Digitale toekomst: hoe burgers hun zelfstandigheid kwijt raken door digitalisering

Onder de titel “Mijn oma en het postkantoor” verscheen een artikel van Ilse de Jonge waarin zij pakkend beschrijft hoe burgers hun zelfstandigheid kwijt raken door digitalisering:

Van de één op de andere dag ging het postkantoor in de buurt dicht. Een kleine verandering kan grote gevolgen hebben. Zo ook voor mijn oma. Kan de overheid mijn oma niet zo nu en dan als voorbeeld nemen, bij het vormen van nieuw beleid?

Dit is een onderwerp waar de Nationale Ombudsman ook mee bezig is, zie mijn eerdere bericht.

De Jonge signaleert dat er een taak voor de overheid is om te voorkomen dat burgers in de verdrukking komen door digitalisering en doordat er vaak niet meer kan worden gekozen voor een niet-digitale weg.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Digitale toekomst op Platform O

Degenen die zich voor de digitale toekomst interesseren kunnen op Platform O artikelen over diverse onderwerpen vinden. Interessante recente artikelen zijn onder meer:

Prettig is dat Platform O de artikelen van tags voorziet, zodat relevante artikelen ook via die weg gevonden kunnen worden, bijvoorbeeld privacy, informatiesamenleving en big data.

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Hebberige bestuurder van een kerkgenootschap | Wwft

De rol van FIU-Nederland in de criminaliteitsbestrijding is ongetwijfeld nuttig. Wat wel zorgen baart is dat de door hen bekend gemaakte casuïstiek weinig informatief is.

Een voorbeeld daarvan trof ik aan in het jaarverslag 2016 van FIU-NL:

In eigen zak
Een man was bestuurder van een kerkgenootschap. In deze hoedanigheid was hij alleen bevoegd te handelen op de bankrekening van de kerk. In anderhalf jaar tijd werd 232.000 euro vanaf de rekening van de kerk overgemaakt naar een zakelijke rekening van een als groothandel in kleding geregistreerde onderneming. Enig aandeelhouder van de onderneming was echter dezelfde bestuurder. Uit belastinginformatie bleek het bedrijf een zieltogende omzet te draaien.
De overboekingen hadden steevast het bijschrift van interne overboeking. Nader onderzoek van de zakelijke bankrekening toonde aan, dat vanaf die rekening betalingen van aankopen van partijen kleding maar ook overboekingen naar de privé rekening van de man en diens echtgenote waren verricht.
Na analyse van geldstromen van alle betrokken bankrekeningen was het duidelijk. De bestuurder van het kerkgenootschap had systematisch geld verduisterd om er zelf beter van te worden en zijn onderneming van verduisterde funding te voorzien. Het dossier werd overgedragen en de frauderende bestuurder werd aangehouden.

In dit voorbeeld blijkt niet welke rol de Wwft er bij speelde. Heeft de bank de fraude ontdekt en gemeld aan FIU-Nederland?

Dat er slechte mensen bestaan weten we al. Van FIU-Nederland mag worden verwacht dat voorbeelden worden gegeven waaruit blijkt hoe nuttig de Wwft is.

Ook bijzonder:
dat deze man als bestuurder van het kerkgenootschap geld aan zichzelf kon overmaken is misschien niet vreemd (hoewel bij grote bedragen een tweehandtekeningen systeem meer voor de hand ligt). Wel vreemd is dat het kerkgenootschap kennelijk geen controle uitoefende op de bankrekening en de fraude niet zelf ontdekte.

Met de Wwft heeft dit voorbeeld helemaal niets te maken.

Meer informatie:

Andere casus van FIU-Nederland besproken op dit weblog:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Plaats een reactie

Consultatie Kwaliteitsversterkende maatregelen NOvA

Al eerder maakte ik melding van de consultatie door de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) over ‘kwaliteitsversterkende maatregelen’. Het consultatiedocument van de NOvA is hier te vinden.

Vandaag heb ik mijn consultatiereactie aan de NOvA gestuurd. De tekst van mijn consultatiebijdrage volgt hieronder en kan ook als pdf worden gedownload.

Tekst bijdrage:

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan de consultatie ‘Kwaliteitsversterkende maatregelen NOvA’.

INLEIDING

Niemand kan het er mee oneens zijn dat advocaten vakbekwaam horen te zijn. Advocaten beoefenen allerlei specialismen en worden ingeschakeld vanwege enerzijds hun kennis van een vakgebied en anderzijds hun ervaring met dat vakgebied. Want alles wat veel voorkomt, kan een cliënt zelf doen.
Het is echter een misvatting van de opstellers van het consultatiedocument om te denken dat het behalen van opleidingspunten een belangrijk middel zou zijn voor het op peil houden van de vakbekwaamheid. Er wordt miskend dat cursussen maar een onderdeel zijn van het totale programma van een advocaat rondom opleiding. Andere onderdelen zijn:

* selectie en begeleiding van advocaten vanuit het advocatenkantoor;
* de wijze waarop in het kader van de uitvoering van opdrachten vaktechnisch onderzoek wordt gedaan;
* beroepsverenigingen;
* bijhouden van vakliteratuur.

Cursussen zijn een beperkt onderdeel van de opleidingsactiviteiten van advocaten en de kantoren waar zij aan verbonden zijn.

Verder is een algemeen gevaar, wat ook de advocatuur bedreigt, dat in steeds grotere mate bewijs moet worden geleverd van het ondernemen van maatschappelijk of beroepsmatige gewenste activiteiten. In het financiële toezicht komt dat in de regelgeving tot uitdrukking als gevraagd wordt om ‘vastlegging’ van de inspanningen. Voorbeeld: het is niet voldoende om na te gaan door raadpleging van de Europese en Nederlandse sanctielijsten of een persoon op zo’n lijst staat, toezichthouders willen een rapportje in een cliëntenacceptatiedossier waaruit blijkt dat een dergelijke check is uitgevoerd.
Het is een goede zaak dat de NOvA nadenkt over integraal kwaliteitsbeleid, maar het is ongewenst dat dit onderwerp wordt vernauwd tot het volgen van cursussen en het behalen van opleidingspunten.

CONSULTATIEREACTIE

De tekst op pagina 1 en 2 van het consultatiedocument leiden wat mij betreft tot het volgende standpunt:

[1] Het behalen van opleidingspunten heeft niets te maken met een integraal kwaliteitsbeleid

Toelichting:
Het volgen van formele cursussen is maar een zeer beperkt deel van de activiteiten van een advocaat om vakbekwaam te worden en te blijven. Door te veel aandacht te geven aan opleidingspunten raken de overige activiteiten buiten beeld.

[2] Vakbekwaamheid omvat niet alleen specialisatie

Toelichting:
In het consultatiedocument mis ik reflectie op het verschil tussen deskundigheid en specialisatie.

Aanbeveling:
ik nodig de NOvA uit om hier beter op in te gaan.

Op pagina 1 en 2 van het consultatiedocument ontbreekt iets wat vooraf gaat aan discussies over opleidingspunten {1}, nl.:

[2] De discussie over integraal kwaliteitsbeleid dient te beginnen met de vraag wanneer sprake is of moet zijn van deskundigheid en specialisatie

Toelichting:
Een voorvraag die gesteld moet worden is wanneer advocaten zich als specialist mogen presenteren.
Het begrip specialisatie is op zich al iets om te naar te kijken omdat dit zowel een vakinhoudelijke kant heeft (bijvoorbeeld het gebied van het arbeidsrecht) als een kant die verband houdt met branches (bijvoorbeeld transport en logistiek). Als een advocaat veel klanten heeft in transport en logistiek, dan betekent dat iets voor zijn ervaring met opdrachtgevers uit die sector, niet over zijn inhoudelijke kennis van transport en logistiek zelf.

Een invalshoek zou kunnen zijn, dat het zich presenteren als deskundige of specialist vooral belangrijk is in die rechtsgebieden waarbij consumenten en kleine en middelgrote organisaties belang bij hebben. Zij kunnen minder makkelijk bepalen wie de meest geschikte advocaat is. Op dit terrein zou de NOvA bemoeienis met de vakbekwaamheid kunnen hebben. Maar dat kan op allerlei verschillende manieren, zoals ik hierna zal toelichten.

Aanbeveling:
betere uitwerking van dit onderwerp.

[3] Er dient te worden nagedacht over de rol die de NOvA moet en wil spelen rondom kwaliteit van de beroepsbeoefening

Een volgende vraag is of en in welke mate de NOvA zich intensief met vakbekwaamheid en specialisatie moet bemoeien. Allereerst is de vraag wat daar de rechtvaardiging voor is, nu de NOvA niet de enige is, die zich in de advocatuur bezig houdt met vakbekwaamheid.
Met name de grotere kantoren houden zich bezig met vakbekwaamheid, als onderdeel van selectie, opleiding en monitoring van advocaten. Op gespecialiseerde rechtsgebieden zijn specialisatieverenigingen ontstaan die hun eigen systemen van opleiding en toetsing kennen. Voorts vindt er in de gefinancierde rechtshulp ook selectie en toetsing plaats.
Daarbij merk ik voorts op dat ik van advocaten die lid zijn van specialisatieverenigingen de klacht hoor, dat zij opleidingspunten moeten halen in cursussen waar zij niets nieuws horen. Dus voorzichtigheid met het verplicht stellen van ‘relevante’ PO-punten is geboden, zowel voor de NOvA zelf als voor de specialisatieverenigingen.

Mijn aanbevelingen:

[a] De NOvA moet het ontwikkelen en bijhouden van vakbekwaamheid aan advocaten zelf en hun kantoren overlaten, tenzij het rechtsgebieden betreft die essentieel zijn voor de rol van de advocatuur in de maatschappij.
[b] Er dient geen doublure te zijn met bestaande activiteiten, zoals op het gebied van de gefinancierde rechtshulp.
[c] Het ontwikkelen van een systeem van opleiding, nieuwsvoorziening en eventueel toetsing dient zoveel mogelijk te worden uitbesteed aan specialisatieverenigingen, bijvoorbeeld door middel van accreditatie.

[4] Het huidige rechtsgebiedenregister dient te worden afgeschaft

Op pagina 2 van het consultatiedocument wordt gesproken over het rechtsgebiedenregister:

Voorts staat op pagina 2 de volgende vraag:

Op pagina 3 staat:

Wat mij betreft heeft de NOvA een beperkte wegwijzerfunctie en dient het huidige rechtsgebiedenregister te worden afgeschaft.
Dit rechtsgebiedenregister is een zeer onvolkomen register. Ten eerste sluit het niet aan bij de Europese systematiek. Ten tweede bevat het een wat mij betreft verouderde en onvolkomen indeling van rechtsgebieden, waar ik hier niet op in zal gaan. Het huidige register biedt advocaten de gelegenheid zich deskundige op een rechtsgebied te noemen, zonder dat kan worden vastgesteld of betrokkene dat is.

De gedachte die spreekt uit het consultatiedocument, dat er een ‘betrouwbaar’ register kan worden gecreëerd, is een onjuiste gedachte, onder andere

Het lijkt er op dat de NOvA zich met alle uitingen van advocaten wil bemoeien:

NOvA gaat hier schijnzekerheid bieden. Wat mij betreft moet deze onverstandige weg niet worden ingeslagen.

Aanbevelingen:
[a] De NOvA dient zich bij het verschaffen van informatie over deskundigheid en specialisatie van advocaten zich zeer terughoudend op te stellen.
[b] De NOvA dient zich er in het rechtsgebiedenregister toe te beperken dat advocaten kunnen melden dat zij van een specialisatievereniging of een andere relevante organisatie lid zijn.
[c] Eventueel kan in het rechtsgebiedenregister advocaten de mogelijkheid worden geboden aan te geven met welke rechtsgebieden zij zich bezig houden op basis van de Europese systematiek. Daar zal dan wel moeten worden vermeld dat de NOvA niet in staat is na te gaan of de gegeven informatie juist is.

[5] Met welke rechtsgebieden moet de NOvA zich bemoeien?

Op pagina 3 staat het volgende voornemen van de algemene raad:

In het consultatiedocument worden de volgende rechtsgebieden genoemd als gebieden relevant voor ‘kwetsbare cliënten’:

Dit zijn inderdaad rechtsgebieden die relevant zijn voor particulieren en kleine en middelgrote ondernemers. Op de meeste van deze gebieden zijn er ook specialisatieverenigingen die actief zijn op het gebied van opleiding en nieuwsvoorziening. Het consultatiedocument zegt niet waarom de NOvA iets zou moeten toevoegen aan wat er nu al gebeurt.
Ik ben van mening dat de NOvA, vóór er met betrekking tot deze rechtsgebieden maatregelen worden voorgesteld, eerst toelicht waarom die maatregelen nodig zijn, bijvoorbeeld aan de hand van gegevens als:

* het aantal advocaten dat in het rechtsgebied actief is;
* het aantal ‘kwetsbare cliënten’ dat door de advocatuur wordt bediend;
* de aanwezigheid van andere vakbekwaamheidssystemen {2};
* het aantal incidenten als gevolg van het ontbreken van vakbekwaamheid van advocaten;
* de beschikbare cursussen op de rechtsgebieden.

Aanbeveling:
zorg voor een betere onderbouwing van de regelgevingsnoodzaak, per rechtsgebied en eventueel doelgroep.

[6] Vraag inzake opleidingspunten

Op pagina 3 staat het volgende voornemen van de algemene raad:

Op pagina 2 van het consultatiedocument staat de volgende door de AR besproken vraag:

Onder verwijzing naar het bovenstaande luidt mijn antwoord op vraag 1.a: nee. Mijn antwoord op vraag 1.b: dient eerst beter te worden onderbouwd, zie hierboven onder [5].

[7] Advocaat als rechtshulpverlener

Op pagina 2 staat een vraag die niets te maken heeft met kwaliteitsbeleid en alles met marketing:

Naar mijn mening hoort in de discussie over kwaliteitsbeleid de marketing van de advocatuur geen rol te spelen.
Advocaten onderscheiden zich van andere rechtshulpverleners door de verplichte procesvertegenwoordiging bij bepaalde soorten zaken.
Op alle andere rechtsgebieden concurreren zij met de rest van de wereld die juridisch advies geeft, zoals zelfstandige juridische adviseurs, deurwaarders, belastingadviseurs, accountants, administratiekantoren, enzovoorts.
Als de NOvA iets zou willen doen op het gebied van vakbekwaamheid, zou dat terreinen met verplichte procesvertegenwoordiging moeten betreffen.
Marketing kan aan de advocatuur zelf worden overgelaten.

[8] Conclusie

De NOvA slaat door middel van dit consultatiedocument een verkeerde weg in. Ik adviseer de NOvA om dit traject stop te zetten en de kwaliteitsbevordering op een nieuwe, andere manier aan te pakken.

[9] De kwaliteit van het consultatiedocument

Tot slot nog een opmerking over de kwaliteit van het consultatiedocument: ik mis in het document een systematische aanpak en verwijzing naar onderliggende onderzoeken en literatuur. Het zou goed zijn geweest als de NOvA in het document duidelijke consultatievragen zou hebben gesteld.

VOETNOTEN

{1} Als dit al eerder besproken zou zijn, mis ik een verwijzing naar documenten waarin dit uitvoerig aan de orde komt.
{2} Inclusief gespecialiseerde kantoren met interne opleiding en begeleiding.
—————

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Tags: , | Plaats een reactie

Het is tijd de Wwft te beperken tot banken en betaaldienstverleners

Onlangs is het jaarverslag van FIU-Nederland uitgekomen. In dat jaarverslag staan de kengetallen inzake de aantallen meldingen door de verschillende groepen ondernemingen die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vallen. Wwft-plichtigen hebben de verplichting om een melding bij FIU-Nederland te doen als zij vermoeden dat bij een transactie van of ten behoeve van een cliënt sprake is van witwassen of terrorismefinanciering.

95% meldingen door financiële instellingen

Uit de kengetallen van FIU-Nederland blijkt dat bijna 95% van de meldingen van ongebruikelijke transacties wordt gedaan door financiële instellingen, zie onderstaande bewerking van de gegevens uit het jaarverslag:

Het aantal meldingen van overige Wwft-plichtigen is maar circa 5% van het totaal en illustreert dat het weinig zin heeft om een brede groep  ondernemingen onder de meldplicht van de Wwft te brengen.

Eigenlijk zijn alleen betaaldienstverleners en banken goed in staat om het financiële verkeer van hun cliënten te monitoren en aan de hand daarvan meldingen van ongebruikelijke transacties te doen.

One-size-fits-all

Het zou goed zijn als de Nederlandse en Europese wetgevers inzien dat de antiwitwasbureacratie grotendeels ineffectief is en dat de one-size-fits-all aanpak van de antiwitwasregelgeving zinloos is.

Het zou beter zijn als er branchespecifieke maatregelen zouden worden genomen, die ook rekening houden met de aard van de activiteiten van betrokken ondernemingen, met hun informatiepositie en met hun kennisniveau en vaardigheden. Tot nu toe lijkt er alleen belangstelling voor symboolwetgeving te bestaan, zoals Tsingou in 2010 ook al constateerde.

Ik vrees dat ik pleit voor dovemansoren.

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Maurits Barendrecht, Folkert Jensma, Fred Hammerstein en de Nederlandse rechtsstaat

Onlangs kwam een rapport van HiiL in het nieuws, onder de titel “Is de rechtsstaat er voor de burger?“. Een van de auteurs is Maurits Barendrecht, van 1982 tot 1997 advocaat bij het grootste advocatenkantoor van Nederland, dus met lange ervaring in het luxe-segment van de juridische dienstverlening.

Het rapport van HiiL is niet onomstreden.

Fred Hammerstein is van mening dat de stelling van HiiL dat de rechtsstaat slecht zou zijn voor de burgers regelrechte demagogie en kletskoek is. Hammerstein vindt dat het rapport onder een verkeerde kop is uitgebracht, aangezien het over de juridische dienstverlening gaat (en dat is iets anders dan de rechtsstaat). Zijn slotconclusie is vernietigend:

Het [rapport] biedt geen basis om de problemen van nu en van de toekomst goed te doordenken. En wat het ergste is: het rapport bevat geen enkele bruikbare oplossing. Over de rechtsstaat gaat het trouwens helemaal niet.

Dus: lees het HiiL rapport zodat je er iets van kunt vinden.

Meer informatie:

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Overheids-IT in het Verantwoordingsonderzoek 2016

De belangrijkste informatiebron over wat er werkelijk bij de rijksoverheid aan de hand is, is de Algemene Rekenkamer. Het Verantwoordingsonderzoek 2016, zoals deze maand is bekend gemaakt, biedt een inkijk in hoe het bij de ministeries werkelijk gaat. Onderstaand enige bevindingen over IT-onderwerpen die ik lezenswaard vindt.

De IT van de overheid komt uitgebreid aan bod in “Staat van de rijksverantwoording”. Er moet hard gewerkt worden aan onder meer beveiliging en modernisering:

We plaatsen kanttekeningen bij de beperkte budgetten voor de modernisering van ICT en zien op diverse plaatsen onvoldoende aandacht voor beveiliging ervan. (…)

Op de stand van zaken rondom DigiD en eID is nog steeds kritiek (rapport Staat van de rijksverantwoording):

Digitale identificatie en authenticatie: elektronische identificatie (eID)

Tegelijkertijd zoekt de rijksoverheid zelf ook naar mogelijkheden om buiten GDI om diensten aan te kunnen bieden, bijvoorbeeld om bij de rijksoverheid in te kunnen loggen. DigiD voldoet al enige jaren niet meer aan de beveiligingsnormen van het Nationaal Cyber Security Centrum, die tweewegauthenticatie adviseert. Bovendien zal de voortschrijdende digitalisering hogere eisen stellen aan de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van authenticatie. DigiD kan daar niet meer aan voldoen. Daarom treft het kabinet voorbereidingen voor een nieuw stelsel voor digitale identificatie en authenticatie, eID. Via het eID-stelsel kunnen private partijen straks ook identificatiediensten aanbieden. In 2016 voerde de Belastingdienst een pilot uit om via de bank bij de Belastingdienst te kunnen inloggen, voor het doen van aangifte bijvoorbeeld. Zo’n 300.000 burgers deden hieraan mee.

Vorig jaar keken we naar de ontwikkeling van het eID-stelsel (Algemene Rekenkamer 2016). De verantwoordelijkheden voor het eID-stelsel waren half 2016 nog niet eenduidig belegd: de governancestructuur was ingewikkeld. Op wezenlijke onderdelen van het stelsel moesten nog besluiten worden genomen of uitgewerkt. Een actuele integrale business case en alternatievenafweging ontbraken. De minister van BZK stelde dat het stelsel kwalitatieve baten heeft, die niet in financiële termen uit te drukken zijn. Maar het ging ons niet alleen om inzicht in de baten, maar ook in de kosten. We hadden een systematische afweging verwacht van verschillende varianten voor het eID-stelsel. Aspecten als kosten, functionaliteit, betrouwbaarheid, beveiliging en privacybescherming zouden hierin mee- gewogen moeten worden. In het najaar van 2016 heeft de minister alsnog een business case laten opstellen, uitgaande van de toenmalige situatie.

En over de rol van het ministerie van binnenlandse zaken in de digitale samenleving schrijft de Rekenkamer in de samenvatting:

Digitale eenheidsstaat vraagt om regie door de minister van BZK
Digitalisering biedt zowel de overheid als burgers en bedrijven veel kansen; betere zorg, beter onderbouwd beleid en een meer op het individu toegesneden dienstverlening. Daarnaast maakt de burger zich onder meer zorgen over de beveiliging van data, cybercrime en wordt informatiebeveiliging een steeds belangrijker thema. Het realiseren van de kansen en het afslaan van de bedreigingen vragen om een sterke regie van de overheid, op het gebied van afspraken over standaarden, toezicht, marktwerking, databeveiliging en -deling en de digitale infrastructuur.
De minister van BZK heeft de verantwoordelijkheid voor de digitale overheid, maar opereert in samenspraak met de ministers van Economisch Zaken (EZ) en Veiligheid en Justitie (VenJ), die verantwoordelijkheid dragen voor de digitale economie en digitale veiligheid. Zij moeten samen de digitale eenheidsstaat vorm geven. De studiegroep Informatiesamenleving constateert dat het ontbreekt aan een gezamenlijke, de gehele overheid omvattende strategische langetermijnvisie op de inzet van ICT voor beleidsontwikkeling, dienstverlening aan burgers en handhaving van wetten. Wij achten het logisch dat de minister van BZK hier het voortouw in neemt en samen met de ministers van EZ en VenJ gedragen visies en plannen ontwikkelt voor de komende kabinetsperiode.

Ook het ministerie van veiligheid, dat belangrijke gegevens van burgers onder zich heeft (onder meer via Dienst Justis) heeft cybersecurity niet op orde, aldus het rapport over het ministerie:

Wij constateren dat het ministerie op centraal niveau niet beschikt over voldoende informatie over de maatregelen van informatiebeveiliging om goed te kunnen (bij)sturen. Ook heeft het ministerie onvoldoende controleerbare informatiebeveiligingsmaatregelen getroffen met betrekking tot de kritieke systemen. Wij adviseren de minister de sturing op de informatiebeveiliging te intensiveren en de noodzakelijke informatiebeveiligingsmaatregelen voor de kritieke systemen toe te passen.

De IT problemen bij de belastingdienst zijn al uitgebreid in de publiciteit gekomen. Meer informatie is te vinden in de samenvatting van en het rapport over financiën en nationale schuld.

Maar de Rekenkamer is optimistisch over de mogelijkheden die IT de overheid kan bieden (Staat van de rijksverantwoording):

Het ontwikkelen van één taal en het slim gebruik maken van technologie uit dit digitale tijdperk maakt het mogelijk om de resultaten van overheidshandelen inzichtelijk te maken voor iedereen. Wanneer de samenwerkende onderdelen van de overheid daarin slagen, ontstaat als het ware een digitale eenheidsstaat. De klokken moeten letterlijk en figuurlijk gelijk gezet worden om dit mogelijk te maken. Dat vergt informatie organiseren, informatie delen, informatie uitwisselen en daarmee gezamenlijk kennis en inzicht vergaren.

Een digitale eenheidsstaat ontstaat door relaties aan te brengen tussen prestaties van vergelijkbare organisaties, scholen, ziekenhuizen of gemeenten. Door resultaten vergelijkbaar te maken kunnen alle overheidsorganisaties op vergelijkbare manier spreken over maatschappelijke doelstellingen. Bestuurders kunnen dan beter uitleggen wat ze beoogden en wat ze bereikten. In een digitale eenheidsstaat hebben en houden burgers daardoor het vertrouwen dat hun belastinggeld op de goede plek terecht komt. De burger wil waar voor zijn geld. Dit vraagt om organisaties die van elkaar leren om hun presteren te verbeteren.

Het gaat om een open houding naar elkaar toe, niet om het aanbrengen van nieuwe regels en structuren. Zoals gezegd: strak, slim en slank. De digitale eenheidsstaat belemmert de lokale, regionale of landelijke democratie niet en vermindert evenmin de autonomie van het bestuur van een ziekenhuis of school. Dat hebben de gram, de meter en het besluit de klokken gelijk te zetten evenmin gedaan.

De digitale eenheidsstaat is in de toekomst mogelijk. Kamer en kabinet werken op dit moment aan de ambities voor Nederland. Daar kan het fundament van de digitale eenheidsstaat worden gelegd. Dat begint met het ontwikkelen van een gezamenlijke taal. Informatie moet vervolgens open beschikbaar worden gesteld en met moderne technologie toegankelijk worden gemaakt. Dit alles is een voorwaarde om in de toekomst beter duidelijk te kunnen maken welke resultaten met belastinggeld zijn bereikt. Altijd, overal en voor iedereen.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Geen legaltech maar… RegTech

Dankzij IT juridificeert de wereld in hoog tempo. Er komt steeds meer regelgeving, de regels veranderen steeds sneller en die regelgeving is steeds vaker grensoverschrijdend. Landen concurreren met elkaar op het gebied van oplegging van boetes en straffen. Onder meer witwas- en corruptiebestrijding ontwikkelt zich als interessante inkomstenbron voor overheden.

De toekomst is daarom niet aan de legaltech, want het is veel te duur om voor kleine rechtsgebieden met arme klanten goede software te ontwikkelen en bij te houden. Adequate software ontwikkelen is duur, dus dat gebeurt alleen door en voor degenen die daar genoeg geld voor hebben.

Het is ‘RegTech’ dat de toekomst heeft, tech om kapitaalkrachtige ondernemingen en organisaties te beschermen tegen gretige overheden. Net als alle andere digitale producten wordt RegTech door grote partijen aangeboden en wordt het ontwikkeld voor grote afnemers, zoals banken.

Er is een digitale wapenwedloop aan de gang. Nu maar hopen dat de gewone burger en de gewone ondernemer daar niet het slachtoffer van worden.

Meer informatie:

RegTech:

Beroep van de toekomst:
certified financial crime specialist, lees meer bij de Association of Certified Financial Crime Specialists.


Aanvulling 10 juli 2017
Zie over RegTech ook het Wired artikel “Banks Deploy AI to Cut Off Terrorists’ Funding“.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Kantoororganisatie | Tags: | Plaats een reactie

Systematische integriteitrisicoanalyse voor iedereen

Degenen die interesse hebben voor de toekomst van het toezicht, doen er goed aan de nieuwste nieuwsbrief van De Nederlandsche Bank (DNB) voor trustkantoren te lezen. Daarin staat het nodige over de naleving van de sanctieregelgeving, melding van ongebruikelijke transacties (die je bij trustkantoren vanwege de zware integriteitseisen weinig zou verwachten) en bestrijding van belastingontwijking (die volledig legaal is).

De nieuwsbrief illustreert een ontwikkeling die plaats vindt rondom bestrijding van financieel-economische fraude, nl. de one-size-fits-all gedachte die er toe leidt dat ook kleine ondernemingen een “systematische integriteitrisicoanalyse” (“SIRA”) moeten maken en zich moeten verdiepen in de internationale sanctieregelgeving. Of betrokken ondernemingen iets begrijpen van de ingewikkelde regelgeving die we in Nederland en Europa kennen, vraagt niemand.

Nu hebben trustkantoren specifieke activiteiten die wellicht wat meer aandacht vergen.

Maar de wind van de corruptie-, witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding waait overal. En rekening houden met de kennis en vaardigheden van de betrokken ondernemers is er niet bij.
Dat blijkt onder meer uit het voorstel voor de nieuwe Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), waarin van alle ondernemers die onder de Wwft vallen (en dat zijn er vele) hetzelfde wordt verwacht.
Een voorbeeld is dat volgens het Wwft-consultatievoorstel alle Wwft-plichtigen moeten beschikken over een algemene risicobeoordeling (artikel 2b voorstel) en over algemene gedragslijnen (artikel 2c voorstel). Voor kleine en middelgrote ondernemingen lijkt dit weinig zinvol. Ik heb in de consultatie hier vragen over gesteld; helaas is er nog geen antwoord op (bijvoorbeeld via de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel).

Een ander voorbeeld is de advocatuur, waar bureaucratie ook in de mode is. De Nederlandse Orde van Advocaten eist van alle advocatenkantoren, groot en klein, dat zij over een ‘kantoorhandboek‘ beschikken, waarin de organisatie wordt beschreven. Voor grote kantoren is het natuurlijk zinvol dat er een procedurebeschrijving is. Maar wat voor zin heeft dat voor een eenmanskantoor of een kantoor waarbij maar weinig advocaten werkzaam zijn? Ik heb nergens iets kunnen lezen over het nut van het kantoorhandboek voor kleine organisaties. Toch wordt dit fenomeen ingevoerd en wordt er zelfs op gecontroleerd.

De vorm lijkt boven de inhoud te gaan.

In ieder geval weten we als burgers – als robots straks een groot deel van het gestandaardiseerde werk van ons hebben overgenomen – waar wij druk mee zijn: het schrijven van systematische integriteitrisicoanalyses. En voor juristen is er vast en zeker genoeg werk!

Meer informatie:

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Wet normering topinkomens staat nooit stil – en is onuitvoerbaar | accountants slaan alarm

Op 22 mei jl. verscheen op accountant.nl het artikel Accountantscontrole op WNT niet meer te doen, waarin de auteurs Rob Leensen en Mike Tagage signaleren dat de wet voor accountants onuitvoerbaar is en voor WNT-instellingen hoge kosten opleveren. De auteurs besluiten met:

Maar het punt waarbij de WNT-controle, als onderdeel van de jaarrekeningcontrole, op basis van de huidige wet niet meer rationeel en bedrijfseconomisch uitvoerbaar en controleerbaar is, komt snel dichterbij.

Wanneer worden de ambtenaren van Binnenlandse Zaken eindelijk wakker?

Lees de eerdere artikelen over de WNT op dit weblog.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Wet Normering Topinkomens | Tags: , | Plaats een reactie