Handelaar in lege bv’s heeft een btw probleem | Wtt 2018 buiten beeld

In Accountancy Vanmorgen las ik het bericht “Handel in lege bv’s is bemiddeling in effecten voor btw” naar aanleiding van een uitspraak van rechtbank Gelderland. Dat deze handel als bemiddeling in effecten wordt aangemerkt, is apart.

Ook apart is dat in de uitspraak niets is te vinden over het feit dat handel in lege bv’s vergunningplichtig is op grond van de Wet toezicht trustkantoren (tegenwoordig Wet toezicht trustkantoren 2018).

Uit het feitenrelaas in de uitspraak blijkt dat het hier om een louche onderneming gaat:

4. Vanuit de bv’s verrichtte [A] onder meer in 2012 werkzaamheden, die hij zelf aanduidt als het bemiddelen bij het aan- en verkopen van vennootschappen. De financiële positie van deze vennootschappen was vaak problematisch in verband met belastingschulden en schulden aan andere crediteuren. [A] regelde dat de aandelen van deze vennootschappen op naam werden gesteld van vaste personen zoals de heer [G] , de heer [H] , de heer [I] en mevrouw [J] (hierna ook: de kopers). In de regel zocht [A] een notaris voor het passeren van de akte van aandelenoverdracht. Hij gebruikte hiervoor drie vaste notarissen, ook als de over te nemen vennootschappen zich niet bevonden in het werkgebied van deze notarissen. [A] werd door de verkoper voor zijn activiteiten betaald. [A] betaalde meestal de notaris en betaalde ook aan de kopers een bedrag voor het overnemen van de aandelen. Gewoonlijk werd naast de aandelenoverdracht ook de directie van de overgenomen vennootschap gewijzigd en werd het vestigingsadres van de vennootschap bij de Kamer van Koophandel gewijzigd. [A] adviseerde de kopers geen activiteiten binnen de overgenomen vennootschappen te verrichten om problemen bij een eventueel faillissement te voorkomen. Samengevat regelde [A] alles vanaf het moment dat de verkoper zich bij hem meldde. De koopprijs van de aandelen bedroeg in de regel € 1. In sommige gevallen sprak [A] met de verkopers over ontbinding van de vennootschap. In een aantal gevallen zijn de vennootschappen ontbonden, waardoor deze niet langer bestonden. Ook is het voorgekomen dat door tussenkomst van [A] vennootschappen werden verkocht aan de heer [K] (hierna: [K] ). Daarbij werden de aandelen van de over te nemen vennootschap op naam van een derde gesteld, maar [K] werd feitelijk leidinggevende van de vennootschap. In dat geval werd [A] betaald door de verkoper en door [K] .

5. [A] heeft tijdens een verhoor bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: FIOD) verklaard dat hij zelf geen aandelen wenst over te nemen omdat hij geen problemen wil met curatoren bij een eventueel faillissement van de over te nemen vennootschap. Ook heeft hij verklaard dat hij ervoor zorgt dat mensen van hun vennootschappen afkomen, waarin schulden en andere problemen zitten, door de aandelen op naam te laten zetten van [I] , [G] , [H] en [J] . Deze kopers hebben geld nodig en zij doen dit voor het geld dat [A] hen betaalt. [A] adviseert de verkoper meestal de administratie bij zich te houden.

6. [A] heeft in verschillende kranten geadverteerd met de tekst “Schulden in uw onderneming? Dreigend faillissement? Oplossing voor vrijwel alles met uw bv” met daarachter vermelding van een telefoonnummer.

Een gezellige jongen, deze [A] met zijn bv’s. Gezien deze beschrijving moeten er de nodige Wwft-plichtigen meldingen van ongebruikelijke transacties hebben gedaan.

Voor de omzetbelasting maakt dat allemaal niet uit. De rechtbank overweegt:

24. In dit geval is naar fiscale maatstaven geen sprake van een kunstmatige constructie. Eiseres verrichtte daadwerkelijk bemiddelingsactiviteiten. Het resultaat is dat als gevolg van haar activiteiten aandelen zijn overgegaan. Dat is ook de economische realiteit. Het feit dat de aandelen in de regel voor € 1 werden verkocht leidt niet tot een ander oordeel, omdat de aandelen economisch gezien niet of nauwelijks waarde, of zelfs een negatieve waarde hadden. De rechtbank onderkent dat niet is uit te sluiten dat een belangrijk doel van de transacties was schuldeisers te benadelen. [A] heeft tegenover de FIOD verklaard dat het voor schuldeisers in deze situatie moeilijker kan zijn faillissement aan te vragen. Dat is echter geen reden om de werkzaamheden van eiseres voor de omzetbelasting te herkwalificeren. De eventuele fraude is daarmee immers nog niet gericht op het ontgaan van omzetbelasting. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat het ontgaan van omzetbelasting (ook) het doel was.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Trustkantoren en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s