Wetsvoorstel Wwft 19 februari in tweede kamer | ministerie van financiën speelt verstoppertje | AMLD4

Op 19 februari a.s. staat het eerste wetsvoorstel Wwft op de agenda van de tweede kamer (voorstel voor de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn). Op die site is ook een tot en met 31 januari jl. bijgewerkt voorstel te vinden, dat ik heb doorgelezen en van een inhoudsopgave voorzien: zie dit MS Word bestand.

Zoals eerder gemeld wordt de implementatie van de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) verbrokkeld in het parlement behandeld, nl. door middel van twee losse wetsvoorstellen (waarvan het tweede, over het ubo-register nog steeds niet bekend is) en een algemene maatregel van bestuur (inmiddels in consultatie).

Het valt me al langer op dat een maatschappelijke discussie over AMLD4, de achterliggende concepten en de zinnigheid van de regelgeving totaal ontbreekt. Ook een wetenschappelijke analyse op niveau wordt niet gemaakt, laat staan dat er een wetenschappelijk discours is. Dat is vreemd, nu de regelgeving veel grotere gevolgen heeft dan bijvoorbeeld de ‘sleepnetwet’.

Maatschappelijk onbetamelijke regelgeving
Ik ben van mening dat het kabinet onbetamelijk handelt door de implementatie van AMLD4 niet door middel van één samenhangend wetsvoorstel (dus inclusief het ubo-register) te behandelen en door verstoppertje te spelen als het gaat om belangrijke onderwerpen.

Een en ander terwijl de overheid transparant behoort te zijn over wat de overheid van de burger, dus zowel de ondernemer, organisatie als consument, verwacht als het gaat om bestrijding van criminaliteit. Want daar gaat de Wwft over.

Transparantie ontbreekt
Een voorbeeld daarvan is dat in het wetsvoorstel voor belangrijke definities wordt verwezen naar een algemene maatregel van bestuur. Een voorbeeld daarvan is de definitie van de uiteindelijk belanghebbende (‘ubo’), in het wetsvoorstel staat slechts:

Artikel 1
(…) uiteindelijk belanghebbende: natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht; (…)
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden de categorieën natuurlijke personen aangewezen die in elk geval moeten worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in het eerste lid.

Vervolgens is in de algemene maatregel van bestuur die in consultatie is gegaan een ‘uitwerking’ opgenomen die niet meer is dan een parafrase van AMLD4, bijvoorbeeld inzake de stichting:

Artikel 3
1. Categorieën van natuurlijke personen die in elk geval moeten worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende zijn: (…) 

d. in het geval van een stichting:
1°. de oprichter of oprichters;
2°. de bestuurder of bestuurders;
3°. voor zover van toepassing, de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van de stichting niet kunnen worden bepaald, de groep van personen in wier belang de stichting hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is; en
4°. elke natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de stichting uitoefent;

Een fatsoenlijke wetgever zet deze omschrijving netjes in de wet zelf, liefst nog nader uitgewerkt.

Begunstigden: pensioengerechtigden, leerlingen van een school, patiënten van het ziekenhuis, certificaathouders
Zo mag op zijn minst worden verwacht dat duidelijk wordt gemaakt wie de ‘begunstigden’ van de stichting zijn en waarom zij in het ubo-register moeten.
Zo veronderstel ik dat alle pensioengerechtigden in het ubo-register zullen worden opgenomen vanwege het feit dat zij begunstigden van een stichting pensioenfonds zijn. Bij een stichting ziekenhuis en een stichting die een onderwijsinstelling exploiteert, zal het wat lastiger zijn de begunstigden aan te wijzen, maar mogelijk zijn dit de patiënten en de leerlingen. Bij certificering van aandelen is een stichting administratiekantoor betrokken die dividend doorgeeft aan de certificaathouders, zodat die laatsten waarschijnlijk allen als begunstigde in het ubo-register worden ingeschreven.

Over deze belangrijke problematiek dient in een vroegtijdig stadium duidelijkheid te ontstaan.

Oprichter
Overigens is schimmig waarom de oprichter van een stichting als ubo zou moeten worden ingeschreven, zeker als de stichting een pensioenfonds, onderwijsinstelling of ziekenhuis exploiteert. Bovendien is het zijn van oprichter een tijdelijke rol, waarvan de vraag is of deze lang relevant is.

Klakkeloos overnemen of kritisch bevragen
Het is te hopen dat de tweede kamer kritische vragen zal stellen inzake de implementatie van AMLD4.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging, Ubo-register | Tags: , | Plaats een reactie

Cameratoezicht in collegezalen universiteit in strijd met de mensenrechten | EHRM 28 november 2017

Een uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) over cameratoezicht in collegezalen gaat verrassend genoeg over het land Montenegro.
Twee docenten slagen er in om het EHRM zo ver te krijgen dat hun land veroordeeld wordt. Die docenten heten Nevenka Antović en Jovan Mirković en zijn hun zaak in 2013 gestart.
Aanleiding is een besluit uit 2011 van de decaan van de wiskundefaculteit van de universiteit van Montenegro om videosurveillance in te stellen in de collegezalen:

The decision specified that the aim of the measure was to ensure the safety of property and people, including students, and the surveillance of teaching (praćenje izvršavanja nastavnih aktivnosti). The decision stated that access to the data that was collected was protected by codes which were known only to the Dean. The data were to be stored for a year.

De twee docenten dienden in 2011 een klacht in bij de lokale privacy autoriteit die in 2012 een bevel aan de faculteit gaf om de camera’s te verwijderen, wat ook gebeurde. De docenten waren daar niet tevreden mee en startten een civielrechtelijke procedure tegen de universiteit. De vordering werd in eerste instantie afgewezen en ook het hoger beroep ging mis. Zij deden vervolgens beroep op het EHRM, waar zij wel gehoor kregen. Het Hof vat de feiten als volgt samen (Information Note):

Facts – The applicants were university lecturers. Following a decision by the dean to introduce video surveillance in a number of the university amphitheatres, they lodged a complaint with Personal Data Protection Agency. The Agency upheld their complaint and ordered the removal of the cameras, notably on the grounds that the reasons for the introduction of video surveillance provided for by section 36 of the Personal Data Protection Act had not been met, as there was no evidence that there was any danger to the safety of people and property and the university’s further stated aim of surveillance of teaching was not among the legitimate grounds for video surveillance. That decision was overturned by the domestic courts on the grounds that the university was a public institution performing activities of public interest, including teaching. Amphitheatres were a working area, just like a courtroom or parliament, where professors were never alone, and therefore they could not invoke any right to privacy that could be violated. Nor could the data that had been collected be considered personal data.

Het Hof komt tot de volgende conclusie (volgens de hierboven genoemde Information Note):

Law – Article 8

(a) Applicability: University amphitheatres were the workplaces of teachers. It was where they not only taught students, but also interacted with them, thus developing mutual relations and constructing their social identity. The Court had already held that covert video surveillance of employees at their workplace must be considered, as such, as a considerable intrusion into their private life, entailing the recorded and reproducible documentation of conduct at the workplace which the employees, who were contractually bound to work in that place, could not evade. There was no reason for the Court to depart from that finding even in cases of non-covert video surveillance of employees at their workplace. Furthermore, the Court had also held that even where the employer’s regulations in respect of the employees’ private social life in the workplace were restrictive they could not reduce it to zero. Respect for private life continued to exist, even if it might be restricted in so far as necessary.
The data collected by the impugned video surveillance related to the applicants’ “private life”, and Article 8 was thus applicable.

(b) Merits: The relevant legislation (section 36 of the Personal Data Protection Act) explicitly provided for certain conditions to be met before camera surveillance was resorted to. However, in the instant case, those conditions had not been met as the Personal Data Protection Agency had indeed found. In this regard (in the absence of any examination of that question by the domestic courts), the Court could not but conclude that the interference with the applicants’ private life constituted by the video surveillance of their workplace was not “in accordance with the law” for the purposes of Article 8.

Conclusion: violation (four votes to three).
Article 41: EUR 1,000 in respect of non-pecuniary damage.

Meer informatie:

Uitspraak EHRM 28 november 2017, Antović en Mirković tegen Montenegro:

Overige informatie:

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Het digitale huis van de Europese politie | surveillance

De surveillance maatschappij komt er echt aan. Lees bijvoorbeeld eens wat er over het Europese politiecongres van begin februari 2018 wordt geschreven door het Duitse ministerie van binnenlandse zaken, het Bundesministerium des Innern (BMI).

Kern:

We willen veiligheid door digitalisering. Daartoe behoren biometrische gezichtsherkenning, een genetische afbeelding door  middel van DNA-analyse en een verstandige en overwogen inzet van camerabewaking

Op de site van de BMI staat de toespraak van staatssecretaris Günter Krings tijdens het congres, met een gloedvol pleidooi voor de inzet van IT en met pakkende voorbeelden van de criminaliteit die Krings wil bestrijden (dat criminaliteit aangepakt moet worden zal niemand tegenspreken).
Over de problemen rondom IT, zoals het rondzingen van foute gegevens (zonder correctiemogelijkheid), cybersecurity incidenten bij de overheid en schending van de privacy van onschuldige burgers, is in de toespraak niets terug te vinden. Hij begrijpt er niets van, zo blijkt uit teksten als:

Nog iets over de camerabewaking ter voorkoming van gevaar, want we spreken vandaag ook over preventie: er wordt veel gediscussieerd over de vraag of de inzet van camerabeweking – bijvoorbeeld in een station – al een beperking van de vrijheid is.
Ik vertel u hoe ik het zie: in mijn ogen is camerabewaking geen schending van de vrijheid. Naar mijn mening is het schending van de vrijheid wanneer in een metrostation een man een jonge vrouw van achteren met een schop geeft zodat ze de trap afvalt. Dat is schending van de vrijheid en maakt overheidshandelen nodig.

Wat een flauwekul verhaal!

Ik snap best dat politiemensen digitale middelen willen gebruiken en dat er gepleit wordt voor meer financiën. Wat meer bewustzijn inzake de consequenties van en risico’s verbonden aan de permanente monitoring, die zo langzamerhand gewoon aan het worden is op vele terreinen, zou bij de politie mogen doordringen.

Meer informatie:

Het bovenstaande bevat vrije vertalingen van Duitse teksten, die hier onder te vinden zijn.

  • Citaat uit het artikel over het digitale huis van de politie: “Wir wollen Sicherheit durch Digitalisierung. Dazu gehören biometrische Gesichtserkennung, ein genetisches Phantombild mittels DNA-Analyse und auch der kluge und abgewogene Einsatz von Videoüberwachung.
  • Citaat uit de toespraak: “Noch ein Wort aber zur Videoüberwachung bei der Gefahrenabwehr – denn wir sprechen ja heute auch über Prävention: Es wird viel darüber diskutiert, ob schon der Einsatz von Videoüberwachung – beispielweise in einem U-Bahnhof – eine Freiheitseinschränkung ist.
    Ich will Ihnen sagen, wie ich das sehe: Aus meiner Sicht liegt eine Verletzung von Freiheit nicht in der Kamera am U-Bahnhof. Aus meiner Sicht liegt eine Verletzung von Freiheit dann vor, wenn in einem U-Bahnhof ein Mann eine junge Frau von hinten mit einem Fußtritt die Treppe hinunterstößt. Das ist die Verletzung von Freiheit, die staatliches Handeln auf den Plan ruft!

Vindplaatsen:

Opsporing en camerabewaking:

  • Pagina Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens over politie en justitie en hun omgang met persoonsgegevens.

Eerdere berichten op dit blog:


Aanvulling 15 februari 2018
Ook Nederland gaat in digitalisering van de politie investeren, aldus dit bericht. Overigens lopen er al projecten rondom gezichtsherkenning en predictive policing.
Zie voorts een commentaar in het FD “Big data kunnen zonder Big Brother” (14 februari 2018, betaalmuur).


Aanvulling 21 februari 2018
Op security.nl stond het artikel Politie identificeerde 93 verdachten via gezichtsherkenning in 2017 en verwijst naar een artikel in het NRC en naar de zorgen van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging EFF.


Aanvulling 28 februari 2018
Heel interessant, het artikel “Gevaren van sociale media surveillance” door Buro Jansen & Janssen (24 februari), waaruit blijkt dat de politie zich zonder aarzeling op de social media stort, met hulp van gewillige bedrijven. Over privacy, security en grondrechten wordt niet nagedacht.


Aanvulling 19 april 2018 | België 
In België wordt gezichtsherkenning zelfs ingezet om hondepoepcriminelen op te sporen, aldus dit artikel: Hondenpoep laten liggen? Knokke-Heist zet voortaan camera’s in om u te beboeten, 14 april 2018.

België loopt sowieso voorop bij surveillance, want zij beginnen als eerste met het vragen van identiteitsinformatie van buspassagiers, lees dit artikel over het monitoren van alle reisbewegingen van alle Europese burgers, Anoniem door EU reizen kan binnenkort niet meer: alle gegevens opgeslagen, AD 16 april 2018.

Uitkomst van de AD poll, om 19:40 uur:

Geplaatst in Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Verandering Wet Normering Topinkomens 2018

Binnen de Wet Normering Topinkomens (WNT) is per 1 januari 2018 het een en ander gewijzigd. Om u een overzicht te geven van deze wijzigingen, zetten wij de belangrijkste voor u op een rij:

Subsidie: voor de toepasselijkheid van de WNT op gesubsidieerde instellingen wordt niet langer uitgegaan van de verleende subsidie, maar van de feitelijk in het boekjaar ontvangen subsidie.
Gewezen topfunctionaris: per 1 januari 2018 is er geen sprake meer van een ‘gewezen topfunctionaris’. Dit begrip wordt voor het laatst in 2017 in de verantwoording opgenomen.
Wijziging definitie topfunctionaris: een topfunctionaris die tenminste twaalf maanden een topfunctie heeft vervuld en vervolgens een niet-topfunctie gaat vervullen bij dezelfde instelling blijft nog vier jaar aangemerkt als topfunctionaris.
Anticumulatiebepaling: de WNT maximeert de totale bezoldiging uit functies als leidinggevende topfunctionaris bij verschillende WNT-instellingen tot het algemeen bezoldigingsmaximum (in 2018: € 187.000), tenzij voor de betreffende topfunctionaris een uitzondering geldt op grond van bijvoorbeeld een hoger sectoraal bezoldigingsmaximum. Deze bepaling is niet van toepassing op een lid of voorzitter van het hoogste toezichthoudende orgaan.
Publicatieplicht: per 1 januari 2018 geldt de verplichting voor WNT-instellingen om de WNT-verantwoording openbaar toegankelijk op internet te publiceren voor een periode van tenminste zeven jaar, als onderdeel van de jaarrekening of als apart document. Lees meer over deze verplichting.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Wet Normering Topinkomens | Plaats een reactie

Compliance Platform Trustkantoren | 14 maart 2018 bijeenkomst Wwft

Het Compliance Platform Trustkantoren houdt op 14 maart 2018 een bijeenkomst over de Wwft, met als inleider André Zoutendijk. Meer informatie: lees de aankondiging op de website van het Platform.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , | Plaats een reactie

Witwasbestrijding | ubo-register, zwarte lijst, verhullingsstructuren

Rondom de witwasbestrijding is het volgende vermeldenswaard:

 

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Organisatie voor familiebedrijven FBNed bezorgd over privacy belanghebbenden bij familiebedrijven

Één van de organisaties die zeer bezorgd is over het sleepnet van de witwasbestrijding, is de organisatie voor familiebedrijven in Nederland, de Vereniging Familiebedrijven Nederland, oftewel FBNed.
Op 7 februari jl. verscheen op de website van FBNed een bericht waarin zorg over de ontwikkelingen rondom witwasbestrijding en ubo-register wordt uitgesproken:

Ontwikkelingen UBO-register in Europa en Nederland
07 februari 2018

Het UBO-register is een onderdeel van de 4e anti-witwas richtlijn (Anti Money Laundering Directive – AMLD 4) die door het Europees parlement is aangenomen en die ook Nederland als EU-lidstaat moet invoeren. Het vervolg daarop, AMLD 5, gaat uit van een volledig openbaar register. Wij zijn tegenstander van een openbaar UBO-register. Het is een te grote inbreuk op de privacy en gaat veel te ver voor het beoogde doel: het voorkomen van terrorismefinanciering en het witwassen van geld. Wij onderschrijven dit doel maar nog niemand heeft aannemelijk kunnen maken dat een openbaar UBO-register witwassen en terrorismefinanciering voorkomt.
Wij roepen de minister op om zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de bescherming van de privacy en de openbaarheid van het UBO-register zoveel mogelijk te beperken.
FBNed heeft zich vanaf het begin ingezet om het UBO-register alleen toegankelijk te maken voor de bevoegde instanties zoals het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Op dit dossier werken we waar mogelijk samen met andere belangenbehartigers waaronder European Family Businesses (EFB), MKB Nederland en VNO-NCW. Ook hebben we input gekregen van experts vanuit onder andere EY, Loyensloeff en NautaDutilh. Met laatstgenoemde hebben we deze update samengesteld.

Ontwikkelingen in Nederland

Op 31 januari 2018 heeft de Nederlandse regering een conceptbesluit gepubliceerd, waaruit blijkt welke categorieën van natuurlijke personen in elk geval moeten worden aangemerkt als UBO in het kader van cliëntenonderzoek dat bijvoorbeeld banken, verzekeraars, advocaten, notarissen en belastingadviseurs uitvoeren. Dit besluit heeft weliswaar niet direct betrekking op het nog in te voeren Nederlandse UBO-register, maar de verwachting is dat de begripsomschrijving van UBO’s in het kader van cliëntenonderzoek zoals opgenomen in het besluit ook het uitgangspunt zal zijn voor het UBO-register. Het concept wetsvoorstel voor invoering van het UBO-register is nog niet beschikbaar. Dat wordt waarschijnlijk in de eerste helft van dit jaar aangeboden aan de Tweede Kamer. Zolang dat wetsvoorstel niet is gepubliceerd, blijft onduidelijk welke criteria precies zullen gelden voor inschrijving in het UBO-register. Het recente conceptbesluit verschaft in ieder geval meer inzicht in de lijn die de Nederlandse regering wil volgen bij de implementatie van het UBO-register.

Openbare gegevens
In het openbare gedeelte van het UBO-register zullen tenminste de volgende gegevens van een UBO worden opgenomen: naam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonplaats en aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang. Deze set wordt ‘een beperkte set gegevens’ genoemd. De set zelf is beperkt, maar door deze gegevens te koppelen aan andere gegevensbronnen kunnen kwaadwillende personen, criminelen en commerciële dataverkopers allerlei andere privé-informatie achterhalen.

Het Nederlandse UBO-begrip
De omschrijving van het begrip UBO in het conceptbesluit is gebaseerd op het UBO-begrip uit AMLD4. Het besluit geeft voor een groot aantal juridische entiteiten een niet-limitatieve (dus niet volledige) opsomming van categorieën van natuurlijke personen die in elk geval kwalificeren als UBO.
BV, NV, maatschap, CV, VOF, vereniging, coöperatie en vergelijkbare entiteiten
* Voor iedere niet-beursgenoteerde BV, NV en daarmee vergelijkbare andere juridische entiteiten kwalificeren in elk geval als UBO’s de personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de vennootschap, via (i) het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van meer dan 25% van de aandelen, de stemrechten of van het eigendomsbelang in die vennootschap, of (ii) andere middelen (zoals het recht om de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudende orgaan van de vennootschap te benoemen of te ontslaan).
* Voor maatschappen, CV’s, VOF’s, verenigingen, coöperaties en daarmee vergelijkbare andere juridische entiteiten gelden vergelijkbare criteria als voor BV’s en NV’s, toegespitst op de verschillende rechtsvormen. De drempel van meer dan 25% wordt ook hier als uitgangspunt gehanteerd.
* Indien geen “echte” UBO (op basis van zeggenschap/eigendomsbelang) valt te achterhalen, of indien er twijfel bestaat of een persoon UBO is, gelden de natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel als (pseudo) UBO’s.

Stichtingen en fondsen voor gemene rekening
* Voor stichtingen kwalificeren in elk geval als UBO’s: (i) de oprichter(s), (ii) de bestuurder(s), (iii) voor zover van toepassing, de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van de stichting niet kunnen worden bepaald, de groep van personen in wier belang de stichting hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is, en (iv) elke natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de stichting uitoefent.
* Veel van onze leden werken met een STAK. Vaak een verstandige structuur om zeggenschap en eigendom van elkaar los te koppelen waarmee continuïteit en besluitvorming van het familiebedrijf beter gewaarborgd is. Het is nog steeds onduidelijk wat de definitie gaat worden van ‘de UBO van een STAK’. Mogelijk worden alle certificaathouders als “begunstigden” en daarmee als UBO’s aangemerkt. Indien dat het geval zou zijn, zou dat verstrekkende gevolgen hebben voor onze leden en alle familiebedrijven die met een STAK werken. Bij BV’s en NV’s kwalificeert een natuurlijke persoon in beginsel pas als UBO indien deze persoon een belang heeft van meer dan 25%, maar bij een STAK geldt mogelijk geen ondergrens. Vanuit privacy oogpunt maar ook om praktische redenen is dit een zeer onwenselijk en eigenlijk niet te accepteren.
* In het kader van het nog te publiceren concept wetsvoorstel ter implementatie van het UBO-register onderzoekt de Nederlandse regering momenteel of een fonds voor gemene rekening ook verplicht wordt om UBO-informatie te registreren.

Ontwikkelingen in Europa

Vijfde Europese anti-witwasrichtlijn
Medio december 2017 is in Europees verband politieke overeenstemming bereikt over een voorstel tot aanpassing van AMLD4, de richtlijn die lidstaten verplicht om een UBO-register in te stellen. Dit voorstel staat ook bekend als AMLD5 en brengt belangrijke wijzigingen met zich mee, waaronder: (i) in alle lidstaten krijgt het publiek toegang tot informatie in UBO-registers over UBO’s van vennootschappen en andere juridische entiteiten, (ii) de UBO-registers van alle lidstaten worden rechtstreeks met elkaar gekoppeld, en (iii) informatie over UBO’s van trusts en daarmee vergelijkbare constructies wordt breder toegankelijk (toegang op basis van een “legitiem belang”, bijvoorbeeld voor onderzoeksjournalisten). Op 29 januari 2018 hebben de leden van twee commissies van het Europese Parlement (economische en monetaire zaken en burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken) met een grote meerderheid hun steun uitgesproken voor dit voorstel. De volgende stap is goedkeuring door de plenaire vergadering van het Europese Parlement.

Het UBO-register in andere Europese landen
De deadline van 26 juni 2017 voor implementatie van AMLD 4 is door slechts enkele landen gehaald. Inmiddels is in meer landen een UBO-register operationeel, bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Letland, Slovenië, Tsjechië en Zweden. In sommige landen, waaronder België, Italië en Kroatië, zijn de relevante formele wetten aangenomen maar ontbreekt lagere regelgeving met details over het registreren van UBO-informatie. In België wordt naar verwachting deze maand een belangrijk besluit hierover gepubliceerd. In Luxemburg is medio december 2017 een concept wetsvoorstel gepubliceerd. Nu diverse landen beschikken over een operationeel UBO-register, kunnen wij helaas concluderen dat de lokale vereisten ten aanzien van het registreren van UBO’s behoorlijk uiteenlopen. Er zijn belangrijke verschillen tussen landen voor wat betreft de op te geven informatie, en de vraag wie kwalificeert als UBO blijkt in verschillende landen op een andere manier te kunnen worden beantwoord.

Transparantie steeds radicaler, privacy in het geding
In de Europese politiek blijkt er amper een stroming te zijn die de gevaren van transparantie en de inbreuk op de privacy inziet. Er is een grote ‘transparantie trein’ die niet te stoppen lijkt en steeds radicaler wordt, getuige het gemak waarmee een politiek akkoord over AMLD 5 is bereikt. Als belangenbehartiger van familiebedrijven roept FBNed het kabinet op om niet mee te gaan met de transparantie trein maar haar verantwoordelijkheid te nemen voor de bescherming van de privacy in het uitvoering geven aan de anti-witwas richtlijn. De minister heeft aangegeven in de eerste helft van 2018 met een wetsvoorstel te komen voor de invoering van het UBO-register. Wij vragen de minister het openbare gedeelte van het register zo beperkt mogelijk te houden en daar alleen toegang toe te geven als er zwaarwegende redenen zijn. Tenslotte vragen wij de minister om met zijn Europese collega’s de gevaren van het UBO-register voor de privacy van grote groepen burgers te bespreken en te bekijken welke aanpassing van AMLD 5 noodzakelijk is.

 

Dit artikel werd in 2018 gepubliceerd op het uboregisterblog, dat is opgeheven.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Trustkantoor meldt ongebruikelijke transactie vier maanden te laat | Wwft

Trustkantoor meldt ongebruikelijke transactie vier maanden te laat. Aldus een bericht van FIU, dit keer met verwijzing naar het ECLI-nummer van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, alleen ontbreekt nog link naar de uitspraak. De zaak is het hoger beroep naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Rotterdam.

Voor Wwft-plichtigen is de uitspraak interessant vanwege de overwegingen inzake begrippen en verplichtingen op grond van de Wwft.

Geplaatst in Bestuurlijke boete, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , , | Plaats een reactie

NVB brengt Gedragscode kleinzakelijke financiering uit

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft een Gedragscode kleinzakelijke financiering uitgebracht. Volgens het nieuwsbericht van de NVB versterkt de code de positie van de ondernemers.

De NVB schrijft:

Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf willen er bij een banklening op kunnen rekenen dat de bank een betrouwbare en voorspelbare partner is. Met name kleinere mkb’ers hebben behoefte aan duidelijkheid van de bank in alle fasen van de financiering: bij de oriëntatie, de aanvraag en tijdens de looptijd van de lening. Banken hebben daarom de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering opgesteld.

Deze gedragscode geeft kleinere mkb’ers een sterkere positie als zij een lening afsluiten bij de bank. Met de code zorgen banken voor een duidelijke en evenwichtige presentatie van alle aspecten van zo’n lening tijdens de hele ‘customer journey’. Hierbij valt te denken aan heldere informatievoorziening over wat er gebeurt bij tussentijdse veranderingen, eventuele renteherziening en mogelijkheden om vervroegd af te lossen. Ook geven banken goede uitleg over een eventuele afwijzing van een aanvraag voor krediet. Wanneer banken toegevoegde waarde zien voor de klant, kunnen zij doorverwijzen naar alternatieve financiers. Zo gaan geen goede ondernemersplannen verloren.

Kleinere mkb’ers (met een omzet tot vijf miljoen euro) hebben een andere positie dan grotere bedrijven of consumenten. Zij missen vaak de kennis en ervaring van grotere bedrijven maar hebben niet de sterk gereguleerde bescherming die consumenten doorgaans genieten. De nieuwe code doet recht aan hun bijzondere positie. De normen die gelden bij financiering worden hiermee expliciet gemaakt zodat de ondernemer de bank hierop kan aanspreken.

Aan de code is ruim een jaar gewerkt. Banken zijn hiervoor intensief in gesprek gegaan met een groot aantal stakeholders, waaronder ministeries, toezichthouders, ondernemersorganisaties en andere belangenbehartigers. Er hebben twee dialoogsessies plaatsgevonden waarop ondernemers en anderen feedback konden geven tijdens het opstellen van de code. Bij deze sessies bleek dat er bij kleinere ondernemers behoefte is aan meer duidelijkheid over en houvast bij financiering.

De code bevat minimumnormen bij het verstrekken van financiering waar alle leden van de Nederlandse Vereniging van Banken die leningen verstrekken aan dit segment zich aan zullen houden. De code treedt op 1 juli a.s. in werking en geldt voor financieringen (geldleningen en kredietfaciliteiten) die vanaf dat moment worden aangevraagd. De code wordt in 2021 geëvalueerd.

Geschillenloket
Alle banken hebben klachtenprocedures die er op gericht zijn om een klacht naar tevredenheid af te handelen. Informatie hierover is te vinden op de websites van de banken. De Gedragscode zet uiteen wat de klant mag verwachten van de bank wanneer een klacht wordt ingediend en bevat onder andere informatie over de termijnen van afhandeling van een klacht.
Mocht de afhandeling niet naar tevredenheid zijn, dan bestaat per 1 juli voor klanten die een financiering hebben afgesloten onder de Gedragscode de mogelijkheid een geschil voor te leggen aan een onafhankelijke, laagdrempelige instantie voor geschillenbeslechting (Kifid). Meer informatie hierover volgt in de aanloop naar 1 juli.

Het document is te vinden via deze pagina. Directe link naar de gedragscode.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Handelsrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

Bronbescherming voor bloggers?

Onlangs stond op de site NPD Nieuwsmedia een artikel over het wetsvoorstel over bronbescherming in strafzaken.

In het artikel staat dat de minister er voorstander van dat een ruime groep ‘journalisten’ en ‘publicisten’ zich op het recht op bronbescherming kan beroepen. Zouden bloggers daar ook toe behoren?

Volgens het NPD artikel wordt er naar verwachting op 6 februari a.s. over het voorstel gestemd.

Meer informatie:

Geplaatst in Grondrechten, Strafrecht | Tags: | Plaats een reactie