WODC rapport over juridische dienstverlening zit er naast

Medio februari jl. is een rapport van het WODC over de juridische dienstverlening aan het parlement toegezonden. Het is te hopen dat op dit rapport geen acht wordt geslagen.

Enkele aantekeningen bij dit rapport:

  • Aandacht voor de toenemende compliance last als gevolg van beroepsregels en wetgeving, bijvoorbeeld op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), ontbreekt volledig. Ik hoor nu al dat notarissen meer tijd kwijt zijn met het vaststellen van de uiteindelijke belanghebbende van een bv dan met de overige notariële activiteiten. De hoge kosten die hiermee gemoeid zijn zullen er toe leiden dat de concurrentiepositie van advocaten en notarissen verslechtert ten opzichte van ‘goedkopere’ alternatieven die zich van dergelijke beroepsregels en wetgeving niets (hoeven) aan te trekken. Gevolg: de advocaat en notaris worden alleen ingeschakeld voor datgene waarvoor inschakeling verplicht is. De rest wordt gedaan door anderen.
  • De technologische ontwikkelingen zullen tot gevolg hebben dat de burger in de knel raakt (hoe de WODC-auteurs er bij komen dat de burgers juridisch mondiger worden is een raadsel, lees de Nationale Ombudsman er maar eens op na). Ook internationalisering en de toegenomen juridische rol van Europa zullen er toe leiden dat juristen nodig zijn om problemen op te lossen. De rol van Nederlandse juridische beroepsbeoefenaren zal daarom onverminderd groot blijven, met dien verstande dat meer gebruik gemaakt zal moeten worden van technische hulpmiddelen.
  • Een interessante vraag, niet door de WODC-auteurs gesignaleerd, is of grotere advocaten- en notariskantoren actief zullen worden op het gebied van het ontwikkelen van juridische software en als juridische uitgever zullen gaan acteren. Gelet op het vereiste van onafhankelijkheid is nl. onwaarschijnlijk dat IT-bedrijven advocaten- of notariskantoren in eigendom zullen krijgen.
  • Er worden allerlei verhalen overgeschreven van bekende roeptoeters als Richard Susskind, zonder te kijken naar de specifiek Nederlandse situatie. Voorbeeld: de auteurs stralen optimisme uit over het beschikbaar komen van juridische kennissystemen, terwijl daar in de praktijk niets van te merken is. Het omgekeerde is juist zichtbaar: IT-bedrijven hebben weinig zin om dergelijke systemen te ontwikkelen aangezien het ontwerpen ervan en het bijhouden veel te duur is voor een kleine juridische markt als Nederland. Het prangendste voorbeeld betreft een grote markt, nl. die van fiscale aangiftesoftware voor al diegenen die zich met belastingaangifte bezighouden (belastingadviseurs, administratiekantoren en accountants). Uit de hoek van de professionele gebruikers van fiscale aangiftesoftware hoor ik dat het aanbod onvoldoende is en dat de kwaliteit achterblijft.
  • Op dit moment beperkt het digitale aanbod voor juristen zich tot vakliteratuur in digitale vorm via de uitgevers, eventueel ter beschikking gesteld via content-integratie (Legal Intelligence, Rechtsorde); dat zijn geen kennissystemen. Voor zover ik weet is er een minimaal aanbod van juridische kennissystemen, het enige dat in me opkomt is BerkeleyBridge, dat ik lang geleden een keer getest heb en dat ik toen voor een klein kantoor nog niet bruikbaar vond.
  • Het valt op dat de auteurs van het WODC-rapport lijden aan de big data en blockchain-naïviteit die alom zichtbaar is. Dat ‘slimme algoritmen’ discrimineren lijkt bij hen niet bekend. Het zou goed zijn als de auteurs eerst eens een boekenkastje over deze onderwerpen hadden gelezen (intro: 1 en 2).
  • De auteurs signaleren dat er gespecialiseerde sites zijn ontstaan die suggereren dat zij digitale juridische dienstverlening bieden. Ik heb de indruk dat de kwaliteit van dat soort software mager is en dat het goed up-to-date houden een hels karwei is. Het doet me denken aan de modellen producten van de uitgevers, die niet bieden wat je mag verwachten.
  • De WODC-auteurs menen dat advocaten met een solopraktijk het moeilijk zullen krijgen, terwijl de cijfers juist een toename van eenmanspraktijken laten zien (op pagina 44 staat een mooi overzicht). Een omgekeerde redenering is ook mogelijk: dankzij een aanbod van goede digitale producten wordt het makkelijker om de praktijk in een klein kantoor te beoefenen.

Het rapport laat een rommelig beeld zien dat niet aansluit bij de werkelijkheid; de conclusies worden niet gedragen door de voorafgaande tekst. Een en ander doet denken aan het onvoldragen Ecorys product waar ik eerder over schreef.
Het wordt tijd dat het niveau van de wetenschappelijke rapporten over de juridische dienstverlening aanzienlijk wordt verhoogd.

Meer informatie:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], ICT, privacy, e-commerce, Kantoororganisatie en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s