Vertrouwelijke behandeling beroepsprocedures in personentoetsingszaken

Het jaarlijkse rondje wetgevingswensen van AFM en DNB is weer geweest. Één van de onderwerpen die daarbij aan de orde komt, is de rechtsbescherming van natuurlijke personen, die door de toezichthouders worden getoetst (personentoetsing).

DNB schrijft:

Vertrouwelijke behandeling beroepsprocedures in toetsingszaken

Het bijzondere karakter van een toetsing brengt met zich mee dat het extra van belang is dat de rechtsbescherming zorgvuldig is vormgegeven. In de wetgevingsbrief 2016 heeft DNB daarom de wens geuit om de bestaande rechtsbescherming van getoetste bestuurders en commissarissen verder te versterken, door de zittingen van het beroep en hoger beroep met betrekking tot aanvangs- en hertoetsingen achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, tenzij de bestuurder anders verzoekt. De commissie Ottow geeft in haar op 30 november 2016 verschenen rapport aan, dat het reputatierisico vanwege het openbare karakter van beroep van zittingen voor betrokkenen inderdaad een belangrijke overweging is om niet in beroep te gaan. Een behandeling achter gesloten deuren kan in dat opzicht een bijdrage leveren om dit risico te verkleinen. DNB zou graag zien dat de minister deze wens gestalte geeft.

DNB verzoekt de uitzondering op openbaarheid van zittingen in artikel 1:101 Wft uit te breiden naar toetsingszaken in beroep en hoger beroep.

In de reactie op de wens dat beroepsprocedures in personentoetsingszaken vertrouwelijk worden behandeld, schrijft de minister van financiën het volgende:

Vertrouwelijke behandeling beroepsprocedures in toetsingszaken

Ik onderschrijf het belang van het bieden van adequate rechtsbescherming aan getoetste bestuurders en commissarissen. De commissie Ottow heeft een aantal waardevolle, nuttige aanbevelingen gedaan om het toetsingsproces te versterken en de positie van de kandidaat te verbeteren. Deze aanbevelingen zien op het primaire besluitvormingsproces en de bezwaarfase, en niet op de beroepsfase, al stelt de commissie Ottow wel vast dat behandeling achter gesloten deuren het risico op reputatieschade kan verkleinen. Op grond van artikel 8:62 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechter reeds de bevoegdheid om daartoe te besluiten, als de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dat eist. Het wettelijk verankeren van een generieke uitzondering op de openbaarheid van rechtszittingen biedt getoetste bestuurders en commissarissen op voorhand zekerheid over de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer, maar ontneemt de rechter de mogelijkheid om van geval tot geval te beoordelen welke maatregelen nodig zijn om het belang van het privéleven te waarborgen. De vraag die dan voorligt, is of het publieke belang van een adequaat toetsingsproces en de positie van de bestuurder en commissaris daarin, nopen tot een dergelijke inbreuk op het uitgangspunt van openbaarheid van rechtszittingen. Dat vraagt om een gedegen motivering op basis van zwaarwegende gronden. Tegen deze achtergrond ben ik bereid om nut, noodzaak en wenselijkheid van deze wetgevingswens nader te onderzoeken.

De minister is bereid een en ander te onderzoeken.

NB Overigens lijkt dit ook buiten de Wft relevant te zijn.

Meer informatie:


Dit bericht is ook geplaatst op de site van Compliance Platform Trustkantoren

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

De schoenendoosadministratie van een advocaat

Vanwege mijn belangstelling voor het onderwerp boekhoudplicht stuitte ik onlangs op een fiscale uitspraak over een advocaat (eenmanszaak, dus een zgn. ‘IB-ondernemer’) met een wel heel  bijzondere administratie.

Kennelijk maakte de advocaat geen gebruik van een boekhoudprogramma, want de belastingdienst verzoekt de advocaat vriendelijk doch dringend om de administratie digitaal aan te leveren, zie onderstaand citaat (verweerder = belastingdienst, eiser = de advocaat):

6. Bij e-mailbericht van 6 november 2013 heeft verweerder eiser geïnformeerd over onder meer de verkrijgbaarheid van boekhoudprogramma’s voor het voeren van de administratie. Daarbij heeft verweerder ook enkele tips gegeven met betrekking tot het boeken van kosten indien met een Excel spreadsheet zou worden gewerkt. (…)
8. Bij brief van 20 februari 2014 heeft verweerder eiser verzocht de administratie op een zodanige wijze aan te leveren dat deze eenvoudig te controleren is. (…)

De advocaat leverde tot ongenoegen van de belastingdienst de gevraagde administratieve gegevens niet in de door de fiscus gewenste vorm aan. Wel mailde de advocaat excel spreadsheets en stuurde hij kopieën van nota’s en andere relevante gegevens in papiervorm op. De belastingdienst legt aan de advocaat een zgn. informatiebeschikking op. Voor de rechter ontspon zich een discussie over de vraag of de advocaat aan zijn administratieplicht had voldaan.

Informatiebeschikking / administratieplicht

De belastingdienst heeft die informatiebeschikking vastgesteld op basis van vermeende schending van het bepaalde in het eerste en het vierde lid van artikel 52 AWR. Ingevolge het eerste lid van dat artikel zijn administratieplichtigen gehouden van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, zelfstandig beroep of werkzaamheid naar de eisen van dat bedrijf, dat zelfstandig beroep of die werkzaamheden op zodanig wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken (hierna ook: administratieplicht). In het vierde lid van artikel 52 AWR is bepaald dat administratieplichtigen verplicht zijn de hiervoor bedoelde gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren (hierna ook: bewaarplicht).

Rechterlijk oordeel

De rechtbank overweegt dat als administratieve gegevens worden aangeleverd als een aan elkaar geniete stapel van nota’s en bonnen, dat nog niet betekent dat de administratie gebrekkig is, aldus onderstaand citaat (verweerder = belastingdienst, eiser = de advocaat):

26. De rechtbank overweegt dat verweerder in de informatiebeschikking heeft verwezen naar nota’s en bonnen, al dan niet als stapel aan elkaar geniet, maar dat verweerder geen van die stukken in deze procedure heeft overgelegd. De rechtbank is derhalve niet in staat gesteld te beoordelen of eisers administratie in de onderhavige jaren gebreken vertoont die dermate ernstig zijn dat hierdoor de boekhouding als grondslag voor de winstberekening dient te worden verworpen. Gelet op de bewijslastverdeling in deze kan het gevolg hiervan niet voor rekening van eiser komen.

27. Verweerder heeft betoogd dat eiser geen medewerking wilde verlenen ten behoeve van onder meer het maken van kopieën (van delen) van de administratie. Verweerder heeft echter, tegenover de betwisting door eiser, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zulks het geval was. Overigens kan het betoog verweerder niet baten, nu aan de vaststelling van de informatiebeschikking alleen schending van de verplichtingen van artikel 52, eerste en vierde lid, van de AWR ten grondslag is gelegd en niet tevens schending van artikel 47 van de AWR.

28. Het voorgaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat eisers administratie dient te worden verworpen. De informatiebeschikking dient dan ook in haar geheel te vervallen. (…)

Meer informatie: uitspraak Rechtbank Noord-Holland 17 maart 2017

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Plaats een reactie

Cybersecurity bij de gemeente Rotterdam: rapport in aantocht

Sinds ik de illegale praktijken van de gemeente Rotterdam inzake het burgerservicenummer (BSN) ontdekte, volg ik met belangstelling de berichten over cybersecurity bij deze gemeente.
Vorig jaar werd bekend dat de Rotterdamse Rekenkamer een onderzoek naar de veiligheid bij de gemeente in ging stellen. Uit diverse berichten blijkt dat het rapport nu in aantocht is en dat de gemeente er niet blij mee is.

Ik ben benieuwd naar het rapport en naar de maatregelen die de gemeente Rotterdam gaat nemen.

(Dat overheden vaak in het nieuws zijn over cybersecurity betekent overigens niet dat er elders niets aan de hand is…)

Meer informatie:

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Gegevensverzamelaars: wat is het verschil tussen de reclamebedrijven van de Fraudehelpdesk en de Persgroep?

In een recent bericht waarschuwt de Fraudehelpdesk voor dubieuze reclamebedrijven die persoonsgegevens verzamelen met lokkertjes, de helpdesk schrijft:

De e-mails worden verstuurd door bedrijven die uit zijn op uw persoonsgegevens. Die willen ze gebruiken om u reclame te kunnen sturen

Echter, wat is het verschil met reguliere bedrijven en instellingen die precies hetzelfde doen? Hierna een voorbeeld.

Privacy bij DPG Media (voorheen De Persgroep)
DPG Media (voorheen De Persgroep), uitgever van belangrijke Nederlandse kranten, schrijft dat het abonnees uitgebreid profileert (profielen opstelt). In aanvulling op de gegevens die een abonnee zelf opgeeft, zo schrijven zij, verzamelt de Persgroep extra gegevens, bijvoorbeeld (dus het is niet compleet):

• Apparaatgegevens zoals een unieke device-ID, versie van het besturingssysteem en instellingen van het apparaat dat u gebruikt om toegang te krijgen tot de dienst.
• Gebruiksgegevens over de diensten die u gebruikt waaronder het tijdstip, de duur van het gebruik en de inhoud van de dienst.
• Locatiegegevens afkomstig van uw mobiele apparaat of afgeleid van uw IP-adres die ons kunnen worden doorgegeven wanneer u bepaalde diensten gebruikt.
• Informatie van externe bronnen. Wij kunnen informatie over u ontvangen van publiek en commercieel beschikbare bronnen, bijvoorbeeld van een social media site als u verbinding maakt met onze diensten via die social media site.

Door middel van het kenmerk van het gebruikte apparaat (device-ID) kan de uitgever de gebruiker individueel benaderen. De uitgever koopt ook informatie van informatiemakelaars, bijvoorbeeld over het inkomen van de abonnee. De set van gegevens is goud waard.

Een belangrijk doel van het verzamelen van gegevens is om advertenties te kunnen verkopen, DPG Media (voorheen De Persgroep) schrijft dat de gegevens gebruikt worden:

Om doelgericht te adverteren. Wij kunnen uw informatie gebruiken om profielen samen te stellen waarmee we uw interesses proberen in te schatten. Advertenties kunnen worden afgestemd op deze profielen.

Afmelden van de tracking activiteiten kan niet, wel kan de abonnee zich afmelden van informatie over producten en diensten van de uitgever.

Er staat niets over het afgeven van deze gegevens aan derden, zodat een abonnee er van uit zou moeten kunnen gaan dat dit niet gebeurt. Of dit werkelijk zo is, valt niet te controleren. Uit het privacy statement blijkt niet dat deze onderneming onafhankelijk geaudit wordt op privacy en security, dus abonnees moeten op de blauwe ogen van de uitgever vertrouwen.

Privacy bij De Correspondent
De privacyverklaring van De Correspondent ziet er heel anders uit. Deze uitgever lijkt geen device-ID te verzamelen en koopt ook geen extra gegevens van commerciële informatiediensten. Over hun beleid schrijven ze:

Ten grondslag aan ons privacymanifest liggen de volgende vier uitgangspunten:

1 Wij verzamelen alleen gegevens waartoe we wettelijk verplicht zijn of die nodig zijn voor het goed functioneren van ons platform.
2 We verkopen deze gegevens niet aan derden.
3 Het doel van de verzameling moet duidelijk zijn uitgelegd aan onze leden.
4 Leden moeten waar mogelijk controle hebben over de gegevens.

Om deze uitgangspunten te waarborgen, hebben we vier criteria opgesteld waaraan alle gegevensverzameling moet voldoen:

1 Hebben we deze gegevens nodig voor het goed functioneren van ons platform of zijn we wettelijk verplicht deze te verzamelen en te bewaren?
2 Hebben we dit helder aan onze leden uitgelegd?
3 Als er geen wettelijke verplichting bestaat, heb je als lid dan toestemming gegeven voor de verzameling van deze gegevens?
4 Worden de gegevens veilig opgeslagen?

Pas als alle vragen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord, verzamelen, bewaren en gebruiken wij deze persoonsgegevens.

Dat ziet er een stuk beter uit.

Tot slot
Het wordt tijd dat de wijze waarop bedrijven gegevens verzamelen en de wijze waarop de digitale veiligheid is geregeld (inclusief onafhankelijke toetsing) een onderdeel wordt van de keuze om al dan niet diensten af te nemen.

Meer informatie:

 


Aanvulling 27 mei 2020
Aangezien De Persgroep inmiddels is omgedoopt in DPG Media, heb dat in bovenstaande tekst toegevoegd. Het blijven wel mijn waarnemingen uit maart 2017, dus vandaag kunnen de teksten iets anders luiden.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Opsporing mag niet kritiekloos gebruik maken van conceptrapport bedrijfsrecherchebureau

Bij de opsporing maakt de overheid graag gebruik van particuliere informatie. Echter, niet alles kan worden uitbesteed, zo blijkt uit een recente strafrechtelijke uitspraak over onderzoek door een bedrijfsrecherchebureau naar verduistering van medische dossiers.

De rechtbank overweegt dat de politie kritiekloos is afgegaan op een conceptrapport van een bedrijfsrecherchebureau. Er is daardoor ten onrechte gebruik gemaakt van bijzondere bevoegdheden en alles wat door middel daarvan is verkregen, is onrechtmatig verkregen.

Uit de geschetste gang van zaken blijkt dat de politie het redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van verdachte, zonder enige toetsing of nader onderzoek naar de betrouwbaarheid, heeft gebaseerd op voornoemd conceptrapport van Hoffmann. De officier van justitie heeft ter terechtzitting in dit verband desgevraagd nog verklaard dat er tijdens het door Hoffmann uitgevoerde onderzoek door politie en/of justitie geen onderzoekshandelingen zijn gepleegd Hoewel de vraag of opsporingsfunctionarissen een ‘redelijk vermoeden’ mochten koesteren door de rechter slechts marginaal kan worden getoetst, kan naar het oordeel van de rechtbank hetgeen in de onderhavige zaak ten grondslag heeft gelegen aan de inzet van de bijzondere opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 126n Sv, die toets niet doorstaan. Dit leidt ertoe dat al hetgeen naar aanleiding hiervan is verkregen van het bewijs dient te worden uitgesloten. Hetgeen resteert is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Meer informatie:
Uitspraak Rechtbank Noord-Nederland 31 januari 2017

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: | Plaats een reactie

AML in Germany | implementation of AMLD4

Jan-Philipp Rose of Belmont Legal was so friendly to allow me to publish his article on anti-money laundering in Germany on this blog. It follows below.

The new Draft Law on Money Laundering and its Consequences for Businesses in Germany

Following lengthy discussions, the German government recently finalised a draft law regarding the fight against money laundering and financing of terrorism. With this draft law, the government implemented the fourth European directive on money laundering (which came into force on 25 June 2015, giving the European member states two years to implement the directive).
With respect to the German legislative process, the draft law will come into force with effect as of summer 2017.

Key Element – the Transparency Register
A key element of the new law is the creation of a so-called “Transparency Register” in which businesses will disclose their legal ownership structure. This applies in particular to a GmbH, the German form of a limited liability company.
However, the Transparency Register will also serve as a central point of contact for publications of the ownership structure, which are already in existence. For example, as the law stands, the shareholder list of a German GmbH is already filed with the Commercial Register. It will then be retrievable in the Transparency Register without any further notification by the respective GmbH.
This procedure will limit the administrative duties of the companies.
However, the obligation to notify about the legal owners of a company alone is not sufficient. Any and all beneficial owners that (i) hold more than 25% of the shares (ii) represent a quarter of the voting rights or (iii) exercise control in a comparable way will be mentioned.
This also applies to several persons acting together in order to reach the 25% threshhold, which consequently means that any control agreements between such parties will also be filed with the Transparency Register and the company has an obligation to enquire about the existence of such agreements.
It is the duty of investment companies to provide information on the beneficial owners.
The details of the beneficial owners comprise inter alia the full name, date of birth, place of residence and the type and extent of the economic interest.

Access to the Transparency Register
Initially, it was foreseen that access to the Transparency Register would be restricted and available only to persons with a justified interest for a fee. However, there a plans on a European level to change the fourth money laundering directive so that access will be free of charge.
The German draft law would then have to be adapted

Notification Obligation and Penalties
The notifications should be made by the companies by 1 October 2017. If this deadline is missed, fees of up to EUR 100,000 can become due. In case of systematic violations, penalties of EUR 1 million or twice the economic advantage can become due.

Further Amendments
The German Federal Ministry of Justice pointed out that – parallel to the changes described above – it is considering implementing changes regarding the shareholder list of a GmbH to be filed with the Commercial Register. In particular, the percentage of the shares of each shareholder should be indicated, thus allowing a direct identification of the shareholders holding more than 25% of the shares and consequently, a beneficial owner within the meaning of the draft law.

Jan-Philipp Rose, Belmont Legal

A pdf version of the article can be downloaded here.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Verschoningsrecht advocatuur in Duitsland

Uit een recent artikel in FAZ leid ik af dat het verschoningsrecht voor advocaten in Duitsland zeer beperkt is.
In het artikel “Wie sicher sind Kanzleien vor dem Staatsanwalt?” wordt beschreven dat de Duitse opsporingsinstanties invallen hebben gedaan bij onder meer advocatenkantoor Jones Day (actief voor Vokswagen) en Freshfields Bruckhaus Deringer. Het artikel meldt dat de Duitse advocatenorganisaties bezwaar maken tegen de invallen, maar intussen gebeurt het wel gewoon. Hoe zich het verhoudt tot de Europese beginselen van vertrouwelijkheid, meldt het artikel niet.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa | Tags: , | Plaats een reactie

Joep Beckers: punitief bestuursrecht ongeschikt voor zware sancties

Mooi is dat steeds meer proefschriften direct online beschikbaar zijn (jammer dat dit niet verplicht is). Dankzij het feit dat het proefschrift van Beckers over organisatiecriminaliteit openbaar is, kon ik het doornemen en nagaan of er ook aandacht wordt besteed aan het bestuursstrafrecht, dat op sommige terreinen belangrijker is dan het strafrecht.

Beckers schrijft in het slothoofdstuk op pagina 333 over de vraag over de verdeling van zaken tussen het punitieve bestuursrecht en het strafrecht:

Mijn onderzoeksresultaten onderstrepen nu juist het belang van deze vraag. Volgens mij zou het veel logischer en effectiever zijn om te proberen ieders kwaliteiten zo goed mogelijk te benutten. Vanwege de betrekkelijke doelmatigheid ervan, zou het punitief bestuursrecht zich vooral moeten richten op een efficiënte afdoening van veelvoorkomende, technische en relatief lichte overtredingen. Het strafrecht – met zijn morele geladenheid, maatschappelijke herkenbaarheid, en diepgravende opsporingsbevoegdheden en vergaande dwangmiddelen – daarentegen, zou zich in mijn optiek dienen te focussen op het grootste onrecht en de delicten waarmee maximale uitstralingseffecten kunnen worden gerealiseerd.

Dat betekent dat in het financiële recht sanctiebevoegdheden moeten worden weggehaald bij DNB en AFM, iets waar ik het helemaal mee eens ben (zie bijvoorbeeld dit artikel).

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuurlijke boete, Bestuurlijke sancties, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: | Plaats een reactie

WODC rapport over juridische dienstverlening zit er naast

Medio februari jl. is een rapport van het WODC over de juridische dienstverlening aan het parlement toegezonden. Het is te hopen dat op dit rapport geen acht wordt geslagen.

Enkele aantekeningen bij dit rapport:

  • Aandacht voor de toenemende compliance last als gevolg van beroepsregels en wetgeving, bijvoorbeeld op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), ontbreekt volledig. Ik hoor nu al dat notarissen meer tijd kwijt zijn met het vaststellen van de uiteindelijke belanghebbende van een bv dan met de overige notariële activiteiten. De hoge kosten die hiermee gemoeid zijn zullen er toe leiden dat de concurrentiepositie van advocaten en notarissen verslechtert ten opzichte van ‘goedkopere’ alternatieven die zich van dergelijke beroepsregels en wetgeving niets (hoeven) aan te trekken. Gevolg: de advocaat en notaris worden alleen ingeschakeld voor datgene waarvoor inschakeling verplicht is. De rest wordt gedaan door anderen.
  • De technologische ontwikkelingen zullen tot gevolg hebben dat de burger in de knel raakt (hoe de WODC-auteurs er bij komen dat de burgers juridisch mondiger worden is een raadsel, lees de Nationale Ombudsman er maar eens op na). Ook internationalisering en de toegenomen juridische rol van Europa zullen er toe leiden dat juristen nodig zijn om problemen op te lossen. De rol van Nederlandse juridische beroepsbeoefenaren zal daarom onverminderd groot blijven, met dien verstande dat meer gebruik gemaakt zal moeten worden van technische hulpmiddelen.
  • Een interessante vraag, niet door de WODC-auteurs gesignaleerd, is of grotere advocaten- en notariskantoren actief zullen worden op het gebied van het ontwikkelen van juridische software en als juridische uitgever zullen gaan acteren. Gelet op het vereiste van onafhankelijkheid is nl. onwaarschijnlijk dat IT-bedrijven advocaten- of notariskantoren in eigendom zullen krijgen.
  • Er worden allerlei verhalen overgeschreven van bekende roeptoeters als Richard Susskind, zonder te kijken naar de specifiek Nederlandse situatie. Voorbeeld: de auteurs stralen optimisme uit over het beschikbaar komen van juridische kennissystemen, terwijl daar in de praktijk niets van te merken is. Het omgekeerde is juist zichtbaar: IT-bedrijven hebben weinig zin om dergelijke systemen te ontwikkelen aangezien het ontwerpen ervan en het bijhouden veel te duur is voor een kleine juridische markt als Nederland. Het prangendste voorbeeld betreft een grote markt, nl. die van fiscale aangiftesoftware voor al diegenen die zich met belastingaangifte bezighouden (belastingadviseurs, administratiekantoren en accountants). Uit de hoek van de professionele gebruikers van fiscale aangiftesoftware hoor ik dat het aanbod onvoldoende is en dat de kwaliteit achterblijft.
  • Op dit moment beperkt het digitale aanbod voor juristen zich tot vakliteratuur in digitale vorm via de uitgevers, eventueel ter beschikking gesteld via content-integratie (Legal Intelligence, Rechtsorde); dat zijn geen kennissystemen. Voor zover ik weet is er een minimaal aanbod van juridische kennissystemen, het enige dat in me opkomt is BerkeleyBridge, dat ik lang geleden een keer getest heb en dat ik toen voor een klein kantoor nog niet bruikbaar vond.
  • Het valt op dat de auteurs van het WODC-rapport lijden aan de big data en blockchain-naïviteit die alom zichtbaar is. Dat ‘slimme algoritmen’ discrimineren lijkt bij hen niet bekend. Het zou goed zijn als de auteurs eerst eens een boekenkastje over deze onderwerpen hadden gelezen (intro: 1 en 2).
  • De auteurs signaleren dat er gespecialiseerde sites zijn ontstaan die suggereren dat zij digitale juridische dienstverlening bieden. Ik heb de indruk dat de kwaliteit van dat soort software mager is en dat het goed up-to-date houden een hels karwei is. Het doet me denken aan de modellen producten van de uitgevers, die niet bieden wat je mag verwachten.
  • De WODC-auteurs menen dat advocaten met een solopraktijk het moeilijk zullen krijgen, terwijl de cijfers juist een toename van eenmanspraktijken laten zien (op pagina 44 staat een mooi overzicht). Een omgekeerde redenering is ook mogelijk: dankzij een aanbod van goede digitale producten wordt het makkelijker om de praktijk in een klein kantoor te beoefenen.

Het rapport laat een rommelig beeld zien dat niet aansluit bij de werkelijkheid; de conclusies worden niet gedragen door de voorafgaande tekst. Een en ander doet denken aan het onvoldragen Ecorys product waar ik eerder over schreef.
Het wordt tijd dat het niveau van de wetenschappelijke rapporten over de juridische dienstverlening aanzienlijk wordt verhoogd.

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], ICT, privacy, e-commerce, Kantoororganisatie | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

AMLD4 | stand van zaken rondom wijzigingsvoorstel

Nog steeds is er geen duidelijkheid over de wijzigingen die in de Vierde Europese Antiwitwasrichtlijn (AMLD4) zullen worden aangebracht. Ook de invoering per 26 juni a.s. is nog niet van tafel. Die invoeringsdatum zal van tafel moeten, aangezien het zich laat aanzien dat het wijzigingsvoorstel ingrijpende aanpassingen zal bevatten.

Niet voor niets is stil rondom de Nederlandse implementatie van AMLD4: van een consultatie inzake het ubo-register is nog niets vernomen en ook het voorstel tot wijziging van de Nederlandse wet is niet ingediend.
Dit heeft geen zin, zo lang niet duidelijk is hoe AMLD4 gewijzigd gaat worden. De Nederlandse overheid is niet klaar met AMLD4, laat staan dat Wwft-plichtige ondernemingen in staat zijn om invulling te geven aan hun nalevingsverplichtingen (‘compliance’).

Inwerkingtreding: 26 juni 2017 kan niet meer worden gehaald

Het wordt tijd dat Europea officieel vaststelt dat inwerkingtreding van AMLD4 niet deze zomer plaats vindt en wordt uitgesteld, bij voorkeur tot 1 januari 2019.

Start onderhandelingen Europees Parlement met de lidstaten

Vandaag kwam ik een  bericht van Transparency International tegen waarin wordt gezegd dat het Europees Parlement ten gunste van een openbaar ubo-register zou hebben gestemd en dat de onderhandelingen tussen de lidstaten en het Europees Parlement vandaag zouden starten. Op de Europese websites kon ik hier nog niets over vinden.

Zorgelijk is dat organisaties als Transparency International met betrekking tot AMLD4 de weg van “dik hout zaagt men planken” kiezen.
Fraudebestrijding is mooi, maar aandacht voor de risico’s van het openbare ubo-register en voor de doorgeslagen bureaucratie die het gevolg is van de compliance verplichtingen hoort niet te ontbreken.

Kennelijk is slordig actie voeren voor Transparency International belangrijker dan zorgvuldige Europese wetgeving die de burger niet beschadigt.

Meer informatie:

  • Artikel Transparency International Nederland over witwasbestrijding en ubo-register, “Onthullingen Global Laundromat: tijd om geld te ontschaduwen“.
    Dit artikel roept vele vragen op, zoals:
    # Wat is een “brievenbusfirma”, is dat iedere rechtspersoon? Als het niet iedere rechtspersoon is, waarom wordt het ubo-register dan niet beperkt tot “brievenbusfirma’s”?
    # Bestaan in Europa “anonieme lege vennootschappen”? Lijkt me niet, zulke gegevens staan toch in de handelsregisters en als dat niet in alle landen is geregeld, moet daar iets aan worden gedaan!
    # Staan in het ubo-register alleen criminele ubo’s van vennootschappen die moeten worden “uitgeschakeld”?
  • Informatie Europees Parlement van 9 maart jl.
  • Opinie van de Europese privacy toezichthouder EDPS

Dit bericht is ook op mijn ondernemingsrechtweblog gepubliceerd.


Aanvulling 22 maart 2017
Zie voor de reactie van Judith Sargentini op Twitter bij de reacties.

Aanvulling 23 maart 2017
Op CMweb stond op 21 maart jl. het artikel “Onduidelijkheid UBO-register: ‘Het beeld van weinig voortgang is breed in Europa herkenbaar’” naar aanleiding van een artikel van een PWC auteur. PWC kondigt een rapport aan inzake de impact van het ubo-register op familiebedrijven. Vorig jaar publiceerde CMweb een artikel van Richard van Berkel, “UBO-register: poorten voor socialmediaterreur gaan wagenwijd open“.

Aanvulling 24 maart 2017
In een persbericht laat de Europese Commissie weten dat er vandaag AML voorstellen worden besproken:

In the afternoon, Ministers will discuss the Commission’s proposals on terrorist financing, including on countering money laundering by criminal law and on mutual recognition of freezing and confiscation orders as well as a proposal concerning contracts for the supply of digital content.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , , , , , | 1 reactie