Tijdbom onder volmacht: gevolmachtigden worden trustkantoor | Besluit toezicht trustkantoren 2018

Het ministerie van financiën legde vandaag een tijdbom onder het privaatrechtelijke concept van volmachtverlening. Op grond van het ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018 dat vandaag ter consultatie is bekend gemaakt, wordt iedereen die op grond van een volmacht een ander vertegenwoordigt gebracht onder de doelgroep van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018).

In het ontwerp is de volgende uitbreiding van de reikwijdte van de Wtt 2018 ( ‘de wet’) opgenomen:

Artikel 2. Aanvullende trustdienst
In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die een rechtspersoon of vennootschap kan binden in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

De toelichting op dit bizarre voorstel luidt als volgt:

2. Aanvullende trustdienst

De regels in de Wtt 2018 en onderliggende regelgeving zijn van toepassing op trustkantoren. Op grond van de wet is sprake van een trustkantoor als een trustdienst wordt verricht. De Wtt 2018 kent vijf trustdiensten en een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur andere diensten als trustdiensten aan te wijzen. De vijf benoemde trustdiensten in de wet moeten beschouwd worden als de kern van de trustdienstverlening. Eventuele aanvullende diensten die bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld, zullen voornamelijk afgeleide diensten of aanpalende diensten zijn.

In dit besluit is geregeld dat naast de vijf diensten in de wet tevens het in opdracht kunnen binden van een rechtspersoon of vennootschap een trustdienst in de zin van de Wtt 2018 is. Deze trustdienst is nieuw in de wetgeving. De trustdienst komt inhoudelijk echter in grote mate overeen met trustdienst a: het in opdracht optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap. Die trustdienst (en daarmee de wetgeving om integriteitrisico’s te mitigeren) kan echter omzeild worden door een (rechts)persoon niet formeel als bestuurder te benoemen, maar door middel van een volmacht of anderszins een (rechts)persoon de materiële bevoegdheid te geven een rechtspersoon of vennootschap te binden. Als een (rechts)persoon bindende handelingen kan verrichten dan kan deze feitelijk optreden als bestuurder. In de praktijk is gebleken dat deze constructie regelmatig wordt toegepast. Het gaat dan om de situatie waarbij een rechtspersoon of vennootschap in Nederland wordt opgericht met buitenlandse bestuurders of vennoten. Voor het besturen van de rechtspersoon of vennootschap is vervolgens aan een persoon die goed bekend is met het Nederlandse rechtssysteem een volmacht verleend om handelingen namens de rechtspersoon of vennootschap te verrichten. In wezen verschilt deze situatie niet van het oprichten van een rechtspersoon of vennootschap in Nederland en deze laten besturen door een trustkantoor. De integriteitrisico’s verbonden aan het materieel optreden als bestuurder, zoals deze variant van dienstverlening ook wel wordt genoemd, zijn vergelijkbaar met de integriteitrisico’s verbonden aan het reeds gereguleerde formeel optreden als bestuurder. Het risico voor Nederland dat trustdienstverlening het vertrouwen in de Nederlandse financiële en juridische stelsels kan schaden kan evengoed optreden als de cliënt zelf voorziet in het formele bestuur, maar het feitelijke bestuur overdraagt aan een dienstverlener. Uit dien hoofde is het noodzakelijk de reikwijdte te verbreden om zo de belangen die het wetsvoorstel beoogd te beschermen beter te kunnen waarborgen en te eisen dat alleen een gereguleerd trustkantoor met inachtneming van de poortwachterfunctie deze dienst mag verlenen.

Het gaat hier om alle mogelijke volmacht varianten. Het is mogelijk dat een volmacht zichtbaar is in het handelsregister, maar het kan ook om een onderhandse volmacht gaan of een volmacht met beperkingen. Het doorslaggevend criterium is dat de houder van de volmacht feitelijk in staat is om de rechtspersoon te binden ten aanzien van rechtshandelingen die samenhangen met het in stand houden van de rechtspersoon of vennootschap met inbegrip van administratieve of compliance-gerichte handelingen.

Van de trustdienst in dit besluit is sprake als een rechtspersoon of natuurlijke persoon in opdracht handelingen namens een rechtspersoon of vennootschap verricht op basis van een volmacht of anderszins rechtsgeldige besluiten kan nemen. Daarmee is het op grond van de Wtt 2018 verboden om een dergelijke dienst zonder vergunning te verlenen en zijn de eisen op grond van de Wtt 2018 van toepassing op de dienstverlening. Met betrekking tot het cliëntenonderzoek bij de trustdienst uit dit besluit is geregeld dat dit gelijk is aan het cliëntenonderzoek bij trustdiensten a en b in de wet (het in opdracht zijn van bestuurder of het verlenen van domicilie in combinatie met andere diensten). Zoals hierboven aangegeven komt de trustdienst in dit besluit inhoudelijk overeen met het in opdracht zijn van bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap (trustdienst a). Het cliëntenonderzoek kan dan ook gelijkluidend zijn.

Het is hoog tijd om de ambtenaren van het ministerie van financiën bij te scholen op het gebied van het privaatrecht. Tegen betaling wil ik dat graag ter hand nemen.

Meer informatie:

Dit artikel verscheen ook op de site van het Compliance Platform Trustkantoren.


Aanvulling 27 juni 2018
De NOvA liet weten dat dit onderwerp in een commissie bekeken gaat worden:

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, Handelsrecht, Trustkantoren | Tags: , , | Plaats een reactie

Rijksoverheid waarschuwt intermediairs dat regelgeving melding fiscale constructies is ingegaan

In een nieuwsbericht van 22 juni jl. waarschuwt de rijksoverheid dat de Europese regelgeving inzake de meldplicht voor intermediairs de facto in werking is getreden:

Intermediairs worden verplicht grensoverschrijdende constructies te gaan melden
Nieuwsbericht | 22-06-2018 | 16:23

Er wordt wetgeving voorbereid die intermediairs zoals belastingadviseurs, accountants en financiële instellingen vanaf 1 juli 2020 verplicht stelt om grensoverschrijdende constructies die gebruikt kunnen worden om belasting te ontduiken bij de Belastingdienst te melden. De informatie die vanaf dan geleverd moet worden gaat terug tot 25 juni 2018.
Dit vloeit voort uit een Europese richtlijn die in maart dit jaar is aangenomen. Vanaf 31 oktober 2020 moet de eerste informatie tussen de belastingdiensten van de Europese lidstaten onderling uitgewisseld worden.
Dit betekent een belangrijke stap in de strijd tegen belastingontwijking. Met het nieuwe waarschuwingssysteem krijgen belastingdiensten meer informatie over potentiële misbruiksituaties, zodat zij hierop ook actie kunnen ondernemen. Dit heeft ook een preventieve werking op het aantal potentieel agressieve fiscale adviezen.
De komende periode wordt de richtlijn nog in wet- en regelgeving uitgewerkt, die naar verwachting in de loop van 2019 wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Er volgt dit najaar een internetconsultatie waarmee belanghebbenden een reactie kunnen geven op de voorgenomen wetgeving.

Omdat de informatieplicht zal gaan gelden vanaf 25 juni 2018, wil het ministerie van Financiën belanghebbenden nu al op de hoogte stellen. De informatie over de periode van 25 juni tot 1 juli 2020 hoeft pas uiterlijk 31 augustus 2020 aan de Belastingdienst te worden verstrekt.
Als er vanaf 2020 een melding wordt gedaan dan betekent dit dat een belastingconstructie voor de Belastingdienst mogelijk de moeite van het verder onderzoeken waard is. Van belastingontduiking hoeft geen sprake te zijn. Als gevolg van de Europese richtlijn krijgen de belastingdiensten van alle lidstaten toegang tot een database met informatie over deze constructies, die door de Europese Commissie wordt opgericht. De Belastingdienst krijgt zo meer inzicht in welke structuren gebruikt worden en kan hierop actie ondernemen.
Het kabinet pakt belastingontwijking en ontduiking aan. Door internationale constructies die zijn opgezet om belasting te ontduiken loopt de schatkist geld mis voor voorzieningen als zorg, onderwijs en veiligheid. Het kabinet zet daarom al geruime tijd in op de aanpak van belastingontduiking. Het nieuwe systeem levert hier een belangrijke bijdrage aan, in Nederland en in Europa.

Zie de eerdere berichten over deze meldplicht: 1, 2.

Dit bericht is ook gepubliceerd op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: | Plaats een reactie

Your Europe | European Single Digital Gateway

According to a press release of 20 June (html, pdf) Europe intends to create one portal with information on the EU internal market. The portal will integrate several networks and services, including European Consumer Centres, Your Europe Advice, SOLVIT, Intellectual Property Rights Helpdesk, Europe Direct and Enterprise Europe Network.

The name of the portal is the unoriginal “Your Europe” and the portal is found on the address http://europa.eu/youreurope/.


Aanvulling 1 augustus 2018
VNG Realisatie schreef over de Single Digital Gateway, zie hierna het bericht van VNG:

Nieuwe Europese verordening raakt Nederlandse dienstverlening | VNG Realisatie

Het Europese Parlement krijgt dit najaar een nieuwe Europese verordening ter bekrachtiging voorgelegd die impact heeft op de Nederlandse dienstverlening vanuit de overheid. Als de verordening in werking treedt moeten Nederlandse overheidsorganisaties hun informatievoorziening in een aantal sectoren en een aantal specifieke diensten toegankelijk maken en vertalen voor EU-burgers en bedrijven uit andere lidstaten. De tekst van de verordening is vorige maand vastgesteld.

Single Digital Gateway
De EU wil de informatievoorziening vanuit de lidstaten aanbieden aan alle EU-burgers en bedrijven via een Europese toegangspoort, de Single Digital Gateway. Deze digitale toegangspoort zal toegang geven tot online-informatie, -procedures en -diensten voor ondersteuning en probleemoplossing. Zo is informatie over wonen, werken en ondernemen in andere lidstaten gemakkelijk te vinden. Uitgangspunt is dat als een procedure beschikbaar is voor een burger of ondernemer van een lidstaat, deze ook toegankelijk moet zijn voor gebruikers uit andere lidstaten. Verder is het ‘Once-Only Principe’ in de verordening opgenomen. Dat wil zeggen dat gebruikers dezelfde informatie slechts eenmaal aan een Europese overheidsdienst hoeven te verstrekken.

Impactanalyse
In Nederland voert momenteel ICTU (ICT Uitvoeringsorganisatie) een Impactanalyse uit naar de gevolgen van de Verordening, in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties en Economische Zaken en Klimaat. Veel overheidsorganisaties die diensten aan burgers en bedrijven leveren worden geraakt door deze verordening. In Nederland is de informatievoorziening aan burgers en bedrijven al gedeeltelijk vertaald en een aantal procedures zijn nu al online beschikbaar. In de Impactanalyse wordt ook gekeken welke bouwstenen ons land al beschikbaar heeft om aan de nieuwe verordening te kunnen voldoen.
In mei 2017 heeft de Commissie haar voorstel voor de ontwikkeling van één digitale toegangspoort ingediend. Vorige maand is de laatste versie van de verordening in samenspraak met vertegenwoordigers van de lidstaten en van het Europees Parlement vastgesteld. Het Europees Parlement en de Europese Raad moeten de definitieve versie van de verordening na de zomer formeel bekrachtigen.

Volgende stappen
De verordening geeft alle nationale, regionale en lokale overheden voor de verschillende onderdelen twee tot vijf jaar de tijd om de implementatie voor te bereiden. Binnen twee jaar moeten de centrale overheden hun informatievoorziening aangepast hebben voor EU-burgers en bedrijven. Voor lokale overheden geldt een termijn van vier jaar. Vijf jaar na de inwerkingtreding zijn alle relevante procedures voor EU-burgers en bedrijven toegankelijk en voorzien van vertaalde toelichtingen.
In die vijf jaar moeten de lidstaten daarvoor ook een uitwisseling op gang brengen waarin bewijsstukken onderling worden uitgewisseld: als een burger of bedrijf een aanvraag indient bij een overheidsorganisatie moet de laatste de relevante gegevens bij de lidstaat opvragen waar de aanvrager vandaan komt.

Zie voorts dit bericht:

Single Digital Gateway raakt lokale overheden

Het Europees Parlement beslist in het najaar over een verordening die flinke gevolgen kan hebben op Nederlandse overheidsdienstverlening: de Single Digital Gateway. Wanneer deze verordening van kracht wordt, moeten onder meer gemeenten en provincies diensten toegankelijk maken en vertalen voor EU-burgers uit andere lidstaten.

Dienstverlening toegankelijk voor alle EU-burgers
De tekst van de verordening, die in mei 2017 door de Europese Commissie werd ingediend, is vorige maand vastgesteld. Er wordt momenteel in opdracht van het ministerie van BZK een Impactanalyse uitgevoerd door ICTU (ICT Uitvoeringsorganisatie), zo meldt VNG. De EU wil informatievoorziening vanuit de lidstaten aanbieden aan inwoners in heel Europa via een Europese toegangspoort, oftewel de Single Digital Gateway. Deze poort moet online informatie over wonen, werken en ondernemen in andere lidstaten gemakkelijker en toegankelijk maken. Er is met de maatregel toegang mogelijk tot informatie, procedures, diensten voor ondersteuning en probleemoplossing. Ook hoeven gebruikers dezelfde informatie nog maar één keer aan een Europese overheidsdienst te verstrekken.

Twee tot vijf jaar de tijd
De verordening betekent veel vertaalwerk voor Nederlandse overheidsorganisaties. Met name overheidsorganisaties die diensten aan burgers en bedrijven leveren volgens VNG ‘geraakt’ door de verordening. Een gedeelte van de informatievoorziening is al vertaald en online beschikbaar. In de Impactanalyse wordt bekeken welke ‘bouwstenen’ die voldoen aan de nieuwe verordening er al zijn. Overheden krijgen twee tot vijf jaar de tijd voor implementatie van de Single Digital Gateway. Voor lokale overheden geldt een termijn van vier jaar. Alle relevante procedures voor EU-burgers en bedrijven moeten uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van de verordening toegankelijk zijn voor EU-burgers en bedrijven en voorzien zijn van vertaalde toelichtingen.

Bewijsstukken
In de vijf jaar na het van kracht worden van de verordening moeten de lidstaten uiteindelijk een nieuwe vorm van informatie uitwisselen op gang zien te brengen. Overheidsorganisaties moeten bewijsstukken van EU-burgers rechtstreeks op kunnen vragen bij het lidstaat waar de aanvrager vandaan komt. Het Europees Parlement en de Europese Raad moeten de definitieve versie na de zomer formeel bekrachtigen, schrijft VNG.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa | Tags: , , | Plaats een reactie

De IT-uitdaging van het ubo-register | AMLD5

De onlangs gepubliceerde 5e Europese anti-witwasrichtlijn bevat een forse IT-uitdaging, zowel voor de EU (ik neem aan door middel van biometrie-specialist eu-LISA) als voor de lidstaten, want in overweging 53 staat:

(53) Gezien de dringende noodzaak om de maatregelen toe te passen die zijn vastgesteld teneinde de bestaande regeling van de Unie ter voorkoming van het witwassen van geld en terrorismefinanciering te versterken, en gezien de door de lidstaten aangegane verbintenissen om snel over te gaan tot de omzetting van Richtlijn (EU) 2015/849, moeten de wijzigingen van Richtlijn (EU) 2015/849 uiterlijk op 10 januari 2020 worden omgezet. De lidstaten moeten uiterlijk op 10 januari 2020 registers van uiteindelijk begunstigden van vennootschappen en andere juridische entiteiten en uiterlijk op 10 maart 2020 registers van uiteindelijk begunstigden van trusts en soortgelijke juridische constructies opzetten. De centrale registers moeten uiterlijk op 10 maart 2021 worden gekoppeld via het Europees centraal platform. De lidstaten moeten uiterlijk op 10 september 2020 gecentraliseerde automatische mechanismen opzetten die het mogelijk maken houders van bank- en betaalrekeningen en kluizen te identificeren.

Overigens valt op dat in de overwegingen geen aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid dat in de ubo-registers en in de Europese uitwisseling fouten kunnen optreden, fouten die een eigen leven kunnen gaan leiden en die de natuurlijke personen om wie het gaan schade kunnen berokkenen.

Meer informatie op dit blog:

  • Over AMLD4 en 5.
  • Over Europese IT-organisatie eu-LISA, specialist in biometrische identificatie.
Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Law applicable to the third-party effects of assignments of claims

The think tank of the European Parliament, the European Parliament Research Service (EPRS) has produced a briefing on the Commission’s proposals regarding law applicable to the third-party effects of assignments of claims:

The assignment of a claim refers to a situation where a creditor transfers the right to claim a debt to another person. This system is used by companies to obtain liquidity and access credit. At the moment, there is no legal certainty as to which national law applies when determining who owns a claim after it has been assigned in a cross-border case. The new rules proposed by the Commission clarify which law is applicable for the resolution of such disputes: as a general rule, the law of the country where assignors have their habitual residence applies, regardless of which Member State’s courts or authorities examine the case. This proposal will promote cross-border investment and access to cheaper credit, and prevent systemic risks.

More information:

  • Announcement, European Parliament Research Service 18 June 2018.
  • Briefing by the European Parliament Research Service
Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Europa | Tags: | Plaats een reactie

Fair play

Het Openbaar Ministerie moet zich aan de principes van fair play houden, ook als het trustkantoren betreft, zo blijkt uit een artikel van twee strafrechtadvocaten, Boezelman en De Boer.

Uit de uitspraak:

Onder deze gegeven omstandigheden is het hof van oordeel dat door het instellen van strafvervolging en daarbij tot inbeslagname van de DVD met e-mails over te gaan, het Openbaar Ministerie een aan hem toekomende strafrechtelijke bevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. Het Openbaar Ministerie heeft daarmee het beginsel van zuiverheid van oogmerk, oftewel het verbod van détournement de pouvoir, met voeten getreden. Het hof rekent het Openbaar Ministerie het in ernstige mate aan dat hierdoor de rechtsbeschermingsmogelijkheden, die de wetgever met ingang van 1 juli 2011 in de AWR aan de verdachte heeft willen bieden om zijn weigering in bezwaar door de inspecteur en in (hoger) beroep door de belastingrechter te laten toetsen, volstrekt illusoir zijn geworden.

Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval derhalve sprake van een uitzonderlijke situatie waarin het instellen van strafvervolging onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde, nu het Openbaar Ministerie het verbod van détournement de pouvoir heeft overtreden. Mitsdien zal het hof, onder vernietiging van het bestreden vonnis, de sanctie van niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging uitspreken.

Dit bericht is ook op de site van het Compliance Platform Trustkantoren verschenen.

Geplaatst in Belastingrecht, Strafrecht, Trustkantoren | Tags: , | Plaats een reactie

Biometrische grensoverschrijding | het gezicht als identificatiemiddel

Uit een recente publicatie van de rijksoverheid (fiche over Europese voorstellen inzake vingerafdrukken op Nederlandse identiteitskaarten) blijkt dat Europa heeft gekozen voor gezichtsherkenning als algemeen identificatiemiddel bij grenspassage:

Op dit moment wordt wereldwijd (ook in de EU) ingezet op het gebruik van automatische gezichtsherkenning bij grenspassage

In de algemene media heb ik over dit onderwerp nog niets gelezen.

Mij lijkt dat dit straks niet alleen gaat gelden op vliegvelden. Binnen Europa wordt al gepleit voor identificatie bij overgang van de grens per trein en bus.
Dit onderstreept dat gezichtsherkenning een grote vlucht gaat nemen, zoals ik al eerder schreef. Een identiteitsbewijs is dan niet meer nodig.

De surveillance maatschappij komt er aan.

Meer informatie:


Aanvulling 1 augustus 2018
Uit een bericht op security.nl blijkt dat in de Agenda Digitale Overheid (pdf) staat dat de rijksoverheid in 2020 een onderzoek zal starten naar het gebruik van automatische gezichtsherkenning en andere vormen van biometrische identificatie. Onder het security.nl bericht staan de nodige negatieve reacties. Één van degenen die reageert verwijst naar aan artikel uit 2011 over gebruik van biometrie door de overheid. Een ander noemt een artikel van Nicole van der Meulen & Bert-Jaap Koops over bestrijding van identiteitsfraude en een bespreking van een EHRM uitspraak van 14 februari 2012.

Aanvulling 6 augustus 2018
Lees over biometrie Chris Jones, Analysis | Fingerprints in identity cards: unnecessary and unjustified, juni 2018 via Statewatch.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Mogen banken zich bezig gaan houden met adtech?

Alle grote bedrijven die waardevolle persoonsgegevens bezitten, willen zich met digitale reclame, ‘adtech’, gaan bezig houden. Denk aan aanbieders van operating systems zoals Apple en Microsoft, aan telecom providers, maar ook aan banken. Men ziet het rijpe fruit hangen.

Uit onlangs door de minister van financiën beantwoorde kamervragen blijkt dat de minister niet voornemens is om burgers tegen gulzige banken, die zich op adtech willen storten, te beschermen. Wat mij betreft is dat geen goed idee.

Juist de gegevens die banken over de burger hebben (en die de bank overigens ijverig met de overheid uitwisselt ten behoeve van opsporing van criminaliteit) horen niet gebruikt te kunnen worden voor commerciële activiteiten, óók niet met toestemming van de klant. Het verleiden om persoonsgegevens te ‘delen’ voor dat doel, hoort te worden verboden. Het concurrentieprobleem met de fintechs, die via PSD2 en andere regelgeving toetreden, moet dan maar op een andere manier worden opgelost.

 

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Vijfde Europese anti-witwasrichtlijn in het Europese staatsblad gepubliceerd | AMLD5

Vandaag is de 5e Europese anti-witwasrichtlijn in het Europese staatsblad gepubliceerd. Dat is een verheugend moment voor naleefkundige dienstverleners.

Het definitief worden van deze richtlijn en de daar aan voorafgaande 4e richtlijn is een triest moment voor de ondernemingen (met name die uit het MKB) die de anti-witwasregelgeving moeten naleven. De anti-witwasregelgeving is zeer ingewikkeld, leidt tot enorme bureaucratie en de uit de regelgeving voortvloeiende uitwisseling van persoonsgegevens door bedrijven en overheden levert ernstige risico’s op voor de betrokkenen.

Het is te hopen dat de regelgeving wel aan de bestrijding van criminaliteit bijdraagt.

Inwerkingtreding

  • De richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
  • De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 10 januari 2020 aan deze richtlijn te voldoen.

Onderstaande bronnen heb ik toegevoegd aan mijn overzicht van Wwft-vindplaatsen.

 

 

Meer informatie:

Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU (Voor de EER relevante tekst)

 

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

Uitwisseling van persoonsgegevens in de criminaliteitsbestrijding | voorstel Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden en consultatievoorstel Wet verwijzingsportaal bankgegevens

Bij bestrijding van criminaliteit is de eerste impuls dat misdadigers geen recht op privacy hebben. Maar… tijdens onderzoek naar misdadigers komt de opsporing ook onschuldige burgers tegen.

Bij bestrijding van criminaliteit is er alle aanleiding om ook dan na te denken over de grondrechten van degenen die voorwerp van onderzoek zijn. Het ministerie van veiligheid heeft onlangs een overzicht opgesteld van het juridisch kader dat geldt voor gegevensuitwisseling bij opsporing van criminaliteit (notitie ‘Algemeen juridisch kader gegevensuitwisseling‘).

Besproken worden:

  • Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens (EVRM) en Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (EU-Handvest)
  • Algemene verordening gegevensbescherming en Uitvoeringswet (AVG, UAVG)
  • Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg)
  • Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), dit is de bekende ‘sleep(net)wet’
  • Paspoortwet
  • Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt)
  • Wetgeving inzake passenger name record (PNR) en Advance Passenger Information (API)
  • Wetboek van Strafvordering
  • De meldplicht ongebruikelijke transacties op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)

Wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS)

In een brief van 13 juni 2018 laat de minister van veiligheid weten dat wordt gewerkt aan een wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS). Deze wet moet een juridische basis gaan bieden voor verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van taken van algemeen belang. Daarbij wordt ook gedacht aan uitwisseling van informatie binnen samenwerkingsverbanden van publieke en private organisaties, zoals die bestaan tussen bijvoorbeeld de banken en de overheid.

De minister beoogt met de WGS de mogelijkheden van gegevensdeling in samenwerkingsverbanden die zich bezighouden met de aanpak van terrorisme te verbeteren.

Wet verwijzingsportaal bankgegevens

Het uitwisselen door financiële instellingen van financiële persoonsgegevens met banken komt aan de orde in de internetconsultatie over de Wet verwijzingsportaal bankgegevens, die op 14 juni jl. van start is gegaan. Dit wetsvoorstel regelt dat banken en andere financiële instellingen hun rekeningen aansluiten op een portaal waarin de politie, de bijzondere opsporingsdiensten, het Openbaar Ministerie, FIU-Nederland en de belastingdienst geautomatiseerd gegevens kunnen opvragen over klanten van deze financiële instellingen. Op dit moment vindt de uitwisseling handmatig en op individuele basis plaats.

Meer informatie:


Aanvulling 5 juli 2018
Zie over de Wet verwijzingsportaal bankgegevens het artikel op security.nl “Kritiek op plan dat politie eenvoudiger toegang tot bankgegevens geeft“.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht, Verwijzingsportaal Bankgegevens | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie