De UBO’s van Natuurmonumenten en Feyenoord | het AMLD4 wetsvoorstel in de tweede kamer

Wwft-watchers kunnen aan de slag met het ongecorrigeerd stenogram van de vergadering van gisteren. Verder zijn er drie moties gepubliceerd (uboregister, definitie ubo en lidstaatopties).

Uit het verslag

De ruime betekenis van het ubo-begrip lijkt te zijn doorgedrongen, één van de kamerleden merkt op:

De minister van Financiën geeft aan dat het UBO-register later zal worden uitgewerkt in een wetsvoorstel, maar hij gaat er in de memorie van toelichting wel op in. Begrijp ik nu goed dat het de ambitie is om dit echt voor elke rechtspersoon te gaan regelen, dat overal een UBO moet kunnen worden aangewezen? Dat betekent dat zelfs Natuurmonumenten straks een UBO heeft. Dat leidt tot koddige situaties. Kan de minister van Financiën aangeven wat dat in de praktijk betekent? Stel: Natuurmonumenten krijgt een legaat van een miljoen waarvan de herkomst niet meteen duidelijk is. Welke bellen gaan er dan bij de bank rinkelen? Welke bestuurder van Natuurmonumenten wordt dan als UBO aangesproken? Wat voor vragen kan hij of zij van de bank verwachten? Als ik dan toch bezig ben, kan de minister dan ook aangeven wie de UBO is van achtereenvolgens voetbalclub Feyenoord, het CDA en de Staat der Nederlanden? Wat gebeurt er als deze rechtspersonen een onduidelijk legaat krijgen? Ze hebben allemaal een rechtspersoonlijkheid, ze zijn allemaal cliënt in de zin van dit wetsvoorstel. Ik stel die vraag omdat die banken die vraag straks ook moeten stellen.

Deze vragensteller wordt meteen door één van de misdaadbestrijders uit de tweede kamer tot de orde geroepen. Vervolgens gaat de discussie over de bekende criminaliteitsbestrijdingsthema’s en niet over de vraag of de Wwft wel praktisch uitvoerbaar is en leidt tot het beoogde doel.

De minister van financiën heeft het poortwachtersproza goed onder de knie:

De Wwft-instellingen moeten daarmee voorkomen dat hun diensten worden gebruikt voor witwassen of terrorismefinanciering. Zeer logisch, zou je kunnen zeggen, juist omdat zij de poortwachters van ons financiële stelsel zijn. Het is duidelijk dat daarbij een belangrijke taak wordt neergelegd bij juist die Wwft-instellingen.

De makelaar, het garagebedrijf en Regus als poortwachters van ons financiële stelsel, het blijft opmerkelijk.

Trustkantoren
Er wordt tijdens de behandeling heel veel over trustkantoren gesproken, wat de vraag oproept waarom ondernemend Nederland geconfronteerd wordt met regelgeving die kennelijk alleen voor trustkantoren bedoeld is.

Iedere rechtspersoon een ubo
Op de vraag of iedere rechtspersoon een ubo moet hebben antwoordt de minister:

De heer Van der Linde vroeg of het de ambitie is om voor elke rechtspersoon een UBO aan te wijzen. De vierde anti-witwasrichtlijn — het blijft een lang en moeilijk woord — bepaalt dat elke EU-lidstaat een register moet hebben met informatie over vennootschappen en andere juridische entiteiten die in Nederland zijn opgericht. En “vennootschappen en andere juridische entiteiten” komt overeen met ondernemingen en rechtspersonen als bedoeld in de Handelsregisterwet. Enkele uitzonderingen daargelaten moet dus elke onderneming en elke rechtspersoon die in het Handelsregister staat ingeschreven ook een UBO opgeven.

Waarom deze vreemde regeling in Europa is bedacht, vertelt de minister niet. Maar de minister bevestigt dat het CDA, Natuurmonumenten en de Staat der Nederlanden allen een of meerdere ubo’s zullen hebben,

Minister Hoekstra:
Ja. Ook daar zal dus een UBO aangewezen moeten worden. Ik zou het voorbeeld overigens graag willen beperken tot Natuurmonumenten. Dat is, denk ik, voor alle aanwezigen hier een betere vergelijking. Ik zou voor de tweede termijn nog even specifiek kunnen kijken wat daar de consequenties van zijn. Maar de hoofdregel is wel heel evident. Die is namelijk wel zoals ik die net geschetst heb. Het is vanwege de Handelsregisterwet. Het is ook de vraag of daar nog wat aan te knutselen valt, maar laat ik nog iets meer inkleuring geven juist wat betreft de bestuurder, want daar was de heer Van der Linde ook naar op zoek in het voorbeeld van Natuurmonumenten.

Vervolgens gaat de minister snel verder met trustkantoren. Op een later tijdstip hebben de ambtenaren een antwoord kunnen aanleveren en zegt de minister:

Ik zal een wat langer antwoord geven in de richting van de heer Van der Linde. Bij AMvB zal per entiteit bepaald worden wie hier onder “ten minste” moet worden verstaan. Daarbij is het wel van belang om aan te geven dat het bij bijvoorbeeld Natuurmonumenten en vrijwel alle politieke partijen om een vereniging gaat. Daarmee is dat weer een andere casus dan Feyenoord, dat ook werd genoemd. Bij mijn weten is dat een nv; mogelijk is er ook nog wel een vereniging, maar daar wil ik van af zijn. In ieder geval heeft Feyenoord een nv. Bij een vereniging kwalificeer je onder meer de personen die bij ontbinding van de vereniging recht hebben op een aandeel van 25% als UBO. Zou op deze grond of op andere bij AMvB genoemde gronden geen UBO gevonden worden — dat is in de meeste gevallen niet zo waarschijnlijk, maar dat zou wel kunnen — dan dient bij wijze van uitzondering het partijbestuur als UBO te worden aangemerkt.

Waar is dat bijvoorbeeld relevant? Je kunt je voorstellen dat dat bijvoorbeeld relevant is bij een politieke partij. Dat zou ook bij Natuurmonumenten het geval kunnen zijn, maar die casuïstiek ken ik iets minder goed. Dan zijn het de individuele leden van het partijbestuur, want je moet een oplossing verzinnen. Bij een nv, bijvoorbeeld Feyenoord, zijn de UBO’s in ieder geval de personen die meer dan 25% van de aandelen hebben. Ik zie de heer Van der Linde zich al afvragen: wat als die er niet zijn? Zijn er geen natuurlijke personen die op grond van deze logica als UBO kwalificeren, dan kan er natuurlijk op andere wijze sprake zijn van uiteindelijke zeggenschap. Daarbij kan gedacht worden aan de bevoegdheid om bestuurders te benoemen of te ontslaan. We gaan steeds verder het lijstje af, en komen bij een steeds grotere onwaarschijnlijkheid, maar het is toch wel belangrijk dat ik het benoem: in het uiterste geval, bij hoge uitzondering, kan ook bij een nv het hogere leidinggevende personeel als UBO worden aangemerkt. Maar dat kan echt alleen als op geen enkele andere grond een persoon met uiteindelijke zeggenschap kan worden aangewezen.

Ubo en trustkantoor
Er wordt een opmerkelijke motie aangenomen:

constaterende dat het versluieren van de uiteindelijke belanghebbende als het gaat om financiële constructies moet worden tegengegaan met een zogenaamd UBO-register;

constaterende dat een trustkantoor vaak belangen behartigt om te voorkomen dat de uiteindelijke belanghebbende bekend wordt en dat deze vorm gebruikt kan worden voor belastingontwijking, belastingontduiking, witwassen en/of terrorismefinanciering;

constaterende dat de regering voorziet dat hoger leidinggevend personeel van een trustkantoor ook als uiteindelijke begunstigde in het register kan worden geregistreerd;

van mening dat door de mogelijkheid om hoger leidinggevend personeel van een trustkantoor op te nemen als uiteindelijke begunstigde van een fiscale constructie geen recht wordt gedaan om de versluiering tegen te gaan;

verzoekt de regering in de uitwerking van het UBO-register onmogelijk te maken dat personeel van een trustkantoor gebruikt kan worden om de uiteindelijke belanghebbende uit het zicht van de fiscus of justitie te houden,

Zouden de kamerleden wel begrijpen wat een ubo is?

Van 25% naar 10%
En dan komt er nog een motie over de verlaging van het 25% criterium voor vennootschappen naar 10%:

van mening dat de registratie van de Ultimate Beneficial Owner (hierna: UBO) van belang is voor opsporing en vervolging van witwassen en belastingontduiking;
van mening dat een UBO-register een afschrikwekkende werking heeft vooraf;
van mening dat een aanscherping van de definitie van UBO beide effecten ondersteunt;
constaterende dat de uitwerking van het UBO-register volgt in een nog naar de Kamer te sturen implementatiewet;
verzoekt de regering om de definitie van UBO aan te scherpen van 25% +1 naar 10%,

Een heel verstandige motie (grapje, nee dus: verschrikkelijke bureaucratie). Overigens zal het afschrikwekkende van het ubo-register er vooral uit bestaan dat bijna alle Nederlanders er in zullen worden opgenomen, bijvoorbeeld als pensioengerechtigde (want dan ben je ubo van de stichting pensioenfonds).

De kamerleden gaan klakkeloos akkoord met afzonderlijke behandeling van het ubo-register-wetsvoorstel, terwijl de ubo tijdens deze vergadering al zo uitgebreid aan de orde is geweest…

Tot slot

Het bovenstaande is een eerste impressie naar aanleiding van het doorlezen van het ongecorrigeerd stenogram. Mijn zorgen over het intellectueel niveau waarop deze regelgeving tot stand komt, blijven.


Aanvulling 28 februari 2018
Uit een op de site van de tweede kamer gepubliceerd bericht blijkt dat het wetsvoorstel kritiekloos wordt geaccepteerd. Van enige reflectie op de effectiviteit van de maatregelen, de bureaucratie die er het gevolg van is en het sleepnet effect van de brede definitie van PEP en ubo (uiteindelijk belanghebbende) is geen sprake.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

VBC zet teksten kernbepalingen over ubo-register uit 4e en 5e antiwitwasrichtlijn op een rijtje

Notariskantoor VBC publiceerde het bericht “Teksten kernbepalingen over UBO register uit Vierde en Vijfde Antiwitwasrichtlijn op een rijtje“. Daarin schrijft het kantoor dat omdat het lastig is om aan doorlopende teksten van EU-regelgeving te komen, documenten zijn samengesteld met doorlopende teksten aan van de voor het ubo-register relevante bepalingen uit de 4e antiwitwasrichtlijn en van de bepalingen zoals die naar verwachting na de wijziging van deze richtlijn komen te luiden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Uitvoeringsbesluit Wwft schrijft AMLD4 definities over

Vandaag heb ik mee gedaan aan de internetconsultatie over het concept Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, waarin de ambtenaren van het ministerie van financiën de definities van uiteindelijk belanghebbende en PEP uit de 4e Europese antiwitwasrichtlijn hebben overgeschreven. Onderstaand de tekst van mijn commentaar.

Hiermee maak ik gebruik van de gelegenheid om mee te doen aan de internetconsultatie inzake het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, zoals aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/uitvoeringsbesluitwwft2018. Deze consultatiereactie is op persoonlijke titel.

Na enige inleidende opmerkingen zal ik nader ingaan op het conceptbesluit.

Inleiding
Zelden heb ik een consultatiedocument gelezen over een onderwerp dat iedere Nederlander raakt en dat zo inhoudsloos is, dat de vraag bij mij opkomt waarom uw ministerie überhaupt een consultatie houdt.

De antiwitwaswetgeving is niet alleen van belang voor de organisaties en ondernemingen die zich aan die wetgeving (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft) moeten houden, de ‘Wwft-plichtigen’. De Wwft heeft tevens gevolgen voor alle burgers die klant zijn van de Wwft-plichtigen (en dat is iedereen [noot 1]). Zowel Wwft-plichtigen als de Nederlandse burger horen door de overheid op een behoorlijke manier op de hoogte te worden gebracht van inhoud en strekking van regels.

Inzake de Wwft wordt door de rijksoverheid geen enkele moeite gedaan om Wwft-plichtigen en de burger goed te informeren; daar is deze consultatie wederom een voorbeeld van.

Er is publiciteit waarin de indruk wordt gewekt dat de Wwft alleen van belang is voor banken [noot 2], waarmee de aandacht wordt afgeleid van het werkelijke belang van de Wwft. De wijzigingen in de Wwft raakt raken alleen rijke criminelen en grote ondernemingen, maar ook gewone burgers. Ook de makelaar, het administratiekantoor en het garagebedrijf moeten deze wet naleven. De vele burgers die als uiteindelijk belanghebbende (‘ubo’) in het openbare ubo-register worden geregistreerd hebben eveneens recht op duidelijkheid.

Uw ministerie heeft verantwoordelijkheid ten opzichte van burgers en kleine en middelgrote ondernemingen, die geen idee hebben van wat er op ze af komt en die zich ook niet aan de regels kunnen onttrekken. Hierbij roep ik het ministerie van financiën en de rijksoverheid op niet langer verstoppertje te spelen rond de wijziging van de Wwft en klare taal te spreken.

Gang van zaken rond de implementatie 4e Europese antiwitwasrichtlijn in Nederland: verbrokkeling
Uw ministerie maakt een slechte beurt door de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) niet door middel van één samenhangend wetsvoorstel te implementeren, maar door de implementatie te knippen:
* In een eerste wetsvoorstel, vnl. gericht op de Wwft, inmiddels ingediend, hierna “1e voorstel Wwft”. [noot 3]
* Een algemene maatregel van bestuur, onderwerp van onderhavige consultatie.
* Een tweede wetsvoorstel, over ubo en ubo-register, nog niet ingediend.
* Mogelijk nog een wijziging in uitvoeringsregelgeving gebaseerd op het tweede wetsvoorstel.

Bovendien zullen belangrijke verplichtingen niet alleen in de Wwft worden geregeld maar ook, zo is aangekondigd, in de Handelsregisterwet 2007 (‘handelsregisterwet’), waarbij mogelijk bepaalde begrippen en definities in de handelsregisterwet anders zullen worden uitgewerkt dan in de Wwft.

Kortom: het wordt een juristenparadijs. U biedt werkgelegenheid aan compliance dienstverleners, wat zij vast prima vinden, maar waarmee de burger en kleine en middelgrote ondernemer en organisatie niet gediend zijn.

[1] Verzoek – één samenhangend voorstel met goede toelichting
Hierbij roep ik de rijksoverheid op verantwoordelijkheid te nemen en met één samenhangend voorstel te komen, voorzien van een uitgebreide en inhoudelijke toelichting.

Conceptbesluit

Definities PEP en ubo
Het conceptbesluit geeft in artikelen 2 en 3 nadere definities van de begrippen “politiek prominente persoon” (PEP) en “uiteindelijk belanghebbende” (ubo). In artikel 1 van het 1e voorstel Wwft wordt voor de nadere omschrijving van deze twee definities naar een algemene maatregel van bestuur verwezen. [noot 4]

De definities zoals deze in artikelen 2 en 3 van het conceptbesluit zijn opgenomen, komen exact overeen met de Nederlandse tekst van AMLD4 [noot 5]. Het is onbegrijpelijk dat teksten uit AMLD4 in een uitvoeringsregeling zijn opgenomen.

Bovendien ontbreekt een behoorlijke toelichting bij de beide definities.

[2] Verzoek – neem de definitie van PEP en ubo op in de Wwft
Neem de thans in artikelen 2 en 3 conceptbesluit opgenomen definities op in de Wwft en zorg voor een duidelijke toelichting over de betekenis van de begrippen in de Nederlandse context.

Definitie PEP / middelbare en lagere ambtenaren
In AMLD4 is bij de PEP-definitie opgenomen: “Middelbare of lagere ambtenaren vallen niet onder de in de punten a) tot en met h) bedoelde publieke functies”. Naar ik aanneem gaat dit ook in Nederland gelden.

[3] Verzoek – aanpassing definitie PEP
Neem op in de definitie van de PEP dat middelbare of lagere ambtenaren niet vallen onder de in lid 1 onder a. tot en met h. bedoelde prominente publieke functies.

Uiteindelijk belanghebbende / bv en nv
De definitie van de ubo bij de bv en nv roept vele vragen op.

[4] Vraag – zeggenschap via andere middelen
In AMLD4 staat dat eigenaarschap of zeggenschap “via andere middelen” ook leidt tot het zijn van ubo. In AMLD4 wordt dit niet toegelicht. Voor de praktijk is van belang dat dit wel wordt toegelicht, zodat duidelijk wordt waaraan moet worden gedacht.

Voorbeeld: als een bank bepaalde contractuele afspraken met een cliënt heeft gemaakt, betekent dit dan zeggenschap bij die cliënt “via andere middelen” en betekent dit dan dat de ubo van de bank ook ubo is van de cliënten?

[5] Vraag – ontbreken ubo bij nv en bv
Voorts staat in AMLD4 een cryptische tekst over het ontbreken van een ubo bij de bv of de nv, nl.:

ii) de natuurlijke persoon of personen die beho(o)rt(en) tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen als bedoeld onder i) is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, de meldingsplichtige entiteiten documenteren welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) en onder dit punt, te identificeren.

Kan worden toegelicht:
[a] Of dit een antimisbruikbepaling is waarbij bij een rechtspersoon zonder ubo alleen andere personen worden aangewezen als daar gelet op de feitelijke verhoudingen aanleiding toe is, dan wel:
[b] of AMLD4 van de veronderstelling uitgaat dat iedere bv en nv een ubo heeft.

Als [b] juist zou zijn, kan worden toegelicht wat de reden is om gewone managers (“personen behorend tot het hoger leidinggevend personeel”) als ubo te kwalificeren en wat dit bijdraagt aan de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.
Kan verder worden toegelicht waarom een en ander niet wordt beperkt tot de statutair bestuurders.
Graag hoor ik ook nader hoe de omvang van het economisch belang kan worden gekwalificeerd bij een manager en wat de gevolgen voor de manager zijn als hij/zij als ‘uiteindelijk belanghebbende’ in allerlei internationale gegevensuitwisseling terecht komt.

Uiteindelijk belanghebbende / vereniging
Een vereniging naar Nederlands recht is geen vennootschappelijke entiteit, zodat mij lijkt dat er geen reden is om een vereniging hetzelfde te behandelen als een bv en nv.

[6] Vraag – ubo vereniging
Kan worden toegelicht waarom de Nederlands vereniging hetzelfde wordt behandeld als een bv of nv, met name daar waar het een ander criterium dan 25% rechten [noot 6] betreft. Wat is de reden dat “personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de vereniging” tot ubo van de vereniging moeten worden gebombardeerd. Voorts verzoek ik hier dezelfde vragen als bij [5] te beantwoorden.

Uiteindelijk belanghebbende / stichting
Het meest interessant is de ubo-definitie bij de stichting, aangezien de stichting in Nederland een belangrijke rol speelt in de not-for-profit sector. De definitie – die afkomstig is uit AMLD4 – roept een groot aantal vragen op.

[7] Vraag – waarom wordt de stichting hetzelfde behandeld als de trust
Uit AMLD4 blijkt dat de stichting hetzelfde wordt behandeld als de trust. De reden is onbekend. Zoals u weet speelt de Nederlandse stichting een belangrijke rol in de not-for-profit sector, zo zijn vele goede doelen instellingen stichting, pensioenfondsen zijn stichtingen, in de gezondheidszorg zijn veel organisaties stichtingen en hetzelfde geldt voor het onderwijs.
Ook in profit-sector wordt de stichting regelmatig ingezet, bijvoorbeeld voor brancheorganisaties.
Verder is de stichting een veel gebruikte vorm om te zorgen de familieleden met economisch belang op afstand van de onderliggende vennootschap te zetten. De stichting administratiekantoor oefent het stemrecht uit in de bv of nv waarvan het de aandelen houdt en geeft ontvangen dividend door aan de certificaathouders.

* Kunt u toelichten waarom de stichting hetzelfde wordt behandeld als de trust?
* Kunt u toelichten waarom bij de stichting geen financiële drempel geldt om te worden aangemerkt als ubo (anders dan bij bv en nv)?
* Adviseert u not-for-profit instellingen om zich in een bv of nv om te zetten, zodat er niet onnodig veel ubo’s worden ingeschreven?

[8] Vraag – de oprichter van de stichting
Kunt u toelichten waarom de oprichter(s) van de stichting als ubo worden aangemerkt ook al hebben ze geen enkele betrokkenheid of invloed? Kunt u toelichten welke relevantie dit heeft voor witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding?

[9] Vraag – de bestuurder(s) van de stichting
Kunt u toelichten waarom een bestuurder van een stichting ‘ubo’ moet zijn en welke relevantie dit heeft voor witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding?

[10] Vraag – begunstigden van de stichting
Het begrip ‘begunstigde’ wordt noch in AMLD4, noch in Nederlandse parlementaire stukken, noch in de toelichting bij het conceptbesluit van enige toelichting voorzien. Aangezien het denkbaar is dat stichtingen grote aantallen begunstigden moeten gaan inschrijven, is van belang dat hier duidelijkheid over ontstaat. Graag verzoek ik u toe te lichten voor ieder van de nagenoemde categorieën: [a] of zij ubo zijn, [b] wat de reden daar voor is; [c] welke relevantie dit heeft voor witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding:

* Personen die pensioen ontvangen van een stichting pensioenfonds
* Personen die premie afdragen aan een stichting pensioenfonds.
* Werknemers van het pensioenfonds.
* Patiënten van een stichting ziekenhuis.
* Specialisten die een overeenkomst hebben met een stichting ziekenhuis.
* Werknemers van het ziekenhuis.
* Leerlingen van een stichting op het gebied van het onderwijs.
* Werknemers van een stichting op het gebied van het onderwijs.
* Personen ten behoeve van wie een goede doelen stichting is opgericht, respectievelijk aan wie de stichting uitkeringen doet.
* Personen die zijn aangesloten bij een stichting op het gebied van brancheactiviteiten in het bedrijfsleven, zoals belangenbehartiging, ontwikkeling van kwaliteitssystemen.
* De houders van certificaten van aandelen.

[11] Vraag – Uiteindelijke zeggenschap
Kan worden toegelicht wat in het geval van een stichting wordt verstaan onder het door een natuurlijke persoon via andere middelen uiteindelijke zeggenschap uitoefent over de stichting. Kan dit bijvoorbeeld betekenen dat via een subsidierelatie van een stichting moet worden onderzocht wie de ubo’s van de subsidiegever zijn?
Voorbeeld: een stichting krijgt subsidie van een gemeente. Moeten dan de wethouders van de gemeente als ubo bij de stichting worden ingeschreven?

Uiteindelijk belanghebbende / kerkgenootschappen
Het is opzienbarend dat bij kerkgenootschappen de oprichter(s), bestuurder(s), begunstigden en andere personen met zeggenschap als ubo worden gekwalificeerd.

[12] Vraag – ubo kerkgenootschap
Kunt u toelichten waarom oprichters en bestuurder van een kerkgenootschap als ubo worden gekwalificeerd en welke relevantie dit heeft voor witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding?
Kunt u voorts toelichten aan wie moet worden gedacht bij de ‘begunstigden’ van het kerkgenootschap, zijn dat alle leden van het kerkgenootschap (ook al ontvangen zij niets). Of is het zo dat als het kerkgenootschap bij uitzondering een keer een donatie doet aan armlastige leden, zij als ubo van het kerkgenootschap moeten worden aangemerkt? Kunt u ook hier toelichten welke relevantie dit heeft voor witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding.
Kunt u voorts toelichten wat bij een kerkgenootschap moet worden verstaan onder een natuurlijke persoon via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over het kerkgenootschap uitoefent. Graag eveneens een toelichting op de relevantie voor witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding.

Indicatoren
In artikel 4 van het besluit en in de bijlage indicatorenlijst worden de zgn. ‘indicatoren’ genoemd. Een indicator is een feit / gebeurtenis die van rechtswege een vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering oplevert en moet leiden tot melding van een ongebruikelijke transactie.
Ten onrechte staat al jarenlang de volgende tekst als ‘indicator’ vermeld:

Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme.

Dit is geen indicator aangezien er geen objectieve gebeurtenissen of feiten worden genoemd die tot melding moeten leiden. Het is daarom ongewenst dat dit in een uitvoeringsregeling is opgenomen. Dit hoort in de Wwft zelf thuis.

[13] Verzoek – verplaatsing tekst uit Bijlage Indicatorenlijst
Graag verzoek ik u de tekst “Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme.” te verplaatsen naar het artikel in de Wwft over melding van ongebruikelijke transacties.

Tot slot
Graag verzoek ik u acht te slaan op deze consultatiereactie.

x – x – x

NOTEN
1 Want iedereen heeft een bankrekening.
2 Bijvoorbeeld https://www.rtlnieuws.nl/geld-en-werk/vvd-wil-witwassende-bankiers-veel-harder-aanpakken.
3 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/34808
4 Artikel 1 lid 3 voorstel: “Bij algemene maatregel van bestuur worden de categorieën natuurlijke personen aangewezen die in elk geval moeten worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in het eerste lid.”
5 http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015L0849&from=EN
6 In het conceptbesluit wordt gesproken over “natuurlijke personen die: – bij besluitvorming ter zake van wijziging van de statuten van de vereniging, of ter zake van de uitvoering van die statuten anders dan door daden van beheer, rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 25 procent van de stemmen kunnen uitoefenen voor zover in die statuten besluitvorming bij meerderheid van stemmen is voorgeschreven;
– bij ontbinding van de vereniging rechtstreeks of onrechtstreeks recht hebben op een aandeel in de gemeenschap van meer dan 25 procent”.

De door mij ingediende reactie is hier (pdf) te vinden en op de consultatiesite.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

AMLD4 vanavond in de tweede kamer

Het eerste wetsvoorstel waarmee de 4e Europese antiwitwasrichtlijn wordt geïmplementeerd, staat vanavond op de agenda van de tweede kamer. In dat voorstel zijn noch de definitie van de ‘uiteindelijk belanghebbende’, noch het ubo-register opgenomen.

Eerder schreef ik al over de behandeling in dit bericht, toen stond de behandeling nog gepland voor 19 februari jl.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Overkill in strafbepaling witwassen

Via een bericht op Bijzonder Strafrecht werd ik geattendeerd op het artikel van C.T. van Weerd en D.J.P. van Omme in Tijdschrift voor Sanctierecht & Onderneming, getiteld “Bescherm de goede trouw, ook bij witwassen” (betaalmuur). Uit de introductie blijkt dat de strafrechtelijke witwasdefinitie zo ruim is, dat ook onschuldige burgers met de strafbepaling geconfronteerd kunnen worden:

Nederland heeft ervoor gekozen om verder te gaan dan nodig. In zowel art. 420bis Sr (opzetwitwassen) als art. 420quater Sr (schuldwitwassen) wordt ook de verkrijger te goeder trouw strafbaar gesteld die pas verneemt dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is na de verkrijging. De richtlijnen eisen daarentegen slechts dat deze wetenschap/het vermoeden er is op het moment van het verkrijgen van het voorwerp. In de wetsgeschiedenis is voor deze uitbreiding helaas geen motivering gegeven.
De witwasbepalingen hebben al een zeer ruime reikwijdte, maar worden hierdoor naar onze mening te ruim.

Het geeft er blijk van dat de Nederlandse overheid – hopelijk in het enthousiasme om criminaliteit te bestrijden – de gewone burger ernstig benadeelt, zoals met de veel te ruime definitie van uiteindelijk belanghebbende ook staat te gebeuren. De grote vraag is of de burger hier grondrechtenbescherming krijgt.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Ethisch gebruik van illegaal verkregen persoonsgegevens? | CTIVD rapport bulkdatasets

Een van de meest fascinerende publicaties van de afgelopen tijd is het rapport van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), een rapport uit december 2017 dat deze maand algemeen bekend werd. Officieel heet het rapport “Toezichtsrapport over het verwerven van door derden op internet aangeboden bulkdatasets door de AIVD en de MIVD“.

In het rapport komt aan de orde dat de geheime diensten op het ‘darkweb’ datasets hebben gekocht met persoonsgegevens van Nederlanders. De datasets hebben een illegale herkomst, zo schrijft de CTIVD, bijvoorbeeld zijn ze beschikbaar gekomen als gevolg van datalekken of hacks bij bedrijven of instellingen. Over de sets schrijft de organisatie:

Beide datasets bestonden telkens uit een beperkt aantal typen gegevens, zoals namen, e-mailadressen en wachtwoorden. De datasets bevatten elk de gegevens van meer dan honderd miljoen personen, die hoofdzakelijk geen onderwerp van onderzoek zijn en dat ook nooit zullen worden. De verwerving en verdere verwerking van de gegevens uit deze datasets leveren een meer ernstige privacy-inmenging op. De gegevens voorzien echter in een duidelijke inlichtingenbehoefte en waren noodzakelijk om onder meer targets te kunnen identificeren. Ook kunnen de gegevens worden aangewend voor de inzet van de hackbevoegdheid. (…)

De tweede dataset bevat persoonsgegevens van relatief veel Nederlands ingezetenen en is zeer algemeen van aard. (…)

Dit is andere problematiek dan die van de sleepnetwet. Het rapport gaat met name over de vraag hoe de geheime diensten met de gegevens zijn omgegaan en of de procedures zijn.

Worden benadeelden geïnformeerd?

Wat mij interesseert: moeten de geheime diensten de personen wiens gegevens zij in de datasets hebben aangetroffen informeren?

Het kunnen immers persoonsgegevens zijn die niet al via andere weg, bijvoorbeeld via haveibeenpwned.com zijn bekend gemaakt (een site die niet iedereen kent). Misschien moet het een overheidstaak worden om een informatiedienst voor gedupeerden op te zetten!

 

Over het rapport gediscussieerd met Matthijs Koot, onder meer:

En verder:

Ik ben benieuwd naar het artikel.

Meer informatie:

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

“Privacy in de Algemene Verordening Gegevensbescherming, een zegen of een vloek?” NJCM seminar 15 maart 2018

Het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) kondigde vandaag aan dat op 15 maart a.s. een seminar wordt georganiseerd over de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Oorspronkelijk zou het seminar op 18 januari jl. plaats vinden maar is toen vanwege de storm geannuleerd.

We hopen dus dat er op 15 maart geen storm is:

Privacy in de Algemene Verordening Gegevensbescherming, een zegen of een vloek?

Donderdag 15 maart 2018, 15:30-17:30 uur, Kortenaerkade 12, Den Haag

Vanaf aankomend voorjaar wordt de veelbesproken Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing in de hele Europese Unie. De verordening is bedoeld om persoonsgegevens en daarmee de privacy te beschermen, maar er is veel kritiek. Enerzijds vragen critici zich af of de verordening wel voldoende onze privacy beschermt. Anderzijds bestaan er zorgen over de nieuwe verplichtingen voor bedrijven en andere organisaties die gegevens verwerken.
Het NJCM organiseert 15 maart 2018 een seminar over de aankomende toepassing van de AVG. Wat staat er op het spel en wat verandert er ten opzichte van de huidige situatie? Biedt de AVG voldoende en effectieve bescherming? En hoe gaan bedrijven en andere organisaties om met de nieuwe verplichtingen?

In dit seminar praten wij u bij en is er ruim de gelegenheid om vragen te stellen en met elkaar in gesprek te gaan.

Gespreksleiders:
B. (Bram) van Lieshout, LLM., NJCM werkgroep Europees recht
J. (Jerre) Perenboom, LLM., NJCM werkgroep Europees recht

Sprekers:
• dr. D.E. (Diana) Comijs, functionaris gegevensbescherming bij het ministerie van Buitenlandse Zaken
• D.A. (David) Korteweg, LLM., onderzoeker bij Bits of Freedom
• N. (Nathalie) McNabb, LLM., privacy adviseur bij Deloitte
• S. (Shay) Danon, LLM., junior manager privacy bij Deloitte

Locatie en tijd
Donderdag 15 maart 2018, 15:30 – 17:30 (inloop vanaf 15:00 uur), borrel op externe locatie
Aula van het Institute of Social Studies (ISS), Kortenaerkade 12, Den Haag
Vanaf station Den Haag Centraal: bus 22 en 24 (halte Mauritskade)
Vanaf station Den Haag Holland Spoor: tram 1 (halte Mauritskade)

Entree
Gratis toegankelijk voor iedereen, met uitzondering van advocaten die PO-punten willen behalen.

PO-punten
Advocaten kunnen 2 PO-punten halen voor deelname aan dit seminar. Zij dienen zelf te beoordelen of de inhoud van het seminar hun vakbekwaamheid ten goede komt en aldus opleidingspunten oplevert. Het NJCM verstrekt in dat geval een bewijs van deelname. Voor deze advocaten kost deelname:
€ 125.

Aanmelden
NJCM@law.leidenuniv.nl , u ontvangt een bevestiging van deelname.

Deze aankondiging zal ook nog op de NJCM-site verschijnen.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Geen integriteitstoetsing van raadsleden en kamerleden? | VOG

Douwe Jan Elzinga, emiritus hoogleraar staatsrecht RUG schreef in dit artikel op Publiekrecht & Politiek dat hij van mening is dat integriteitstoetsing van leden van een gemeenteraad staatsrechtelijk niet zou kunnen. Of die gedachte juist is, kan ik als niet staatsrechtelijk gespecialiseerd jurist niet beoordelen. Maar als dat zo is dan moet dat maar veranderd worden. Vooruitlopend daarop kunnen politieke partijen en kandidaten vrijwillige integriteitstoetsingen laten uitvoeren.

Ik blijf het, zoals ik al eerder schreef, vreemd vinden dat gewone burgers in allerlei functies op integriteit worden getoetst (in de kinderopvang zelfs permanent) en dat raadsleden en kamerleden aan geen enkele eis zouden hoeven voldoen.

Van het ouderwetse idee dat politieke functionarissen niet op integriteit getoetst hoeven te worden, moeten maar eens af!

Onder het artikel van Elzinga heb ik een reactie in bovenstaande zin achtergelaten.


Aanvulling 20 februari 2018
Inmiddels wordt voorgesteld de Bibob toetsing op alle Europese aanbestedingen toe te passen, aldus dit artikel naar aanleiding van plannen van de rijksoverheid om ‘ondermijning’ te bestrijden, meer info via dit bericht. Dat maakt het nog meer bizar dat de politici zelf niet getoetst worden.

Aanvulling 27 februari 2018
Bizar dat gezegd wordt dat toetsing van raadsleden en wethouders niet nodig is omdat van betrokkenheid bij drugshandel niet is gebleken. Niet voor niets worden politici in de witwasbestrijding als PEP’s aangemerkt. Verder zijn vermoedens genoeg om in de witwasbestrijding grote groepen burgers en ondernemingen in het verdachtenbankje te zetten. Meten met twee maten, zou ik zeggen. Elzinga is druk bezig met zijn campagne, lees onder meer dit bericht van 3 februari jl. en deze van 23 februari 2018. Onder het bericht van 23 februari heb ik dit gezet:

Door Ellen Timmer (…) op 27 februari 2018 16:35
Het is typisch meten met twee maten. In de witwasbestrijding (Wwft) zijn politici kwetsbare personen, de zgn. PEP’s, en moeten extra gemonitord worden. In diezelfde witwasbestrijding worden grote groepen onschuldige burgers onder een vergrootglas gelegd (zoals de complete not-for-profit) en dan zouden raadsleden en kamerleden niet gescreend hoeven te worden. Het is tijd voor screening van politieke functionarissen! Lees ook https://ellentimmer.wordpress.com/tag/vog/

Aanvulling 19 maart 2018
Inmiddels zijn er initiatieven om tot integriteitstoetsing van politieke functionarissen te komen. Het ministerie van binnenlandse zaken liet vandaag weten: “Minister Ollongren versterkt integriteitsbeleid lokaal bestuur“. Tekst van het bericht:

Minister Ollongren versterkt integriteitsbeleid lokaal bestuur
Nieuwsbericht | 19-03-2018 | 10:36

Er komt een ‘basistoets integriteit’ voor bestuurders. Wethouders worden verplicht een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te hebben. En er wordt onderzocht of de screening van burgemeesters verscherpt kan worden. Deze en andere maatregelen hebben tot doel de lokale democratie te versterken, en aanhoudende bestuurlijke problemen tegen te gaan. Dat heeft de ministerraad besloten op voordracht van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dat schrijft de minister vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Scherpere screening
Het is allereerst aan gemeenten om bestuurlijke problemen of integriteitskwesties op te lossen. Dat hoort bij onze gedecentraliseerde eenheidsstaat en daar zetten lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders zich ook vol voor in. Maar vanuit het Rijk kan, samen met landelijke en lokale partners, wel versterkt worden wat gemeenten al zelf kunnen doen. Een ‘escalatieladder’ moet lokale politici helpen bij bepaalde problemen hulp in te schakelen. Om een integer bestuur verder te bevorderen zal Ollongren de Gemeentewet aanpassen om het overleggen van een VOG tot een benoemingsvereiste voor wethouders te maken. Er komt ook een ‘basistoets integriteit’, omdat momenteel risicoanalyses volgens verschillende standaarden worden uitgevoerd. Een goede risicoanalyse kan beter eventuele kwetsbaarheden in beeld brengen; de uiteindelijke weging hiervan blijft dan een politieke oordeel. De minister kijkt ook naar de mogelijkheid om de screening van burgemeesters te verscherpen. Een verplicht VOG voor raadsleden acht de minister in strijd met het grondwettelijk verankerde passief kiesrecht. Ollongren vindt het ook belangrijk dat politieke partijen hier zelf op toe zien.

Tegengaan belangenverstrengeling
Een raadslid mag niet stemmen over een kwestie waarbij hij persoonlijk betrokken is. Toch leidt deze, en andere voorschriften die belangenverstrengeling moeten tegen gaan, in de praktijk soms tot onduidelijkheid. Mede door uiteenlopende rechterlijke uitspraken. Daarom zal het kabinet met een wetsvoorstel komen om deze norm te verhelderen, en beter toepasbaar te maken door gemeenten.

Een wethouder kan nu al ontslagen worden door de gemeenteraad om politieke redenen, bijvoorbeeld vanwege zijn aandeel in een bestuurlijk conflict of bij verdenking van een strafbaar feit. Een raadslid kan in bepaalde situaties van belangenverstrengeling worden geschorst en uit zijn functie worden ontheven. Minister Ollongren zal onderzoeken of er meer gronden zijn voor schorsing. Met de minister van Justitie en Veiligheid zal ze bekijken of ontzetting uit het kiesrecht en verbod op uitoefenen van een bestuurlijke functie verruimd moeten worden.

Bestuurlijk toezicht
Een gezaghebbende integriteitscommissie kan burgemeesters ondersteunen bij zijn wettelijke taak om bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen. Hun gezaghebbende uitspraak zou langslepende discussies kunnen voorkomen. Ook zal Ollongren met commissarissen van de Koning overleggen hoe hun rol bij de aanpak van bestuurlijke problemen versterkt kan worden. Bijvoorbeeld door het wettelijk verankeren van hun opdracht aan een waarnemend burgemeester, of het mogen bijwonen van collegevergaderingen en inzien van gemeentelijke documenten.

De benoeming van een wethouder is een autonome taak van de gemeenteraad. Geschillen kunnen echter hoog oplopen als er bij een benoeming sprake is van integriteitsconflicten. Ollongren onderzoekt daarom of de commissaris van de Koning of de minister van BZK een rol hierin kunnen spelen, met als doel het geschil effectief op te lossen. Gemeenten zijn er namelijk voor hun inwoners. Een integer en stabiel bestuur is effectiever en efficiënter in staat om de taken uit te voeren en diensten te leveren waar hun inwoners recht op hebben. Het kabinet wil het lokaal bestuur daarbij ondersteunen.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Burgers onvoldoende beschermd tegen computerbesluiten overheid

Mijn eerdere bericht over het proefschrift van Marlies van Eck heb ik aangevuld met onder meer de vindplaats van het proefschrift.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Ombudsman says Member States must open up their opaque negotiations on EU laws

In the Netherlands the discussions in the parliament and other documents that are part of the legislative process contain important information relevant for interpreting the rules and can be found through the website with parliamentary information. Such information is lacking in the EU.

Now there is criticism of the European Ombudsman, the press release says:

Ombudsman says Member States must open up their opaque negotiations on EU laws
13 February 2018 – Press release no. 2/2018

Following a detailed inquiry, the European Ombudsman, Emily O’Reilly, has found that the Council of the EU – through practices that inhibit the scrutiny of draft EU legislation – undermines citizens’ right to hold their elected representatives to account. This constitutes maladministration.

The Ombudsman specifically criticises the Council’s failure systematically to record the identity of Member States taking positions during discussions on draft legislation, and the widespread practice of disproportionately marking documents as not for circulation, or “LIMITE”.

The approach falls short of what is expected of the Council in terms of legislative transparency.

The Ombudsman is now asking the Council systematically to record Member State positions in Council working parties and in COREPER ambassador meetings and, in principle, to make these documents proactively available to the public in a timely manner. Ms O’Reilly is also calling for clear criteria for using the ‘LIMITE’ status and that the status be reviewed before a law is adopted.

“It’s almost impossible for citizens to follow the legislative discussions in the Council between national government representatives. This ‘behind-closed-doors’ approach risks alienating citizens and feeding negative sentiment,” said Ms O’Reilly.

“National government representatives involved in legislative work are EU legislators and should be accountable as such. If citizens do not know what decisions their governments are taking, and have taken, while shaping EU laws, the ‘blame Brussels’ culture will continue. EU citizens have a right to participate in the making of laws which affect them, but to do so, they need more openness from their governments in Brussels.

“Making the EU legislative process more accountable to the public, by being more open, would send an important signal ahead of the European elections in 2019,” said the Ombudsman.

The Ombudsman’s Recommendation and list of suggested improvements can be found here. The Ombudsman expects the Council to reply by 9 May 2018.

Background
The Council is co-legislator along with the European Parliament. Before the national Ministers meeting in the Council reach a formal position on a draft law, preparatory discussions take place in the Council’s meetings of national ambassadors and in the over 150 Council working parties attended by national civil servants.

During the course of her inquiry, the Ombudsman put 14 specific questions to the Council and her office inspected the documents of three Council files to get an insight into how documents are produced, circulated and published.

The office also organised a public consultation, which received 21 submissions including from members of the public, national parliaments, civil society and academics.

The Ombudsman’s inquiry also showed, for example, that in order to get a full picture of all documentation concerning one piece of legislation, four different searches in the Council document register are needed for negotiations in preparatory bodies and two searches in other sections of the website for discussions at Council level.

The following suggestions for improvement are given by the Ombudsman:

The Council should:

1. Conduct a review of how it meets its legal obligation to make legislative documents directly accessible. This review should be concluded within 12 months of the date of this Recommendation and should lead to the adoption of appropriate new arrangements within a further 12 months.
2. Adopt guidelines concerning the types of documents that preparatory bodies should produce in the context of legislative procedures and the information to be included in those documents.
3. Update the Council’s rules of procedure to reflect the current practice on the disclosure of legislative documents containing Member States’ positions, as outlined by the 2016 Dutch Presidency of the Council.
4. List all types of documents in its public register, irrespective of their format and whether they are fully accessible, partially accessible or not accessible at all.
5. Improve the user-friendliness of the public register of documents and its search function.
6. Develop a dedicated and up-to-date webpage for each legislative proposal, following the example of the European Parliament’s Legislative Observatory.

More information:


Addition 27 February 2018
Read also: Van black box to glass box: campagne voor een transparanter Europa. The paper from the Dutch COSAC delegation on EU transparency ‘Opening up closed doors – paper on EU transparency’ was presented.

Addition 27 March 2018
On 22 March 2018 the General Court of the European Union published a press release titled “The European Parliament must in principle grant access, on specific request, to documents relating to ongoing trilogues”. The judgment is to be found here.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa | Tags: , , , | Plaats een reactie