Bureau Financieel Toezicht onder de loep

Onlangs is een door SEO en Clear Conduct samengesteld rapport uitgebracht over onderzoek dat is ingesteld naar het functioneren van het Bureau Financieel Toezicht (BFT).

BFT is de toezichthouder op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) bij onder meer accountants, administratiekantoren en belastingadviseurs. BFT houdt integraal toezicht op notarissen (inclusief Wwft) en gerechtsdeurwaarders.

Ik heb het rapport doorgelezen en mis daarin aandacht voor de haalbaarheid en begrijpelijkheid van de Wwft als zodanig voor de specifieke groepen van rechtssubjecten onder toezicht het BFT, zoals administratiekantoren. Tot meer dan de constatering dat de groep zeer divers is qua organisatie, grootte, type dienstverlening en mate van georganiseerdheid, komen de rapporteurs niet:

In totaal gaat het om ruim 33.000 ondertoezichtstaanden. Deze groep ondertoezichtgestelden is zeer omvangrijk en divers qua organisatie, grootte, type dienstverlening en mate van georganiseerdheid. Doel van de wet is het tegenaan van het witwassen van opbrengsten uit misdrijven en het financieren van terrorisme. De wet verplicht daartoe financiële instellingen en financiële en juridische dienstverleners tot identificatie van cliënten, het verrichten van cliëntenonderzoek, en tot het melden van ongebruikelijke transacties

De vraag of de Wwft-methodiek wel zinvol is voor deze ondernemingen, wordt in het geheel niet besproken, terwijl dit wel relevant is voor het functioneren van BFT als toezichthouder.

Door notarissenorganisatie KNB is ernstige kritiek op het functioneren van het BFT uitgeoefend. Die kritiek lijkt er nog steeds te zijn, als ik het naar aanleiding van het rapport bekend gemaakte bericht lees.

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Maatregelen tegen te late betaling MKB-leveranciers werken niet

Al eerder schreef ik over de praktijken van grote bedrijven die hun MKB-leveranciers als financieringsbron gebruiken. Uit een recent onderzoek in opdracht van Betaalme.nu is gebleken dat de wettelijke maatregelen niet werken.

Zoals ik al eerder schreef, denk ik dat het enige wat werkt is:

[a] korte betaaltermijn (30 dagen) en regels die verbieden dat de MKB-leverancier kan worden gedwongen ‘laat’ te factureren;
[b] supply chain financing ten nadele van MKB-leveranciers verbieden;
[c] een actieve overheidstoezichthouder die zelf op zoek gaat naar overtreders, eventueel op basis van klokkenluidersmeldingen, want de MKB-leveranciers kunnen juridisch geen vuist maken.

Meer informatie:

Recente berichten:

Eerdere berichten op dit blog:

Geplaatst in Handelsrecht | Tags: , , | Plaats een reactie

Nieuwe tekst Wwft

De nieuwe tekst van de Wwft is op dit moment alleen nog bij de NOB, in pdf vorm, te vinden.


Aanvulling 2 augustus 2018
Inmiddels is de wettekst op overheid.nl wel bijgewerkt.
Vandaag heb ik de pagina met Wwft-vindplaatsen bijgewerkt.
Aan die pagina heb ik ook een automatische vergelijking (pdf) tussen de huidige en de vorige versie van de Wwft toegevoegd, voorzien van een inhoudsopgave.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Plaats een reactie

Wwft | zoek het zelf maar uit

De NOB meldde gisteren de wijziging van de Wwft op de site. De Commissie Beroepszaken  van NOB is bezig met het herschrijven van de Richtsnoeren voor de interpretatie van de Wwft voor belastingadviseurs en accountants.

Ook de NBA meldde de wijziging gisteren met vindplaatsen.

De burger moet de wet maar kennen…
De enige overheidsorganisatie die aan deze belangrijke wijzigingen aandacht besteedt (na de vooraankondiging door FIU) is de AFM, die een gewijzigde leidraad bekend heeft gemaakt. Opvallend is dat de rijksoverheid nog niets heeft laten weten en dat ook de wettekst op overheid.nl niet is bijgewerkt. Gevalletje van ‘zoek het zelf maar uit‘?

De PEP van de school en het ziekenhuis
Terwijl de gewijzigde Wwft enorme gevolgen heeft. Zo zijn alle bestuurders van onderwijsinstellingen en ziekenhuizen (stichtingen) ‘uiteindelijk belanghebbende’ (ubo) geworden en moeten Wwft-plichtigen bij deze bestuurders gaan onderzoeken of zij ‘PEP’ (politiek prominente persoon) zijn.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Het datalek van British Airways

Het ‘delen’ door mensen van gegevens is vooral iets waar ondernemingen profijt van hebben, zeker de datagraaiers uit Silicon Valley. Recent kwam daar weer eens een mooi voorbeeldje van in het nieuws.

Een IT-specialist die bij British Airways een vlucht wilde boeken naar security conferentie ontdekte dat hij alleen kon inchecken als hij zijn advertentieblokkeringssoftware uitzette (met alle risico’s van dien). Het doet denken aan cybersecurity expert Bart Jacobs, die een kopietje paspoort per e-mail moest versturen en daarom niet naar een cybersecurity conferentie ging.

Bovendien ontdekte de IT-specialist dat zijn boekingsgegevens werden gelekt naar adtech bedrijven zoals LinkedIn, Twitter en Google DoubleClick:

Recently, I tried to check-in online on your website, but the interstitial page did not redirect me, and thus I was unable to check-in. I discovered that this was because my adblocker was enabled. After disabling my adblocker, I discovered that your check-in page was leaking my booking reference and surname to countless third parties for advertising purposes, including Twitter, LinkedIn and Google Doubleclick. I’ve attached for some network logs from Chrome’s web developer console for some example evidence.

 

Een dergelijke lekkage van vertrouwelijke persoonsgegevens levert niet alleen ongewenste reclame van adtech bedrijven op, maar levert ook een ernstig veiligheidsrisico’s op voor de reiziger. Mogelijk kan er met die gegevens zelfs op de boeking worden ingelogd.

British Airways is ook zo dom om vertrouwelijke persoonsgegevens via Twitter op te vragen, zo blijkt uit andere berichten.

Bij dit soort onverantwoordelijk gedrag horen hoge boetes.

 

Berichten IT-specialist over het British Airways datalek
Onderstaand de melding op Twitter door de IT-specialist:

[17 juli]

 

[20 juli]

 

Persoonsgegevens via Twitter
Een andere twitteraar meldt dat British Airways via twitter om gevoelige gegevens vraagt:

 

Troy Hunt doet ook mee:

Is this how you GDPR? https://t.co/7LnPQiqLmF

— Troy Hunt (@troyhunt) 19 juli2018

 

Meer informatie:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

AVG | vragen om boetes

In het verleden vond de Nederlandse overheid het onderwerp gegevensbescherming niet zo belangrijk, daarom kon de toezichthouder tot 1 januari 2016 geen sancties opleggen aan overtreders. Op 1 januari 2016 werd dat anders, met de invoering van wijzigingen op de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

Iets minder dan tweeënhalf jaar later trad de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking (25 mei 2018), zodat het geen verbazing hoort te wekken dat er nog weinig sancties zijn opgelegd, zeker niet als we kijken naar de beperkte personele capaciteit van de toezichthouder, voorheen College bescherming persoonsgegevens geheten, nu ‘Autoriteit Persoonsgegevens‘.

Sommige ondernemers komen pas in actie als ze boetes krijgen. Een journalist schrijft het volgende op het op accountantskantoren gerichte accountant.nl:

Inmiddels halen veel accountantskantoren hun schouders op over de privacywet. De regels zijn meer van hetzelfde en de handhaving lijkt een wassen neus.

Dat is vragen om boetes, lijkt me. Kennelijk willen accountants graag als eerste aan de beurt komen bij het uitdelen van boetes.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Wijzigingen Wwft treden op 25 juli 2018 in werking

Vandaag is de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn in het Staatsblad gepubliceerd. Volgens het eveneens vandaag bekend gemaakte koninklijk besluit treedt de wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit is geplaatst. De ingangsdatum wordt als volgt toegelicht:

Met dit besluit wordt bepaald dat de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn op de dag na de datum van publicatie van dit besluit in werking treedt. Samen met het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 en de Implementatieregeling vierde anti-witwasrichtlijn, die ook op die dag in werking treden, vormt de wet de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn.
Met deze inwerkingtreding wordt afgeweken van het beleid van vaste verandermomenten. Dit is gerechtvaardigd omdat het implementatie van Europese wetgeving betreft. Daarbij is van belang dat de richtlijn een implementatiedatum van 26 juni 2017 kent en deze datum derhalve al is overschreden.

Ook het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 is vandaag in het Staatsblad geplaatst. In dit uitvoeringsbesluit staan de nieuwe definities van uiteindelijk belanghebbende (‘ubo’) en politiek prominente persoon (‘PEP’). Het besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Het wachten is nog op het tweede deel van de implementatie, die de verplichtingen rondom ubo en ubo-register omvat.

Meer informatie:

Deze bronnen zal ik nog toevoegen aan mijn overzicht.


Aanvulling 25 juli 2018
Een persbericht van de rijksoverheid zag ik nog niet. Wel ontving ik het bericht dat het KNB het notariaat heeft geïnformeerd:

Nieuwe WWFT vandaag in werking getreden
25-07-2018

De nieuwe Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT 2018) is met ingang van 25 juli in werking getreden. Om kantoren te helpen de wet na te leven past de KNB de handleiding voor de toepassing van de WWFT aan.

Behalve de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn (WWFT 2018) treden op 25 juli ook het Uitvoeringsbesluit WWFT 2018 en de Implementatieregeling vierde anti-witwasrichtlijn in werking. Samen geven zij vorm aan de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn.

Handleiding
De nieuwe handleiding met bijlagen wordt zo snel mogelijk op NotarisNet gepubliceerd. Met de komst van de nieuwe WWFT gaat voor ieder kantoor de verplichting gelden een eigen risicobeleid op te stellen, afgestemd op de aard en omvang van het kantoor. De publieksfolder van de KNB, waarnaar in de handleiding wordt verwezen, wordt ook aangepast. De nieuwe folder zal als “Brochure cliëntenonderzoek en meldingsplicht” te vinden zijn op Notaris.nl.

Meldgrens contanten omlaag
Een van de gevolgen van de nieuwe WWFT is dat de objectieve indicator voor het melden van contante transacties wordt verlaagd van 15.000 euro naar 10.000 euro. Dat betekent dat (voorgenomen) contante transacties van 10.000 euro of meer moeten worden gemeld. Het verbod om contanten aan te nemen, dan wel uit te betalen op grond van het ‘Reglement contanten’ van de KNB, geldt op dit moment nog voor bedragen van 15.000 euro of meer. Het bedrag in het reglement zal weer in lijn worden gebracht met het bedrag van de objectieve meldingsindicator.

Objectieve indicator risicolanden
Voor alle meldergroepen is een nieuwe objectieve indicator ingesteld die inhoudt dat alle transacties die aan deze indicator voldoen, gemeld moeten worden. Deze meldingsplicht geldt voor transacties van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme. De lijst met aangewezen landen die aan verandering onderhevig is, is op de site van de Europese Commissie te raadplegen.

Bewijs van gedane meldingen bewaren
De Financial Intelligence Unit (FIU) Nederland wijst erop dat de bewaarplicht in artikel 34 van de nieuwe WWFT veel specifieker is omschreven. Ook de ontvangstbevestiging van de FIU na een gedane melding moet bewaard worden. Verder is belangrijk om te weten dat de bewaartermijnen uit de WWFT niet door de AVG worden ingeperkt. De WWFT is leidend.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , | Plaats een reactie

Rechtsbescherming van de burger in het bestuursrecht | ontwikkelingen 2018

Op 13 juli 2015 bood de Afdeling advisering van de Raad van State (‘Afdeling’) een ongevraagd advies aan over de verhouding tussen de sanctiestelsels in het bestuursrecht en het strafrecht.

Afdeling: bestuurlijke boete voor zware, complexe overtredingen; rechtsbescherming onderbelicht
Aanleiding voor dat advies was dat de Afdeling zich zorgen maakt over de ontwikkelingen inzake bestuurlijke sancties, met name de bestuurlijke boete, hebben doorgemaakt. Oorspronkelijk waren dergelijke boetes bedoeld om lichte overtredingen te bestraffen. Tegenwoordig worden zware, complexe overtredingen gesanctioneerd met hoge bestuurlijke boetes. Voorts kiest de wetgever voor hoge boetes voor relatief lichte feiten. Verder is het de Afdeling opgevallen dat de wetgever kiest voor het bestuursrecht omdat het ‘makkelijk’ is, terwijl de wetgever onvoldoende rekening houdt met de gevolgen van de keuze voor de burger (de justitiabele) wat zijn rechtsbescherming en de rechtspositie betreft.

De Afdeling signaleerde dat ook in het strafrecht een trend is naar ‘makkelijk’ en ‘snel’, door middel van een buitengerechtelijke vorm van afdoening van strafbare feiten.

Deze ontwikkelingen hebben naar het oordeel van de Afdeling bijgedragen aan het ontstaan van een handhavingsstelsel waarin de rechtsbescherming van de burger bij de keuzes door de wetgever voor een bepaald sanctiestelsel en de hoogte van punitieve sancties onderbelicht is geraakt. Deze conclusie is voor de Afdeling aanleiding geweest voor het uitbrengen van een ongevraagde advies, waarin aandacht wordt gevraagd voor de rechtsbescherming bij straffende sancties, ongeacht of deze uit het bestuursrecht of uit het strafrecht voortkomen.

De Afdeling vat de aanbevelingen als volgt samen:

Daarbij is afstemming van het strafrecht en het bestuursrecht met betrekking tot de wettelijk geregelde rechtsbescherming en de rechtspositie van de justitiabele wenselijk. Wat het punitieve bestuursrecht betreft zou deze afstemming moeten resulteren in een verzwaring van het rechtsbeschermingsniveau. Het is aan de wetgever om daarin concrete keuzes te maken. De Afdeling wijst op verschillende keuzemogelijkheden. Daarbij heeft de optie om de bestuursrechtelijke rechtsbescherming alleen daar te verzwaren waar de noodzaak zich opdringt, de voorkeur. Dat betreft de gevallen waarin het niet langer gaat om lichte eenvoudig vaststelbare feiten, maar om zwaardere en minder eenvoudig vaststelbare overtredingen of om overtredingen die zwaar worden beboet, ook al zijn zij eenvoudig vaststelbaar en minder zwaar.

Voorts is de Afdeling van oordeel dat de hier bedoelde afstemming er niet toe leidt dat het strafrecht en het punitieve bestuursrecht bij de handhaving van ordeningswetgeving volledig inwisselbaar worden. De Afdeling is van oordeel dat zich ook op het gebied van ordeningswetgeving1 overtredingen voordoen die zich niet lenen voor de buitengerechtelijke afdoening en die daarom rechtstreeks aan de strafrechter dienen te worden voorgelegd.

Los van de afstemming waar het de rechtsbescherming betreft rijzen (nog steeds) vragen over een betere afstemming binnen het bestuursrecht en tussen het bestuursrecht en het strafrecht waar het de hoogte van boetes betreft voor dezelfde of soortgelijke overtredingen. Er is al nuttig onderzoek op dit terrein verricht, waarop het kabinet ook heeft gereageerd, maar meer regie van de Minister van Veiligheid en Justitie is in dit opzicht nodig.

Kabinet: nader rapport, beleidsvoornemens
Een reactie op dat advies is bijna twee jaar later, op 14 mei jl., bekend gemaakt door middel van een brief aan de Tweede Kamer. Daarin worden de beleidsvoornemens vermeld in een bijlage (nader rapport) als volgt samengevat:

– Het integraal afwegingskader (IAK) dat geldt voor alle beleid en wetgeving wordt uitgebreid met een overzicht van alle relevante factoren voor het kiezen van een handhavingsstelsel.
– Wettelijke boetemaxima in het bestuursrecht moeten op grond van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) nu al aansluiten bij de boetecategorieën van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit wordt wettelijk vastgelegd.
– Bestaande bestuurlijke boetestelsels worden aangepast. Bestaande boetecategorieën in het strafrecht kunnen indien nodig nader worden overwogen.
– Voor toekomstige gevallen worden wettelijke boetemaxima in het bestuursrecht zoveel mogelijk onderling afgestemd. De verplichting daartoe wordt verankerd in de Ar.
– De boetehoogte in wetgeving met duale stelsels wordt zonodig aangepast.
– In bestaande duale stelsels stemmen OM en bestuursorganen hun requireerbeleid, respectievelijk hun boetebeleid onderling op elkaar af.
– In toekomstige duale stelsels vindt een dergelijke afstemming eveneens plaats.
– Er wordt onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van schorsende werking in de bezwaarfase van bepaalde boetebesluiten.
– De effecten van voorlopige voorzieningen wegens betalingsonmacht zullen worden onderzocht. Bezien wordt of dit aanleiding geeft tot nadere voorlichting over betalingsregelingen.
– Verjaringstermijnen in de Algemene wet bestuursrecht worden in lijn gebracht met termijnen in het strafrecht.
– Een verkenning wordt uitgevoerd naar de mogelijkheid om opgelegde bestuurlijke boetes te betrekken bij bepaalde screeningen voor een verklaring omtrent het gedrag.

Brief vaste commissie van 18 juli 2018 
Op 18 juli jl. heeft dit onderwerp een vervolg gekregen door middel van een brief van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer aan de minister van Veiligheid. Daarin worden een groot aantal vragen gesteld, onder meer over de rechtsbescherming in het fiscale recht:

Na lezing van uw reactie van 14 mei 2018 merken de leden van de VVD-fractie op dat aan de rechtsbescherming in het fiscale recht niet zoveel wordt gedaan. De fiscale rechtsbescherming is al minder dan in het bestuursrecht. Voorbeelden zijn het omgaan met dubieus verkregen bewijs en het bepalen van fiscale boetes met toepassing van de   ̶ strafrechtelijk niet toegestane   ̶ omkering en verzwaring van de bewijslast. De Afdeling schrijft dat er in het bestuursrecht net zo zware of zelfs zwaardere straffen (in fiscale zaken) worden opgelegd, waarbij de rechtsbescherming van de belastingplichtige minder is dan in het strafrecht.

Het op een lijn brengen van de verjaringsregels van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en het strafrecht zal niet gelden voor fiscale zaken. In de fiscaliteit gelden navorderingstermijnen van vijf jaar, twaalf jaar, en onbeperkt (schenkbelasting). Ook gelden andere boetemaxima (100% tot 300%). In fiscale zaken bestaat geen mogelijkheid voor gesubsidieerde rechtsbijstand, hetgeen in het strafrecht en het reguliere bestuursrecht boven bepaalde drempels wel mogelijk is.

Gegeven deze verschillen hebben de VVD-fractieleden de volgende vragen.

Wat is uw visie op de rechtseenheid tussen het bestuursrecht en het strafrecht, en hoe ziet u de rechtseenheid in verhouding tot de rechtseenheid binnen het bestuursrecht respectievelijk het strafrecht?

De leden van de VVD-fractie vragen tevens hoe u het vindt te rijmen met de rechtsstaat dat er even zware straffen kunnen worden opgelegd waarbij de justitiabele in de fiscaliteit beduidend minder rechtsbescherming geniet dan in het strafrecht, zoals het omgaan met dubieus verkregen bewijs en het bepalen van fiscale boetes met toepassing van de strafrechtelijk niet toegestane omkering en verzwaring van de bewijslast.

De minimale rechtsbescherming van de belastingplichtige, zoals bij verjaringstermijnen, rechtsbijstand en boetemaxima, wordt niet verbeterd. Bent u bereid nog eens de reikwijdte van de rechtsbescherming van belastingplichtigen kritisch te beoordelen? Zo ja, op welke termijn, vragen de VVD-fractieleden.

Voorts wordt aandacht gevraagd voor het rapport van de Raad voor de rechtspraak over rechtsbescherming bij grondrechtenbeperkend overheidsingrijpen:

De VVD-fractieleden vragen voorts hoe de door u voorgestelde maatregelen zich verhouden tot het rapport van de Raad voor de rechtspraak “Adequate rechtsbescherming bij grondrechtenbeperkend overheidsingrijpen” [2], waarin deze en diverse andere inbreuken op de inbreuken op de mensenrechten besproken worden.

[Noot]
2 Adequate rechtsbescherming bij grondrechtenbeperkend overheidsingrijpen. Studie naar aanleiding van de agenda voor de rechtspraak, Deventer: Kluwer 2014.

De leden van de PvdA vragen waarom de voorstellen zich beperken tot harmonisatie van de hoogte van de boetes:

U bent van mening dat de verschillen in rechtsbescherming niet de kern zijn van het probleem en dat die grotendeels kunnen blijven bestaan. Door zich vooral te richten op het laten aansluiten van de hoogte van bestuurlijke boetes bij de hoogte van de boetes in het strafrecht, verwacht u dat daarmee de maatschappelijk gevoelde noodzaak tot betere afstemming van de rechtsbescherming zal afnemen en dat daarmee het door de Afdeling geformuleerde probleem is opgelost. Kunt u aangeven waarop u deze verwachting baseert? Vindt u het wenselijk en rechtvaardig dat de rechtsbescherming en de rechtspositie van justitiabelen in het strafrecht veel sterker zijn dan in het bestuursrecht? Welke argumenten rechtvaardigen dit in uw ogen?

Voorts stellen zij de vraag of de extra waarborgen uit de (Europese) jurisprudentie gecodificeerd kunnen worden en of het niet beter is de bestuurlijke sancties naar het strafrecht over te brengen:

In sommige gevallen gelden bij punitieve sancties extra waarborgen, die volgen uit (Europese) jurisprudentie. Acht u het wenselijk deze waarborgen te codificeren en op te nemen in de wet? Zo nee, waarom niet?

Nu ook in het strafrecht een mogelijkheid is gecreëerd tot buitengerechtelijke afdoening in de vorm van de strafbeschikking, zijn verschillende rechtsgeleerden van mening dat de bestuurlijke sanctie in het kader daarvan in het strafrecht getrokken zou moeten worden, omdat de overtreder bij de strafrechter een hoger niveau van rechtsbescherming geniet. Wat is uw opvatting hierover?

Wetgeven | uitleggen | straffen – alles in één hand
Of met de voorstellen van het kabinet de rechtsbescherming daadwerkelijk verbetert, moet nog worden bezien.

Sommige toezichthouders in het bestuursrecht, zoals DNB en AFM, hebben een innige verhouding met de landelijke politiek en het ministerie van financiën. DNB en AFM mogen op basis van hun ervaringen met het toezicht jaarlijks wetgevingswensen indienen, die in veel gevallen ook snel gehonoreerd worden. Aangezien veel regelgeving waar zij bij betrokken zijn algemeen geformuleerde normen bevatten, bepalen zij hoe deze normen worden uitgelegd (waar de toezichtssubjecten soms pas tijdens toezichtbezoeken achter komen). Tot slot zijn DNB en AFM degenen die hun toezichtssubjecten mogen sanctioneren, die pas daarna naar de rechter kunnen om de toezichthouders tot de orde te roepen.

Ik vind dat een buitengewoon ongezonde situatie. Het zou beter zijn als de sanctionering wordt overgebracht naar het strafrecht, eventueel met een gespecialiseerde bestuursstrafrechtelijke procedure, waarbij de toezichthouder wel als ‘aanklager’ mag optreden maar te maken krijgt met een gespecialiseerde rechter.

Meer informatie:

debat over de staat van de rechtsstaat II
Het debat met de minister van Justitie en Veiligheid (J&V) en de minister voor Rechtsbecherming over de staat van de rechtsstaat vond plaats op 22 mei 2018. Tijdens het debat werden drie moties ingediend. De stemmingen over de motie-Bikker vond plaats op 29 mei 2018. De commissie neemt nota van enkele, tijdens dit debat, toegezegde rapportages en zal te zijner tijd het overleg voortzetten.
Op 6 februari 2018 vond ter voorbereiding op het debat over de staat van de rechtsstaat een deskundigenbijeenkomst plaats. Voor deze bijeenkomst was een achttal deskundigen uitgenodigd. De twee thema’s die aan bod kwamen waren: de positie van de burger in de rechtsstaat en de positie van de rechterlijke macht binnen de trias politica.

Verslag van de deskundigenbijeenkomt van de staat van de rechtsstaat II op 6 februari 2018 (EK, P)
Video van de deskundigenbijeenkomst van de staat van de rechtsstaat II op 6 februari 2018 (3 uur)

Op 26 september 2017 vond een besloten gesprek plaats met een aantal deskundigen ter voorbereiding van de deskundigenbijeenkomst.

  • Brief van 18 juli 2018 van de vaste commissie van de Eerste Kamer aan de minister van veiligheid.
  • Eerder besteedde ik al aandacht aan dit onderwerp, onder meer in maart 2017 (proefschrift Beckers).
Geplaatst in Bestuurlijke boete, Bestuurlijke sancties, Bestuursrecht, Grondrechten, Procesrecht, rechtspraak, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie

FATF’s influence on judges and prosecutors | President’s Paper

FATF is an undemocratic organisation, lacking independent supervision and lacking independent scientific counterbalance.
Therefore it is worrying that this organisation is trying to influence judges and prosecutors in relation to their role in convicting people based on anti-moneylaundering and counter terrorist financing legislation.

FATF President’s Paper
Recently FATF published a president’s paper on the meetings FATF had with judges and prosecutors. The Executive Summary runs as follows:

FATF global anti-money laundering and countering terrorist financing efforts are focused both on effective prevention and disruption and on achieving convictions and asset recovery for the benefit of States and victims. Although FATF has had some interaction in recent years with prosecutors and similar experts on various issues, the relationship between the FATF and the criminal justice sector needed to be strengthened. For these reasons, the Argentine Presidency of the FATF initiated a global outreach programme to Criminal Justice Systems.

The main objectives of the project were:
• to prepare a report which identifies the experiences and challenges in relation to money laundering (ML) and terrorist financing (TF) investigations and prosecutions and the con- fiscation of criminal assets, and the good practices to deal with these issues;
• to enhance the FATF outreach to judges, prosecutors and investigators from different regions, boosting current and potential networks of collaboration, and getting practition- ers and relevant actors in close contact to discuss their common challenges and possible solutions, generating a framework to enhance international working relationships; and
• to get FATF and FSRBs countries to work together on these key elements of effectiveness for a successful AML/CFT system.
Through several regional workshops , the FATF in a joint effort with the FSRBs and other international organisations1 brought together almost 450 judges and prosecutors from more than 150 jurisdictions and observers to share experiences and best practices. This FATF President’s paper presents the conclusions from the workshops. Some of the main findings are listed below.

1. Relevant organisations were invited to participate and contribute to the discussions such as the Organisation for Security and Co-operation in Europe, the International Prosecutors Association, the International Magistrates Association and Asset Recovery Networks

FATF: prosecution made easy 
Worrying is that FATF’s recommendations are intended to make it ‘easy’ to convict people and organisations.

Some examples: (ML = money laundering):

Properly criminalising the offence: expand the scope of predicate offences to the broadest list of serious offences or to adopt an all-crimes approach, which may provide clarity and more flexibility for the prosecutors, especially when combined with a system that also incorporates the principle of opportunity.

Establish, whether through legislation or case precedent, that the predicate offence need not be proven in order to convict for ML.

FATF advises to simplify the task of the prosecutor by broadening the definition of terrorist financing:

Drafting the offence to be as broad as possible: for example, structuring the offence in a way that the suspect’s intent to finance specific terrorist acts does not need to be proven.

In that way a mother sending money to her son – without knowing he is a terrorist – can be convicted for terrorist financing.

The recommendations of FATF are dangerous, because they enable governmental greed to succeed in countering money laundering and terrorist financing, not observing human rights principles, and increase the risk of innocent people being convicted for crimes they did not commit.

Counter-terrorist financing and its impact on the right to a fair trial
Read on the subject counter-terrorist financing and its impact on the right to a fair trial for instance the thesis of Thomas. The abstract is as follows:

With the steep growth in terrorism over the past few years, it is now more essential than ever to have effective counter terrorism measures in place. One of those measures is the prevention and detection of terrorist financing. It is believed that by limiting terrorist’s access to funds, terrorist attacks can be prevented and terrorist groups can be dismantled. We have witnessed a surfeit of international and national Counter Terrorist Finance (CTF) provisions since September 2001 Notwithstanding the importance of such measures, their negative impact on the right to a fair trial is clear. Terrorist suspects have become the subjects of powerful sanctions, which designate them a terrorist and freeze their assets. This study compares the CTF approach of the US, UK and Canada and examines how their CTF measures impact upon a suspect and may potentially violate their right to a fair trial. The comparable CTF sanctions are enforced in the three case studies for a lengthy amount of time and in some instances indefinitely. Crucially, at this point no terrorist conviction or indeed charge has been laid against the suspect. The suspect is not afforded the opportunity to hear the case against them and to challenge evidence. Indeed many suspects have been the subject of a terrorist designation and asset freeze for a number of years and are never convicted or even charged with a terrorist related offence. With this in mind, this thesis argues that the punitive nature of these sanctions suggests that CTF sanctions are akin to being convicted of a criminal offence and as such they are wholly lacking in procedural protection.

On this basis, this thesis suggests that fundamental human rights such as the right to a fair trial should be permitted to apply in cases where CTF sanctions have been enforced. Currently, the CTF regime in the US, UK and Canada does not offer adequate procedural fairness and by underrating the importance of this human rights, the CTF regime has been left open to legal challenges regarding its legitimacy.

This research concludes on the notion the the right to a fair trial should be enforceable. However as CTF measures are administrative sanctions, it is unlikely that the properties of the right to a fair trial will be imposed. On this basis, recommendations are made for amendments to the CTF regimes in the US, UK and Canada, which offer improved procedural protection to suspects and ensure that action taken to designate and freeze assets is considered lawful.

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , | Plaats een reactie

COE guidelines on safeguarding privacy in the media

Two European organisations:

  • the Council of Europe Steering Committee on Media and Information Society and
  • the Consultative Committee of Convention 108

discussed and jointly approved Guidelines on safeguarding privacy in the media, based on the ECHR caselaw, aiming to be an instrument of practical advice to journalists. Their announcement:

Guidelines on safeguarding privacy in the media

During a joint session held on 20 June, the Committee on Media and Information Society and the Consultative Committee of Convention 108 discussed and jointly approved ‘Guidelines on safeguarding privacy in the media’. Prepared in 2017 in the framework of the CoE/EU joint programme Partnership for Good Governance, these Guidelines are largely based on the case-law of the European Court of Human Rights and aim to be an instrument of practical advice to journalists; they do not introduce new standards and will be open for feedback, updates and additions.

As to the structure, the Guidelines are divided into two parts. The first one deals with privacy issues in the exercise of core journalistic activities, while the second concerns the application of data protection principles in the context of journalism. The first part breaks down the basic notions involved in the balancing of freedom of expression and privacy, providing insight into what constitutes private life, what entails media freedom, and how consent is incorporated in the media work. It also illustrates the scope of public interest, especially in matters of personal concern, and presents the criteria involved in the Court’s balancing test. The second part sets out the rules to be complied with by journalists in the processing of personal data, be it in the context of editorial content or non-editorial content.

More information:

Convention 108+:

 

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie