Twitter veroordeeld door de Franse rechter wegens schending consumentenrechten

Begin augustus werd bekend dat internetgigant Twitter is veroordeeld door de Franse rechter op verzoek van een Franse consumentenorganisatie, UFC-Que Choisir. Strekking van de uitspraak is dat Twitter zijn algemene voorwaarden moet aanpassen.

Meer informatie:

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

De integere toekomst van Nederland

De ING-zaak levert een ongelofelijke hoeveelheid artikelen op waarin auteurs over elkaar heen buitelen met integriteitsverhalen.
De compliance industrie ziet gouden kansen om alle ondernemingen in Nederland te beschermen tegen het OM en DNB.

Monitoring
Ook BigTech wil AML diensten gaan bieden zo blijkt uit dit bericht over Microsoft.

Iemand uit de accountancy schrijft dat het tijd is dat accountants hun klanten permanent gaan monitoren. Steekwoorden: Continuous Monitoring, Continuous Auditing, Continuous Business Assurance en Assurance Everyday. Doe er nog een sausje blockchain overheen en lekker pruttelen!
Dat is iemand die gelooft in het heil van transparantie en surveillance. Waar doet dat ook al weer aan denken… Gelukkig weet de privacybeweging niets van de witwasbestrijding en van de transparantie-illusies van de witwasbestrijders.

Staartje van de muis
Het ING-muisje kan een lang staartje krijgen. Nu maar hopen dat het niet ten nadele van burger en ondernemer uitwerkt. Want banken zijn bezig om zich terug te trekken en hun diensten te weigeren. Waarom ze dat doen wordt onder meer uitgelegd in een bericht op een blog waarin een Nederlandse grootbank wordt geciteerd, die vertelt hoe moeilijk iets is dat zij al heel lang doen.

Veel te lezen
Een kleine greep uit alles wat er geschreven wordt:

 


Aanvullingen

Aanvulling 19 september 2018 – de integriteitsverhalen
Het buitelen van alle stuurlui aan de wal gaat vrolijk door:

Aanvulling 11 maart 2025 – big tech in de compliance industrie
Big tech is druk met antiwitwassoftware, niet alleen Microsoft die ik hiervoor noemde.
In 2023 stond in Tweakers: Google Cloud onthult antiwitwasmodel op basis van AI.
Tweakers meldde over IBM “IBM mikt met deze nieuwe hardware op toepassingen als fraudedetectie, antiwitwaspraktijken en AI-assistenten“.
Het zou me niet verbazen als dit het topje van de ijsberg is.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Anwaltspostfach BeA: Geheimhaltung von Nachrichten ist nicht so wichtig

Eerder schreef ik over de berichtendienst voor Duitse advocaten, het Anwaltspostfach, “BeA”. Het blijft tobben, zo lees ik in dit bericht bij Golem: Anwaltspostfach BeA: Geheimhaltung von Nachrichten ist nicht so wichtig.


Aanvulling 6 augustus 2019
Op Golem las ik Besonderes elektronisches Anwaltspostfach kann kein Deutsch, 5 augustus 2019. Intro:

Mail rechtzeitig verschickt, Frist aber trotzdem versäumt: Das BeA kommt mit Umlauten nicht klar, der Absender einer Nachricht erfährt davon aber nichts.

Aanvulling 12 augustus 2019
Het is nog steeds niet in orde: BEA: Besonderes elektronisches Anwaltspostfach kann kein Deutsch, aldus Golem op 5 augustus 2019.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], ICT, privacy, e-commerce | Tags: | Plaats een reactie

Advo-countant in het strafrecht, kan dat?

 

Voor Accountancy Vanmorgen schreef ik onderstaand artikel.

Advo-countant in het strafrecht, kan dat?

Onlangs is een forensisch accountant advocaat geworden bij een kantoor dat zich in het strafrecht heeft gespecialiseerd. Kennelijk is hij ook jurist en heeft hij de kwalificaties om advocaat te kunnen zijn. Maar de uitoefening van de forensische accountancy lijkt me dan niet meer mogelijk.

Partijdigheid
Het voeren van de titel accountant is alleen mogelijk als betrokkene is ingeschreven in het register en zich houdt aan de voorschriften van Wet op het accountantsberoep. Weliswaar kent de accountancy het merkwaardige fenomeen van de ‘accountant in business’, maar zo’n accountant heeft wel allerlei verplichtingen, die onder andere zijn terug te vinden in de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Dat betekent onder meer dat dat de accountant niet betrokken mag zijn bij, of in verband mag worden gebracht met niet-integer handelen van anderen (artikel 7 VGBA). Dat lijkt voor een accountant die als strafadvocaat actief is niet uitvoerbaar.
Een interessant kluifje is ook of de fundamentele beginselen van de VGBA wel in overeenstemming zijn met gedragsregel 2 voor advocaten. Deze gedragsregel behelst het voorschrift dat de advocaat onafhankelijk is en dat het belang van de cliënt de wijze bepaalt waarop de advocaat zijn zaken behandelt.
Voor zover mij bekend is er nog geen tuchtuitspraak over de vraag of een accountant wel advocaat kan zijn.

Wwft
De forensisch accountant kan zichzelf uitschrijven als accountant, maar als hij als forensisch onderzoeker werkzaamheden verricht, zal hij wel te maken krijgen met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Die wet is niet van toepassing op advocaten als zij rechtsbijstand verlenen, maar geldt wel voor degenen die beroepsactiviteiten verrichten vergelijkbaar met de forensische accountancy. De hoedanigheid van advocaat heeft daar geen invloed op. Consequentie is dat de onderzoeker het op grond van de Wwft voorgeschreven cliëntenonderzoek moet uitvoeren en ongebruikelijke transacties dient te melden bij FIU-Nederland.
Overigens lijkt me dat het lastig kan zijn om tot het door de Wwft voorgeschreven resultaat van het cliëntenonderzoek te komen, zeker als dat een verscherpt onderzoek behoort te zijn.
De Wwft geldt niet als de uitzondering voor rechtsbijstand van toepassing is. Die uitzondering geldt alleen voor belastingadviseurs, advocaten, notarissen en beoefenaren van een gelijksoortig juridische beroep of bedrijf.
Of de combinatie van de werkzaamheden van advocaat met forensisch onderzoek wel toegestaan is op grond van de regels voor de advocatuur, vraag ik me overigens af.

Rechtskundige dienstverleners
Accountants worden steeds vaker gevraagd om juridische oordelen te geven in het kader van hun beroepsactiviteiten. Een van de vele voorbeelden is de controle van de verantwoording die moet worden afgelegd door organisaties die zich aan de Wet Normering Topinkomens (WNT) moeten houden. Dat vergt een juridische beoordeling of de organisatie onder WNT valt, wie de topfunctionarissen zijn en of de bezoldiging van de topfunctionarissen juridisch juist is verantwoord.
Naar mijn idee wordt het tijd om te erkennen dat accountants behoren tot de beoefenaren van juridische en rechtskundige dienstverlening, zoals Ecorys in een rapport uit 2014 al schreef en is alle aanleiding tot een ingrijpende herziening van het onderwijs en de beroepsregels te komen.
Zo lang dat niet is gebeurd, zal moeten worden afgewacht hoe het advo-countants tuchtrechtelijk vergaat.

 

NB Accountancy Vanmorgen schreef al eerder over de advo-countant, Accountantskamer: Accountant die ook advocaat is zou zich moeten uitschrijven

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht, Wet Normering Topinkomens | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

ACM | Digitaal misbruiken van voorspelbaar consumentengedrag moet stoppen

Onlangs verscheen op de site van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderstaand bericht over het opinieartikel van ACM bestuurder Hijmans in het FD:

Digitaal misbruiken van voorspelbaar consumentengedrag moet stoppen
Het Financieele Dagblad publiceerde op donderdag 6 september een opinieartikel van Cateautje Hijmans van den Bergh over keuzearchitectuur. Zij is binnen het bestuur van de ACM verantwoordelijk voor het onderwerp ‘digitale economie’, een van de onderwerpen op de ACM-agenda 2018-2019.

Consument krijgt te vaak producten aangeboden die inferieur zijn aan eigen keuzes
Bedrijven weten steeds meer van ons als consument. Die kennis kan ten goede, maar ook ten kwade gebruikt worden. Dat vraagt om een nieuwe standaard, een zorgplicht die daarop is toegesneden. Daarvoor is een discussie op Europees niveau nodig. Laat de industrie zich daarin ook roeren en het voortouw nemen. Met mogelijk zelfregulering als uitkomst, inclusief een stok achter de deur.

Waarom zijn de risico’s op misbruik online eigenlijk groter aan het worden dan offline? Dat heeft te maken met de mogelijkheden voor bedrijven om de consument – inclusief zijn zwaktes – steeds beter te leren kennen. Hotelboekingssites, telecomaanbieders, webwinkels, zoekmachines en appstores – via slimme algoritmes bepalen zij welk aanbod onder onze aandacht wordt gebracht. En via het voortdurend testen van hun websites en apps (A/B-testing) leggen ze consumenten de keuzes steeds slimmer voor. Ze optimaliseren de zogenaamde ‘keuzearchitectuur’ en bepalen in hoge mate wat we kiezen.
Dat kan, omdat wij, consumenten, eigenlijk heel voorspelbaar zijn. Zo klikken we bij de resultaten van een online zoekopdracht in 75% van de gevallen op een van de eerste vier zoekresultaten, ongeacht de kwaliteit of relevantie. In de appstores kiezen wij in 87% van de gevallen voor een app uit de gepresenteerde top vijf. En bij zorgverzekeringen kiezen we voor de middelste van drie opties. Of voor ‘meest gekozen’.
Dit scheelt ons een hoop tijd. Daarnaast blijkt trouwens dat als je zelf minder in het keuzeproces hebt geïnvesteerd, je achteraf ook veel minder onvrede of twijfel kent. Helemaal niet zo gek dus, zo’n keuzearchitectuur. Zolang de architect maar niet dwars tegen jouw belangen in gaat.
Feit is dat het belang van de consument het soms verliest van het belang om de verkoop te verhogen. Hoe zorgen we dat bedrijven consumenten niet stiekem in hun grootste valkuilen laten vallen?
We weten dat we als mensen beperkt rationeel zijn en vaak beslissingen nemen op basis van impulsen in plaats van intenties. Of anders gezegd: wie het menu bepaalt, bepaalt de uitkomst. En dan wil je als consument niet dat de ‘kok’ daar misbruik van maakt. Bijvoorbeeld door ons ongemerkt en stelselmatig te laten kiezen voor een product waar het platform een hogere commissie voor krijgt, of om de standaardinstellingen zo te houden dat er grote hoeveelheden data worden uitgelezen.

Deceived by design‘ noemt de Noorse consumentenorganisatie dat in een recent rapport. Wij signaleren dat deze technieken steeds vaker worden toegepast en zien hier risico’s in.
Door ongewenste sturing komen consumenten lang niet altijd bij de voor hen meest optimale beslissing uit. Onderzoek laat zien dat wij gemiddeld vaker producten aangeboden krijgen die inferieur zijn aan de producten die we zelf hadden uitgezocht.
Zo kan slechts 3% van de consumenten de beste lening vinden als deze op de tweede pagina van de zoekresultaten wordt getoond, tegen 27,5% als de resultaten in willekeurige volgorde getoond worden. En 72% van de Nederlandse premiebetalers heeft volgens een recente studie van de Autoriteit Consument en Markt en de Nederlandse Zorgautoriteit een basisverzekering waarvoor een vergelijkbaar – maar goedkoper – alternatief bestaat. 80% van ons kiest voor een privacyvriendelijke app als informatie over privacy prominenter wordt weergegeven, versus 30% als die informatie moeilijk te vinden is.
Het consumentenrecht richt zich vooral op informatievoorziening, die de ‘redelijk geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument’ moet helpen bij het maken van zijn keuze. Maar ook online diensten die hun informatievoorziening op orde hebben, kunnen de omgeving zo ontwerpen dat consumenten toch gestuurd worden naar voor hen schadelijke keuzes.

In onlangs gepresenteerde voorstellen van de Europese Commissie (‘New Deal’) staat dat bedrijven transparant moeten zijn naar de consument over de parameters die zij gebruiken om de keuzeomgeving vorm te geven. Daar is dus al aandacht voor. Nu nog de stap van transparantie naar verantwoordelijk gedrag.

Cateautje Hijmans van den Bergh is binnen het bestuur van de Autoriteit Consument en Markt verantwoordelijk voor het onderwerp ‘digitale economie’, een van de onderwerpen op de ACM-agenda 2018-2019.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Wet van het Dubbele Werk | banken willen graag Wwft-naleving centraliseren

Uit een artikel dat vandaag in het FD verscheen, Banken willen betrouwbaarheidskeurmerk voor nieuwe klanten, blijkt dat banken de opsporing van criminaliteit en voorkoming van betrokkenheid bij criminelen (officieel “Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme“, Wwft) graag willen centraliseren. Grote accountants- en advocatenkantoren lopen zich al warm om een dergelijk systeem op te zetten.

Dat is begrijpelijk, want de Wwft is de Wet van het Dubbele Werk. Iedere Wwft-plichtige (waaronder banken, verzekeraars, accountants) moet hetzelfde cliëntenonderzoek bij dezelfde cliënt uitvoeren om criminaliteit te bestrijden.

Criminaliteitsbestrijding terug naar de overheid?
Eigenlijk is criminaliteitsbestrijding de taak van de overheid. Dus wordt het misschien eens tijd banken weer te nationaliseren? Of is het een idee de overheid het cliëntenonderzoek voor alle Wwft-plichtigen in Nederland uit te voeren? Lijkt me een mooie taak voor de screeningsautoriteit, Dienst Justis. Kan er meteen een mooi systeem worden opgezet met hoor en wederhoor en rechterlijke toetsing van het screeningsproces.

Bezinning
Het zou niet verkeerd zijn als de rijksoverheid en de Europese instellingen eens zouden nadenken over de vraag of het huidige systeem van witwasbestrijding is mislukt. Immers, de recent inwerkinggetreden 4e en 5e Europese antiwitwasrichtlijnen brengen geen wijziging in de basissystematiek, die wel eens fundamenteel fout zouden kunnen zijn.

NB Ik schreef al eerder over het dubbele werk dat de Wwft meebrengt.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Europe increases its control on financial institutions | AML supervision proposal for the banking and financial sector

Yesterday the European Commission announced its plans to revise supervision regulations in relation to the banking and financial sector.

The press release is as follows and includes references to other documents and information:

Stronger anti-money laundering supervision for a stable banking and financial sector
Strasbourg, 12 September 2018

On 12 September 2018, on the occasion of his State of the Union Address, President Jean-Claude Juncker said: “Europeans expect a Union that protects them. Today, we propose measures to allow us to fight money laundering more effectively across borders.”

The European Commission is proposing today to further strengthen the supervision of EU financial institutions to better address money-laundering and terrorist financing threats.

While the EU has strong anti-money laundering rules in place, recent cases involving money laundering in some EU banks have raised concerns that those rules are not always supervised and enforced effectively across the EU. This not only creates risks for the integrity and reputation of the European financial sector, but may also have financial stability implications for specific banks. As part of the broader efforts to complete the Banking Union and the Capital Markets Union, the European Commission therefore proposes today to amend the Regulation establishing the European Banking Authority (EBA) in order to reinforce the role of the EBA in anti-money laundering supervision of the financial sector. This is part of an overall strategy to strengthen the EU framework for prudential and anti-money laundering supervision for financial institutions, which the Commission is setting out in a Communication. These measures will contribute to promoting the integrity of the EU’s financial system, ensuring financial stability and protection from financial crime.

Commission Vice-President Valdis Dombrovskis, responsible for Financial Stability, Financial Services and Capital Markets Union, said: “Europe’s Banking Union must be built on the highest standards of integrity. Anti-money laundering supervision has failed all too often in the EU. Today we are enabling the European Banking Authority to make sure that different supervisors cooperate and exchange information and that anti-money laundering rules are enforced effectively across EU countries. The EBA will also be entitled to request investigation into alleged breaches of the rules and will become Europe’s phone number for cooperation with international partners on issues related to combatting money laundering in the financial sector.”

Commissioner for Justice, Gender Equality and Consumers, Vĕra Jourová, said: “Europe has the strongest anti-money laundering rules in the world. But recent cases in the banking sector showed that they are not always supervised and enforced with the same high standards everywhere across the EU. Our system is as strong as our weakest link. In times where money moves across borders at the click of a mouse, we must ensure supervision that is pro-active and fast. Today’s changes will make sure the rules are evenly enforced throughout the EU.”

Enhancing the role of the European Banking Authority
The Commission is proposing to concentrate anti-money laundering powers in relation to the financial sector within the European Banking Authority and to strengthen its mandate to ensure that risks of money-laundering are effectively and consistently supervised by all relevant authorities and that the relevant authorities cooperate and share information.

The amended Regulation will:

  • ensure that breaches of anti-money laundering rules are consistently investigated: the EBA will be able to request national anti-money laundering supervisors to investigate potential material breaches and to request them to consider targeted actions – such as sanctions;
  • provide that the national anti-money laundering supervisors comply with EU rules and cooperate properly with prudential supervisors. The EBA’s existing powers will be reinforced so that, as a last resort if national authorities do not act, the EBA will be able to address decisions directly to individual financial sector operators;
  • enhance the quality of supervision through common standards, periodic reviews of national supervisory authorities and risk-assessments;
  • enable the collection of information on anti-money laundering risks and trends and fostering exchange of such information between national supervisory authorities (so-called data hubs);
  • facilitate cooperation with non-EU countries on cross-border cases;
  • establish a new permanent committee that brings together national anti-money laundering supervisory authorities.

Making full use of existing supervisory tools
The Commission is also presenting a strategy to improve information exchange and cooperation between prudential and anti-money laundering authorities. It invites the European Supervisory Authorities, and in particular the EBA, to adopt guidancesupporting prudential supervisors in integrating anti-money laundering aspects into their various tools and ensuring supervisory convergence.

The Commission also invites the European Central Bank to conclude with anti-money laundering supervisors a multilateral memorandum of understanding on exchange of information by 10 January 2019 – as required by the fifth Anti-Money Laundering Directive.

Next steps
Today’s proposal to strengthen the European Banking Authority’s role will now be discussed by the European Parliament and Council. These targeted amendments will feed into the ongoing discussions of the Commission proposal to review the European Supervisory Authorities’ (ESAs) Regulations, adopted by the Commission in September 2017, intending to strengthen the capacity to the ESAs to ensure convergent and effective financial supervision. The Commissions encourages the European Parliament and the Council to reach agreement on these proposals swiftly.

Background
The fight against money-laundering and terrorist financing is a priority for the Juncker Commission, and it is an integral part of the risk-reduction agenda pursued within the Banking Union and the Capital Markets Union. The adoption of the fourth – in force since June 2017- and the fifth Anti-Money Laundering Directives – in force since 9 July 2018 and to be transposed by January 2020 – has considerably strengthened the EU regulatory framework, including rules on cooperation between anti-money laundering and prudential supervisors. The Commission is closely following the correct implementation of the 4th Anti-Money Laundering Directive including through infringement procedures where necessary.

Despite this strengthened legislative framework, some recent cases of money laundering in European banks have given rise to concerns on the articulation between the prudential and anti-money laundering rules for financial institutions.

These concerns have been echoed by the Council, by Finance Ministers, most recently by Eurogroup President Centeno, in his letter of 25 June 2018 to the President of the European Council, Tusk. The Franco-German Meseberg declaration and roadmap issued on 19 June 2018 also highlights this issue.

In May 2018, the European Commission set up a working group bringing together the European Supervisory Authorities, the European Central Bank and the Chair of the Anti-Money Laundering Committee, to reflect on possible actions to ensure seamless cooperation between anti-money laundering and prudential supervisors in the European Union.

For more information

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Leidraad Bureau Financieel Toezicht in voorbereiding | openbare consultatie gewenst inzake toezichthoudersregelgeving over onder meer Wwft-compliance en -audit

De Wwft-toezichthouder voor onder meer accountancy en notariaat, het Bureau Financieel Toezicht (BFT), deelt op haar website mee dat een nieuwe leidraad Wwft in voorbereiding is, waarin onder andere aan de orde zal komen in welke gevallen een Wwft-plichtige onderneming verplicht is om een ‘onafhankelijke en effectieve compliancefunctie en onafhankelijke auditfunctie’ in te stellen, zoals artikel 2d Wwft voorschrift. De wet legt deze verplichting alleen op als dat “evenredig” is aan de aard en de omvang van de instelling. BFT schrijft dat het bij ‘aard en omvang’ om een combinatie van factoren gaat, dus niet alleen de grootte van de instelling naar aantal medewerkers, maar ook bijvoorbeeld naar de aard van de werkzaamheden. Het Bureau deelt mee dat zij de criteria bekend zal maken bij het verschijnen van de specifieke leidraad naleving Wwft, die ultimo september 2018.

Hier zijn kanttekeningen mee te maken, allereerst lijkt het er op dat de Wwft-toezichthouder eigen regels maakt. Zoiets hoort bij een democratisch gecontroleerde wetgever thuis. In de tweede plaats kent het BFT een grote groep toezichtsubjecten die nauwelijks van de Wwft op de hoogte zijn. Dit is een goed moment om deze grote groep MKB-ondernemingen meer bij de witwasbestrijding te betrekken, niet door boetes uit te delen, maar door ze te laten mee denken over hoe het praktisch moet.

Openbare consultatie nodig
Naar mijn mening is het innemen van een standpunt over iets wat organisatorisch zeer belangrijk is voor een grote groep Wwft-plichtigen iets wat niet mag gebeuren zonder dat een openbare consultatie heeft plaats gevonden. Ik nodig iedereen uit om hier bij het BFT op aan te dringen.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Burgerservicenummer | “Het BSN kan weg”

Begin september werd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) bekend gemaakt dat het burgerservicenummer, het ‘BSN’, waarmee de overheid burgers identificeert, vanwege de privacy- en securityrisico’s van de voorkant van het paspoort verdwijnt.
Eerder tikte de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) de belastingdienst op te vingers, vanwege het gebruik van het BSN in het btw-nummer van kleine ondernemers, wat gemopper van de overheid opleverde, omdat het ‘moeilijk’ zou zijn aan de opdracht van de AP te voldoen.

Ik attenderde IT-auditor Jan Matto op het bericht van de RvIG. Zijn reactie:

BSN is achterhaald idee van voor internettijdperk.
Een identifier die echt overal rondslingert in bestanden van Joost-mag-weten-wie is onbeheersbaar.
Een identifier die ik niet kan resetten na calamiteit geeft ook te denken.
Ik ga voor een BSN-loze maatschappij. Het kan weg.

Daar ben ik het helemaal mee eens!

 

Bericht van de RvIG op twitter

 

Reactie IT-auditor Jan Matto

 

Meer informatie:

 


Aanvulling 27 januari 2021
Een van de advocaten van de benadeelden van de toeslagenaffaire vraagt om een nieuw bsn voor de benadeelden, zodat men op die manier minder last heeft van de fouten die de overheid heeft gemaakt. Het geeft aan hoe kwetsbaar het bsn is.

 

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | 1 reactie

Raad van State: “burger mag niet in de knel komen door digitaliserende overheid”

Net als de Nationale Ombudsman en het Rathenau Instituut vraagt de Raad van State aandacht van de rijksoverheid voor de gevolgen van digitalisering voor de burger. Onderstaand de samenvatting:

Burger mag niet in de knel komen door digitaliserende overheid
Donderdag 6 september 2018

Digitalisering biedt de samenleving veel voordelen en kansen. Tegelijkertijd mag de burger niet de dupe worden van verdergaande digitalisering bij de overheid. Bij het digitaal communiceren door de overheid staat het gemak van het functioneren van de overheid voorop. Digitale communicatie en gegevensverwerking verlopen nog niet gecoördineerd. Overheidsorganen staan nog onvoldoende stil bij de gevolgen daarvan voor de verhouding tussen de overheid en de burger.
Dit staat in een advies van de Afdeling advisering van de Raad van State dat vandaag (6 september 2018) is gepubliceerd. In haar advies wijst de Afdeling advisering op knelpunten bij digitale overheidscommunicatie en bij wetgeving. Ook geeft zij een aantal adviezen om die te verbeteren.

Toegankelijkheid digitale overheid
Voor burgers is digitaal contact met de overheid niet altijd even gemakkelijk. De overheid bestaat feitelijk uit honderden organisaties die digitalisering niet allemaal op dezelfde manier aanpakken. Daardoor kan de burger het spoor bijster raken. Dat geldt des te meer voor mensen die door omstandigheden minder zelfredzaam zijn. Van hen kan niet altijd worden verwacht dat zij alle digitale kanalen van overheidsorganen in de gaten houden en de weg kunnen vinden in de digitale uitvoering van regels. Toegang tot de overheid is een beginsel van behoorlijk bestuur. De Afdeling advisering raadt daarom aan om dit beginsel ook bij een digitaliserende overheid voortdurend in het oog te houden. Burgers hebben recht op zinvol contact met de overheid, waarbij zij serieus worden genomen en hun eigen gegevens kunnen inzien en (waar nodig) corrigeren.

Ook digitaal genomen besluiten goed motiveren
Overheidsorganen gebruiken steeds vaker computers om besluiten voor hen te nemen. Deze besluiten komen tot stand door het gebruik van geautomatiseerde beslisregels (algoritmes), die volautomatisch besluiten nemen, zonder menselijke tussenkomst. Burgers kunnen dan niet meer nagaan welke regels de overheid toepast en welke gegevens zij voor een besluit gebruikt. De Afdeling advisering raadt daarom aan om scherp te letten op een goede motivering van besluiten. Daarbij moet duidelijk zijn welke beslisregels de overheid heeft toegepast en wat de bron is van de ingevoerde gegevens. Bij geautomatiseerde besluitvorming blijft maatwerk belangrijk. Een menselijke blik blijft nodig, om te beoordelen of van de regels moet worden afgeweken. Sommige besluiten kan een overheidsorgaan niet zonder menselijke interventie nemen, wil er met alle omstandigheden rekening kunnen worden gehouden. Alleen op die manier kan een overheidsorgaan voorkomen dat het individuele burgers onevenredig benadeelt.

De digitale werkelijkheid in wetgeving
De wetgever lijkt niet altijd voldoende rekening te houden met de nieuwe digitale werkelijkheid. Daarom vindt de Afdeling advisering het verstandig dat de wetgever bij nieuwe wetten en regels al vanaf het begin aandacht besteedt aan de gedigitaliseerde uitvoering van die wetten en regels. Dat moet precies en gestandaardiseerd, juist als voor een gedigitaliseerde uitvoering wordt gekozen. Verder moet de wetgever zich bewust blijven van de mogelijkheid dat ICT zich sneller ontwikkelt dan wetten en regels kunnen bijbenen.

Ongevraagd advies
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert in de regel over wetsvoorstellen die regering en parlement aan haar voorleggen. Zij kan echter ook advies geven zonder dat een concreet wetsvoorstel voorligt. Dat heet dan een ongevraagd advies. Dit advies over digitalisering is daar een voorbeeld van. Het advies haakt aan bij de Agenda Digitale Overheid ‘NL DIGIbeter’ die de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in juli van dit jaar aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. Daarmee wil het kabinet invulling geven aan het voornemen in het regeerakkoord om een brede agenda voor de verdere digitalisering van het openbaar bestuur op verschillende niveaus tot stand te brengen. Het advies van de Afdeling advisering is onder andere voorbereid in gesprekken met de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman en de Autoriteit Persoonsgegevens. Verder is gesproken met het Rathenau-instituut, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en met deskundigen van diverse ministeries.

Lees hier de volledige tekst van het advies.

Abonneren op nieuwsbrieven van de Nationale Ombudsman: via deze pagina.


Aanvulling 20 september 2018
Dit advies komt aan de orde tijdens de studiemiddag van VAR Vereniging voor bestuursrecht van 11 oktober a.s.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie