Amendement inzake zakelijke basisbankrekening aangenomen door Tweede Kamer

Human Rights in Finance (HRIF.EU) liet weten dat het amendement over de zakelijke basisbankrekening is aangenomen door de Tweede Kamer.

Op deze pagina staan de stemmingsuitslagen, onder meer inzake het aangenomen amendement over de zakelijke bankrekening:

Achtergrond
Lees over dit voorstel mijn artikel van 24 januari over de oproep van HRIF.EU om dit amendement te steunen en het bericht met de tekst van het amendement.

 

 

Op deze site staan artikelen over bankrekening krijgen en behouden, de basisbankrekening en de zakelijke bankrekening.

 

 


17:22 uur aangevuld met vindplaats stemming

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

Digitale autonomie in de Tweede Kamer

Reminder: straks vindt de deskundigenbijeenkomst over digitale autonomie plaats in de Thorbeckezaal (livestream), het ‘Rondetafelgesprek inzake de consequenties van de (beoogde) overname van Solvinity voor DigiD‘, van 18:30 tot 20:30 uur. Ik schreef er over.

Eerder vandaag werden een paper en een petitie aangeboden.

Morgen is er van 9:30 tot 10:30 uur een gesprek in de Troelstrazaal (livestream) met de Amerikaanse partij die Solvinity overneemt, Kyndryl.

Het overzicht van de livestream kanalen van de Tweede Kamer staat hier.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Artificial intelligence in tax collection

The future of tax collection is digital. That is shown by the 2025 Tax Administration Report of the OECD that is announced on this page.

Governments work more and more digital and data-driven and collect more financial information from third parties (in Dutch: ‘renseignering‘), that they use for pre-filled tax returns (almost 90% of jurisdictions). Artificial intelligence is used by the authorities for risk management, fraud detection, identity verification, predictive analytics and behavioural insights.

From the summary:

a key focus of this edition is a 10-year perspective on the evolution of tax administration and how the rise of artificial intelligence is shaping the future of tax administration.

The rise of artificial intelligence

Past editions of the TAS have commented on the impact of the digitalisation of the wider economy and technological advancements on the operating models of tax administration. Some of these changes can take many years to implement, and the incremental progress that has been noted in the past continues to be observed in this 2025 edition.

There is one technology, however, that has experienced rapid growth in a relatively short period: Artificial intelligence (AI). The increased availability of the systems that can support AI over the past few years has prompted many tax administrations to adopt it to provide new and better services that can support improved efficiency and compliance, as well as reducing burdens. (…)

First data on the use of AI by tax administrations is available for 2016, when 9% of administrations reported its implementation and use. Since then, the percentage of tax administrations that use AI has rocketed to 69% in 2023, with another 24% reporting they are implementing it for future use.

This significant increase in the use of AI is also visible in the number of examples that tax administrations provided for inclusion in this edition. Around 25% of the examples are AI related, and they highlight the wide range of deployments of AI across administrations – from, for example, supporting analytical work, to providing faster and more efficient services to taxpayers, or to improving case work selection. In addition, AI is automating high volume repetitive tasks so that tax administration resources can be focused on the more complex tasks.

10 years of ISORA data: Insights and perspectives

While AI is undoubtedly a hot topic in tax administration, the ISORA data also provides other high-level insights and perspectives regarding the evolution of tax administration. Highlights from comparing ISORA data over a 10-year period include:

  • Tax administrations continue to be the primary actor in government revenue collection: Net collections by tax administrations average 63% of total government revenue, an increase of almost 8 percentage points since 2014. Tax administrations are the principal government revenue collection agency in three-quarters of jurisdictions covered in this report.
  • A structural shift towards self-service channels: The data shows a move away from contact channels that occur during tax office working hours to channels that can be used 24/7. Since 2014, in-person contacts declined by 56%. At the same time, online contacts have tripled since 2018 to more than 3 billion contacts in 2023.
  • Filing tax returns electronically has become the norm: Over the 10-year period, e-filing rates have increased significantly – between 18 and 24 percentage points – across the three main tax types. In 2023, close to 90% of personal income tax (PIT) returns were filed electronically. The share is even greater for corporate income tax (CIT, 96%) and value added tax (VAT, 99%). However, average on-time filing rates did not improve despite e-filing and prefilling regimes. On average, the rates have remained broadly static since 2014, although the underlying data for on-time filing shows significant variation in the evolution of on-time filing rates between jurisdictions.
  • A potential effect of more data and new approaches for compliance risk management on compliance behaviour: While the available audit data indicates that audit adjustments rates have remained similar since 2014, the additional assessments raised from audits decreased significantly for PIT, CIT and VAT. This could hint at effective up-front compliance programmes and improved compliance behaviour, potentially a result of better services and taxpayer education programmes, and a deterrent effect with taxpayers understanding that tax administrations hold an increasing amount of data.
  • Revenue collections grow faster than tax arrears: The total amount of outstanding arrears at the end of fiscal year 2023 was in the region of EUR 2.7 trillion. While this is a significant increase from the EUR 1.5 trillion reported in 2014, the average ratio of fiscal year-end arrears to net revenue collections has declined since then by around 10%.
  • Technology helps fewer staff to serve more taxpayers: With an often increasing population and labour force, 60% of administrations report declining staff numbers, meaning that the remaining staff are having to serve more people. On average the population and labour force per full-time employee increased by around 15% between 2014 and 2023. Digital transformation is helping tax administrations respond to this challenge.
  • A shift in the workforce profile: Between 2014 and 2023, the percentage of staff with less than 5 years of service has increased by 7.4 percentage points. With a significant number of staff expected to retire in the next few years – on average 28% of staff are 55 years or older – tax administrations will lose further knowledge. While this may also open opportunities to get new digital skills into administrations, a key challenge will be to transfer knowledge and experience.

Hopefully, lessons are being learned internationally from the Dutch “benefit scandal”(‘Toeslagenaffaire‘).

Geplaatst in Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Is bestrijding van beleggingsfraude geen taak van de AFM?

In het artikel Beleggingsfraude: schade vermoedelijk honderden miljoenen euro’s per jaar attendeert de Autoriteit Financiële Markten (AFM) op de enorme omvang van beleggingsfraude. De autoriteit schrijft:

Beleggingsfraude ontwikkelt zich razendsnel: het wordt steeds professioneler, digitaler en internationaler. De fraude begint vrijwel altijd online: via sociale media, nepadvertenties en malafide websites worden slachtoffers gelokt, vaak vanuit het buitenland. De geraffineerde, bedrijfsmatige en geautomatiseerde werkwijze maakt iedereen tot potentieel doelwit. De financiële schade per slachtoffer is vaak aanzienlijk, en de psychische impact – mede door schaamte en herhaald slachtofferschap – is groot. Dit maakt het een criminaliteitsthema dat met meer urgentie dient te worden bekeken en geprioriteerd.

In het artikel maakt de AFM het rapport ‘Van piramide tot ijsberg: de onzichtbare omvang van beleggingsfraude in Nederland’ bekend.

Opvallend is dat de AFM in de aankondiging schrijft dat bestrijding van beleggingsfraude een taak is van anderen:

De AFM benadrukt dat de bestrijding van beleggingsfraude een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is van publieke én private partijen. Wij pleiten daarom voor een hogere prioritering van beleggingsfraude binnen beleid, toezicht en strafrechtelijke handhaving. Toezichthouders en opsporingsdiensten moeten op deze ontwikkelingen anticiperen, bijvoorbeeld via een centraal meldpunt en gecoördineerde handhaving. Ook sociale media platformen en andere poortwachters dragen verantwoordelijkheid voor het voorkomen dat hun diensten worden misbruikt voor malafide doeleinden.

Ik ben benieuwd hoe het komt dat de financiële toezichthouder deze taak onvoldoende kan vervullen en naar anderen wijst. Is het tijd geworden om het financiële toezichtlandschap van Nederland opnieuw te bezien?

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Amendement zakelijke basisbankrekening van Flach c.s.

De kernbepaling in het amendement op de Wet chartaal betalingsverkeer over de zakelijke basisbankrekening, waar over ik eerder vandaag schreef, luidt als volgt:

Artikel 4:71k
1. Een bank die in Nederland betaalrekeningen aan ondernemingen aanbiedt, stelt ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken.
2. Op basisbetaalrekeningen als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 4:71f, eerste en derde tot en met zesde lid, 4:71g, 4:71h, met uitzondering van het derde lid, onderdeel b, en 4:71i van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor artikel 4:71i, eerste lid, onderdeel c, wordt gelezen: niet langer in het Nederlandse handelsregister is ingeschreven.

Daarbij hoort de volgende toelichting:

Dit amendement introduceert een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten, namelijk voor ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven. Voor consumenten bestaat er reeds een dergelijk recht (op basis van artikel 4:71f Wft en Richtlijn 2014/92/EU).

Ondernemingen, stichtingen en verenigingen kunnen soms om uiteenlopende redenen geen bankrekening openen of behouden. De oorzaken hiervan lopen uiteen, maar de indruk ontstaat dat dit niet altijd op basis van objectieve, wettelijke gronden gebeurt.

Toegang tot het betalingsverkeer is essentieel om mee te kunnen doen aan de samenleving. Dat geldt niet alleen voor consumenten maar ook voor zakelijke klanten van financiële instellingen. Daartoe introduceert dit amendement een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten.

Al enkele jaren speelt de discussie rond het recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten. Tot op heden is dit echter nog niet wettelijk geregeld. Zowel vanuit de overheid als vanuit de sector zelf is onderzocht of en hoe een dergelijk recht ingevoerd kan worden. In de «Visie op de Financiële sector» van dit jaar (2025) is aangegeven dat het kabinet nog dit jaar voorstellen vanuit de sector verwacht en daarnaast inzet op Europese regelgeving. Kortom, alles wijst erop dat er in de toekomst een wettelijk recht op een basisbetaalrekening komt. Concrete voorstellen liggen er echter nog niet. Indieners zijn van mening dat het aan de wetgever zelf is om dit wettelijk te regelen.

Indieners begrijpen dat er soms gronden zijn om een betaalrekening te weigeren. Dat mag volgens indieners echter alleen op grond van een concrete, wettelijke basis. Denk aan de relevante witwaswetgeving. Uit een onderzoek van De Nederlandsche Bank (Van herstel naar balans) blijkt echter dat aan slechts 18% van de weigeringen van de zakelijke klanten Wwft-redenen ten grondslag liggen.

Dit amendement bouwt voort op de unaniem aangenomen motie Flach/Idsinga (Kamerstuk 32 545, nr. 217). Hierin wordt verzocht om bij banken aan te dringen op het principe van «ja, tenzij» als het gaat om het accepteren van zakelijke klanten, waarbij klanten alleen op concrete, wettelijke gronden geweigerd mogen worden. Dit amendement legt deze unaniem aangenomen motie feitelijk wettelijk vast.

Om ongewenst gebruik van dit amendement te voorkomen, is de doelgroep beperkt tot entiteiten uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven. Anders wordt het mogelijk dat partijen die in hun eigen lidstaat geen bankrekening kunnen krijgen bij een Nederlandse bank een basisbetaalrekening kunnen openen. Dit brengt extra nadelen met zich mee, ook omdat banken gehouden zijn aan de Wwft, wat voor partijen met geen enkele band met Nederland lastig zal uitvoerbaar is. Enige inkadering is dus noodzakelijk, omdat banken anders bijvoorbeeld hun toezichthoudende rol niet goed kunnen vervullen. De gekozen formulering past volgens indieners binnen de beginselen van het Unierecht, waaronder het vrije verkeer. Ook buitenlandse entiteiten kunnen namelijk nog steeds een vestiging openen in Nederland, waarmee voldaan wordt aan de voorwaarden. Deze gekozen afbakening sluit ook in grote lijnen aan bij de keuzes die in België en Frankrijk zijn gemaakt, waar ook een vestiging is vereist. Volgens indieners is de gekozen formulering de beste om het gewenste resultaat te bereiken en daarbij de beginselen van het Unierecht niet te schenden.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Stichting en vereniging | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Human Rights in Finance: D-day voor het recht op een zakelijke bankrekening in Nederland, met amendement Flach c.s. kan het dinsdag geregeld zijn !

Human Rights in Finance (HRIF.eu) roept de lezers in actie te komen in het artikel D-day voor het recht op een zakelijke bankrekening in Nederland: met amendement Flach c.s. kan het dinsdag geregeld zijn!

De oproep van HRIF.eu: benader leden van de Tweede Kamer en je brancheorganisatie en dring er bij hen op aan dat de basisbankrekening voor organisaties er zo snel mogelijk komt. 

Onderstaand een deel van het artikel:

D-day voor het recht op een zakelijke bankrekening in Nederland: met amendement Flach c.s. kan het dinsdag geregeld zijn !
januari 24, 2026

Er ligt aanstaande dinsdag een mooi gewijzigd amendement Flach c.s. in de Tweede Kamer ter stemming voor dat voor ondernemend Nederland van grote betekenis is.
De stemming in de Tweede Kamer is aanstaande dinsdag 27 januari. Dus ondernemers, stichting, sekswerkers, hoog risico-bedrijven: ren allemaar nog even naar je eigen politieke vertegenwoordiger om ze te zeggen dat ze het gewijzigde amendement Flach moeten steunen. Het helpt een basis te leggen die heel erg nodig is.
Waarom dat zo is: tja, dat is een lang verhaal. We doen ons best om het hieronder op te schrijven en ook uit te leggen dat er een geopolitieke noodzaak is. Want dit soort regels zijn nodig om te voorkomen dat door Amerika gedomineerde regels/interventies ertoe leiden dat Nederlandse ondernemers/stichtingen/etc hun rekening of betaalvoorzieningen kwijtraken. (…)

Dat is logisch, want ruim een jaar na allerlei ronde tafels en zelfregulering kan een beetje stichting nog steeds geen bankrekening krijgen en wordt jan en alleman nog steeds als vanouds de rekening geweigerd en betaaldiensten opgezegd. Die nieuwe lastenluwe zelfregulering benadering van één jaar geleden doet het dus niet. HRIFEU legde het al uit: het is oude wijn in nieuwe zakken.

Dit amendement is belangrijk omdat de overheid contante betaling drastisch wil inperken en bedrijven daartoe ook worden bewogen omdat banken geen zin hebben in contant geld vanwege hun overheidstaken op het gebied van criminaliteitsbestrijding.

HRIF.eu besteedt in het artikle ook aandacht aan het artikel in het NRC over het uitsluiten van coffeeshophouders en de rol van de VS in het betalingsverkeer.

Over discriminatie door banken staat in het artikel:

Een harde plicht tot betaalrekeningen is bittere noodzaak. De AP zei in 2019 al tegen banken dat ze niet mochten discrimineren. Houden de banken zich niet aan. Dat kun je dan DNB dat laten herhalen. Dat helpt allemaal niet. Het gebeurt vandaag de dag nog steeds. En al die mensen en bedrijven met andere achternaam, uit een te ver buitenland, de sekswerkers, de ‘hoog-risico’ sectoren die worden uit de bank gegooid.

Niet omdat ze fout zijn maar omdat ze weigeren een hele lijst intrusieve vragen te beantwoorden. Vanuit sekswerkers weet ik dat banken gewoon lijsten met klanten opvragen. En als je die niet geeft: rekening kwijt. Tegelijk wordt vanuit het door Amerikansen gedomineerde betalingsverkeer veld heel strikt en overmatig beperkend alles wat een beetje hoog risico is tegengehouden. En zo kom je dus niet aan je rekening en niet aan betaaldiensten.

Er wordt verder ingegaan op het voorstel voor de Wet chartaal betalingsverkeer.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Hoewel er al vele cybersecurity waarschuwingen zijn geweest wordt er niet geluisterd en al helemaal niets gedaan | brandbrief Cyber Security Raad

De afgelopen tien jaar zijn er vele cybersecurity waarschuwingen van gezaghebbende instanties geweest, zowel richting overheid als richting private sector [*]. Toch lopen we in Nederland en daarbuiten hopeloos achter, bijvoorbeeld door e-mail (dat onveilig is) te gebruiken voor vertrouwelijke communicatie en veel andere dingen fout te doen.

Brandbrief Cyber Security Raad
De nieuwste waarschuwing komt van Cyber Security Raad (CSR), die een brief aan de informateur schreef en de brief aankondigde in het nieuwsbericht CSR waarschuwt: kans op digitale ontwrichting is reëel.

 

 

[*] Voorbeelden op deze site: het bericht van de Autoriteit Persoonsgegevens over de toename van cybercrime, de Duitse bankenvereniging waarschuwt de klanten van banken en de kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens dat het kadaster niet veilig genoeg is. Eerder was er kritiek van de Algemene Rekenkamer (onder meer dit en dit).

 

 


Aanvulling 24 januari 2026
Follow the Money publiceerde het artikel Politie liet ondanks waarschuwing deur open voor Russische hackers (betaalmuur), met de introductie: “Een Russische hackersgroep maakte in 2024 de contactgegevens van tienduizenden Nederlandse politiemedewerkers buit. Uit onderzoek van FTM blijkt dat de politie was gewaarschuwd maar adviezen over de beveiliging niet opvolgde. De politie erkent nu dat de aanvallers hierdoor makkelijker hun slag konden slaan.
In de Tweede Kamer werd een rapport van WODC openbaar gemaakt: ‘Meetbaarheid digitale weerbaarheid van Nederlandse organisaties’

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Paypal gebruikt betalingsgegevens voor advertentiehandel

Financiële instellingen die zich met het betalingsverkeer bezig houden beschikken over een rijkdom aan financiële persoonsgegevens, die uitstekend voor advertentiehandel geschikt zijn. Op dit moment mag dat in Nederland nog niet.
Paypal doet het wel, zo valt bij Netzpolitik te lezen. Deze financiële instelling is dus ook advertentiebedrijf geworden, net als Google en Meta. De Paypal praktijken zijn in strijd met de AVG.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Gegevensbescherming in de DAC-richtlijn

In de Europese DAC-richtlijn [1] waar ik gisteren over schreef, staat een artikel over gegevensbescherming, nl. artikel 25 [2]. Daarin staat dat de AVG moet worden toegepast.

Renseigneringsopgave
In lid 4 is  opgenomen dat bedrijven die aan de overheid moeten rapporteren ten behoeve van de belastingheffing (renseignering) moeten melden aan betrokkenen dat zij gegevens aan de overheid verstrekken:

4. Niettegenstaande lid 1 ziet elke lidstaat erop toe dat elke onder zijn jurisdictie vallende rapporterende financiële instelling, intermediair of rapporterende platformexploitant, naargelang het geval:

a) elke betrokken natuurlijke persoon in kennis stelt van het feit dat de hem betreffende inlichtingen overeenkomstig deze richtlijn zullen worden verzameld en doorgegeven, en

b) elke betrokken natuurlijke persoon tijdig alle inlichtingen verstrekt waarop hij van de verwerkingsverantwoordelijke recht heeft, zodat die natuurlijke persoon zijn rechten inzake gegevensbescherming kan uitoefenen en, in elk geval, voordat de inlichtingen worden gerapporteerd.

Niettegenstaande de eerste alinea, punt b), stelt elke lidstaat regelgeving vast om de rapporterende platformexploitanten ertoe te verplichten de te rapporteren verkopers in kennis te stellen van de gerapporteerde tegenprestatie.

De vraag is of dit betekent dat de bedrijven die moeten rapporteren aan de overheid ook een mededeling met de details van de verstrekte gegevens aan de betrokkene moeten verstrekken (zoals een werkgever de werknemer een loonstrook verstrekt).

Ik heb niet gehoord dat dit gebeurt, terwijl me dat wel logisch lijkt.

Bewaarplicht en datalekken
Leden 5 en 6 gaan over de bewaarplicht en datalekken. In lid 7 is opgenomen dat uitvoeringsafspraken worden gemaakt.

 

 

Noten:

[1] Overzichtspagina geconsolideerde versie van 1 januari 2024 op EUR-Lex. De Nederlandse html-versie is hier te vinden.
[2] Uit de geconsolideerde versie van 1 januari 2024.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

De toetsing van de betrouwbaarheid van functionarissen van financiële instellingen

Het toetsen van functionarissen bij financiële instellingen door overheidsinstanties (personentoetsing) breidt zich steeds verder uit, met dank aan de Europese wetgever die dankbaar gebruik maakt van de Nederlandse personentoetsingsproeftuin. Die toetsing gaat over betrouwbaarheid, geschiktheid voor de functie en soms over vakbekwaamheid. Daar moeten financiële instellingen zich natuurlijk zelf mee bezig houden;  de vraag is of een externe toetsing, bijvoorbeeld door De Nederlandsche Bank (DNB) meerwaarde heeft.

Gisteren zat ik een internetconsultatiedocument te lezen [*] waarin personentoetsing van financiële functionarissen aan de orde komt. Het riep vragen bij me op die ik maar meteen in de consultatie heb gesteld [**]:

Geachte lezer(es),

In het ontwerpbesluit zijn passages over personentoetsing opgenomen. Het betreft verschillende groepen van leidinggevende personen. Er staat steeds dat de toetsing gebaseerd wordt op ‘de voornemens, handelingen en antecedenten’ van betrokkene. Ik vind het onmenselijk knap dat een toetsing van betrouwbaarheid kan worden gebaseerd op voornemens, maar ik laat het aan u om het realiteitsgehalte daarvan te beoordelen.

Opvallend is dat de soort betrouwbaarheid in de verschillende teksten varieert:

[1] soms is het absoluut geformuleerd: “betrouwbaar is’ of ‘betrouwbaar zijn’;
[2] in één geval wordt gesproken over ‘betrouwbaar en integer zijn’;
[3] in meerdere gevallen staat er ‘als (voldoende) betrouwbaar bekend staan”;
[4] in één geval is heet ‘voldoen aan de in artikel 34, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 68, tweede lid, opgenomen criteria van betrouwbaarheid’.

Naar aanleiding daarvan heb ik de volgende vragen:

[a] Kunt u toelichten waarom deze verschillende formuleringen worden gebruikt?
[b] Kunt u naar aanleiding van criterium [1] toelichten of het realistisch is te veronderstellen dat dit kan worden vastgesteld?
[c] Kunt u naar aanleiding van criterium [2] toelichten wat het verschil tussen betrouwbaar en integer is?
[d] Kunt u naar aanleiding van criterium [3] toelichten of het ‘bekend staan’ wel relevant is, nu iemand zwart gemaakt kan zijn op onjuiste gronden en kunt u toelichten waarom er soms wel en soms niet ‘voldoende’ bij staat?
[e] Kunt u naar aanleiding van criterium [4] toelichten in welk opzicht de toetsing verschilt ten opzichte van de onder [1], [2] en [3] genoemde criteria?

Dank voor uw aandacht

 

NB Iemand uit de financiële sector aan wie ik deze consultatiereactie stuurde gaf als reactie dat hele stammen bezig zijn met de personentoetsingen bezig zijn en dat ze hun doel voorbij schieten.
Het lijkt er op dat dit de beroemde controle-bureaucratie is die kenmerkend is voor het financiële recht en de geprivatiseerde criminaliteitsbestrijding (‘witwasbestrijding’) waarbij de vraag is of de kosten opwegen tegen de baten.

 

 

Noten:

[*] De aankondiging van de consultatie staat hier.
[**] De typo in de laatste zin van de eerste alinea heb ik hier verbeterd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie