AMLC maakt nieuw document met ‘witwasindicatoren’ bekend | Wwft

Het AMLC heeft een nieuw document met ‘witwasindicatoren’ bekend gemaakt. Hoewel AMLC geen bedrijf is, maar een kenniscentrum van de overheid, meent de organisatie dat het document een ‘product’ is. Het document wordt bekend gemaakt in een bericht met de titel Witwasindicatoren product vernieuwd.

De organisatie veronderstelt dat de door hen bedachte ‘indicatoren’ kunnen bijdragen aan het vermoeden en bewijzen van witwassen, aldus de introductie.  Ik vraag me af of die veronderstelling juist is, nu de omschrijvingen veelal zeer summier zijn, vaak al conclusies over de strafbaarheid bevatten en definities ontbreken. Verder zijn er de nodige ‘indicatoren’ die feiten bevatten die niet op criminaliteit wijzen.

Een voorbeeld van een te summiere ‘indicator’ met een conclusie:

96) Ongebruikelijke herkomst van het geld, financier, gefinancierde of financieringsovereenkomst.

Deze ‘indicatoren’ zijn volstrekt onduidelijk en bevat ook een conclusie:

82) Aanzienlijke, onverklaarde overboekingen op en vanaf de bankrekeningen. (…)
86) Niet-transparante of niet-verifieerbare oorsprong van het geld.

AMLC denkt dat iedere burger en organisatie tot in de eeuwigheid de herkomst van zijn vermogen kan bewijzen, bijvoorbeeld:

101) Hoogstonwaarschijnlijke, niet-verifieerbare of niet-gedocumenteerde verklaringen voor herkomst vermogen of rationale achter aanschaf vastgoed.

Contant geld
Contant geld speelt een hoofdrol in de ‘indicatoren’ maar wordt niet systematisch gepresenteerd. Ook wordt geen rekening gehouden met het belang van contant geld voor consumenten en het midden- en kleinbedrijf. Zo worden alle bedrijven die contant geld hebben in 182 verdacht gemaakt en worden in de bijbehorende noot bedrijven genoemd die van belang zijn voor consumenten, zoals de horeca.

Rechtspersonen
Rechtspersonen zijn moeilijk voor het AMLC, zo blijkt uit de ‘indicatoren’. Opvallend is dat volgens AMLC het verdacht is als een rechtspersoon is gevestigd in een bedrijfsverzamelgebouw of op een woonadres (155), terwijl dat voor kleine rechtspersonen heel gebruikelijk is. AMLC weet kennelijk niet dat een rechtspersoon geen btw-identificatienummer heeft als er geen btw-belaste prestaties worden verricht (154). Nummers 156 en 157 zijn onjuist geformuleerd en wat een ‘onware’ balans is vermeldt 158 niet. Veel rechtspersonen-indicatoren zijn te summier om juist te zijn, zoals 159, 160, 162, 163. Sommige feiten kunnen niet door Wwft-plichtigen worden vastgesteld, zoals 177 en 178.

Financiële sector
In het document wordt over ‘ondergronds bankieren’ gesproken zonder uit te leggen wat het is. Opvallend is dat Wwft-plichtigen er van uit moeten gaan dat er bij betaling via ondergronds bankieren per definitie sprake is van crimineel geld (54). Als betaling aan ontwikkelingslanden via geldtransactiekantoren hier ook onder valt, is dat vreemd, want dat zijn landen waar het banksysteem niet goed functioneert.

Hoewel leningen buiten de financiële sector heel gebruikelijk zijn (blog), denkt AMLC dat ze allemaal crimineel zijn (211, 214). Men weet ook niet dat kleine leningen vaak niet schriftelijk worden vastgelegd (216), soms contant worden verstrekt (220) en dat er dan ook vaak geen zekerheid is (217). De voorwaarden en omstandigheden bij leningen zullen volledig moeten worden bekeken aan de hand van de context.

Wettelijke regels en slotopmerking
Merkwaardig is dat wettelijke regels als ‘feiten van algemene bekendheid’ worden gepresenteerd, zoals transacties met PEPs (130) en de verplichting om contanten op te geven aan de fiscus (136) en het doen van btw-aangifte (138).

Lachwekkend is 145:

Het is een feit van algemene bekendheid dat om te kunnen gokken inleggeld nodig is.

De indicatoren zijn problematisch omdat ze niet systematisch zijn opgezet en eigenlijk alleen een beeld geven wat de opsporing achteraf heeft ontdekt. Of bepaalde feiten daadwerkelijk altijd of bijna altijd op criminaliteit wijzen, is niet onderzocht.

De kritiek die ik eerder had op een Egmont publicatie heb ik ook op deze AMLC-publicatie. Het gevaar van klakkeloze toepassing van deze ‘indicatoren’ is dat nette burgers onnodig worden lastig gevallen door de amateurrechercheurs van de banken en andere Wwft-plichtigen, om over erger (discriminatie en de-risking) maar niet te spreken en ook niet over het verspillen van geld.

 

NB Waarom het AMLC non-readable pdf’s verstrekt blijft raadselachtig.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Privacy First | artikel over de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden in de serie ‘Uw bankrekening: de sluiproute naar uw privéleven’

Gisteren publiceerde burgerrechtenorganisatie Privacy First een artikel over de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden.
Lees het artikel, dat het onderwerp als volgt introduceert:

Het voorstel voor de Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS) zal het mogelijk maken dat overheid en bedrijfsleven structureel data gaan delen in zogenaamde samenwerkingsverbanden om verschillende vormen van criminaliteit en overtredingen te bestrijden. Een viertal van dit soort samenwerkingsverbanden bestaat al, terwijl de WGS er nog niet is. De wet wil deze bestaande samenwerkingen alsnog van een wettelijke basis voorzien, maar ook verdergaande samenwerking mogelijk maken en deelname hierin zelfs verplichten voor private partijen.

 

Artikelenserie ‘Uw bankrekening: de sluiproute naar uw privéleven’
Eerder verschenen in deze serie:

  1. Het Verwijzingsportaal bankgegevens, over het digitale loket voor volautomatische verstrekking van bepaalde bankgegevens aan hiertoe bevoegde overheidsinstanties, nu alleen nog Nederlands (straks Europees).
  2. CESOP: opsporing van btw-fraude via uw bankrekening, over CESOP database van de EU (‘Central Electronic System of Payment information’), die het overheidsdiensten in Europa gemakkelijker moet maken om btw-fraude op te sporen via informatie-uitwisseling tussen belastingdiensten en banken en andere betaaldienstverleners.

 

 

Privacy First moet het hebben van donaties, steun hen door te doneren:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht, Verwijzingsportaal Bankgegevens | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

De-risking bij overname pintransactieverkeer door betaaldienstverlener

Ook betaaldienstverleners doen aan ‘de-risking’, aan het uitsluiten van hele categorieën klanten vanwege vermeend hogere criminaliteitsrisico’s. Dat doen betaaldienstverleners omdat ze – net als banken – criminaliteitsbestrijdingstaken hebben opgelegd gekregen van de overheid (‘witwasbestrijding’). Deze ondernemingen moeten extra werk verrichten bij klanten waarvan toezichthouder DNB vindt dat ze hogere criminaliteitsrisico’s opleveren, wat kostbaar is en een reden om dergelijke klanten niet te willen bedienen.

Buckaroo en ABN Amro
Dit doet zich nu voor bij betaaldienstverlener Buckaroo, die blijkens een artikel in het NRC het pintransactieverkeer van ABN Amro overneemt. De bank geeft aan dat Buckaroo aan sommige groepen klanten geen pincontracten zal aanbieden, zonder te zeggen om welke sectoren het gaat. De journalist heeft gehoord dat het onder meer om sekswerkers en gokbedrijven gaat, terwijl banken inzake de eerste groep vorig jaar juist afspraken hadden gemaakt om de toegankelijkheid van het betalingsverkeer te verbeteren. Volgens de bank zou er voor alle klanten een oplossing worden gevonden. Of dat zo is, is de vraag.

De-risking
De gang van zaken geeft aan dat de privatisering van de misdaadbestrijding in de financiële sector leidt tot uitsluiting en discriminatie. Het valt te verwachten dat dit effect ook bij andere bedrijven met misdaadbestrijdingstaken zal gaan optreden. Klanten die dit treft worden aan hun lot overgelaten.

 

Meer informatie:
ABN Amro besteedt winkelbetalingen uit aan Buckaroo, maar niet alle klanten mogen over, Timo Nijssen (betaalmuur).

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Policy brief by Finance Watch on the digital euro

Finance Watch, a non-profit association dedicated to reforming finance in the interest of citizens, in October 2023 published a policy brief (pdf) on the digital euro.

The introduction in their press release:

In this policy brief, Finance Watch argues that for the Digital Euro project to be successful, the Digital Euro must be widely available to EU residents, be truly free of charge and easily accessible, as well as being built in a way that protects peoples’ privacy and personal data. The brief emphasises that while the Digital Euro can bring benefits to those living in the EU, it should not replace cash.

Dutch members of Finance Watch are NIBUD and SOMO, more information on the members on this page.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Journalisten willen alles weten | consultatie over Besluit bescherming slachtoffergegevens in processtukken

In een consultatie die loopt tot 12 april wordt het Besluit bescherming slachtoffergegevens in strafrechtelijke procedures (ontwerp) aan het publiek voorgelegd. De introductie luidt:

Deze ontwerp-AMvB strekt ertoe te voorkomen dat gegevens van slachtoffers zonder noodzaak ter kennis komen van de verdachte en anderen. Het doel daarvan is het versterken van de rechtspositie van slachtoffers en een betere bescherming van hun privacy. Tegelijkertijd moet een goede procesvoering gewaarborgd blijven, door gegevens van slachtoffers wél te vermelden indien deze redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor door de rechter te nemen beslissingen. Door alleen die gegevens van het slachtoffer te vermelden die de rechter nodig heeft voor het nemen van een beslissing in de strafzaak, kan spanning tussen de privacy van het slachtoffer enerzijds en een behoorlijke en eerlijke berechting van de verdachte anderzijds worden vermeden.  

Uitgangspunt is dat de betreffende gegevens bij de bron worden weggelaten, dus door degene die het processtuk opstelt. Dat betekent dat achteraf niet structureel en actief door de officier van justitie gecontroleerd wordt of een document niet-relevante slachtoffergegevens bevat die alsnog verwijderd moeten worden voordat het bij de processtukken wordt gevoegd. Aldus wordt op een praktische en efficiënte wijze recht gedaan aan de bedoeling die de wetgever had met het nieuwe derde lid van artikel 149a van het Wetboek van Strafvordering, nu de privacybescherming van slachtoffers daarmee substantieel wordt verbeterd. Tegelijkertijd kan op deze wijze worden voorzien in een uitvoerbare en (financieel) haalbare regeling.

Het zal me benieuwen waarom dit voorstel is beperkt tot slachtoffers. Ook getuigen en andere niet-criminele personen kunnen er belang bij hebben dat hun persoonsgegevens zoveel mogelijk worden afgeschermd.

Denk bijvoorbeeld aan eigenaren van een deurbelcamera’s die hun videobeelden onder dwang moeten afstaan aan de politie, hun adressen kunnen in strafdossiers terecht komen en worden niet afgeschermd voor de verdachte (zie 1e artikel BNR). Via rechterlijke uitspraken kunnen persoonsgegevens uitlekken (zie 2e artikel BNR [*]).

Lees over de consultatie ook het artikel op Vaklunch, waarin wordt gemeld dat in financiële fraudezaken steeds vaker is te zien dat vermeende slachtoffers het strafrecht gebruiken om aan informatie te komen, waarbij ook de gegevensbeschermingsrechten van de vermeende dader en anderen die in de dossiers voorkomen in beeld kunnen komen.

Datagraaiende journalisten

Journalist Folkert Jensma heeft al in de consultatie gereageerd (pagina, document). Hij en andere journalisten zijn bang dat hun interessante strafrechtverhalen worden bemoeilijkt. Jensma wil graag alles weten, zelfs op meta-niveau:

Journalisten beoordelen in het kader van de vrije nieuwsgaring de persrollen ook op trends en patronen. Komen sommige stadsdelen, wegvakken of locaties vaker voor in strafzaken dan andere? Spelen wijken, bedrijven, beroepsgroepen of instanties vaker een rol op zittingen dan andere? Welke burgers zijn er vaker slachtoffer dan andere? Dergelijke meta-informatie behoort niet te worden afgedekt. De journalistiek moet het hier bovendien hebben van de (aankondigingen van) zittingen. Rechterlijke uitspraken worden in slechts een klein aantal gevallen (anoniem) gepubliceerd en zijn niet of nauwelijks toegankelijk voor data-onderzoek. ‘Openbare rechtspraak’ dreigt zo, nog meer dan nu al het geval is, een fictie te worden. Dat de rechtspraak niet onder Wet Open Overheid valt is in dit verband eigenlijk nog pijnlijker.

Er wordt stoer gedaan over wat journalisten allemaal denken te kunnen doen. Ik ben benieuwd of ze dat als groep waar kunnen maken.

Prangender is echter de vraag of het journalistieke belang zwaarder weegt dan het belang van slachtoffers en andere niet-criminele betrokkenen. Dat is aan de orde nu de journalistiek geen gereguleerd beroep is (iedereen kan zich journalist noemen), journalisten geen recherchevergunning hebben (terwijl dat eigenlijk nodig is) en er geen onafhankelijk toezicht of rechtspraak is.

 

[*] Uit het artikel blijkt dat het met het anonimiseren van persoonsgegevens in uitspraken die op het internet worden gepubliceerd regelmatig mis gaat. Onder meer wordt ICT-jurist Arnoud Engelfriet geciteerd, die zegt dat de groeiende beschikbaarheid van gegevens via het internet het ook steeds makkelijker maakt om te achterhalen wat er is weggelakt in geanonimiseerde vonnissen.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Consumentenbond en Donateursbelangen bepleiten behoud infrastructuur contante betaling | consultatie over de toekomst van contant betalen | Wwft

Deze maand sloot de wetgevingsconsultatie over het voorstel voor de ‘Wet chartaal betalingsverkeer‘.

Consumentenbond en diverse burgerrechtenorganisaties
Op het voorstel zijn een groot aantal reacties gekomen, onder meer van de Consumentenbond, die de reactie heeft opgesteld samen met de ANBO-PCOB, KBO Brabant/Zeeland, NOOM, SOM.nl, Koepel gepensioneerden, Koepelorganisatie Ieder(in), de Oogvereniging en Stichting ABC. Het pdf-document van de bond is hier te vinden. In hun commentaar schrijven ze:

Voor iedereen

Het uitgangspunt is dat iedereen in Nederland aan het betalingsverkeer moet kunnen (blijven) deelnemen. Het betalingsverkeer moet veilig, betrouwbaar, efficiënt, betaalbaar en toegankelijk en bereikbaar zijn voor iedereen. Om die reden mag niemand gedwongen worden tot (alleen) digitaal betalen. Ook mag niemand ontmoedigd worden in het gebruik van contant geld.

Contant geld belangrijk

Een groot deel van de samenleving geeft duidelijk aan contant geld te willen blijven gebruiken. In Nederland zijn ongeveer 2,6 miljoen volwassenen die om uiteenlopende redenen niet of nauwelijks digitaal vaardig zijn. De behoefte aan contant geld gaat echter verder dan deze groep. Consumenten gebruiken graag contant geld vanuit:

  • Principiële redenen.
  • Behoefte aan privacy, de bank hoeft niet in alle gevallen te weten waar en aan wie je betaalt.
  • Gemak. Op veel plekken en bij veel gelegenheden is het logisch met contant geld te betalen. Denk aan collectes voor goede doelen en andere kleine uitgaven. ‘Het is handig altijd wat contant geld bij te hebben’. Het gaat hier om een hoog percentage van de consumenten, waaronder ook veel jongeren.
  • Noodzaak, omdat digitaal bankieren ingewikkeld of soms zelfs onmogelijk is. Dit kan het geval zijn bij bijvoorbeeld ouderen, laaggeletterden, mensen met een motorische, zintuigelijke en/of verstandelijke beperking.
  • Budgettair oogpunt. Een grote groep gebruikt contant geld om het huishoudbudget beter te kunnen bewaken (Nibud). Ook zijn er mensen met financiële problemen die alleen contant geld ter beschikking krijgen.

Afname gebruik geen vast gegeven

Uiteraard kan niemand in de toekomst kijken, maar het is geen vaststaand gegeven dat het aantal gebruikers van contant geld blijft afnemen. Daarvoor zien we verschillende redenen:

  • Langere levensverwachting/vergrijzing.
  • Mensen die hun digitale vaardigheden verliezen, bijvoorbeeld door Alzheimer.
  • Structureel achterblijvende digitale vaardigheden van een diverse groep mensen.
  • De komst van immigranten die moeite hebben met het digitale betalingsverkeer door bijvoorbeeld een taalachterstand.
  • Het niet kunnen bijhouden van de vele en snelle veranderingen op digitaal gebied.

Het is niet ondenkbaar dat het aantal gebruikers van contant geld in de toekomst verder afneemt. Maar dat kan volgens de consumentenorganisaties alleen als banken een grote(re) inspanning doen om dichter bij de klanten te komen. De grote banken in Nederland hebben zich in januari 2023 verbonden aan een overeenkomst (commitment) om hieraan te werken. Er zijn hiertoe enkele goede stappen gezet, maar we zijn er nog lang niet. Vereist zijn betere communicatie en voorlichting, verbeteringen in de telefonische bereikbaarheid van banken (meer mens- dan computergericht) en de structurele inrichting van (bank)informatiepunten. Consumenten hebben behoefte aan persoonlijk contact, zo blijkt keer op keer. Tijdens dit persoonlijk contact kunnen mensen alsnog wegwijs worden gemaakt bij het elektronisch betalen. Ook in de zogeheten Geldmaat Plus winkels kunnen mensen hulp krijgen.

Kostendoorbelasting

Afhankelijk van het soort betaalpakket liggen de tarieven in Nederland tussen plus minus €35 en meer dan €100 per jaar. Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat de tarieven bij de meeste banken de laatste vijf jaar aanzienlijk zijn gestegen, met een uitschieter van 136% bij één bank. Uit het onderzoek ‘Kosten en baten betalingsverkeer’ van McKinsey uit 2021 kwam naar voren dat de banken tussen de 15 en 35% van het abonnementstarief toerekenen aan contant geld. Alle rekeninghouders betalen dus mee aan de infrastructuur van contant geld. Ook de klanten die geen of nauwelijks contant geld gebruiken. We noemen dit het solidariteitsbeginsel. Er is ons veel aan gelegen dit te behouden. In sommige Europese landen betalen de consumenten voor het gebruik van de geldautomaat een tarief per opname en storting. Voor de consumentenorganisaties in Nederland is dit onaanvaardbaar. In dat geval worden met name de mensen die afhankelijk zijn van contant geld financieel getroffen. Ook de Minister van Financiën schrijft in haar memorie van toelichting dat opname en storting voor consumenten gratis moet zijn.

Aantal geldautomaten

In Nederland is tussen de partijen in het MOB afgesproken dat er voldoende geldautomaten zijn. Voor nagenoeg iedereen is er een automaat beschikbaar binnen een straal van 5 km. Bovendien moet het aantal automaten voldoende hoog zijn om als back up te kunnen dienen als het elektronisch betalingsverkeer zou uitvallen voor een bepaalde tijd (terugvaloptie). Vorig jaar waren er te veel storingen, waardoor de afgesproken normen niet zijn gehaald. Wij doen een beroep op de banken en dochteronderneming Geldmaat om te blijven bewaken dat er meer dan voldoende geldautomaten zijn. Door een geplande overcapaciteit te realiseren, kunnen storingen dan worden opgevangen, zodat de afgesproken normen niet in gevaar komen. We pleiten daarnaast voor een herziening van de 5-kilometernorm naar een norm die rekening houdt met de daadwerkelijke aanrijtijden en andere, vaak geografische omstandigheden (zoals een spoorlijn of rivier op de route), waarbij de afstand naar een geldautomaat een belangrijk punt is. Daarbij adviseren we om meer rekening te houden met de samenstelling van de bevolking: bijvoorbeeld meer geldautomaten in wijken met relatief veel ouderen. We adviseren ook om nadrukkelijk te kijken naar de spreiding van geldautomaten in stedelijke gebieden. Een alternatief dat we toejuichen is het zonder kosten kunnen ‘bij pinnen’ van een klein bedrag bij winkels/supermarkten. Met name ouderen maken graag van deze veilige mogelijkheid gebruik.

Acceptatie

Contant geld is een wettig betaalmiddel. Wij vinden dat je in beginsel overal met contant geld moet kunnen betalen. Uit cijfers blijkt dat dat in 96% van de gevallen ook mogelijk is. Wij willen dat deze situatie op zijn minst niet verslechtert. Alleen in uitzonderlijke gevallen, uit hoofde van de veiligheid, kunnen wij het ons voorstellen dat er redenen zijn om contant geld te weigeren. In die gevallen dient de consument vooraf op de hoogte te zijn gebracht dat contant geld niet geaccepteerd wordt. Instellingen met een lokale monopolypositie, zoals gemeentehuizen, ziekenhuizen, apotheken en openbare gelegenheden zoals bibliotheken moeten ten alle tijden contant geld accepteren.

Conclusie en aanbeveling

De consumentenorganisaties zijn van mening dat contant geld nog vele jaren een belangrijke rol in de maatschappij zal blijven vervullen. Daartoe is een optimale infrastructuur noodzakelijk.

Om ook in de toekomst bij mogelijk veranderende omstandigheden verzekerd te blijven van een voor alle partijen optimale infrastructuur, stemmen wij van harte in met de verankering van de afspraken in een wetgevend kader. Het op dit moment nog geldende Convenant contant geld, dat door alle partijen in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer is ondertekend, biedt wat ons betreft een goede minimale basis voor de nieuwe wettelijke afspraken. Zoals altijd zijn de consumentenorganisaties graag bereid mee te denken en praten over een goede invulling hiervan in wet- en regelgeving.

Stichting Donateursbelangen
Donateursbelangen kwam met deze reactie:

Het is heel goed dat de Wet chartaal betalingsverkeer tot doel heeft om contant geld bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar te houden. In de praktijk blijkt dat steeds meer partijen afscheid nemen van de mogelijkheid met contant geld te betalen. Zelfs in de goededoelensector stappen goede doelen, zoals KWF, over van contant geld doneren in een collectebus naar een QR-code op een kartonnen A4’tje waarbij donateurs vaker dan voorheen en verplicht persoonsgegevens delen bij een donatie terwijl je aan de deur anoniem wil kunnen geven. Dit kan alleen met contant geld.

Contant geld vervult nog steeds een belangrijke maatschappelijke functie ook voor het geefpubliek. Daarnaast zijn op basis van het voorbeeld bij geven aan de deur aan goede doelen 2,6 miljoen Nederlanders niet “handig” met zogenaamde smart apparaten waaronder smartphones. Dus partijen die een belangrijke maatschappelijke functie vervullen zoals goede doelen zeggen nu zelfs: “U MOET doneren via een QR-code! Als u niet slim genoeg bent, hoeven wij u geld niet meer.”.

Naast datgene wat via de wet aan banken duidelijk gemaakt wordt en opgelegd wordt kan wat mij betreft de wet niet nog verder gaan waarbij partijen verplicht worden (in bepaalde sectoren) ook daadwerkelijk (omdat het om kleine bedragen gaat) contant geld verplicht te accepteren.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Überblick über die Transparenzregister in Europa | AML, CFT

Experten im Bereich “Wirtschaftliche Eigentümer” (“beneficial owners”, “uiteindelijk belanghebbenden”) können sich einen Überblick über die Transparenzregister (“ubo-registers”) in Europa verschaffen, die von der GTAI erstellt wurden (in deutscher Sprache): Register der wirtschaftlichen Eigentümer in Europa.

Die Rechtsgrundlage des Registers wird in der Übersicht ebenfalls erwähnt, obwohl ich für die Niederlande nicht nur auf das Durchführungsgesetz (“implementatiewet”), sondern auch auf das niederländische Gesetz zur Bekämpfung der Geldwäsche und das Handelsregistergesetz verwiesen hätte.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Kent het CBS iedere burger? | microdata, ANPR

Al eerder schreef ik over de verwerking van persoonsgegevens door het CBS, onder de verhullende aanduiding ‘microdata’. CBS meldt dat een nieuwe bron van persoonsgegevens wordt aangeboord, de ANPR-data (Automatic Number Plate Recognition). Lees hun aankondiging Gebruik van ANPR-cameradata op goudschaaltje gewogen, dat door security.nl werd gesignaleerd. Ik ben heel benieuwd of het CBS al zo ver is dat de hele Nederlandse bevolking kan worden geprofileerd.

Het past in de trend dat door diverse overheden persoonsgegevens worden verwerkt, vanwege allerlei nobele doelen.
Zo verwerken toezichthouders als DNB en AFM op grote schaal persoonsgegevens van klanten van financiële instellingen, al is dit met veel geheimzinnigheid omgeven.
Het wordt tijd dat onafhankelijke partijen hier een grootschalig onderzoek naar doen. Zo ben ik heel benieuwd wat de grote gemeenten met al die persoonsgegevens doen (blog).

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Oog om oog

Van buitenlandse politiek weet ik niet veel af, maar de oorlog in/om Gaza blijft verbazen. Het lijkt er op dat Israël – met beroep op de oorlogsmisdaden die tijdens de Tweede Wereld oorlog tegen joden zijn gepleegd – van mening is dat het land zelf ongeremd oorlogsmisdaden mag plegen in Gaza [*].

Vorige week hoorde ik het interview met Koos van Dam, een beschaafd sprekende oud-ambassadeur, die de oproep steunt dat Nederland zich harder tegen Israël opstelt. Deze oproep is door een groot aantal oud-ambassadeurs getekend. Tijdens BNR’s Big Five werd hij geïnterviewd en liet hij zich kritisch uit over de Israëlische president.

Hoe lang kan Nederland er nog prat op gaan dat Nederland het land van het Vredespaleis is?

 

[*] Uiteraard heeft Hamas ook oorlogsmisdaden begaan. Maar dat betekent evenmin dat Israël oorlogsmisdaden mag plegen.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

FATCA-besluit Belastingdienst ontwijkt de kernvraag | onrechtmatige buitenlandse fiscale regelgeving

Onlangs is een beslissing van de Belastingdienst bekend geworden over de uitwisseling van fiscale persoonsgegevens met de Verenigde Staten. Die uitwisseling vindt plaats ondanks dat de VS de grondrechten van Europese burgers met de Amerikaanse nationaliteit schendt.

Achtergrond: citizenship based taxation
De Verenigde Staten heeft een belastingstelsel dat afwijkt van de internationale norm. Niet alleen moeten mensen daar aangifte over hun wereldinkomen doen als ze fiscaal inwoner zijn van de VS (‘residence based taxation’). De VS is het enige land ter wereld dat iedereen met de Amerikaanse nationaliteit verplicht tot het doen van belastingaangifte over het wereldinkomen, ook als er geen enkele financiële band met de VS is (‘citizenship based taxation’, CBT), lees deze introductie. Daarnaast zijn er allerlei andere belastende verplichtingen voor mensen met de Amerikaanse nationaliteit, zoals FBAR.
De Amerikanen schenden daarmee de grondrechten van mensen met de Amerikaanse nationaliteit die geen fiscaal inwoner van de VS zijn. Er wordt niet tegen opgetreden, ook al belijden de EU en de Nederlandse overheid met de mond dat de grondrechten van burgers worden gerespecteerd [1].

De beslissing naar aanleiding van bezwaar

De beslissing van de Belastingdienst is niet openbaar en betreft een specifiek geval. Betrokken persoon blijkt geen Amerikaanse nationaliteit te hebben, waardoor zijn klacht over gegevensuitwisseling door de fiscus wordt gehonoreerd.
In het besluit komt de algemene context van de gegevensuitwisseling met de VS ook aan de orde. Dat gedeelte bespreek ik hierna, waarbij ik citeer uit het besluit dat ik geOCR’d heb (dus er kunnen typo’s in zitten).

Het bezwaar van klager
In de beslissing wordt het bezwaar van klager als volgt weergegeven:

3. FATCA-uitwisseling is als zodanig onrechtmatig

U wijst erop dat in Nederland nooit is getoetst hoe de door Nederland en Europese landen met de VS gesloten verdragen zich verhouden tot het eigendomsgrondrecht van het EVRM en de in Europa en Nederland geldende privacyregels. In dat kader bent u van mening dat er geen verwerkingsgrondslag is in de zin van artikel 6 AVG, omdat de grondslag waarop de minister van Financiën een beroep doet een Amerikaanse wet betreft, de Wet op de internationale bijstandverlening (hierna: WIB) alleen een doorgeefluik is en het FATCA-verdrag een interstatelijke overeenkomst is en geen wettelijke grondslag.

U geeft aan dat als er wel een verwerkingsgrondslag zou zijn, de doorzetting van de gegevens naar de VS stuit op artikel 46 AVG. Het Amerikaanse systeem biedt namelijk geen adequate waarborgen voor gegevensbescherming. U verwijst ook naar een beslissing van de Belgische Privacy-autoriteit, waaruit blijkt dat de FACTA-uitwisseling door België in strijd met de AVG is.

Volgens u gelden de beginselen van de AVG inzake bescherming van persoonsgegevens en de eisen van wettigheid en noodzakelijkheid onverkort. U benadrukt dat de minister van Financiën moet bewijzen dat de verwerking van gegevens in het kader van FATCA noodzakelijk is. U acht de informatie-uitwisseling niet evenredig. U omschrijft de nadelige gevolgen van de op nationaliteit gebaseerde belastingheffing door de VS op personen die net als u fiscaal inwoner van Nederland zijn én de Amerikaanse nationaliteit hebben (zgn. ‘toeval-Amerikanen’). FATCA leidt er onder meer toe dat dergelijke toeval-Amerikanen geweigerd worden als cliënt door financiële instellingen.

U meent dat het maatschappelijk onbetamelijk is om gegevens die geen heffingsbelang hebben, uit te wisselen met de VS. U meent dat het rechtsbeschermingsniveau ten aanzien van uitwisseling van FATCA—gegevens te laag is en dat de Nederlandse overheid onvoldoende transparant is ter zake van die uitwisseling. Dat laatste vindt u omdat de minister van Financiën u in strijd met artikel 5, eerste lid, letter a, AVG en artikel 14 AVG niet zou hebben verwittigd van de uitwisseling. U heeft opgemerkt dat de beginselen van noodzakelijkheid en dataminimalisatie strikt moeten worden geïnterpreteerd.

Beoordeling door de Belastingdienst
Naar aanleiding daarvan merkt de Belastingdienst het volgende op:

3. U kunt geen bezwaar maken

In uw geval is de verwerking van persoonsgegevens gebaseerd op artikel 6, eerste lid, letter c, AVG. De verwerking is immers noodzakelijk om te voldoen aan de FATCA-verplichtingen. Tegen een verwerking op grond van artikel 6, eerste lid, letter c, AVG kunt u geen bezwaar maken. Dit betekent dat ook geen verwerkingsbeperking mogelijk is.

4. Overig

Het doorzetten van uw gegevens aan de VS is op rechtmatige wijze gebaseerd op artikel 49, eerste lid, letter d, AVG. Het transparantiebeginsel is niet geschonden omdat op de site van de Belastingdienst uitgebreide informatie over FATCA te vinden is. Daarnaast worden op grond van artikel 2 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de VS tot verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht en de tenuitvoerlegging van de FATCA [1] (hierna: het IGA-NL) alleen die gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn om aan FATCA te voldoen, zodat ook het noodzakelijkheidbeginsel en het beginsel van dataminimalisatie niet worden geschonden.

Rechtskaders

1. Relevantie rechtsgrond voor rechtmatigheid verwerking

Uw bezwaar gaat over gegevensverwerking in de zin van de AVG. Kernelementen van de AVG zijn dat gegevensverwerking— en doorzetting niet ‘zomaar’ gebeurt. Daarvoor moet een reden zijn, zoals een wettelijke grondslag en/of een algemeen belang. Dat sluit aan bij het Nederlandse staatsrechtelijke uitgangspunt dat de overheid geen ingrijpende maatregelen kan nemen zonder wettelijke grondslag. [2] Ook een beperking van het privacyrecht moet gebaseerd zijn op een voldoende precieze wettelijke grondslag, zodat een burger met voldoende precisie kan opmaken welke op zijn privéleven betrekking hebbende gegevens met het oog op de vervulling van een bepaalde overheidstaak kunnen worden verzameld en vastgelegd en onder welke voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen worden bewerkt, bewaard en gebruikt. [3]

Deze rechtsstatelijke eis van rechtmatigheid komt in de AVG tot uitdrukking in artikel 6, eerste lid, AVG. Zo is verwerking bijvoorbeeld rechtmatig als die noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting (letter c) of in het kader van een taak van het algemeen belang of het openbaar gezag (letter e). Voor beide verwerkingsgronden schrijft artikel 6, derde lid, AVG voor dat ze gebaseerd moeten zijn op een Unierechtelijke of nationaalrechtelijke rechtsgrond. Uit considerans 41 bij de AVG blijkt dat het niet per sé moet gaan om een parlementaire wet. Van belang is dat er een duidelijke en nauwkeurige rechtsgrond aanwezig is waarvan de toepassing voorspelbaar is. Een gegevensverwerking zonder dergelijke rechtsgrond voldoet niet aan de in artikel 5, eerste lid, AVG gestelde eis van rechtmatigheid.

2. Rechtsbescherming onder de AVG

Artikel 17 AVG bepaalt dat gegevens zonder onredelijke vertraging worden gewist als zij onrechtmatig zijn verwerkt. In dat geval moeten bovendien andere verwerkingsverantwoordelijken op de hoogte worden gesteld van de wens om de gegevens te wissen. Indien een verzoek tot wissen van verwerkte gegevens schriftelijk wordt afgewezen, dan is die beslissing op grond van artikel 34 Uitvoeringswet AVG aan te merken als een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan bezwaar worden gemaakt.

3. IGA-NL

Het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten bevat een grondslag voor automatische gegevensuitwisseling tussen de verdragsstaten. Om die grondslag specifiek in te vullen voor gegevensuitwisseling onder de Amerikaanse FATCA-wetgeving is de zogenoemde IGA-NL [4] gesloten.

Artikel 2 IGA-NL [5] bevat de verplichting voor de Nederlandse staat (‘each party’) om te verkrijgen én aan de Verenigde Staten jaarlijks automatisch te verschaffen, informatie over zogenoemde U.S. reportable accounts. Een dergelijke account is volgens de IGA-NL een “Financial Account (…) held by one or more Specified US Persons”. [6] Een Specified US Person is, behoudens uitzonderingen, een US Person. [7] Een US Person is een staatsburger van de Verenigde Staten (U.S. citizen). [8] De IGANL verplicht dus, omgekeerd, niet tot het verschaffen van informatie over personen die niet de Amerikaanse nationaliteit hebben.

Op grond van de artikelen 3 en 4 IGA-NL, identificeert en rapporteert de Nederlandse financiële instelling Amerikaanse rekeningen en geeft jaarlijks de in artikel 2, tweede lid, letter a, IGA—NL bedoelde informatie door aan de Nederlandse bevoegde autoriteit op het tijdstip en de wijze omschreven in artikel 3 IGA-NL. De Nederlandse wet [9] schrijft aan financiële instellingen voor wanneer en op welke wijze zij welke FATCA-gegevens moeten verstrekken aan de Minister van Financiën. [10] (…)

Beoordeling

Uw bezwaar

De kern van uw bezwaar is dat de minister van Financiën stopt met het doorsturen van uw informatie aan de VS-IRS en de eerder aan de VS-IRS verzonden gegevens laat verwijderen. Via welke procedure dat gebeurt is voor u niet zo relevant. U heeft uw verzoek in het verleden gebaseerd op artikel 18 AVG. Dat lijkt mij niet de goede grondslag. Ik sluit me daarmee aan bij de beslissing van 8 november 2021. Dat betekent echter niet dat er in uw specifieke situatie niets mogelijk is. In uw bezwaarschrift betoogt u immers dat er geen verwerkingsgrondslag is én dat u geen Amerikaans staatsburger bent. Daarin zie ik wel aanleiding om de gegevens te wissen. Ik licht dat hierna toe.

Op basis van artikel 17, eerste lid, letter (1, AVG heeft u er recht op dat uw gegevens zo spoedig mogelijk worden gewist als die onrechtmatig zijn verwerkt. Uw bezwaar gaat over persoonsgegevens van u die de minister van Financiën van financiële instellingen heeft verkregen en naar de VS heeft doorgezet in het kader van FATCA-regelgeving.

De financiële instellingen zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de verstrekking van die gegevens aan de minister van Financiën (zie het rechtskader ‘3. IGA-NL’, derde alinea). De verwerking waarvoor de minister van Financiën zelf verantwoordelijk is, betreft het door de minister van Financiën vastleggen en opslaan van de ontvangen gegevens en het doorzenden daarvan naar de VS. De grondslag voor die verwerkingen staat in het IGA-NL (zie het rechtskader ‘3. IGA-NL’, tweede alinea). Ik meen dat die grondslag afdoende is in de zin van artikel 6, derde lid, AVG en dat verwerking van FATCA-gegevens rechtmatig is zoals bedoeld in artikel 5 AVG. (…)

[1] Trb. 2014, 22.
[2] Hoge Raad 22 juni 1973, NJ 1973/386 (fluoridering).
[3] Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:ZB7.
[4] het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de VS tot verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht en de tenuitvoerlegging van de FATCA, Trb. 2014, 22.
[5] Eerste en tweede licl (letter a) van die bepaling.
[6] Artikel 1, eerste lid, letter cc, IGA-NL.
[7] Artikel 1, eerste lid, letter ff, IGA-NL.
[8] Artikel 1, eerste lid, letter ee, IGA—NL.
[9] Artikel 8, vierde lid, van de Wet op de internationale bijstandverlening (WIB) jo. artikelen 2a en 3 Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
[10] Tot die voorschriften behoren onder meer de verplichting voor financiële instellingen om de procedures te volgen die zijn opgenomen in bijlage I IGA-NL, teneinde U.S. reportable accounts te identificeren. Die voorschriften richten zich niet tot de Nederlandse Staat zelf.

 

Commentaar

Hierna volgt mijn eerste commentaar op de  beslissing.

De verwerkingsgrondslag ontbreekt
Opvallend aan de reactie van de Belastingdienst is dat geen volledige toetsing aan de AVG en het Europese Handvest plaats vindt.

Geen wettelijke grondslag
Aan het begin van de beoordeling schrijft de Belastingdienst dat geen bezwaar mogelijk zou zijn omdat de gegevensverwerking door de Belastingdienst gebaseerd zou kunnen worden op artikel 6, eerste lid, letter c, AVG. De Belastingdienst beroept zich derhalve op aanwezigheid van een ‘wettelijke grondslag’. Daarbij wordt verzuimd te melden dat er eisen worden gesteld aan die grondslag, zie artikel 6, derde lid AVG:

3. De rechtsgrond voor de in lid 1, punten c) en e), bedoelde verwerking moet worden vastgesteld bij:

a) Unierecht; of

b) lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is.

Het doel van de verwerking wordt in die rechtsgrond vastgesteld of is met betrekking tot de in lid 1, punt e), bedoelde verwerking noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of voor de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is verleend. Die rechtsgrond kan specifieke bepalingen bevatten om de toepassing van de regels van deze verordening aan te passen, met inbegrip van de algemene voorwaarden inzake de rechtmatigheid van verwerking door de verwerkingsverantwoordelijke; de types verwerkte gegevens; de betrokkenen; de entiteiten waaraan en de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens mogen worden verstrekt; de doelbinding; de opslagperioden; en de verwerkingsactiviteiten en -procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een rechtmatige en behoorlijke verwerking, zoals die voor andere specifieke verwerkingssituaties als bedoeld in hoofdstuk IX. Het Unierecht of het lidstatelijke recht moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang en moet evenredig zijn met het nagestreefde gerechtvaardigde doel.

Hier staat heel duidelijk dat sprake moet zijn van een Europese verordening of van een Nederlandse wet. Daarvan is hier geen sprake (het verdrag met de VS is geen wet en de Amerikaanse wetten kunnen geen grondslag zijn).
Ten onrechte beroept de Belastingdienst zich op considerans 41 bij de AVG, aangezien dat betrekking heeft op lagere wetgeving en niet op buitenlandse fiscale regelgeving.

Niet evenredig en niet gerechtvaardigd
Als er een Europese verordening of Nederlandse wet zou zijn, is ook nog toetsing aan het criterium in de laatste volzin van lid 3 nodig: “Het Unierecht of het lidstatelijke recht moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang en moet evenredig zijn met het nagestreefde gerechtvaardigde doel“. Zie over dit vereiste ook dit blog.

Aan dit vereiste wordt in het geval van belastingheffing door de VS die uitsluitend is gebaseerd op nationaliteit (CBT) niet voldaan. Het is niet evenredig en gerechtvaardigd dat mensen die geen fiscaal inwoner van de VS zijn en daar geen financiële band mee hebben worden lastig gevallen met de Amerikaanse belastingplicht, met alle schadelijke gevolgen die dat heeft.

Geen gewichtige redenen van algemeen belang
Het beroep op artikel 49, eerste lid, letter d, AVG treft evenmin doel. Dit betreft een afwijking voor een specifieke situatie, aldus artikel 49:

d) de doorgifte is noodzakelijk wegens gewichtige redenen van algemeen belang; (…)

4. Het in lid 1, eerste alinea, onder d), bedoelde openbaar belang moet zijn erkend bij een Unierechtelijke of nationaalrechtelijke bepaling die op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is.

Ook bij een beroep op artikel 49, eerste lid, letter d AVG is nodig dat getoetst wordt of de verwerking evenredig en gerechtvaardigd is (“gewichtige redenen van algemeen belang“), wat bij CBT niet het geval is. Daarbij kan worden aangetekend dat niet aan het vereiste van artikel 49, vierde lid AVG wordt voldaan.

Nalatigheid Nederland bij het aangaan van de IGA-NL
De Nederlandse overheid is ernstig in gebreke geweest door de IGA-NL met de VS aan te gaan, zonder dit verdrag en de achterliggende Amerikaanse regelgeving aan de AVG en het Europese Handvest te toetsen. Dat had er toe moeten leiden dat uitsluitend gegevensuitwisseling plaats vindt op basis van residence based taxation en op andere internationaal geaccepteerde grondslagen. CBT had moeten worden uitgezonderd.
Ik ben van mening dat de Nederlandse overheid onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van alle Nederlanders die uitsluitend op basis van CBT met Amerikaanse wensen worden geconfronteerd.

Overige thema’s
Er is nog meer over de overwegingen van de Belastingdienst op te merken, zoals over het niet informeren van betrokkenen. Dat doe ik nu niet.

Uitwisseling van financiële persoonsgegevens met landen buiten de EU
De problematiek van onrechtmatige buitenlandse wetgeving kan ook spelen bij de uitwisseling van financiële persoonsgegevens met andere landen dan de VS, die plaats vindt op grond van ‘CRS’ (Common Reporting Standard) [2].
Een toetsing van de grondrechtelijkheid van het belastingsysteem van landen buiten de EU zou een vast onderdeel moeten zijn bij de voorbereiding van een verdrag, zoals ook al door Leo Neve bepleit.

Tot slot

Het is onbegrijpelijk dat Nederland een verdrag met een machtig land mag sluiten, waarmee grondrechten van Nederlandse burgers worden geschonden. Het is hoog tijd dat een einde komt aan dit soort praktijken en dat de grondrechten worden gerespecteerd.

 

 

Noten

[1] Lees de pagina van het ministerie van Financiën waarin de grondrechten schendende citizenship based taxation van de VS klakkeloos wordt geaccepteerd.
[2] Het ministerie van Financiën schrijft op deze pagina dat er alleen getoetst wordt aan de gegevensbescherming. Dat gebeurt door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en niet door Nederland (of de EU) zelf, wat ik vreemd vind.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie