Terecht beroep op financieringsvoorbehoud al ontbrak afwijzingsbrief | rechtbank Rotterdam

In een door de rechtbank Rotterdam behandelde zaak werd gesteggeld over het financieringsvoorbehoud dat de kopers hadden gemaakt. De verkoper vond dat er ten onrechte geen beroep op kon worden gedaan omdat de kopers geen afwijzingsbrief konden overleggen.

In punt 1 van de uitspraak geeft de rechtbank de volgende samenvatting:

1 Kern van de zaak
1.1. Hebben kopers een geldig beroep gedaan op het financieringsbehoud? De rechtbank oordeelt van wel, ondanks het feit dat kopers geen afwijzingsbrief hebben overgelegd zoals in de koopovereenkomst was overeengekomen. In dit geval hebben kopers namelijk met andere stukken laten zien dat zij zich voldoende hebben ingespannen om de financiering rond te krijgen. De rechtbank oordeelt tevens dat een gedeelte van de kosten die door kopers zijn gemaakt door het beslag dat door verkopers is gelegd, voor rekening en risico komt van de verkopers.

Het gaat om een financieringsvoorbehoud dat in de uitspraak als volgt wordt weergegeven:

15.3. Partijen verplichten zich over en weer al het redelijk mogelijke te doen teneinde de hierboven bedoelde financiering en/of Nationale Hypotheek Garantie en/of toezegging(en) en/of andere zaken te verkrijgen. De partij die de ontbinding inroept, dient er zorg voor te dragen dat de mededeling dat de ontbinding wordt ingeroepen, uiterlijk op de eerste werkdag na de datum waarvan in de betreffende ontbindende voorwaarde sprake is door de wederpartij of diens makelaar is ontvangen. Deze mededeling dient schriftelijk en goed gedocumenteerd via gangbare communicatiemiddelen te geschieden. Indien koper de ontbinding wenst in te roepen als gevolg van het (tijdig) ontbreken van een financiering als bedoeld in artikel 15.1 onder sub a. wordt, tenzij partijen anders overeenkomen, onder ‘goed gedocumenteerd’ verstaan dat één afwijzing van een erkende geldverstrekkende bankinstelling aan verkoper of diens makelaar dient te worden overgelegd. In aanvulling hierop komen partijen overeen dat koper de/het volgende stuk(ken) dient over te leggen om te voldoen aan het vereiste van ‘goed gedocumenteerd’: deze bewijsstukken dienen in ieder geval te bevatten: de naam van de aanvrager(s), het adres van de in deze overeenkomst verkochte woning, het aangevraagde hypotheekbedrag, dit alles opgenomen in een kopie van de aanvraag bij de geldverstrekkende instelling alsmede een schriftelijke verklaring van de geldverstrekkende instelling met de reden van afwijzing. Bovendien is het de koper na het tekenen van deze overeenkomst niet toegestaan leningen af te sluiten welke tot gevolg hebben dat het verkrijgen van de onderhavige hypothecaire geldlening onmogelijk wordt. Alsdan zijn beide partijen van deze koopovereenkomst bevrijd. (…)

In overwegingen 5.2 tot en met 5.3 geeft de rechtbank aan dat het er om gaat dat kopers zich voldoende hebben ingespannen en dat dit gedocumenteerd kan worden:

De documentatieverplichting ligt in het verlengde van de inspanningsverplichting en heeft een bewijsfunctie. Dit betekent dat het enkele feit dat er formeel niet is voldaan aan de vereisten die zijn neergelegd in de overeenkomst, niet betekent dat er niet is voldaan aan de documentatieplicht. Doorslaggevend is immers of de verkoper uit de stukken kan opmaken dat de koper zich voldoende heeft ingespannen om de financiering te verkrijgen.

De rechtbank constateert dat het aanvraagproces bij de bank langer duurde dan verwacht en niet op tijd tot een bancaire beslissing heeft geleid (5.8). Zie voor de overige feiten overwegingen 5.9 tot en met 5.11, die leiden tot de conclusie (5.12) dat kopers zich voldoende hebben ingespannen.

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , | Plaats een reactie

Betaaldienstverlener Mollie wees ten onrechte vliegticketverkoper de deur | Wwft

In een eindeloze reeks van rechtszaken is de geprivatiseerde criminaliteitsbestrijding (‘witwasbestrijding’) reden voor banken en betaaldienstverleners om hun klanten van het financiële systeem uit te sluiten.

Recent werd een tegen betaaldienstverlener Mollie gewezen vonnis van het gerechtshof Amsterdam bekend. Daarin delfde de betaaldienstverlener  het onderspit tegen de benadeelde ondernemer. Hopelijk heeft Mollie hier iets van geleerd.
Het hof overweegt onder meer dat de ondernemersvrijheid van Mollie niet betekent dat er gediscrimineerd mag worden (markering door mij):

3.4.2. Waar Mollie stelt dat het haar vrij staat om (subjectief) te bepalen in welke gevallen zich onacceptabele risico’s voordoen, miskent zij dat zij, met een daartoe van De Nederlandsche Bank verkregen vergunning, diensten aanbiedt die voor het kunnen toepassen van een bepaalde zeer gangbare betalingswijze (op internet via iDEAL) een essentiële schakel vormen. [geïntimeerde] heeft gesteld dat Mollie op dat gebied thans ongeveer 50% van de Nederlandse markt beheerst, dit is door Mollie niet voldoende gemotiveerd bestreden.

Hoewel Mollie er op zichzelf terecht op wijst dat zij geen bank is, brengt de aard van haar dienstverlening en positie binnen het betalingsverkeer wel mee dat ook van haar mag worden verlangd dat zij jegens degenen die van haar diensten gebruikmaken (zogenoemde “merchants”), waaronder [geïntimeerde], op zorgvuldige wijze omgaat met hun belangen en aan hen de toegang tot die diensten niet ontzegt op grond van onvoldoende concrete verdenkingen, zeker als die – zoals in het onderhavige geval – mede verband houden met de bestemming van de aangeboden vliegreizen en (mogelijk tevens met) de etnische achtergrond van de doelgroep van [geïntimeerde]. Het hof wijst er in dit verband op dat noch Turkije noch Marokko voorkomt op de door de Europese Commissie vastgestelde lijst van zogenoemde artikel 9 (van de Vierde Anti-witwasrichtlijn) hoog-risicolanden.

Zoals de voorzieningenrechter terecht overweegt is een te hoog risicoprofiel zoals door Mollie gedefinieerd van toepassing op een groot aantal reisorganisaties en vliegmaatschappijen en in zoverre in beginsel als toetsingsmaatstaf onbruikbaar. Dat geldt ook voor het feit dat [geïntimeerde] in het kader van haar bedrijfsvoering (als reisorganisatie/touroperator) van de diensten van Mollie gebruik maakt voor buitenlands betalingsverkeer.

Mollie heeft onvoldoende moeite gedaan zich in de argumenten van de benadeelde ondernemer te verdiepen (3.4.3) en beroept zich ten onrechte op de Leidraad Wwft van DNB:

Waar zij zich ter verdediging van haar beleid beroept op de Leidraad Wwft van De Nederlandsche Bank verliest Mollie uit het oog dat het, blijkens het voorwoord daarvan, om een juridisch niet bindend document gaat dat geen rechtsgevolg beoogt.

Mollie heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de ondernemer (3.5.2-3.5.3). Op de zitting kwam de betaaldienstverlener met het zielige verhaal dat de Wwft zo duur is (3.5.3):

Mollie heeft ter zitting in hoger beroep nog gewezen op de kosten die verbonden zijn aan het doorlopend monitoren van de financiële transacties van klanten, maar heeft deze kosten wat [geïntimeerde] betreft niet concreet onderbouwd laat staan voldoende aannemelijk gemaakt dat haar dienstverlening daardoor niet op rendabele wijze zou kunnen plaatsvinden.

Het hof concludeert:

dat niet valt aan te nemen dat Mollie, gegeven de omstandigheden, een voldoende legitiem belang had bij beëindiging van de relatie op de in de (standaard) gebruiksovereenkomst bedongen relatief korte termijn

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Misdaadopsporing kan niet worden gedaan door amateurs | aldus Martijn Hengeveld op accountant.nl | Wwft

FATF en de Europese wetgever hebben bedacht dat misdaadbestrijding kan worden geprivatiseerd naar bedrijven, onder de noemer ‘witwasbestrijding’. Hun concept gaat er van uit dat bedrijven iets kunnen waarin de overheid zelf kennelijk onvoldoende slaagt: het opsporen van financieel-economische criminaliteit.
Enige onderbouwing van die veronderstelling ben ik nog niet tegen gekomen. De beleidsmakers laten het bij de standaardfrase dat de aangewezen bedrijven dat goed zouden kunnen en kritiek wordt weg gewuifd. Het heeft er er bij banken toe geleid dat zij grote aantallen amateur-rechercheurs hebben aangenomen, die als ‘AML-analist’ (compliance medewerker) geacht worden te kunnen beoordelen of er aanwijzingen van criminaliteit zijn. Het systeem kost de banken zeer veel geld (wat aan de klanten wordt doorberekend) en het levert weinig op [1].

Martijn Hengeveld: voor het uitvoeren van frauderisicoanalyses is expertise nodig
Verrassend is dat niet want voor het detecteren van witwassen of terrorismefinanciering (wat moet leiden tot melding van een ongebruikelijke transactie) is bijzondere expertise nodig, wat wordt bevestigd door het artikel van Martijn Hengeveld op accountant.nl over het detecteren van fraude. Hij merkt op dat het werken met checklists en standaard werkprogramma’s weinig effectief is [2]. Het zou me niets verbazen als dat ook geldt voor de door banken gehanteerde methodiek, aangevuurd door DNB, waarin het vastleggen en bewijzen van de inspanningen een grote rol speelt.

Hengeveld doet opvallende aanbevelingen om het detecteren van frauderisico’s door accountants te verbeteren, waarvan ik de eerste het mooiste vind:

(i) checklists en standaard werkprogramma’s terzijde leggen en accountants stimuleren om met een open mind een breed scala aan aspecten te overwegen
(ii) betrokkenheid van fraude-expertise zoveel mogelijk verplichten en
(iii) in de frauderisicoanalyse de concepten van de fraudedriehoek aanvullen met inzichten vanuit de wetenschap over de benodigde persoonlijke vaardigheden en sociale omgeving van de organisatie, om de kans op fraude beter te kunnen inschatten.

 

Noten

[1] Overigens heb ik de indruk dat er compliance medewerkers van banken zijn bij wie basale bedrijfskennis en basale juridische kennis ontbreekt. Dat valt af te leiden uit de vragen die zij aan rekeninghouders stellen. Van hen valt al helemaal weinig te verwachten.

[2] “Als het gaat om de effectiviteit van checklists en standaard werkprogramma’s, geeft onderzoek van Asare en Wright1 aan dat accountants die bij de frauderisicoanalyse gebruik maakten van een gestructureerde checklist, de frauderisico’s significant lager inschatten dan de groep die deze niet hanteerden. Ook bleek uit dit onderzoek dat accountants die voor het plannen van werkzaamheden gebruikmaakten van voorbeelden en werkprogramma’s, tot minder effectieve werkzaamheden kwamen dan zij die dat niet gebruikten. Belangrijker nog, de groep die werkprogramma’s gebruikte was ook minder geneigd om te consulteren met fraude-experts; mogelijk omdat de documentatie de indruk van volledigheid wekte en dat daarmee aan de vereisten voldaan was. (…) 1 Asare S.K. en A.M. Wright, 2004. “The effectiveness of alternative risk assessments and program planning tools 7in a fraud setting.” Contemporary Accounting Research 21 (2): 325-352. https://doi.org/10.1506/L20L-7FUM-FPCB-7BE2.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Belgisch register met bankrekeningen bijna 230.000 keer ingekeken | AML, CFT

De Tijd schreef op 3 januari jl. Register met bankrekeningen bijna 230.000 keer ingekeken. Het Belgische register heeft een Nederlandse pendant, het Verwijzingsportaal Bankgegevens.

Het Belgische register, het Centraal Aanspreekpunt (CAP), lijkt een andere juridische rol te hebben dan het Nederlandse portaal, want het register wordt daar ook gebruikt door notarissen op zoek naar gegevens over overleden personen, in het kader van een aangifte van een nalatenschap. Volgens het artikel kan het register ook worden geconsulteerd door magistraten en onderzoeksrechters.

Met de registers voldoen België en Nederland aan Europese regels op het gebied van de misdaadbestrijding.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Verwijzingsportaal Bankgegevens | Tags: , , | Plaats een reactie

Datahandel bedreigt de mens – handel in locatiegegevens van Nederlandse mobiele telefoons

Hoe gevaarlijk datahandelaren zijn blijkt uit het bericht dat gisteren door BNR bekend werd gemaakt en ook bij security.nl (met een groot aantal reacties) is te vinden: Nederlandse telefoons online stiekem te volgen: ‘Extreem veiligheidsrisico’.

Uit het bericht blijkt dat de techniek waarmee mobiele telefoons worden gevolgd is ontworpen voor gebruik door adverteerders en zich goed leent voor malafide doeleinden. Deze gegevens worden ook door geheime diensten onder de noemer ‘open bronnen’ (‘OSINT”) gekocht, zo laat een deskundige weten.

Het maakt duidelijk hoe onbetamelijk de praktijken van datahandelaren, zowel de advertentieverkopers (Facebook/Google c.s.) als de handelaren in kredietbeoordelingen en criminaliteitsbestrijdingsgegevens, zijn.

Het is helder dat gegevensbescherming in Nederland (en Europa) schone theorie is. Er zijn wel regels, maar de overheden zijn niet bereid om krachtig op te treden. Ook het artikel geeft dat aan:

Volgens Ruhaak wordt niet opgetreden tegen de grootschalige privacyschendingen omdat dit te weinig politieke prioriteit heeft. ‘Het is een kwestie van geld. De wet is toereikend, maar de Autoriteit Persoonsgegevens heeft gewoon te weinig mensen om aan alles iets te doen.’

 

De conclusie: digitalisering is een bedreiging voor de mens.

 


Aanvulling 30 januari 2024
Datahandelaren leveren ook aan de overheid. Lees over de ‘OSINT’ praktijken van de Amerikaanse overheid:
Wyden Releases Documents Confirming the NSA Buys Americans’ Internet Browsing Records; Calls on Intelligence Community to Stop Buying U.S. Data Obtained Unlawfully From Data Brokers, Violating Recent FTC Order.
Security.nl berichtte er over.

Aanvulling 29 april 2024
Netzpolitik publiceerde een artikel over gestolen kopieën van paspoorten, European data broker:  Sensitive passport data of Germans published online. Vermoed wordt dat de persoonsgegevens van een goedkope vliegmaatschappij afkomstig zijn en dat er niet alleen gegevens over Duitsers zijn gestolen. De auteurs melden:

Even if the origin of the ID data remains unclear, one thing is certain: the data is apparently genuine. And it was openly offered for sale by a data broker in the EU – including a free sample available online. (…)
The incident is yet another example of the shady business of data traders. An opaque network of thousands of companies buys and sells personal data like normal goods. It is mainly used for advertising and consumer scoring, but secret services and criminals also make use of this data source. Where exactly people’s data ends up and what it is used for is not clear to anyone in this system, not even the retailers themselves.

Aanvulling 11 oktober 2024
Oerlemans en Langenhuijzen schreven voor het International Journal of Intelligence and CounterIntelligence over OSINT: Balancing National Security and Privacy: Examining the Use of Commercially Available Information in OSINT Practices, DOI: https://doi.org/10.1080/08850607.2024.2387850.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Doxing verbod op 1 januari in werking

Per 1 januari is het strafbaar om persoonsgegevens van een ander te delen met de bedoeling om diegene te intimideren (doxing), aldus de rijksoverheid:

Gebruik van persoonsgegevens met als doel intimidatie strafbaar
Het gebruik van persoonsgegevens van een ander te delen met de bedoeling om diegene te intimideren – ook wel doxing genoemd – is vanaf 1 januari strafbaar. Het fenomeen doxing komt veel voor. Persoonlijke gegevens, zoals adressen en telefoonnummers, maar ook privéinformatie over gezinsleden, worden verspreid in appgroepen zodat deze kunnen worden gebruikt om iemand angst aan te jagen. Dit heeft een grote impact op de mensen die op deze wijze belaagd worden. Ze vrezen voor hun veiligheid en die van hun naasten. Ze kunnen niet meer onbezorgd hun mening verkondigen. Of ze zijn niet meer in staat hun functie te vervullen. Dit raakt aan onze fundamentele vrijheden, en aan het functioneren van onze democratische rechtstaat.
Vaak zijn het hulpverleners, politieagenten, journalisten en politici die slachtoffer worden van doxing. Maar ook wetenschappers, opiniemakers of medewerkers van gemeenten krijgen te maken met mensen die hun persoonsgegevens verspreiden of doorsturen met als doel om hen te intimideren. Doxing is niet beperkt tot bepaalde beroepen, mensen kunnen hiermee om allerlei redenen worden geconfronteerd. Denk bijvoorbeeld aan iemand die een foto en telefoonnummer van een ex-partner op een dubieus online forum zet om diegene vrees aan te jagen.

Of mensen er veel aan hebben is de vraag, nu een van de oorzaken van doxing is dat het zo eenvoudig is om persoonsgegevens te achterhalen. Bijvoorbeeld bij de datahandelaren waar RTL over schreef. Lees ook het artikel bij Binnenlands Bestuur, ‘Datahandel direct gevaar voor nationale veiligheid‘, met als intro: “De handel in data van overheidsmedewerkers levert volop interessante informatie op voor veiligheidsdiensten en de georganiseerde misdaad“, naar aanleiding van een artikel van Follow the Money (betaalmuur).

Er is meer nodig om persoonsgegevens te beschermen. Bijvoorbeeld een groter budget van de Autoriteit Persoonsgegevens, zodat beter kan worden opgetreden tegen datahandelaren.

 

Meer informatie:

Tekst van de nieuwe strafbepaling in het Wetboek van Strafrecht:

Artikel 285d
1. Degene die zich persoonsgegevens van een ander of een derde verschaft, deze gegevens verspreidt of anderszins ter beschikking stelt met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Indien het feit, omschreven in het eerste lid, wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van Minister, Staatssecretaris, commissaris van de Koning, gedeputeerde, burgemeester, wethouder, lid van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, rechterlijk ambtenaar, advocaat, journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring, ambtenaar van politie of buitengewoon opsporingsambtenaar wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

DNB schrijft dat één op de zes huishoudens gebruik maakt van een zogeheten familiehypotheek | toch jammer dat dit een ‘red flag’ voor Wwft-plichtigen is

De Nederlandsche Bank (DNB) publiceerde in december het bericht ‘Een op de zes sluit hypotheek af bij familie of vrienden’.

DNB constateert onder meer:

Familiehypotheken komen veel voor
Wie een woning koopt en daarvoor een hypotheek nodig heeft, denkt in eerste instantie aan een bank of verzekeraar. Maar een hypotheek afsluiten bij familie of vrienden kan ook. Minder bekend, maar toch komt het relatief vaak voor.
In 2020 maakten in Nederland 645.000 huishoudens gebruik van zo’n privé- of familiehypotheek. Dit is in de meeste gevallen in combinatie met een hypotheek bij een financiële instelling. In bijna de helft van de familiehypotheken gaat het om minder dan 20% van de totale hypotheeksom, de rest wordt dan dus bij een commerciële partij geleend.

Het bericht doet merkwaardig aan, nu diezelfde DNB in het kader van de privatisering van de criminaliteitsbestrijding (ook bekend als ‘witwasbestrijding’), samen met andere toezichthouders, verkondigt dat leningen die niet bij een officiële financiële instelling zijn afgesloten per definitie verdacht zijn en als ‘hoog risico’ situatie nader onderzoek vergen.

Ondernemingen die onderworpen zijn aan de criminaliteitsbestrijdingsregels (Wwft-plichtigen) doen er goed aan hun klanten met minder argwaan te bejegenen als er een lening van een familielid of vriend opduikt.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Nieuwe sluitingsbevoegdheid burgemeester op grond van de Gemeentewet | Wet Damocles

Burgemeesters spelen een groeiende rol in de misdaadbestrijding.

Één van de wetten waarop die rol gebaseerd is wordt wel de ‘Wet Damocles’ genoemd,  een in de Opiumwet opgenomen regeling. Op grond daarvan kunnen burgemeesters al langere tijd panden sluiten als in het pand drugs worden aangetroffen. Die sluiting kan ook plaats vinden als een betrokkene (bijvoorbeeld de eigenaar of de verhuurder of de huurder/gebruiker van het pand) niets is te verwijten. Een dergelijke sluiting kan grote schade opleveren voor onschuldige eigenaren, verhuurders en huurders.

Nieuwe sluitingsbevoegdheid burgemeester
Per 1 januari 2024 zijn de bevoegdheden van burgemeesters verruimd. Burgemeesters kunnen een pand ook sluiten als rond het pand de openbare orde ernstig wordt verstoord of daarvoor ernstige vrees bestaat. Verder kan een huurovereenkomst buitengerechtelijk worden ontbonden en onteigening plaatsvinden als een gebouw is gesloten door de burgemeester ter handhaving van de openbare orde.

Artikel 174a Gemeentewet
Deze bevoegdheid is in de Gemeentewet opgenomen, de tekst van artikel 174a luidt per 1 januari 2024 (markering door mij):

Artikel 174a

1. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien:

a. door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord;
b. door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring;
c. door het aantreffen in de woning of het lokaal of op het erf van een wapen als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.

2. De in het eerste lid, aanhef, genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het eerste lid, onderdeel a, is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken.

3. De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval van ernstige vrees voor herhaling of het ontstaan van de ernstige verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip te verlengen.

4. Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de ernstige verstoring van de openbare orde wordt beëindigd of voorkomen. De eerste volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in spoedeisende gevallen niet mogelijk is.

5. De artikelen 5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. De burgemeester kan van de overtreder de ingevolge artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.

Let er op dat de eigenaar of verhuurder van het pand of erf niet zelf dader of verantwoordelijke hoeft te zijn. Het is een vergaande bevoegdheid omdat het ook kan gaan om gebeurtenissen in de nabijheid van een pand of erf. Ook de bewoner of gebruiker van een pand of erf hoeft geen dader te zijn.
Dat maakt allemaal niet uit. Net als bij de bevoegdheid op grond van de Opiumwet, speelt geen rol of er onschuldige eigenaren, verhuurders of huurders worden gedupeerd door de sluiting (lees eerder blog, de praktijk is sindsdien iets aangepast maar betrokkenen zijn overgeleverd aan de goedgunstigheid van de gemeente).

Opvallend is dat ‘belanghebbenden’ (wie zijn dat?) volgens lid 4. in de gelegenheid worden gesteld ‘maatregelen te treffen‘. Kunnen zij dat wel en welke kosten zijn daar aan verbonden?

De regelgeving bevat geen bepalingen die er voor zorgen dat benadeelden van de sluiting hun schade eenvoudig kunnen verhalen, bijvoorbeeld op de daders van de ordeverstoring / het geweld / aanwezigheid van een wapen.

De overheid maakt het zich hier erg gemakkelijk en maakt het benadeelden van de sluiting die geen betrokkenheid of verantwoordelijkheid hebben bij ordeverstoringen, geweld of wapenvondsten bijzonder moeilijk. De redenering is kennelijk dat die benadeelden dan rotte pech hebben en het zelf maar moeten uitzoeken.

Verhuurder mag de huurder er uit knikkeren, artikel 7:231 BW
De enige tegemoetkoming is de mogelijkheid voor de verhuurder om de huurovereenkomst te ontbinden, waarbij opvalt dat ook hier geldt dat de getroffen huurder geen dader hoeft te zijn van de ordeverstoringen, het geweld of de wapenvondst. De gewijzigde tekst van artikel 231 lid 2 boek 7 Burgerlijk Wetboek luidt [*]:

De verhuurder kan de overeenkomst op de voet van artikel 267 van Boek 6 ontbinden op de grond dat door gedragingen in of in de onmiddellijke nabijheid van het gehuurde de openbare orde ernstig is verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring en het gehuurde deswege op grond van artikel 174a van de Gemeentewet dan wel op grond van een verordening als bedoeld in artikel 174 van die wet is gesloten, door gedragingen in zodanig gebouw in strijd met artikel 2, 3, 10a, eerste lid, aanhef en onder 3°, of 11a van de Opiumwet is gehandeld en het desbetreffende gebouw deswege op grond van artikel 13b van die wet is gesloten, of zodanig gebouw op grond van artikel 17 van de Woningwet is gesloten.

Het is hoogst merkwaardig dat schuld, daderschap of betrokkenheid van de betrokken huurder geen enkele rol speelt.

Wijziging andere wetten
In dezelfde wet worden ook wijzigingen aangebracht in andere wetten, onder meer in de Onteigeningswet.

 

Noot

[*] Opvallend is dat de bepaling spreekt over het gehuurde dat “op grond van een verordening als bedoeld in artikel 174 van die wet is gesloten“, terwijl uit de tekst van artikel 174 Gemeentewet niet is af te leiden dat een dergelijke verordening een sluiting van een pand kan bewerkstelligen. Artikel 174 bepaalt ook niets over het totstandbrengen van verordeningen, in lid 3 staat niet meer dan: “De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.“.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

The Rule of Law project of the Meijers Committee

The Meijers Committee, an independent standing committee of legal experts that provides technical-legal commentary on EU policy documents and legislative proposals, has initiated a Rule of Law project, with the site euruleoflaw.eu. Their introduction:

The Meijers Committee is worried by the EU’s insufficient reaction to developments that affect the rule of law in the EU. It also discerns particular risks in the establishment of new EU agencies and in changes to the competences or structure of existing agencies.

On this page there is more on the project, e.g.:

In the coming years, the Meijers Committee sees particular risks in the establishment of new EU agencies and in changes to the competences or structure of existing agencies. A reason for concern is, for example, the lack of clarity in the control of the exercise of powers by these agencies and the legal position of citizens vis-à-vis these institutions. Many improvements to the legal structure of these institutions are needed to ensure their accountability and transparency.

and:

The agencies in the field of asylum and migration, but also in the field of criminal law cooperation, have been given increasing competences over the last decade. In the area of criminal justice, these include the agencies OLAF (European Anti-Fraud Office), Europol, Eurojust and the European Public Prosecutor’s Office (EPPO, to become operational in 2021). In the field of asylum, there is the European Asylum Agency and the European Border and Coast Guard (formerly FRONTEX). There is a lack of clarity regarding the competences of – and the responsibility for – these agencies. It should be transparent how these institutions work, which decisions are made and how, and how supervision and control are exercised by elected representatives. Currently, this is not sufficiently the case. At several agencies there are doubts about the control and supervision by parliaments, the protection of fundamental rights and the accessibility of complaint procedures. (…)

Most agencies also have access to large-scale databases and their functioning therefore also concerns data protection.

On the Rule of Law site there are comments that concern EU Agencies in the European Union.

There is a Rule of Law Dashboard that provides information about rule of law-related judgements and pending cases at the Court of Justice of the European Union and the European Court of Human Rights. Currently Hungary, Malta, Poland, and Romania are included in the dashboard. It will be supplemented with other Member States, based on reports of the European Commission, reports by the Council of Europe and reports by NGOs such as Freedom House and Varieties of Democracy.

Hopefully they will also pay attention to the Authority for Countering Money Laundering and Financing of Terrorism (AMLA), that is part of the AML Package.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Op de agenda van de Autoriteit Persoonsgegevens: AI, big tech, datahandel, digitale overheid en vrijheid & veiligheid

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft in december het jaarplan voor 2024 bekend gemaakt. De volgende thema’s staan dit jaar centraal:

Algoritmes & AI (kunstmatige intelligentie)
Big Tech
Vrijheid & veiligheid
Datahandel
Digitale overheid

Over de aandacht van de AP voor AI schreef ik al eerder, daar vragen meerdere instanties aandacht voor.

Datahandel
Datahandel is een interessant onderwerp, waarover de AP schrijft:

Datahandel
De steeds meer gedigitaliseerde (‘slimme’) producten en diensten die we gebruiken, creëren veel waardevolle data. Met als gevolg dat er ook steeds meer ongeoorloofde (door)verkoop plaatsvindt van persoonsgegevens. Niet alleen in Nederland, maar ook internationaal. Dat moeten we een halt toeroepen.

Wat doen we in ieder geval in 2024?
• We starten een meerjarenproject dat het ongeoorloofd online volgen van mensen, bijvoorbeeld met cookies, op verschillende fronten aanpakt.
• We geven prioriteit aan onderzoek naar klachten en datalekmeldingen die een duidelijke link hebben met datahandel.
• We zetten extra in op voorlichting en communicatie over naleving op het gebied van datahandel. Zo zorgen we ervoor dat bedrijven zich aan de wet houden en burgers geen schade oplopen.

Het zou fijn zijn als de datahandelaren in de witwasbestrijding, kredietwaardigheidsinformatie c.s. stevig worden aangepakt.

Te weinig budget
De AP is een arme toezichthouder, als de organisatie wordt vergeleken met andere overheidstoezichthouders, zoals DNB (die helaas ontbreekt in het navolgende staatje), zie het overzicht dat de AP geeft:

 

Dat de AP een te beperkt budget krijgt, geeft aan dat de Nederlandse overheid gegevensbescherming niet zo belangrijk vindt. Gevolg is dat datagraaiers hun gang kunnen gaan.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | 1 reactie