FATF: Public Consultation on the Draft Risk-Based Approach Guidance for the Securities Sector

On 6 July FATF announced a public consultation on the draft risk-based approach guidance for the securities sector:

Public Consultation on the Draft Risk-Based Approach Guidance for the Securities Sector
6 July 2018

The FATF is currently developing guidance to assist countries, competent authorities and the securities sector in the application of a risk-based approach (RBA) to AML/CFT. The guidance is intended to provide support both to the private sector and to supervisors, by focusing on ML/TF risks and associated mitigation measures.

The FATF is consulting private sector stakeholders before the guidance is finalised, and wishes to receive your views on, and specific proposals to the text of the Draft RBA Guiance Securities Sector.

The draft guidance contains a section on specific guidance for securities providers and intermediaries (Section II). Your specific comments on whether this section provides sufficient clarity for the design and implementation of risk-based AML/CFT measures by the securities sector, and any additional suggestions, are welcome. The draft guidance also includes an Annex, setting out suspicious activity indicators in relation to the securities sector (Annex B). Your contribution to further expand these indicators would also be welcome.

While submitting your response, please indicate the name of your organisation, the nature of your business (broker-dealer, funds management, others), and your contact details. Further, please insert any specific drafting proposals directly in the attached text of the draft guidance in redlines. Please note that the current draft of the guidance has not been approved by the FATF at this stage. It will be subject to further revisions and amendments.

Your comments should reach us at FATF.Publicconsultation@fatf-gafi.org with subject-line “Comments of XX on the draft RBA Guidance for the Securities Sector”, no later than Friday, 17 August 2018. All the comments received will be shared with the FATF delegations.

FATF intends to adopt the final Guidance at its October 2018 Plenary meeting.


More on:
o FATF Guidance – Private Sector Information Sharing (November 2017)
o FATF Guidance on Correspondent Banking Services (October 2016)
o Consolidated FATF Standards on Information-sharing (June 2016)
o BCBS Guidelines on Sound management of risks related to money laundering and financing of terrorism (February 2016) [will open in a new window]
o FATF Guidance for a risk-based approach for the banking sector (October 2014)

Another consultation by FATF has AML/CFT the life insurance sector as the subject. Both consultations were announced in Dutch by the Dutch Authority for the Financial Markets (AFM) on 17 July 2018.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Ongevraagd “delen” met BigTech bedrijven | hoe mediabedrijven datahandelaar worden | FD en BNR

Bedrijven en instellingen ‘delen’ ongevraagd en zonder toestemming persoonsgegevens van hun klanten met Twitter, Facebook en LinkedIn, ook al is de AVG in werking getreden. Vóór de inwerkingtreding van de AVG werd door de Consumentenbond bekend gemaakt dat consumentenbedrijven als ANWB, Post.NL en KPN zich hier aan schuldig maakten.

Het Financieele Dagblad deelt gegevens
Ook nu gaat dit delen gewoon door. Zo blijkt uit een bericht van Simon Hania, die vandaag schreef over de praktijken van Het Financieele Dagblad:

 

overgenomen door Joost Schellevis:

 

BNR deelt gegevens zonder toestemming
Het aan het FD gelieerde BNR gaat eveneens de fout in, want zij sturen zonder toestemming nieuwsbrieven en veranderen dat pas als zij door Joost Schellevis er op worden geattendeerd:

 

 

Apart is dat de FD Mediagroep, waar FD en BNR deel van uitmaken, in de jaarrekening 2017 schrijft dat zij de AVG stipt naleeft en ISO 27001 gecertificeerd is. In die jaarrekening wordt verder verklaard dat de groep te allen tijde “moreel gedrag” hanteert en dat zij dat ook eisen van hun samenwerkingspartners. Verder zeggen zij respect te hebben voor rechtsregels. Daar is dan in de praktijk weinig van te merken…

FD Mediagroep: handelaar in persoonsgegevens
FD Mediagroep is in Nederland een relevante partij op het gebied van handel in persoonsgegevens en andere data. Die persoonsgegevens worden onder meer verzameld via Het Financieele Dagblad en BNR (Business Nieuws Radio).

Verder is FD Mediagroep eigenaar van Company.Info, een Nederlands handelsinformatiebureau, dat gegevens rechtstreeks uit het handelsregister betrekt en actief persoonsgegevens verkoopt. Company Info heeft zich op de witwasbestrijdings- en terrorismefinancieringsbestrijdingsinformatiehandel gestort, met de UBO en compliance check.

Uit de jaarrekening 2017 van FD Mediagroep (een non-readable pdf wat het zoeken lastig maakt) blijkt dat de onderneming streeft naar verdere uitbouw van het databedrijf. Het databedrijf vertegenwoordigt op dit moment een kwart van de geconsolideerde omzet.

HAL Investments B.V. houdt volgens de eerder genoemde jaarrekening 99,2% van de geplaatste gewone aandelen en alle cumulatief preferente aandelen in de FD Mediagroep. HAL Investments B.V. is een 100% dochter van private investeringsmaatschappij HAL Investments Holding N.V.

Tot slot
Het zou voor mediabedrijven vanzelfsprekend moeten zijn dat niet wordt geprofileerd en geen persoonsgegevens aan derden worden verschaft.

Meer informatie:

  • Consumentenbond bericht van 3 november 2017 over onrechtmatig delen van persoonsgegevens met Facebook door bekende Nederlandse bedrijven: ANWB, Bankgiroloterij, De Bijenkorf, Essent, Heerlijk.nl, HelloFresh, Hotels.nl, FBTO, KLM, KPN/Telfort, Nuon, DPG Media (voorheen De Persgroep), Postcodeloterij, Transavia, Oxfam Novib, Vakantieveilingen en de Vriendenloterij. Een aantal er van zeggen met de praktijken te zijn gestopt.
  • PostNL deelde langdurig zonder toestemming persoonsgegevens, bericht februari 2018 van de Consumentenbond.
  • DPG Media (voorheen De Persgroep), uitgever van onder meer het AD, de Volkskrant, Trouw, Het Parool, Brabants Dagblad, ED, Tubantia, BN DeStem, PZC, de Stentor, de Gelderlander en diverse regionale weekkranten, is net als de FD Mediagroep een datahandelaar, zie mijn blog van maart 2017.

Aanvulling 3 mei 2019
Zie datahandel door de media ook Rejo Zenger, “De krant die haar lezers verkoopt“, 30 april 2019.

In Vrij Nederland stond het artikel “Gepersonaliseerd nieuws: matchmaker voor online media of journalistiek-ethisch mijnenveld?“. Daarin wordt beschreven dat de FD Mediagroep, DPG Media (voorheen De Persgroep), RTL, Sanoma en de NOS hun nieuwsaanbod willen gaan personaliseren. Het mooie met dit soort initiatieven is dat je dat niet meer zelf mag personaliseren. Net als in de asociale media, waarin je in je timeline niet meer de berichten te zien krijgt van de door jezelf uitgekozen accounts.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

E-evidence opinion by the Meijers Committee

On 18 July the Meijers Committee has published comments on the proposal for a regulation on European Production and Preservation Orders for electronic evidence in criminal matters, the so-called “e-Evidence Regulation”.

The comments are critical:

  • The Committee questions the legal basis (article 82 TFEU).
  • It is recommended to reconsider the choice for a regulation.
  • The scope of the European Production Order includes a very large number of offences, including offences that are not considered to constitute a serious crime. The Committee recommends to reconsider the scope.
  • Clarification is needed in regard of the competent issuing authorities.
  • Stricter terms for the preservation of data are needed. If the issuing authority has confirmed that a subsequent European Production Order has been ‘launched’, though not yet ‘served’ there is no time limit for preservation of data.
  • The proposal lacks clarity on the involvement of private companies. These companies have to assess the refusal grounds; their legal position is unclear. The Meijers Committee takes the viewpoint that court involvement is necessary, because some grounds of refusal aim to protect interests of persons whose data are involved. An independent court is placed in a better position to decide on such grounds than the involved company can ever be, especially where it concerns very small companies such as startups.
  • Access to justice is inadequate.

In regard of the last point the Committee writes:

Access to justice
A final point of concern the Meijers Committee wishes to share has already been put forward several times, for instance in the context of the negotiations on the European Public Prosecutor’s Office. It concerns the problem that in the context of cross-border investigations, individuals may lack clear indications of where exactly (in which country, before which court) they have to bring their claims that rights or procedural rules are violated.
It has been argued that such indications are even less clear in cross-border investigations under the European Public Prosecutor’s Office, but the situation becomes even more pressing where – as proposed – judicial authorities can address European Production Orders and European Preservation Orders to service providers’ legal representatives or establishments. Under the proposed mechanism, it is very likely that a situation will arise in which the individual involved – either being a suspect or not – resides in another Member State than both the issuing Member State and the state on which territory the service provider’s legal representative or establishment is placed. Would that not lead to uncertainty under the fundamental rights acquis or otherwise, in which country the individual can lodge a complaint?

It is strongly recommended to clarify this in the proposal. The Meijers Committee underlines the importance of an effective and practical safeguarding of the right of access to justice. In view of that, it must be considered less obvious to only allow individuals to lodge their complaint in either the issuing Member State or in the state from whose territory a company preserved or transmitted the requested data. The Meijers Committee therefore suggests to seriously consider the possibility of explicitly allowing individuals to bring their complaints before a court in their state of residence.

More information: in a previous post (in Dutch but referring to English sources also).

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Strafrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Geen referendabiliteitsbesluiten meer! | Wet raadgevend referendum ingetrokken

In januari 2016 ontdekte ik het bizarre fenomeen ‘referendabiliteitsbesluit’. Daar zijn we gelukkig van af, want ik las op 10 juli het bericht dat de Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel tot intrekking van de Wet raadgevend referendum.

Vernieuwing van de democratie werkt niet via dit type referendum, met ongezonde bureaucratie en veel ruimte voor trollen en ander onguur volk.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

AMLD4 | European Commission starts infringement procedures against Greece, Ireland and Romania

Today the European Commission announced that it is taking action against EU member states that have not transposed AMLD4 into national legislation:

Infringements: Commission refers Greece, Ireland and Romania to the Court of Justice for not implementing anti-money laundering rules

Today, the Commission referred Greece and Romania to the Court of Justice of the EU for failing to implement the 4th Anti-Money Laundering Directive into their national law.

Ireland implemented only a very limited part of the rules and is therefore also referred to the Court of Justice. The Commission proposed that the Court charges a lump sum and daily penalties until the three countries take the necessary action.

Věra Jourová, Commissioner for Justice, Consumers and Gender Equality said: “Money laundering and terrorist financing affect the EU as a whole. We cannot afford to let any EU country be the weakest link. Money laundered in one country can and often will support crime in another country. This is why we require that all Member States take the necessary steps to fight money laundering, and thereby also dry up criminal and terrorist funds. We will continue to follow implementation of these EU rules by Member States very closely and as a matter of priority.”

The Member States had until 26 June 2017 to transpose the 4th Anti-Money Laundering Directive into their national legislation. These rules reinforce the previously existing rules by:

  • strengthening the risk assessment obligation for banks, lawyers, and accountants;
  • setting clear transparency requirements about beneficial ownership for companies;
  • facilitating cooperation and exchange of information between Financial Intelligence Units from different Member States to identify and follow suspicious transfers of money to prevent and detect money laundering or terrorist financing;
  • establishing a coherent policy towards non-EU countries that have deficient anti-money laundering and counter-terrorist financing rules;
  • reinforcing the sanctioning powers of competent authorities.

Meanwhile, in the wake of the Panama Papers revelations and the terrorist attacks in Europe, the Commission proposed a 5th Anti-Money Laundering Directive to further step up the fight against money laundering and terrorist financing. These new rules aim at ensuring a high level of safeguards for financial flows from high-risk third countries, enhancing the access of Financial Intelligence Units to information, creating centralised bank account registers, and tackling terrorist financing risks linked to virtual currencies and pre-paid cards. These new rules entered into force on 9 July 2018 following its publication in the EU’s Official Journal and Member States will have to transpose the 5thAnti-Money Laundering Directive into national legislation by 10 January 2020.

Next steps
Regarding the 4th Anti-Money Laundering Directive the Commission has opened so far infringement procedures for non-communication of transposition measures against 20 Member States: 3 are currently at the stage of court referrals, 9 at the stage of reasoned opinions, and 8 at the stage of Letters of Formal Notice (see 8 previous reasoned opinions sent in December 2017, an additional 2 in March 2018).

In the meantime, a majority of Member States have adopted the relevant laws. The Commission is now carefully analysing whether these laws completely transpose the provisions of the 4th Anti-Money Laundering Directive before deciding on whether closing or proceeding with further infringements against Member States.

Background
In July 2017 the Commission opened infringement proceedings for non-communication of the transposition measures and sent a letter of formal notice to sixteen Member States, who had either not notified any measures (Bulgaria, Cyprus, Estonia, Greece, Finland, Hungary, Luxembourg, Latvia, Malta, the Netherlands, Poland, Portugal, Romania) or whose measure were not satisfactory (Ireland, Lithuania, Slovakia).

In November 2017 (Belgium and Spain) and January 2018 (Austria and France), the Commission opened infringement proceedings for non-communication of the transposition measures as the measures notified by these Member States represented only a partial transposition.

Last December 2017- 8 Member States (Bulgaria, Cyprus, Greece, Luxembourg, Malta, the Netherlands, Poland and Romania) had not yet notified any transposition measure. The Commission therefore sent them a reasoned opinion.

In March 2018 the Commission also sent a reasoned opinion to Slovakia and Ireland who – despite having notified to the Commission a partial transposition – had not yet transposed the main obligations of the 4th Anti-money laundering Directive into their national law.

Following these infringement steps, a majority of Member States have adopted the relevant laws. The Commission is now carefully analysing whether these laws completely implement the provisions of the 4th Anti-Money Laundering Directive before deciding on whether closing these infringements or further proceeding with infringements against Member States.

Today, the Commission has also sent reasoned opinions to Latvia and Spain and an additional reasoned opinion to Malta for failing to transpose the 4th Anti-Money Laundering Directive into national law as the assessment of the transposition laws notified by these countries has showed that the transposition is not complete.

For More Information
– 4th Anti-Money Laundering Directive and Funds Transfer Regulation
– The Supranational Risk Assessment Report
– The Staff Working Document on Financial Intelligence Units
– 5th Anti-Money Laundering Directive and factsheet
– On the key decisions in the July 2018 infringements package, see full MEMO/18/4486
– On the general infringements procedure, see MEMO/12/12
– On the EU infringements procedure

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

FIU Nederland: inwerkingtreding gewijzigde Wwft op korte termijn te verwachten

Uit onderstaand bericht van FIU Nederland kan worden afgeleid dat inwerkingtreding van de gewijzigde Wwft op korte termijn is te verwachten.

FIU Nederland:

Nieuwsflits Wijziging Wwft

Op 10 juli heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wetsvoorstel tot wijziging van de Wwft in verband met de implementatie van de vierde Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4). Deze wetswijziging moet de voorkoming en bestrijding van witwassen en het financieren van terrorisme versterken. Wanneer de wetswijziging exact  in werking treedt is momenteel nog niet bekend. Het zal echter een kwestie van enkele weken, gerekend vanaf 10 juli 2018, zijn.

Met deze nieuwsflits informeren wij u over de gevolgen van deze wetswijziging voor de meldingsplicht van ongebruikelijke transacties bij de FIU-Nederland. De wetswijziging betreft ook de andere ‘pijler’ van de Wwft, namelijk die van het cliëntenonderzoek. Voor vragen die daarop betrekking hebben, verwijzen wij u naar de Wwft-toezichthouders.

Wat betekent de wetswijziging voor meldingsplichtige instellingen?
De plicht om ongebruikelijke transacties te melden bij de FIU-Nederland kent een aantal wijzigingen. Hieronder worden deze toegelicht.

[1] Beroeps- of bedrijfsmatig handelende kopers en verkopers van goederen
Beroeps- of bedrijfsmatig handelaren in goederen moeten opletten: de Wwft krijgt een ruimere toepassing op hun werkzaamheden. De definitie van wat wij aanduiden als ‘handelaren’ wordt aangepast zodat de Wwft van toepassing is  op “natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat.” 

Dit betekent dat deze handelaren al bij lagere contante transacties onder het bereik van de Wwft vallen en dus cliëntenonderzoek moeten verrichten en ongebruikelijke transacties dienen te melden. Bovendien geldt deze verplichting niet langer slechts voor de verkoop van de goederen, maar ook  voor de in- en aankoop ervan.

Volgens een gewijzigde objectieve indicator dienen zij alle transacties te melden “waarbij tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling een of meerdere voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen gekocht of verkocht worden, waarbij het contant te betalen bedrag €20.000,- of meer bedraagt.”

[2] Aanpassing indicator risicolanden
De objectieve meldindicator die wij aanduiden (zie onze website) als Objectief02 wordt zo gewijzigd dat nu wordt verwezen naar een in EU-verband opgestelde lijst met landen:
Een transactie van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.
De lijst met aangewezen landen is hier te raadplegen. Deze indicator, die voor alle meldergroepen geldt, houdt in dat alle transacties die voldoen aan deze indicator dienen te worden gemeld bij de FIU-Nederland.

[3] Verlaging meldgrenzen
Van een aantal objectieve indicatoren wordt de meldgrens verlaagd.

– De grens vanaf welke een transactie, waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt, moet worden gemeld, wordt verlaagd van €15.000 naar €10.000.
Deze indicator (door ons aangeduid als Objectief04) geldt voor banken, bankachtigen, betaaldienstverleners en wisselinstellingen.

– De grens vanaf welke een contante storting ten gunste van een credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) dient te worden gemeld, wordt eveneens verlaagd van €15.000 naar €10.000. Deze indicator (door ons aangeduid als Objectief05) is van toepassing op banken, bankachtigen, betaaldienstverleners, elektronischgeldinstellingen en betaaldienstagenten.

– Eveneens een verlaging van de meldgrens (van €15.000 naar €10.000) geldt voor de indicator die wij aanduiden als Objectief07: Een transactie voor een bedrag van €10.000 of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen. Deze geldt voor belastingadviseurs, externe registeraccountants en accountant-administratieconsulenten, advocaten/notarissen/soortgelijke juridische beroepen, trustkantoren, makelaars / bemiddelaars in onroerende zaken.

– Voor speelcasino’s wordt de meldgrens voor 2 indicatoren verlaagd van €15.000 naar €10.000:
Objectief09: Een transactie voor een bedrag van €10.000 of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of buitenlandse valuta.
Objectief10: Het in depot nemen van munten, bankbiljetten of andere waarden voor een bedrag van €10.000 of meer.
Indicator Objectief10 geldt ook voor taxateurs.

– Bemiddelaars bij de koop en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen dienen transacties te melden waarbij deze goederen verkocht worden tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling, indien het contant te betalen bedrag €20.000 of meer bedraagt. Dat was €25.000.

– Pandhuizen dienen transacties te melden waarbij een goed of goederen in de macht van het pandhuis gebracht worden en waarbij het door het pandhuis daarvoor ter beschikking gestelde bedrag €20.000 of meer bedraagt. Ook dit was €25.000.

Een belangrijke indicator blijft ongewijzigd: een transactie waarbij u aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme dient u te melden bij de FIU-Nederland.

[4] Het bewaren van bewijs van gedane meldingen

De verplichting tot het bewaren van bewijsstukken die aantonen dat een instelling een bepaalde transactie heeft gemeld bij de FIU-Nederland bestaat nu reeds. Maar deze verplichting is  in artikel 34 van de nieuwe Wwft veel specifieker omschreven. Neem hier goed nota van. Ook de ontvangstbevestiging die u van de FIU-Nederland na het doen van een melding krijgt, dient u te bewaren. Tenslotte is het belangrijk dat de in artikel 34 en elders in de Wwft genoemde bewaartermijnen niet worden ingeperkt door enige verplichting uit de AVG. De Wwft is leidend.

Antwoorden op veel vragen over de meldplicht en meldgrenzen kunt u na het in werking treden van de wet terugvinden op onze website.

Op deze pagina is een overzicht van Wwft-vindplaatsen te vinden. Dit bericht staat ook op mijn ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Afpakken en de mensenrechten | mag buiten de rechter om worden afgepakt

De afgelopen tijd is het zogenaamde ‘afpakken‘ bestuurlijk in de mode gekomen, zowel in Nederland als in de Europese Unie. Het heet ook wel “bevriezing en confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten van misdrijven “. In het Engels wordt het als ‘confiscation of assets‘ aangeduid. De ‘bevriezing‘ van tegoeden die de Europese sanctieregels voorschrijven, is een voorbode van ‘afpakken‘.

De neiging van de regelgevers is om dat ‘afpakken’ op een makkelijke manier te realiseren, dus het liefst zonder dat er een onafhankelijke rechter aan te pas komt. Het zal duidelijk zijn dat hier het risico aan verbonden is dat de overheid onzorgvuldig handelt zonder tijdig op de vingers te worden getikt.

In Bulgarije heeft een rechter onlangs besloten prejudiciële vragen aan het Europese Hof voorgelegd in een zaak die met „AGRO IN 2001“ wordt aangeduid. Die vragen komen op het volgende neer:

1. Is het de lidstaten toegestaan om bepalingen vast te stellen met betrekking tot een civielrechtelijke confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd? (Richtlijn 2014/42/ЕU)

2. Volstaat de loutere inleiding van een strafprocedure tegen de persoon wiens vermogen het voorwerp van de confiscatie is, voor het inleiden en uitvoeren van een civielrechtelijke confiscatieprocedure? (Artikel 1, lid 1 jo artikel 4, lid 1, richtlijn 2014/42/ЕU)

3. Is een civielrechtelijke confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd, toegestaan? (Artikel 4, lid 2, van richtlijn 2014/42/ЕU)

4. Kan alleen op grond van een discrepantie tussen de waarde van de voorwerpen en het legale inkomen van de persoon een eigendomsrecht worden ontnomen als rechtstreeks of indirect uit een strafbaar feit verkregen, wanneer geen definitief strafvonnis gewezen is waarbij is vastgesteld dat de persoon het strafbare feit heeft gepleegd? (Artikel 5, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

5. Voorziet de richtlijn in confiscatie bij een derde als aanvullende of alternatieve maatregel voor directe confiscatie of als aanvullende maatregel op ruimere confiscatie? (Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

6. Waarborgt de richtlijn de toepassing van het vermoeden van onschuld en verbiedt de richtlijn een confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd? (Artikel 8, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

Informatie is bij ECER te vinden en lees ook het artikel van Martufi.

Meer informatie:

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Anonimiseringsstructuren 2

Al eerder schreef ik over het fenomeen ‘anonimiseringsstructuren’ naar aanleiding van berichten over de commanditaire vennootschap (CV). Inmiddels heeft de staatssecretaris van financiën vragen over de commanditaire vennootschap en de vermeende fiscale ontwijkingsmogelijkheden beantwoord. Het parlement kreeg van de staatssecretaris een lesje civiel recht en fiscaal recht.

Strekking:

  • De commanditaire vennootschap is een reguliere rechtsvorm waarbij geen vermogen aan het zicht van de fiscus wordt onttrokken.
  • Door middel van het ubo-register zullen de uiteindelijk belanghebbenden bij de CV in het register worden opgenomen.
  • Er is geen reden om de civielrechtelijke regels rondom de CV te veranderen.

Aanvulling 26 november 2018
Er blijven vragen komen. Op 20 november kwam er weer een antwoord.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Personenvennootschap | Tags: , , , | Plaats een reactie

Consultatie DNB over garanties in koopovereenkomsten

Al eerder besteedde ik aandacht op dit blog aan de manier waarop verzekeraars voor zichzelf zorgen, met hulp van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Het begrip ‘verzekeren’ wordt zeer ruim geïnterpreteerd waardoor reguliere ondernemersafspraken plotseling vergunningplichtig worden.

Ik beveel daarom civilisten aan om deel te nemen aan de publieke consultatie die DNB houdt over garanties in koopovereenkomsten. De consultatie loopt tot en met 24 augustus 2018.

 

 

Onderstaand de aankondiging van de consultatie:

Consultatie over garanties in koopovereenkomsten
DNB heeft in de afgelopen periode onderzoek gedaan naar de vraag of een garantie in een koopovereenkomst kwalificeert als verzekering. Aanleiding hiervoor was een aanpassing in het bestaande factsheet over dit onderwerp op de DNB-website (juli 2017). Deze aanpassing leidde tot onduidelijkheid over de kwalificatie van dergelijke garanties en tot een publieke discussie over de vraag of de BOVAG-garantie al dan niet een verzekering is.

Maatstaf voor beoordeling
Uitgangspunt van de nu gepubliceerde concept-Q&A “Garantie in koopovereenkomsten, wel of geen verzekering?” is dat als aan de essentialia van een schadeverzekering uit het Burgerlijk Wetboek is voldaan, sprake kan zijn van een schadeverzekering, maar dat dit niet in alle gevallen zo is. Het uitgangspunt dat DNB bij de beoordeling van garanties in koopovereenkomsten hanteert, is of de garantie naar algemeen gangbare maatstaven als schadeverzekering kan worden aangemerkt. Ook de rechtsverhouding tussen betrokken partijen en de omstandigheden van het geval worden daarbij in aanmerking genomen.

Geen schadeverzekering
DNB geeft in de concept-Q&A aan dat zij in het licht van de algemeen gangbare maatstaven garanties in beginsel niet als schadeverzekering aanmerkt indien aan elk van onderstaande criteria is voldaan:

• de garantie een ondergeschikt onderdeel is van een koopovereenkomst (en daardoor als het ware wordt geabsorbeerd);
• de garantie uitsluitend betrekking heeft op de aard of een gebrek van het gekochte product; en
• de garantieperiode niet evident langer is dan de levensduur die redelijkerwijs van het gekochte product verwacht mag worden.

Reacties op de concept-Q&A zijn welkom en kunnen tot en met 24 augustus 2018 via het reactieformulier worden ingediend.

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , | Plaats een reactie

Europese fiscale meldplicht | vindplaatsen

Voor Accountancy Vanmorgen schreef ik een artikel over de nieuwe Europese meldplicht inzake fiscaal nadelige structuren. Onderstaand enige aantekeningen over bijlage IV van de richtlijn.

Stap 1: de main benefit test
In deel I van bijlage IV wordt het algemene criterium omschreven, de “main benefit test“, in goed Euro-Nederlands:

indien kan worden aangetoond dat het belangrijkste voordeel dat of een van de belangrijkste voordelen die, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs te verwachten valt van een constructie het verkrijgen van een belastingvoordeel is

Stap 2: de wezenskenmerken
Vervolgens worden in deel II van de bijlage ‘wezenskenmerken’ opgesomd, die aanleiding om de main benefit test uit te voeren. Zulke wezenskenmerken zijn onder meer geheimhoudingsafspraken (A.1) en gestandaardiseerde fiscale adviesproducten (A.3). Constructies met verlieslijdende ondernemingen (B.1), omzetting van inkomsten in vermogen of andere categorieën (B.2) en rondpompen van middelen (B.3) moeten eveneens getoetst worden.

Nog moeilijker wordt het in rubriek C. waarin onder meer wordt gesproken over “aftrekbare grensoverschrijdende betalingen”, “verbonden ondernemingen”, “fiscale rechtsgebieden”, “fiscale inwoners”, volgens de OESO “niet-coöperatief rechtsgebieden” en “fiscaal gunstregime”.

Rubriek D. gaat over constructies die het internationaal automatisch uitwisselen van gegevens ondermijnen, onder meer de uitwisseling inzake “financiële rekeningen” (D.1). In D.2 wordt de ‘constructie’ genoemd die ook in de witwasbestrijding relevant is, “waarbij de juridische of feitelijke eigendom niet-transparant is door het gebruik van personen, juridische constructies of structuren” die “geen wezenlijke economische, door voldoende personeel, uitrusting, activa en gebouwen ondersteunde activiteit uitoefenen“. Dit geldt voor vele Nederlandse holdings. Maar daar moet dan nog wat bij komen, nl. een relatie met een ander rechtsgebied (B.2.b) en een ‘niet-identificeerbaar’ gemaakte uiteindelijk begunstigde (B.2.c).

In rubriek E. wordt gesproken over “unilaterale veiligehavenregels” (E.1), geen idee wat dat zijn. Moeilijk te waarderen immateriële activa moeten extra worden onderzocht (E.2), evenals grensoverschrijdende mutaties binnen een groep (E.3).

Meer informatie:

[1] Vindplaats richtlijn:

[2] Persbericht rijksoverheid over het de facto ingaan van de richtlijn

Intermediairs worden verplicht grensoverschrijdende constructies te gaan melden
Nieuwsbericht | 22-06-2018 | 16:23

Er wordt wetgeving voorbereid die intermediairs zoals belastingadviseurs, accountants en financiële instellingen vanaf 1 juli 2020 verplicht stelt om grensoverschrijdende constructies die gebruikt kunnen worden om belasting te ontduiken bij de Belastingdienst te melden. De informatie die vanaf dan geleverd moet worden gaat terug tot 25 juni 2018.

Dit vloeit voort uit een Europese richtlijn die in maart dit jaar is aangenomen. Vanaf 31 oktober 2020 moet de eerste informatie tussen de belastingdiensten van de Europese lidstaten onderling uitgewisseld worden.
Dit betekent een belangrijke stap in de strijd tegen belastingontwijking. Met het nieuwe waarschuwingssysteem krijgen belastingdiensten meer informatie over potentiële misbruiksituaties, zodat zij hierop ook actie kunnen ondernemen. Dit heeft ook een preventieve werking op het aantal potentieel agressieve fiscale adviezen.
De komende periode wordt de richtlijn nog in wet- en regelgeving uitgewerkt, die naar verwachting in de loop van 2019 wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Er volgt dit najaar een internetconsultatie waarmee belanghebbenden een reactie kunnen geven op de voorgenomen wetgeving.

Omdat de informatieplicht zal gaan gelden vanaf 25 juni 2018, wil het ministerie van Financiën belanghebbenden nu al op de hoogte stellen. De informatie over de periode van 25 juni tot 1 juli 2020 hoeft pas uiterlijk 31 augustus 2020 aan de Belastingdienst te worden verstrekt.

Als er vanaf 2020 een melding wordt gedaan dan betekent dit dat een belastingconstructie voor de Belastingdienst mogelijk de moeite van het verder onderzoeken waard is. Van belastingontduiking hoeft geen sprake te zijn. Als gevolg van de Europese richtlijn krijgen de belastingdiensten van alle lidstaten toegang tot een database met informatie over deze constructies, die door de Europese Commissie wordt opgericht. De Belastingdienst krijgt zo meer inzicht in welke structuren gebruikt worden en kan hierop actie ondernemen.

Het kabinet pakt belastingontwijking en ontduiking aan. Door internationale constructies die zijn opgezet om belasting te ontduiken loopt de schatkist geld mis voor voorzieningen als zorg, onderwijs en veiligheid. Het kabinet zet daarom al geruime tijd in op de aanpak van belastingontduiking. Het nieuwe systeem levert hier een belangrijke bijdrage aan, in Nederland en in Europa.

[3] Bijlage IV bij de richtlijn, met in deel II de  ‘wezenskenmerken’, in het Engels ‘hallmarks’ genoemd:

Bijlage IV Wezenskenmerken

Deel I. „Main benefit test”

De algemene wezenskenmerken in categorie A en de specifieke wezenskenmerken in categorie B en categorie C, punt 1, onder b), i), onder c) en onder d), mogen uitsluitend in aanmerking worden genomen indien ze aan de „main benefit test” voldoen.
Aan die toets is voldaan indien kan worden aangetoond dat het belangrijkste voordeel dat of een van de belangrijkste voordelen die, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs te verwachten valt van een constructie het verkrijgen van een belastingvoordeel is.

In het kader van het wezenskenmerk in categorie C, punt 1, kan de aanwezigheid van de in categorie C, punt 1, onder b), i), onder c) of onder d) bepaalde voorwaarden op zich geen reden zijn om te concluderen dat een constructie voldoet aan de „main benefit test”.

Deel II. Categorieën wezenskenmerken

A. Algemene wezenskenmerken die aan de „main benefit test” zijn gekoppeld

1. Een constructie waarbij de relevante belastingplichtige of een deelnemer aan de constructie zich tot geheimhouding verbindt en op grond hiervan niet aan andere intermediairs of de belastingautoriteiten mag onthullen hoe de constructie een belastingvoordeel kan opleveren.

2. Een constructie waarbij de intermediair aanspraak maakt op een vergoeding (of rente, betaling van financieringskosten en andere uitgaven) voor de constructie en die vergoeding wordt vastgelegd op basis van:

a) het bedrag van het belastingvoordeel dat de constructie oplevert, of
b) de vraag of de constructie daadwerkelijk een belastingvoordeel heeft opgeleverd. De intermediair moet daarbij de vergoeding gedeeltelijk of volledig terugbetalen wanneer het met de constructie beoogde belastingvoordeel niet gedeeltelijk of volledig werd verwezenlijkt.

3. Een constructie waarbij gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde documenten en/of een gestandaardiseerde structuur en die beschikbaar is voor meer dan één relevante belastingplichtige zonder dat er voor implementatie wezenlijke aanpassingen nodig zijn.

B. Specifieke wezenskenmerken die aan de „main benefit test” zijn gekoppeld

1. Een constructie waarbij een deelnemer aan de constructie een reeks geplande stappen onderneemt die erin bestaan een verlieslijdende onderneming te verwerven, de hoofdactiviteit van die onderneming stop te zetten en de verliezen ervan te gebruiken om de door hem verschuldigde belastingen te verminderen, onder meer door overdracht van die verliezen naar een ander rechtsgebied of door een versneld gebruik van die verliezen.

2. Een constructie die tot gevolg heeft dat inkomsten worden omgezet in vermogen, schenkingen of andere inkomstencategorieën die lager worden belast of van belasting worden vrijgesteld.

3. Een constructie die circulaire transacties omvat met als resultaat dat middelen worden rondgepompt („round-tripping”), meer bepaald met behulp van tussengeschoven entiteiten zonder ander primair handelsdoel of van transacties die elkaar compenseren of tenietdoen of andere soortgelijke kenmerken hebben.

C. Specifieke wezenskenmerken in verband met grensoverschrijdende transacties

1. Een constructie met aftrekbare grensoverschrijdende betalingen tussen twee of meer verbonden ondernemingen waarbij ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:

a) de ontvanger is in geen van de fiscale rechtsgebieden fiscaal inwoner;
b) de ontvanger is fiscaal inwoner in een rechtsgebied, maar dat rechtsgebied:

i) heft geen vennootschapsbelasting, of heft vennootschapsbelasting tegen een nultarief of bijna-nultarief, of
ii) is opgenomen in een lijst van rechtsgebieden van derde landen die door de lidstaten gezamenlijk of in het kader van de OESO als niet-coöperatief zijn beoordeeld;

c) de betaling geniet een volledige belastingvrijstelling in het rechtsgebied waar de ontvanger fiscaal inwoner is;
d) de betaling geniet een fiscaal gunstregime in het rechtsgebied waar de ontvanger fiscaal inwoner is.

2. In meer dan één rechtsgebied wordt aanspraak gemaakt op aftrekken voor dezelfde afschrijving.

3. In meer dan één rechtsgebied wordt aanspraak gemaakt op voorkoming van dubbele belasting voor hetzelfde inkomens- of vermogensbestanddeel.

4. Een constructie met overdrachten van activa waarbij er een wezenlijk verschil bestaat tussen het bedrag dat in de betrokken rechtsgebieden wordt aangemerkt als de voor die activa te betalen vergoeding.

D. Specifieke wezenskenmerken in verband met automatische uitwisseling van inlichtingen en uiteindelijk belang

1. Een constructie die kan leiden tot het ondermijnen van de rapportageverplichting uit hoofde van de wetgeving ter omzetting van Uniewetgeving of evenwaardige overeenkomsten inzake de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen, waaronder overeenkomsten met derde landen, of die profiteert van het gebrek aan die wetgeving of overeenkomsten. Dergelijke constructies omvatten ten minste het volgende:

a) het gebruik van een rekening, product of belegging die geen financiële rekening is of niet als zodanig te boek staat, maar die over eigenschappen beschikt die in wezen vergelijkbaar zijn met die van een financiële rekening;
b) de overdracht van financiële rekeningen of activa aan, of het gebruik van rechtsgebieden die niet gebonden zijn aan de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen met de staat van verblijf van de relevante belastingplichtige;
c) de herkwalificatie van inkomsten en vermogen in producten of betalingen die niet onder de automatische uitwisseling van inlichtingen vallen;
d) de overdracht of omzetting van een financiële instelling of een financiële rekening of de activa daarvan in een financiële instelling of een financiële rekening of activa die niet onder de rapportage in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen vallen;
e) het gebruik van rechtspersonen, juridische constructies of structuren die de rapportage over één of meer rekeninghouders of uiteindelijk begunstigden in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen stopzetten of daartoe strekken;
f) constructies die due-diligenceprocedures die door financiële instellingen worden gebruikt om te voldoen aan hun verplichtingen tot het rapporteren van inlichtingen over financiële rekeningen, ondermijnen of zwakke punten ervan benutten, onder meer via het gebruik van rechtsgebieden met ontoereikende of zwakke regelingen voor de handhaving van antiwitwaswetgeving of met zwakke transparantievereisten voor rechtspersonen of juridische constructies.

2. Een constructie waarbij de juridische of feitelijke eigendom niet-transparant is door het gebruik van personen, juridische constructies of structuren:

a) die geen wezenlijke economische, door voldoende personeel, uitrusting, activa en gebouwen ondersteunde activiteit uitoefenen, en
b) die zijn opgericht in, worden beheerd in, inwoner zijn van, onder zeggenschap staan in, of gevestigd zijn in een ander rechtsgebied dan het rechtsgebied van verblijf van een of meer van de uiteindelijk begunstigden van de activa die door die personen, juridische constructies of structuren worden aangehouden, en
c) indien de uiteindelijk begunstigden van die personen, juridische constructies of structuren, als gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2015/849, niet-identificeerbaar zijn gemaakt.

E. Specifieke wezenskenmerken in verband met verrekenprijzen

1. Een constructie met gebruik van unilaterale veiligehavenregels.

2. Een constructie met overdracht van moeilijk te waarderen immateriële activa. De term „moeilijk te waarderen immateriële activa” omvat immateriële activa of rechten op immateriële activa waarvoor, op het tijdstip van de overdracht ervan tussen verbonden ondernemingen:

a) geen betrouwbare vergelijkbare activa bestaan, en
b) de prognoses van de toekomstige kasstromen of inkomsten die naar verwachting uit de overgedragen activa voortvloeien, of de aannames die worden gebruikt voor het waarderen van de immateriële activa, bijzonder onzeker zijn, waardoor het moeilijk is te voorspellen hoe succesvol de immateriële activa op het moment van de overdracht uiteindelijk zullen zijn.

3. Een constructie met een grensoverschrijdende overdracht binnen de groep van functies, en/of risico’s en/of activa, indien de geraamde jaarlijkse winst vóór interest en belastingen (ebit) van de overdrager of overdragers, tijdens de periode van drie jaar na de overdracht, minder dan 50 % bedraagt van de geraamde jaarlijkse ebit van die overdrager of overdragers indien de overdracht niet had plaatsgevonden.

[4] Overig


Aanvulling 8 november 2018
CCBE publiceerde op 19 oktober 2018 CCBE Guidance on certain aspects of the Tax Intermediaries Directive. Dit lijkt alleen zinvol voor advocaten met kennis van het fiscale recht en dat zijn er maar weinig. De meeste hebben (zoals ik) alleen de klokhoren luiden.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , | Plaats een reactie