Marlies van Eck (proefschrift): burgers onvoldoende beschermd tegen computerbesluiten overheid

Op de site van de universiteit van Tilburg wordt de promotie van Marlies van Eck aangekondigd met de titel “Burgers onvoldoende beschermd tegen computerbesluiten overheid“.

Uit het persbericht blijkt dat het een flinke uitdaging is om de geautomatiseerde besluitvorming goed te laten plaats vinden en de burger te beschermen:

Burgers onvoldoende beschermd tegen computerbesluiten overheid
PERSBERICHT 30 jan. 2018

De overheid gebruikt computers voor het nemen van besluiten. Vaak gaat het daarbij om geld, zoals het verlenen van kinderbijslag, de AOW, toeslagen, het opleggen van motorrijtuigenbelasting of de aanslag inkomstenbelasting. Maar hoe die besluiten precies genomen worden, is niet duidelijk. Bovendien leunen overheden ook op elkaars computerbesluiten. De burger is daardoor onvoldoende juridisch beschermd, blijkt uit promotie-onderzoek van Marlies van Eck.

Wat gebeurt er precies bij geautomatiseerde besluiten van de overheid en wat betekent deze praktijk voor de burger die te maken krijgt met zo’n besluit? Is het voldoende dat burgers in bezwaar kunnen gaan tegen een besluit als er iets fout gaat en daarna naar de rechter kunnen stappen? Dat onderzocht de promovenda Marlies van Eck. Zij promoveert op 9 februari aan Tilburg University.

Voordelen
Van Eck concludeert op basis van het onderzoek dat de inzet van technologie bij het nemen van besluiten wel degelijk voordelen heeft voor burgers. Het verzamelen van alle gegevens vindt zorgvuldig plaats. Ook krijgen mensen vaak van tevoren te zien welke gegevens de overheid heeft, wat de transparantie ten goede komt. Een ander voordeel is dat de computer alle gelijke gevallen ook echt gelijk behandelt.

Beslisregels onzichtbaar
Maar er zijn ook nadelen. De instructies aan de computer (de beslisregels en de algoritmen) zijn niet beschikbaar voor de personen die het besluit krijgen. Ook zijn er geen onafhankelijke instanties die deze instructies controleren op juistheid. In een rechtszaak over het besluit kan de rechter dus niet controleren of de overheid de wet goed interpreteert. Bovendien blijven aannames die de programmeur heeft gehad onzichtbaar. Als niet precies duidelijk is waarom de computer een besluit neemt, weet niemand of het besluit eigenlijk wel juist is.

Besluiten aan elkaar gelinkt
Een ander nadeel is dat de overheidsorganen zwaar op elkaar leunen bij het nemen van computerbesluiten. Een besluit van het ene overheidsorgaan werkt door in het besluit van een ander overheidsorgaan. Maar als er iets fout gaat, is het voor de burger erg lastig om de fouten die al verspreid zijn, te herstellen. Zeker als het met terugwerkende kracht verbeterd moet worden, is dit voor de systemen moeilijk. Dit betekent dat de burger niet altijd de juridische bescherming krijgt waar hij recht op heeft.

Aanbevelingen
Van Eck doet een aantal voorstellen om de bescherming van burgers te verbeteren. Zij stelt voor dat iedereen met problemen met computerbesluiten een ‘loods’ krijgt: een ambtenaar die gaat helpen het probleem op te lossen. Op deze manier ligt de last van de gespecialiseerde en ingewikkelde uitvoering weer bij de overheid in plaats van bij de burger. Daarnaast moeten de instructies aan de computer niet alleen openbaar en toegankelijk worden, maar ook te begrijpen zijn door mensen die geen verstand hebben van programmeren en zeker door rechters.

Van Eck heeft een weblog en is bezig op twitter. Zij is verder actief bij De Correspondent.


Aanvulling 15 februari 2018
Inmiddels heeft de promotie plaats gevonden, het proefschrift is online te vinden. De stellingen staan ook op haar weblog.

Inmiddels zijn er naar aanleiding van het proefschrift al kamervragen gesteld:

Vragen van de leden Middendorp en Koopmans (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Rechtsbescherming over de berichtgeving over het proefschrift van Marlies van Eck van de Tilburg University (ingezonden 13 februari 2018).

Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van de berichtgeving over het proefschrift van Marlies van Eck van de Tilburg University?1

Vraag 2
Hoe beoordeelt u de conclusie in het proefschrift dat de burger onvoldoende juridisch is beschermd wanneer de overheid computers gebruikt bij het nemen van besluiten met een financieel belang, maar dat niet duidelijk is hoe de besluiten precies worden genomen?

Vraag 3
In hoeverre is het waar dat de instructies aan de computer niet beschikbaar zijn voor derden, zoals de personen die geraakt worden door het besluit?

Vraag 4
Hoe beoordeelt u het idee een onafhankelijke instelling de computerinstructies te laten toetsen? Ziet u dat als werkbaar? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5
In hoeverre geeft het proefschrift u reden om de relevante wetgeving te wijzigen?

NOOT
1 Burger onvoldoende beschermd tegen computerbesluiten (1 februari 2018) via Binnenlands Bestuur
http://www.binnenlandsbestuur.nl/digitaal/nieuws/burger-onvoldoende-beschermd-tegen.9580215.lynkx

Ook elders is er aandacht aan besteed, onder meer door Emerce, Binnenlands Bestuur.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

De gegevens van andere rekeninghouders onder PSD2 | rekeninginformatiediensten

Al eerder schreef ik over de vraag of de rechten van rekeninghouders onder PSD2 wel goed beschermd zijn als andere rekeninghouders rekeninginformatiediensten (‘RID’) inkopen. Voor dit thema is opvallend weinig aandacht in de artikelen die over RID worden geschreven.

De meeste aandacht gaat uit naar de rekeninghouder die met een RID-leverancier zaken doet (de RID-klant) en naar de eisen waarin RID-leveranciers moeten voldoen. Ook valt op dat er veel over de positie van consumenten als RID-klant wordt geschreven en geen aandacht is voor zzp’ers en kleine en middelgrote organisaties en ondernemingen als klant van RID.

Advies Autoriteit Persoonsgegevens

Op 12 januari jl. maakte de Autoriteit Persoonsgegevens een kritisch advies over de implementatieregels bekend. Onder meer schrijft de AP dat de toestemming van een klant van een RID-leverancier niet betekent dat persoonsgegevens van derden (als onderdeel van de RID gegevens van de klant) kunnen worden verwerkt:

2 De uitleg van “uitdrukkelijke toestemming” voor de verwerking van persoonsgegevens

Ter implementatie van artikel 94, tweede lid, van PSD2 is in het voorgestelde artikel 26e van het Bpr bepaald dat een betalingsdienstverlener, met uitzondering van de betalingsdienstverlener die uitsluitend rekeninginformatiediensten verleent, [13] alleen met de uitdrukkelijke toestemming van de betalingsdienstgebruiker toegang tot diens persoonsgegevens verkrijgt, om deze gegevens te verwerken en te bewaren, voor zover noodzakelijk voor het verlenen van betalingsdiensten.

Wellicht ten overvloede – maar bepaald niet onbelangrijk – merkt de AP op dat de gegeven toestemming alleen betrekking kan hebben op persoonsgegevens van degene die toestemming heeft gegeven. Betalingsgegevens die persoonsgegevens bevatten van derden (bijvoorbeeld degene aan wie een geldbedrag wordt overgemaakt) kunnen dan ook niet enkel op basis van deze toestemming worden verwerkt door betalingsdienstaanbieders.

[13] De tekst van de ontwerp-AMvB verwijst naar de betalingsdiensten, vermeld onder 8 van de bijlage bij PSD2. Dit betreft rekeninginformatiediensten. Artikel 94 maakt onderdeel uit van titel IV van PSD2. Gelet op artikel 33, tweede lid, van PSD2 – waarin de toepassing van titel IV wordt uitgesloten – is artikel 94 niet van toepassing op rekeninginformatiediensten.

Na een juridische verhandeling, waaruit ik niet kan afleiden wat de rechten van de ‘derden’ zijn wordt geconcludeerd:

De conclusie van het voorgaande is dat artikel 94, tweede lid, van PSD2 geen ruimte biedt voor de in de ontwerp-AMvB voorgestelde implementatie van die bepaling. Deze implementatie van PSD2 leidt op het punt van gegevensbescherming niet tot het met de richtlijn beoogde resultaat. De AP adviseert u de implementatiewetgeving op dit punt aan te passen.

Ik ben benieuwd waar het met PSD2 en de RID naar toe gaat.

Meer informatie:

Autoriteit Persoonsgegevens 12 januari 2018:

Recente andere berichten over PSD2:

Oude berichten op dit blog:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Aanbevelingen Europees Parlement van 13 december 2017 ter bestrijding van criminaliteit | AMLD4 + Wwft

Dankzij de Europese antiwitwasrichtlijnen zullen straks alle begunstigden van Nederlandse stichtingen in het openbare Nederlandse ubo-register worden ingeschreven, zoals pensioengerechtigden en houders van certificaten van aandelen. Dit is maar één  van de vele gevolgen van deze regelgeving.

Als het aan het Europese Parlement ligt, houdt het daar niet mee op. Op 13 december 2017 heeft het Parlement een groot aantal aanbevelingen aangenomen, die – indien uitgevoerd – een brede uitwerking zullen hebben op organisaties in Europa en die de privacy van de Europese burger.

Aanbevelingen van 13 december 2017

Een greep uit de verzoeken die het Parlement aan de Europese instituties doet op andere terreinen dan de fiscaliteit volgen hieronder. Ik heb geprobeerd het per onderwerp te rubriceren.

Schurkenstaten (= landen met onvolkomen witwasbestrijding, tax havens, secrecy jurisdictions, enzovoorts)

  • Het Parlement verzoekt om heldere definities van ‘offshore financial centre’ (OFC), ‘tax haven’, ‘a secrecy jurisdiction’, ‘a non-cooperative tax jurisdiction’ en ‘a high-risk country in terms of money laundering’ (nr. 19). Wel jammer dat fatsoenlijk wetenschappelijk onderzoek op dit gebied ontbreekt. Ook in nr. 158 wordt verzocht om heldere definities.
  • Het Parlement vindt dat de Europese Commissie bij het aanwijzen van schurkenstaten niet het lijstje van de FATF mag overschrijven (nr. 34-37). Los van die lijst wil het Parlement ook een lijst van ‘harmful regimes’ (nr. 53). Kennelijk moeten er aan de vele lijsten nog meer worden toegevoegd. Voor de praktische uitvoerbaarheid bestaat bij het Europese Parlement geen belangstelling.
  • Ook Europese landen, zoals Nederland, moeten op de fiscale zwarte lijst kunnen worden geplaatst, zo vindt het Parlement (nr. 28, nr. 32).
  • Ondernemingen ‘involved in illegal, harmful or wrongful activities’ met schurkenstaten, moeten flinke sancties krijgen. De grote vraag bij dit soort teksten is altijd wat onder ‘involvement’, oftewel betrokkenheid, moet worden verstaan. Als dat ook al aan de orde is als de onderneming niet bekend is met het illegale karakter, leidt dat er toe dat handel met die schurkenstaten vanzelf stopt, wat in strijd lijkt met het elders in de aanbevelingen vermelde idee dat ontwikkelingslanden moeten worden geholpen.

Offshore ubo, buiten-Europese investeerders

  • Het Parlement verzoekt de Commissie om na te gaan of een verplichte registratie mogelijk is van Europese burgers die bankrekeningen of een aandeel hebben in ‘shell companies’ in schurkenstaten (nr. 18). Dus een register van uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s) zonder entiteit in de EU. Die ‘offshore structures’ met ubo’s in de EU moeten voldoen aan Europese financiële informatieverschaffingseisen (nr. 24).
  • Het Parlement verzoekt om een verbod op het onderhouden van zakenrelaties met ‘legal structures’ in ‘tax havens’ als de ubo niet is vastgesteld (nr. 25). Zoals het geformuleerd is geldt dit voor iedere Europese organisatie en ondernemer; dan houdt de handel met die landen vanzelf op. (Als Nederland als ‘tax haven’ wordt aangemerkt, zal het flinke gevolgen hebben.)
  • Landen die buiten-Europese investeerders aantrekken, moeten antiwitwasmaatregelen nemen, aldus het Parlement (nr. 94).

Ondernemings- en handelsrecht

  • Het Parlement denkt dat grensoverschrijdende handelingen met rechtspersonen risico opleveren en roept de Commissie op om een voorstel te doen inzake grensoverschrijdende omzettingen en zetelverplaatsingen en om duidelijke regels te stellen inzake de verplaatsing van een hoofdkantoor binnen de EU, inclusief maatregelen tegen brievenbusmaatschappijen (nr. 55). Wat de aanleiding is voor dit verzoek, wordt uit de tekst niet duidelijk.
  • Vanzelfsprekend krijgen brievenbusondernemingen speciale aandacht van het Parlement (nr. 43). Daarbij speelt al lang het begrip ‘substance’ een rol, wat een lastig begrip is bij holdingactiviteiten. Maar dit is voor de fiscalisten.
  • Het Parlement roept op om een verplicht gestandaardiseerd openbaar Europees handelsregister te creëren. Ik dacht dat Europa daar al lang toe had besloten, tenslotte kennen we BRIS. Wat voegt dit verzoek daar aan toe?
  • De EU moet volgens het Parlement geen handelsovereenkomsten sluiten met tax havens (nr. 72). Ook elders komen handelsakkoorden aan de orde (nr. 177).
  • Het Parlement bepleit openbaar toegankelijke kadasters in alle EU-landen (nr. 86). Dat is voor Nederland niet nieuw. Het kadaster is in Nederland zo openbaar, dat het een goudmijn voor criminelen is.

Registratie van uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s)

  • De registers van uiteindelijk belanghebbenden (ubo-registers) moeten nog meer openbaar worden dan al verplicht op grond van de huidige antiwitwasregelgeving (nr. 77).
  • De ubo-informatie moet ook met landen buiten de EU worden uitgewisseld (onder meer nr. 79).
  • De ubo-registers moeten regelmatige geupdate worden, onderling (binnen de EU) verbonden en volledig openbaar zijn, waarbij de huidige drempel voor aandeelhouders moet worden verlaagd (nr. 84, 95).
  • Het parlement roept op tot ‘identification of beneficial ownership’ vanaf tenminste één aandeel of een vergelijkbaar minimumbelang in een entiteit (nr. 87). Wie en met welk doel daartoe wordt opgeroepen, wordt niet vermeld. Hoewel de 4e Europese antiwitwasrichtlijn nauwelijks is ingevoerd denken de parlementariërs dat er enorme ‘loopholes’ en willen de ubo-definitie aanscherpen. Er staat cryptisch “tightening up the definition of who is a beneficial owner, by disallowing senior managers, nominee directors and other proxy agents to be identified as beneficial owners unless they fulfil the criteria“. Wanneer leggen ze nu eens uit wat die senior managers hier überhaupt doen.
  • Het trust register moet volledig openbaar worden (nr. 95).
  • Op een latere pagina worden de eisen aan de registratie van de ubo’s van trusts nader besproken (nrs. 133-147). De te registreren gegevens lijken uitvoeriger dan de gegevens van kapitaalvennootschappen (nr. 146). Aangezien stichtingen hetzelfde worden behandeld als trusts, kan dat voor hen de nodige consequenties hebben.

Voor privacy heeft het parlement geen interesse, “Believes that the misuse of privacy and data protection laws cannot be used to shield those engaged in wrongdoing from the full force of the law” (nr. 159). Oftwel: criminelen hebben geen recht op privacy. Maar dat betekent nog niet dat grote aantallen nette burgers in een openbaar toegankelijk ubo-register moeten worden opgenomen.

Antiwitwaswetgeving

  • De regels op het gebied van het cliëntenonderzoek moeten op Europees niveau worden geharmoniseerd (89), wat de one-size-fits-all benadering van Europa illustreert. Dit zal ook betekenen dat een eenmanszaak hetzelfde moet (kunnen) doen als een bank. Over begrijpelijkheid en uitvoerbaarheid wordt in dit verband niets gezegd.
  • Gegevensverstrekking Wwft-plichtigen: ondernemingen die zich aan de antiwitwaswetgeving moeten houden (zoals banken, accountants) moeten niet alleen gegevens verstrekken aan de FIU en aan de opsporingsinstanties, maar ook aan de belastingdienst (nr. 80). Overigens is op dat punt in Nederland al een wetsvoorstel aangenomen. Ook de FIU’s moeten ongelimiteerde en directe toegang tot de gegevens bij Wwft-plichtigen hebbben (nr. 104).
  • Hoewel ik dacht dat de politiek geëxponeerde persoon (PEP) al een definitie had, is dat volgens het parlement niet zo en moet dit duidelijker worden (nr. 92).
  • De parlementariërs vinden dat de melding van ongebruikelijke transacties gestandaardiseerd moet worden, zodat de FIU’s makkelijker gegevens kunnen uitwisselen (nr. 116).

Specifieke ondernemingen voor wie antiwitwasregels (moeten) gelden

  • De antiwiwasregels moeten worden uitgebreid naar de vastgoedsector (nr. 88).
  • De crypto currencies en virtual currencies krijgen de nodige aandacht in de aanbevelingen (nr. 96-98). Kennelijk moet er meer gebeuren dan al in de wijziging van AMLD4 wordt voorgesteld.
  • Accountants moeten worden ontmoedigd te ‘participeren’ in illegale belastingstructuren (nr. 127), een vreemde aanbeveling, want dat mag natuurlijk gewoon niet. Het Parlement verzoekt de Europese Commissie om een voorstel, waarin wordt geregeld accountantsorganisaties niet langer als financiële dienstverlener of belastingadviesdienstverlener mogen optreden (nr. 143). Misschien is dat een reden dat de Big 4 zich warm lopen als IT-serviceprovider.
  • Toetsing van functionarissen en aandeelhouders van kredietinstellingen moet strenger worden (nr. 102). Hoewel ik dacht dat Europa al lang bezig was met een internationale uitwisseling van bankgegevens, wordt daar door het Parlement een aanbeveling over gedaan (nr. 128).
  • Een grote groep tussenpersonen verdient volgens de aanbevelingen aandacht, onder meer ondernemingen die ‘wealth management’ aanbieden (nr. 114).
  • Tussenpersonen moeten worden ontmoedigd actief te zijn in schurkenstaten (nr. 126).
  • Op sectoren met het meeste risico op ontransparante ubo-mogelijkheden, zoals geïdentificeerd door de Europese Commissie in de Europese Risk Assessment, moet effectief toezicht worden gehouden en moeten effectief gemonitord worden (nr. 121). Daartoe behoort onder meer de totale not-for-profit-sector met ziekenhuizen en scholen...
  • De parlementariërs noemen speciaal ‘transactions involving tax advisors, auditors’ en juristen. Wat zou involving hier betekenen? Aangaande zulke transacties vragen de parlementariërs om ‘guidance on the risk factors arising from’ zulke transacties. Volstrekt onbegrijpelijk: het zal hier niet om transacties met belastingadviseurs gaan. Misschien wordt hier ‘betrokken zijn bij’ bedoeld. Ze bedoelen toch niet dat aan iedere transactie waarover advies wordt gegeven risico verbonden is?
  • De aanbeveling wordt gedaan dat het verschoningsrecht van advocaten en notarissen niet in de weg mag staan aan de melding van ongebruikelijke transacties (nr. 125, 138). Dat betekent, lijkt me, dat het verschoningsrecht dan geen waarde meer heeft.

Diversen

  • Hoewel de sancties op (het strafrechtelijke) witwassen al pittig zijn, moeten ze volgens het Parlement nog strenger worden. Ook de ondernemingen die witwassen moeten bestrijden, moeten flink op de huid worden gezeten (nr. 90, 95). Later worden de sancties opnieuw genoemd, waarbij wordt gemeld dat ‘management-level employees responsible for the schemes’ ook bestraft moeten worden (nr. 120).
  • Het Parlement verzoekt de Commissie te onderzoek of fiscaal misbruik kan worden gemaakt van ‘freeports and ship licensing’.
  • Het onderwerp klokkenluiders wordt uitgebreid besproken (nrs. 178-184).

Het is nog afwachten welke van deze verzoeken in Europese regelgeving terecht zullen komen.

Meer informatie:

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Bij Voorbaat Verdacht | procedure tegen SyRI-profilering

De toegenomen digitale mogelijkheden maken het voor overheden en private partijen mogelijk om risicoprofielen, kredietwaardigheidsprofielen, marketingprofielen en allerlei andere soorten profielen te maken van iedere individuele burger en van nog veel meer.

Voorbeeld:
Facebook heeft van meeste Europese burgers (ook niet-deelnemers aan Facebook) een ‘dossier’ met gegevens zoals NAW, telefoonnummers, gebruikte e-mail adressen, gebruikte apparaten, relaties van de persoon met andere personen. Die verzameling heeft Facebook aangelegd dankzij degenen die lid zijn van Facebook, aangezien de leden niet alleen gegevens over zichzelf verschaffen, maar ook over hun vrienden, relaties, enzovoorts. Lees bijvoorbeeld dit.

Risicoprofilering:
al lang aan de gang

Digitale profilering is al lange tijd aan de gang. Dankzij de toegenomen digitale mogelijkheden, is de omvang de laatste jaren sterk toegenomen.

In het rechtspersonenrecht kennen we al een hele tijd de Wet controle op rechtspersonen, die de grondslag is voor activiteiten van een onderdeel van het ministerie van veiligheid, de Dienst Justis. Deze dienst stelt risicoprofielen op van rechtspersonen en de bij hen betrokken personen.

Banken, financiële instellingen en een groot aantal andere private ondernemingen, zijn op grond van de Europese witwasbestrijdings- en terrorismefinancieringsbestrijdingswetgeving (‘AML/CFT’) verplicht om hun klanten en de transacties van die klanten te monitoren en zijn verplicht daarbij gebruik te maken van risicoprofileringsmethoden.

De AML/CFT-plichtige ondernemingen schakelen om aan persoonsgegevens te komen datahandelaren in, die – zonder enige vorm van toezicht – op grote schaal persoonsgegevens verzamelen en verkopen. Dezelfde persoonsgegevens kunnen zowel voor witwasbestrijding als voor commerciële doeleinden zoals kredietbeoordeling en marketing worden gebruikt.

Deze profileringsactiviteiten trekken niet veel publieke aandacht, onder meer omdat de media meer belangstelling hebben voor sappige criminele verhalen dan voor de bureaucratische werkelijkheid (met grote privacy- en cybersecurity risico’s) van de risicoprofilering door overheid en private organisaties. De laatste tijd lijkt daar verandering in te komen, zie bijvoorbeeld het artikel “Incassobureaus zijn data-dealers geworden die onze persoonsgegevens verhandelen” in De Groene Amsterdammer van oktober jl.

Bij Voorbaat Verdacht

Misschien komt er wel publieke aandacht door een initiatief van een aantal Nederlandse not-for-profit organisaties (NGO’s). Zij hebben in januari van dit jaar bekend gemaakt dat zij zijn gestart met de campagne ‘Bij voorbaat verdacht‘. De campagne richt zich tegen ‘SyRI’ (Systeem Risico Indicatie), een systeem van de overheid dat persoonsgegevens van burgers aan elkaar koppelt, bedoeld om verschillende vormen van fraude, misbruik en overtredingen op te sporen.

Die NGO’s zijn het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten (NJCM), Stichting Privacy First, Stichting KDVP en Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, die worden ondersteund door auteur Tommy Wieringa en publicist en filosoof Maxim Februari. Er komt een procedure die is opgezet door het Public Interest Litigation Project (PILP) van het NJCM.

Het zal me benieuwen of deze campagne effect zal hebben.

In dezelfde sfeer zit de ‘sleepnetwet’. Voor beide campagnes geldt dat zij starten in een tijd waarin het surveillancenet zich onherroepelijk om de burger sluit, via meerdere kanten. Ik zie het somber in.

Meer informatie:


Aanvulling 20 februari 2018
Zie over SyRI ook dit artikel op iBestuur.

Ook boeiend: Farid Tabarki op 15 februari jl. in zijn column “Tentakels” over de ‘sleepwet’, hij besluit met “Huiskamer, slaapkamer en werkkamer blijven privé zolang de overheid er niets te zoeken heeft“.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Advocatendemonstratie voor gefinancierde rechtsbijstand

Nederland hoort een volwaardige gefinancierde rechtshulp mogelijk te maken. Terecht werd er vandaag door de advocatuur in Den Haag gedemonstreerd. In de nieuwsbrief van vandaag schreef de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) naar aanleiding daarvan:

Honderden advocaten demonstreren voor Tweede Kamer
Bijna 400 advocaten protesteerden op 1 februari in toga tegen de bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand. Algemeen deken Bart van Tongeren zei dat de maat vol is. “Er moet geld bij om het wankele stelsel te redden, zodat rechtzoekenden niet in de kou komen te staan.” Hij riep politici op hun verantwoordelijkheid te nemen, het achterstallig onderhoud weg te werken en de aanbevelingen van de commissie Van der Meer op te volgen.

Lees ook het bericht van de NOvA van 29 januari jl., waarin onder meer wordt gemeld dat de overheid de belangrijkste wederpartij is van de burger die rechtsbescherming nodig heeft, nl. bij 60 procent van de zaken.

Dat betekent dat de overheid, door de gefinancierde rechtshulp te korten, de eigen tegenstander uitschakelt…

Meer: artikel Advocatenblad, artikel Telegraaf en artikel Algemeen Dagblad en het NOvA dossier gefinancierde rechtsbijstand.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Court of Justice EU: Mr Schrems may bring an individual action in Austria against Facebook Ireland

On 25 January 2018 the Court of Justice of the European Union published its judgment in the ‘Schrems-case’. In it’s press release the Court summarizes its judgment as follows:

Mr Schrems may bring an individual action in Austria against Facebook Ireland

By contrast, as the assignee of other consumers’ claims, he cannot benefit from the consumer forum for the purposes of a collective action

Mr Maximilian Schrems, who is resident in Austria, brought legal proceedings against Facebook Ireland (‘Facebook’) before the Austrian courts. He claims that Facebook has infringed several data-protection provisions in relation to his private Facebook account [1] and to the accounts of seven [2] other users who have assigned to him their claims for the purposes of those proceedings. Those other users are also consumers and live in Austria, Germany and India. Mr Schrems seeks, inter alia, a declaration from the Austrian courts that certain contractual terms are invalid and an order requiring Facebook both to refrain from using the data in question for its own purposes or the purposes of third parties and to pay damages.

Facebook takes the view that the Austrian courts do not have international jurisdiction. According to Facebook, Mr Schrems cannot rely on the rule of EU law [3] that allows consumers to sue a foreign contracting partner in their own place of domicile (‘consumer forum’). Facebook argues that Mr Schrems, by using Facebook also for professional purposes (in particular by means of a Facebook page designed to provide information on the steps which he is taking against Facebook [4]), cannot be regarded as a consumer. So far as the assigned claims are concerned, Facebook submits that the consumer forum is not applicable to those claims since such jurisdiction is not transferable.

It is in that context that the Oberster Gerichtshof (Supreme Court, Austria) asks the Court of Justice to clarify the conditions under which the consumer forum may be invoked.

By today’s judgment, the Court replies that the activities of publishing books, giving lectures, operating websites, fundraising and being assigned the claims of numerous consumers for the purpose of their enforcement in judicial proceedings do not entail the loss of a private Facebook account user’s status as a ‘consumer’.

However, the consumer forum cannot be invoked in proceedings brought by a consumer with a view to asserting, in the courts of the place where he is domiciled, not only his own claims but also claims assigned by other consumers domiciled in the same Member State, in other Member States or in non-member countries.

So far as the status of consumer is concerned, the Court points out that the consumer forum applies, in principle, only where the contract between the parties has been concluded for the purpose of a use of the relevant goods or services that is other than a trade or professional use. As regards services relating to a digital social network which is intended to be used over a long period of time, it is necessary to take into account subsequent changes in the use which is made of those services.

Therefore, a person bringing legal proceedings who uses such services may rely on his status as a consumer only if the predominately non-professional use of those services, for which the applicant initially concluded a contract, has not subsequently become predominately professional.

Nonetheless, given that the notion of a ‘consumer’ is defined by contrast to that of an ‘economic operator’ and that it is distinct from the knowledge and information that the person concerned actually possesses, neither the expertise which that person may acquire in the field covered by those services, nor his assurances given for the purposes of representing the rights and interests of the users of those services, can deprive him of the status of a ‘consumer’. An interpretation of the notion of ‘consumer’ which excluded such activities would have the effect of preventing an effective defence of the rights that consumers enjoy in relation to contracting partners who are traders or professionals, including those rights which relate to the protection of their personal data.

As far as assigned claims are concerned, the Court notes that the consumer forum was established in order to protect the consumer as a party to the contract in question. A consumer is therefore protected only in so far as he is, in his personal capacity, the applicant or defendant in proceedings. Consequently, an applicant who is not himself a party to the consumer contract in question cannot enjoy the benefit of the jurisdiction relating to consumer contracts. The same also applies in regard to a consumer to whom the claims of other consumers have been assigned.

[1] Since 2010, Mr Schrems has been using a Facebook account solely for his private activities. In addition, in 2011, he also opened a Facebook page (i) to inform internet users of the steps he is taking against Facebook, of his lectures, his participation in panel debates and his media appearances, (ii) to fundraise and (iii) to publicise his books.
[2] Mr Schrems has also had assigned to him, by more than 25 000 people worldwide, claims for enforcement.
[3] Council Regulation (EC) No 44/2001 of 22 December 2000 on jurisdiction and the recognition and enforcement of judgments in civil and commercial matters (OJ 2001 L 12, p. 1; ‘the Brussels I Regulation’). According to that regulation, defendants must, in principle, be sued in the courts of the Member State in which they are resident or have their registered office. It is only in cases mentioned in an exhaustive list that defendants may or must be sued before the courts of another Member State.
[4] See footnote 1.

The Court ruled:

1. Article 15 of Council Regulation (EC) No 44/2001 of 22 December 2000 on jurisdiction and the recognition and enforcement of judgments in civil and commercial matters must be interpreted as meaning that the activities of publishing books, lecturing, operating websites, fundraising and being assigned the claims of numerous consumers for the purpose of their enforcement do not entail the loss of a private Facebook account user’s status as a ‘consumer’ within the meaning of that article.

2. Article 16(1) of Regulation No 44/2001 must be interpreted as meaning that it does not apply to the proceedings brought by a consumer for the purpose of asserting, in the courts of the place where he is domiciled, not only his own claims, but also claims assigned by other consumers domiciled in the same Member State, in other Member States or in non-member countries.

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Internetconsultatie over Wwft-amvb | AMLD4

Toen ik gisteren een bericht over AMLD4 plaatste, had ik nog niet gezien dat gisteren de internetconsultatie over de algemene maatregel van bestuur inzake de AMLD4-implementatie van start was gegaan.

Voor gedetailleerde bestudering had ik nog geen gelegenheid. Wel zag ik dat in het ontwerp voor de amvb allerlei definities zijn opgenomen, onder meer van de uiteindelijk belanghebbende (ubo) en de politiek geëxponeerde persoon (PEP). Waarom deze definities niet in de Wwft zelf komen te staan, is een raadsel.

Zie over de ubo-definitie het bericht op het ondernemingsrechtweblog.

Meer informatie:

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Zijn de pensioengerechtigden allen ubo’s van de stichting pensioenfonds?

Alvast een vraagje aan de minister van financiën:

heeft de nieuwe Wwft tot gevolg dat bij een stichting pensioenfonds alle pensioengerechtigden worden ingeschreven in het ubo-register? Zij zijn immers ieder individueel bekend aan de hand van de administratie van het pensioenfonds. Op grond van het voorgestelde uitvoeringsbesluit mag slechts een groep van begunstigden worden ingeschreven “voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden zijn van de stichting niet kunnen worden bepaald“. Dat is bij een pensioenfonds niet aan de orde.

 

Dit artikel werd in 2018 gepubliceerd op het uboregisterblog, dat is opgeheven.

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , | Plaats een reactie

Towards a digital ethics | EDPS

The EDPS Ethics Advisory Group has published a report, “Towards a digital ethics“. Giovanni Buttarelli, the European Data Protection Supervisor, writes in his foreword:

Today, ethics and data protection are intertwined like never before and I observe an ever closer convergence between the two. Many issues related to ethics involve personal data; data protection authorities now face ethical questions that legal analysis alone cannot address.
Ethics and the law each have an important role in our societies. Convergence allows us to put the human being, their experience and dignity at the centre of our deliberations.

The Dutch member of the Ethics Advisory Group is Jeroen van den Hoven, University Professor and Professor of Ethics and Technology at Delft University of Technology.

In the final chapter concepts and arguments are proposed to support and advance data protection as a project of European values:

This task can, by way of conclusion, be condensed into five significant ‘directions’ of thought and innovation.

1. The dignity of the person remains inviolable in the digital age
Life in the digital age is close to a confrontation with the basic principle of personhood: dignity. Digital experience reshapes our understanding of personal identity, human experience and social interactions. Digital life will need to be compatible with the inviolable nature of human dignity.

2. Personhood and personal data are inseparable from one another
Personhood—understanding oneself as a person endowed with moral qualities, rights and responsibilities—is inseparable from the information produced by, and pertaining to that person.

3. Digital technologies risk weakening the foundation of democratic governance
The freedom of choice of each person is a fundamental principle of democratic self-governance. Automated, big data-based interaction with political decision-making may be incompatible with democratic processes.

4. Digitised data processing risks fostering new forms of discrimination Profiling is part of everyday cognition and judgment.
Digitally generated profiles based on very large quantities of data are powerful and increasingly unaccountable.

5. Data commoditisation risks shifting value from persons to personal data
The market value of personal data is not intrinsic but stems from its relationship to the person or persons who give rise to it. Ethical tensions can arise where human value and market value intersect.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Nota naar aanleiding van het verslag – wijziging Wwft op grond van AMLD4

In november berichtte ik over het verslag inzake het eerste wetsvoorstel tot implementatie van de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Inmiddels is de nota naar aanleiding van het verslag bekend gemaakt. Daarbij hoort een Advies Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak.

Het dossier inzake dit wetsvoorstel is op overheid.nl hier te vinden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Plaats een reactie