Vraag en antwoord ubo-register | de privacy van de ubo – deel 2

Dit is deel 8 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.

Dit is voorlopig de laatste van deze serie. Mogelijk kom ik nog met aanvullende vragen en antwoorden.

Reminder: als u mee wil doen aan de consultatie over het ubo-register, 28 april 2017 is de laatste dag. Meer informatie via de internetconsultatiewebsite.


Vraag 27 – Is de toegankelijkheid van het ubo-register wel in overeenstemming met de Grondwet en de Europese regelgeving inzake privacy?

In Nederland kunnen wetten niet aan de Grondwet getoetst worden, wat vreemd is. Het is denkbaar dat de ubo-register regels in strijd met Europese regelgeving is, maar heb je wel een dikke portemonnee nodig, want dergelijke procedures zijn kostbaar; er moeten specialisten op het gebied van grondrechten en privacy worden ingeschakeld.

Lees over de kritiek van de Europese privacy toezichthouder op de Europese plannen inzake ubo-register dit bericht.


Vraag 28 – Word ik als ubo geïnformeerd als er gegevens over mij uit het register worden opgevraagd?

Het is geheim als bepaalde overheidsinstellingen gegevens opvragen. Ik heb nog geen gelegenheid gehad te zien of er een verplichting voor de Kamer van Koophandel bestaat om de ubo’s te informeren over gegevensverstrekking; het is goed mogelijk dat de privacywetgeving de Kamer van Koophandel daartoe niet verplicht.


Vraag 29 – Hoe blijf ik buiten het ubo-register?

Dit gaat heel lastig worden. Mogelijk wordt het financieel participeren door de ubo-maatregelen zo onaantrekkelijk dat mensen zich terug gaan trekken.
Wellicht grijpen UK en US hier kansen, nu zij een lange traditie hebben op het gebied van anonimiseringsconstructies. Of het verstandig is daar gebruik van te maken, is de vraag.

Het zou beter zijn als de toegang tot de ubo-gegevens via de regelgeving werd beperkt.


Het bovenstaande bevat informatie zoals bekend op de datum van publicatie. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

VNO-NCW: Doorberekenen toezichtkosten moet stoppen

In een door VNO-NCW op 13 april jl. verspreid nieuwsbericht bepleit de organisatie dat de Nederlandse overheid moet stoppen met het doorberekenen van toezichtkosten aan ondernemers. Het is ongewenst dat de diensten van ondernemingen duurder worden als gevolg van de toezichtkosten, terwijl het om kosten gaat die betrekking hebben op de reguliere overheidstaak.

Ook de gereguleerde juridische beroepsbeoefenaren krijgen met dergelijke kosten te maken, waardoor hun concurrentiepositie verslechtert.

Het bericht van VNO-NCW:

‘Doorberekenen toezichtkosten moet stoppen’
VNO-NCW en MKB-Nederland betreuren het dat minister Blok van Veiligheid en Justitie de kritiek van de Raad van State op het doorberekenen van toezichtkosten naast zich neerlegt. De ondernemingsorganisaties vinden net als de raad dat toezicht zoveel mogelijk uit de algemene middelen moet worden betaald, en niet door de bedrijven die onder het toezicht vallen.

Steeds meer doorberekening
Voedselveiligheid, veilig transport en een stabiele en betrouwbare financiële sector zijn publieke belangen, stellen VNO-NCW en MKB-Nederland. ‘Toch worden de kosten van het toezicht daarop afgewenteld op het bedrijfsleven.’ De doorberekende kosten zijn sinds 2009 bij de Autoriteit Financiële Markten gestegen met 94 procent, en bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en De Nederlandsche Bank elk met 70 procent.

Uitzonderingsgronden
De Raad van State stelt dat er uitzonderingsgronden zijn voor het doorberekenen van toezichtkosten, zoals het profijtbeginsel en het principe van ‘de veroorzaker betaalt’. Maar volgens de raad houdt het kabinet zich onvoldoende aan die regels.

Geplaatst in Bestuursrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Tags: | 1 reactie

Vraag en antwoord ubo-register | de privacy van de ubo

Dit is deel 7 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 22 – Hebben aandeelhouders en andere betrokkenen bij rechtspersonen dan geen recht meer op privacy?

De wetgever vindt dat niet nodig en geeft ubo’s geen keus meer om de gegevens privé te houden voor het publiek. Er wordt door de wetgever gezegd dat er privacybeschermende maatregelen worden genomen, maar die zijn onvoldoende.


Vraag 23 – Wie hebben toegang tot het register?

Diverse overheidsinstellingen hebben toegang tot alle geregistreerde gegevens.

Alle overigen (onder meer bedrijven en particulieren) hebben toegang tot beperkte gegevens; verder kan bij de Kamer van Koophandel niet op naam van een persoon gezocht worden, maar bij anderen kan dat wel, zie vraag 26. Die beperkte gegevens zijn voldoende om heel interessant te zijn voor onder meer criminelen, commerciële aanbieders van persoonsgegevens zoals Experian en Graydon en vele anderen. Het is in de huidige digitale tijd al heel moeilijk om privégegevens privé te houden, door het ubo-register zal dit nog moeilijker worden.

NB Op grond van de huidige Europese richtlijn kan de toegang tot de ubo-gegevens worden beperkt tot personen met een rechtmatig belang. Van die mogelijkheid maakt Nederland in het consultatievoorstel geen gebruik.


Vraag 24 – Wat zijn commerciële aanbieders van persoonsgegevens?

Legale commerciële aanbieders van persoonsgegevens zijn onder meer de uitgever van de Quote 500, kredietbeoordelaars, marketingbedrijven en partijen die zakelijke persoonsinformatie aanbieden, zoals Company Info, Graydon, Experian en dergelijke. De laatstgenoemde commerciële aanbieders verkopen hun diensten aan alle ondernemingen die zich aan de anti-witwaswetgeving moeten houden.


Vraag 25 – Is er toezicht op commerciële aanbieders van persoonsgegevens?

Er is geen specifiek toezicht op deze ondernemingen. De ondernemingen moeten zich aan de Nederlandse en Europese security- en privacywetgeving houden. Of ze dat doen weet niemand. Dat het niet altijd goed gaat blijkt uit berichtgeving over Experian, die gegevens aan criminelen verkocht en berichten over World-Check, wiens terrorismedatabase uitlekt.


Vraag 26 – Klopt het dat in het ubo-register niet op de namen van de ubo’s kan worden gezocht?

In het consultatievoorstel staat dat alleen overheidsinstellingen in het register van de Kamer van Koophandel op naam kunnen zoeken. Als burger heb je daar niets aan, want zodra de ubo-gegevens in een commerciële personeninformatiedienst zitten, kan daar op naam worden gezocht.


Het bovenstaande bevat informatie zoals bekend op de datum van publicatie. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Vraag en antwoord ubo-register | het doel en de middelen

Dit is deel 6 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 17 – Wat is het doel van het ubo-register?

Doel is de bestrijding van financieel-economische criminaliteit, waarop het etiket ‘witwassen’ wordt geplakt. Het begrip witwassen is zeer ruim gedefinieerd, zodat ieder crimineel voordeel er onder valt.


Vraag 18 – Gaat het ubo-register het doel bereiken?

Deskundigen verwachten dat criminelen er voor zullen zorgen dat zij niet in het register komen. De praktijk zal zijn dat persoonsgegevens van nette burgers de wereld in gestuurd zullen worden; als de gegevens eenmaal verspreid zijn is dat niet meer terug te draaien. Want we leven in een digitale samenleving. Het is hoogst twijfelachtig of het doel wordt bereikt.


Vraag 19 – Panama Papers was in Nederland toch een schandaal en een goede reden voor het Nederlandse ubo-register?

De Panama Papers heeft in Nederland veel publiciteit gegenereerd, maar voor de fiscus heeft het weinig opgeleverd. De reden is dat niet is gebleken dat de Nederlandse fiscus is benadeeld.
En verontwaardiging betekent nog niet dat er onverstandige maatregelen moeten worden genomen die gewone burgers benadelen.


Vraag 20 – Wat is het nadeel van de ubo-maatregelen?

Als gevolg van de maatregelen moeten vertrouwelijke persoonsgegevens van ubo’s worden bewaard door:

  • de Kamer van Koophandel,
  • alle ondernemingen die onder de Wwft vallen,
  • de rechtspersonen en ondernemingen die hun ‘eigen’ ubo’s moeten registreren.

Dat is een hoop dubbel werk en ook nog riskant voor de ubo’s. Wwft-plichtigen zullen uit angst voor straf overdrijven bij het verzamelen van gegevens en zullen ook gegevens van niet-ubo’s gaan registreren. Iedereen moet maatregelen nemen om de persoonsgegevens te beveiligen en datalekken melden.

Via onder meer de commerciële aanbieders van persoonsgegevens zullen de persoonsgegevens over de hele wereld worden verspreid en worden verkocht aan bedrijven, goede doelen en vele anderen.


Vraag 21 – Maar ik heb als ubo toch niets te verbergen?

Nou dan zou ik het boek van Martijn en Tokmetzis maar eens lezen: ebook, papieren boek.


Het bovenstaande bevat informatie zoals bekend op de datum van publicatie. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Vraag en antwoord ubo-register | het economisch belang van de ubo

Dit is deel 5 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 15 – Hoe zit het met de registratie van het economisch belang van de ubo?

Volgens het consultatievoorstel wordt in het handelsregister opgenomen: de aard van het door de ubo gehouden economische belang en de omvang van dit belang, aangeduid in bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen klassen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden naar onderneming of rechtspersoon.

Ook moeten bewijsstukken bij het handelsregister worden gedeponeerd, in het voorstel omschreven als “afschriften van de documenten, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën, waaruit de aard en omvang van het economische belang blijkt“.

Op de registratieplichtigen rust de verplichting gedetailleerde gegevens te registreren over de door hun eigen ubo’s gehouden economische belangen.

Economisch belang: geen transparantie over wat het is
Over wat “economisch belang” inhoudt is geen informatie beschikbaar. Het is onbegrijpelijk dat er over iets wat zo essentieel is geen nadere informatie wordt verschaft.


Vraag 16 – Van ubo’s moet het economisch belang worden geregistreerd. Hoe gaat dat bij managers die als ubo worden aangemerkt?

Een antwoord op deze vraag heb ik nog nergens gelezen. Dit is even raadselachtig als de vraag waarom managers tot ubo worden gebombardeerd (zie daarover vraag 6).


Het bovenstaande bevat informatie per 16 april 2017. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

VAR: toetsing van algemene regels in het bestuursrecht | vergadering 19 mei a.s.

Op 19 mei a.s. houdt de VAR Vereniging voor bestuursrecht haar jaarvergadering, met wederom interessante preadviezen, die gaan over algemene regels in het bestuursrecht.

In de preadviezen wordt bepleit rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften (avv) en beleidsregels mogelijk te maken. Onder meer in het financiële recht zijn zeer veel regels zijn vastgelegd in avv en beleidsregels, zonder dat daarop democratische controle wordt uitgeoefend. Dat maakt het belangrijk dat die avv en beleidsregels bij de rechter ter discussie kunnen worden gesteld.

Op de site wordt het als volgt samengevat:

Op vrijdag 19 mei 2017 zal in Utrecht de VAR Jaarvergadering worden gehouden. Daar zullen drie preadviezen worden besproken onder de titel ‘Algemene regels in het bestuursrecht’. In zijn preadvies ‘Besturen met regels, volgens de regels’ betoogt Wim Voermans dat het openstellen van beroep tegen algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels zal bijdragen aan het hooghouden van democratisch rechtsstatelijke beginselen en de legitimiteit van overheidsoptreden zal versterken. Ook Roel Schutgens pleit in zijn preadvies onder de titel ‘Rechtsbescherming tegen algemene regels: tijd om de Awb te voltooien’ voor de invoering van bestuursrechtelijk beroep tegen algemene regels en bekijkt hoe zo’n beroep in het bestuursprocesrecht kan worden ingepast. In haar preadvies ‘Grip op normstelling in het datatijdperk’ ten slotte, gaat Anne Meuwese op zoek naar een positief reguleringskader voor normstelling door het bestuur in het datatijdperk.

Uit de uitnodiging:

Het preadvies van prof. mr. W.J.M. (Wim) Voermans is getiteld Besturen met regels volgens de regels. Hij beziet of er reden is om de uitsluiting van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels van het recht van beroep bij de bestuursrechter in artikel 8:3 van de Algemene wet bestuursrecht te schrappen. Voermans geeft voor de beantwoording van die vraag een samenvatting en duiding van de uitgebreide juridische discussie over dit onderwerp. Ook onderzoekt hij of de realiteit van het moderne overheidsbestuur – bestuur 2.0 genoemd – argumenten oplevert om de discussie te verrijken. Hij signaleert in dat verband dat het bestuur steeds minder individuele besluiten neemt en er steeds meer wordt bestuurd met algemene regels die met minder garanties en minder controles zijn omgeven. Dat schuurt met democratisch rechtstatelijke beginselen. Het openstellen van beroep tegen algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels bij de bestuursrechter kan deze spanning verminderen, aldus Voermans.
Wim Voermans is hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Ook prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens pleit in zijn preadvies onder de titel ‘Rechtsbescherming tegen algemene regels: tijd om de Awb te voltooien’ voor de invoering van bestuursrechtelijk beroep tegen algemene regels. Hij bekijkt hoe zo’n beroep in het bestaande bestuursprocesrecht kan worden ingepast en ziet daarbij weinig problemen. Sterker nog, de Awb is er al vrijwel volledig op toegeschreven en als artikel 8:3 Awb wordt geschrapt, is dat een grote stap in de goede richting. Op enkele punten doet Schutgens voorstellen voor de verdere inrichting van rechtstreeks beroep, onder andere op het gebied van de uitleg van het belanghebbendebegrip, bezwaar- en beroepstermijnen, uitspraakbevoegdheden en het aansprakelijkheidsrecht.
Roel Schutgens is hoogleraar aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Het preadvies van prof. dr. A.C.M. (Anne) Meuwese met de titel Grip op normstelling in het datatijdperk heeft een andere insteek. Zij onderzoekt wat de voortschrijdende digitalisering en dataficatie van publieke besluitvorming betekent voor het bestuursrecht en in het bijzonder voor de bestuursrechtelijke normering van de inzet van algemene regels. Meuwese meent dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat met het huidige begrippenkader voor algemene regels geen grip kan worden gehouden op de facto normstellingen. In dat kader presenteert zij drie ‘hervormingscenario’s’: finetuning van het huidige kader, metaregulering en beginselenbestuursrecht.
Anne Meuwese is hoogleraar aan Tilburg University.

Meer informatie: de site van VAR Vereniging voor bestuursrecht

Aanvulling 3 mei 2017

Inmiddels staat op de website van de VAR een uitgebreidere aankondiging. Onder meer staat er:

Op vrijdag 19 mei 2017 zal in Utrecht de VAR Jaarvergadering worden gehouden. Daar zullen drie preadviezen worden besproken onder de titel Algemene regels in het bestuursrecht.

Het preadvies van prof. mr. W.J.M. (Wim) Voermans is getiteld Besturen met regels volgens de regels. Hij beziet of er reden is om de uitsluiting van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels van het recht van beroep bij de bestuursrechter in artikel 8:3 van de Algemene wet bestuursrecht te schrappen. Voermans geeft voor de beantwoording van die vraag een samenvatting en duiding van de uitgebreide juridische discussie over dit onderwerp. Ook onderzoekt hij of de realiteit van het moderne overheidsbestuur – bestuur 2.0 genoemd – argumenten oplevert om de discussie te verrijken. Hij signaleert in dat verband dat het bestuur steeds minder individuele besluiten neemt en er steeds meer wordt bestuurd met algemene regels die met minder garanties en minder controles zijn omgeven. Dat schuurt met democratisch rechtstatelijke beginselen. Het openstellen van beroep tegen algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels bij de bestuursrechter kan deze spanning verminderen, aldus Voermans.
Wim Voermans is hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Ook prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens pleit in zijn preadvies onder de titel ‘Rechtsbescherming tegen algemene regels: tijd om de Awb te voltooien’ voor de invoering van bestuursrechtelijk beroep tegen algemene regels. Hij bekijkt hoe zo’n beroep in het bestaande bestuursprocesrecht kan worden ingepast en ziet daarbij weinig problemen. Sterker nog, de Awb is er al vrijwel volledig op toegeschreven en als artikel 8:3 Awb wordt geschrapt, is dat een grote stap in de goede richting. Op enkele punten doet Schutgens voorstellen voor de verdere inrichting van rechtstreeks beroep, onder andere op het gebied van de uitleg van het belanghebbendebegrip, bezwaar- en beroepstermijnen, uitspraakbevoegdheden en het aansprakelijkheidsrecht.
Roel Schutgens is hoogleraar aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Het preadvies van prof. dr. A.C.M. (Anne) Meuwese met de titel Grip op normstelling in het datatijdperk heeft een andere insteek. Zij onderzoekt wat de voortschrijdende digitalisering en dataficatie van publieke besluitvorming betekent voor het bestuursrecht en in het bijzonder voor de bestuursrechtelijke normering van de inzet van algemene regels. Meuwese meent dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat met het huidige begrippenkader voor algemene regels geen grip kan worden gehouden op de facto normstellingen. In dat kader presenteert zij drie ‘hervormingscenario’s’: finetuning van het huidige kader, metaregulering en beginselenbestuursrecht.
Anne Meuwese is hoogleraar aan Tilburg University.

Geplaatst in Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Vraag en antwoord ubo-register | welke persoonsgegevens worden geregistreerd?

Dit is deel 4 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 11 – Wie moeten ubo-gegevens registreren?

Op grond van de ubo-regelgeving zijn er drie verschillende soorten registraties:

  • Het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zie ook vraag 12.
  • De registraties van Wwft-plichtige ondernemingen. Zie voor een overzicht deze pagina van FIU Nederland. Zie ook vraag 13.
  • De registraties van alle ondernemingen en rechtspersonen die hun eigen ubo’s moeten registreren.

Op al bovenstaande registraties zijn de voorschriften van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing.

De Wbp schrijft onder meer voor dat degene die de persoonsgegevens van de ubo registreert passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer moet leggen om die persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Deze maatregelen dienen te garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, dat sprake is van een passend beveiligingsniveau gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van te beschermen gegevens met zich meebrengen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.

De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op naleving van de wet.


Vraag 12 – Over welke rechtspersonen c.a. worden welke ubo-gegevens door de Kamer van Koophandel geregistreerd?

Volgens het consultatievoorstel worden de volgende persoonsgegevens in het handelsregister opgenomen:

a. voor ingezetenen van Nederland: het burgerservicenummer;
b. voor niet-ingezetenen van Nederland: het burgerservicenummer, of een fiscaal identificatienummer van het land waarvan hij ingezetene is, voor zover hij daarover beschikt;
c. de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat;
d. de geboortedag, de geboorteplaats, het geboorteland en het woonadres;
e. de aard van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang en de omvang van dit belang, aangeduid in bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen klassen, waarbij onderscheid gemaakt kan worden naar onderneming of rechtspersoon.
f. afschriften van de documenten op grond waarvan de gegevens, als bedoeld in a, b, c en d, zijn geverifieerd;
g. afschriften van de documenten, behorende tot bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën, waaruit de aard en omvang van het economische belang blijken.

De Kamer van Koophandel verzamelt die gegevens niet over alle Nederlandse rechtspersonen.

Uitzonderingen
Er zijn enige uitzonderingen, onder meer komen ubo’s van verenigingen van eigenaars en publiekrechtelijke rechtspersonen niet in het handelsregister.


Vraag 13 – Welke ubo-gegevens moeten rechtspersonen en andere entiteiten over hun eigen ubo registreren?

In het consultatievoorstel is wordt voorgesteld dat alle private rechtspersonen en ondernemingen als bedoeld in artikelen 5 en 6 Handelsregisterwet 2007 (hierna: registratieplichtigen) ubo-gegevens in hun eigen administratie moeten opnemen. De bij vraag 12 genoemde uitzonderingen zijn hier niet van toepassing. Dat betekent dat deze bepalingen ook gelden voor eenmanszaken en publiekrechtelijke rechtspersonen, wat opmerkelijk genoemd kan worden.

Over de soort gegevens die registratieplichtigen moeten verzamelen, zegt het voorstel dat het moet gaan om:

toereikende, accurate en actuele informatie (…) over wie hun uiteindelijk belanghebbenden zijn, met inbegrip van gedetailleerde gegevens over de door deze uiteindelijk belanghebbenden gehouden economische belangen

Dat is niet het lijstje dat bij vraag 12 is vermeld. Aangenomen mag worden dat de registratieplichtigen veel meer moeten verzamelen dan wat de Kamer van Koophandel registreert, ook omdat de registratieplichtigen degenen zijn die de ubo-gegevens bij de Kamer moeten aanleveren.


Vraag 14 – Is de ubo verplicht om informatie te verschaffen?

Volgens het consultatievoorstel is de ubo verplicht om de registratieplichtige alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is om te voldoen aan wat in vraag 13 is beschreven.


Het bovenstaande bevat informatie per 15 april 2017. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

Rijksoverheid kondigt modernisering bewijsrecht aan

In een nieuwsberichten van 10 april jl. kondigt de rijksoverheid modernisering van het bewijsrecht aan:

Experts komen met advies voor modernisering van bewijsrecht in civiele zaken
Nieuwsbericht | 10-04-2017 | 18:09

Partijen moeten vóórdat zij een civiele procedure starten alle relevante informatie over hun geschil verzamelen. Daardoor kunnen zij direct bij aanvang van de procedure hun bewijsmateriaal voorleggen aan de rechter, die dan sneller een beslissing kan nemen. Dit blijkt uit een advies van de expertgroep modernisering bewijsrecht dat vandaag aan minister Blok (Veiligheid en Justitie) is aangeboden. Het bewijsrecht in civiele procedures regelt hoe, wanneer en in welke mate partijen informatie mogen of moeten aanleveren om hun stellingen in een procedure te onderbouwen.
De expertgroep, bestaande uit mr. A. Hammerstein, prof. mr. W.D.H. Asser en prof. mr. R.H. de Bock, is in 2014 op verzoek van de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie begonnen aan een onderzoek naar de noodzaak en wenselijkheid van een herziening van het bewijsrecht. In de rechtspraktijk bestaat al enige jaren de wens het bewijsrecht in civiele procedures te moderniseren. Bovendien ontstond er naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer over het wetsvoorstel tot verbetering van het inzagerecht behoefte aan nader onderzoek en advies.
In hun advies geven de experts ook aan dat partijen beter in staat zijn hun geschil onderling op te lossen als zij over alle relevante informatie beschikken. Hierdoor is een rechterlijke procedure niet altijd meer nodig. Mocht dat toch gebeuren dan weten ze sneller wat de rechter van hun zaak vindt.
Minister Blok vindt de tijdige en volledige aanlevering van het bewijsmateriaal door partijen een belangrijke verbetering van het bewijsrecht en daarmee van het civiele procesrecht. ‘Op deze manier kunnen procedures sneller verlopen, wat veel tijd en geld bespaart’, aldus de minister. ‘Ook voor bedrijven die als eiser of verweerder in Nederland procederen, is een goede juridische infrastructuur gunstig voor het vestigingsklimaat.’ Hij is blij met het waardevolle advies. Het is een nieuwe stap in de modernisering van het bewijsrecht in civiele procedures. De minister gaat er dan ook van uit dat een volgend kabinet met de aanbevelingen goed uit de voeten kan.

Degenen die geen tijd hebben het hele rapport te lezen, kunnen de samenvatting (pdf, drie pagina’s) bestuderen.

Geen fishing expeditions

Aanbeveling 12 adviseert fishing expeditions af te wijzen:

Het verdient aanbeveling om een vordering tot inzage die zou leiden tot een zogeheten fishing expedition af te wijzen wegens ‘strijd met een goede procesorde’ dan wel ‘misbruik van bevoegdheid’. Zie par. 3.5.6.

Meer informatie:

Geplaatst in Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , | Plaats een reactie

Vraag en antwoord ubo-register | het waarom van het ubo-register

Dit is deel 3 van de vragen en antwoorden over het ubo-register.


Vraag 7 – Waar komt het ubo-register vandaan?

Het register is bedacht door de Europese politiek. Een van de trekkers van het project is mevrouw Sargentini, lid van het europarlement voor GroenLinks.
Verder wordt actief voor het register gelobbyd door Transparency International, een actiegroep gefinancierd met Europese subsidie.


Vraag 8 – Is het Nederlandse ubo-register hetzelfde als in andere Europese landen?

Ieder land implementeert het register op de eigen manier. In Nederland wordt het register volgens het consultatievoorstel geen apart register. Het wordt onderdeel van het handelsregister, de informatie is openbaar en zal worden doorgeleverd aan commerciële aanbieders van persoonsgegevens, die de persoonsgegevens verkopen samen met hun eigen gegevens.


Vraag 9 – Het register richt zich toch alleen op brievenbusmaatschappijen?

Zo wordt het door de Nederlandse en Europese politiek wel verkocht, maar in de werkelijkheid is dat niet zo. Volgens een deskundige aanwezig op een Transparency bijeenkomst waar ik onlangs bij was zitten achter een heel beperkt aantal rechtspersonen in Nederland criminelen. Toch moet een grote groep Nederlandse aandeel- en certificaathouders zijn privacy opgeven. Dit is niet uit te leggen.

NB Een en ander staat los van de toegang van overheidsinstanties tot die informatie. Die toegang is er overigens toch al voor een groot deel.


Vraag 10 – Wat is een brievenbusmaatschappij?

Hoewel de bestrijders van financieel-economische criminaliteit niet zo van definities houden, moet worden aangenomen dat hiermee Nederlandse rechtspersonen worden bedoeld, die worden bestuurd door een professionele bestuurder, een zgn. ‘trustkantoor’. In Nederland moeten trustkantoren een vergunning van DNB hebben. Een minderheid van Nederlandse rechtspersonen is brievenbusmaatschappij.


Het bovenstaande bevat informatie per 14 april 2017. Een en ander kan na deze datum wijzigen als gevolg van wijziging in de regelgeving of andere oorzaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

Internetconsultatie over het ubo-register | mijn bijdrage

Tot en met 28 april a.s. loopt de internetconsultatie over het Nederlandse ubo-register. Vandaag heb ik mijn reactie (pdf) ingediend. Onderstaand de tekst van mijn reactie.

Aan: de ministeries van Economische Zaken, Financiën en Veiligheid
Datum: 13 april 2017
Onderwerp: internetconsultatie Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden [1]

Mijne dames en heren,
Graag maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan de internetconsultatie inzake het ubo-register, zoals aangekondigd op de internetconsultatiewebsite en verzoek ik u acht te slaan op deze reactie.

Ik gebruik in deze reactie de volgende afkortingen:

AML: anti money-laundering, witwasbestrijding;
AMLD4: de Vierde Europese antiwitwasrichtlijn [2];
de toelichting: de toelichting behorend bij het consultatievoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden
het voorstel: het consultatievoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden
Hrw: Handelsregisterwet 2007
persoonsgegevensverkopers: commerciële ondernemingen die handelen in persoonsgegevens, zoals onder paragraaf 5 nader toegelicht;
registratieplichtigen: de entiteiten die op grond van de toekomstige Wwft gegevens inzake de eigen ubo moeten registeren;
ubo: uiteindelijk belanghebbende;
Wwft: de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
Wwft-plichtigen: ondernemingen die op grond van de Wwft cliëntenonderzoek moeten doen en ongebruikelijke transacties melden.

Voorafgaand: de consultatie implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn

Op 16 augustus 2016 is de internetconsultatie inzake de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn [3] gesloten. Naar aanleiding van die consultatie is een groot aantal reacties binnen gekomen. Onder meer zijn er reacties van een groot aantal organisaties die ondernemingen vertegenwoordigen die die AML-regelgeving moeten naleven, zoals banken, accountants, belastingadviseurs, makelaars en financieringsondernemingen.

Nog steeds is er geen wetsvoorstel ingediend en ontbreekt een reactie van de zijde van de betrokken ministeries op alle vragen en opmerkingen die naar aanleiding van het consultatievoorstel zijn gemaakt. Mijn bijdrage aan die consultatie voeg ik als bijlage bij onderhavige reactie.

Nog erger is dat in het onderhavige consultatievoorstel melding wordt gemaakt van een wetsvoorstel Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn en wordt verwezen naar de bij dat voorstel behorende toelichting.

Dit is een zeer ernstige omissie en bemoeilijkt een zorgvuldige reactie op het onderhavige consultatie voorstel.

Opmerkingen bij het voorstel

1. De ubo definitie van de Europese richtlijn

AMLD4 spreekt in de definitie van de uiteindelijk belanghebbende over:
a) vennootschapsrechtelijke entiteiten;
b) trusts;
c) juridische entiteiten als stichtingen en juridische constructies die vergelijkbaar zijn met trusts.

Vraag 1.a: Wat is de reden om naar Nederlands recht opgerichte rechtspersonen die niet onder a) of c) vallen generiek onder de Wwft te brengen?
Toelichting: In de opsomming op pagina 11 van de toelichting worden rechtspersonen genoemd die geen vennootschap zijn en die ook niet vergelijkbaar zijn met trusts (als in rubriek c) bedoeld). Dit zijn stichtingen, verenigingen [4], coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Naar mijn mening is er geen enkele reden om deze entiteiten onder de Wwft te brengen. Daar waar er onvolkomenheden zijn in het regime dat voor deze rechtsvormen geldt, kan dat via het civiele recht (boek 2 Burgerlijk Wetboek) worden aangepast.

Vraag 1.b: Waarom wordt overwogen een fonds voor gemene rekening te verplichten tot het registreren van ubo-informatie?
Toelichting: Het fonds voor gemene rekening is een op het fiscale recht gebaseerd fenomeen, waarvan alle gegevens bij de belastingdienst bekend zijn. Het fonds – voor zover het geen rechtspersoon of personenvennootschap is – treedt niet op in het maatschappelijke verkeer, zodat er geen reden is de ubo openbaar te maken.

Vraag 1.c: Iedere EU-lidstaat vult het begrip ‘ubo’ nu op zijn eigen manier in. Is het nu niet langzamerhand tijd geworden om dit begrip in ieder geval met de buurlanden af te stemmen?
Toelichting: Het binnen de EU uiteenlopen van de AML-regels is voor internationaal opererende ondernemingen die er mee te maken krijgen een ramp.

2. Verschillende definities ubo in het Nederlandse recht

In het voorstel is opgenomen dat de Hrw (artikel 1 lid 1 sub p. nieuw) een eigen algemene definitie van de ubo zal kennen, die afwijkt van de ubo-definitie in de Wwft. Deze afwijkende definitie wordt ook in de Wwft (artikel 10a voorstel) opgenomen. Daardoor zal de ongewenste situatie ontstaan dat er in de Wwft en Hrw twee verschillende definities van de ubo voorkomen.
Voorts is ongewenst de definitie van de ubo niet in de wet staat, maar in een algemene maatregel van bestuur wordt opgenomen, waarvan de inhoud niet bekend is gemaakt en die niet aan democratische controle onderhevig is.

In dit verband attendeer ik op de zware kritiek op het steeds vaker regelen van principiële zaken via algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels. Op 19 mei a.s. zullen tijdens de jaarvergadering van VAR Vereniging voor bestuursrecht preadviezen van prof. mr. W.J.M. (Wim) Voermans en prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens worden besproken, die beiden van mening zijn dat het een ongewenste ontwikkeling is dat dat het bestuur steeds minder individuele besluiten neemt en dat er steeds meer wordt bestuurd met algemene regels die met minder garanties en minder controles zijn omgeven. Volgens hen schuurt dat met democratisch rechtstatelijke beginselen.

Voorts is ongewenst dat dat bij algemene maatregel van bestuur categorieën natuurlijke personen worden aangewezen die “in elk geval” moeten worden aangemerkt als ubo. De wet zal een duidelijke definitie dienen te bevatten; de discussie over de reikwijdte van het ubo-begrip hoort in het parlement te worden gevoerd.

Voorts dient de tekst in de wet zodanig helder te zijn geformuleerd dat voor de burger duidelijk is welke categorieën onder de regeling vallen. Voorkomen moet worden dat degenen die moeten beoordelen de situatie niet zelfstandig kunnen beoordelen, zodat zij pas achter de interpretatie komen na onderzoek door een toezichthouder.

Vraag 2.a: Zijn de ministeries bereid om te kiezen voor een in de wet (bijvoorbeeld de Wwft) opgenomen ubo-definitie die zowel bepalend is voor het ubo-register als voor de verplichtingen van de registratieplichtige entiteiten?

Vraag 2.b: Kan in het voorstel een regeling worden opgenomen dat interpretatiegeschillen met toezichthouders en andere relevante partijen aan de rechter kunnen worden voorgelegd buiten de sfeer van strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties?

Toelichting 2.b: Dit sluit uit bij wat er in de bovengenoemde preadviezen van Voermans en Schutgens wordt bepleit over toetsing van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels door de rechter.
De huidige praktijk is te vaak dat ondernemingen in een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de toezichthouder [5] verkeren en er geen mogelijkheid is geschillen buiten de sfeer van de sanctionering [6] aan de rechter voor te leggen.

3. De manager als ubo

In AMLD4 wordt gesproken over leden van het hoger leidinggevend personeel die als ubo zouden moeten worden aangemerkt. Nergens is enige toelichting op deze passage te vinden.

Vraag 3.a: Kunt u toelichten wat de reden is voor de Europese wetgever om “leden van het hoger leidinggevend personeel” als ubo te willen kwalificeren als zij geen financieel belang bij hun entiteit hebben [7]. Is wel bedoeld om voor te schrijven dat vennootschappen generiek een ubo hebben?

Vraag 3.b: Kunt u toelichten of de passage kan worden gelezen als een antimisbruikbepaling, zodat in situaties waarin reële ubo’s ontbreken er ook geen bestuurder-ubo zal zijn.

Vraag 3.c: Als iedere registratieplichtige entiteit een ubo zou moeten hebben, kan dan worden toegelicht wat daar de reden voor is?

Vraag 3.d: Kunt u aangeven hoe “leden van het hoger leidinggevend personeel” voor de Nederlandse context wordt ingevuld, gesteld dat het antwoord op vraag 3.c is dat iedere entiteit een ubo moet hebben?
Op grond van het Nederlandse rechtspersonenrecht is een centrale rol aan de statutair bestuurder toebedeeld. Wat is de reden om een ruimere groep dan alleen de statutair bestuurder als ubo te kwalificeren?

4. Uitzonderingen artikel 14a lid 4 Hrw

Het voorstel inzake de Hrw kent een aantal uitzonderingen op de verplichting om ubo’s te registreren (artikel 15a lid 4 van het voorstel), die het voorstel met betrekking tot in de Wwft niet voorkomen.

In artikel 10a Wwft (voorstel) wordt een verplichting opgelegd aan al degenen die op grond van artikel 1, lid 1 sub b of c Hrw zijn ingeschreven. Hier is geen sprake van de in artikel 15a lid 4 Hrw bedoelde uitzonderingen, zodat de verplichting van artikel 10a geldt voor al de genoemde inschrijfplichtingen, dus ook voor verenigingen van eigenaars, eenmanszaken en publiekrechtelijke instellingen. Dit is zeer ongewenst.

Voorbeeld:
In artikel 15a lid 4 Hrw van het voorstel worden verenigingen van eigenaars [VvE’s] uitgezonderd, zodat hun ubo’s niet in het register van de Kamer van Koophandel hoeven te worden opgenomen. Op grond van artikel 10a Wwft (voorstel) zal het bestuur van de VvE echter wel vertrouwelijke ubo-gegevens moeten opvragen en bewaren.
Ubo-verplichtingen ten aanzien van de VvE zijn niet zinvol, aangezien de VvE een spaarpot is en geen eigenaar van vastgoed. De leden van de VvE zijn appartementseigenaren, die in het kadaster zijn ingeschreven.

Vraag 4.a: Kan het voorstel worden aangepast in de zin dat de uitzonderingen van artikel 15a lid 4 Hrw ook voor de Wwft gelden?

Vraag 4.b: Gesteld dat u verschil wil maken tussen Hrw en Wwft, kunt u dan toelichten wat de motivering voor dat verschil is?

5. Opname ubo-gegevens in het handelsregister

Uit het voorstel voor artikel 15a Hrw blijkt dat de ubo-gegevens, als genoemd in leden 2 en 3, niet zullen worden opgenomen in een afzonderlijk register, maar in het handelsregister. Dat betekent dat al deze gegevens terecht zullen komen bij alle ondernemingen die op grote schaal gegevens uit het handelsregister halen, om deze toe te voegen aan via andere weg verkregen gegevens. Voorbeelden daarvan zijn ondernemingen als Graydon, Company Info, Experian [8] en World-Check [9], hierna te noemen “persoonsgegevensverkopers”.

Dit zal tot gevolg hebben dat de vertrouwelijke persoonsgegevens op oncontroleerbare manier worden verspreid, hergebruikt en verkocht, zonder dat de betrokken ubo’s er enig zicht op hebben. Een en ander terwijl die gegevens geen handelsinformatie vormen, relevant voor het aangaan van handelstransacties. [10] De ubo-persoonsgegevens zijn wel heel interessant voor commerciële bedrijven, zoals marketingbedrijven, om toe te voegen aan de profielen die zij samenstellen inzake de ubo’s.

Vraag 5.a: Bent u bereid om zorg te dragen voor een apart ubo-register, dat voor zover het handelsregister relevante gegevens bevat vanuit het handelsregister gevoed kan worden?

Vraag 5.b: Bent u bereid om maatregelen te nemen, zodanig dat de gegevens uit het ubo-register niet toegankelijk zijn voor dan wel terecht komen bij persoonsgegevensverkopers en criminelen?

Vraag 5.c Gesteld dat u van mening zou zijn dat persoonsgegevensverkopers de ubo-gegevens wel mogen ontvangen en verwerken in hun databases, bent u dan bereid om deze ondernemingen onder een streng vergunningenregime te brengen, waarbij toetsing van bestuurders en medewerkers plaats vindt en toetsing van de systemen op veiligheid en naleving van de databeschermingswetgeving plaats vindt?

6. Zoeken op naam

In het voorstel is opgenomen dat aan artikel 28 Hrw een lid 5 wordt toegevoegd inhoudend dat bij het verstrekken van gegevens en bescheiden omtrent de ubo’s de persoonsgegevens uitsluitend worden gerangschikt naar natuurlijke personen, indien het verzoek daartoe wordt gedaan door de Financiële inlichtingen eenheid of een krachtens het tweede lid aangewezen bevoegde autoriteit.

Deze bepaling geldt alleen voor het handelsregister (of eventueel een apart ubo-register). Zodra de gegevens terecht zijn gekomen bij de persoonsgegevensverkopers, kan er gewoon op naam van een natuurlijke persoon worden gezocht.

Vraag 6: Kan het verbod van artikel 28 lid 5 Hrw worden uitgebreid naar persoonsgegevensverkopers. (Voor zover het verzoek van 5.b niet gehonoreerd wordt.)

7. Economische belangen

In het voorstel ontbreekt transparantie over de vraag wanneer sprake is van economische belangen. Volgens het voorstel wordt in een algemene maatregel van bestuur geregeld wat onder aard en omvang van een economisch belang worden verstaan en is sprake van ‘klassen’. Een toelichting hierop ontbreekt. Voor de ongewenstheid van het opnemen van dit soort onderwerpen in uitvoeringsregels, verwijs ik naar paragraaf 2 van mijn commentaar.

Vraag 7.a: Het is ongewenst dat de wet geen enkele duidelijkheid verschaft over de interpretatie van het belangrijke begrip economisch belang. Bent u bereid om een duidelijke definitie in de wet op te nemen en de algemene maatregel van bestuur te beperken tot bijzondere situaties?

Vraag 7.b: Kunt u toelichten wat onder het economisch belang van een lid van het hoger leidinggevend personeel wordt verstaan?

8. Bescherming persoonsgegevens

In het voorstel ontbreken serieuze maatregelen ter bescherming van de persoonsgegevens van de ubo’s die bij de Kamer van Koophandel en de registratieplichtige entiteiten aanwezig zijn.

Zoals bekend is het pover gesteld met de naleving van privacy- en cybersecurityverplichtingen [11] en neemt de identiteitsfraude toe [12].

Vraag 8.a Het is bij u bekend dat de European Data Protection Supervisor (EDPS) in een opinie [13] ernstige kritiek heeft uitgeoefend op de plannen rondom het ubo-register. Deze opinie is relevant voor het onderhavige consultatievoorstel. Kunt u op de EDPS-opinie reageren en aangeven waarom de bezwaren van EDPS onjuist zijn.

[Gesteld dat de ubo-gegevens toegankelijk zouden zijn voor andere niet-overheden dan gescreende partijen [14].]

Vraag 8.b Is er over de voorstellen inzake Wwft en ubo-register advies ingewonnen bij de Autoriteit Persoonsgegevens en zo ja, kan dat advies openbaar worden gemaakt?

Vraag 8.c: Voor de toegang tot persoonsgegevens is van belang dat degenen die om toegang vragen op integriteit worden getoetst. Bent u bereid dergelijke maatregelen te nemen, bijvoorbeeld het eisen van een VOG, screening van degenen die om informatie verzoeken of andere passende maatregelen die inzage door personen met slechte bedoelingen wordt voorkomen.

Vraag 8.d: Een basisregel van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is dat natuurlijke personen (‘betrokkenen’) worden geïnformeerd als hun persoonsgegevens door iemand (‘de verantwoordelijke’) aan derden worden verstrekt. Bent u bereid deze verplichting expliciet op te leggen aan:

[a] de Kamer van Koophandel;
[b] alle Wwft-plichtigen;
[c] al degenen die persoonsgegevens inzake ubo’s hebben ingezien bij de Kamer van Koophandel.

Vraag 8.e: Bent u bereid om strafbepalingen op te nemen in het voorstel, indien persoonsgegevens van ubo’s door toedoen van de verantwoordelijken [15] die de persoonsgegevens verwerken op grond van de Hrw en/of de Wwft?

Vraag 8.f: Bent u bereid om aan de Autoriteit Persoonsgegevens extra middelen ter beschikking te stellen zodat deze de Kamer van Koophandel, Wwft-plichtigen en registratieplichtige entiteiten kan controleren en handhavend kan optreden als maatregelen achter blijven?

9. Het doel van de wet

De toelichting bevat de bekende teksten over het feit dat het registreren van ubo-gegevens zou bijdragen aan bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De transparantiegedachte zoals bevorderd door onder andere FATF dateert uit de pre-digitale tijd.

Ik hoor van deskundigen dat van de openbare toegang van de ubo-gegevens weinig heil wordt verwacht als het gaat om opsporing van financieel-economische criminaliteit en terrorismefinanciering. Hun verwachting is dat de grote bureaucratische inspanningen van ondernemingen (Wwft-plichtigen en registratieplichtigen) weinig zullen opleveren. Ook van de tipgevers die de ubo-gegevens hebben ingezien wordt weinig verwacht. Zo hoorde ik van de heer Scholing (AML unit FIOD) [16] dat de tips die de FIOD binnen krijgt van burgers voor een zeer groot deel niet bruikbaar zijn.

Vraag 9.a: Bent u bereid serieus na te gaan of de aan de ubo-maatregelen ten grondslag liggende transparantiegedachte in deze digitale tijd mogelijk achterhaald is en het doel niet zal worden bereikt.

Vraag 9.b: Bent u bereid te erkennen dat de voorgestelde ubo-maatregelen onevenredig zijn vanwege de enorme risico’s voor onschuldige burgers?

Vraag 9.c: Bent u bereid zich internationaal sterk te maken voor afschaffing van een openbaar ubo-register en voor ander en betere maatregelen ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering?

Tot slot

Graag verzoek ik u op het bovenstaande acht te slaan.

Voorts hoop ik dat er spoedig antwoord zal komen op de vragen en opmerkingen gegeven tijdens de internetconsultatie inzake de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. Voor zover ik daar vragen heb gesteld die relevant zijn voor deze consultatie, verzoek ik ze als herhaald en ingelast te beschouwen. Zie voor mijn eerdere consultatiereactie de bijlage.

Ellen Timmer


Bijlage

Mijn eerdere bijdrage aan de internetconsultatie Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn

Voetnoten
1 https://www.internetconsultatie.nl/implementatiewetregistratieuiteindelijkbelanghebbenden
2 http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32015L0849
3 https://www.internetconsultatie.nl/implementatiewetvierdeantiwitwasrichtlijn
4 Al dan niet met volledige rechtsbevoegdheid en verenigingen van eigenaars.
5 AFM, DNB, BFT en dergelijke.
6 Bestuursrechtelijke handhaving of strafrechtelijk optreden.
7 Anders dan hun salaris.
8 Experian kwam in 2014 in het nieuws wegens verkoop van persoonsgegevens aan criminelen, http://webwereld.nl/security/82054-strafonderzoek-naar-datahandelaar-experian. In een ander bericht http://www.businessinsider.com/r-exclusive-us-states-probing-security-breach-at-experian-unit-2014-03?international=true&r=US&IR=T wordt over hacken gesproken. In https://arstechnica.com/tech-policy/2014/04/experian-in-hot-seat-after-exposing-millions-of-social-security-numbers/ gaat het over gelekte bsn.
9 World-Check kwam in het nieuws in 2016 wegens het openbaar worden van hun terroristendatabase, http://www.bbc.com/news/technology-36662612
10 De door de persoonsgegevensverkopers verkochte gegevens zijn uiteraard wel voor Wwft-plichtigen relevant.
11 Onder andere
* Rathenau Instituut, Overheid en bedrijven onvoldoende beschermd tegen cyberdreigingen, https://www.rathenau.nl/nl/nieuws/overheid-en-bedrijven-onvoldoende-beschermd-tegen-cyberdreigingen;
* Cyber Security Raad, Cyberdreigingen vragen om extra maatregelen, https://www.cybersecurityraad.nl/010_Actueel/20161006_Cybersecurity-advies_Verhagen.aspx;
* Nationaal Cybersecurity Centrum: “Beroepscriminelen steeds groter gevaar voor digitale veiligheid in Nederland”, https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/09/05/beroepscriminelen-steeds-groter-gevaar-voor-digitale-veiligheid-in-nederland.
12 Zie recent http://www.nu.nl/binnenland/4608057/ruime-verdubbeling-van-aantal-meldingen-id-fraude.html
13 Opinie: https://secure.edps.europa.eu/EDPSWEB/webdav/site/mySite/shared/Documents/Consultation/Opinions/2017/17-02-02_Opinion_AML_EN.pdf
14 Zoals notarissen.
15 In de zin van de Wbp.
16 Bij de bijeenkomst in Amsterdam van Transparency International Nederland op 12 april 2017.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie