EDPB opinion on ePrivacy

On 13 March 2019 European Data Protection Board (EDPB) published an important opinion on the interplay between the ePrivacy Directive and the GDPR, in particular regarding the competence, tasks and powers of data protection authorities. EDPB also published a statement on the ePrivacy Directive.

In Chapter 7 EDPB draws interesting conclusions:

* Does the mere fact that the processing of personal data triggers the material scope of both the GDPR and the ePrivacy Directive, limit the competences, tasks and powers of data protection authorities under the GDPR? In other words, is there a subset of data processing operations they should set aside, and if so when?

86. When the processing of personal data triggers the material scope of both the GDPR and the ePrivacy Directive, data protection authorities are competent to scrutinize the data processing operations which are governed by national ePrivacy rules only if national law confers this competence on them, and such scrutiny must happen within the supervisory powers assigned to the authority by the national law transposing the ePrivacy Directive.
87. Data protection authorities are competent to enforce the GDPR. The mere fact that a subset of the processing falls within the scope of the ePrivacy directive, does not limit the competence of data protection authorities under the GDPR.

* When exercising their competences, tasks and powers under the GDPR, should data protection authorities take into account the provisions of the ePrivacy Directive, and if so to what extent? In other words, should infringements of national ePrivacy rules be set aside when in assessing compliance with the GDPR, and if so when?

88. The authority or authorities that are appointed as competent in the meaning of the ePrivacy Directive by Member States is exclusively responsible for enforcing the national provisions transposing the ePrivacy Directive that are applicable to that specific processing operation, including in cases where the processing of personal data triggers the material scope of both the GDPR and the ePrivacy Directive. Nevertheless, data protection authorities remain fully competent as regards any processing operations performed upon personal data which are not subject to one or more specifics rules contained in the ePrivacy Directive.
89. An infringement of the GDPR might also constitute an infringement of national ePrivacy rules. The data protection authority may take this factual finding as to an infringement of ePrivacy rules into consideration when applying the GDPR (e.g., when assessing compliance with the lawfulness or fairness principle under article 5(1)a GDPR). However, any enforcement decision must be justified on the basis of the GDPR, unless the data protection authority has been granted additional competences by Member State law.
90. If national law designates the data protection authority as competent authority under the ePrivacy Directive, this data protection authority has the competence to directly enforce national ePrivacy rules in addition to the GDPR (otherwise it does not).

* To what extent is the cooperation and consistency mechanisms applicable in relation to processing that triggers, at least in relation to certain processing operations, the material scope of both the GDPR and the ePrivacy Directive?

91. The cooperation and consistency mechanisms available to data protection authorities under Chapter VII of the GDPR, concern the monitoring of the application of GDPR provisions. The GDPR mechanisms do not apply to the enforcement of the national implementation of the ePrivacy Directive. The cooperation and consistency mechanism remains fully applicable, however, insofar as the processing is subject to the general provisions of the GDPR (and not to a “special rule” contained in the ePrivacy Directive).

 

Some reactions on twitter

ooo

ooo

ooo

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Claimstichtingen: nuttig maar let er wel op of ze aan de Claimcode voldoen

Claimstichtingen kunnen nuttig zijn om de kosten van procederen te verdelen en laag te houden, maar er zit ook kaf onder het koren. Een heel bijzondere claimstichting komt voor in een uitspraak van Hof Amsterdam van 12 maart jl.

Loterijverlies
In deze zaak stelde Loterijverlies.nl B.V. (‘de bv’) hoger beroep in tegen de een uitspraak van de rechtbank (met als wederpartij een groep particulieren). Uit de uitspraak blijkt dat deze bv in 2008 een stichting heeft opgericht, met als naam Stichting Loterijverlies.nl (‘de stichting’), waarvan de bv tot 29 februari 2016 bestuurder is geweest. Daarna was een limited gevestigd in Guernsey, Breton Ltd., bestuurder van de stichting, wat te denken geeft.

De stichting was opgericht om de belangen te behartigen van mensen die meenden benadeeld te zijn door het trekkingssysteem van de Staatsloterij. De stichting was succesvol in procedures bij een Gerechtshof en de Hoge Raad. De stichting trad daarbij op voor een groot aantal belanghebbenden, de uitspraak noemt ongeveer 194.000 personen.

Die belanghebbenden hadden geen goed gevoel bij de stichting, waaraan het optreden van Breton Ltd. zal hebben bijgedragen. Op verzoek van een aantal belanghebbenden is Breton Ltd. in 2016 bij voorlopige voorziening door de rechtbank geschorst en vervangen door een tijdelijk bestuurder. Diens opdracht was om onderzoek te verrichten naar bepaalde financiële transacties waarbij de stichting betrokken is geweest. Daarbij waren inschrijfgelden die door de belanghebbenden waren verschaft aangewend voor doeleinden waarvan de verenigbaarheid met het statutaire doel van de stichting niet dadelijk aannemelijk of inzichtelijk was. Het Hof bekrachtigde in 2017 deze voorlopige voorziening. Breton Ltd. is nadien afgetreden.

Vervolgens heeft de Rechtbank op verzoek van de belanghebbenden twee bestuurders bij de stichting benoemd. De bv was het daar niet mee eens. Die beslissing van de Rechtbank is onderwerp van dit hoger beroep. Het Hof oordeelt dat de Rechtbank op goede gronden op verzoek van belanghebbenden twee nieuwe bestuurders heeft benoemd, nadat Breton Ltd. was afgetreden. Een poging van de belanghebbenden om de integrale proceskosten vergoed te krijgen van de bv, mislukt.

Let op de Claimcode
Deze uitspraak geeft aan dat mensen die zich benadeeld voelen door een stichting, respectievelijk het bestuur van een stichting, niet met lege handen staan. Er zit echter wel een prijskaartje aan.

Hier is aan te zien dat claimstichtingen alleen een goedkope manier zijn om aan ‘je recht’ te komen als zij door integere mensen worden bestuurd. Om die reden is de zgn. ‘Claimcode’ in het leven geroepen. De vorige versie dateert van 2011 en onlangs is een geactualeerde versie, de Claimcode 2019, aan de minister voor Rechtsbescherming aangeboden. Rechters toetsen in zaken met claimstichtingen of de stichting aan de Claimcode voldoet.

 

Meer informatie:

Eerdere berichten op dit blog over claimstichtingen:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: | Plaats een reactie

From facial recognition to emotion reading | EPRS briefing on AI

The main principle of internet economics is theft. The internet giants tell us that we can share with other people, but in reality we share with these giants and all their adtech friends. We are sold by them on invisible markets.

Theft as a business principle
Facebook and Google do not only obtain information from those people that have an account with them, their ‘members’. They for instance collect all information from the address books of of their members, meaning personal information of persons who never have consented to this ‘sharing’ of their personal details with Facebook and Google. In such a way the nitwits that have my information in their address books, share my details with digital rogues.

To my irritation Microsoft’s LinkedIn keeps asking for access to my address book. Of professional secrecy (or privacy) this Microsoft company has never heard.

 

What if your emotions were tracked to spy on you?
A new dimension to these practices of digital theft is that in future not only our metadata and practical personal data are grabbed. The next stage is that our emotions will be grabbed and analyzed as well. This is something the internet giants already have started with. It will grow rapidly.

The European Parliamentary Research Service (EPRS) recently published a briefing on our future of emotion recognition, based on facial recognition (‘FR’) and other biometric methods, with the title “What if your emotions were tracked to spy on you?“.

Introduction:

Recent reports of celebrity singer, Taylor Swift, deploying facial recognition technology to spot stalkers at her concerts raised many eyebrows. What started out as a tool to unlock your smartphone or tag photos for you on social media is surreptitiously becoming a means of monitoring people in their daily lives without their consent. What impact and implications are facial recognition technology applications likely to have, and what can be done to ensure the fair engagement of this technology with its users and the public at large?

The briefing describes the current developments, for instance:

Emotion recognition may also one day be used by recruiters when hiring, or by employers to monitor the moods of employees and adapt the working environment empathetically, or even to track employees’ work engagement patterns.

I don’t think this is a good idea.

It looks as if EPRS is not aware that biometric log-in systems are not secure (read this old article by Schneier about that), when they write “new applications, such as face-enabled log-in systems, that are not in themselves problematic“. Furtunately EPRS realises that the new technology poses great risks, by making mistakes, being biased and restricting personal freedom.

One of the risks I see already looming is that people are forced to adapt to technology, instead of technology adapting to individual persons. This is something that is already happening in organisation environment, where everyone has to work with standardised applications based on average users, this is the ‘dumbing down‘ effect of technology.

EPRS supports ethics guidelines for trustworthy artificial intelligence, as recently issued by a high level expert group and mentions European plans for regulation. Let’s hope the European plans for regulation become true and really protect people.

 

More information

 

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

De privacy van de ubo | Wwft en AVG

Voor het Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR) schreef ik twee artikelen over de privacy van de uiteindelijk belanghebbende in de witwasbestrijding.

Deel 1 verscheen in het nummer van 16 maart 2019 en handelt over de nieuwe definitie van het begrip uiteindelijk belanghebbende (ubo) en de consequenties daarvan. In deel 2 zal nader op de privacy aspecten worden ingegaan.

Artikel: WPNR 2019(7230) De privacy van de uiteindelijk belanghebbende (I) (betaalmuur)


Aanvulling 26 maart 2019
In het nummer van 23 maart jl. is deel 2 verschenen.

Aanvulling 11 september 2019
De beide artikelen zijn ook bij de Stichting tot Bevordering der Notariële Wetenschap te vinden als html-pagina’s:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , | 1 reactie

Handelaar in lege bv’s heeft een btw probleem | Wtt 2018 buiten beeld

In Accountancy Vanmorgen las ik het bericht “Handel in lege bv’s is bemiddeling in effecten voor btw” naar aanleiding van een uitspraak van rechtbank Gelderland. Dat deze handel als bemiddeling in effecten wordt aangemerkt, is apart.

Ook apart is dat in de uitspraak niets is te vinden over het feit dat handel in lege bv’s vergunningplichtig is op grond van de Wet toezicht trustkantoren (tegenwoordig Wet toezicht trustkantoren 2018).

Uit het feitenrelaas in de uitspraak blijkt dat het hier om een louche onderneming gaat:

4. Vanuit de bv’s verrichtte [A] onder meer in 2012 werkzaamheden, die hij zelf aanduidt als het bemiddelen bij het aan- en verkopen van vennootschappen. De financiële positie van deze vennootschappen was vaak problematisch in verband met belastingschulden en schulden aan andere crediteuren. [A] regelde dat de aandelen van deze vennootschappen op naam werden gesteld van vaste personen zoals de heer [G] , de heer [H] , de heer [I] en mevrouw [J] (hierna ook: de kopers). In de regel zocht [A] een notaris voor het passeren van de akte van aandelenoverdracht. Hij gebruikte hiervoor drie vaste notarissen, ook als de over te nemen vennootschappen zich niet bevonden in het werkgebied van deze notarissen. [A] werd door de verkoper voor zijn activiteiten betaald. [A] betaalde meestal de notaris en betaalde ook aan de kopers een bedrag voor het overnemen van de aandelen. Gewoonlijk werd naast de aandelenoverdracht ook de directie van de overgenomen vennootschap gewijzigd en werd het vestigingsadres van de vennootschap bij de Kamer van Koophandel gewijzigd. [A] adviseerde de kopers geen activiteiten binnen de overgenomen vennootschappen te verrichten om problemen bij een eventueel faillissement te voorkomen. Samengevat regelde [A] alles vanaf het moment dat de verkoper zich bij hem meldde. De koopprijs van de aandelen bedroeg in de regel € 1. In sommige gevallen sprak [A] met de verkopers over ontbinding van de vennootschap. In een aantal gevallen zijn de vennootschappen ontbonden, waardoor deze niet langer bestonden. Ook is het voorgekomen dat door tussenkomst van [A] vennootschappen werden verkocht aan de heer [K] (hierna: [K] ). Daarbij werden de aandelen van de over te nemen vennootschap op naam van een derde gesteld, maar [K] werd feitelijk leidinggevende van de vennootschap. In dat geval werd [A] betaald door de verkoper en door [K] .

5. [A] heeft tijdens een verhoor bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: FIOD) verklaard dat hij zelf geen aandelen wenst over te nemen omdat hij geen problemen wil met curatoren bij een eventueel faillissement van de over te nemen vennootschap. Ook heeft hij verklaard dat hij ervoor zorgt dat mensen van hun vennootschappen afkomen, waarin schulden en andere problemen zitten, door de aandelen op naam te laten zetten van [I] , [G] , [H] en [J] . Deze kopers hebben geld nodig en zij doen dit voor het geld dat [A] hen betaalt. [A] adviseert de verkoper meestal de administratie bij zich te houden.

6. [A] heeft in verschillende kranten geadverteerd met de tekst “Schulden in uw onderneming? Dreigend faillissement? Oplossing voor vrijwel alles met uw bv” met daarachter vermelding van een telefoonnummer.

Een gezellige jongen, deze [A] met zijn bv’s. Gezien deze beschrijving moeten er de nodige Wwft-plichtigen meldingen van ongebruikelijke transacties hebben gedaan.

Voor de omzetbelasting maakt dat allemaal niet uit. De rechtbank overweegt:

24. In dit geval is naar fiscale maatstaven geen sprake van een kunstmatige constructie. Eiseres verrichtte daadwerkelijk bemiddelingsactiviteiten. Het resultaat is dat als gevolg van haar activiteiten aandelen zijn overgegaan. Dat is ook de economische realiteit. Het feit dat de aandelen in de regel voor € 1 werden verkocht leidt niet tot een ander oordeel, omdat de aandelen economisch gezien niet of nauwelijks waarde, of zelfs een negatieve waarde hadden. De rechtbank onderkent dat niet is uit te sluiten dat een belangrijk doel van de transacties was schuldeisers te benadelen. [A] heeft tegenover de FIOD verklaard dat het voor schuldeisers in deze situatie moeilijker kan zijn faillissement aan te vragen. Dat is echter geen reden om de werkzaamheden van eiseres voor de omzetbelasting te herkwalificeren. De eventuele fraude is daarmee immers nog niet gericht op het ontgaan van omzetbelasting. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat het ontgaan van omzetbelasting (ook) het doel was.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Trustkantoren | Tags: , , , | Plaats een reactie

DNB houdt consultatie fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren en ander nieuws voor trustkantoren

Op 28 februari jl. bracht DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.

Berichten:

Geplaatst in Belastingrecht, Bestuurlijke sancties, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , | Plaats een reactie

European tax advisers organisation criticizes AML policies European Commission

CFE Tax Advisers Europe, the organisation of European tax advisers, published an opinion (pdf) on a draft SNRA by the European Commission,

Opinion Statement PAC 1/2019 on the European Commission Draft Supranational Risk Assessment Report for Anti-Money Laundering Risks to Services Provided by Tax Advisers

CFE urges the European Commission to discuss the effectiveness of the EU AML Directives in reducing the risk of money laundering and terrorism financing. It also invites the European Commission to consider why the risk for tax advisors has not reduced over the years, compared to the initial risk assessments.

Summary
CFE summarizes its comments as follows:

CFE Tax Advisers Europe has published an Opinion Statement concerning the European Union intra-service consultation on findings related to the regular supranational risk assessment (“SNRA”) for anti-money and terrorist-financing purposes. We are pleased to participate in the ongoing dialogue with the European Commission and other stakeholders at EU level, putting forward experts’ opinions of tax advisers as obliged entities for AML purposes. Such an exercise is no doubt helpful in strengthening the European anti-money laundering compliance framework in the ongoing process of identifying, managing and mitigating the risks as set out in national legislation implementing the 4th EU Anti-Money Laundering Directive.

CFE welcomes Commission’s assessment that tax advisers benefit from strong organisation at European and national level, and are required to adhere to strict ethical and professional conduct rules. CFE would also welcome a discussion on the effectiveness of the EU AML Directives in reducing the risk of money laundering and terrorism financing. CFE invites the European Commission to consider why, with all the existing AML directives and procedures, the risk for tax advisors as a whole, has not reduced over the years, compared to the initial risk assessments.

CFE continues to support the baseline scenario that would entail full implementation and enforcement of the existing EU anti-money laundering framework that is already in force (4th and 5th Anti-Money Laundering Directives) with introduction of more robust feedback mechanisms, where appropriate.

We invite you to read the Opinion Statement and remain at your disposal for any questions you may have.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

FSC dringt aan op uitwisseling klantgegevens tussen banken in het kader van de witwasbestrijding | Wwft

Het Financieel Stabiliteitscomité (FSC), een overleg van AFM, DNB en het ministerie van Financiën, is van mening dat banken en andere financiële instellingen klantgegevens moeten kunnen uitwisselen in het kader van de witwasbestrijding.
Dat blijkt uit het bericht dat op de site van de AFM verscheen. Het staat er als volgt:

Daarnaast is in het kader van een effectieve aanpak van witwassen, fraude en andere delicten van belang dat financiële instellingen voldoende mogelijkheden hebben om informatie over klanten te delen, met inachtneming van de Europese regelgeving.

Over het uitbreiden van de mogelijkheden van banken om van de overheid opsporingsgegevens te verkrijgen, wordt hier niet gerept.

Vermenging van privaat en publiek
Dit soort berichten geven aan dat financiële instellingen in toenemende mate overheidstaken vervullen, waarbij principes van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en mededingingsrecht moeten wijken.

Overigens merk ik in de praktijk dat burgers de activiteiten van banken op het gebied van de Wwft niet begrijpen en veronderstellen dat het voortvloeit uit megalomane bemoeizucht.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Buttarelli over de Duitse Facebook uitspraak | AVG

Giovanni Buttarelli, de European Data Protection Supervisor (EDPS), schreef een artikel naar aanleiding van de uitspraak van de Duitse mededingingsautoriteit “This is not an article on data protection and competition law“.

Buttarelli schrijft dat vooruitlopend met de opinie die EDPS zal uitbrengen, hij in het artikel commentaar geeft op de Duitse uitspraak en en dat het doel van het artikel is [to] “encourage further convergence of policy goals, and provide personal insights into the near future“.

Meer informatie:

Geplaatst in Europa, Handelsrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

De VOG in de politiek

Het is een vreemde situatie dat in de private sector veel mensen en organisaties een ‘VOG’ (verklaring omtrent gedrag) nodig hebben, terwijl iets gelijksoortigs niet geldt voor politieke ambtsdragers.

Hopelijk komt daar snel een einde aan want er behoort niet met twee maten te worden gemeten. Een voorteken daarvan is dat de minister van Binnenlandse Zaken een “basisscan integriteit kandidaat-bestuurders” heeft bekend gemaakt.

Handleiding beschikbaar basisscan integriteit kandidaat-bestuurders
Nieuwsbericht | 04-03-2019 | 09:00

Integere bestuurders zijn de basis van een sterke en gezonde democratie. Minister Ollongren (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) zet met de Handleiding basisscan integriteit voor bestuurders in op het versterken van een goed functionerend, integer en weerbaar bestuur. Zij heeft de handleiding integriteit vandaag overhandigd aan dijkgraaf Rogier van der Sande (voorzitter van de Unie van Waterschappen). De handleiding is beschikbaar voor alle politieke partijen en kandidaat-bestuurders. Met de handleiding wordt een stevige basis gelegd voor een meer eenduidige en zorgvuldige screening van kandidaat-bestuurders.

Om de weerbaarheid van politieke ambtsdragers te versterken en ondermijning door criminelen te voorkomen heeft minister Kajsa Ollongren (BZK) onder andere al het netwerk Weerbaar Bestuur opgericht en de site www.weerbaarbestuur.nl, ook zijn de standaard Woningscan en de training Omgaan met intimidatie en agressie gelanceerd. Onlangs zijn daar de veiligheidspakketten voor nieuwe burgemeesters aan toegevoegd. Vandaag neemt de minister het initiatief om de integriteit van kandidaat-bestuurders verder te versterken.

Minister Ollongren: “Integriteit van politieke ambtsdragers is cruciaal in onze democratie. Het gaat om het vertrouwen van burgers in de overheid. Voor mij persoonlijk is het heel belangrijk. Integriteit staat binnen het openbaar bestuur inmiddels hoog op de agenda, en terecht. Het is voor alle Nederlanders van belang dat we integere bestuurders hebben, van wethouders tot ministers.”

Bij gemeenten, provincies en waterschappen is behoefte aan een helder en zorgvuldig proces rond de benoemingen van bestuurders en meer eenduidigheid in de wijze waarop risicoanalyses op integriteit worden uitgevoerd. Daarom is de handleiding bassiscan integriteit voor kandidaat-bestuurders ontwikkeld.

Dijkgraaf Van der Sande: “Goede en integere bestuurders zijn noodzakelijk voor een geloofwaardige overheid. Met de waterschapsverkiezingen van 20 maart voor de deur, zullen we het thema en deze handreiking dan ook bij alle gekozen waterschapsbestuurders onder de aandacht brengen.”

De handleiding is bruikbaar voor gemeenten, provincies, waterschappen en uiteraard ook de BES-eilanden. Hij biedt uitgangspunten voor een transparante en zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van risicoanalyses integriteit voor alle typen kandidaat-bestuurders. Daarmee ondersteunt de minister burgemeesters, commissarissen van de Koning en voorzitters van het algemeen bestuur van de waterschappen in hun wettelijke zorgplicht voor integriteit. Hoewel de handleiding vooral bedoeld is voor de risicoanalyse bij kandidaat-bestuurders, is deze ook bruikbaar voor politieke partijen bij de selectie van kandidaat-volksvertegenwoordigers.

De handleiding is tot stand gekomen op basis van een verkenning waarin vele partners een bijdrage hebben geleverd en sluit daarom goed aan op wat de praktijk reeds wordt toegepast en waar behoefte aan is. Na de verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschapsbesturen wordt hij geëvalueerd en waar nodig aangescherpt.
De primaire verantwoordelijkheid voor het benoemen van decentrale bestuurders (anders dan Kroonbenoemden) ligt bij de zogenoemde volksvertegenwoordigende bestuursorganen, zoals Provinciale Staten, algemeen bestuur van het waterschap, eilandsraad en gemeenteraad.

Screening is geen wettelijke benoemingsvereiste voor decentrale bestuurders. Dat maakt dat het de ministerie van BZK niet kan voorschrijven, maar uiteraard wel kan faciliteren. Dat is met deze basisscan een feit.
Online is de Handleiding hier te vinden: https://www.politiekeambtsdragers.nl

Aan de situatie dat politieke bestuurders niet gescreend hoeven te worden, moet snel een einde komen.

 

Meer informatie:


Aanvulling 28 maart 2019
Zie ook deze officiële publicatie en meer uit dit dossier.

Aanvulling 13 juni 2019
Persbericht ministerie van veiligheid, “Kleine groep jonge VOG-mijders ontzegt zichzelf kansen“. Met deze titel wordt gesuggereerd dat de VOG maar beperkt tot uitsluiting leidt:

Kleine groep jonge VOG-mijders ontzegt zichzelf kansen
Nieuwsbericht | 13-06-2019 | 13:38

Een verkeerde beeldvorming over de VOG (Verklaring Omtrent het Gedrag) is ongewenst wanneer deze er toe leidt dat jongeren hun kansen op het krijgen een VOG te laag inschatten en hierdoor hun carrière wordt belemmerd. Zij melden zich dan bijvoorbeeld niet aan voor een opleiding, stage of leerwerkplek.

Dit schrijven minister Dekker (voor Rechtsbescherming) en minister van Engelshoven (OCW) in hun reactie op het WODC-onderzoek ‘Dark Number VOG’. JenV en OCW bekijken samen de mogelijkheden om verkeerde beeldvorming over de VOG onder jongeren in het mbo aan te pakken.

Afgelopen jaren heeft het WODC in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoek gedaan naar het Dark Number: jongeren die – al dan niet terecht – geen VOG aanvragen uit angst voor een afwijzing. De onderzoekers richtten zich op mbo-studenten en scholieren in het laatste jaar van het vmbo. Deze jongeren komen in het kader van stage- en leerwerkplekken regelmatig in aanraking met een VOG-eis. Uit het onderzoek blijkt dat een relatief kleine groep jongeren bang is geen VOG te krijgen en daardoor de VOG-aanvraag mijdt. Dit is bij circa 2,1% van de mbo-studenten het geval. Opvallend hierbij is dat 80 procent van deze VOG-mijders geen strafblad heeft en dus altijd een VOG krijgt, als ze deze zouden aanvragen. Voor de VOG-mijders met een justitieel verleden geldt dat een VOG alleen wordt afgewezen als dit verleden relevant is voor de functie waarvoor de VOG wordt aangevraagd.

De VOG is afgelopen jaren uitgegroeid tot een veelgebruikt screeningsinstrument. In 2018 werd er ruim 1,2 miljoen keer een VOG aangevraagd. Van deze VOG-aanvragen werd 0,27 procent afgewezen.

Eerder lanceerde Justis al de website www.watdevog.nl met informatie voor jongeren over de VOG.

Documenten

TK Ontwikkelingen rondom de Verklaring Omtrent het Gedrag
Kamerstuk | 13-06-2019

TK Bijlage eindrapport Het aanvragen van een VOG door jongeren als dilemma
Rapport | 13-06-2019

TK Bijlage Wodc infographic VOG
Rapport | 13-06-2019

Geplaatst in Bestuursrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie