Voor Accountancy Vanmorgen schreef ik het het artikel “PSD voor accountants“, met als subtitel “Bent u bereid om uw betaalgegevens te delen? En uw klant?“.
De pdf versie van het artikel kan hier worden gedownload.
Voor Accountancy Vanmorgen schreef ik het het artikel “PSD voor accountants“, met als subtitel “Bent u bereid om uw betaalgegevens te delen? En uw klant?“.
De pdf versie van het artikel kan hier worden gedownload.
In Infosecurity Magazine werd op 19 december bekend gemaakt dat een database van Experian dochter Alteryx is gelekt, aldus het bericht “Every Single American Household Exposed in Massive Leak“. De omvang van het datalek lijkt veel groter te zijn dan het eerdere lek bij datahandelaar Equifax. Overigens ontkent Experian dat er persoonsgegevens zijn gelekt. Over dit lek wordt ook geschreven door onder meer Forbes, ZDNet en Golem.
Het wachten is nu tot een Europese datahandelaar hetzelfde overkomt.
Intussen zitten de wetgever en de privacyautoriteiten stil.
Het is onbegrijpelijk dat deze riskante ondernemingen niet onder een toezichtregime vallen, vergelijkbaar met banken en dat de privacyautoriteiten te weinig capaciteit hebben om deze partijen indringend te controleren.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WDOC) heeft onlangs twee National Risk Assessments (NRA’s) uitgebracht, over witwassen en terrorismefinanciering. Ik heb nog geen tijd gehad voor de complete rapporten, wel las ik de samenvattingen door.
Het valt op dat het WODC-rapport over witwassen een volstrekt andere aanpak kent dan het Europese rapport, het Supranational Risk Assessment Report (SNRA), die in juni jl. is bekend gemaakt (zie dit bericht voor vindplaatsen). Overigens is op de SNRA het nodige aan te merken.
Terrorismefinanciering bestaat niet
Verder is het een gemiste kans dat WODC als zogenaamd wetenschappelijk instituut niet netjes toegeeft dat ‘terrorismefinanciering’ als afzonderlijk fenomeen niet bestaat, aangezien terroristen hun activiteiten financieren met alle mogelijke legale en illegale middelen. Om daar zogenaamd wetenschappelijke rapporten over uit te brengen heeft derhalve geen enkele zin.
Tegenspraak ontbreekt
Hier wreekt zich dat – anders dan in de sector van de privacy en databescherming – onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en een onafhankelijke discours op het gebied van de naleefkunde (compliance) vrijwel ontbreekt. Rapporten als van het WODC (dat onder vuur ligt) en Europese en FATF ‘impact assessments’ zijn politieke documenten. Het ontbreken van tegenspraak heeft tot gevolg dat er eerst schade moet ontstaan, voordat er maatregelen worden genomen tegen onverstandige en ondoordachte regelgeving.
Meer informatie:
Aanvulling 20 december 2017
Notarissenorganisatie KNB laat in dit bericht weten dat zij hebben bijgedragen aan het WODC-rapport:
KNB werkt mee aan National Risk Assessment
20-12-2017De KNB heeft deelgenomen aan een National Risk Assessment (NRA) over witwassen en terrorismefinanciering. In het onderzoek zijn de grootste risico’s op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering in kaart gebracht, evenals de effectiviteit van de bestaande preventieve en repressieve maatregelen hiertegen.
Het NRA – een verplichting van de Europese Unie – is op verzoek van het ministerie van Financiën en het ministerie van Justitie en Veiligheid uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Bij dit onderzoek zijn de oordelen en inschattingen van experts leidend geweest. De KNB was vertegenwoordigd bij de bijeenkomsten over de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering alsmede bij de bijeenkomsten over preventie en repressie van deze risico’s.
Witwassen
Witwassen via financiële instellingen bleek volgens de experts het risico met de hoogste potentiële impact. Uit het onderzoek (pdf, 1,2 MB) komt naar voren dat het beschikbare beleidsinstrumentarium in beperkte mate is toegerust om witwasrisico’s bij (financiële) instellingen en dienstverleners die zonder vergunning actief zijn effectief tegen te gaan, bijvoorbeeld bij onvergunde betaaldienstverleners of bij ondergronds bankieren. Verder is het relatief lastig om methoden, die niet gereguleerd zijn en anonieme transacties mogelijk maken, aan te pakken. De preventie en repressie van onder meer witwassen via offshore vennootschappen, via virtuele valuta en via ondergronds bankieren is voor verbetering vatbaar.Terrorismefinanciering
Op het gebied van terrorismefinanciering (pdf, 985 kB) wordt geld van (buitenlandse) stichtingen en (non-profit) organisaties gezien als het grootste risico. De weerbaarheid is relatief het grootst als het gaat om financiering via vergunde banken en financiering via vergunde betaaldienstverleners waarbij anonieme transacties niet mogelijk zijn. De laagste weerbaarheid wordt aangetroffen bij financieringskanalen en -methoden die niet gereguleerd zijn en die in relatieve anonimiteit kunnen worden uitgevoerd. Ook is de weerbaarheid relatief laag bij terrorismefinanciering met persoonlijke financiële middelen zoals eigen middelen of leningen en giften van familie of vrienden.
Ook de KNB prikt niet door het fenomeen terrorismefinanciering heen.
Aanbiedingsbrief minister van veiligheid
De aanbiedingsbrief van de minister van veiligheid is via deze pagina te vinden.
Oplossing, nu terrorismefinanciering niet bestaat
Overigens zou de overheid het zich heel makkelijk kunnen maken, als volgt:
Inmiddels vond ik ook het Europese persbericht en heb ik mijn bericht van gisteren daarmee aangevuld.
Aanvulling 22 december 2017: op 20 december 2017 is een Nederlandstalig persbericht uitgebracht, dat hier is te vinden.
Voor Accountancy Vanmorgen schreef ik onderstaand blog, dat op 13 december jl. op hun site verscheen:
Moet een accountant een ondernemer die zijn jaarrekening niet bij de KvK wil deponeren de deur wijzen?
Accountants moeten zich niet alleen zelf aan de wet- en regelgeving (W&R) houden. Zij moeten ook hun cliënten bij de les houden. Dit vindt Marianne van der Zijde. Haar opinie verscheen op 22 november jl. op accountant.nl onder de titel ‘Niet deponeren‘. Haar conclusie is dat de accountant een cliënt die weigert zijn jaarrekening bij de KvK te deponeren niet kan bedienen. Zo’n cliënt handelt in strijd met W&R en is dan niet integer. Lovenswaardig, want tenslotte hoort iedereen de wet te kennen en na te leven. De verplichting om een publicatieversie van de jaarrekening te deponeren is een duidelijke verplichting, dus geen ondernemer kan zeggen ‘ik wist ‘t niet’.
Overigens denk ik dat het nut van de publicatie van de jaarrekening van een entiteit die ‘klein’ is volgens het jaarrekeningenrecht, minder groot is dan mevrouw Van der Zijde beschrijft. Lees daar mijn artikel over de vervalste jaarrekening er maar op na.
Het deponeringsartikel rept niet over de vraag hoe ver de verplichting van de accountant moet gaan bij andere overtredingen van W&R. Kan de accountant wel een cliënt accepteren die zich niet aan de privacywetgeving houdt of die het milieu vervuilt? Dan wordt het vervelend, want dan hebben Facebook, Microsoft en Shell geen accountant meer.
Reactie
Inmiddels plaatste mevrouw Van der Zijde een reactie onder mijn blog, waarin zij schrijft:
13 december 2017 op 19:17
Het gaat niet om moeten, maar om de vraag waar je als accountant voor staat en wat je vanuit je eigen rol kunt bijdragen aan een duurzame, rechtvaardige en inclusieve samenleving. Dus het is zeker een vraagstuk of je als accountant Shell etc. als klant zou willen hebben. Lees ook mijn nieuwe opinie ‘publiek belang=klantbelang’ op accountant.nl
Marianne
Mijn commentaar
Onderstaand het commentaar dat ik 18 december jl. onder haar reactie heb geplaatst:
Dank voor uw reactie. Naar aanleiding daarvan het volgende:
Er wordt hier beroep gedaan op de moraliteit van de accountant. Dat is op zich goed maar heeft wel maatschappelijk ongewenste gevolgen.
Immers, dit kan er toe kan leiden dat een accountant zijn diensten weigert met als gevolg dat cliënten wettelijke verplichtingen, zoals het correct voeren van een administratie en het laten uitvoeren van een accountantscontrole, niet kunnen nakomen. Mij lijkt dit onrechtmatig, zoals ook banken soms onrechtmatig kunnen handelen als zij weigeren om hun diensten te verlenen.
Verder betekent dit dat de accountant zich een eigen oordeel vormt over de vraag of zijn cliënt wet- en regelgeving wel correct naleeft. Als dat oordeel negatief zou zijn, leidt dat ten eerste tot de vraag of dat oordeel juist is (en of de cliënt correct hoor en wederhoor is geboden) en vervolgens tot de vraag of dit rechtvaardigt dat de accountant de cliënt belemmert in de naleving van (andere) wettelijke verplichtingen. Mij lijkt dat dit in het algemeen niet is toegestaan, een uitzondering ligt voor de hand als de accountantswerkzaamheden zelf zouden bijdragen aan criminele handelingen.
Aanvulling 18 december 2017, 15:45 uur
Op accountant.nl zijn reacties op mijn commentaar te vinden, op dit moment door:
Ik ben het niet met ze eens en bezie nog of ik ga reageren.
Binnen Europa is overeenstemming bereikt over de wijziging van de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4). Van die wijzigingen maakt onder meer deel uit dat het register van uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s) openbaar zal worden >>> Lees verder op het ondernemingsrechtweblog.
Een moderne overheid doet aan gedragsbeïnvloeding via andere wegen dan straffen, het zogenaamde ‘nudging’. Dus ook de Nederlandse overheid is daar mee bezig. Uit recente publicaties blijkt dat de rijksoverheid over een werkgroep Behavioural Insights Netwerk Nederland‘ (BIN-NL) beschikt dat een rapport heeft geproduceerd.
Dat wekte mijn interesse op, want ik vraag me al een hele tijd af welke gedragskundige inzichten ten grondslag liggen aan de snel veranderende wetgeving op het gebied van het financiële recht in brede zin. Voorbeelden daarvan zijn de accountancy regelgeving, de witwasbestrijding en de Wet Normering Topinkomens. Deze regelgeving verandert zeer snel, is ingewikkeld, stelt hoge (en soms onmogelijke) eisen aan degenen die zich er aan moeten houden en levert veel bureaucratie op. Verder pretenderen de ontwerpers van de regelgeving en de toezichthouders dat er aandacht is voor de gedragskundige kant, met slogans als ‘toon aan de top‘.
Tot mijn teleurstelling is er in het rapport ‘Rijk aan gedragsinzichten‘ niets te vinden over de gedragskundige concepten achter de financiële regelgeving. Het zou goed zijn als BIN-NL de gedragskundige kant van het financiële toezicht eens grondig zou aanpakken, zeker als het kleine en middelgrote organisaties betreft.
Ook al heeft een deel van de financiële regelgeving een Europese grondslag, dat ontslaat de regelgever niet van de verplichting er kritisch naar te kijken en te beoordelen of het begrijpelijk en uitvoerbaar is.
Meer informatie:
Onlangs bracht Nieuwsuur het bericht dat het onderzoekscentrum van het ministerie van veiligheid, het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WDOC), niet zo wetenschappelijk is als zij het graag willen doen voorkomen.
Dat verklaart waarom het WODC een rapport over bestuurdersaansprakelijkheid laat schrijven door mensen die geen kennis hebben van het rechtspersonenrecht en dat witwassen wordt vergeten in een rapport over criminaliteit in Nederland.
“Politiek Den Haag houdt helemaal niet van onafhankelijk advies”
De ophef over het WODC was voor Marc Chavannes reden om zijn weekbrief van 9 december jl. te voorzien van de bovenstaande kop en om te schrijven:
De Tweede Kamer reageerde flink geschokt. Maar neem dat met een reuzenkorrel zout: de partijen die bij toerbeurt het land besturen weten wel beter.
en
Veel belangeloze adviesorganen zijn weggesaneerd. De resterende advies- en onderzoeksbureaus van de overheid zijn dicht tegen de moederministeries aangetrokken. Zoals ook de ‘onafhankelijke’ inspecteurs-generaal moeten vechten voor hun autonomie.
Marc schreef een mooi commentaar op de manier waarop de politiek met deskundigen omgaat. Nu eens kijken of het nieuwe kabinet lessen trekt uit deze affaire.
Meer informatie:
Marc Chavannes:
Nieuwsuur:
Krantenartikelen:
Dit blog:
Aanvulling 23 januari 2018
Lees ook het bericht van de NOS over de klokkenluider Marianne van Ooyen, die intern een klacht indiende die bij Nieuwsuur terecht kwam.
Aanvulling 21 februari 2018
Vandaag werd bekend gemaakt dat de onderzoekscommissies van start zijn gegaan.
Onderzoekscommissies WODC van start met oproep
21 februari 2018 – 09:45Drie onafhankelijke onderzoekscommissies zijn op 9 februari 2018 begonnen met hun onderzoek naar aanleiding van een klacht over beïnvloeding van de onderzoeken van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). De Commissies roepen iedereen die beschikt over informatie die voor hun onderzoek bruikbaar zou kunnen zijn op om die informatie vertrouwelijk met hen te delen. De Onderzoekscommissies zijn ingesteld door de Minister van Justitie en Veiligheid op 2 februari 2018.
Aanleiding
De aanleiding voor het onderzoek WODC is een melding in een uitzending van Nieuwsuur (d.d. 6 december 2017) dat het onafhankelijke WODC politiek zou worden gestuurd. Ambtenaren van het Ministerie zouden druk hebben uitgeoefend op drie onderzoeken naar wietbeleid. Daarbij werden volgens een klokkenluider onderzoeksvragen en conclusies aangepast.Onderzoeksopzet en onderzoeksvragen
De drie onafhankelijke Commissies doen onderzoek naar drie verschillende aspecten die de kwestie met het WODC betreffen.
Onderzoekscommissie WODC I richt zich op de deugdelijkheid van de drugsonderzoeken. Deze Commissie, onder voorzitterschap van mr. J.A.C.A. Overgaauw, heeft tot taak onderzoek te verrichten naar:a. Het rapport ‘Het Besloten club- en het Ingezetencriterium voor coffeeshops’ (2013).
b. Het rapport ‘Internationaal recht en cannabis’ (2014).
c. Het rapport ‘Coffeeshops, toeristen en lokale markt’ (2014).Onderzoekscommissie WODC II, onder voorzitterschap van prof. dr. M.L.M. Hertogh, onderzoekt de relatie tussen het WODC en beleidsafdelingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Onderzoekscommissie WODC III, onder voorzitterschap van prof. mr. E. Verhulp, heeft tot taak onderzoek te verrichten naar de afhandeling van de klacht over beïnvloeding van de onderzoeken.
Bij de samenstelling van de drie commissies is nadrukkelijk gezocht naar een balans tussen deskundigen uit de wetenschap en uit de (onderzoeks)praktijk. Een volledig overzicht van de commissieleden is terug te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/contact/contactgids/onderzoekscommissies-wodcOproep
De drie Onderzoekscommissies nodigen zelf personen uit van wie zij menen dat die aan de onderzoeken kunnen bijdragen voor een zogeheten ‘gehoor’. Daarnaast roepen de Commissies iedereen die beschikt over informatie van welke aard dan ook die voor het onderzoek bruikbaar zou (kunnen) zijn op om dit met hen te delen. Hiertoe is een speciaal meldpunt ingericht. Het meldpunt is extern ondergebracht bij het CAOP (het kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken in het publieke domein) in Den Haag en werkt volledig onafhankelijk van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (en andere ministeries).
De Commissies gaan met de verkregen informatie vertrouwelijk om. Dit betekent dat de Commissies alleen met toestemming van de melder gebruik zullen maken van de verstrekte informatie. De meldingen aan de Onderzoekscommissie kunnen vallen onder de Klokkenluidersregeling.
Op Toezine verscheen het artikel “Hoe kun je leren van fouten?“. Het valt op dat door de auteur van dit artikel van de veronderstelling wordt uitgegaan dat de regels kloppen en uitvoerbaar zijn, zodat alleen nog naar het menselijk nalevingsgedrag hoeft te worden gekeken. Het is hoog tijd dat deze gedragswetenschappers na gaan denken over de vraag of de regels wel begrijpelijk zijn voor de burgers. In diverse domeinen is daar alle aanleiding voor. Wie pakt de handschoen op?
Regeldruk
Dat er iets mankeert aan de regels, wordt in hetzelfde digitale magazine geïllustreerd door het artikel naar aanleiding van de oproep van brancheorganisaties in onder meer onderwijs en zorg om iets te doen aan de regeldruk. Zij signaleren dat incidenten hebben geleid tot gedetailleerde regels en tot stapeling van verantwoordingseisen. Een verantwoorde beroepsuitoefening komt daardoor in het gedrang; het lijkt of een juist doorlopen van de procedure procedure belangrijker is dan het goed helpen van mensen (of het goed bedienen van cliënten). De ondertekenaars van de oproep dringen aan op maatwerk voor iedere sector:
We willen graag de juiste maatvoering terugbrengen in het toezicht. Regels vereenvoudigen, standaardisatie in informatievoorziening en maatwerk creëren voor iedere sector. Met focus op reële risico’s. Graag gaan we daar het gesprek met u en de Tweede Kamer over aan.
Ook in deze sectoren lijkt het one-size-fits-all virus te heersen.
Antiwitwasbureaucratie
In de financiële wereld is rondom de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering hetzelfde proces aan de gang. Alleen daar heeft niemand kritiek op de regelgevingsmoloch met excessieve bureaucratie, snel veranderende regels en veel one-size-fits-all concepten. Komt dat omdat de naleefkundige dienstverleners denken goed geld te kunnen verdienen aan alle ondernemers die zich aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten houden? Of komt het doordat incidenten in de sector uitvergroot aan het publiek worden gepresenteerd door de zogenaamd onafhankelijke onderzoeksjournalisten (die wel interesse hebben voor sappige criminele verhalen maar niet voor de antiwitwasbureaucratie) en door een politieke lobby?
Ik blijf me er over verbazen.
Meer informatie:
Al meerdere malen heb ik er mijn ongerustheid over uitgesproken dat er geen enkel toezicht is op gegevensverzamelaars, recent nog in dit artikel.
Inmiddels werd ik geattendeerd op een artikel van Karlijn Kuijpers, Thomas Muntz en Tim Staal in De Groene van 25 oktober 2017. In het artikel “U staat op een zwarte lijst” wordt door hen beschreven hoe de informatiehandel door onder meer incassobureaus in zijn werk gaat en hoe zij in strijd met de privacywetgeving nalaten de mensen wiens gegevens zij verzamelen en beoordelen over hun praktijken te informeren.
In het artikel worden diverse gegevenshandelaren besproken, zoals Lindorff, Focum, Direct Pay, Economic Data Resources (EDR) [een deelneming van rechtsbijstandsverlener DAS] en Experian. De auteurs van het artikel hebben eerst consumenten hun gegevens laten opvragen op grond van de privacywet. Daarna hebben zij als ‘klant’ zelf gegevens gekocht bij Focum en EDR en bleken die gegevens veel uitgebreider te zijn… De bedrijven die gegevens leveren aan de gegevenshandelaren (zoals webshops) en de afnemers van de gegevens vinden deze praktijken heel gewoon.
Het wordt tijd dat zowel de wetgever als de Autoriteit Persoonsgegevens actie ondernemen! De wetgever, omdat alleen de privacyregelgeving onvoldoende is, zie mijn artikel. De Autoriteit omdat tegen dit soort grootschalige overtredingen moet worden opgetreden.
Verder illustreert het wat er gaat gebeuren als de gegevens uit het ubo-register bij de gegevenshandelaren terecht komen.
Meer informatie:
Aanvulling 20 december 2017
Datahandelaar Focum won de Big Brother Award van Bist of Freedom. Lees over het bedrijf dit artikel. Zowel de datahandelaren als hun klanten krijgen het er van langs. Onder meer:
Opstellers van adviezen spelen verstoppertje
Zowel de afnemers van de adviezen als de opstellers spelen verstoppertje. Niemand neemt verantwoordelijkheid, er is geen transparantie en geen goede correctiemogelijkheid. Voor de geprofileerde is het koffiedik kijken dus. Als je in een huis woont waar eerder een wanbetaler woonde, dan kan dat bijvoorbeeld al negatieve consequenties hebben. Het is daarbij twijfelachtig of deze bedrijven zich wel aan de Nederlandse privacywetgeving houden.