FIU Nederland: microbetaling relevant voor criminaliteitsbestrijding | Wwft

FIU Nederland deelde in dit bericht mee dat ook kleine transacties belangrijk zijn voor de criminaliteitsbestrijding, het artikel besluit met:

En nog een heel belangrijke les: het laat zien dat het niet altijd de grote bedragen zijn, die van belang zijn. Ook een klein bedrag kan een enorm belangrijk puzzelstukje zijn in financiële analyse.

Het geeft aan dat de mensen van de criminaliteitsbestrijding vinden dat iedere betaling die een burger doet crimineel kan zijn, ook al is het zoeken naar een speld in een hooiberg. Wel jammer is dat FIU niet aangeeft hoe de private onderneming [*] die de ‘ongebruikelijke transactie’ heeft gemeld op grond van criminaliteitsbestrijdingswet Wwft, die speld heeft ontdekt. Er staat niet meer dan:

De transactie was overgemaakt naar een darknet marktplaats waar kinderporno wordt verkocht. Het ging maar om een klein bedrag.

Het is een mooie illustratie van de data-zucht waar Spaink over schrijft. Iedere transactie moet worden geanalyseerd, het is allemaal voor ons bestwil en de overheid maakt geen fouten.

 

NB Ik blijf het jammer vinden dat de berichten van FIU Nederland vnl. tot doel hebben aan te geven dat zij nuttig werk doen. Guidance voor de Wwft-plichtingen is er zelden in te vinden.

 

[*] Een crypto wisseldienst. Bekijk deze pagina van FIU Nederland voor een overzicht van alle ondernemingen die misdaad moeten opsporen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Geheime brief DNB over brief integriteitsrisico’s bij trustkantoren

DNB maakte bekend een brief aan trustkantoren te hebben gestuurd over integriteitsrisico’s. De inhoud van de brief is door DNB niet bekend gemaakt, kennelijk mag het publiek er niet van kennis nemen.

 

Dit bericht verscheen eerder op de site Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: | Plaats een reactie

SLAPP of uitglijer FD?

Volgens dit bericht is een bekende Nederlander is een procedure tegen zakenkrant FD begonnen vanwege de suggesties in artikelen van deze krant dat er tegen sanctieregels in zaken werden gedaan in Iran en dat werknemers van de vennootschap waarbij hij was betrokken na de beursgang, op zijn verzoek betrokken waren bij activiteiten die de man daarbuiten ontplooide. Dat zijn ernstige beschuldigingen van het FD, die de krant moet kunnen waar maken. Ook de Nederlandse Vereniging van Journalisten is niet blij al wordt volgens het bericht ‘SLAPP‘ niet in de mond genomen.

We gaan zien wat er uit de procedure komt. Dat kan nog even duren, want het is een bodemprocedure.

 

Kijk hier voor het Europese wetsvoorstel tegen SLAPP.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

CCBE Statement on the use of AI in the justice system and law enforcement

The Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) announced on LinkedIn its statement on the use of AI-tools:

📢 The CCBE calls for a set of defined rules and principles governing the use of #AI tools in the #justice system and law enforcement. AI tools can be beneficial but a careful consideration of the risks of their use and their impact on #humanrights and the #ruleoflaw is needed. 

🔎 Read the CCBE statement: http://ccbe.link/xk36c

The CCBE statement calls on national, European and international authorities and organisations to ensure that: 
 
🔹 the use of AI tools in the justice system and law enforcement is appropriately controlled and regulated and that the regulation reflects the specificities of these systems. In particular, these regulations must respect the right to a fair trial and the right to a human judge.
 
🔹the rules governing the use of AI tools are grounded in a clear set of ethical principles, such as the respect for human rights, transparency, accountability and upholding the rule of law, and which are set beforehand. 
 
🔹these principles are turned into use-case specific operational rules and guidelines that must be followed when introducing AI tools into the justice system or law enforcement to make sure that they do not jeopardise the right to a fair trial. This requires careful consideration and knowledge of the potential risks and benefits of different AI tools, as well as a deep understanding of the ethical principles that underpin the justice system. The risk factors to be considered are complex and depend on specific use cases, as outlined above, including reliability of the AI tool and the tasks involved.

Panagiotis Perakis |  Jiri Novak 

 

CCBE on its website has a section on artificial intelligence.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Bewijs gekraakte cryptotelefoons in strafzaken | Hoge Raad

Op 13 juni besliste de Hoge Raad dat bewijs uit door in Frankrijk ontsleutelde cryptotelefoons in een Nederlandse strafprocedure gebruikt mag worden. Uit de inhoudsindicatie op rechtspraak.nl:

Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met toepassing van opsporingsbevoegdheid door autoriteiten van ander land dan Nederland, terwijl bevoegdheid in dat andere land is toegepast, en mogelijkheden voor verdediging om rechtmatigheid van bewijsverkrijging te onderzoeken. (…)

Ad 2. Bij bespreking van vraag over betekenis van vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met toepassing van opsporingsbevoegdheid door autoriteiten van ander land dan Nederland, terwijl bevoegdheid in dat andere land is toegepast, gaat HR in op opsporing onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten en op opsporing in buitenland onder verantwoordelijkheid van Nederlandse autoriteiten. Vervolgens gaat HR in op vraag of en, zo ja, in welke gevallen, machtiging van RC is vereist en maakt HR enkele opmerkingen over het gebruik van informatie in andere onderzoeken en over Richtlijn 2002/58/EG en Richtlijn (EU) 2016/680. Verder gaat HR in op o.m. beginsel van equality of arms en beoordeling van verzoeken tot het voegen van stukken bij processtukken en van verzoeken tot het verkrijgen van inzage in stukken.

Het meest intrigerende aan dit soort zaken is hoe kan worden geverifieerd of er door de buitenlandse (of Nederlandse) overheid geen fouten zijn gemaakt bij het vergaren van het digitale bewijs tegen de verdachte. Dat lijkt me buitengewoon lastig, wat de rol van de strafadvocaat ook moeilijk maakt.

 

Meer informatie:

 

 


Aanvullingen

Aanvulling 27 april 2024

Rel in het VK over onjuistheid van telefoongegevens die telco O2 aan de politie heeft verstrekt: Police forces check intelligence and criminal databases after errors discovered in O2 phone data: “Communications data – which includes details of the owner of a mobile phone, their location history, and details of when phone calls and messages were exchanged and who with – is used by investigators to track people’s locations and to build up lists of their contacts and associates“. En: “The case highlights a wider problem, which is that since 2000, following changes to the Police and Criminal Evidence Act 1984, courts presume that computer evidence is reliable unless there is evidence to show otherwise. “With hundreds, if not thousands, of convictions hinging upon call data records and locations obtained from faulty software, the need for further scrutiny on the presumed reliability of computer-based systems and the ‘evidence’ that they produce cannot be understated,” she said. “If there are software issues that are with the telecoms provider themselves, that wouldn’t necessarily be picked up by defence experts looking at the raw data,” she added.

Aanvulling 22 juli 2024
Op EU Law Analysis verscheen het artikel van Hugo Partouche, Mass hacking and fundamental rights: a missed opportunity for the CJEU?

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , | Plaats een reactie

Belgisch zorgplatform mocht niet zonder toestemming ‘gratis’ profielen van zorgverleners aanmaken | AVG

Op 14 juni jl. wees de Geschillenkamer van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit een interessante uitspraak over de vraag of een zorgplatform met beroep op ‘gerechtvaardigd belang’ profielen van zorgverleners mocht aanmaken, dus zonder toestemming te vragen. Het platform trok de gegevens van de zorgverleners van openbare websites.

De Geschillenkamer oordeelde na toepassing van het drietrapssysteem dat er geen beroep op gerechtvaardigd belang kon worden gedaan. De kamer overwoog dat weliswaar aan het eerste criterium (doel) en het tweede criterium (noodzaak) werd voldaan maar dat het platform strandde op het derde criterium (belangenafweging):

56. De Geschillenkamer is van oordeel dat er sprake is van een ernstige inbreuk op de grondrechten van betrokkenen. De verweerster verzamelt op grote schaal – zonder toestemming – persoonsgegevens van tienduizenden beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg. Deze gegevens worden vervolgens gepubliceerd op het platform van de verweerster waaruit zij commerciële winsten haalt. Voor wat betreft de aard van de contactgegevens, stelt de Geschillenkamer vast dat het inderdaad gaat om openbare gegevens. Het openbaar karakter van de persoonsgegevens verhindert niet dat de verwerking ervan passende waarborgen blijft vergen. Het feit dat persoonsgegevens voor het publiek beschikbaar zijn, is een factor waarmee bij de beoordeling rekening kan worden gehouden, vooral als de bekendmaking ervan gepaard ging met een redelijke verwachting van verder gebruik van de gegevens voor bepaalde doeleinden. 13 In dit kader merkt de Geschillenkamer op dat de litigieuze verwerking niet binnen de redelijke verwachtingen van de betrokkene valt. 14 De contactgegevens van de beroepsbeoefenaars worden gepubliceerd op hun eigen website of die van hun groepspraktijk of ziekenhuis, met hun toestemming voor die verwerking. Het valt niet binnen hun redelijke verwachting dat deze gegevens verder worden verwerkt voor andere doeleinden, zoals de publicatie van deze persoonsgegevens door commerciële partijen (in casu gegrond op het commerciële belang van de verweerster).

57. Bij de belangenafweging houdt de Geschillenkamer eveneens rekening met het principe van dataminimalisatie. In dit kader verwijst de Geschillenkamer naar de bewaartermijnen van deze persoonsgegevens die door de verweerster werden bepaald. In het privacybeleid stelt de verweerster het volgende:

“[De verweerster] zal de persoonsgegevens die het verzamelt in elektronische en/of gedrukte vorm bewaren gedurende de tijd die absoluut noodzakelijk is om te voldoen aan de voornoemde verwerkingsdoeleinden en zolang een dergelijke bewaring noodzakelijk wordt geacht voor ons om te voldoen aan onze wettelijke verplichtingen of om onze wettelijke belangen te verdedigen voor een rechtbank.”

58. Deze formulering laat toe dat de verwerkingsverantwoordelijke deze persoonsgegevens voor onbepaalde duur, en eventueel zelfs eindeloos, zou kunnen bewaren. Gelet op het bovenstaande concludeert de Geschillenkamer dan ook dat de verwerking niet in verhouding staat tot het doel.

 

13 Article 29 Working Party, Opinion 06/2014 on the “Notion of legitimate interests of the data controller under Article 7 of Directive 95/46/EC, p.3, te raadplegen via https://ec.europa.eu/justice/article-29/documentation/opinionrecommendation/files/2014/wp217_en.pdf.
14 Zie ook beslissing ten gronde 84/2022 dd. 24 mei 2022, te raadplegen via https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-gronde-nr.-84-2022.pdf.

 

Het maakt duidelijk dat er grenzen zijn aan scraping van sites voor eigen gewin.

Verder wordt duidelijk dat voor zover het doorverkopen van persoonsgegevens voor marketing door de eerste of tweede toets zou komen, er grote kans is dat die doorverkoop eveneens strandt op de derde toets en dus onrechtmatig is. Het zou mooi zijn als er nu eindelijk bikkelhard tegen de malafide praktijken van adtech bedrijven wordt opgetreden.

 

PS: de aanbieder kreeg een boete en een bevel de overtredingen te beëindigen:

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Studenten op de zwarte lijst | ID-kaart kwijt kan je je paspoort kosten | De jacht van DUO op studenten met migratieachtergrond

Het is iets wat studenten overkomt: het kwijtraken van het identiteitsbewijs.

ID-kaart kwijt? Dan kom je op de zwarte lijst
Dan kun je op de zwarte lijst van de overheid (Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, RDI) terecht komen, zo blijkt uit een aflevering van het radioprogramma Pointer van 23 april jl.: ID-kaart kwijt? Dat kan je je paspoort én je reisvrijheid kosten.

Het radiofragment is te beluisteren via deze pagina. Intro door Pointer:

Als je te vaak je ID-kaart verliest kun je je paspoort verliezen. Instanties zoals de gemeente kunnen mensen, die een risico vormen voor het vertrouwen in Nederlandse reisdocumenten, op een zwarte lijst zetten. Dat is een register waar je niet makkelijk weer vanaf komt.

Ik hoorde dat als iemand 3x in vijf jaar zijn identiteitsbewijs kwijt is geraakt, dat volgens het RDI betekent dat betrokkene een fraudeur is, waarna maatregelen volgen. Tegen dat oordeel kan – zo begrijp ik – geen bezwaar worden gemaakt en er is evenmin beroep mogelijk, wat mij vreemd in de oren klinkt. Immers, er kunnen persoonlijk feiten en omstandigheden zijn waardoor iemand zijn identiteitsbewijs kwijt is, zonder dat van fraude sprake is.

De jacht van DUO op studenten met migratieachtergrond
Ernstig is wat uit berichten op de site van De Groene blijkt. Daar verscheen het artikel van Bas Belleman, Belia Heilbron en Anouk Kootstra, ‘Ik dacht gewoon: ik pak je’, waaruit blijkt dat de jacht op vermeende fraudeurs door studiefinancieringverstrekker Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijna alleen studenten met een migratieachtergrond treft. DUO is zich van geen kwaad bewust en wil in september het aantal controles verviervoudigen, aldus de auteurs. Lees ook het artikel De positie van mbo’ers is nog altijd veel te precair door Belia Heilbron en Anouk Kootstra.

Het lijkt er op dat de overheid niet heeft geleerd van SyRI en de toeslagenaffaire.

Gevaarlijk, om jonge mensen op deze manier problemen te bezorgen. Het doet ook het beeld dat mensen van de overheid krijgen geen goed.

 

Inmiddels heeft de minister van Onderwijs het gebruik van de algoritmen stop laten zetten (artikel NOS).

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Bijdrage Privacy First aan consultatie ubo-register

Onlangs sloot de internetconsultatie over het voorstel voor nieuwe regels inzake de toegankelijkheid van het ubo-register. Privacy First deed mee aan de consultatie met onderstaande reactie.

Daarin komen de volgende thema’s aan de orde:

  • Alleen inzage voor Wwft-plichtige ondernemingen die onder integriteitstoezicht staan en bij wie de gegevensbeschermingsmaatregelen op orde zijn.
  • Zorgvuldige regeling inzake toegang op grond van ‘legitiem  belang’.
  • Maatregelen tegen misbruik van ubo-gegevens.
  • Maatregelen tegen de schadelijke gevolgen voor not-for-profit organisaties.
  • Correctie van de onjuiste implementatie van de Europese regels inzake de bedreigde ubo.
  • Correctie van de bewaartermijn.

De complete consultatiebijdrage van Privacy First luidt:

Stichting Privacy First maakt hierbij graag gebruik van de mogelijkheid om haar visie op het consultatievoorstel voor de Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers (https://www.internetconsultatie.nl/beperkingtoeganguboregisters/b1) kenbaar te maken.

Het consultatievoorstel heeft betrekking op wijziging van de Handelsregisterwet 2007 (‘Hrw’) en de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies (‘Trustregisterwet’). Wij geven ook commentaar op enige punten uit de uitwerking van de antiwitwasregelgeving in het Handelsregisterbesluit 2008 (‘Hrb’). De Nederlandse regelgeving, onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), is gebaseerd op de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2015/849), zoals gewijzigd door de 5e Europese antiwitwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2018/843), hierna aan te duiden als ‘AMLD4’.

Wij brengen allereerst in herinnering dat het overgrote deel van de mensen die als uiteindelijk belanghebbende (ubo) zijn geregistreerd in het ubo-register nette burgers zijn, die recht hebben op een zorgvuldige omgang met hun persoonsgegevens, in overeenstemming van de principes van de AVG. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft in de brief van 28 maart jl. {1} gewaarschuwd voor het via (semi-)openbare registers verspreiden van persoonsgegevens en de daaraan verbonden risico’s voor betrokkenen, zoals op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie. Wij verzoeken u dat advies te betrekken bij de voorbereiding van het wetsvoorstel en de uitvoeringsregelgeving.

Inleiding

In deze consultatiereactie willen wij de navolgende onderwerpen aan de orde stellen:

[1] De onwenselijkheid van onbeperkte inzage door alle soorten ondernemingen die onderworpen zijn aan de Wwft, hierna: ‘Wwft-plichtigen’ (voorstel artikel 22a lid 1 Hrw).
[2] Het ontbreken van duidelijkheid en waarborgen inzake inzage wegens “legitiem belang” (voorstel artikel 22 lid 5, artikel 22a Hrw).
[3] Het ontbreken van adequate maatregelen tegen misbruik van ubo-gegevens.
[4] De wenselijkheid van maatregelen tegen de schadelijke gevolgen voor non-profits van de te ruime ubo-definitie en het ontbreken van vrijstellingen.
[5] Correctie van de onjuiste implementatie in artikel 51b Hrb van de voorschriften in AMLD4/5 inzake afscherming van de persoonsgegevens van de bedreigde ubo.
[6] Correctie van artikel 51c Hrb, nu de ubo-gegevens op basis daarvan langer moeten worden bewaard dan door AMLD4 wordt voorgeschreven.

De opmerkingen die wij maken hebben betrekking op wijziging van de bepalingen van de Hrw. In de voorstellen inzake de Trustregisterwet zijn overeenkomstige teksten opgenomen, die wij niet afzonderlijk zullen bespreken en waarop ons commentaar ook van toepassing is.

Daar tekenen wij bij aan dat wij niet zijn overtuigd van het nut van het ubo-register en van het door Wwft-plichtigen op grote schaal verzamelen en up-to-date houden van de persoonsgegevens van de ubo’s van hun klanten. Voorts is van belang dat een belangrijk deel van de Wwft-plichtigen niet op integriteit wordt getoetst en er geen enkele zekerheid is dat hun digitale systemen aan de vereisten van de AVG voldoen, aangezien die systemen bij de meeste Wwft-plichtigen evenmin worden getoetst. Het uitwisselen van ubo-gegevens leidt tot zeer grote gegevensbeschermingsrisico’s voor ubo’s aangezien die uitwisseling meestal zeer onveilig gebeurt, bijvoorbeeld per e-mail. {2} Voor deze problematiek is tot nu toe onvoldoende aandacht geweest.

Inmiddels is duidelijk geworden dat de concepten van de witwasbestrijding en bestrijding van terrorismefinanciering op zwakke fundamenten berusten en leiden tot uitsluiting en discriminatie. Voor een toelichting verwijzen wij naar de brief en het memo dat wij op 2 december 2022 aan de Tweede Kamer hebben gestuurd. {3} Dit onderwerp laten wij in deze consultatiereactie verder rusten.

Ons commentaar

Hierna volgt ons commentaar, gerubriceerd per deelonderwerp.

[1] De onwenselijkheid van onbeperkte inzage door alle soorten ondernemingen die onderworpen zijn aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), hierna: ‘Wwft-plichtigen’ (voorstel artikel 22a lid 1 Hrw)

In veel documenten wordt de indruk gewekt dat de Wwft alleen iets is van banken en andere financiële instellingen (‘FI’s’), ondernemingen waarvan de betrouwbaarheid van de beleidsbepalers wordt getoetst en bij wie de IT-systemen worden gescreend. Bij die FI’s gaat ook het een en ander mis op het gebied van gegevensbescherming, maar hopelijk heeft dat voor mensen geen ernstige gevolgen. In ieder geval is er een vorm van toezicht.

Dat is bij de grote groep andere Wwft-plichtigen anders. Wij verwijzen naar onze toelichting gegeven in bijlage 1 bij ons memorandum van 2 december jl., vindplaats via noot 2. Voor zover ons bekend vindt bij geen van deze Wwft-plichtigen (behalve misschien notarissen) enige toetsing van de IT-systemen en de getroffen gegevensbeschermingsmaatregelen plaats. Slechts enkelen van hen kennen betrouwbaarheidstoetsing van beleidsbepalers (trustkantoren).

Wij zijn van mening dat het ongewenst is dat alle Wwft-plichtigen rechtstreekse en ongecontroleerde inzage in het ubo-register verkrijgen.

Daarbij kan worden aangetekend dat uit artikel 30 leden 4, 5 en 6 van de 4e Europese antiwitwasrichtlijn, zoals gewijzigd door de 5e richtlijn {4}, niet volgt dat alle Wwft-plichtigen rechtstreekse toegang dienen te krijgen. Er is slechts voorgeschreven dat zij discrepanties moeten signaleren (lid 4) en dat ze toegang tot informatie over de ubo’s dienen te krijgen (lid 5), wat ook via een door de (toekomstige) cliënt verschaft ubo-uittreksel kan plaatsvinden.

Als de toegang door Wwft-plichtigen niet op deze manier zou worden beperkt, is sprake van toegang tot de gegevens voor een zeer grote groep ondernemingen en worden de gegevensbeschermingsrechten van de ubo’s ondergraven. Wij menen dat dit in strijd is met de fundamentele rechtsbeginselen die door het Europese Hof van Justitie in de uitspraak van 22 november 2022 zijn genoemd.

Aanbevelingen:
• De toegang dient te worden beperkt tot die ondernemingen die een toetsing van integriteit en van de IT-systemen kennen. Vermoedelijk zijn dit alleen FI’s en notarissen.
• Bij alle overige Wwft-plichtigen kan er mee worden volstaan dat de toekomstige cliënt een uittreksel uit het ubo-register opvraagt en verschaft aan de Wwft-plichtige.

[2] Het ontbreken van duidelijkheid en waarborgen inzake inzage wegens “legitiem belang” (voorstel artikel 22 lid 5, artikel 22a Hrw)

In de huidige digitale samenleving nemen de risico’s voor iedere burger dat zijn of haar persoonsgegevens worden gecompromitteerd aanzienlijk toe. Niet voor niets is er een wetsvoorstel ingediend dat doxing strafbaar moet maken.5 Dat betekent dat inzage wegens ‘legitiem belang’ met waarborgen moet worden omgeven en dat moet worden voorkomen dat de persoonsgegevens van ubo’s de facto openbaar worden.
Helaas is het concept voor de algemene maatregel van bestuur (amvb) geen onderdeel van de consultatie. Uit de consultatietoelichting maken wij op dat er wordt gedacht aan:

• de pers en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering;
• personen als bedoeld in overweging 30 van de 5e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD5) die een transactie met een entiteit willen aangaan.

Allereerst merken wij op dat het ongewenst is dat de omschrijving wat ‘legitiem belang’ is in een algemene maatregel van bestuur wordt opgenomen. Dit hoort in de wet thuis, zodat parlementaire controle kan plaats vinden. De praktische uitwerking kan vervolgens in een algemene maatregel van bestuur worden geregeld. (Eigenlijk zou dit onderwerp op Europees niveau dienen te worden geregeld, nu het een beperking is op de gegevensbeschermingsrechten van ubo’s.)

Essentieel is dat de toegang tot persoonsgegevens van de ubo op basis van ‘legitiem belang’ een serieuze bijdrage levert aan de doeleinden van de witwasbestrijdings- en terrorismefinancieringswetgeving, zoals ook door artikel 8 lid 2 van het EU-Handvest wordt geëist (doelbinding). Dit betekent dat een goede onderbouwing van de noodzaak van toegang vereist is.

Daarom achten wij het ongewenst dat alle personen die met een entiteit een transactie willen aangaan de gegevens van de ubo kunnen inzien. In de toelichting wordt verwezen naar de overweging 30 van de 5e antiwitwasrichtlijn, een overweging die betrekking heeft op de algemene openbaarheid van het ubo-register. Uit die passage kan niet worden afgeleid dat degene die een transactie wil aangaan een legitiem belang zou hebben. Bovendien wordt in de consultatietoelichting niet onderbouwd welk misdaadbestrijdingsbelang gediend wordt door een dergelijke inzage. De facto is het gevolg van het openstellen van het ubo-register voor iedereen die pretendeert een transactie aan te willen gaan, dat het ubo-register alsnog openbaar wordt.

Aanbevelingen:
• De basisregeling inzake legitiem belang dient in de wet te worden opgenomen, waarbij als uitgangspunt geldt dat hergebruik van persoonsgegevens in openbare registers verboden is. {6}
• Het wijzigingsvoorstel voor de amvb waarin de toegang tot het ubo-register nader wordt geregeld dient ter consultatie te worden aangeboden op internetconsultatie.nl.
• Personen die een transactie met een in het Nederlandse ubo-register geregistreerde entiteit willen aangaan, hebben geen legitiem belang bij inzage en dienen geen toegang te verkrijgen tot het ubo-register.

Media en maatschappelijke organisaties
Het is een goede zaak dat mensen van de media en maatschappelijke organisaties zich bezighouden met het onderzoeken van misdaad, wat echter niet betekent dat zij de taken van overheden kunnen overnemen. Het is risicovol voor ubo’s als media en maatschappelijke organisaties vrije toegang tot hun persoonsgegevens zouden krijgen zonder te zijn onderworpen aan regels inzake integriteit en zorgvuldigheid.

Overigens veronderstellen wij dat media en maatschappelijke organisaties die onderzoek doen naar misdaad en met het oog daarop persoonsgegevens en andere gegevens verzamelen, zich bezighouden met wat in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) ‘recherchewerkzaamheden’ worden genoemd. Zowel bij de media als bij betreffende maatschappelijke organisaties kan worden gezegd dat er recherchewerkzaamheden in opdracht van een derde (de financier van de onderzoeksjournalist / organisatie van onderzoeksjournalisten, respectievelijk de financier van de maatschappelijke organisatie) worden verricht, in verband met een eigen (misdaadbestrijdings)belang van die derde, zodat een vergunning op grond van de Wpbr nodig is.

Verzoek:
• Kunt u ons bevestigen dat onderzoeksjournalisten en maatschappelijke organisaties die onderzoek doen naar misdaad en daarbij persoonsgegevens verwerken een vergunning op grond van de Wpbr nodig hebben, en op dit moment – nu zij voor zover wij weten die vergunningen niet hebben – in strijd met de Wpbr handelen? Is dit voor u aanleiding dit te verduidelijken en aan te dringen op naleving van de Wpbr en aanvraag van vergunningen?

Indien de Wpbr niet van toepassing zou zijn

Als de Wpbr niet zou gelden, biedt de uitzondering voor media/maatschappelijke organisaties mogelijkheden voor personen met slechte bedoelingen om zich voor te doen als journalist of relevante maatschappelijke organisatie. Aan inzage dienen eisen te worden verbonden in het belang van de gegevensbescherming van burgers die in overheidsregisters zijn opgenomen. Dit volgt uit de AVG die in dit soort situaties waarborgen eist. Wij zijn van mening dat dit aanleiding is voor integriteits- en zorgvuldigheidseisen.

Aanbeveling / verzoek:
• Toegang tot het ubo-register voor de media en maatschappelijke organisaties dient plaats te vinden op voorwaarde dat betrokkenen voldoen aan integriteits- en zorgvuldigheidseisen en dat wordt getoetst of de gegevensbeschermingsmaatregelen aan de AVG voldoen. Deze vereisten passen goed in de Wpbr.
• Gesteld dat het persoonsgerichte onderzoek door media/maatschappelijke organisaties nu niet onder de Wpbr zou vallen, adviseren wij om de Wpbr aan te passen, zeker nu er plannen voor modernisering zijn {7} en om te verduidelijken dat deze wet van toepassing is op onderzoeksjournalisten en maatschappelijke organisaties die recherchewerkzaamheden ten behoeve van misdaadontdekking respectievelijk -bestrijding verrichten.
• Het is van belang dat de begrippen ‘media’, ‘journalist’ en ‘maatschappelijke organisaties’ zorgvuldig worden gedefinieerd en dat er een procedure tot aanwijzing is met mogelijkheden voor belanghebbenden om bezwaar te maken tegen toegang. Voorts dient te worden onderbouwd dat de keuzes in lijn zijn met EU-regelgeving en rechtspraak.

[3] Het ontbreken van maatregelen tegen misbruik van ubo-gegevens

Anders dan in de toelichting op het consultatievoorstel wordt verondersteld, zijn er onvoldoende maatregelen genomen om de rechten van ubo’s op gegevensbescherming te waarborgen. Identificatie en een betaling van een gering bedrag zijn onvoldoende. Voor onze opmerkingen inzake wie inzagerecht heeft wordt verwezen naar wat hiervoor onder [1] en [2] is gezegd. Verder achten wij het van belang dat er extra bestuursrechtelijke en strafrechtelijke waarborgen worden gecreëerd tegen onzorgvuldig gebruik van de ubo-gegevens.

Aanbevelingen:
Wij stellen voor:
• Strafbaarstelling van het verspreiden of anderszins ter beschikking stellen van persoonsgegevens van ubo’s, tenzij daarmee een aantoonbaar misdaadbestrijdingsbelang is gediend.
• Verbod op het aanleggen van databases met persoonsgegevens van ubo’s en verbod op het aan derden toegang verschaffen tot dergelijke databases.
• Een regeling – in overeenstemming met de AVG (uitspraak EU Hof van Justitie 12 januari 2023, zaak C-154/21, RW/Österreichische Post AG) – dat de ubo het recht heeft om te weten welke personen die niet tot de overheid behoren inzage hebben gehad in zijn/haar persoonsgegevens, zodat de ubo als betrokkene zijn/haar rechten op grond van de AVG kan uitoefenen.

[4] De wenselijkheid van maatregelen tegen de schadelijke gevolgen voor non-profits van de te ruime ubo-definitie en het ontbreken van vrijstellingen

Op dit moment wordt de not-for-profit sector geconfronteerd met het feit dat hun statutair bestuurders in het ubo-register moeten worden ingeschreven als ‘uiteindelijk belanghebbende’, iets wat bij betrokkenen op veel onbegrip stuit. Een voorbeeld daarvan is de Burgerrechtenvereniging Vrijbit, die op 19 juni jl. schreef over hun bezwaren tegen registratie van hun bestuurders in het ubo-register. {8} Ook in eerdere artikelen, zoals in ‘Stand van zaken actie tegen de verplichte UBO-registratie voor vrijwilligersorganisaties van niet daadwerkelijk belanghebbenden als fake/pseudo belanghebbenden‘ [9] heeft Vrijbit terecht geklaagd over opname in het ubo-register.
Stichtingen en verenigingen met not-for-profit activiteiten moeten hun statutair bestuurders in het ubo-register inschrijven, terwijl die bestuurders geen economisch belang bij de organisatie hebben en die bestuurders al zijn geregistreerd in het handelsregister. Hun registratie als ‘uiteindelijk belanghebbende’ wekt verwarring bij de buitenwereld (zeker in het buitenland). Privacy First heeft in de totstandkomingsgeschiedenis van de Europese witwasbestrijding geen onderbouwing gevonden van de noodzaak om statutair bestuurders van noorganisaties als ubo aan te merken en in het ubo-register op te nemen. Voorts constateert Privacy First dat er landen zijn waarin de ubo-regels niet voor de not-for-profit gelden, een voorbeeld is het Verenigd Koninkrijk waar de regels niet gelden voor charities.

Voorts constateren wij dat kleine verenigingen van eigenaars (VvEs), te weten VvE’s met vier of minder appartementen, weliswaar niet in het ubo-register hoeven te worden ingeschreven, maar wel geconfronteerd worden met Wwft-plichtigen die hen om de ubo’s vragen, terwijl het doel van VvE’s niet is om uitkeringen te doen aan de appartementseigenaren, maar om geld bijeen te brengen voor het onderhoud van het gebouw. Gevolg hiervan is dat de persoonsgegevens van appartementseigenaren onnodig worden verspreid, ten eerste doordat de VvE-bestuurder die gegevens moet verwerken (plus bewijsstukken) en ten tweede doordat alle Wwft-plichtigen om die persoonsgegevens vragen. Ons is niet gebleken dat er een misdaadbestrijdingsbelang is bij de verwerking van persoonsgegevens van appartementseigenaren. Bovendien hebben zij geen recht op uitkering en is hun stemrecht in de vergadering van appartementseigenaren niet relevant.

Aanbevelingen / verzoek:
• Creëer een wettelijke uitzondering voor non-profit stichtingen en verenigingen op de ubo-regels, dus geen opname in het ubo-register en geen verplichting voor Wwft-plichtigen om op zoek te gaan naar de ubo’s van deze entiteiten.
• Creëer een wettelijke uitzondering voor VvE’s die zich ook uitstrekt tot het cliëntenonderzoek door Wwft-plichtigen.
• Mocht u hier niet voor voelen, dan verzoeken wij u om een gedetailleerde onderbouwing van het belang voor de misdaadbestrijding om [a] statutair bestuurders van non-profit stichtingen en verenigingen en [b] appartementseigenaren, als ubo aan te merken. Voorts verzoeken wij u aan te geven hoe wordt voorkomen dat de verkeerde indruk zou ontstaan dat bestuurders van non-profit stichtingen en verenigingen een economisch belang bij de rechtspersoon hebben.

[5] Correctie is gewenst van de onjuiste implementatie in artikel 51b Hrb van de voorschriften in AMLD4/5 inzake afscherming van de persoonsgegevens van de bedreigde ubo

In artikel 51b lid 2 sub a Hrb heeft alleen de bedreigde ubo die politiebescherming krijgt recht op afscherming van zijn/haar persoonsgegevens. Dat is een te beperkte implementatie van AMLD4, die geen recht doet aan de gegevensbeschermingsbelangen van bedreigde ubo’s. In artikel 30 lid 9 en artikel 31 lid 7a AMLD4 is een veel ruimere categorie personen opgenomen. In die bepaling wordt gesproken over het risico dat de ubo door de toegang wordt blootgesteld aan: “een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie“. Voorts bepaalt AMLD4 dat “het recht op een bestuurlijke toetsing van het besluit over de uitzondering en op een doeltreffende voorziening in rechte wordt gegarandeerd” terwijl er geen voorziening is in het Nederlandse recht. Geconcludeerd kan worden dat de huidige wettelijke regeling niet in overeenstemming is met voornoemde bepalingen. Er is geen vrijheid voor Nederland die regeling niet te treffen, aangezien het hier gaat om belangen die door de AVG en het Europese Handvest worden beschermd.

Aanbevelingen:
• Neem op in de wet dat de gegevens van de ubo kunnen worden afgeschermd als sprake is van “een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie“.
• Regel een heldere en toegankelijke mogelijkheid om beroep te doen op afscherming, inclusief de door AMLD4 vereiste rechtsbescherming.

[6] Correctie is gewenst van artikel 51c Hrb, nu de ubo-gegevens op basis daarvan langer moeten worden bewaard dan door AMLD4 wordt voorgeschreven

In artikel 51c Hrb staat dat de ubo-gegevens moeten kunnen worden ingezien tot tien jaar na uitschrijving van de juridische entiteit uit het handelsregister. Bij entiteiten die lang bestaan heeft dit tot gevolg dat de persoonsgegevens van mensen die bijvoorbeeld twintig jaar geleden ubo waren moeten worden bewaard door het register en kunnen worden ingezien.
Dat volgt niet uit artikelen 30 en 31 AMLD4, waarin is opgenomen dat de ubo-gegevens toegankelijk dienen te zijn gedurende minimaal vijf jaar en maximaal tien jaar nadat de gronden voor registratie van de informatie over de ubo’s hebben opgehouden te bestaan. Een dergelijke regeling is in overeenstemming met de dataminimalisatieprincipes van de AVG en het Europese Handvest.

Aanbeveling:
• Wij adviseren artikel 51c Hrb aan te passen in de zin dat de persoonsgegevens van de ubo beschikbaar blijven tot uiterlijk vijf jaar nadat de grond voor registratie als ubo is opgehouden te bestaan.

Noten

{1} https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/brief-ap-openbare-registers
{2} Voorbeeld is ING Bank, die de ubo-gegevens per e-mail opvraagt en meedeelt dat de gegevens maar beter niet per post verstuurd kunnen worden omdat dat de afhandeling vertraagt.
{3} Te vinden via ons artikel https://privacyfirst.nl/artikelen/misdaadbestrijding-is-niet-gediend-met-bancair-sleepnet-en-navraagplicht/.
{4} http://data.europa.eu/eli/dir/2015/849/2021-06-30
{5} Wetsvoorstel Strafbaarstelling gebruik persoonsgegevens voor intimiderende doeleinden, Kamerstukken 36171.
{6} Zoals aangekondigd in https://www.digitaleoverheid.nl/nieuws/iedereen-is-en-blijft-baas-over-eigen-persoonsgegevens/
{7} Zie het jaarverslag JenV van 17 mei 2023, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36360-VI-1.html, tussenkopje ‘Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR)’.
{8} https://vrijbit.nl/onze-dossiers/dossier-registratie/item/1137-update-drama-ubo-register-sleept-zich-alsnog-voort
{9} https://vrijbit.nl/onze-dossiers/dossier-identificatieplicht/item/1122-stand-van-zaken-actie-tegen-de-verplichte-ubo-registratie-voor-vrijwilligersorganisaties-van-niet-daadwerkelijk-belanghebbenden-als-fake-pseudo-belanghebbenden

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Criminele gebruikers van SWIFT

In mei verscheen bij Follow the Money een artikel van Lukas Kotkamp over het berichtensysteem van de financiële sector, bekend onder de naam ‘SWIFT’. Daarin wordt gezegd dat criminelen via een eigen financiële partij toegang verkregen tot het SWIFT-messaging systeem. In het artikel wordt melding gemaakt van Bandenia, door de auteur een Spaanse nepbank genoemd. Blijkens het artikel kreeg een entiteit uit de Bandenia groep in 2017 toegang tot het financiële berichtenverkeer [1] door verkrijging van achttien codenummers van SWIFT, ook bekend als BICs [2]. In welke hoedanigheid de codenummers werden verkregen wordt niet duidelijk beschreven, maar het lijkt er op dat het betrekking heeft op het optreden als kredietverstrekker en/of als bank [3].

Inadequate SWIFT-controles
Kotkamp beschrijft dat de controles van SWIFT achterblijven,

Dat Swift gul is met het verstrekken van codes aan malafide bedrijven en zo ook nepbanken een zekere legitimiteit verschaft, was al langer bekend.

en dat in 2020 een schandaal werd onthuld over ‘BuyBankNow’ (waarover ik in het artikel waarnaar wordt verwezen niets kon vinden) [4].

Volgens het artikel zegt SWIFT: “alle aanvragen voor BIC’s worden beoordeeld en gevalideerd op basis van openbare informatie om het bestaan en de identiteit van de aanvragende organisatie te verifiëren“, dus kennelijk worden vergunningen niet bij de nationale toezichthouder nagetrokken. Zie verder de reactie van SWIFT aan het slot van het artikel, waarin de organisatie schrijft dat zij beter hun best doen.

Slotopmerking
Als de SWIFT-organisatie zo belangrijk is voor het financiële stelsel, rijst de vraag of de governance wel voldoende is.

 

NB 1 In het artikel van Kotkamp staat dat SWIFT onder toezicht staat van DNB (kan ik me niet voorstellen) [5].
NB 2 De auteur veronderstelt dat iedereen die geldt overmaakt onder de antiwitwaswetgeving zou vallen (“Hoewel Swift zelf geen geld overmaakt, en daarom buiten de Europese anti-witwaswetgeving valt“), waaruit  blijkt dat hij niet goed van die regelgeving op de hoogte is.

 

Noten

[1] Uit het artikel blijkt dat niet alleen financiële instellingen tot SWIFT worden toegelaten. Er wordt genoemd dat multinationals zoals Heineken en Velcro zijn aangesloten.

[2] BIC is een afkorting van de ‘Business Identifier Code’, die door SWIFT wordt toegekend.

[3] Er wordt gezegd dat “BBP Bandenia PLC in 2017 toestemming kreeg om als kredietverstrekker voor consumenten in het Verenigd Koninkrijk op te treden” en de organisatie zich daarna aansloot bij SWIFT. Verder op wordt vermeld dat de organisatie loog dat het een bankvergunning had (Mohéli, Dominica en een schiereiland voor de kust van Mozambique).

[4] In het genoemde artikel van Dennis Mijnheer kom ik BuyBankNow niet tegen.

[5] SWIFT zou volgens het artikel sinds 1998 onder gezamenlijk toezicht van de centrale banken van de G10 staan; Nederland maakt volgens wikipedia deel uit van de G10. Verder op in het artikel schrijft Kotkamp dat de ECB, ‘aanvoerder van G10‘ (???), doorverwijst naar de Belgische centrale bank (NBB). Helaas ontbreekt me de tijd te kijken naar de governance van de organisatie achter SWIFT.

 

Lees de berichten op dit blog over SWIFT en financiële surveillance.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Big tech advertentiebedrijf gaat financiële surveillance software leveren | AI

Handelaren in persoonsgegevens, zoals advertentiebedrijven (Facebook, Google, etcetera), spelen een grote rol bij de uitvoering van overheidstaken. Eerder schreef ik al over de berichtgeving over het door de VS kopen van databases van datahandelaren.
Het is al langer zichtbaar dat de advertentiebedrijven met hun grote verzamelingen aan persoonsgegevens over iedere burger op de aardbol ook een rol spelen bij de misdaadbestrijding, onder meer doordat zij toegang aan de overheid moeten bieden.

Google gaat financiële transacties analyseren
Het is niet verrassend dat advertentiebedrijf Google zich nu stort op de markt van met kunstmatige intelligentie opsporen van criminaliteit (‘witwassen’ en terrorismefinanciering). Zij analyseren al met kunstmatige intelligentie het gedrag van burgers ten behoeve van de advertentiehandel, uitbreiding naar criminaliteitsbestrijding is niet meer dan logisch. Zo snijdt het mes aan alle kanten.

Het is een financieel interessante markt, alle financiële instellingen vallen er onder en ook accountantskantoren en vele anderen.

 

Meer informatie:

Lees de berichten in techbladen:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie