Systematische integriteitrisicoanalyse voor iedereen

Degenen die interesse hebben voor de toekomst van het toezicht, doen er goed aan de nieuwste nieuwsbrief van De Nederlandsche Bank (DNB) voor trustkantoren te lezen. Daarin staat het nodige over de naleving van de sanctieregelgeving, melding van ongebruikelijke transacties (die je bij trustkantoren vanwege de zware integriteitseisen weinig zou verwachten) en bestrijding van belastingontwijking (die volledig legaal is).

De nieuwsbrief illustreert een ontwikkeling die plaats vindt rondom bestrijding van financieel-economische fraude, nl. de one-size-fits-all gedachte die er toe leidt dat ook kleine ondernemingen een “systematische integriteitrisicoanalyse” (“SIRA”) moeten maken en zich moeten verdiepen in de internationale sanctieregelgeving. Of betrokken ondernemingen iets begrijpen van de ingewikkelde regelgeving die we in Nederland en Europa kennen, vraagt niemand.

Nu hebben trustkantoren specifieke activiteiten die wellicht wat meer aandacht vergen.

Maar de wind van de corruptie-, witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding waait overal. En rekening houden met de kennis en vaardigheden van de betrokken ondernemers is er niet bij.
Dat blijkt onder meer uit het voorstel voor de nieuwe Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), waarin van alle ondernemers die onder de Wwft vallen (en dat zijn er vele) hetzelfde wordt verwacht.
Een voorbeeld is dat volgens het Wwft-consultatievoorstel alle Wwft-plichtigen moeten beschikken over een algemene risicobeoordeling (artikel 2b voorstel) en over algemene gedragslijnen (artikel 2c voorstel). Voor kleine en middelgrote ondernemingen lijkt dit weinig zinvol. Ik heb in de consultatie hier vragen over gesteld; helaas is er nog geen antwoord op (bijvoorbeeld via de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel).

Een ander voorbeeld is de advocatuur, waar bureaucratie ook in de mode is. De Nederlandse Orde van Advocaten eist van alle advocatenkantoren, groot en klein, dat zij over een ‘kantoorhandboek‘ beschikken, waarin de organisatie wordt beschreven. Voor grote kantoren is het natuurlijk zinvol dat er een procedurebeschrijving is. Maar wat voor zin heeft dat voor een eenmanskantoor of een kantoor waarbij maar weinig advocaten werkzaam zijn? Ik heb nergens iets kunnen lezen over het nut van het kantoorhandboek voor kleine organisaties. Toch wordt dit fenomeen ingevoerd en wordt er zelfs op gecontroleerd.

De vorm lijkt boven de inhoud te gaan.

In ieder geval weten we als burgers – als robots straks een groot deel van het gestandaardiseerde werk van ons hebben overgenomen – waar wij druk mee zijn: het schrijven van systematische integriteitrisicoanalyses. En voor juristen is er vast en zeker genoeg werk!

Meer informatie:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s