Onlangs sloot de internetconsultatie van de Europese Commissie over het beleidsprogramma voor het digitale decennium. Dat beleidsprogramma (Nederlandse versie, pdf) staat vol van mooie worden over het respecteren van grondrechten, maar ademt ook een ongegrond optimisme over wat er met digitalisering mogelijk is en veronderstelt een doenvermogen dat er in werkelijkheid niet is.
Consultatiedeelname door Offline Moet Kunnen
Aan de consultatie is mee gedaan door een nieuw Nederlands initiatief: Offline Moet Kunnen. Hun Nederlandstalige reactie is hier te vinden. In hun reactie geven ze uitleg over waar ze voor staan:
Offline Moet Kunnen is een particulier initiatief van en voor iedereen die het belangrijk vindt dat de optie blijft bestaan om offline te leven, en dat degenen die online willen meedoen dat kunnen doen met (vrije) software en hardware en waarbij de gebruiker als mens centraal staat en de data van gebruikers niet misbruikt wordt.
De mensen achter Offline Moet Kunnen hebben daar allerlei verschillende redenen voor. Het betreft zowel mensen die onvoldoende digitale vaardigheden hebben, als personen voor wie digitale apparaten verslavend zijn, tot en met mensen die professioneel in de IT werken en zich bewust zijn van de enorme risico’s die wij lopen door de machtspositie die grote tech bedrijven van buiten de EU hebben opgebouwd in Nederland en door de beïnvloedingsmogelijkheden die digitale middelen bieden.
Het gaat Offline Moet Kunnen in de kern om het zelfbeschikkingsrecht, het recht om digitale hulpmiddelen in te zetten indien dat gewenst wordt, om zelf te kunnen kiezen welke hardware en software wordt gebruikt en niet afhankelijk te zijn van monopolisten (al helemaal niet van buiten de EU). De bediening van hardware en software dient mensvriendelijk te zijn en ons niet te worden opgedrongen. Verder zijn wij bezorgd over mensen met onvoldoende digitale vaardigheden, waarvan een groot deel niet in staat zal zijn zich voldoende vaardigheden eigen te maken, waardoor zij extra grote risico’s lopen en niet meer in staat zijn om hun eigen huis-tuin-en-keuken zaken te regelen.
Vervolgens gaan ze in op de consultatie en het beleidsprogramma:
Offline Moet Kunnen neemt deel aan deze consultatie vanwege de bezorgdheid dat de Europese wetgever te weinig aandacht heeft voor het belang van alle burgers in de EU om zelf te kunnen beslissen voor welke doelen digitale middelen worden ingezet en welke digitale middelen dat zijn.
Doorgeschoten digitalisering
In Nederland is de afgelopen tijd zichtbaar geworden dat digitalisering is doorgedrongen in allerlei domeinen die de basis van ons leven vormen, zoals betalen, reizen, het afnemen van diensten van energiebedrijven, het volgen van onderwijs. In toenemende mate is sprake van digitale dwang (‘digidwang’) om gebruik te maken van bepaalde soorten apparaten met voorgeschreven software van enkele monopolisten van buiten de EU. Verder is gebleken dat een grote groep Nederlanders niet meer in staat is om zelf zijn of haar zaken te regelen en daarbij permanent hulp nodig heeft van digitaal vaardige personen. Uit onderzoek is gebleken dat deze grote groep niet kleiner zal worden, omdat zij zich de digitale vaardigheden niet eigen kunnen maken.
De nadelen van doorgeschoten digitalisering zijn in Nederland duidelijk zichtbaar geworden, voorbeelden daarvan zijn de problemen die velen ondervinden:
- met het betalingsverkeer en het verdwijnen van contante betaling,
- met essentiële diensten zoals geboden door de overheid en bepaalde bedrijven [1] waarvoor vaak digitale middelen vereist zijn en waarbij mensen gedwongen worden om van apparatuur van monopolisten of oligopolisten van buiten de EU gebruik te maken,
- apparaten die alleen nog bediend kunnen worden met een app op een smartphone of tablet.
Deze digitale dwang is nadelig voor mensen en niet in het maatschappelijk belang.
Het Europese beleidsprogramma
In het consultatiedocument maakt u er melding van dat een van uw doelen is om inclusie en betrokkenheid bij de digitale beleidsvorming in de hele samenleving te bevorderen en nodigt u burgers uit om feedback te geven op de huidige doelstellingen en streefcijfers van het digita liseringsbeleidsprogramma van de EU (‘het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030’, ook als ‘DDPP’ aangeduid) [2].
In het beleidsprogramma lezen wij dat één van de algemene doelstellingen de volgende is (artikel 3 lid 1 sub a):
bevordering van een mensgerichte, op grondrechten gebaseerde, inclusieve, transparante en open digitale omgeving waarin beveiligde en interoperabele digitale technologieën en diensten de beginselen, rechten en waarden van de Unie eerbiedigen en versterken en toegankelijk zijn voor iedereen en overal in de Unie
Ook wordt er in artikel 3 gesproken over digitale soevereiniteit van de EU (artikel 3 lid 1 sub c) en over cybersecurity.
Zelfbeschikkingsrecht ontbreekt
In het DDPP ontbreekt vervolgens alle aandacht voor het zelfbeschikkingsrecht van burgers.
Zo lezen we in artikel 4 (digitale streefcijfers) dat tenminste 80% van de 16-74-jarigen over ten minste digitale basisvaardigheden dienen te beschikken en wordt gezegd dat 100% van de burgers van de EU toegang heeft tot hun elektronische medische dossiers. Voorts staat er dat 100% van de EU-burgers beschikken over het elektronische inlogmiddel [3].
Offline Moet Kunnen is het oneens met de huidige tekst van het DDPP en is van mening dat het programma ten behoeve van de Europese burgers ingrijpend moet worden aangepast:
1. Alle essentiële diensten en producten behoren ook zonder digitale hulpmiddelen (hard ware en/of software) toegankelijk te zijn. Tot essentiële diensten en producten behoren niet alleen overheidsdiensten maar ook alle andere basisdiensten waarvan iedereen afhankelijk is of kan worden, zoals openbaar vervoer, energielevering, postbezorging en dergelijke.
2. Het streefcijfer inzake digitale basisvaardigheden (artikel 4 lid 1 sub a) dient te worden verlaagd tot een reëel niveau, bijvoorbeeld 55%.
3. Er dienen speciale voorzieningen (zoals loketten) te worden gecreëerd, waarvan mensen gebruik kunnen maken als zij geen digitale hulpmiddelen willen of kunnen gebruiken.
4. Voor zover er in de EU digitale hulpmiddelen worden ontwikkeld die van belang zijn voor essentiële diensten en producten, dienen die ook te kunnen worden gebruikt met hardware en/of software die niet afkomstig is van de bekende monopolisten/oligopolisten van buiten de EU [4] .
5. De streefcijfers inzake digitalisering van overheidsdiensten (artikel 4 lid 4) worden aangepast in de zin dat in alle gevallen geldt dat burgers niet verplicht zijn van de elektronische diensten gebruik te maken. Dus bijvoorbeeld “100 % van de burgers van de Unie heeft indien zij dit wensengewenst toegang tot hun elektronische medische dossiers en toegang daartoe” en “100 % van de burgers van de Unie beschikt indien zij dit wensen over een veilig elektronisch identificatiemiddel”.
6. Gegevens uit het elektronische medische dossier mogen alleen met toestemming van de burger aan derden worden verstrekt. Het trainen van AI met gegevens uit het elektronische medische dossier wordt verboden en strafrechtelijk vervolgbaar.
7. Het risico is groot dat het elektronische inlogmiddel als bedoeld in artikel 4 lid 4 sub c DDPP de facto door zeer veel organisaties zal worden geëist als verificatie van de identiteit nodig is. Wij vrezen dat er sprake zal zijn van overidentificatie, waar Privacy First al voor waarschuwde [5]. Daarom moet er zo spoedig mogelijk in alle landen van de EU een verbod komen op verplichte verificatie van de identiteit met het Europese inlogmiddel. (…)
Tot slot
Een mensgerichte digitalisering is alleen mogelijk als u niet alleen naar organisaties luistert die gretig alle digitale mogelijkheden willen uitproberen. Het is belangrijk dat u ook naar gewone burgers luistert.
Offline Moet Kunnen roept u op dat te gaan doen en de mooie woorden die u spreekt daadwerkelijk inhoud te geven.
[1] Zoals levering van energie; postbezorging; openbaar vervoer; onderwijs; regelen en krijgen van zorg van huisarts, tandarts en dergelijke.
[2] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32022D2481
[3] “100 % van de burgers van de Unie beschikt over een veilig elektronisch identificatiemiddel (eID) dat in de hele Unie wordt erkend, zodat zij volledig in staat zijn identiteitsgerelateerde verrichtingen en gedeelde persoonsgegevens te beheren; “
[4] Zoals Microsoft, Google, Apple en Amazon.
[5] Zie security.nl, Privacy First waarschuwt Brussel voor overidentificatie met Europese digitale ID, https://www.security.nl/posting/910411Privacy+First+waarschuwt+Brussel+voor+overide ntificatie+met+Europese+digitale+ID; artikel Privacy First: https://privacyfirst.nl/artikelen/deelname-privacy-first-aan-eu-consultatie-oververeenvoudiging-digitale-regels/
Alexander Smit: de systemen die digitaal niet vaardige Nederlanders in de kou laten staan
De reactie van Offline Moet Kunnen is van belang voor de grote groep Nederlanders die digitaal onvoldoende vaardig zijn, het is één van de groepen waar zij voor op komen. Lees over die grote groep, 4 tot 5 miljoen Nederlanders die door allerlei verschillende oorzaken moeite heeft met digitalisering, het artikel van Alexander Smit.
Onder de titel Boete op e-tolweg is een moreel oordeel: u kunt iets niet!, met als subtitel ‘Digitalisering is geen neutrale vooruitgang‘ beschrijft hij hoe minder digitaal vaardige mensen de dupe worden van digitalisering. Hij geeft het voorbeeld van een elektronische tolweg (markering door mij):
Neem de nieuwe e-tolweg A24. De belofte is modern: geen slagboom, geen gedoe. De realiteit is harder. Betalen kan alleen via een app of website. Geen balie, geen mens. Wie vergeet te betalen krijgt automatisch een boete. En die boetes zijn niet per ongeluk. Ze waren vanaf het begin ingecalculeerd als inkomstenbron. Dit is dus niet een incident in een verder goed systeem. Dit is geen fout in het systeem. Dit is hét systeem.
De overheid rekende op meer dan een miljoen boetes in het eerste jaar. Duizenden per dag. Niet omdat automobilisten massaal kwaadwillend zijn, maar omdat het systeem uitgaat van een ideaaltype burger: digitaal vaardig, altijd online, altijd op tijd. Wie daar niet aan voldoet, wordt geen uitzondering genoemd, maar is een verdienmodel.
Hij beschrijft hoe bedrijven en overheden ontmenselijken, bijvoorbeeld doordat loketten worden vervangen door interfaces. De digitale toekomst wordt ontworpen:
voor één type burger. Met tijd, middelen, apparaten, en een netwerk dat kan bijspringen. En wie niet in dat plaatje past, moet dan maar naar de bibliotheek voor hulp. Dat antwoordde de minister van Infrastructuur onlangs op Kamervragen die de massale problemen rond het e-tol-systeem aan de orde stelden. En zelden werd de ideologie achter digitalisering zo eerlijk uitgesproken.
Hij besluit met een pleidooi vóór de mensen en voor een samenleving die toegankelijkheid ziet als morele ondergrens, niet als kostenpost.
Aanvulling 24 januari 2026
Zie over de digitale tolheffing (e-tol) de antwoorden op kamervragen, waaruit blijkt dat niet digitaal vaardige burgers de boom in kunnen. De enige tegemoetkoming is dat ze gratis betalingsherinneringen krijgen.
Op mijn e-tol bericht op quodari kreeg ik deze reactie:
