Vraag en antwoord ubo-register | wat betekent ubo?

Dit is deel 2 van de serie vragen & antwoorden over het ubo-register.


Vraag 3 – Waar is ‘ubo’ een afkorting van?

Dit is de Nederlandse afkorting voor ‘uiteindelijk belanghebbende‘, in het Engels “ultimate beneficial owner” en in het Duits “Wirtschaftlich Berechtigte”.


Vraag 4 – Is de ubo degene die in een onderneming aan de touwtjes trekt?

De definitie van het begrip ubo (zie vragen 1 en 2) is zo ruim, dat er vele mensen onder vallen die alleen een minderheidsbelang hebben en geen zeggenschap. In de publiciteit wordt gesuggereerd dat alleen degenen die ‘aan de touwtjes trekken’ in het register komen. Dat is onjuist.


Vraag 5 – Raakt het uboregister ook gewone burgers?

Ja: iedereen die aandelen of certificaten in Nederlandse rechtspersonen (zoals de bv) of een financieel belang in een personenvennootschap (zoals een vennootschap onder firma of maatschap) heeft vanaf 25% (mogelijk in de toekomst vanaf 10%) komt in het Nederlandse register. Bovendien komen bestuurders van rechtspersonen zonder ubo (zoals stichtingen) ook in het register. Mogelijk worden ook andere managers van rechtspersonen als ubo geregistreerd, nu de Europese richtlijn spreekt over ‘leden van het senior management’.


Vraag 6 – Waarom worden leden van het “senior management” van rechtspersonen als ubo geregistreerd?

Dat weet niemand. Op vragen hierover aan de Europese en Nederlandse politiek is tot nu toe nog nooit een antwoord gekomen.


Bovenstaande vragen en antwoorden bevatten informatie per 13 april 2017. Een en ander kan na deze datum kan wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

Vraag en antwoord ubo-register | wie is de ubo?

De komende periode zal ik een aantal vragen en antwoorden inzake het ubo-register op deze site zetten. Mijn plan is de vragen & antwoorden ook op een of meerdere aparte pagina’s bij elkaar te zetten. Hier onder volgen vragen 1 en 2.


Vraag 1 – Wie is uiteindelijk belanghebbende (ubo) volgens de Europese richtlijn?

De Europese definitie van de ubo is ingewikkeld. Er worden drie categorieën onderscheiden, nl. [a] vennootschapsrechtelijke entiteiten, [b] trusts en [c] juridische entiteiten als stichtingen en juridische constructies die vergelijkbaar zijn met trusts.
In de Nederlandse vertaling staat:

„uiteindelijk begunstigde”: elke natuurlijke perso(o)n(en) die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of zeggenschap heeft (hebben) over de cliënt en/of de natuurlijke perso(o)n(en) voor wiens/wier rekening een transactie of activiteit wordt verricht, en waaronder ten minste wordt verstaan:

a) in het geval van vennootschapsrechtelijke entiteiten:

i) de natuurlijke perso(o)n(en) die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of zeggenschap heeft (hebben) over een juridische entiteit via het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van een toereikend percentage van de aandelen of de stemrechten of van het eigendomsbelang in die entiteit met inbegrip van het houden van toonderaandelen, of via zeggenschap met andere middelen, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten overeenkomstig het recht van de Unie, of aan gelijkwaardige internationale standaarden die een toereikende transparantie van eigendomsinformatie waarborgen.
Voor de toepassing van punt i), zijn een aandelenpositie van 25 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 25 %, in handen van een natuurlijke persoon, een indicatie van directe eigendom. Een aandelenpositie van 25 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 25 %, in handen van een vennootschapsrechtelijke entiteit die onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of natuurlijke personen, of van meerdere vennootschapsrechtelijke entiteiten die onder zeggenschap staan van dezelfde natuurlijke persoon of natuurlijke personen, gelden als indicatie van indirecte eigendom. Deze bepaling is van toepassing onverminderd het recht van de lidstaten om te bepalen dat een lager percentage een indicatie van eigendom of zeggenschap kan zijn. Zeggenschap via andere middelen kan onder meer worden vastgesteld volgens de criteria in artikel 22, leden 1 tot en met 5, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (29);

ii) de natuurlijke persoon of personen die beho(o)rt(en) tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen als bedoeld onder i) is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, de meldingsplichtige entiteiten documenteren welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) en onder dit punt, te identificeren.

b) in het geval van trusts:

i) de oprichter;
ii) de trustee(s);
iii) de eventuele protector;
iv) de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de juridische entiteit of de juridische constructie zijn, nog niet zijn geïdentificeerd, de groep van personen in wier belang de juridische entiteit of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is;
v) elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen, uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent;

c) bij juridische entiteiten als stichtingen en bij juridische constructies die vergelijkbaar zijn met trusts, de natuurlijke persoon of personen die in het bezit is, respectievelijk zijn van gelijkwaardige of soortgelijke posities als onder b);

Deze definitie komt uit de Vierde Europese Antiwitwasrichtlijn.

Dit is informatie per 12 april 2017 en kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.


Vraag 2 – Wie is ubo volgens de Nederlandse overheid?

Er ligt nu een consultatievoorstel waarin de Nederlandse overheid zich er van af maakt met de omschrijving “de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een onderneming of rechtspersoon”. Vervolgens staat er “Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën natuurlijke personen aangewezen die in elk geval moeten worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende”. In het consultatievoorstel wordt niet uitgelegd wie de ubo’s zullen zijn en wat daar de reden voor is. Voor de toelichting wordt verwezen naar een wetsvoorstel dat nog niet is ingediend.

In de toelichting op het consultatievoorstel wordt gezegd dat de volgende entiteiten een ubo zullen hebben:

  • besloten vennootschappen
  • naamloze vennootschappen
  • stichtingen
  • verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid
  • rederijen
  • maatschappen
  • vennootschappen onder firma
  • commanditaire vennootschappen
  • coöperaties
  • onderlinge waarborgmaatschappijen
  • Europees economisch samenwerkingsverbanden
  • Europese naamloze vennootschappen (SEs)
  • Europese coöperatieve vennootschappen (SCEs)
  • verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid

Verder wordt overwogen een en ander ook voor het fonds voor gemene rekening te laten gelden.

Het lijkt er op dat de Nederlandse overheid voor een veel ruimere categorie entiteiten kiest waarvan een ubo moet worden vastgesteld, dan door Europa voorgeschreven. Meer informatie: zie het bericht over de consultatie.

Dit is informatie per 12 april 2017 en kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , | 1 reactie

Ftm: Deze zomer gaan we ‘Wie is het’ spelen met de Kamer van Koophandel

Op Follow the Money verscheen een artikel van Dennis Mijnheer naar aanleiding van de Transparency bijeenkomst in Amsterdam, waar ik vorige week deel uitmaakte van het panel: Deze zomer gaan we ‘Wie is het’ spelen met de Kamer van Koophandel

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

Alarmbericht Actal: burgers, bedrijven en professionals kunnen niet uit de voeten met wet- en regelgeving

In een brief aan de informateur dringt Actal aan op drastische verbetering van de kwaliteit van de regelgeving.

De regelgevingswaakhond signaleert dat burgers, bedrijven en professionals niet meer centraal staan in de regelgeving en dat zij daarmee niet uit de voeten kunnen. Dat moet dus anders. Voorts dringt Actal aan op een sterkere positie van haar opvolger, ‘ATR’.

Arbeid

Actal laat zich zeer kritisch uit over de wetgeving op het gebied van arbeid:

Zo heeft de Wet Werk en Zekerheid onbedoelde en ongewenste gevolgen voor mensen met tijdelijke arbeidscontracten. Kleine bedrijven komen in problemen omdat zij twee jaar lang loon moeten doorbetalen bij ziekte van werknemers. De Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties veroorzaakt onrust en onzekerheid bij opdrachtgevers, met als gevolg dat de opdrachten voor zzp’ers sterk zijn teruggelopen.

en adviseert onder meer tot:

– het verminderen van de complexiteit in de fiscaliteit;
– het verhelderen van de scheidslijn tussen opdrachtnemers en werknemers;
– het bewerkstelligen van een toekomstbestendig evenwicht tussen flexibiliteit en rechtszekerheid op de arbeidsmarkt;

Kernpunten

De kernpunten van de aanbevelingen luiden volgens het bericht van Actal:

1. Nederland moet de stap maken van regeldrukbeleid naar betere regels. Burgers, bedrijven en professionals moeten centraal komen te staan. Zij moeten goed uit de voeten kunnen met wet- en regelgeving.
2. Het beleid voor betere regels moet alle wet- en regelgeving omvatten: van de hele Rijksoverheid (naast wetten, amvb’s, ministeriële regelingen ook de regels van uitvoeringsorganisaties, toezichthouders en inspecties) én van alle medeoverheden. De expertise van ATR, de opvolger van Actal, moet beschikbaar zijn voor alle bestuursorganen en alle overheden.
3. De verworvenheden uit het verleden moeten behouden blijven: een nullijn zorgt ervoor dat de regeldruk niet weer toeneemt. De doelgroep komt centraal te staan, dus de nullijn geldt per doelgroep (burgers, bedrijven, professionals).
4. Een maatwerkaanpak zorgt aanvullend voor betere, werkbare regels in specifieke sectoren en wetgevingsdomeinen en voor de verduurzaming van de Nederlandse samenleving.
5. Het kabinet moet de stap zetten naar een systeem van integrale effectbeoordeling, zoals ook de Europese Commissie, Zweden en het Verenigd Koninkrijk gebruiken. ATR kan de externe en onafhankelijke toetsing van de impact assessments verzorgen.
6. Regeldruk moet een standaard onderdeel worden van evaluaties van wet- en regelgeving. ATR kan daartoe kennis en expertise ter beschikking stellen.
7. ATR moet een onafhankelijk college kunnen zijn, dat zelf moet kunnen bepalen of en wanneer het advies wil uitbrengen over de ministerraadversie van ontwerpregelgeving.

Actal, het Adviescollege toetsing regeldruk

Actal adviseert de regering en Staten-Generaal om de regel­druk voor bedrijven, burgers, en beroepsbeoefenaren in de zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid, zo laag mogelijk te maken.

Meer informatie:


Aanvulling 3 mei 2017
VNO-NCW schrijft dat de positie van Actal (straks ATR) wordt versterkt:

‘Tweede Kamer geeft toetsing regeldruk tanden’

VNO-NCW en MKB-Nederland zijn blij met de steun uit de Tweede Kamer om het mandaat van Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) – de opvolger van ACTAL – te versterken. De ATR zou zich volgens het voorstel van minister Kamp van Economische Zaken alleen bezighouden met nieuwe regelgeving, maar krijgt nu op meerdere terreinen een adviestaak.

Stevige waakhond
De sterke wens van de Kamer om een stevige waakhond te zetten op regeldruk, uitte zich in een zestal moties. Door de aangenomen moties wordt het mandaat van de ATR uitgebreid naar het adviseren over bestaande regelgeving en naar aanleiding van signalen uit de maatschappij, het adviseren van lokale overheden, en het op eigen initiatief advies geven aan de Eerste en Tweede Kamer. ATR zal ook onafhankelijk kunnen bepalen in hoeverre een wetvoorstel dat naar de ministerraad gaat van advies wordt voorzien.

Gebrek aan transparantie
Het uitgebreide mandaat is volgens VNO-NCW en MKB-Nederland broodnodig om Nederland te laten stijgen op de index van de regeldrukaanpak van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Daar staat het nu op een ‘troosteloze’ 28ste plek. Het grootste manco is volgens de OESO het gebrek aan transparantie in de gevolgen van wet- en regelgeving voor de regeldruk. Door deze aanpassingen worden die gevolgen weer een stuk transparanter gemaakt, aldus de ondernemingsorganisaties.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Start consultatie “Wet identificatie houders aandelen aan toonder”

Vandaag is de consultatie “Wet identificatie houders aandelen aan toonder” gestart. Meer informatie in het artikel op het ondernemingsrechtweblog.

Aanvulling 23 mei 2017
Op het ondernemingsrechtweblog is een bericht verschenen over het advies van de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV).

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Modernisering ondernemingsrecht, Rechtspersonenrecht | Plaats een reactie

De kwaliteit van de advocaat

De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) is een consultatie gestart het kwaliteitsbeleid. Onderdeel is de vraag of advocaten die bepaalde specialisaties hebben verplicht een minimaal aantal opleidingspunten op dat rechtsgebied moeten halen.

De NOvA stelt de volgende vragen en geeft vervolgens aan hoe de algemene raad er over denkt:

1. Is het nuttig en noodzakelijk verplichte opleidingspunten, gecategoriseerd naar rechtsgebied, in de regelgeving op te nemen?
a. Zo ja, hoeveel?
b. Zo ja, voor welke rechtsgebieden?

2. Zijn er andere mogelijkheden (dan hierboven genoemd) vanuit de advocatuur om rechtzoekenden van goed gekwalificeerde rechtshulp te voorzien op een wijze die de advocaat positief onderscheidt van andere rechtshulpverleners?

3. Biedt het huidige rechtsgebiedenregister voldoende informatie voor de rechtzoekenden om terecht te komen bij een gespecialiseerd advocaat?

Persoonlijk ben ik mordicus tegen de onder 1. genoemde generieke maatregel. Er geldt nu al de verplichting dat er opleidingspunten moeten worden gehaald in voor de advocaat relevante rechtsgebieden. De advocaten kunnen dat prima zelf beoordelen.
Als advocaten zich willen onderscheiden kunnen zij lid worden van een specialisatievereniging; dat is een geschikt forum voor de discussie wat voor de specialisatie geschikte vakbekwaamheidseisen zijn. Er is geen reden voor de NOvA om zich daar mee te bemoeien.

Van advocaten die lid zijn van specialisatieverenigingen hoor ik dat zij hinder ondervinden van de eisen inzake opleidingspunten, vanwege het ontbreken van cursusaanbod met toegevoegde waarde en vanwege de behoefte om inzake ‘aanpalende’ rechtsgebieden meer kennis te vergaren.

In de toelichting valt op dat het de NOvA niet om de kwaliteit van de advocatuur lijkt te gaan, maar om de profilering ten opzichte van andere juridische beroepsbeoefenaren.

Ik denk voorlopig aan de volgende antwoorden:

1. Nee. Onnodige beperking, nu er al een systeem van toetsing in de gefinancierde rechtshulp is en er al vele specialisatieverenigingen zijn. NOvA is ongeschikt om de eisen die aan specialisten moeten worden gesteld vast te stellen.

2. Ja, door duidelijk te maken (betere website, infofolders, enzovoorts) waar de advocaten zich onderscheiden van andere juristen door specifieke kennis en vaardigheden.

3. Nee, aangezien de categorie-indeling voor zover mij bekend niet aansluit bij de Europese systematiek. Verder wekt het de suggestie dat de NOvA de genoemde specialisaties getoetst zou hebben. Ik ben van mening dat bij het Europese systeem moet worden aangesloten en verder moet worden gekozen voor een opzet waarbij melding wordt gemaakt van de bestaande kwaliteitssystemen (gefinancierde rechtshulp, specialisatieverenigingen, eventuele kantoorsystemen [mogelijk bij grote kantoren]).

Er kan tot en met 30 mei a.s. worden meegedaan aan de consultatie.

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Kantoororganisatie | Tags: , , | Plaats een reactie

Privacy Shield: members of the European Parliament worried about undermining of privacy safeguards in the US

Recently the members of European Parliament expressed their concern regarding developments in the United States:

Data Privacy Shield: MEPs alarmed at undermining of privacy safeguards in the US
PLENARY SESSION Press release – Justice and home affairs − 06-04-2017 – 13:14

New rules allowing the US National Security Agency (NSA) to share private data with other US agencies without court oversight, recent revelations about surveillance activities by a US electronic communications service provider and vacancies on US oversight bodies are among the concerns raised by MEPs in a resolution passed on Thursday.

In the resolution, adopted by 306 votes to 240, with 40 abstentions, MEPs call on the EU Commission to conduct a proper assessment and ensure that the EU-US “Privacy Shield” for data transferred for commercial purposes provides enough personal data protection for EU citizens to comply with the EU Charter of Fundamental Rights and new EU data protection rules. The first annual review of the Privacy Shield framework is expected in September.

“This resolution aims to ensure that the Privacy Shield stands the test of time and that it does not suffer from critical weaknesses”, said Civil Liberties Committee Chair Claude Moraes (S&D, UK). “We acknowledge the significant improvements made compared to the former EU-US Safe Harbour, but there are clearly deficiencies that remain to be urgently resolved to provide legal certainty for the citizens and businesses that depend on this agreement”, he added.

MEPs are particularly worried about:

  • recent revelations about surveillance activities conducted by a US electronic communications service provider at the request of the NSA and FBI in 2015, one year after Presidential Policy Directive 28 limited the amount of data intelligence that can be collected and processed,
  • new rules that from January 2017 allow the NSA to share vast amounts of private data, gathered without warrant, court orders or congressional authorisation, with 16 other agencies, including the FBI,
  • the rejection of rules to protect the privacy of broadband customers by the Senate and the House of Representatives in March, which “ eliminates (…) rules that would have required internet service providers to get consumers’ explicit consent before selling or sharing web browsing data and other private information with advertisers and other private companies”,
  • vacancies on the Privacy and Civil Liberties Oversight Board, which means that it lost its quorum on 7 January, making it more limited in its authority, while at the same time the Federal Trade Commission, which enforces the Privacy Shield, has three of its five seats vacant,
  • insufficient independence of the Ombudsperson mechanism set up by the US Department of State plus the fact that the incoming US administration has not appointed a new Ombudsperson , and
  • the fact that neither the Privacy Shield Principles nor letters from the US administration demonstrate the existence of effective judicial redress rights for EU individuals whose data are transferred to the US.

Background
The Privacy Shield is the successor to the 2000 Safe Harbour decision, which was invalidated by an EU Court of Justice ruling of 6 October 2015 (Schrems case).
The EU Commission responded by negotiating the new Privacy Shield arrangement to ensure “adequate” protection of personal data transferred and stored by companies in the US. This new framework for EU-US data transfers was adopted in July 2016. So far, more than 1,900 companies have joined the scheme.

Procedure: non-legislative resolution
REF. : 20170329IPR69067
Updated: ( 06-04-2017 – 14:29

Source: press release; press release in pdf-format

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Nationale Ombudsman over “de kunst van het handhaven”

De site van de Nationale Ombudsman bevat interessante informatie over de praktijken van de overheid. De onderwerpen waar de Ombudsman zich mee bezig houdt, raken vaak degenen die geen ondernemer zijn. Echter, de problemen waar de Ombudsman op stuit gelden vaak net zo goed voor ondernemers.

Op 31 maart jl. verscheen het bericht “Helder handhaven door de bril van de burger” op de website van de Nationale Ombudsman. In het bericht worden de lessen uit het rapport inzake handhavingsverzoeken als volgt samengevat:

  • Houd het perspectief van degene die om handhaving verzoekt in het oog. Realiseer je dat deze het traject door een andere bril bekijkt dan het bestuursorgaan en houd daar rekening mee in je handelen en informatieverstrekking.
  • Stel je als bestuursorgaan oplossingsgericht op en wees daarin transparant over wat je doet en waarom. Wees er ook duidelijk over dat een burger altijd gebruik kan maken van zijn juridische mogelijkheden.
  • Wees transparant en handel voortvarend.

Onderstaand de infographic:

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht | Tags: | Plaats een reactie

Wwft: hoe ondernemers door een strafzaak ontdekken dat de Wwft bestaat

Hoewel in Nederland iedere burger de wet behoort te kennen, is dat in de praktijk niet het geval. Één van de schimmigste wetten van Nederland (althans vanuit de optiek van kleine en middelgrote ondernemers) is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Overheidsvoorlichting ontbreekt

Al eerdere signaleerde ik dat de overheid niet bereid is om de burger goed te informeren over de inhoud van de wet en de wijzigingen die daarin plaats vinden, zie bijvoorbeeld uit 2011 “Rijksoverheid houdt geheim dat domicilieverlening per 1 juli 2011 onder de Wwft valt“. Ook informatie over de interpretatie ontbreekt.

Ik sprak eens een medewerker van DNB die vond dat ‘de markt’ de informatievoorziening maar zelf moest organiseren. Ik vind dat een onfatsoenlijke uitspraak, want misschien dat je dat van grote ondernemingen kunt vragen, maar bij kleine ondernemingen komt een dergelijke informatievoorziening niet van de grond.

Het is onbegrijpelijk dat er niet meer wordt gedaan. Zo vraag ik me af of de grote groep boekhoud- en administratiekantoren wel voldoende op de hoogte is wat er van hen wordt verwacht.

Ontdek de wet via een strafzaak

De praktijk is dat sommige ondernemers hun verplichting om ongebruikelijke transacties pas ontdekken als zij een strafzaak aan hun broek krijgen. Zo ook de ondernemer in een zaak behandeld door de rechtbank in Amsterdam, die strafrechtelijk werd veroordeeld omdat hij geen cliëntenonderzoek had gedaan en geen Wwft-meldingen van ontvangst/betaling van contanten. De ondernemer, iemand met een eenmanszaak, legde uit dat hij niet op de hoogte was van de Wwft. Dankzij het feit dat de Wwft een vorm van risicoaansprakelijkheid omvat (‘kleurloos opzet’) was het voor de veroordeling niet nodig dat betrokkene de wet welbewust overtrad. Dergelijk type regels komen steeds vaker voor.

Uit de overwegingen:

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bij de start van zijn eenmanszaak, genaamd [naam eenmanszaak] met volgens de Kamer van Koophandel als bedrijfsactiviteit ‘winkels in juweliersartikelen en uurwerken’, geen onderzoek heeft gedaan naar de wet- en regelgeving waaraan hij zich moest houden. Verdachte was daarom niet op de hoogte van de op zijn eenmanszaak van toepassing zijnde verplichtingen, zoals neergelegd in de Wwft. Ten aanzien van de hem onder 1 ten laste gelegde ongebruikelijke transacties heeft verdachte verklaard dat hij deze heeft verricht, inhoudende dat hij goud aan [naam B.V.] heeft verkocht en contant werd uitbetaald. Verdachte wist niet dat hij deze ongebruikelijke transacties moest melden aan het meldpunt.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt voorop dat verdachte heeft erkend dat hij de ongebruikelijke transacties, zoals ten laste gelegd, heeft verricht en deze niet heeft gemeld. Op verdachte rustte echter wel de plicht om van deze transacties melding te maken bij het meldpunt. Zijn stelling dat hij niet wist dat hij melding moest maken van deze ongebruikelijke transacties, is niet relevant. Immers, het opzet in het economisch strafrecht is ‘kleurloos’. De voorschriften van de Wwft betreffen ordeningsrecht. Gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin ‘kleurloos’ opzet in het ordeningsrecht voldoende wordt geacht, is niet vereist dat het opzet van verdachte ook is gericht op het niet naleven van de op de verdachte rustende wettelijke verplichting ongebruikelijke transacties te melden aan het meldpunt.1 Er hoeft derhalve, anders dan door de raadsvrouw aangevoerd, niet te worden bewezen dat er wetenschap was van het feit dat er sprake was van een ongebruikelijke transactie.
(…)
Ten aanzien van de door verdachte verrichte transacties kan worden bewezen dat verdachte, hoewel daartoe verplicht, geen cliëntenonderzoek heeft verricht en dus opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de in artikel 3 Wwft geformuleerde verplichting om cliëntenonderzoek te verrichten. Het onder 2 ten laste gelegde kan dus ook worden bewezen.

De ondernemer kreeg een geldboete van EUR 25.000, waarvan EUR 10.00 voorwaardelijk.

Tot slot

Het niet-melders project van de overheid, met strafzaken gericht tegen ondernemers die hun Wwft-plichten niet nakomen, lijkt de moderne manier te zijn om burgers op hun plichten te wijzen. Ik geloof niet dat ik daar blij mee ben.

Meer informatie:

  • De uitspraak is ook besproken in een blog van De Bont advocaten.

Eigen artikelen, over het herkennen en melden van ongebruikelijke transacties:

Over de gebrekkige informatievoorziening:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | 1 reactie

Latest AML news by CCBE | AMLD4, Supra National Risk Assessments, criminal law and FATF meeting

Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) in its latest newsletter gives an update on European anti money-laundering (AML) developments, including the opinion by the European Data Protection Supervisor (EDPS) on the processing of personal data under AMLD4 (the register of beneficial owners):

Amendments to the 4th AML Directive
On 28 February, the responsible European Parliament Committees adopted a Report on the proposal for a Directive amending the 4th anti-money laundering Directive. Discussions have now commenced with the Commission and Council (Member States) in order to find a compromise. A number of the draft proposed provisions in their current form will impact on lawyers, including issues regarding customer due diligence requirements, beneficial ownership provisions, the role of the self-regulatory body, the role and activities of Financial Intelligence Units and tax advice provided by lawyers.
In February, the European Data Protection Supervisor (EDPS) issued an Opinion which analysed certain provisions of the proposed amendments to the 4th AML Directive. The EDPS is an independent institution of the EU which, with regard to the specific point of processing personal data, “is responsible for ensuring that the fundamental rights and freedoms of natural persons, and in particular their right to privacy, are respected by the Community institutions and bodies”. In its Opinion, the EDPS identifies a number of significant concerns relating to Beneficial Ownership provisions. The Opinion also identifies concerns regarding proportionality issues with respect to the role of Financial Intelligence Units, and proportionality concerns regarding the need to depart from the well-established risk-based approach. This Opinion also refers to concerns regarding the fact that the proposed amendments exceed the stated goal of countering money laundering and terrorist financing, and violate the principle of purpose limitation of gathering personal data. The CCBE shares the concerns of the EDPS and has expressed similar concerns.

Supra National Risk Assessments
The Commission is continuing its work on Supra-National Risk Assessments (SNRA). This involves assessing the level of “threat and risk” of money laundering and then assessing the “mitigating measures” for a number of sectors, including the legal sector. The CCBE participated in a second Commission consultation on 14 March. It is expected that the Commission will prepare its Recommendation by June 2017.

Commission proposal on countering money laundering by criminal law
On 23 December, the Commission published a “Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on countering money laundering by criminal law.” The CCBE believes there are many problems with this proposal, ranging from the definition of “criminal activity”, provisions regarding the “acquisition, possession or use”, implications for the presumption of innocence, “self- money laundering” provisions, as well as provisions concerning” Property derived from criminal activity”. The CCBE prepared a response to this proposal which was approved at the Standing Committee on 31 March, and will be submitted to the EU institutions.

FATF Private Sector Consultative Meeting
The CCBE participated in a FATF organised Private Sector Consultative Meeting in Vienna on 20 and 21 March. The meeting covered a range of issues including beneficial ownership, trusts and future work with the private sector.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie