie over belastingadviseurs onder maatschappelijke druk

Het is dus geen verrassing dat er iemand is gekomen die de beroepsgroep van belastingadviseurs heeft onderzocht. Elody Hutten [2] is gepromoveerd op het proefschrift Tax Professionals Under Societal Pressure, A Dutch Case Studie on Responses tot BEPS [3]. Het proefschrift heb ik online nog niet kunnen vinden.
Ik ben benieuwd of Hutten aandacht heeft besteed aan het feit dat het fiscale recht zo ingewikkeld is gemaakt door de overheden, dat het voor burgers, bedrijven en organisaties nauwelijks meer is te doorgronden hoe het werkt, en waarom bepaalde fiscale keuzes zijn gemaakt. Mensen en organisaties zonder dikke portemonnee zijn al blij als ze niet te veel belasting betalen. Of iedereen die wel een dikke portemonnee heeft belastingfraude pleegt of langs de randjes loopt, weet ik niet.

Facilitator-onderzoek met OCCRP database

De politieke journalisten van OCCRP meldden begin deze maand dat facilitators voorwerp van onderzoek zijn in een samenwerkingsproject met Engelse universiteiten [4].

Intro:

The project, “Global Finance and the Enablers of Corruption: Identifying Enabler Networks and their Vulnerabilities,” will utilize OCCRP’s unique data resources, including Aleph, its investigative data platform. A team of political scientists, data specialists, and journalists will work together to compile information on the professional actors who provide services to a selection of high-risk politically exposed persons (PEPs), which the academic researchers will then analyze to identify enabler networks and trends in enabler behavior.

Gelukkig is er niemand bij die het vak kent van de onderzochte ‘enablers’, want dat is maar lastig.

De uitkomst van het onderzoek zal niet verrassend zijn, want de ‘enabler networks‘ kan ik ook wel bedenken zonder onderzoek (grote accountantskantoren, universiteiten, beroepsorganisaties, wetenschappelijke instituten). Ook de ‘trends in enabler behavior‘ zullen niet zo moeilijk te ontdekken zijn, want waarschijnlijk doen ze – als ze belastingadviseur zijn – hetzelfde als wat alle belastingadviseurs doen.

Mooi is dat de ‘enablers’ met kunstmatige intelligentie worden geanalyseerd op basis onder meer de grote OCCRP-database met illegaal verkregen informatie, waarvan de kwaliteit onbekend is.

Overigens kan OCCRP worden aangemerkt als een pseudo-overheid, die diensten verleent aan de echte overheid, zonder dat sprake is van integriteitstoetsing, toezicht op de activiteiten of andere maatregelen die een zorgvuldige beroepsuitoefening waarborgen.

De toekomst: surveillance en analyse

OCCRP doet vingeroefeningen op doelwitten die niet de sympathie hebben van de publieke opinie [5]. De toekomst zal ongetwijfeld zijn dat iedere mens en organisatie permanent digitaal wordt geanalyseerd en dat wordt nagegaan of er wel maatschappelijk betamelijk wordt gehandeld. Dan wordt meteen mee genomen of er nu of in de toekomst risico is op maatschappelijk onbetamelijk handelen. Ik ben benieuwd of de mens dat overleeft.

 

Noten:

[1] Zie mijn artikelen met de tag facilitator.
[2] Dezelfde als de persoon die werkt bij APG Asset Management?
[3] Aankondiging promotie op taxlive. Zie ook artikelen bij accountant.nl, FD, Accountancy Vanmorgen. Ik kwam wel een paper uit januari tegen, Societal norms in the Corporate Tax Practice: Tax professionals’ Identity Perceptions and the Public Criticism of Corporate Tax Planning.
[4] OCCRP Partners with Leading U.K. Universities to Analyze the Professional Enablers of Corruption, 12 februari jl.
[5] Aannemende dat de “high-risk politically exposed persons (PEPs)” allemaal criminelen zijn en geen nette burgers.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Wanneer is een rechtspersoon verantwoordelijk voor fouten van ondergeschikten? | tobbende overheidsdienaren

Strafrechtadvocaten Boezelman en De Boer signaleren in dit artikel dat zowel de feitenrechter als de officier van justitie en de boete-inspecteur regelmatig stuntelen met het leerstuk van de strafrechtelijke toerekening van handelingen aan rechtspersonen en dat zelfs verwarren met opzet.
Dat onderwerp is niet alleen in het strafrecht van belang, maar ook in het bestuursrecht, bijvoorbeeld in de witwasbestrijding.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Tweede Kamer ondergraaft rol belangenorganisaties in algemeen belang acties | not-for-profit

Rob van Gestel en Elbert de Jong schreven voor Risk & Compliance een artikel waarin ze signaleren dat de leden van de Tweede Kamer een motie hebben aangenomen die algemeen belang acties door not-for-profit organisaties onmogelijk moet maken. De motie is aangenomen door medewerking van partijen die pretenderen de rechtsstaat te onderschrijven. Dergelijke procedures zijn belangrijk, omdat burgers niet altijd naar buiten kunnen of willen treden, en omdat burgerrechtenorganisaties betere mogelijkheden hebben om de overheid en het grootbedrijf tot de orde te roepen. Van Gestel en De Jong besluiten met:

De kern van een algemeen belangactie bij de burgerlijke rechter is dat dit soort organisaties opkomt voor belangen die niet eenvoudig te individualiseren zijn. Bovendien hebben belangenorganisaties in vergelijking met individuele burgers meer deskundigheid en financiële armslag, zodat ze beter in staat zijn dan individuele burgers om effectief en efficiënt om rechtsbescherming bij fundamentele rechten te bewerkstelligen. Kortom, wie vindt dat bijvoorbeeld – uitvoering van – falende wetgeving ook nu al effectief door de rechter getoetst zou moeten kunnen worden, zou vooral de bestaande mogelijkheden op dat vlak niet moeten afschaffen of beperken alvorens er (betere) alternatieven zijn.

Geplaatst in Grondrechten, Not-for-profit, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , | Plaats een reactie

De toekomst van Nederland bij Stichting Toekomstbeeld der Techniek en De Toekomst Kamer

Tot voor kort had ik er nog nooit van gehoord: Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT), maar volgens hun achtergrondverhaal (1, 2) bestaat de stichting al meer dan vijftig jaar en is het opgericht door het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI).

Hoewel STT een stichting is, wordt gezegd dat organisaties er ‘lid’ van kunnen worden [1].

In de beschrijving van de organisatie [2] kom ik geen leden tegen, wel leden van het algemeen bestuur, dat in de zomer bijeen komt tijdens een ‘diner pensant‘.
Aan het overzicht van bestuursleden valt af te lezen dat het het bestuur grotendeels uit de overheid afkomstig is (rijksoverheid, provincies, gemeenten, universiteiten e.d.) plus een aantal vertegenwoordigers van de semi-overheid en pseudo-overheid (een grootbank en energiebedrijven). Verder zie ik een aantal grote bedrijven.
Vertegenwoordigers van burgerrechtenorganisaties kom ik niet tegen [3]. Dus waarom men meent vertegenwoordigers van ‘de maatschappij’ te hebben is mij een raadsel.

Het zal me benieuwen wie van de leden van het bestuur de stichting als uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s) in het ubo-register heeft ingeschreven. Aangezien de rijksoverheid ruim vertegenwoordigd is lijkt het me logisch dat de minister-president als ubo is geregistreerd.

De Toekomst Kamer
Een van de initiatieven van STT heet ‘De Toekomst Kamer’, lees er hier meer over. Dit is een denktank, met een eigen site. De activiteiten worden als volgt beschreven:

Wij zijn De Toekomst Kamer
Een denktank van overheidsorganisaties, kennisinstituten, marktpartijen en het maatschappelijk middenveld. Met meer dan 50 organisaties vormen wij de onafhankelijke buitenwacht. Wij geven geen adviezen, maar stellen vragen. Wij bieden onze inzichten belangeloos aan Tweede Kamercommissies aan en ondersteunen hen zo (ongevraagd) bij voorbereidend onderzoekswerk.
Ons doel is niet om meningen te beïnvloeden, maar om expertise te bevorderen. Wij hopen dat de langetermijnimplicaties van technologie op de samenleving hiermee structureler worden meegewogen in besluitvorming. Deze deskundigheid moet eraan bijdragen dat er door de Tweede Kamer beter geïnformeerde besluiten voor de toekomst worden genomen.

Op 28 maart 2024 is van 16:00-18:30 uur de lancering van dit initiatief in Nieuwspoort.

Bijdrage
Ik zal in de toekomst eens kijken of ik kan uitvinden of de STT een maatschappelijke bijdrage heeft geleverd.

 

Noten:

[1] Dat is juridisch onjuist. Alleen verenigingen kennen leden.
[2] Op deze pagina staat dat STT een Algemeen Bestuur heeft met ruim “ruim zestig vertegenwoordigers van de top van de overheid, het bedrijfsleven, de onderzoekswereld en de maatschappij“.
[3] Ik kon niet alle organisaties die worden genoemd thuis brengen.

Geplaatst in Grondrechten, Stichting en vereniging, Ubo-register | Plaats een reactie

DNB rapporteert over succes van het beleid ter ontmoediging van contante betaling

Eerder schreef ik over het interview met DNB-directeur Vermeulen over het gebruik van contanten.
Recent publiceerde de bankentoezichthouder een artikel over het betalingsgedrag van Nederlandse consumenten onder de titel ‘Thuiswonende tiener betaalt nog opmerkelijk vaak contant‘. Er wordt verwezen naar een Engelstalig rapport (pdf).

In het artikel wordt door DNB gemeld dat het beleid tot ontmoediging van contante betaling succesvol is. Werd in 2013 nog gemiddeld 57% van de totale waarde aan kassa aankopen met brief- of muntgeld afgerekend, in 2022 was dat percentage gedaald naar 15%.

Volgens de samenvatting heeft DNB vastgesteld dat er in Nederland de volgende typen consumenten zijn [1]:

  • Familiegerichte consumenten met een middeninkomen, zij betalen weinig met contanten (14% van hun uitgaven).
  • Oudere traditionele bankgebruikers, zij betalen relatief veel contant (zo’n 28% van hun uitgaven).
  • Stedelijke consumenten met een hoog inkomen, zij betalen weinig met contanten (11% van hun uitgaven).
  • Financieel uitgedaagde consumenten [2], zij betalen veel met contanten (30% van hun uitgaven).
  • Jonge & laagwaardige aankoop consumenten, zij betalen veel met contanten (25% van hun uitgaven).

Uit het overzicht volgt dat vooral hoog opgeleide en rijke mensen weinig contant betalen, zie ook pagina 12 over de Affluent Online Consumers. Dit verschijnsel zal ook samen hangen met de vaardigheden die nodig zijn om veilig digitaal te kunnen betalen. De meeste digitale producten worden ontwikkeld voor die groep.

Het rapport besluit met de tekst [3]:

Het identificeren van groepen betalingsgebruikers stelt ons in staat om een alomvattend en meer holistisch beeld te vormen van het betalingsgedrag, dat kan helpen bij het nemen van beslissingen over de toekomst van contant geld. Deze analyse brengt niet alleen de verschillende betalingsgedragingen aan het licht, maar ook het verband tussen sociaaleconomische factoren en betalingsvoorkeuren. Dit vormt de basis voor beleidsmaatregelen om de financiële inclusie te verbeteren en de toegang tot betalingssystemen voor alle bevolkingssegmenten te verbreden. Door deze verbanden beter te begrijpen, kunnen beleidsmakers maatregelen op maat nemen, van het ondersteunen van digitale inclusieprogramma’s voor minder digitaal geletterde groepen tot het stimuleren van innovatieve betaaloplossingen die aansluiten bij de behoeften van oudere consumenten.

In gewoon Nederlands: het maakt het mogelijk om beter beleid te ontwikkelen ter afschaffing van contant geld.

 

Noten:

[1] In de tekst: “Family-Centric Middle-Income Consumers, Senior Traditional Banking Users, High-Income Urban Consumers, Financially Challenged Consumers and Young & Low Value Purchase Consumers” (pagina 14). Zie voor een kort overzicht met kenmerken pagina 9 van het rapport.

[2] Beschrijving: “This group comprises individuals who have relatively low incomes and face financial difficulties, making it challenging for them to make ends meet. They have slightly below-average education levels. This group is less likely to have kids and tends to reside in urban areas. The average purchase values are quite low for this cluster. Cash usage is high compared to the other clusters and the average, with 30% of their purchase value conducted in cash.“. Machinevertaling: “Deze groep bestaat uit mensen met een relatief laag inkomen en financiële problemen, waardoor het voor hen een uitdaging is om de eindjes aan elkaar te knopen. Hun opleidingsniveau ligt iets onder het gemiddelde. Deze groep heeft minder vaak kinderen en woont meestal in stedelijke gebieden. De gemiddelde aankoopwaarde is vrij laag voor deze groep. Het gebruik van contant geld is hoog in vergelijking met de andere clusters en het gemiddelde: 30% van hun aankoopwaarde wordt contant gedaan.

[3] Dit is een machinevertaling van: “Identifying payment user groups allows us to form a comprehensive and more holistic view of payment behaviour, which can help inform decisions regarding the future of cash. This analysis not only reveals the diverse payment behaviours but also highlights the link between socio-economic factors and payment preferences. It sets the stage for policy measures aiming to improve financial inclusion and broaden access to payment systems across all population segments. By better understanding these connections, policymakers can take tailored actions, from supporting digital inclusion programmes for less digitally literate groups to fostering innovative payment solutions that suit older consumers’ needs.

 

 

Meer informatie op dit blog in de berichten over , en .

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | 1 reactie

Kritisch advies Autoriteit Persoonsgegevens over verwerking persoonsgegevens door FIU-Nederland

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) maakte deze maand bekend dat in mei 2021 advies (pdf) is uitgebracht over een voorgestelde wijziging van het Besluit politiegegevens ter implementatie van een Europese richtlijn (Richtlijn (EU) 2019/1153). In de bekendmaking staat:

Om ernstige vormen van criminaliteit (waaronder witwassen en financieren van terrorisme) effectief tegen te gaan, is efficiënte gegevensuitwisseling tussen de betrokken overheidsinstanties van belang. Op grond van het concept kunnen opsporingsdiensten gegevens die zij ontvangen van de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland) ook gebruiken voor ‘andere doeleinden’. Het hoofd van de FIU-Nederland moet daarvoor wel eerst toestemming geven. 

De AP oordeelt dat het concept een te beperkte invulling geeft aan de verplichte toestemming, waardoor verwerking veel ruimer mogelijk wordt dan de richtlijn toestaat. De AP heeft op dit punt bezwaar tegen het concept en adviseert de procedure alleen voort te zetten als het bezwaar is weggenomen.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie