Afpakken en de mensenrechten | mag buiten de rechter om worden afgepakt

De afgelopen tijd is het zogenaamde ‘afpakken‘ bestuurlijk in de mode gekomen, zowel in Nederland als in de Europese Unie. Het heet ook wel “bevriezing en confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten van misdrijven “. In het Engels wordt het als ‘confiscation of assets‘ aangeduid. De ‘bevriezing‘ van tegoeden die de Europese sanctieregels voorschrijven, is een voorbode van ‘afpakken‘.

De neiging van de regelgevers is om dat ‘afpakken’ op een makkelijke manier te realiseren, dus het liefst zonder dat er een onafhankelijke rechter aan te pas komt. Het zal duidelijk zijn dat hier het risico aan verbonden is dat de overheid onzorgvuldig handelt zonder tijdig op de vingers te worden getikt.

In Bulgarije heeft een rechter onlangs besloten prejudiciële vragen aan het Europese Hof voorgelegd in een zaak die met „AGRO IN 2001“ wordt aangeduid. Die vragen komen op het volgende neer:

1. Is het de lidstaten toegestaan om bepalingen vast te stellen met betrekking tot een civielrechtelijke confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd? (Richtlijn 2014/42/ЕU)

2. Volstaat de loutere inleiding van een strafprocedure tegen de persoon wiens vermogen het voorwerp van de confiscatie is, voor het inleiden en uitvoeren van een civielrechtelijke confiscatieprocedure? (Artikel 1, lid 1 jo artikel 4, lid 1, richtlijn 2014/42/ЕU)

3. Is een civielrechtelijke confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd, toegestaan? (Artikel 4, lid 2, van richtlijn 2014/42/ЕU)

4. Kan alleen op grond van een discrepantie tussen de waarde van de voorwerpen en het legale inkomen van de persoon een eigendomsrecht worden ontnomen als rechtstreeks of indirect uit een strafbaar feit verkregen, wanneer geen definitief strafvonnis gewezen is waarbij is vastgesteld dat de persoon het strafbare feit heeft gepleegd? (Artikel 5, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

5. Voorziet de richtlijn in confiscatie bij een derde als aanvullende of alternatieve maatregel voor directe confiscatie of als aanvullende maatregel op ruimere confiscatie? (Artikel 6, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

6. Waarborgt de richtlijn de toepassing van het vermoeden van onschuld en verbiedt de richtlijn een confiscatie die niet op een veroordeling is gebaseerd? (Artikel 8, lid 1, van richtlijn 2014/42/ЕU)

Informatie is bij ECER te vinden en lees ook het artikel van Martufi.

Meer informatie:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Strafrecht en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s