Nieuws onder de zon op het gebied van schurkenstaten | AML Package

Volgens de brief van 13 februari jl. over het AML Package is er op het gebied van hoog risicolanden (schurkenstaten) weinig nieuws onder de zon. Volgens de minister van Financiën waren er wel wijzigingsvoorstellen maar hebben die het niet gehaald:

Derde hoog-risicolanden
De bepalingen in de AMLR over de identificatie van derde landen met significante strategische tekortkomingen in hun nationale AML/CFT-regimes of tekortkomingen in de naleving van hun nationale AML/CFT-regimes of die een bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de EU, sluiten grotendeels aan bij de oorspronkelijke voorstellen van de Europese Commissie. Het kabinet heeft in het BNC-fiche aangeven het belangrijk te vinden dat lidstaten nauwer betrokken zijn bij de totstandkoming van de lijsten. Dit is uiteindelijk in het Raadsakkoord opgenomen, maar niet in het uiteindelijke akkoord. De gewenste expliciete referentie naar de lijsten van de FATF is slechts impliciet overgenomen. Per saldo is de voornaamste wijziging ten opzichte van de huidige richtlijn dat er een onderscheid komt tussen derde landen met significante strategische tekortkomingen in hun nationale AML/CFT-regimes en derde landen met tekortkomingen in de naleving van hun nationale AML/CFT-regimes. Het verdere proces verandert slechts marginaal ten opzichte van de huidige situatie. Uiteindelijk zijn de meeste voorstellen van de Raad en van het EP niet overgenomen.

Nieuwe categorie schurkenstaten: derde landen die financiële geheimhouding mogelijk maken
De minister vergeet te melden dat er een nieuwe categorie schurkenstaten bij is gekomen, daar schreef ik in mijn AMLR artikel over. De nieuwe categorie hoog risico landen wordt in bijlage III bij AMLR aangeduid als ‘third countries enabling financial secrecy‘. De definitie luidt:

(ea) third countries identified by credible sources or pursuant to acknowledged processes as enabling financial secrecy by:

(i) Posing barriers to the cooperation and exchange of information with other jurisdictions;
(ii) Having strict corporate or banking secrecy laws which prevent institutions and their employees from providing customer information to competent authorities, including through fines and sanctions;
(iii) Having weak controls for the incorporation of legal entities or setting up of legal arrangements; or
(iv) Not requiring beneficial ownership information to be recorded or held in a central database or register.

Zoals in alle AMLR-teksten is de vraag wat onder “identified by credible sources or pursuant to acknowledged processes” wordt verstaan. Vallen amateuristische clubjes als Transparency International en Tax Justice Network daar onder? Of de vaststelling door ondemocratische internationale clubs zoals FATF?
Ook de uitleg van de andere criteria zal problemen gaan opleveren. Bijvoorbeeld het criterium inzake de strenge regelgeving die het verschaffen van klanteninformatie aan de overheden belemmert.
Ik ben benieuwd of Zwitserland en Monaco in deze categorie vallen. Niet iedereen die een bankrekening in Zwitserland heeft is een crimineel, hoewel er banken zijn die dat denken. Overigens vind ik het niet erg als die Angelsaksische eilandjes zoals Bermuda hun rol gaan verliezen.

Europa weigert de burger te informeren
Ik blijf het jammer vinden dat Europa niet bereid is een volwassen informatiesysteem (database met informatie e.d.) over schurkenstaten in te richten (ik schreef daar over, onder meer dit en dit).

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Wordt de soep niet zo heet gegeten? Antwoorden op kamervragen en geruststelling door platforms | NRC: “Vanaf nu weet de Belastingdienst ook wat de fanatieke Marktplaatser verdient”

Vorige maand besteedde ik op dit blog aandacht aan platformrenseignering, naar aanleiding van het NRC-artikel “Vanaf nu weet de Belastingdienst ook wat de fanatieke Marktplaatser verdient”.

Ik meldde toen dat er kamervragen zijn gesteld. Deze zijn nu beantwoord [1].

Hergebruik van tweede hands spullen
Er werd gevraagd of de renseigneringsplicht een barrière vormt voor het hergebruik van tweede hands spullen:

Bent u het met ons eens dat het belangrijk is dat dat de overheid barrières voor tweedehands spullen niet onnodig hoog moet maken om de circulaire economie te stimuleren?
Herkent u de zorgen dat veel verkopers van tweedehandsspullen die jaarlijks meer dan dertig items of voor meer dan 2.000 euro verkopen via websites zoals Vinted, Marktplaats of Bol komen straks in beeld komen bij de fiscus en bang zijn dat ze extra belastingen moeten betalen?

Het antwoord:

Ik onderschrijf dat, zoals Marktplaats in het NOS-artikel opmerkt, de overheid barrières voor tweedehands spullen niet onnodig hoog moet maken om de circulaire economie te stimuleren. Verkopers van goederen die incidenteel actief zijn op platforms als Vinted, Marktplaats of Bol zijn onder de Europese richtlijn DAC 7 (hierna: de richtlijn) daarom uitgezonderd. 4 Dat betekent dat platforms van hen niet de in de richtlijn vermelde persoonsgegevens hoeven te verzamelen. Van een incidentele (uitgesloten) verkoper is sprake als de verkoper in een kalenderjaar minder dan 30 transacties heeft verricht en hij niet meer dan € 2.000 met de in dat jaar verrichte transacties heeft verdiend (hierna: de drempel). 5 Concreet betekent dit dat platforms een rapportageverplichting hebben, indien een verkoper 30 (of meer) verkooptransacties verricht of een bedrag van € 2.000 (of meer) per jaar ontvangt. De Nederlandse regering heeft met de drempel ingestemd omdat zij vindt dat daarmee een goede balans wordt bereikt tussen de primaire doelstelling van de richtlijn enerzijds, te weten het bevorderen van de juiste belastingheffing door de lidstaten, en het uitvoerbaar houden van de richtlijn voor zowel platforms, verkopers als de belastingdiensten van de lidstaten anderzijds. Ik verwijs hierbij ook naar de parlementaire behandeling van het implementatiewetsvoorstel. Van belang is op te merken dat de richtlijn geen nieuwe fiscale verplichtingen voor verkopers in het leven roept. De richtlijn staat op zichzelf los van beantwoording van de vraag of een verkoper naar nationaal belastingrecht ondernemer is. De richtlijn brengt evenmin nieuwe verplichtingen met zich mee voor de omzetbelasting. De richtlijn heeft dus niet tot gevolg dat een verkoper meer belasting moet betalen. De informatie die de inspecteur op grond van de richtlijn ontvangt vormt voor de inspecteur informatie aan de hand waarvan hij de juistheid en volledigheid van de door de verkoper ingediende aangiften beter kan controleren. Dit bevordert een juiste belastingheffing en daarmee de belastingmoraal. Dat is ook de doelstelling van de richtlijn.

4 Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen.
5 Bijlage V, Deel I, onderdeel B, onderdeel 4, onder d, van de richtlijn.

Het antwoord is niet duidelijk, want eerst staat er dat het gaat om: “de verkoper in een kalenderjaar minder dan 30 transacties heeft verricht en hij niet meer dan € 2.000 met de in dat jaar verrichte transacties heeft verdiend“, wat aangeeft dat aan beide eisen moet worden voldaan.

Daarna staat er “Concreet betekent dit dat platforms een rapportageverplichting hebben, indien een verkoper 30 (of meer) verkooptransacties verricht of een bedrag van € 2.000 (of meer) per jaar ontvangt“.

Zo te zien is het ‘of’, dus er wordt aan één van de twee criteria voldaan. Iemand die voor de hele familie en buurt tweede hands spullen op Marktplaats zet, ook al wordt er geen sou mee verdiend, moet dus aan de Belastingdienst worden gerapporteerd.

Geen belaste inkomsten
Hoewel veel mensen onder beide drempels zullen blijven, kan het nog steeds voorkomen dat iemand dertig of meer transacties verricht of 2000 euro of meer ontvangt, zonder geld te verdienen of een onderneming te hebben.
Winst uit onderneming of belaste inkomsten uit nevenactiviteiten zijn er pas als de opbrengst hoger is dan de kosten. Hoewel er vragen over zijn gesteld, geven de antwoorden geen duidelijkheid over de vraag op welke manier wordt vastgesteld dat iemand winst uit onderneming of neveninkomsten heeft [2]. Dit is van belang omdat mensen die meer dan 2000 euro hebben ontvangen of meer dan dertig transacties hebben gedaan vragen van de fiscus zullen krijgen en moeten gaan bewijzen dat zij geen winst hebben gemaakt en geen ondernemer zijn.

Te lage drempel?
Er is gevraagd of de drempel niet te laag is. Het antwoord daarop [3]:

De drempel staat op zichzelf los van beantwoording van de vraag of een verkoper een bron van inkomen heeft en bijvoorbeeld kwalificeert als een ondernemer. De drempel betekent dat platforms de in de richtlijn vermelde persoonsgegevens dienen te verzamelen.

Het geeft aan dat iedereen die boven de drempel komt persoonsgegevens zal moeten verstrekken aan het platform (wat betekent dat je het platform daarmee moet kunnen vertrouwen) en dat je vragen van de fiscus kunt krijgen, ook al heb je geen belaste inkomsten gehad. Dat is vervelend.

Vervolg van het antwoord:

De vraag of iemand een ondernemer is moet namelijk worden beantwoord aan de hand van de criteria die de nationale belastingwet stelt. In Nederland gaat het dan om de vraag of er sprake is van een bron van inkomen voor de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) en vervolgens om het ondernemersbegrip in de zin van artikel 3.4 Wet IB 2001 en artikel 7 Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968). Er kan dus niet worden gezegd dat wanneer een verkoper onder de drempel valt, hij wel of geen ondernemer is in de zin van de genoemde wetten.
Het uitzonderen van het verzamelen en aanleveren van gegevens items doet afbreuk aan de effectiviteit van de richtlijn. Inkomsten die met de verkoop van dergelijke items worden gegenereerd vormen immers mogelijk belastbare inkomsten voor de Wet IB 2001 of de Wet OB 1968. Het uitzonderen daarvan heeft tot gevolg dat de inspecteur over gebrekkige contra-informatie beschikt bij het beoordelen van door de verkoper ingediende aangiften, wat er vervolgens toe kan leiden dat te weinig belasting wordt geheven. Daarom ligt het niet voor de hand om dit in Europees verband verder te verkennen.

In een artikel bij VPRO tegenlicht [4] wordt gemeld dat de platformrenseignering vooral de kleinverdieners raakt, terwijl de grootverdieners buiten schot blijven. Ik las in kamerstukken dat onbekend is wat de platformrenseignering oplevert, zodat de kans aanwezig is dat met een bureaucratisch kanon op een mug wordt geschoten.

Cybersecurity aspecten
Er waren ook vragen over de cybersecurity-aspecten:

Deelt u de angst dat, wanneer voldaan moet worden aan DAC7, naast de inkomsten, ook veel gevoelige persoonsgegevens zoals het Burgerservicenummer van miljoenen gebruikers verzameld zullen worden?
Deelt u tevens de angst dat als gevoelige persoonsgegevens in verkeerde handen vallen, ze kunnen worden gebruikt voor onder meer identiteitsfraude of online afpersing? Zo ja, wat gaat de regering daartegen doen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u uitgebreid reflecteren op de geuite zorgen uit het bericht van NRC dat PWC vraagtekens zet bij de grote hoeveelheid persoonsgevoelige informatie, met betrekking tot de opslag, beveiliging en overdracht van gegevens, die de bedrijven voor de Belastingdienst moeten verzamelen?
Kunt u uitgebreid reflecteren op het feit dat een jurist van stichting Privacy First in het NRC-artikel zorgen uit over de beveiliging van de gegevens en de capaciteit voor de handhaving van de regels?
Hoe verhoudt dit zich tot de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren van het kabinet, waarin gesteld wordt dat het «belangrijk [is] paal en perk te stellen aan publieke en private partijen die allerlei persoonlijke data verzamelen, verhandelen en soms kwijtraken»? 12

12 Bijlage Kamerstuk 26 643, nr. 1112

Het antwoord luidt dat er in theorie waarborgen zijn, onder meer de AVG:

De richtlijn is voor alle betrokken partijen – verkopers, platforms en de Belastingdienst – nieuw. Ik heb er alle begrip voor dat de toepassing daarvan, zoals het verzamelen van persoonsgegevens zoals het burgerservicenummer (bsn), vragen oproept. De richtlijn is de uitkomst van intensief overleg en onderhandelingen tussen de lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Daarbij is onderkend dat het door platforms verzamelen van dergelijke gegevens ingrijpend kan zijn, maar dat dit voor het realiseren van de doelstelling van de richtlijn, namelijk de juiste belastingheffing door lidstaten, noodzakelijk is omdat de belastingdiensten van de lidstaten onvoldoende zicht hadden op belastbare inkomsten die in de platformeconomie worden gegenereerd. Zonder bsn kan de inspecteur de door de platforms aangeleverde informatie over verkopers niet koppelen aan belastingplichtigen en dus niet de doelstelling van de richtlijn verwezenlijken. De European Data Protection Board – de Europese tegenhanger van de nationale Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) – over de richtlijn positief geadviseerd13 . De nationale AP heeft een blanco advies uitgebracht. Dat neemt niet weg dat zowel de platforms als de Belastingdienst op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) voor een goede beveiliging van persoonsgegevens moeten zorgen om het risico van bijvoorbeeld identiteitsfraude zoveel als mogelijk te verkleinen. Dit vraagt inderdaad de nodige inspanningen van hen. Ik verwijs ook naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel waarmee de richtlijn is geïmplementeerd. Daarin is uitgebreid ingegaan op gegevensbescherming en de administratieve lastendruk 14 . Meer persoonsgegevens dan noodzakelijk voor het realiseren van voormelde doelstelling worden niet verzameld, zodat in die zin geen spanning ontstaat met de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren.

13 Zie overweging 35 van de preambule bij de richtlijn.
14 Kamerstuk 36 063, nr. 3, par. 3 en 4 (p. 16 e.v.).

Het grote probleem is echter dat de Autoriteit Persoonsgegevens onvoldoende capaciteit heeft om toezicht te houden op riskante verwerkingen zoals deze en evenmin capaciteit om handhavend op te treden.

Database

In de tweede serie vragen wordt onder meer gevraagd of de transactiegegevens in een centrale database zal worden opgeslagen en of ook wordt bijgehouden wat er via verschillende platforms wordt verkocht. Dat blijkt niet het geval te zijn.
Bij de renseigneringsplicht voor betaaldienstverleners is dat anders, daar worden de gegevens geüpload naar een centrale Europese database met de naam Cesop (blog).

 

Dan maar geen platform?

De praktische oplossing voor mensen die tweede hands spullen verkopen en geen winst maken, is om bij een platform onder de drempel te blijven.

Als je wel boven de drempel uitkomt, ook al ben je van mening dat je geen belaste inkomsten hebt, zul je toch allerlei persoonsgegevens aan dat platform moeten verschaffen. Dat kan je alleen doen als je het platform vertrouwt op het gebied van cybersecurity en AVG-naleving. Verder moet je zorgen dat je – als er vragen van de fiscus komen – kunt aantonen dat je geen belastbare inkomsten hebt genoten. Dat betekent het bewaren van bewijsstukken, bijvoorbeeld over de gemaakte kosten en het niet zijn van ondernemer. Houdt er rekening mee dat je voldoende kennis van belastingrecht moet hebben om de fiscale vragen goed te kunnen beantwoorden.

 

Noten:

[1] De eerste serie antwoorden, op vragen van Idsinga c.s., zijn via deze pagina te vinden. De tweede serie antwoorden, op vragen van Vermeer, zijn hier te vinden.
[2] In de eerste serie antwoorden is het antwoord op vraag 4 die daar over gaat  zeer vaag, met teksten als:

Aangezien de vraag of sprake is van een bron van inkomen, zoals winst uit onderneming, loon uit dienstbetrekking of resultaat uit overige werkzaamheden afhankelijk is van specifieke feiten en omstandigheden. Het is niet mogelijk om in het algemeen aan te geven of hier in een individueel geval sprake is van een bron van inkomen. Als de kosten naar verwachting structureel hoger zijn dan de vergoeding dan is er geen sprake van een bron van inkomen.

Hetzelfde geldt voor het antwoord op vraag 9, met onder meer:

Of inkomstenbelasting moet worden betaald over de verkopen is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Als de activiteiten alleen hobbymatig of in de privésfeer plaatsvinden, en er zijn redelijkerwijs geen voordelen te verwachten, is er geen sprake van een bron van inkomen, zoals winst uit onderneming.

Zie ook het antwoord op vragen 10, 11, 14, 15 en 16. Zie ook het antwoord op vragen 4 tot en met 10 en 12 en 13 in de tweede serie antwoorden.
[3] Dit onderwerp komt in beide series antwoorden aan de orde.
[4] Het artikel de fiscus heeft het op de Marktplaats-verkoper gemunt, waarom?, met in de intro onder meer:

Wat leveren zulke regels de Nederlandse economie eigenlijk op? Weinig, aldus Franse economen Thomas Piketty en Gabriel Zucman

 

Meer informatie:

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Privacy First over de Europese database met transactiegegevens van Europese burgers | CESOP

Op de site van Privacy First verscheen een artikel over hoe de Europese overheid financiële persoonsgegevens van Europeanen verzamelt in een de Europese database met de naam ‘CESOP’. Het is deel 2 van de serie ‘Uw bankrekening: de sluiproute naar uw privéleven‘.

De tekst van het artikel:

Uw bankrekening: de sluiproute naar uw privéleven (deel 2)

CESOP: opsporing van btw-fraude via uw bankrekening

28 februari, 2024 | Financieel

Heeft u een bankrekening (en wie kan zonder bankrekening?) dan hebben veel overheidsdiensten, in meer of mindere mate, toegang tot uw privégegevens. Hoe werkt dat?
In een reeks korte artikelen maakt Privacy First inzichtelijk bij welke gegevens instanties nu al kunnen en wat er nog meer op stapel staat. Deel 2 van deze reeks gaat over CESOP: een database om btw-fraude via uw betaalgegevens op te sporen.

Wat is CESOP?
Als rekeninghouder kunt u terecht komen in een database van de EU, die bekend staat onder de naam CESOP: het ‘Central Electronic System of Payment information’. Dit CESOP is een centrale Europese database, die het overheidsdiensten in Europa gemakkelijker moet maken om btw-fraude op te sporen via informatie-uitwisseling tussen belastingdiensten en banken.

Sinds dit jaar moeten alle banken en andere betaaldienstverleners in Europa informatie over hun rekeninghouders aan de fiscale autoriteiten doorgeven, als die rekeninghouders meer dan 25 internationale betalingen per kwartaal ontvangen. De banken geven deze informatie door aan de belastingdienst van het land waar de ontvanger van de betaling gevestigd of woonachtig is. De nationale belastingdienst geeft de ontvangen gegevens weer door aan CESOP, zodat fraude-experts die data kunnen gebruiken en vergelijken met andere gegevens voor het bestrijden van btw-fraude. De gegevens kunnen ook gebruikt worden voor onderzoek naar andere heffingen en belastingen. De regels gelden voor alle Europese banken en betaaldienstverleners, zodat CESOP een omvangrijke database is met de gegevens van miljarden betalingen.

Wat heeft CESOP met mijn bankgegevens te maken?
CESOP lijkt niet direct relevant voor rekeninghouders die minder dan 25 internationale betalingen per kwartaal ontvangen. Toch is het onvermijdelijk dat CESOP uiteindelijk heel veel rekeninghouders raakt. Hoe zit dit?

De regels bepalen dat een betaling ‘grensoverschrijdend’ is als degene aan wie betaald wordt, woonachtig of gevestigd is in het buitenland. Het gevolg is bijvoorbeeld dat iedere rekeninghouder die weleens een product koopt bij de webwinkel van een buitenlands bedrijf van enige omvang – óók als dat bedrijf gebruik maakt van een Nederlands bankrekeningnummer – binnen de reikwijdte van CESOP komt. Zo wordt iedere rekeninghouder in Nederland die iets koopt bij Alibaba of Amazon geraakt door CESOP. Hetzelfde geldt voor iedere rekeninghouder in Nederland, die een kopje koffie afrekent op het station in Antwerpen of Brussel. Alibaba, Amazon of de koffiekiosken in Antwerpen en Brussel hebben immers gemeen, dat zij meer dan 25 betalingen per kwartaal van rekeninghouders uit het buitenland zullen ontvangen.

Welke informatie wordt aan CESOP doorgegeven?
De informatie die banken over betalers aan de belastingdienst moeten doorgegeven, is momenteel beperkt. Van de betaler wordt alleen de locatie doorgegeven. Over de begunstigden moeten banken veel meer informatie doorgeven. Het gaat o.a. om de naam, het adres en het IBAN.[1] De regels maken geen onderscheid tussen betalingen aan bedrijven, non-profit organisaties of particulieren. Ook particulieren die meer dan 25 internationale betalingen per kwartaal ontvangen uit het buitenland, worden dus in CESOP geregistreerd met hun naam en adresgegevens. De gedachte hierachter is dat iemand die meer dan 25 internationale betalingen per kwartaal ontvangt, een commerciële activiteit ontplooit zodat btw verschuldigd is.

Wordt de toegang tot CESOP gecontroleerd?
Volgens opgave van de Europese Commissie zijn er momenteel 40 fiscale autoriteiten bij CESOP aangesloten.[2] De nationale autoriteiten wijzen ambtenaren aan die toegang hebben tot CESOP en de relevante ambtenaren blijven werkzaam bij hun eigen nationale belastingdienst. De controle of medewerkers rechtmatig toegang krijgen tot de database en die data rechtmatig gebruiken, blijft de verantwoordelijkheid van de relevante belastingdienst.[3] Wellicht aardig in dit kader om te weten, dat volgens recente opgave van de staatssecretaris van Financiën 72% van de bedrijfsprocessen van de Nederlandse Belastingdienst nog niet getoetst is aan de AVG.[4]

Standpunt Privacy First
Privacy First heeft zorgen over CESOP en de informatiestroom die over rekeninghouders richting de Belastingdienst en CESOP plaatsvindt. De overheid is met CESOP op zoek naar buitenlandse leveranciers van goederen en diensten, die ten onrechte geen btw afdragen en dus btw-fraude plegen. Voor dit doel moeten echter gegevens over nagenoeg alle grensoverschrijdende betalingen worden gerapporteerd. Dat betreft ook informatie over betalingen waarbij de leverancier niet fraudeert en betalingen waarbij geen btw-verplichting geldt, zoals betalingen tussen particulieren of giften aan goede doelen. Privacy First vindt dat met CESOP een buitenproportioneel systeem is opgetuigd.

Behalve over de opzet van CESOP, maakt Privacy First zich ook zorgen over de function creep die in dit systeem is ingebouwd. CESOP heeft tot doel btw-fraude op te sporen, maar de regels bepalen dat de gegevens uit CESOP óók gebruikt kunnen worden voor onderzoek naar andere heffingen en belastingen.[5] De bewoording ‘andere heffingen en belastingen’ is zo vaag dat het niet ondenkbeeldig is, dat CESOP in de loop der tijd ingezet gaat worden voor allerlei andere doeleinden dan de opsporing van btw-fraude. De fraude-experts met toegang tot CESOP kunnen de data nu al combineren met informatie uit andere databases, bijvoorbeeld Europol.[6] Het systeem sorteert bewust voor op latere uitbreidingen en toevoegingen en de koppeling met andere databases.

CESOP is weer een voorbeeld van hoe de overheid bankrekeningen en betaalgegevens gebruikt als centraal element bij de controle- en opsporingstaken voor breed omschreven doelen. Burgers kunnen niet zonder bankrekening, maar hebben geen idee dat de overheid via vele kanalen toegang tot hun rekening heeft. Het brede gebruik van bankgegevens door de overheid is zeer zorgelijk en roept de vraag op of de overheid de grondrechten van burgers serieus neemt.

[1] Artikel 39d van de Wet op de omzetbelasting 1968.
[2] https://taxation-customs.ec.europa.eu/document/download/a6ba92c0-f6ba-4494-9b7f-3d54725f3d4a_en?filename=CESOP_National_Portals_2024-02-16.pdf
[3] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36231-6.html
[4] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31066-1338.html
[5] Art. 55, eerste lid, Verordening (EU) nr. 904/2010.
[6] https://taxation-customs.ec.europa.eu/taxation-1/vat-and-administrative-cooperation_en?prefLang=nl

 

De CESOP-regels zijn een voorbeeld van ‘renseignering’, de verplichting die aan bedrijven wordt opgelegd om gegevens te leveren ten behoeve van de belastingheffing. Hier wordt de verplichting opgelegd aan financiële instellingen die al meer te maken hebben met renseignering.

 

Lees op dit blog de artikelen over betaaldienstrenseignering
en de artikelen over renseignering.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Interview Risk & Compliance | “Er wordt onnodig veel geld verspild als gevolg van de Wwft”

Bij Risk & Compliance verscheen vandaag het door Michel Klompmaker geschreven interview met mij onder de titel ‘Ellen Timmer: “Er wordt onnodig veel geld verspild als gevolg van de Wwft”‘.

De intro:

Rond de Wwft is nog steeds veel te doen. Wie herinnert zich niet de enorme boetes die een paar jaar geleden uitgedeeld zijn aan enkele grootbanken. Het een en ander had tot gevolg dat veel topmanagers van financiële instellingen zich flink achter de oren gingen krabben, met als uitvloeisel een aanscherping inzake acceptatie van nieuwe klanten bij met name de banken. Duizenden nieuwe banen werden gecreëerd, de digitalisering werd versneld doorgezet en het aantal bankkantoren nam verder af. Al de hierboven genoemde issues hebben de vertrouwensband tussen de bank en de gemiddelde bank klant bepaald niet bevorderd. Het verschijnsel ongebruikelijke transactie deed zijn intrede, maar wie bepaalt eigenlijk wat ongebruikelijk is? We spraken onlangs met de Rotterdamse jurist Ellen Timmer over de Wwft.

Lees meer …

 

In het artikel komen onder meer de ‘risicogebaseerde’ aanpak van de witwasbestrijding aan de orde, alsmede de criminele geldstromen die niet via banken verlopen. Verder spreek ik over het nieuwe autoritaire Europese antiwitwassysteem, dat onder leiding van de Europese Commissie en de Authority for Countering Money Laundering and Financing of Terrorism (AMLA) zal komen te staan.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

UN study of beneficial ownership registration systems | AML, CFT

In December 2023 study of beneficial ownership (‘BO’) registration systems was published on the United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) site. The study was an item on the agenda of a session of the Conference of the States Parties to the United Nations Convention against Corruption of December 2023.

I have not yet had time to read the document, but judging from the summary, it is an obsequious account following a pattern that can be found everywhere. Originality and an eye for practice are missing. For instance, I do not read anything about whether the bureaucratic effort and high cost for obliged entities and the small return on improved crime control justify this system.

No data protection for BO’s
It is visible that there is naive belief in the usefulness of disclosing personal data of beneficial owners. One of the ‘challenges’ according to the summary is:

restricted access to BO data on the register, including both for competent authorities in some countries as well as the general public 

The authors advise as a relevant practice:

Provision of access to the broadest range of data users, including the general public, reporting entities, designated non-financial businesses and professions (DNFBPs), and domestic and foreign competent authorities to certain BO information on the register while balancing such access with data protection, privacy laws and regulations;

Data protection is mentioned, but it remains theory as there is no real supervision or enforcement.

Human rights cast aside
The study may show that human rights are cast aside when it comes to combating crime.

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Algoritmische besluitvorming en de Awb wordt geconsulteerd

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Justitie nodigen het publiek uit deel te nemen aan de consultatie over Algoritmische besluitvorming en de Awb. De consultatie loopt tot en met eind april, dus er is nog tijd om na te denken.
Onderwerp van de consultatie is een ‘reflectiedocument’ (pdf) van dertien pagina’s.

Het is jammer dat het onderwerp niet breder is getrokken naar algoritmische besluitvorming door pseudo-overheden, zoals financiële instellingen in het kader van hun misdaadbestrijdingstaken (‘witwasbestrijding’) en andere maatschappelijk relevante activiteiten.

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Witwasbestrijding door banken: oproep aan bedrijven/organisaties om ervaringen met de nieuwe ‘standaarden’ van de banken te melden | Wwft

Human Rights in Finance roept bedrijven en organisaties aan wie de bankrekening wordt geweigerd met beroep op de nieuwe ‘standaarden’ van de bank op hun ervaringen te melden (bericht X):

 

 

Het plaatje bij het bericht:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Fraudebeleid rapport in de media

Het rapport van de Enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening van de Tweede Kamer heeft in de media de aandacht getrokken, onder meer:

Eerdere berichten van de NOS over het onderwerp van het rapport: Wantrouwen in de overheid: ‘Burgers zijn kopschuw geworden’; Ambtenaren waarschuwden al in 2012 voor ‘bloedbad’ met toeslagen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

Human Rights in Finance krijgt antwoord van FIU-Nederland | ongebruikelijke transacties, Wwft

FIU-Nederland legt in een bericht van 22 februari jl. uit waarom zij het niet eens zijn met de kritiek van Human Rights in Finance (HRIF.eu) op het melden van ongebruikelijke transacties.

Lees: Waarom we in Nederland ongebruikelijke transacties melden en waarom wij als FIU-Nederland dat een goed systeem vinden.

Overigens vind ik het niet passend dat een onderdeel van de politie zich mengt in de politieke discussie of het systeem van witwasbestrijding wel klopt.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Commissie Tweede Kamer over het fraudebeleid: “In een verhard politiek en maatschappelijk klimaat zijn de drie staatsmachten blind geweest voor mens en recht. Grondrechten van mensen zijn geschonden en de rechtsstaat is terzijde geschoven” | de rol van de media

Het oordeel van de Enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening van de Tweede Kamer is bikkelhard:

In een verhard politiek en maatschappelijk klimaat zijn de drie staatsmachten blind geweest voor mens en recht. Grondrechten van mensen zijn geschonden en de rechtsstaat is terzijde geschoven.

Dat staat in het artikel op de site van de Tweede Kamer over de aanbieding van het rapport Blind voor mens en recht en de bijlage, het onderzoek van de VU.

Er zijn ernstige fouten gemaakt door de overheid.

De rol van de media bij schending van de grondrechten door de overheid
Echter, ook de media hebben een zeer negatieve rol gespeeld, zo is in het rapport te lezen. Dat wordt veroorzaakt door journalisten die uit zijn op ‘clicks’ (net als advertentiebedrijven), waarbij (vermeende) criminaliteit door ‘de ander’ altijd scoort.
Dat effect is ook in de privatisering van de misdaadbestrijding naar bedrijven (‘witwasbestrijding’) zichtbaar, ook daar speelt de media een aanjagende rol.

Over de rol van de media staat in het rapport op pagina 63:

De commissie ziet dat media vooral aandacht hebben voor ophef en conflict en minder voor het inhoudelijke debat. Als er geen conflict of schandaal is, dan verdwijnt een onderwerp meestal weer snel naar de achtergrond.

en in par. 9.5.1 van het rapport onder meer:

De manier waarop in de media geschreven wordt over fraude en toeslagen staat beschreven in paragraaf 9.5.3. Daaruit blijkt dat de media meer aandacht geven aan conflicten en schandalen dan aan inhoudelijke (technische) discussies in het fraudebeleid in de sociale zekerheid.

Datzelfde is in de witwasbestrijding zichtbaar. Journalisten zijn op jacht naar sensatie en ‘clicks’ en hebben vaak geen interesse voor de praktijk en de grondrechten. Ze laten zich soms graag gebruiken voor de politieke agenda van de mensen uit de opsporing.

Het is tijd dat de media en de daarop toepasselijke regelgeving gaan veranderen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie