Verwaarloosde pijlers van de rechtsstaat

Onder een bijzondere kop, “De pijlers van de rechtsstaat voelen zich terecht verwaarloosd“, bespreekt de redactie van het NRC de toestand van de Nederlandse rechtsstaat. Bij verwaarloosde pijlers denk ik eerder bij fysieke objecten. In het artikel worden rechtspraak, Openbaar Ministerie en de advocatuur als ‘pijlers’ aangeduid, waar ik niet zo snel ‘verwaarlozing’ aan zou koppelen.

In het commentaar wordt gesignaleerd dat een volwassen rechtssysteem in een rijk land geld kost. Bezuinigen op politie, Openbaar Ministerie, rechterlijke macht en advocatuur heeft onherroepelijk tot gevolg dat de kwaliteit en kwantiteit afneemt. Dat niet alleen de advocatuur bezwaar heeft tegen de plannen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, maar dat ook de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie en de politie ernstige kritiek hebben op het kabinet, geeft te denken.

De redactie besluit met de volgende terechte oproep: “Van de rechtspraak is vooral de schaduwwerking belangrijk. Oftewel de belofte van de doorgehakte knoop, de zekerheid over ‘hoe het zit’ en de gedachte dat de deur ernaartoe open kan. Het is dát recht dat mede een rechtsstaat definieert. En waar ieder kabinet enorm zuinig op moet zijn. Door ook op tijd te investeren.“.

Geplaatst in Grondrechten, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , | Plaats een reactie

E-factureren aan de overheid en databescherming | AVG

Per 18 april 2019 gaat bij de overheid de verplichting tot e-factureren in, zo lees ik op Digitale Overheid. Het artikel verwijst naar publicatie bij PIANOo over elektronisch factureren.

Opvallend is dat er bij de keuze voor de methode van elektronisch factureren niets wordt gezegd over bescherming van persoonsgegevens of andere vertrouwelijke gegevens.

Op dit moment is een ergerlijke praktijk in het bedrijfsleven dat consumenten en kleine ondernemers van hun leveranciers facturen en andere documenten per e-mail ontvangen, met daarin allerlei persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens. Niet iedereen is gediend van NAW per e-mail, maar soms sturen bedrijven ook andere vertrouwelijke gegevens van de klant, zoals bankrekening, geboortedatum en handtekening, aan de klant terug. Dit is een gang van zaken, die – nu het e-mail verkeer makkelijk door onbevoegden gelezen kan worden – gevaarlijk is en met de verbeterende IT steeds gevaarlijker zal worden.

Verbod op facturering per e-mail
Het zou goed zijn als de overheid het goede voorbeeld geeft, door het e-factureren per e-mail te verbieden.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

BuZa richtlijnen sanctieregelgeving voor exporteurs

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op 22 februari jl. de zgn. “Richtlijnen opstellen Internal Compliance Programme” bekend gemaakt.

Deze Richtlijnen zijn een handreiking voor bedrijven, opgesteld door het Ministerie van Buitenlandse Zaken in nauwe samenwerking met de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane (CDIU). Het biedt een leidraad voor de implementatie van een Internal Compliance Programme (ICP), om de verantwoordelijkheid voor naleving van geldende wet- en regelgeving binnen een bedrijf te regelen. In eerste aanleg is dit document bedoeld voor exporteurs van strategische en sanctiegoederen. Tevens kan dit een handig instrument zijn voor exporteurs van strategische technologie.

Opvallend is dat de toon van het document geheel anders is dan we in documenten van het Ministerie van Financiën tegen komen.

Meer informatie:

Geplaatst in Sanctieregels | Tags: , | Plaats een reactie

Het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse Orde van Advocaten | aan de advocaten zelf wordt niets gevraagd

Vandaag had ik een twitterdiscussie over het rechtsgebiedenregister met de twitteraccountbeheerder van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Er werd door die beheerder gevraagd om mijn kritiek op de indeling van het register.

Over het rechtsgebiedenregister heb ik op 21 januari jl. het navolgende geschreven aan de NOvA. Eerder had ik aan de NOvA gevraagd wat de nieuwe rechtsgebiedenindeling was, daar had ik nog geen antwoord op gehad. In [1] reageer ik daar op.

[1] Inmiddels kwam ik het aangepaste bericht over het rechtsgebiedenregister tegen, https://www.advocatenorde.nl/rechtsgebiedenregister, met ook de bijlage 9 met ‘hoofdrechtsgebieden’, https://www.advocatenorde.nl/document/bijlage-9-lijst-van-rechtsgebieden.

[2] Kunt u toelichten hoe u bij het onderscheid ‘hoofdrechtsgebied’ en ‘sub-rechtsgebied’ komt terwijl ik over dat onderscheid in artikel 4.4 Verordening op de advocatuur (via http://regelgeving.advocatenorde.nl/content/wijzigingsverordening-kwaliteitsbevorderende-maatregelen) niets terug zie?

[3] De indeling in bijlage 9 is hoogst merkwaardig:

• Zo zijn personen- en familierecht en erfrecht aparte hoofdrechtsgebieden (2, 3). Wat is daar de reden voor?
• Kunt u toelichten waarom arbeidsrecht, sociaal-zekerheidsrecht en ambtenarenrecht (3-6) aparte hoofdrechtsgebieden zijn?
• Dezelfde vraag geldt voor vreemdelingenrecht en asiel- en vluchtelingenrecht (24 en 25); alsmede voor vastgoed gerelateerde onderwerpen, zoals huurrecht bedrijfsruimte, bouwrecht, onteigeningsrecht en agrarisch recht (29 tot en met 31).
• Slachtofferzaken is zowel bij letselschaderecht als bij strafrecht ondergebracht. Dat geldt voor veel meer deelonderwerpen zoals mediation.
• Waarom is verzekeringsrecht geen subrubriek van financieel recht?
• Waarom is verbintenissenrecht een apart hoofdrechtsgebied, terwijl het ook een rol speelt bij vele andere hoofdrechtsgebieden?
• Het rechtsgebied ondernemingsrecht is beperkt opgevat. Op zijn minst ontbreken daar de onderwerpen Wwft en AVG/privacy, onderwerpen die iedere ondernemingsrechtjurist hoort te beheersen. Verder houden ondernemingsrechtmensen zich met meer handelscontracten bezig dan alleen agentuur, distributie en fusie & overname.
• Begrijp ik goed dat degene die voor nr. 1 ‘Algemene praktijk’ kiest zich met alle rechtsgebieden mag bezig houden en ook op alle rechtsgebieden cursussen kan volgen?

Zo zijn er nog vele andere vragen te stellen en opmerkingen te maken.
Het is aan te bevelen dat de algemene raad deze ouderwetse indeling van rechtsgebieden met spoed moderniseert, nadat een consultatie is gehouden.

[3] Kunt u voorts toelichten hoe u de opleidingsverplichting inzake de verschillende ‘hoofdrechtsgebieden’ ziet?

In reactie op deze e-mail kreeg ik de mededeling dat het rechtsgebiedenregister tot stand is gekomen na overleg met alle specialisatieverenigingen.

Zoals ik vandaag al per twitter aan de NOvA heb laten weten: iets wat zo belangrijk is als de indeling in rechtsgebieden (onder meer omdat het gekoppeld is aan de opleidingsverplichting) hoort geconsulteerd te worden onder alle advocaten. Ik adviseer de NOvA die consultatie alsnog te laten plaats vinden, dan zal ik zeker van de gelegenheid gebruik maken.

Twitter berichten:

[1]

[2]

NOvA (@Advocatenorde)
26-02-19 11:15
⁦‪@Ellen_Timmer⁩ Kunt u aangeven wat u onlogisch vindt aan de indeling?

[3]

[4]

NOvA (@Advocatenorde)
26-02-19 16:04
⁦‪@Ellen_Timmer⁩ Alle fracties van het College van Afgevaardigden zijn gedurende de ontwikkeling van het rechtsgebiedenregister doorlopend geïnformeerd en uitgenodigd mee te denken. Dat heeft geleid tot diverse wijzigingen en aanpassingen.

[5]

 

 


Aanvulling 28 maart 2019
Er is nu een relletje over het niet-openbare rechtsgebiedenregister. Lees het Advocatenblad van 25 maart jl., waarin wordt geschreven dat een deel van de advocaten onterecht geregistreerd zou zijn in dat (niet-openbare) rechtsgebiedenregister. Zo te lezen heeft de Orde het probleem zelf veroorzaakt.

Aanvulling 25 april 2019
Het rechtsgebiedenregister blijft een klucht 1e klas. Aan de kwaliteit van advocaten draagt het niets bij.

Het illustreert dat de huidige wetgevingsmode gericht is op vorm en niet op inhoud. Lees de algemene informatie op deze pagina bij de NOvA er maar op na en lees ook de faq. Op mijn vraag naar de subrechtsgebieden heb ik overigens nog steeds geen antwoord. Een grondslag in de regelgeving voor “Bij sommige hoofdrechtsgebieden is een onderverdeling gemaakt op sub-rechtsgebieden die advocaten kunnen aanvinken als zij daarvoor specifieke kennis hebben.” heb ik nergens gevonden.

Het laatste bericht van de NOvA is dat het register op 1 juli a.s. life gaat. Of alle ingeschreven advocaten in 2019 al tien punten in hun rechtsgebied(en) hebben behaald, vermeldt het bericht niet.

Bizar is dat de registratie van een rechtsgebied met ingang van 2019 kan plaats vinden ná het behalen van de opleidingspunten. Dus nadat een advocaat in de loop van 2019 de minimale tien punten heeft gehaald, kan hij/zij het rechtsgebied inschrijven. De NOvA schrijft “De eerste registratie kan direct nadat in 2019 de benodigde opleidingspunten zijn behaald, maar moet uiterlijk voor 1 maart 2020 gerealiseerd zijn.

Zelf ga ik me voor “algemene praktijk” aanmelden, want ik vind de indeling van rechtsgebieden die de NOvA heeft bedacht van onvoldoende kwaliteit.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Kantoororganisatie | Tags: , , | Plaats een reactie

Schurkenstaten-indicator wordt verwijderd uit Uitvoeringsbesluit Wwft 2018

Uit de internetconsultatie die op 25 februari jl. is gestart, blijkt dat het Ministerie van Financiën voorstelt om de schurkenstaat-indicator (waar ik eerder over schreef) uit het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 te verwijderen. Reden: FIU-Nederland ontvangt grote hoeveelheden zinloze meldingen.

Het wijzigingsvoorstel luidt:

ARTIKEL IX
In tabel 1 en 2 van de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 vervalt telkens “Een transactie van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de vierde anti- witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.”.

De wijziging wordt als volgt toegelicht:

§7. Verwijdering objectieve indicator derde-hoogrisicolanden
Op grond van de vierde anti-witwasrichtlijn bestaat de verplichting voor Wwft- instellingen om transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit (FIU-Nederland). Om instellingen behulpzaam te zijn bij de invulling van de meldingsplicht zijn in de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 indicatoren opgenomen. Het gaat hierbij om een subjectieve en meerdere objectieve indicatoren. Op grond van de subjectieve indicator dienen transacties te worden gemeld die verband houden met witwassen of financieren van terrorisme. Een van de objectieve indicatoren bepaalt dat instellingen transacties dienen te melden van of ten behoeve van een (rechts)persoon die gevestigd of woonachtig is in een derde-hoogrisicoland. Derde-hoogrisicolanden zijn landen met strategische tekortkomingen in hun nationale regelgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. De Europese Commissie wijst deze landen aan. [9]

Bij de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn werd verondersteld dat het opnemen van deze objectieve indicator FIU-Nederland behulpzaam zou zijn bij het analyseren van de ongebruikelijke transacties met betrekking tot (rechts)personen die woonachtig of gevestigd zijn in derde-hoogrisicolanden en die op basis van deze indicator worden gemeld. In de praktijk blijkt dit niet het geval te zijn. Omdat Wwft- instellingen alle transacties ‘van of ten behoeve van een derde-hoogrisicoland’ dienen te melden, heeft deze objectieve indicator geleid tot een enorme toename (van wel 96%) aan meldingen bij FIU-Nederland. Deze toename heeft het ongewenste effect dat het onmogelijk is om al deze meldingen te onderzoeken. Hierdoor worden de werkzaamheden van FIU-Nederland minder effectief, aangezien dergelijke hoeveelheden meldingen ten koste gaan van de capaciteit om andere meldingen te onderzoeken. Daarom wordt deze objectieve indicator uit de bijlage Indicatorenlijst geschrapt.

Dit betekent niet dat Wwft-instellingen geen transacties meer hoeven te melden die verband houden met derde-hoogrisicolanden. Zoals hiervoor aangegeven dient op basis van de subjectieve indicator elke transactie te worden gemeld die aanleiding geeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme. Bij het beoordelen of er sprake kan zijn van witwassen of terrorismefinanciering, dient een Wwft-instelling de lijst van factoren bij de vierde anti- witwasrichtlijn in ogenschouw te nemen. De richtlijn noemt als potentieel hoger risico landen die door de Europese Commissie of op basis van andere geloofwaardige bronnen – zoals de FATF – zijn aangewezen als landen zonder effectief anti-witwas- of anti- terrorismebeleid. Een Wwft-instelling zal bij elke transactie van of ten behoeve van een derde-hoogrisicoland een risicoafweging moeten maken. Op basis van deze risicoafweging dient een Wwft-instelling vervolgens te beslissen of de desbetreffende transactie moet worden gemeld bij FIU-Nederland. FIU-Nederland zal guidance verschaffen over wanneer een Wwft-instelling een transactie met betrekking tot een derde-hoogrisicoland dient te melden op grond van de subjectieve indicator.

[Noot]

[9] Gedelegeerde verordening (EU) 2016/1675 van de Commissie van 14 juli 2016 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad door de identificatie van derde landen met een hoog risico die strategische tekortkomingen vertonen.

Dat dit niet is voorzien, geeft aan hoe slecht doordacht de antiwitwaswetgeving is.

Antiwitwaswetgeving moet op de schop
Het is hoog tijd dat de activiteiten van FATF, de Europese Commissie c.s. en het Ministerie van Financiën op een onafhankelijke wijze kritisch en wetenschappelijk worden doorgelicht en dat de regelgeving ingrijpend wordt aangepast. Daarbij zal ook aandacht moeten worden gegeven aan de immense gegevensverzamelingen die op grond van deze regelgeving worden aangelegd en de uitwisseling daarvan.

Er is niets mis mee om de burger bij criminaliteitsbestrijding te betrekken, maar de huidige witwasbestrijding is een bureaucratisch monster.

Meer informatie:


Aanvulling 28 maart 2019
BFT maakte op 21 maart bekend coulant te zijn ten aanzien van de schurkenstaten-indicator.


Aanvulling 4 april 2019
Inmiddels is het verdwijnen van de schurkenstaat-indicator ook door het FD ontdekt, “Witwasregels aangepast na stortvloed meldingen“.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Internationale handel | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Transparantie van stichtingen | goede doelen geld gebruikt voor sponsoring van een voetbalclub

Eerder schreef ik over het opmerkelijke plan van het Ministerie van Veiligheid om goede doelen organisaties te verplichten om persoonsgegevens van donateurs openbaar te maken.
In mijn reactie schreef ik dat er alle aanleiding is voor verbetering van transparantie inzake stichtingen, maar dan op geheel andere punten dan door het Ministerie van Veiligheid voorgesteld.

Door goede doelen stichting gefinancierde groene energieleverancier, sponsort betaald voetbal
Dat er in de goede doelen sector bijzondere dingen gebeuren wordt geïllustreerd door een recent artikel van Weijnen en Logger over een goede doelen stichting (Stichting DOEN), welke stichting geld ontving van de loterijorganisatie van miljonair Poelmann (de Postcodeloterij). DOEN heeft grote bedragen (in het artikel wordt gesproken over 27,5 miljoen eigen vermogen en 15,8 miljoen aan leningen) in een door haar opgerichte groene energieleverancier, Qurrent gestoken. Die energieleverancier heeft een aanzienlijke bedrag (volgens het artikel zo’n 20 miljoen euro) uitgegeven aan sponsoring van een club in het betaalde voetbal. Bij deze voetbalclub is de heer Poelmann eveneens betrokken. Niet alleen sponsorde Qurrent de voetbalclub, ook stelde Stichting DOEN zich garant voor Qurrent inzake de nakoming van de sponsorverplichtingen, aangezien Qurrent armlastig is.

Het is bijzonder dat een armlastige energieleverancier met enorme bedragen een voetbalclub sponsort en dat een goede doelen stichting garant staat voor nakoming. De vraag is of dit wel een goede besteding was van het goede doelen geld dat Stichting DOEN ontving en of Stichting DOEN zich wel garant mocht stellen.

Dat de heer Poelmann zowel bij de Postcodeloterij als bij Stichting DOEN, als bij de betaald voetbalclub betrokken is, maakt een en ander precair.

Ik ben benieuwd of op grond van de loterijregelgeving is toegestaan dat door de Poscodeloterij via Stichting DOEN geld wordt gegeven aan een groene onderneming, die met grote bedragen het betaald voetbal sponsort. Ook is boeiend wat de rol van Poelmann is geweest.

Reactie Postcodeloterij 
De Postcodeloterij heeft op de datum van het verschijnen van het artikel een reactie bekend gemaakt op haar website. Daarin wordt gezegd dat Poelmann wel een tip over sponsoring aan Qurrent heeft gegeven, maar: “Bij de gesprekken en de besluitvorming over een mogelijke overeenkomst was hij niet aanwezig“, aldus het bericht.

Opvallend is dat in de reactie over het uitgavenbeleid van de door de loterij gesteunde organisaties (de ‘beneficiënten’) niet wordt gesproken. De Postcodeloterij zet uitgebreid uiteen hoe zorgvuldig zij omgaan met de keuze van de beneficiënten en hoe belangrijk het werk van de loterij is voor de maatschappij. Een antwoord op de vraag of gewenst is dat beneficiënten het ontvangen bedrag inzetten als sponsoring van commerciële bedrijven en of DOEN zich garant mocht stellen voors sponsorgelden, wordt niet gegeven.

Tot slot
Deze geschiedenis leert dat het interessant is te kijken naar de uitgaven van goede doelen organisaties en hun beneficiënten. Daarbij verdienen marketing uitgaven grote aandacht. Immers, als de bestuurders van goede doelen organisaties en de marketeers topinkomens verdienen en als door middel van sponsoring commerciële bedrijven worden gesteund, lijkt me dat geen goede besteding van de donaties en loterijontvangsten.

Nog interessanter wordt het als goede doelen organisaties “bij toeval” allen dezelfde marketing bedrijven (of andere leveranciers) inschakelen. Ik ben benieuwd of dat onderwerp wordt van een volgend artikel van deze auteurs.

 

Meer informatie:

Artikel Loterijbaas Poelmann dirigeerde goededoelengeld naar ‘zijn’ Feyenoord, door Parcival Weijnen en Bram Logger, 23 februari 2019, Follow the Money.

Reactie Postcodeloterij op het artikel:
Op de site van de Postcodeloterij verscheen een reactie op het artikel in Follow the Money.

Overig
Artikel Quote 500-lid Boudewijn Poelmann sponsort Feyenoord voor €20 miljoen | Quote

Al eerder meldde ik een twitterbericht van Weisglas over deze loterijenorganisatie:

 


Aanvulling 25 november 2019
Roel Gooskens schreef op 21 november jl. voor Follow the Money Loterijgeld is schimmig speelgeld voor Poelmann. Opvallend is dat het loterijwezen er in slaagt de wetgever rustig te houden. De afdracht aan goede doelen wordt zelfs verlaagd, zag ik in augustus (niet recent gekeken).

Aanvulling 19 juni 2021
Bij Follow the Money verscheen een artikel over de bijzondere relatie tussen het loterijwezen en de goede doelen. Ook goede doelen organisaties op het gebied van bestrijding van gokverslaving worden gesponsord door …

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Jaarverslaggeving, Not-for-profit, Stichting en vereniging | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Handelsverbod met schurkenstaten op grond van de Wwft

Ondernemingen die zich aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten houden, dienen ‘ongebruikelijke transacties’ van hun klanten melden bij FIU-Nederland. Één van de situaties dat dit moet gebeuren, is als zich het volgende voordoet:

Een transactie van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.

De door de Europese Commissie aangewezen staten noem ik hierna ‘schurkenstaten’.

De geciteerde tekst lijkt te betekenen dat iedere transactie door de klant (van een Wwft-plichtige) met een wederpartij in een schurkenstaat gemeld moet worden.

Avonturenreisbureau
In de door de NOB opgestelde Richtsnoeren staat daar een voorbeeld van op pagina 74, nl. dat de klant een reisbureau is, gespecialiseerd in avontuurlijke reizen. In de Richtsnoeren staat:

De beroepsorganisaties verwachten dat deze indicator, ook veel nutteloze meldingen zal opleveren, omdat er bij een objectieve indicator geen beoordelingsruimte is voor de instelling. Is de cliënt bijvoorbeeld een reisbureau gespecialiseerd in avontuurlijke reizen, dan zal de instelling waarschijnlijk talloze transacties moeten melden zonder dat de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat er sprake zou kunnen zijn van witwassen of terrorismefinanciering.

Handelsverbod
Als de passage inzake transacties met schurkenstaten inderdaad betekent dat alle inkopen en verkopen van klanten van Wwft-plichtigen in schurkenstaten zoals de Bahama’s, Panama, Saoedie-Arabië, Bosnië en Herzegovina en Tunesië moeten worden gemeld bij FIU-Nederland, is de vraag of de Wwft-plichtigen nog wel zulke klanten willen hebben. Dit zal dus gaan leiden tot weigering van diensten aan dergelijke klanten, ook al is er met de handel met bijvoorbeeld Tunesië niets aan de hand.

Het lijkt er op dat deze meldplicht de facto een handelsverbod gaat opleveren met betrekking tot schurkenstaten. Met witwasbestrijding heeft het niets meer te maken, vrees ik.

Zie voor de nieuwste lijst van schurkenstaten deze pagina. Onbegrijpelijk dat hier nog steeds geen fatsoenlijke database van is.


Aanvulling 25 februari 2019
Op de site van de Europese Commissie staat op de schurkenstaat pagina iets heel opmerkelijks, nl. deze tekst met plaatje:

Met ‘sustainable development‘ kan dit helemaal niets te maken hebben. Ik ben benieuwd wat ontwikkelingsorganisaties van het de facto handelsverbod vinden.

In het FD verscheen het artikel “Groeiend verzet tegen Europese witwaslijst” (betaalmuur).

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Persoonsgegevens donateurs openbaar maken is geen goed idee

Op 21 februari jl. heb ik mee gedaan aan de internetconsultatie inzake “Transparantie maatschappelijke organisaties“ met onderstaande bijdrage die ook als pdf kan worden gedownload. De consultatiedocumenten als één set zijn hier (pdf) te vinden.

 

CONSULTATIEDEELNAME

Aan: Ministerie van Veiligheid
Van: Ellen Timmer,
https://ellentimmer.wordpress.com/
Datum: 21 februari 2019
Onderwerp: consultatie Transparantie maatschappelijke organisaties, aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/transparantiemaatschappelijkeorganisaties

Mijne dames en heren,

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze consultatie. De consultatie betreft het voorstel voor een Wet transparantie maatschappelijke organisaties, waarin enerzijds is opgenomen dat maatschappelijke organisaties donatieoverzichten openbaar moeten maken. Anderszijds is in het voorstel een verplichting voor stichtingen tot deponering van de balans en de staat van baten en lasten bij het handelsregister opgenomen.

Het consultatievoorstel zal hierna ook als ‘het voorstel’ worden aangeduid.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 

Inhoud:

I. Algemene inleiding
Inleidende opmerking
WRR: Filantropie op de grens van overheid en markt
Andere aanpak

II. Algemene juridische opmerkingen
A. Plaatsing regels
B. Buitenlandse stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen

III. Openbaarmaking persoonsgegevens donateurs
C. Openbaarmaking persoonsgegevens donateurs, toetsing aan de AVG
Algemene Verordening Gegevensbescherming
Advies EDPS over openbaarheid uiteindelijk belanghebbenden in de witwasbestrijding
Openbaarmaking in het voorstel
Afhankelijkheid
Transparantie-illusie
Omvang ongewenste financiering
Onderzoek alternatieven
D. Definitie donatie
E. Doelgroep (rechtspersonen)
Kerkgenootschappen
F. Alternatieven

IV. Openbaarmaking balans en staat van baten en lasten door stichtingen

Tot slot
Noten

I. Algemene inleiding

Het consultatievoorstel bestaat uit twee onderdelen:

[a] de verplichting voor stichtingen, verenigingen, kerkgenootschappen en gelijksoortige entiteiten [1] om donatieoverzichten openbaar te maken (‘openbaarmaking donateurs’);

[b] de verplichting voor stichtingen om de balans en de staat van baten en lasten te deponeren bij het handelsregister (‘publicatieplicht’).

In deel II. stel ik algemene onderwerpen aan de orde; in deel III. bespreek ik het voorstel inzake donatieoverzichten en deel IV. de nieuwe publicatieplicht.

Inleidende opmerking
Opvallend is dat in de toelichting op deze voorstellen in algemene termen wordt gesproken over criminaliteitsbestrijding, zonder in te gaan op specifieke deelonderwerpen. Ook wordt niet aan de orde gesteld of het beoogde doel wel kan worden bereikt met de voorgestelde maatregelen (het openbaar maken van persoonsgegevens van donateurs respectievelijk de staat van baten en lasten van maatschappelijke organisaties).

WRR: Filantropie op de grens van overheid en markt
In de consultatietoelichting mis ik aandacht voor het belangrijke rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR, “Filantropie op de grens van overheid en markt” [2], dat op 31 oktober 2018 is uitgebracht. In dit rapport wordt filantropie als een belangrijke sector beschouwd met grote maatschappelijke waarde.

In het rapport wordt opgemerkt dat de ANBI-status van instellingen geen keurmerk maar betekent dit slechts dat betrokken instelling geen belasting hoeft betalen over ontvangen schenkingen en nalatenschappen [3]. De rapporteurs bepleiten duaal toezicht, zowel door de overheid als door sectorale organisaties.

In paragraaf 2.10 van het rapport wordt geconstateerd dat de bereidheid om aan goede doelen bij te dragen afneemt en dat er maatregelen nodig zijn om te zorgen dat de goede doelen sector krachtig blijft.

In het WRR-rapport wordt opgemerkt dat sommige internationale filantropische geldstromen ondermijnend kunnen zijn voor onze vrijheid. De onderzoekers schrijven vervolgens dat in Nederland de omvang van deze geldstromen marginaal lijkt te zijn [4]:

Sommige internationale filantropische geldstromen kunnen ondermijnend zijn voor onze vrijheid. In Nederland lijkt de omvang van deze geldstromen marginaal te zijn. Door filantropie als onderwerp onder te brengen bij het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt disproportioneel de nadruk gelegd op de risico’s van filantropische geldstromen, terwijl alle andere aspecten, die in financieel en maatschappelijk opzicht veel meer gewicht in de schaal leggen, zoals de bijdrage die filantropische geldstromen leveren aan de aanpak van sociale problemen, onderbelicht blijven.

Dit is in tegenspraak met wat in de consultatietoelichting is vermeld.

In het WRR-rapport komt ook de loterijsector aan de orde. Op pagina 49 en 50 wordt democratisering van de zeggenschap over de afdrachten voorgesteld. De verwevenheid van bepaalde goede doelen organisaties met commerciële ondernemingen komt in het rapport aan de orde, zoals onder meer bij één van de twee grote loterijenorganisaties in Nederland het geval is [5]. Bij de vraag naar de governance in de goede doelen sector speelt niet alleen de vraag wie de begunstigden zijn (in de loterijsector vaak ‘beneficiënten’ genoemd) maar ook de vraag wie diensten leveren aan de loterij organisaties.

Anders gezegd: het is begrijpelijk dat maatschappelijke organisaties kosten moeten maken, maar ook via de kostenkant kunnen er partijen mee profiteren, bijvoorbeeld doordat:

* functionarissen binnen maatschappelijke organisaties dan wel binnen hun leveranciers hoge bezoldigingen ontvangen;
* leveranciers hoge vergoedingen ontvangen voor hun werkzaamheden (met als gevolg dat aandeelhouders en andere betrokkenen bij die leveranciers kunnen ‘binnnen’ lopen dankzij de donaties).

Als er transparantie maatregelen worden genomen, lijkt me het belangrijker dat de commerciële relaties van goede doelen openbaar worden gemaakt, zodat de donateurs weten wat er met hun schenking gebeurt.

De commerciële relaties van goede doelenorganisaties krijgen terechte aandacht in de media. Zo schreef het NRC in 2014 over de vergoedingen die marketingbedrijf NovaMedia ontvangt van de Nederlandse loterijen [6]. Recent schreef Menno Bosma in het NRC [7] over de risico’s van filantropische fondsen, met veel buitenlandse voorbeelden. Ook over Joop van den Ende wordt het nodige geschreven [8].

Andere aanpak
Zoals ik hierna zal toelichten ben ik van mening dat het onverstandig is om de persoonsgegevens van donateurs door maatschappelijke organisaties openbaar te laten maken en heeft het openbaar maken van een balans en staat van baten en lasten ook geen toegevoegde waarde.

Als de overheid iets zou willen doen aan transparantie van bepaalde stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen, dan moet aan andere maatregelen worden gedacht, zoals:

[a] Betere mogelijkheden om ad hoc informatie op te vragen
Verbetering van de regelgeving inzake stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen, die het makkelijker maakt voor donateurs en voor de overheid om op niet-structurele basis de rechtspersoon verantwoording te laten afleggen over hun inkomsten en uitgaven.

Toelichting:
Geen onnodige one-size-fits-all jaarlijkse publicatieverplichting.
Maar de mogelijkheid voor overheidsinstanties (bijvoorbeeld FIOD, OM, belastingdienst, AIVD) om makkelijker informatie te verkrijgen bij rechtspersonen over hun inkomsten en uitgaven.
Betere mogelijkheden voor donateurs om informatie bij de rechtspersonen aan wie zij schenkingen doen op te vragen.

[b] Publicatieverplichting voor goede doelen organisaties opnemen in boek 2 Burgerlijk Wetboek
Op dit moment is de publicatieplicht voor ANBI’s opgenomen in de fiscale regelgeving. Dat vind ik een ongewenste plaats. Naar mijn mening hoort dit in boek 2 BW thuis en dient het te gelden voor alle organisaties die op een bepaalde schaal donaties verwerven bij het publiek, met inbegrip van loterijenorganisaties.

[c] Regels voor de financiële verantwoording van goede doelenorganisaties
Aan te bevelen is om in boek 2 BW voor te schrijven dat goede doelen organisaties, te weten een nader te bepalen groep van organisaties die actief geld ophalen bij het publiek [9] (al dan niet ANBI), aan extra financiële verantwoordingseisen dienen te voldoen. Daarbij moet niet alleen aandacht worden besteed aan de bestemming van de ‘opgehaalde’ bedragen maar ook aan de uitgaven. Daarbij kan worden gedacht aan:

* Normering van topinkomens binnen de goede doelenorganisatie.
* Openbaarmaking van uitgaven aan grotere leveranciers, zoals marketingbedrijven.

Toelichting:
Daar waar beroep wordt gedaan op gewone burgers (zoals bij loterijen gebeurt) moeten hoge eisen aan de financiële verantwoording worden gesteld, waarbij niet alleen moet worden gekeken naar de keuze voor beneficiënten [10], maar ook naar de uitgavenkant.

[d] Aanvullende regels inzake stichtingen
Verbeter het stichtingenrecht in het algemeen.

II. Algemene juridische opmerkingen

A. Plaatsing regels
Opvallend is dat wordt voorgesteld de openbaarmaking van de donateurs in een aparte wet te regelen, terwijl de publicatieplicht in boek 2 Burgerlijk Wetboek (‘BW2’) moet worden opgenomen.

In het voorstel wordt geen aandacht besteed aan de al bestaande publicatieplicht voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s), die voorwaarde is voor de aan het zijn van ANBI verbonden fiscale faciliteiten [11].

Aanbeveling:
Als al openbaarmaking van donateurs gewenst zou zijn (maar naar mijn mening zeer ongewenst) verdient het de voorkeur dit in BW2 te regelen voor de stichting, vereniging en kerkgenootschap.

Aanbeveling:
Het verdient aanbeveling om de publicatieplicht voor organisaties die geld inzamelen bij het publiek in BW2 op te nemen, ongeacht of betrokken rechtspersonen aanspraak kunnen maken op de fiscale faciliteit [12].

B. Buitenlandse stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen
Opvallend aan het voorstel inzake openbaarmaking van donateurs is dat de wet ook verplichtingen oplegt aan buitenlandse rechtspersonen, die in het voorstel worden omschreven als:

iv. naar een ander dan Nederlands recht opgerichte rechtspersoon of andere juridische entiteit die vergelijkbaar is met een stichting, vereniging of organisatie als bedoeld onder i, ii, en iii [13], en duurzaam in Nederland activiteiten uitoefent.”

NB Zie over “organisatie als bedoeld onder (…) iii” (kerkgenootschappen) die opmerkingen hierna.

Het is naar mijn mening ongewenst om op deze wijze verplichtingen op te leggen aan buitenlandse rechtspersonen. Allereerst vraag ik me af waarom dit onderwerp niet wordt geregeld in een aparte wet, bijvoorbeeld de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen (Wfb), die dan een andere naam zou moeten krijgen. In de tweede plaats vraag ik me af waarom gekozen wordt voor het criterium “duurzaam in Nederland activiteiten uitoefenen” in plaats van het criterium dat geldt voor formeel buitenlandse vennootschappen:

die haar werkzaamheid geheel of nagenoeg geheel in Nederland verricht en voorts geen werkelijke band heeft met de staat waarbinnen het recht geldt waarnaar zij is opgericht

Aanbeveling:
Indien de wetgever verplichtingen aan entiteiten naar buitenlands recht zou willen opleggen, verdient het de voorkeur dat afzonderlijk te regelen, bijvoorbeeld in de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, die dan kan worden omgedoopt.

Aanbeveling:
Kies voor het criterium “die haar werkzaamheid geheel of nagenoeg geheel in Nederland verricht en voorts geen werkelijke band heeft met de staat waarbinnen het recht geldt waarnaar zij is opgericht”.

III. Openbaarmaking persoonsgegevens donateurs

C. Openbaarmaking persoonsgegevens donateurs, toetsing aan de AVG
Hoogst zorgelijk is dat in het voorstel wordt verondersteld dat een bijdrage aan de bestrijding van criminaliteit zou worden geleverd door het openbaar maken van persoonsgegevens van donateurs.

Het gaat dan om donateurs die in een boekjaar EUR 15.000 of maar aan een stichting, vereniging of kerkgenootschap hebben geschonken. Tot de groep particulieren en organisaties die donaties van een dergelijke omvang kunnen doen behoren niet alleen miljonairs en superrijken. Ook gewone burgers met een redelijk salaris zijn in staat om donaties van een dergelijke omvang te doen, al is het maar voor één jaar.

De persoonsgegevens van al deze donateurs, die voor het grootste deel net en en niet crimineel zijn, komen op straat te liggen als dit voorstel doorgaat. Natuurlijk zijn de datahandelaren [14] van deze aardbol blij met deze openbaarmakingsverplichting, want zij kunnen via deze weg de persoonsprofielen die zij aanleggen verrijken met extra gegevens. Ook belangstellenden met minder goede bedoelingen kunnen gebruik maken van deze gegevens.

Algemene Verordening Gegevensbescherming
Onderhavige wetsvoorstel dient te worden getoetst aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) [15] die sinds 25 mei 2018 in heel de EU geldt. De AVG schrijft voor nationale wetgeving in de EU-lidstaten alleen verwerking van persoonsgegevens voorschrijven als dat een legitiem, specifiek en goed geïdentificeerd doel heeft en de verwerking noodzakelijk en proportioneel is.

Advies EDPS over openbaarheid uiteindelijk belanghebbenden in de witwasbestrijding
In dit verband breng ik in herinnering dat de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming (European Data Protection Supervisor, ‘EDPS’) adviezen over vierde en vijfde Europese antiwitwasrichtlijnen (‘AMLD4’ en ‘AMLD5) heeft uitgebracht’waarin zware kritiek werd uitgeoefend op het voornemen om persoonsgegevens van een zeer ruime groep ‘uiteindelijk belanghebbenden’ openbaar te maken in het kader van de criminaliteitsbestrijding.

In 2013 is het eerste advies van EDPS bekend gemaakt. Het begeleidende persbericht draagt als kop “EDPS finds major deficiencies in anti-money laundering proposals” [16]. Naar aanleiding daarvan is het ontwerp van AMLD4 aangepast, maar niet alle aanbevelingen zijn opgevolgd. In 2017 is door EDPS het tweede advies uitgebracht [17] naar aanleiding van het ontwerp voor AMLD5.

EDPS oefende zware kritiek uit op de Europese plannen en drong aan op regelingen die er voor zorgen dat uiteindelijk belanghebbenden op de hoogte zijn van de verwerking van hun persoonsgegevens. Op de openbaarheid van het ubo-register had de toezichthouder zware kritiek: toegang tot informatie over uiteindelijk belanghebbenden dient alleen te worden verschaft aan entiteiten belast met wetshandhaving. Bij de totstandkoming van AMLD5 is dit advies van EDPS helaas genegeerd. Dat wil overigens niet zeggen dat de antiwitwasregelgeving op dit punt de toetsing aan de AVG kan doorstaan.

Naar mijn mening is de algemene openbaarmaking van persoonsgegevens van donateurs in strijd met de AVG, onder meer omdat het een niet-proportionele maatregel is. De persoonsgegevens van een zeer grote groep nette donateurs wordt openbaar gemaakt, om een kleine groep van ‘misbruikers’ te treffen.

Openbaarmaking in het voorstel
De kritiek die de EDPS had op het voorstel om persoonsgegevens van een zeer ruime groep ‘uiteindelijk belanghebbenden’ [18] openbaar te maken is ook van toepassing op het voornemen dat in het consultatievoorstel tot uitdrukking komt. Het openbaar maken van persoonsgegevens van donateurs, via de donatieoverzichten die jaarlijks worden opgesteld, betekent dat een interessante set aan persoonsgegevens over de aardbol wordt verspreid, te weten:

* naam en woonplaats/zetel van de donateur;
* het bedrag van de donatie.

Deze gegevens kunnen door iedereen met technische vaardigheid (data brokers, adtech bedrijven, enzovoorts) van het internet worden geoogst en kunnen aan de hand van de persoonsgegevens die nu al in een groot aantal handen zijn, op eenvoudige wijze worden gekoppeld en gebruikt worden voor profilering in de zin van de AVG [19]. De donateurs zullen – als hun gegevens uit de donatieoverzichten worden gehaald – niet kunnen vaststellen door welke partijen dat is gebeurd en welke profilering plaats vindt. Dat betekent dat de donateurs hun rechten op grond van onder andere artikelen 21 en 22 AVG [20] niet kunnen uitoefenen.

Afhankelijkheid
De opstellers van het consultatievoorstel geven aan dat zij veronderstellen dat de openbaarmaking van de persoonsgegevens van donateurs tot doel hebben de afhankelijkheid van een organisatie van een bepaalde donateur te voorkomen.

Dat doel wordt niet bereikt door het huidige voorstel. Immers, de opstellers kiezen voor een generieke drempel van EUR 15.000 per donateur per jaar, wat voor grote goededoelenorganisaties een miniscuul bedrag is.

Bovendien wordt in de toelichting niet uitgelegd waarom organisaties afhankelijk zouden zijn van eenmalige grote donaties, zeker niet als die donaties uit een erfenis komen en dus eenmalig zijn.

Aanbeveling:
Als organisaties een administratie zouden moeten bijhouden van donaties en de donateurs [21] dient alleen rekening te worden gehouden met donaties die uitgaan boven een bepaald percentage van de totale donaties van een organisatie (bijvoorbeeld in het voorafgaande boekjaar) en die niet uit een erfenis afkomstig zijn.

Aanbeveling:
Als gekozen wordt voor een systeem van opstellen van donatieoverzichten, horen donaties alleen te worden vermeld als deze meer dan twee achtereenvolgende kalenderjaren boven een drempel zijn uitgekomen.

Transparantie-illusie
Vreemd is dat de auteurs van het voorstel veronderstellen dat ‘transparantie van geldstromen’ een heilzaam effect zou uitoefenen. Zoals we weten kennen we op dit moment een vorm van ‘transparantie’ via het internet – zoals via twitter en facebook (maar ook elders) – die leidt tot ernstige vormen van misbruik, zoals politieke beïnvloeding, verspreiding van nepnieuws en dergelijke. In het voorstel wordt op geen enkele wijze toegelicht op grond waarvan een heilzaam effect kan worden verwacht van het openbaar maken van persoonsgegevens van donateurs.

Persoonlijk denk ik dat eerder het omgekeerde zal gebeuren: donateurs zullen er van terugschrikken om nog langer donaties te doen in Nederland. Uit het grote aantal consultatiereacties afkomstig van goede doelenorganisaties blijkt dat zij deze zorg delen.

Aanbeveling :
Als het plan om donateursgegevens openbaar te maken, door zou gaan, dient te worden voorgeschreven dat de organisaties hun donateurs wijzen op de openbaarmakingsverplichting als donaties die uitgaan boven het drempelbedrag en op de risico’s die zijn verbonden aan de verspreiding van de openbaar gemaakte persoonsgegevens.

Omvang ongewenste financiering
Uit de toelichting blijkt niet dat er onderzoek is gedaan naar de omvang en aard van ongewenste financiering van stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen. Ook blijkt er niet uit of een en ander in specifieke sectoren (zoals sectoren met specifieke regelgeving en toezicht) minder voorkomt. Het lijkt er op dat een drastisch middel wordt ingezet om een kleine groep van ‘misbruikers’ te treffen (waarbij het de vraag is dit gaat werken), waarbij schade wordt toegebracht aan een grote groep nette burgers, die bereid zijn om donaties te verstrekken aan goede doelen op allerlei terrein.

Allereerst zal zorgvuldig moeten worden nagegaan of het registreren van donateursgegevens überhaupt zinvol is. De toelichting in het consultatievoorstel overtuigt mij niet. Ik begrijp voorts niet waarom er geen andere methoden worden gekozen.

Aanbeveling:
Ga pas over tot een verplichte administratie van donateursgegevens (en eventueel een openbaarmakingsplicht), nadat is vastgesteld dat dit zinvol is dat daarmee ongewenste financiering kan worden bestreden.

Onderzoek alternatieven
De vraag is voorts waarom gekozen is voor een systeem waarbij persoonsgegevens via het internet openbaar worden gemaakt, terwijl het ook anders kan. Gesteld dat toch geconcludeerd zou worden dat donateurs administreren nuttig zou zijn, geldt het volgende.

Nu het aantal misbruiksituaties voor zover mij bekend gering is, verdient het de voorkeur te kiezen voor een systeem waarbij organisaties donaties die boven een drempel uitkomen, niet uit een erfenis afkomstig zijn en gedurende een minimaal aantal jaren hebben plaats gevonden, te administreren. Voorts kan worden geregeld dat deze donatieadministratie aan bepaalde technische eisen voldoet en kan worden ingezien door bepaalde bestuursorganen, bijvoorbeeld de belastingdienst.

NB Donaties door gegoede inwoners van Nederland zijn al via de aangifte inkomstenbelasting bekend.

Eventueel zou kunnen worden voorzien in een speciale inzageprocedure voor zorgvuldig te definiëren belanghebbenden (die ook aan een integriteitstoets moeten voldoen, ter voorkoming van misbruik).

In specifieke sectoren zou accountantscontrole op de financiële verantwoording kunnen worden voorgeschreven, bijvoorbeeld in het voetbal [22]. Voordeel is dat dan specifiek kan worden gekozen voor sectoren waarvan is gebleken dat er extra risico is. Voorts kan dan ook rekening worden gehouden met andere omstandigheden, zoals het budget van een organisatie en de aanwezigheid van overheidstoezicht.

Aanbeveling:
Kies voor een wettelijk systeem waarbij alleen relevante donateurs worden geadministreerd (donaties die boven een drempel uitkomen, niet uit een erfenis afkomstig zijn en gedurende een minimaal aantal jaren hebben plaats gevonden). Stel bepaalde technische eisen aan de donateursadministratie en verleen inzagerecht aan geschikte bestuursorganen. Voorzie in een een speciale inzageprocedure voor zorgvuldig te definiëren belanghebbenden, die aan een integriteitstoets moeten voldoen, ter voorkoming van misbruik.
Voeg hier desgewenst aan toe dat door middel van een algemene maatregel van bestuur specifieke groepen organisaties kunnen worden aangewezen, die jaarlijks hun financiële administratie moeten laten controleren door een accountant [23].

D. Definitie donatie
In het voorstel wordt gekozen voor een definitie van ‘donatie’ die zeer ruim is:

geldelijke bijdrage, anders dan subsidie, alsmede een bijdrage in natura

Uit de toelichting blijkt dat schenkingen worden bedoeld en dat ledencontributies niet als donatie worden beschouwd. De voorgestelde tekst suggereert een ruimere betekenis dan schenkingen en erfstellingen. Het is daarom belangrijk dat de definitie wordt verduidelijkt.

Zoals ik al eerder schreef, zie ik niet in waarom er beïnvloed zou kunnen worden door middel van een ontvangst uit een erfenis. Mij lijkt dat ontvangsten uit een erfenis niet hoeven te worden opgenomen in het systeem.

Aanbeveling:
Breng in de definitie tot uitdrukking dat sprake is van schenkingen in de zin van artikel 7:175 Burgerlijk Wetboek. In die omschrijving is ook al een schenking in natura opgenomen. Neem geen erfstellingen op in de definitie.

E. Doelgroep (rechtspersonen)
Voorgesteld wordt een verplichting donateurs openbaar te maken op te leggen aan alle:

* stichtingen;
* verenigingen;
* kerkgenootschappen (“organisatie waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken, als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007”)

die naar Nederlands recht zijn opgericht. Voorts bepaalde rechtspersonen naar buitenlands recht, zie hoofdstuk I.

Kerkgenootschappen
Allereerst valt op dat ten aanzien van kerkgenootschappen niet wordt verwezen naar rechtspersonen als bedoeld in artikel 2 lid 1 BW2. Dat is merkwaardig, want het aangegeven onderdeel van artikel 6 in de Handelsregisterwet bevat geen definitie van kerkgenootschap, maar geeft alleen aan hoe rechtspersonen als bedoeld in artikel 2 lid 1 BW2 in het handelsregister worden ingeschreven.

Een regel als hier wordt voorgesteld, dient te verwijzen naar een rechtspersoon, niet naar een bepaling over hoe rechtspersonen worden ingeschreven in het handelsregister.

Aanbeveling:
Vervang in artikel 1 sub a onder iii van het voorstel “organisatie waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken, als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007” door: “rechtspersoon als bedoeld in artikel 2 lid 1” (van boek 2 Burgerlijk Wetboek). Geef in een nieuw lid van artikel 1 aan dat een kerkgenootschap de gezamenlijke gegevens van het kerkgenootschap en daartoe behorende zelfstandige onderdelen en lichamen openbaar mag maken.

F. Alternatieven
Uit de toelichting op het voorstel is niet af te leiden waarom er geen alternatieven zijn onderzocht. Het is al langer bekend dat het liberale Nederlandse regime inzake de stichting ook nadelen heeft. [24]

IV. Openbaarmaking balans en staat van baten en lasten door stichtingen

Door middel van een nieuw artikel 299b boek 2 BW wordt voorgesteld dat alle stichtingen die niet bij of krachtens de wet verplicht zijn een financiële verantwoording op te stellen die gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 die openbaar wordt gemaakt, te verplichten tot openbaarmaking van de balans en de staat van baten en lasten.

De groep stichtingen die met deze nieuwe verplichting geconfronteerd zal worden is veelsoortig. Ik ga er van uit dat het zowel grote stichtingen als kleine stichtingen kan betreffen. Nu aan de balans en de staat van baten en lasten geen inhoudelijke eisen worden gesteld en accountantscontrole niet wordt voorgeschreven, lijkt mij de voorgestelde openbaarmakingsverplichting weinig zinvol.

Beter is om verplichtingen te creëren voor een specifiek aan te wijzen groep stichtingen. Zulke verplichtingen kunnen omvatten:

* eisen aan de administratie;
* publicatie van de financiële verantwoording;
* verzending van de financiële verantwoording (eventueel één met meer details dan wat er openbaar gemaakt wordt) aan een bestuurorgaan;
* accountantscontrole.

In de toelichting op dit voorstel ontbreekt een analyse van de huidige Nederlandse stichtingen en hun kenmerken. Thema’s daarbij:

[1] Welke groep stichtingen valt onder specifieke regulering (bijvoorbeeld ziekenhuizen, scholen) en is er financieel toezicht.

[2] Bij welke groepen stichtingen is sprake van een financiële verantwoording gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 van boek 2 BW? Daartoe behoort de commerciële stichting van artikel 2:360 lid 3 BW.

[3] Zijn bepaalde typen stichtingen aan te wijzen waar meer controle op de financiën gewenst is. Bijvoorbeeld omdat:

* er grote bedragen in de stichting omgaan;
* geld wordt ingezameld bij het publiek;
* de stichting actief is in gevoelige branches, zoals bijvoorbeeld de voetbalsector.

Aanbeveling:
Bepaal op basis van nader onderzoek welke groep stichtingen gevoeliger is voor misbruik en regel alleen voor die groep extra verplichtingen, die proportioneel zijn in relatie tot de aard en omvang van de activiteiten. 

Tot slot
Ik hoop dat u acht zult slaan op deze consultatiereactie.

Noten
1 Volledigheidshalve: kerkgenootschappen en gelijksoortige entiteiten worden in het voorstel omschreven als “iii. organisatie waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken, als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007; iv. naar een ander dan Nederlands recht opgerichte rechtspersoon of andere juridische entiteit die vergelijkbaar is met een stichting, vereniging of organisatie als bedoeld onder i, ii, en iii, en duurzaam in Nederland activiteiten uitoefent.
2 https://www.wrr.nl/publicaties/verkenningen/2018/10/31/verkenning-filantropie-op-de-grens-van-overheid-en-markt
3 Pagina 48, derde alinea.
4 Pagina 85, tweede alinea.
5 Zie de beschrijving op pagina 201 en verder van het rapport.
6 Omstreden vergoedingen van loterijen aan Novamedia zijn ‘redelijk’, NRC, https://www.nrc.nl/nieuws/2014/07/17/vergoedingen-voor-novamedia-niet-onredelijk-hoog-a1500859.
7 Foute filantropen bedreigen de democratie, https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/01/foute-filantropen-bedreigen-de-democratie-a3652633, 1 februari 2019.
8 Zie onder andere De ondernemende mecenas, De Groene 7 februari 2018, https://www.groene.nl/artikel/de-ondernemende-mecenas.
9 Dus niet private familiestichtingen en dergelijke.
10 Zoals in het WRR rapport voorgesteld.
11 https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/bijzondere_regelingen/goede_doelen/algemeen_nut_beogende_instellingen/aan_welke_voorwaarden_moet_een_anbi_voldoen/
12 Samenvatting
13 Kerkgenootschap, zie iii.
14 Zoals bekend worden grote verzamelingen van persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens aangelegd door onder meer advertentiebedrijven (Google, Facebook, enzovoorts), kredietbeoordelaars, mediabedrijven en leveranciers van informatie ten behoeve van de witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding.
15 Richtlijn (EU) 2015/849 van 20 mei 2015, ELI http://data.europa.eu/eli/dir/2015/849/oj. Nederlandstalige tekst: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32016R0679&from=EN
16 Persbericht van 4 juli 2013, EDPS/2013/07.
17 Opinion 1/2017, EDPS Opinion on a Commission Proposal amending Directive (EU) 2015/849 and Directive 2009/101/EC.
18 Waartoe vele personen behoren die slechts statutair bestuurder van een rechtspersoon zijn en geen kapitaalbelang hebben.
19 Artikel 4 lid 4 AVG definieert het als “elke vorm van geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens waarbij aan de hand van persoonsgegevens bepaalde persoonlijke aspecten van een natuurlijke persoon worden geëvalueerd, met name met de bedoeling zijn beroepsprestaties, economische situatie, gezondheid, persoonlijke voorkeuren, interesses, betrouwbaarheid, gedrag, locatie of verplaatsingen te analyseren of te voorspellen”.
20 Dat artikel verbiedt profilering zonder grondslag in de AVG of daarop gebaseerde regelgeving.
21 Los van de openbaarmaking.
22 Wellicht dat daar de commerciële rechtspersonen al accountantscontrole kennen.
23 Vergelijkbaar met de specifieke accountantscontrole op de salarisgegevens van topfunctionarissen in de Wet Normering Topinkomens.
24 Lees bijvoorbeeld de kritiek van voormalig hoogeraar Van Mourik, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34566-4.html, die zegt dat er al jaren wordt gesproken over toezicht op stichtingen en over de ontbrekende mnskracht om anbi’s te controleren.


Aanvulling 16 september 2019
Het vreemde idee om donateurs openbaar te maken lijkt uit Amerika te komen. Bij Bloomberg las ik in een artikel van 11 september dat mensenrechtenorganisatie American Civil Liberties Union (ACLU) procedeert tegen de staat New Jersey over een voorschrift voor goede doelen om namen, adressen en werkgevers openbaar te maken van mensen die meer dan $10,000 doneren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Jaarverslaggeving, Not-for-profit, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

PSD2 in werking getreden | zorgen blijven

Op 19 februari jl. werd bekend gemaakt dat PSD2 in Nederland in werking is getreden, behoudens artikel III, onderdeel J van de wet, dat artikel treedt (samen met artikel I, onderdelen E en F, van het Implementatiebesluit herziene richtlijn betaaldiensten) met ingang van 14 september 2019 in werking. Toezichthouders DNB, AFM en Autoriteit Persoonsgegevens laten weten dat zij goed op de belangen van de burger zullen passen.

De reacties zijn gemengd. Sommigen, zoals Ed Groot, maken zich zorgen over de nieuwe mogelijkheden voor datagraaiers. Groot schreef in het FD: “Ik behoor tot de 82% onwilligen. Ik kan niet inzien welk voordeel ik behaal als andere bedrijven in mijn transacties gaan neuzen en die gegevens al dan niet versleuteld weer doorverkopen.“.

Anderen hechten geloof aan wat er verkondigd wordt over de nieuwe producten die kunnen worden ontwikkeld. Wie gaan zien wat er gebeurt.

Vooralsnog ben ik van mening dat de ‘stille derde’ de dupe kan worden en onderschrijf ik de oproep van Privacy First dat een opt-out mogelijk moet zijn.

 

Nieuwsbericht rijksoverheid

PSD2 treedt vandaag in werking
Nieuwsbericht | 19-02-2019 | 13:27

Op 19 februari 2019 treedt de nieuwe Europese richtlijn Payment Services Directive 2 (PSD2) in Nederland in werking. Partijen die die nieuwe betaaldiensten aanbieden hebben daarvoor toegang tot de betaalrekening nodig. Omdat het belangrijk is dat de privacy van de rekeninghouder gewaarborgd blijft, ziet de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) toe op de belangrijkste privacy bepalingen in de nieuwe wetgeving.
Aanbieders van nieuwe betaaldiensten moeten zich ook houden aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Bij overtreding van deze wet kan de AP forse boetes opleggen. Consumenten kunnen door deze nieuwe diensten makkelijker, veiliger en goedkoper (grensoverschrijdend) betalen en beter inzicht krijgen in hun uitgaven en inkomsten. Klanten hebben altijd zelf de keuze of ze gebruik willen maken van nieuwe diensten onder PSD2 en hun gegevens daarvoor willen delen. Als de klant dat wil, dan moeten banken de aanbieders van nieuwe innovatieve betaaldiensten voortaan toegang gaan geven tot zijn bankgegevens.

Wat verandert er door deze nieuwe regels?
Bedrijven kunnen toegang tot de betaalrekening krijgen van banken als de rekeninghouder hier expliciet toestemming voor geeft. Zij hebben daarmee inzicht in betaalgegevens en kunnen op basis daarvan hun diensten aanbieden zoals het uitvoeren van online grensoverschrijdende betaalopdrachten of het bieden van inzicht in uitgaven en inkomsten in een digital huishoudboekje. Daarnaast mogen winkels, webshops en andere bedrijven geen toeslagen meer berekenen voor de meeste creditcardbetalingen. Nu mogen bedrijven de (daadwerkelijk gemaakte) kosten die zij betalen voor betaaltransacties nog doorberekenen aan consumenten, bijvoorbeeld een toeslag van 2% als je online met je creditcard wilt betalen. Ook is er geen eigen risico meer bij diefstal of verlies van een betaalinstrument, zoals een betaalpas.

Privacy en toezicht
De veiligheid van het Nederlandse betalingsverkeer is van groot belang. PSD2 introduceert daarom voor alle betaaldienstverleners extra beveiligingseisen. Bedrijven die de nieuwe innovatieve diensten willen aanbieden moeten in het bezit zijn van een vergunning en komen onder toezicht te staan. In Nederland moet deze vergunning worden aangevraagd bij De Nederlandsche Bank (DNB). Door DNB worden nieuwe aanbieders van tevoren bijvoorbeeld getoetst op betrouwbaarheid en op de kwaliteit van de beveiliging van de gegevens.
Partijen die die nieuwe betaaldiensten aanbieden hebben daarvoor toegang tot de betaalrekening nodig. Omdat het belangrijk is dat de privacy van de rekeninghouder gewaarborgd blijft, is dit nadrukkelijk meegenomen bij de implementatie van de richtlijn. Zo ziet de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) toe op de belangrijkste privacy bepalingen in de nieuwe wetgeving. Aanbieders van nieuwe betaaldiensten moeten zich ook houden aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Bij overtreding van deze wet kan de AP forse boetes opleggen.
Als een bedrijf toegang krijgt tot de betaalrekening van de consument moeten de gevoelige betaalgegevens goed beschermd zijn. Daarom geeft PSD2 extra waarborgen over de toegang tot, het verwerken en het opslaan van deze gegevens. Zo moeten betaaldienstverleners een beveiligingsbeleid hebben om de gebruiker te beschermen tegen beveiligingsrisico’s, zoals fraude en illegaal gebruik van gevoelige betaalgegevens.

Meer informatie:

Overheid

Artikelen

Al eerder besteedde ik op dit blog aandacht aan PSD2.

Geplaatst in Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

De geheime vergunningplicht van incassobureaus [2]

Kort nadat ik mijn artikel over de geheime vergunningplicht van incassobureaus schreef, verscheen op de site van de rijksoverheid het bericht “Incassoregister tegen misstanden bij incasso“. Opvallend is dat het kabinet ook factoring (verkoop van vorderingen aan gespecialiseerde partijen) wil gaan aanpakken.

Het is te hopen dat de regulering van incassobureaus uit de Wet op het financieel toezicht (Wft) wordt verwijderd en afzonderlijk wordt geregeld. Aandachtspunt is verder dat niet alleen consumenten nadeel ondervinden van de praktijken van incassobureaus; ook het MKB ondervindt last. Het zou mooi zijn als dat wordt mee genomen.

Intussen is toezichthouder ACM druk bezig met de incassobureaus. In het bericht van 12 februari jl. wordt voor een aantal bureaus gewaarschuwd, zie hier onder.

Rijksoverheid over de nieuwe regels voor incassobureaus
Het complete bericht:

Incassoregister tegen misstanden bij incasso
Nieuwsbericht | 08-02-2019 | 15:30

Het kabinet pakt de misstanden in de incassomarkt aan en geeft hiermee uitvoering aan een afspraak uit het regeerakkoord. Er komt een incassoregister waar incassobureaus verplicht ingeschreven moeten zijn. Voor het uitoefenen van incassowerkzaamheden komen er eisen en de naleving hiervan wordt gecontroleerd door een systeem van toezicht en handhaving. Dit om te voorkomen dat kwetsbare schuldenaren geconfronteerd worden met onjuiste incassopraktijken en om de kwaliteit en de dienstverlening van de gereguleerde incassosector te verhogen.

De aanpak van misstanden in de incassomarkt is onderdeel van de Brede Schuldenaanpak van het kabinet. Minister Dekker voor Rechtsbescherming kondigt mede namens minister Hoekstra van Financiën, staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan over aanpak van misstanden in de private buitengerechtelijke incassomarkt. Ook staat daarin welke maatregelen al onmiddellijk worden genomen.

Minister Dekker: “De misstanden in de incassomarkt moeten worden aangepakt. Als je schulden maakt moet je die natuurlijk betalen. Maar het innen van schulden moet wel op een verantwoorde manier gebeuren. Ook moeten incassobureaus zorgvuldige en begrijpelijke taal gebruiken zodat mensen weten wat hun rechten en plichten zijn.” Alleen als aan eisen van kwaliteit en professionaliteit wordt voldaan kunnen partijen zich inschrijven in het incassoregister en deze inschrijving wordt een verplichting om actief te zijn in de incassomarkt. Dit geldt zowel voor incassobureaus die uit naam van een schuldeiser vorderingen innen als voor partijen die bedrijfsmatig vorderingen kopen om deze vervolgens zelf te innen. Voor de inrichting van een incassoregister en de bijbehorende handhaving en toezicht wordt een wetsvoorstel voorbereid en zoveel mogelijk gelijktijdig wordt de feitelijke implementatie voorbereid zodat inwerkingtreding medio 2021 mogelijk is.

Het minimumbedrag van € 40 voor de vergoeding van incassokosten blijft gehandhaafd waarbij echter een stapeling van de incassokosten bij meerdere opeisbare vorderingen wordt aangepakt. Dit kan bijvoorbeeld door een verplichting tot het samenvoegen van alle openstaande termijnen voor de berekening van incassokosten of door het maximeren van een bedrag per consument per periode. Hiervoor is een aanpassing van het BW noodzakelijk die gelijktijdig zal worden ingezet met de overige maatregelen die misstanden in de incassomarkt moeten tegengaan.

De komende maanden wordt in overleg met de toezichthouders een helder en toegankelijk meldpunt voor misstanden in de incassomarkt ingericht. Bij dit loket kunnen schuldenaren, en personen en organisaties die schuldenaren ondersteunen bij de aanpak van hun schulden, terecht met klachten voor de bestaande toezichthouders. Ook komen er afspraken met schuldeisers over het inzetten van bonafide incassobureaus.

Op verzoek van de Kamer wordt onderzocht welke problemen schuldenaren ervaren bij het innen van opgekochte vorderingen (dus niet door de oorspronkelijke schuldeiser), naar de economische waarde van dergelijke opgekochte vorderingen en naar mogelijke ongewenste gedragseffecten van het beperken van de mogelijkheid vorderingen te verhandelen. Dit onderzoek wordt zo mogelijk nog voor de zomer afgerond en hierover wordt de Kamer dan geïnformeerd.

Bericht ACM
ACM schrijft op 12 februari:

Besluiten waarschuwing netwerk incassobureaus
12-02-2019

Uit meldingen bij de ACM blijkt dat deze incassobureaus consumenten onder druk zetten om onterechte rekeningen te betalen. De ACM heeft vastgesteld dat de personen achter deze incassobureaus hun agressieve praktijken onder steeds wisselende bedrijfsnamen voortzetten. Daarom kiest de ACM ervoor om consumenten actief te waarschuwen voor al deze bedrijven.

Er wordt verwezen naar waarschuwingsbesluiten inzake de volgende bureaus:

  • Activa Finance
  • Be Clean
  • Debt Pay
  • AMK Company
  • Co Jansen
  • Unic Parts

Aanvulling 23 april 2019
De AFM besteedt in het jaarverslag 2018 aandacht aan incassobureaus en schuldopkopers. Op pagina 20 staat:

Onderzoek bij incassobureaus en schuldopkopers van consumptief krediet
Mede vanuit de locked-upproblematiek hebben we ons in 2018 gericht op schuldopkopers en incassobureaus en hun rol bij het incasseren van openstaande kredietvorderingen. We hebben onderzoek gedaan naar zes ondernemingen die het grootste deel van de vorderingen in deze markt innen. Hierdoor hebben we opkopers van consumptieve kredieten een eerste aanzet gegeven om klanten zicht te geven op een schuldenvrije toekomst. Er is onder meer een maximale leeftijd bepaald, waarna tot kwijtschelding wordt overgegaan.
Verder hebben we onderzocht hoe bepaalde kredietaanbieders omgaan met betalingsachterstanden bij consumptief krediet. Hier zijn ook twee incassobureaus bij betrokken. Uit de resultaten bleek onder meer dat de rente die een klant moet betalen op een achterstand van een consumptief krediet hoger was dan de contractuele rente op dat krediet. Dit mag niet en de betreffende bureaus zijn daarvan op de hoogte gesteld c.q. gewaarschuwd. Zij passen dit aan en compenseren de getroffen klanten.

Aanvulling 3 mei 2019
Lees Zo innen malafide incassobureaus niet-bestaande schulden bij NU.nl.

Ook de Kansspelautoriteit waarschuwt voor incassobureaus:

Waarschuwing voor netwerk van incassobureaus
Uit meldingen blijkt dat de genoemde incassobureaus consumenten onder druk zetten om een nog openstaande rekening te betalen. Vaak is er helemaal geen overeenkomst, waardoor de vordering onterecht is. Soms gaat het om vermeende overeenkomsten van jaren geleden. De incassobureaus beweren dat de consument verplicht is te betalen. Ze dreigen consumenten met vergaande maatregelen zoals beslaglegging op goederen of bankrekeningen. Ook wordt gezegd dat goederen in beslag worden genomen als de consument niet op tijd betaalt. Een incassobureau kan dit soort maatregelen helemaal niet nemen. Alleen een officiële deurwaarder mag na toestemming van de rechter beslag leggen.

Advies: betaal niet
Het advies aan mensen die dergelijke telefoontjes ontvangen is: betaal niet. Eerder waarschuwde de ACM ook al voor een netwerk van incassobureaus dat met een vergelijkbare aanpak consumenten benadert. De ACM ziet dat Lootsma & Partners, Deurwaarder Smits & Co en Inter Payment Service onderdeel zijn van ditzelfde netwerk dat onder wisselende namen betaling van onterechte vorderingen afdwingt. Deze drie incassobureaus staan niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, terwijl dit wel verplicht is voor bedrijven die actief zijn in Nederland. Verder wordt benadrukt dat Deurwaarder Smits & Co geen officiële deurwaarder is. Daarnaast kloppen de gegevens op de websites van deze incassobureaus niet.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie