Tijd voor inhoud | politieke kunsten

In de politiek gaat het vaak niet om de inhoud, maar om de show van de politicus, die piano speelt op het station, voorleest in het Latijn, een cartoonwedstrijd houdt of een film verspreidt. De politieke ideeën doen er niet toe; voldoende is om te trappen tegen ‘de gevestigde macht’.

Journalisten besteden graag aandacht aan de marketing activiteiten van politici, want een vet verhaal is leuker dan bezig zijn met hoe iets anders moet.

Karin Spaink schreef een lezenswaardig artikel Neem ze serieuzer naar aanleiding van een interview dat de ZDF had met een vertegenwoordiger van de Afd, waarin deze politicus werd gevraagd naar de inhoud. Zij bepleit dat ook de Nederlandse politieke kunstenmakers op die manier worden bejegend.

Geplaatst in Juridisch diversen | Tags: , | Plaats een reactie

Algemene Rekenkamer onderzoekt of burger eigen gegevens in basisregistraties kan corrigeren

Terwijl het ministerie van binnenlandse zaken het e-mail adres van burgers in de Basisregistratie personen wil opnemen (een onzalig idee, lees mijn bericht), kondigt de Algemene Rekenkamer een onderzoek naar het functioneren van de basisregistraties aan

Inzage en correctie van de eigen gegevens
Kern van het onderzoek is dat wordt nagegaan of burgers hun eigen gegevens makkelijk kunnen inzien, controleren en ook corrigeren. Dat is een heet hangijzer bij de vele digitale gegevensverzamelingen die bij de overheid, bedrijven en organisaties bestaan en is een basisprincipe van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Bericht Algemene Rekenkamer
Zie onderstaand bericht:.

Vervolgonderzoek basisregistraties
De Algemene Rekenkamer doet onderzoek naar de vraag in hoeverre het stelsel van basisregistraties bijdraagt aan een goede en efficiënte overheidsdienstverlening aan burgers en bedrijven. Dit doen we onder meer door na te gaan hoe gemakkelijk burgers en bedrijven hun eigen gegevens kunnen inzien en corrigeren. Ook kijken we of knelpunten die we bij ons onderzoek uit 2014 aantroffen inmiddels zijn aangepakt en opgelost en wat de belangrijkste resterende knelpunten zijn.

Waarom onderzoeken we dit?
Burgers en bedrijven verwachten goede en efficiënte dienstverlening van de overheid. En voor de overheid is het belangrijk om over betrouwbare basisgegevens te beschikken. Fouten in de gegevens kunnen grote gevolgen hebben voor burgers of bedrijven. In 2014 hebben we onderzoek gedaan naar basisregistraties. In dat onderzoek hebben we de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een aantal aanbevelingen gedaan om knelpunten voor burgers en bedrijven aan te pakken. Met dit vervolgonderzoek naar basisregistraties willen we eventuele knelpunten beter in beeld krijgen en bijdragen aan het oplossen en voorkomen van knelpunten bij het gebruik van basisregistraties.

Wat zijn de onderzoeksvragen?
In ons vervolgonderzoek naar basisregistraties gaan we na:

• Of onze aanbevelingen uit het onderzoek uit 2014 zijn opgevolgd en zo niet wat de belangrijkste resterende knelpunten en verbeterpunten voor de 11 basisregistraties vanuit het perspectief van burgers en bedrijven zijn.
• In hoeverre er samenhangende, gebruiksvriendelijke en complete voorzieningen voor inzage, correctie en hergebruik van gegevens zijn voor de 11 basisregistraties.

De uitwisseling van informatie tussen de Algemene Rekenkamer en de gecontroleerde organisaties is vertrouwelijk en dus niet openbaar. Ook niet met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB-verzoek).

Geplande publicatiedatum: eerste kwartaal 2019
Onze publicaties bieden wij aan de Tweede Kamer aan. Ze zijn vanaf dat moment terug te vinden op deze website.

Al eerder meldde ik dat de Nationale Ombudsman de gegevensuitwisseling binnen de overheid onderzoekt. Iedereen kan zijn of haar ervaringen bij de Ombudsman melden.

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

De bureaucratische dwaalweg van het toezicht op trustkantoren

In juli jl. heeft de Tweede Kamer het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 aangenomen. Later verscheen de tekst van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. In dit artikel geef ik een impressie van wat ik las.

Showelement
Het showelement in de parlementaire behandeling is groot, wat de vraag doet rijzen of de Tweede Kamer wel een serieuze instelling is. Zo wordt door kamerid Leijten een obligate grap over kamerplanten gemaakt:

Dan hebben we het over brievenbusmaatschappijen, die kunnen bestaan omdat de trustsector daar een locatie voor aanbiedt. Dat is een lege locatie. Daar staat vaak een kamerplant, omdat er volgens de Belastingdienst sprake moet zijn van “reële aanwezigheid van een levend organisme”. Nou, dan zet je een kamerplant neer in het kantoor en het is geregeld. Daarvoor waren brievenbussen nodig. Daarom heten ze nu “brievenbusmaatschappijen”. Je kan ze ook “kamerplantkantoren” noemen.

Al lezende vraag ik me af waartoe het slordige denken dat uit de parlementaire behandeling blijkt zal gaan leiden. Want teksten als:

De aanwijzing dat wij hier te maken hebben met een sector die tot op het bot ziek is, komt uit de Panama Papers

en

Wat doet een trustkantoor? Ik zal het maar eventjes vertellen. Er is een bouwtekening gemaakt voor een bedrijfsconstructie met een zo gunstig mogelijke belastinguitkomst. Die bouwtekening wordt gemaakt door een belastingadviseur en het trustkantoor gaat die bouwtekening uitvoeren. Het schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel, opent bankrekeningen voor de persoon, en kan daarmee verhullen wie erachter zit.

hebben niets met de werkelijkheid te maken.
Die werkelijkheid bestaat niet alleen uit trustkantoren en hun doelvennootschappen. Lachwekkend: de Kamer van Koophandel die wordt genoemd als partij die ‘bedrijven en doelvennootschappen‘ registreert.

Analyse ontbreekt
De kerntaak van trustkantoren, het optreden als statutair bestuurder van rechtspersonen, krijgt in de behandeling geen aandacht. De opmerking van kamerlid Van der Linde, dat zich bij zijn partij een keurige brancheorganisatie heeft gemeld, “een koninklijke brancheorganisatie nog wel, die zegt: wij vallen plotseling onder de definitie van trustkantoor”, geeft aan dat de basisprincipes van het toezicht op trustkantoren rammelen. Ook de discussie inzake het ‘opknippen’ van trustdiensten geeft aan dat de kern van de Wet toezicht trustkantoren niet goed doordacht is.

De kamerleden hebben het in relatie tot trustkantoren alleen over ‘een adres‘ bieden en over het regelen van formaliteiten. Zoals gebruikelijk worden bijzondere financiële instellingen, door trustkantoren bestuurde rechtspersonen en houdstermaatschappijen op één hoop geveegd. Een echte analyse van de rol van rechtspersonen en de bij die rechtspersonen betrokken personen, zoals bestuurders en aandeelhouders, ontbreekt.

Na een introductie met hoog Panama gehalte wordt er gesproken over ondergeschikte bureaucratische kwesties, zoals de positie van de compliance officer in het trustkantoor, het intrekken van de vergunning en een raad van commissarissen binnen het trustkantoor.
De kamerleden spreken over de ‘papieren werkelijkheid‘ van de trustkantoren; de door hen bepleite regels voor trustkantoren zijn dat ook. Met de werkelijkheid heeft het niets te maken.

Terug naar de kern
Over de kern werd niet gesproken. Wat mij betreft zouden de onderwerpen van discussie moeten zijn:

  • Waar zitten de verschillen tussen ‘gewone’ internationaal opererende rechtspersonen (en hun bestuurders) en de doelvennootschappen bestuurd door trustkantoren?
  • Hoe vult het trustkantoor de rol van statutair bestuurder van de doelvennootschap in. Hoe wordt er voor zorg gedragen dat de natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur exact op de hoogte zijn van de gebeurtenissen bij de doelvennootschap.
  • Op welke manier worden de mensen die bij het trustkantoor het statutair bestuur feitelijk uitvoeren ondersteund met (interne of externe) juridische, fiscale en andere expertise.
  • Op welke manier wordt er voor gezorgd dat er voldoende kennis is over de relevante buitenlanden. (Dat is iets waar internationaal opererende ondernemingen ook mee te maken hebben.)
  • Hoe wordt er voor gezorgd dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur voldoende toegerust zijn voor hun taak.

Binnen trustkantoren vinden veel administratieve en uitvoerende activiteiten plaats. Wellicht zou het goed zijn om die activiteiten apart te zetten van het statutaire bestuur.

Wat mij betreft mag de regelgeving inzake trustkantoren compleet op de schop.

Meer informatie:

  • Handelingen 27 juni 2018 inzake het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018.
  • Dossier overheid.nl inzake het wetsvoorstel Regels met betrekking tot het verlenen van trustdiensten en het toezicht daarop (Wet toezicht trustkantoren 2018) (34910).

Dit artikel schreef ik voor de site van Compliance Platform Trustkantoren

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Trustkantoren | Tags: | Plaats een reactie

Bestuurder van limited (beherend vennoot) aansprakelijk voor fiscale schuld van een commanditaire vennootschap [2]

Eerder schreef ik hoe limited-verkopers in het verleden ingewikkelde structuren met een commanditaire vennootschap (CV) opzetten en hoe degenen achter die structuur proberen te ontkomen aan fiscale aansprakelijkheid.
In een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 3 juli jl. krijgen de indirecte bestuurder van zo’n limited-CV (hierna: ‘X’) en zijn advocaat er van langs.

“bij uitstek op de hoogte te zijn van de wet- en regelgeving”
Het hof overweegt dat het voor risico van X komt dat via zijn advocaat ten onrechte melding van betalingsonmacht is gedaan,

omdat de melding betalingsonmacht is gedaan door de gemachtigde van belanghebbende, die advocaat is en derhalve wordt geacht bij uitstek op de hoogte te zijn van de wet- en regelgeving

Dat kan de advocaat in zijn zak steken.

Verschuilen
Het Hof legt uit dat verschuilen achter een limited niet helpt:

4.1. In artikel 33, eerste lid, van de Iw is bepaald dat ieder van de bestuurders van een lichaam zonder rechtspersoonlijkheid hoofdelijk aansprakelijk is voor de rijksbelastingen verschuldigd door dat lichaam. Voor de toepassing van dit artikel wordt ingeval een bestuurder van een lichaam zelf een lichaam is, onder bestuurder mede verstaan ieder van de bestuurders van het laatstbedoelde lichaam (artikel 33, derde lid, van de Iw).
4.2. Op grond van het vierde lid van artikel 33 van de Iw is degene die op grond van het eerste lid aansprakelijk is, niet aansprakelijk voor zover hij bewijst dat het niet aan hem is te wijten dat de belasting niet is voldaan (disculpatiemogelijkheid).
4.3. De CV is aan te merken als een lichaam zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Iw. Dit betekent dat belanghebbende als bestuurder van de Limited op grond van artikel 33 van de Iw aansprakelijk kan worden gesteld voor de loonbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelastingschulden van de CV.

Vervolgens bespreekt het hof het verweer van X, die meent dat aan een melding van betalingsonmacht (niet rechtsgeldig gedaan) het vertrouwen kan worden ontleend dat hij in privé niet aansprakelijk zou worden gesteld. Dat gaat ‘m volgens het hof niet worden.

Het wordt er voor X niet beter op, nu hij via rekening-courant gelden van de CV had geleend, welke gelden hij vervolgens heeft geïnvesteerd in potentieel winstgevende activiteiten van bv’s waarin hij ook een belang had.

Verder betoogt X dat niet was te voorzien dat de activiteiten van de CV onder de Timesharerichtlijn zouden vallen. Pas nadat de Autoriteit Consument & Markt deze stelling innam, een dwangsom oplegde en de CV al door de eerdere invoering van de Wet van Dam met hogere kosten werd geconfronteerd, werd de bedrijfsvoering van de CV onmogelijk. Het hof maakt daar korte metten mee: dit zijn omstandigheden die in beginsel tot het normale bedrijfsrisico van de CV behoren. De CV heeft kennelijk een verkeerde juridische inschatting gemaakt omtrent de vraag of de activiteiten al dan niet onder de Timesharerichtlijn vielen. Deze omstandigheid disculpeert X niet.

Op basis van de feiten en omstandigheden tezamen en in hun onderlinge verband bezien, concludeert het hof dat X er niet in is geslaagd aan te tonen dat aan hem niet is te verwijten dat de CV haar belastingschulden heeft voldaan. De belastingdienst heeft X terecht aansprakelijk gesteld.

Geplaatst in Belastingrecht, Bestuurdersaansprakelijkheid, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Personenvennootschap, Rechtspersonenrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Wet van het Dubbele Werk | de makelaar en de Wwft

De door Europa bedachte antiwitwaswetgeving is in Nederland neergeslagen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

De Wwft is de Wet van het Dubbele Werk. Dat komt omdat iedere Wwft-plichtige die bij dezelfde cliënt betrokken is hetzelfde werk (een cliëntenonderzoek volgens de Wwft) moet doen.

Voorbeeld:
bv X maakt gebruik van een bank, een advocaat (*), een belastingadviseur en een administratiekantoor. Al deze onafhankelijke ondernemingen moeten hetzelfde Wwft-cliëntenonderzoek uitvoeren. Dat betekent veel dubbel werk.

(*) Voor zover de advocaat Wwft-plichtige diensten verricht. Bij de andere genoemden geldt de Wwft voor vrijwel alle activiteiten.

Nog erger is het bij makelaars. Het cliëntenonderzoek van makelaars omvat niet alleen zijn eigen cliënt, in de wet gedefinieerd als “degene met wie een zakelijke relatie wordt aangegaan of die een transactie laat uitvoeren“.
De Wwft bepaalt dat de makelaar ook cliëntenonderzoek moet uitvoeren naar de wederpartij bij de transactie, die door bemiddeling van die makelaar tot stand is gebracht en gesloten (overeenkomst inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen). Het speelt geen rol of die wederpartij zelf ook een makelaar heeft.

Dat betekent bij een overeenkomst tot verkoop van vastgoed, dat zowel de makelaar van verkoper, als de makelaar van de koper een cliëntenonderzoek moeten doen naar verkoper en koper.

Al dit moois is in de Wwft te vinden:

  • In artikel 1a lid 4, onderdeel h. wordt de makelaar als Wwft-plichtige genoemd.
  • In artikel 3 lid 13 Wwft is vermeld dat de makelaar ook wederpartijen moet onderzoeken.

Of deze extra verplichting voor makelaars effectief is, is mij niet bekend. Ik heb niet voorbij zien komen dat er onderzoek naar gedaan is.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Bewindvoerders tegen gemeente | beslissing ACM | Wet markt en overheid

Private bewindvoering is een wel bijzondere ondernemingsactiviteit in de juridisch-financiële dienstverlening.

In een bericht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) lees ik dat twee organisaties en een bewindvoerdersbedrijf hebben geklaagd bij de ACM omdat een gemeente zelf de dienst beschermingsbewind aanbiedt. De klagers meenden dat de gemeente daarmee handelde in strijd met de Wet markt en overheid (Wet M&O).

De ACM denkt daar anders over en legt eerst uit wat het doel van de wet is:

De Wet M&O heeft als doel zo gelijk mogelijke concurrentieverhoudingen tussen overheden en bedrijven te creëren. Hiervoor zijn gedragsregels opgenomen waaraan overheden zich moeten houden wanneer zij zelf of via hun overheidsbedrijven economische activiteiten uitvoeren. Dit zijn de verplichting om de integrale kosten door te berekenen (artikel 25i Mw), het verbod om een eigen overheidsbedrijf te bevoordelen (artikel 25j Mw), de verplichting functiescheiding te hanteren (artikel 25k Mw) en de verplichting om gegevens beschikbaar te stellen (artikel 25l Mw).
De Wet M&O is niet van toepassing op economische activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang (artikel 25h, vijfde lid Mw).

Vervolgens gaat de ACM in op het concrete geval en constateert dat de gemeente de activiteiten van Gemeentelijke Krediet Bank (GKB), voor zover deze zien op het bovenwettelijke deel budgetbeheer, beschermingsbewind en WNSP, heeft aangemerkt als activiteiten in het algemeen belang. Dit betekent, aldus de ACM, dat het aanbieden van de dienst beschermingsbewind is uitgezonderd van het toezicht van deze autoriteit.

Onderstaand het bericht van de ACM:

De ACM wijst handhavingsverzoek tegen de gemeente Groningen af
31-07-2018

Het Landelijk Overleg van Bewindvoerders, Curatoren en Mentoren, de Vereniging van Wettelijke Vertegenwoordigers en Bewindvoerderskantoor De Vier Punten VOF hebben bij de ACM een handhavingsverzoek ingediend. Volgens hen overtreedt de gemeente Groningen de Wet Markt en Overheid bij het aanbieden van de dienst beschermingsbewind. De gemeente heeft in 2014 een besluit genomen om deze dienst in het algemeen belang uit te voeren. Daardoor valt deze activiteit niet onder het toezicht van de ACM op basis van de Wet Markt en Overheid. De ACM wijst het handhavingsverzoek daarom af.

Wet Markt en Overheid
De overheid mag producten en diensten aanbieden op een markt. Zij moet zich daarbij wel aan de regels houden. Die regels zijn er om ondernemers te beschermen tegen oneerlijke concurrentie door de overheid. De ACM ziet toe op die regels.

Documenten
ACM wijst handhavingsverzoek af tegen gemeente groningen (PDF – 307.51 KB)

Geplaatst in Bestuursrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Tags: , , | Plaats een reactie

Ongevraagde e-mail van de overheid | consultatie Wet elektronische publicatie algemene bekendmakingen en mededelingen

Eerder kondigde ik de consultatie Wet elektronische publicatie algemene bekendmakingen en mededelingen hier aan.

Ongevraagde e-mail van de overheid
Inmiddels heb ik het consultatiedocument kunnen lezen, mijn interesse werd met name gewekt door het voorstel voor artikel 10aa Bekendmakingswet:

Artikel 10aa
1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan een ieder een elektronisch bericht zenden over de bekendmakingen en mededelingen en kennisgevingen in de in de artikelen 1 en 2 genoemde publicatiebladen die betrekking hebben op de omgeving van het adres van inschrijving in de Basisregistratie personen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld.
2. In aanvulling op het eerste lid kan een ieder verzoeken om een elektronisch bericht te ontvangen van bekendmakingen en mededelingen en kennisgevingen in de in de artikelen 1 en 2 genoemde publicatiebladen die betrekking hebben op een bepaalde locatie of een bepaald onderwerp.
3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels stellen over de wijze waarop om een elektronisch bericht kan worden verzocht, alsmede voor welke categorieën onderwerpen een dergelijk verzoek kan worden gedaan.

Uit de toelichting blijkt dat het gaat om ongevraagde e-mail van de overheid aan burgers, met als motivatie dat de huidige attenderingsservice niet goed zou werken.

Naar mijn mening is dit geen goed plan, daarom heb ik aan de consultatie mee gedaan, die aan het slot van dit bericht is te vinden, ook op de consultatiesite is te raadplegen en hier als pdf is te downloaden.

VNG: “sluit analoge media niet af”
Inmiddels zijn er ook andere reacties op het voorstel binnen, onder meer van de VNG. Over hun commentaar staat in Binnenlands Bestuur een bericht “VNG waarschuwt Knops: sluit analoge media niet af“. VNG eindigt in het commentaar met:

Samenvattend vragen wij u het volgende:
1. Niet via dit wetsvoorstel (impliciet) aan te sturen op het afsluiten van analoge mediakanalen om burgers te bereiken met publicaties. Om alle burgers te bereiken is een multikanaal benadering onontbeerlijk.
2. Bij de schets van de uitvoeringskosten van het wetsvoorstel het vervallen van de kosten van publicaties in huis-aan-huisbladen niet als uitgangspunt te nemen en de berekening van de kosten van het consolideren van beleidsregels te actualiseren.
3. De gemeenten zo nodig te compenseren voor de opnieuw berekende meerkosten.
4. De implementatie van het wetsvoorstel met middelen te ondersteunen, met name de opstelling van een stappenplan en handreiking voor het elektronisch terinzage leggen van documenten, maar ook op deelonderwerpen waaronder de omgang met persoonsgegevens bescherming en intellectueel eigendom en het toegankelijk en uniform omgaan met het plaatsen van bestanden op internet.
5. De implementatietermijn van het wetsvoorstel aan de hand van de handreiking te bepalen.
6. De start van de juridische termijn te koppelen aan één duidelijke variabele, bijvoorbeeld de publicatie.
7. Tot slot vragen wij om een goede afstemming met de Omgevingswet, in welk kader ook bekendmakingen aan de orde zijn.

De kritiek van VNG wordt besproken in Kritiek op schrappen bekendmakingen huis-aan-huisbladen, 10 augustus 2018


Mijn consultatiereactie op artikel 10aa

Betreft: internetconsultatie inzake het ontwerp voor de Wet elektronische publicatie algemene bekendmakingen en mededelingen

Graag wil ik gebruik maken van de mogelijkheid om te reageren op het ontwerp Wet elektronische publicatie algemene bekendmakingen en mededelingen.

Mijn reactie betreft het voorstel voor artikel 10aa Bekendmakingswet.

ARTIKEL I, ONDERDEEL O, ARTIKEL 10AA
In het voorstel is in artikel I, onderdeel O een nieuw artikel in de Bekendmakingswet opgenomen, dat als volgt luidt:

Artikel 10aa
1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan een ieder een elektronisch bericht zenden over de bekendmakingen en mededelingen en kennisgevingen in de in de artikelen 1 en 2 genoemde publicatiebladen die betrekking hebben op de omgeving van het adres van inschrijving in de Basisregistratie personen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld.
2. In aanvulling op het eerste lid kan een ieder verzoeken om een elektronisch bericht te ontvangen van bekendmakingen en mededelingen en kennisgevingen in de in de artikelen 1 en 2 genoemde publicatiebladen die betrekking hebben op een bepaalde locatie of een bepaald onderwerp.
3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels stellen over de wijze waarop om een elektronisch bericht kan worden verzocht, alsmede voor welke categorieën onderwerpen een dergelijk verzoek kan worden gedaan.

Uit de toelichting leid ik af dat het hier gaat om het ongevraagd toezenden van elektronische berichten over de omgeving van een privé adres van een particulier, waarbij volgens het voorstel gebruik wordt gemaakt van e-mail.

Graag verzoek ik u van dit plan af te zien, om de volgende redenen:

[1] E-mail is een onveilig en achterhaald communicatiemiddel. Het is gewenst dat uw ministerie zich inzet voor een veilig alternatief.
[2] De rijksoverheid maakt via dit onveilige communicatiemiddel de woonomgeving van de geadresseerde bekend.
[3] Het is ongewenst dat het e-mail adres in het BRP wordt opgenomen, zeker als dit een e-mail adres betreft bij een provider die niet in de Europese Unie is gevestigd.
[4] De huidige attenderingsservices en communicatieomgevingen overheid-burger lenen zich voor verbetering.

TOELICHTING

AD [1] E-MAIL IS ONVEILIG EN DIENT VERVANGEN TE WORDEN
Het zal bij de rijksoverheid bekend zijn dat e-mail een uitermate onveilige communicatievorm is, ongeschikt voor vertrouwelijke communicatie. Niet voor niets schrijft de NOvA, geadviseerd door FOX-IT:

Wij moeten zo spoedig mogelijk van e-mail af.

Bovendien maken veel mensen gebruik van mailboxen van ‘gratis’ providers (zoals Google) die hun mailservers buiten Europa hebben staan en waarvan de vraag is of zij de gewenste databeschermings- en cybersecuritystandaarden naleven.

Het is dringend nodig dat op Nederlands of Europees niveau een beveiligd e-mail of messaging systeem wordt opgezet, waarmee burgers met elkaar en met de overheid kunnen communiceren. Ik roep uw ministerie op zich daar voor in te zetten.

Het via de Bekendmakingswet regelen dat burgers ongevraagd berichten via e-mail ontvangen is ongewenst, omdat daarmee het onveilige e-mail systeem worden bevorderd en het een ontwikkeling naar veilige communicatie hindert. De overheid dient het goede voorbeeld te geven, door onveilige communicatie niet te faciliteren.

AD [2] DE RIJKSOVERHEID MAAKT VIA DEZE WEG PERSOONSGEGEVENS OPENBAAR
Al zijn de mededelingen van de rijksoverheid waarschijnlijk van algemene aard, via die mededelingen wordt wel openbaar gemaakt waar de geadresseerde woont (niet het exacte adres maar wel de globale locatie).

Dat is ongewenst, niet proportioneel en niet nodig en daarmee ook in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Het is altijd mogelijk om de burgers per post te informeren en bovendien biedt de rijksoverheid de gratis attenderingsservice aan, die ook in de ontwerp-toelichting wordt genoemd, zie ook hierna onder [4].

AD [3] HET IS ONGEWENST DAT HET E-MAIL ADRES IN DE BRP WORDT OPGENOMEN
Een e-mail adres hoort niet in de Basisregistratie Personen thuis, allereerst niet omdat onveilige communicatiemiddelen niet behoren te worden geregistreerd in het BRP. Voorts hoort bij het registreren van variabele persoonsgegevens, zoals e-mail adressen en telefoonnummers, dat deze op een veilige en gebruiksvriendelijke manier kunnen worden aangepast.

In het licht van de automatiseringsproblemen rondom het BRP en het feit dat de huidige systemen met onder andere DigiD, eID en MijnOverheid onvolkomen zijn, is het onverstandig deze nieuwe mogelijkheid te creëren.

AD [4] DE HUIDIGE ATTENDERINGSSERVICES LENEN ZICH VOOR VERBETERING
De rijksoverheid biedt een gratis attenderingsservice aan, die ook in de ontwerp-toelichting wordt genoemd. In de toelichting staat:

De noodzaak om zelf op overheid.nl een interesseprofiel in te vullen blijkt voor een substantieel deel van de geïnteresseerden een belangrijke drempel te vormen.

Mij is de service bekend en ik wijs er op dat de functionaliteit voor verbetering vatbaar is. Zo worden de signaleringsrubrieken onvoldoende toegelicht, alles is gebaseerd op ambtelijke begrippen. Het kan veel inzichtelijker worden gemaakt dan nu het geval is.
Het lijkt me een goede zaak als de attenderingsservice beter bekend wordt gemaakt en de functionaliteit en bediening sterk worden verbeterd.

Voorts merk ik op dat het huidige systeem met DigiD, MijnOverheid en berichtenbox uitermate rommelig en onoverzichtelijk is. Wat mij betreft dient hier ook een flinke herziening en opschoning plaats te vinden.

TOT SLOT
Hierbij verzoek ik u er van af te zien artikel 10aa in de Bekendmakingswet op te nemen. Voorts verzoek ik u te bevorderen dat er een veiliger alternatief voor e-mail tot stand wordt gebracht.


Aanvulling 1 november 2018
Op 30 oktober jl. stond op de site digitaleoverheid.nl het bericht “Meerderheid van burgers staat positief t.a.v. het centraal registreren van contactgegevens“. Zie mijn bericht hier over van november 2018.

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

De administratie van een rechtspersoon behoort toe aan die rechtspersoon

In discussies over aansprakelijkheid van statutair bestuurders wordt soms verondersteld dat een voormalige bestuurder over die administratie behoort te beschikken. Dat is een misvatting, zoals recent door de Hoge Raad is bevestigd.

De Raad overwoog dat de administratie van een rechtspersoon aan die rechtspersoon toe behoort en constateert dat het bestuur dienaangaande belangrijke verplichtingen heeft. Dat bestuur is verplicht de administratie voor de rechtspersoon te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.
Na een aandelenoverdracht of een bestuurswisseling behoren de tot de administratie behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te blijven berusten bij de rechtspersoon, aldus de Hoge Raad. Er gelden geen formele vereisten voor de terhandstelling van die administratie aan een opvolgend bestuur (zoals een notariële akte).

Dit betekent dat een voormalig bestuurder, voormalig aandeelhouder, voormalig indirect bestuurder of voormalig beleidsbepaler in beginsel niet meer kan beschikken over of zelfs toegang kan verkrijgen tot de administratie van een rechtspersoon.

Daarmee gaat de Hoge Raad in tegen het gerechtshof, dat een dwaalweg had ingeslagen, door te veronderstellen dat – nu de voormalige bestuurder niet beschikte over een notariële akte waarin de overdracht van de administratie is vastgelegd – de administratie niet aan de koper van de aandelen zou zijn overgedragen. Voorts had het hof niet vastgesteld dat de voormalig bestuurder de administratie van de rechtspersoon bij de overdracht van de aandelen had behouden of achtergehouden of van die administratie kopieën had gemaakt en had behouden.

Meer informatie:
uitspraak van de Hoge Raad van 24 november 2017

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Rechtspersonenrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Wanneer stoppen banken met Facebook

Er zijn Nederlandse banken die via Facebook met hun klanten communiceren. Met één van hen heb ik wel eens privé correspondentie gehad over de mogelijkheid om een klacht in te dienen.
Op mijn vraag waarom zij de grootste privacyschender van de aardbol voor communicatie gebruiken, kreeg ik een schaapachtig nietszeggend antwoord.

Er zijn banken die via Facebook adverteren. Mogelijk verschaffen ze ook persoonsgegevens van klanten aan het asociale medium, hoewel dat niet uit het Consumentenbond artikel van november 2017 blijkt, waarin werd onthuld dat een groot aantal consumentenbedrijven illegaal persoonsgegevens verschaften.

Afscheid van Facebook
Gelukkig zijn er banken die afscheid nemen van Facebook, zo lees ik bij Reuters. Zou dit goede voorbeeld gevolgd worden? Want het is ongewenst dat banken, gezien alle vertrouwelijke persoonsgegevens die ze bezitten, zaken doen met deze datahandelaar.

of “Uw volgende bank: Facebook”
Voorlopig ziet het er niet naar uit dat banken stoppen met het bedrijf. Uit recente berichten, onder meer van WSJ, blijkt dat banken hun persoonsgegevens graag met de datahandelaar willen gaan delen, lees daarover de mooie column van Karin Spaink.
Facebook en andere datahandelaren lopen zich al warm voor PSD2, waar de “rekeninginformatiedienst” een uitgelezen gelegenheid biedt om meer persoonsgegevens te oogsten (al zullen betrokken bedrijven vroom zeggen dat zij de privacy van hun klanten respecteren).

 

 

 

Lees ook Nemitz:

 

Meer informatie:

  • Artikel Reuters over een bank die afscheid neemt van Facebook, 7 augustus 2018.
  • Uw volgende bank: Facebook, Karin Spaink 8 augustus 2018.
  • Facebook to Banks: Give Us Your Data, We’ll Give You Our Users, Emily Glazer, Deepa Seetharaman and AnnaMaria Andriotis, WSJ 6 augustus 2018
  • Beleggers blij met bankplannen Facebook, FD augustus 2018, met onder meer: “Bankgegevens zijn een goudmijn voor internetbedrijven als Facebook, Amazon, Google, Alibaba en Tencent, zegt Jeroen van Oerle, portfoliomanager van het Global Fintech Equities fonds van Robeco.
  • De vrienden van de datahandelaren lopen zich al warm om toegang tot de bankgegevens te verkrijgen, via het mededingingsrecht , lees bijvoorbeeld dit artikel, juli 2018.
  • ABN Amro biedt op een pagina over klachten telefonisch contact aan óf het indienen van een klacht via social media, waarbij de bezoeker op de pagina “ABN AMRO op social media” terecht komt, waarmee de bank de indruk wekt dat via die weg ‘vertrouwelijk’ klachten kunnen worden ingediend. Bizar. [Status 9 augustus 2018.] NB Ik heb niet alle banken onderzocht.
  • Consumentenbond bericht van 3 november 2017 over onrechtmatig delen van persoonsgegevens met Facebook door bekende Nederlandse bedrijven: ANWB, Bankgiroloterij, De Bijenkorf, Essent, Heerlijk.nl, HelloFresh, Hotels.nl, FBTO, KLM, KPN/Telfort, Nuon, Persgroep, Postcodeloterij, Transavia, Oxfam Novib, Vakantieveilingen en de Vriendenloterij. Een aantal er van zeggen met de praktijken te zijn gestopt.
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Zombies

Een Nederlandse hardwareverkoper roept sollicitanten op om ‘Glimlachbezorger’ te worden. Dat herinnert me aan de ‘Happy Engineers’ van dit blogging platform, enige tijd geleden. Dat zelfde platform viel de gebruikers lastig met ‘Beep beep boop’ (de discussie met klachten van gebruikers staat er nog steeds, dat is sportief).

 

Het doet denken aan de ‘sappigheid’ van Pulse waar ik in 2014 over schreef.

Zou het een teken zijn dat de IT een somber makende industrie is, waar alleen zombies werken, die moeten worden opgewekt door ze Glimlachbezorger te noemen? Ik hoop het niet.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie