Nederland wil zijn eigen ‘JASTA’ | Magnitsky mode

Groot was de Nederlandse verontwaardiging toen de Amerikanen besloten om voorvallen zonder relatie met de Verenigde Staten of staatsburgers van dat land strafrechtelijk te gaan vervolgen. De afkorting voor die wet is de Justice Against Sponsors of Terrorism Act, oftewel ‘JASTA’, lees daarover de berichten op dit blog.

Nederland gaat hier nu achter aan, in ieder geval als het aan de leden van de tweede kamer ligt, die voor een motie hebben gestemd, die volgens een bericht van de NOS inhoudt dat sancties moeten worden opgelegd aan buitenlanders die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen of grootschalige corruptie.

Vanuit de optiek van grondrechten levert dit soort wetgeving spanningen op, bijvoorbeeld omdat mensen in verschillende landen sancties kunnen krijgen voor hetzelfde feit (dubbele bestraffing) en omdat de procedure waarin de sancties worden opgelegd zorgvuldig moet zijn.

Motie Magnitsky-wet
De motie is te vinden in een dossier over nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie en luidt:

constaterende dat de Magnitsky-wet persoonsgerichte sancties oplegt aan buitenlanders die schuldig worden geacht aan grove mensenrechtenschendingen en grootschalige corruptie;

constaterende dat deze persoonsgerichte sancties kunnen bestaan uit reisverboden en het bevriezen van tegoeden;
overwegende dat een dergelijke wet wereldwijde reikwijdte zou moeten hebben;

overwegende dat wetten met dergelijke strekking zijn aangenomen in de VS, Canada, het VK, Estland, Letland en Litouwen;

verzoekt de regering, te onderzoeken of er in de Europese Unie voldoende draagvlak is voor zulke maatregelen op EU niveau,
verzoekt de regering, indien er in de EU onvoldoende draagvlak is, wetgeving in Nederland voor te bereiden

Sanctieregels
Hoe zich een en ander verhoudt met de huidige Europese sanctieregels (die ook al reisverboden en bevriezing van tegoeden bevatten) wordt niet vermeld. Vraagt de kamer om iets wat er al is? Of gaat het er om de sanctieregelgeving te verbreden naar andere ‘delicten’?
Wat betekent “buitenlanders die schuldig worden geacht“. Gaan hier mensen gesanctioneerd worden zonder vorm van proces?

Dat de VS, Canada en het VK wetten hebben, betekent nog niet dat dit goede wetten zijn. Van zowel de Amerikanen als de Britten weten we dat er regelgeving tot stand komt die in strijd met de grondrechten is en dat er niet altijd sprake is van een behoorlijk proces.

Geen symboolpolitiek?
Het is te hopen dat de tweede kamer deze motie niet alleen heeft aangenomen om te laten zien hoe goed zij met criminaliteitsbestrijding bezig zijn. En het is te hopen dat men kennis heeft van de huidige internationale sanctieregelgeving en van de principes van een behoorlijk proces.

Meer informatie:


Aanvulling 19 juni 2018
Mogelijk gaat de hoorzitting van 28 juni a.s. van het Europees parlement over hetzelfde onderwerp, de titel luidt “Universal Jurisdiction and International Crimes: Constraints and Best Practices“. Intro:

The Policy Department of the Directorate General for External Policies is organising a workshop for the Subcommittee on Human Rights, in association with the Committee on Legal Affairs and the Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs.
The workshop will provide an opportunity to discuss international trends as regards the concept of universal jurisdiction, the EU’s approach to promoting universal jurisdiction through its external relations and concrete experiences in EU Member States.

Zie verder de agenda. Deelgenomen wordt onder meer door Cedric Ryngaert en Florian Jeßberger.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

De privacy van eCall

Vanaf 1 april 2018 moeten alle nieuwe auto’s zijn uitgerust met ‘eCall’, oftwel Emergency Call. Dit is een door Europa voorgeschreven veiligheidssysteem in auto’s dat na een ongeluk automatisch contact opneemt met de 112-centrale en dan onder meer de precieze plek en het aantal inzittenden doorgeeft. Met deze informatie zouden hulpdiensten zich beter moeten kunnen voorbereiden en snel ter plaatse zijn.

 

Aangezien er inmiddels het nodige bekend is over ‘slimme apparaten’ (internet of things) en de datalekken die de apparaten veroorzaken, rijst de vraag of het eCall systeem wel de privacy respecteert en wel veilig (cybersecure) is. De rijksoverheid schrijft in vragen & antwoorden over eCall het volgende:

Maakt eCall inbreuk op de privacy van de automobilist?
Nee. Het eCall systeem is zo ontworpen dat het pas verbinding maakt met het gsm-netwerk na een ernstig ongeval of als de noodknop in de auto wordt ingedrukt. Alleen noodzakelijke data worden doorgestuurd. Het kan niet gebruikt worden om voertuigen te volgen. Er is wettelijk bepaald dat de door eCall verzamelde data niet worden opgeslagen en ook niet voor andere doeleinden worden vrijgegeven.

Dat iets wettelijk bepaald is, wil echter nog niet zeggen dat het daadwerkelijk gebeurt.

Volgens privacy specialist Simon Hania is alles goed geregeld, zie hierna een twitterbericht met Europese vindplaatsen:

[1]

[2]

 

Meer informatie:

Eerder artikel over eCall op dit blog:

Geplaatst in Bestuursrecht, Europa | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Conclusie staatsraad advocaat-generaal aan de Raad van State inzake invordering van geldbedragen

In een op 4 april 2018 bekend gemaakte conclusie schrijft staatsraad advocaat-generaal Wattel dat ook als een handhavingsbesluit definitief is geworden en het bestuursorgaan tot invordering van geldbedragen overgaat, rekening moet worden gehouden met alle relevante omstandigheden. Dat kunnen omstandigheden zijn die al relevant waren voor de handhavingsbesluiten zelf. Het gaat met name om:

  • de financiële draagkracht van de overtreder,
  • de mate waarin de overtreding aan de overtreder te wijten is,
  • de noodzaak van afschrikking en
  • mogelijke samenloop van verschillende sancties.

Het behandelde geval betrof illegale opslag van afvalstoffen.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Inloggen bij de overheid | DigiD, eHerkenning, idensys en iDIN

Gisteren schreef ik over de consultatie inzake verwerking persoonsgegevens generieke digitale infrastructuur. Inloggen bij de overheid kan in Nederland via:

  • DigiD: een systeem voor burgers om bij de overheid in te leggen, bereikbaar via www.digid.nl, met een laag betrouwbaarheidsniveau, waardoor er de afgelopen jaren de nodige fraude heeft plaats gevonden. Bedoeling is dat DigiD een identificatiemiddel zal worden met drie verschillende betrouwbaarheidsniveaus, laag, substantieel en hoog, zie het consultatiedocument. Lees ook over DigiD op de site digitale overheid.
  • eHerkenning: een overheidssysteem waarmee private organisaties (onder meer ondernemingen) bij de overheid moeten inloggen. Zie ook de toelichting over eHerkenning.
  • idensys: volgens deze pagina is dit een systeem om in te loggen bij de overheid en bedrijven in de zorg, dat zich nog in de testfase bevindt. Er is ook een idensys website, waar wordt gesproken over veilig inloggen bij overheden, zorgverleners en bedrijven.
  • iDIN: inlogsysteem van de banken, waarmee consumenten zich bij andere organisaties identificeren, inloggen of de leeftijd bevestigen. Met iDIN kan ook bij de belastingdienst worden ingelogd. Lees hier meer.

Rondom het fenomeen inloggen is het nodige aan de hand:

  • eID: is een afkorting van “elektronische identificatie” en duidt een ruim opgezet project aan dat gaat over identificatie- en authenticatiemiddelen, dat ik al een tijdje volg, zie de berichten met de tag eID. Doel van het project is om het inloggen bij de overheid veiliger te maken.
  • eIDAS: de Europese eIDAS-verordening schrijft voor dat Europese burgers en bedrijven vanaf 29 september 2018 bij alle Nederlandse organisaties in de publieke sector moeten kunnen inloggen met een door Europa erkend nationaal inlogmiddel. Zie het eIDAS dossier bij de site digitale overheid. Op deze Europese pagina is een voortgangsoverzicht van EU landen te vinden.

In het Besluit verwerking persoonsgegevens generieke digitale infrastructuur is de regeling inzake het huidige DigiD opgenomen.

Meer informatie over inloggen bij de overheid in het parlementaire ICT-dossier op overheid.nl met allerlei interessante recente documenten, zoals onder meer de brief van 9 maart 2018 over de geactualiseerde «Business case inloggen in het BSN domein».


Aanvulling 8 november 2018
Men is er druk mee bezig. Zie:

Geplaatst in Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Consultatie wijziging Besluit verwerking persoonsgegevens generieke digitale infrastructuur

Vandaag is de internetconsultatie inzake de Algemene maatregel van bestuur houdende wijziging van het Besluit verwerking persoonsgegevens generieke digitale infrastructuur van start gegaan.

Onderwerp consultatie
Uit de aankondiging blijkt dat het over het volgende gaat:

Het betreft een uitvoeringsregeling bij het Wetsvoorstel Digitale overheid. De concept-AmvB reguleert de onderwerpen persoonsgegevensverwerking en informatieveiligheid bij de toegang tot elektronische dienstverlening. (…)

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt
Normadressaten zijn: de Minister van BZK, (semi-)publieke dienstverleners (bestuursorganen, uitvoeringorganisaties) en private partijen die een rol spelen in het eID-stelsel.

Verwachte effecten van de regeling voor de doelgroepen
– De Minister van BZK, als verantwoordelijke voor de betrokken generieke digitale voorzieningen, en de private partijen die een rol spelen in het eID-stelsel moeten aan de eisen mbt gegevensverwerking voldoen;
– Publieke dienstverleners moeten mbt de toegang tot hun elektronische dienstverlening aan de eisen inzake informatiebeveiliging. De eisen sluiten aan bij de reeds bestaande praktijk.

Private authenticatie-, ontsluitings- en machtigingsdiensten
Uit de consultatietekst blijkt dat het niet alleen gaat om de technische veiligheidseisen waaraan overheidsorganisaties [bestuursorganen, (publieke) dienstverleners of (semi)overheden] dienen te voldoen. De regeling richt zich ook tot

toegelaten en erkende private authenticatiediensten, erkende private ontsluitingsdienstenen erkende private machtigingsdiensten

In relatie tot de private partijen die een rol spelen bij authenticatie en dergelijke, wordt in de consultatietekst alleen gesproken over de technische en organisatorische aspecten, bijvoorbeeld over informatieveiligheid en pseudonimisering van het BSN.

Geen integriteitstoetsing private partijen
Aandacht voor integriteitstoezicht ten aanzien van de private partijen die een rol spelen in het voorgestelde systeem, ontbreekt.
Ook in het voorstel voor de Wet digitale overheid vond ik daar niets over. Zie bijvoorbeeld artikel 13 lid 1 van het wetsvoorstel:

Bestuursorganen en aangewezen organisaties voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels met betrekking tot de werking, betrouwbaarheid en beveiliging van de toegang tot elektronische dienstverlening die zij in stand houden.

Het begrip ‘integriteit’ komt het consultatiedocument alleen voor in relatie tot informatiesystemen. Dat betekent dat een private partij met malafide bestuurders of malafide medewerkers toegang zou kunnen krijgen tot vertrouwelijke persoonsgegevens. Wat mij betreft hoort toetsing van de betrouwbaarheid van personen (onder meer belangrijke leidinggevenden en IT-mensen op sleutelposities) onderdeel te zijn van de regelgeving.

Misschien zou het ministerie van binnenlandse zaken over dit onderwerp eens het licht kunnen opsteken bij het ministerie van financiën.

DigiD hoog
In de toelichting worden de plannen om een veilig ‘DigiD’ tot stand te brengen toegelicht, onder meer:

Publieke identificatiemiddelen met het hoogste betrouwbaarheidsniveau (DigiD hoog) zullen worden geplaatst in de elektronische chip die is aangebracht op wettelijke identiteitsdocumenten. In eerste instantie wordt gedacht aan het rijbewijs en de Nederlandse identiteitskaart (NIK) als drager. (…)

Publieke identificatiemiddelen met het hoogste betrouwbaarheidsniveau (DigiD hoog) zullen worden geplaatst in de elektronische chip die is aangebracht op wettelijke identiteitsdocumenten. In eerste instantie wordt gedacht aan het rijbewijs en de Nederlandse identiteitskaart (NIK) als drager. (…) Daarbij wordt de mogelijkheid open gehouden om op termijn niet alleen de NIK, maar ook andere documenten, zoals paspoorten, als drager van een identificatiemiddel op niveau hoog aan te wijzen. (…)

Ook wordt met de wet digitale overheid beoogd om voor DigiD de eidas-betrouwbaarheidsniveaus “substantieel” en “hoog” beschikbaar te laten komen. Daarbij is voorzien dat dit gebeurt met gebruikmaking van (uitgifteprocessen van) het paspoort, identiteitskaart en het rijbewijs. Ook is voorzien dat gebruik wordt gemaakt van bestaande technieken, zoals de zogeheten remote document authentication (RDA) ter identificatie van de gebruiker via de chip op waarvoor het gebruik van een mobiele telefoon benodigd is. (…)

De aanpassingen van de te verwerken persoonsgegevens voor DigiD beogen aldus de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede en betrouwbare uitgifte en gebruik van DigiD op de niveaus substantieel en hoog mogelijk te maken. Het betreft de noodzakelijke gegevens die worden verwerkt ten behoeve van de betrouwbare uitgifte van DigiD op de niveaus substantieel en hoog alsmede de gegevens die worden verwerkt om gebruik (elektronische identificatie met het document bij een overheidsdienstverlener) mogelijk te maken.

Het is te hopen dat het huidige brakke DigiD spoedig wordt vervangen door een hoogwaardige variant én dat de overheid niet alleen intern veilig gaat e-mailen maar ook veilig e-mail verkeer verzorgt met de burger.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

European Parliament must grant access to documents relating to ongoing trilogues

On 22 March 2018 the General Court of the European Union published a press release titled “The European Parliament must in principle grant access, on specific request, to documents relating to ongoing trilogues“.

It regards the following request:

By letter of 15 April 2015, the applicant, Mr Emilio De Capitani, submitted to the European Parliament, on the basis of Regulation (EC) No 1049/2001 of the European Parliament and of the Council of 30 May 2001 regarding public access to European Parliament, Council and Commission documents (OJ 2001 L 145, p. 43), an application for access to documents drawn up by, or made available to, the Parliament and containing the following information: ‘justifications for seeking early agreements on the current co-decision procedures put forward in all committees; multi-column tables (describing the Commission proposal, the Parliamentary Committee orientation, the Council internal bodies suggested amendments and, if existing, suggested draft compromises) submitted to trilogues for ongoing co-decision procedures’ (‘the initial application’).

The findings of the Court were:

Findings of the Court
53 In the contested decision, the Parliament refused to grant access to the fourth column of the documents at issue on the basis of the first subparagraph of Article 4(3) of Regulation No 1049/2001, claiming that disclosure of that column would actually, specifically and seriously undermine the decision-making process in question.
54 The applicant challenges the correctness of the contested decision on the ground that, in essence, the reasons underlying that decision are general and hypothetical, and are not such as to establish that there is a likelihood that the decision-making processes in question would be seriously undermined.
55 The Council and the Commission, on the other hand, ask the Court to find that there is a general presumption of non-disclosure according to which the institution concerned can refuse to grant access to the fourth column of ongoing trilogue tables. The Parliament, which did not rely on there being such a presumption in the contested decision, nevertheless endorsed that position.
56 In those circumstances, the Court considers it necessary to set out, as a preliminary matter, the case-law on the interpretation of Regulation No 1049/2001, followed by the principle characteristics of trilogues, before ascertaining, next, whether or not there is a general presumption that the institution concerned may refuse to grant access to the fourth column of ongoing trilogue tables. Lastly, in the event that the Court finds that there is no such presumption, it will consider whether the full disclosure of the documents at issue would seriously undermine the decision-making process in question within the meaning of the first paragraph of Article 4(3) of Regulation No 1049/2001.

In the press release the Court summarizes the judgment as follows:

Next, as regards access to the fourth column of trilogue tables concerning an ongoing legislative procedure and emphasising that the principles of publicity and transparency are inherent to the EU legislative process, the General Court finds that no general presumption of non-disclosure can be upheld on the basis of the nature of a legislative procedure.

The General Court notes in that regard that recourse is frequently had to trilogues and that the legislature itself recognises them as an integral part of the legislative procedure, being used in 70 to 80% of legislative procedures. In addition, trilogue meetings are held in camera and the agreements reached in those meetings, usually reflected in the fourth column of trilogue tables, are subsequently adopted — mostly without substantial amendment — by the co-legislators. Trilogue documents are subject to the same rules as set out above, since it is precisely openness in the legislative process that contributes to conferring greater legitimacy on the institutions in the eyes of EU citizens and increasing their confidence in them by allowing divergences between various points of view to be openly debated. It is in fact rather a lack of information and debate which is capable of giving rise to doubts in the minds of citizens, not only as regards the lawfulness of an isolated act, but also as regards the legitimacy of the decision-making process as a whole. Access to such documents must therefore be possible on specific request lodged pursuant to the regulation regarding public access to European Parliament, Council and Commission documents, 3 unless the institution concerned proves that it is reasonably foreseeable and not purely hypothetical that full access to the documents at issue is likely to undermine, specifically and actually, its decision-making process.

The General Court notes in that regard that there can be no possibility of the decision-making process being seriously undermined unless a risk of external pressure materialises through the expression of public opinion. If citizens are to be able to exercise their democratic rights they must be in a position to follow in detail the decision-making process within the institutions taking part in the legislative procedures and to have access to all relevant information. The General Court notes that, in the present case, the legislative proposal at issue concerned the rights of citizens and that the fourth column contained text relating to classic legislative work. The work of the trilogues constitutes a decisive stage in the legislative process, which entails exemplary adherence to the public’s right to access that work and the strict application of the exceptions provided for in the regulation regarding public access to European Parliament, Council and Commission documents.

The General Court therefore annuls the decision by which the Parliament rejected the request for access to the documents on the basis that none of the grounds relied on, considered separately or as a whole, demonstrates that full access to the documents at issue was likely to undermine, under the conditions set out above, the decision-making process at issue.

Earlier, the European Ombudsman said Member States must open up their opaque negotiations on EU laws.

More information:


Addition of 11 April 2018
Tony Bunyan of Statewatch wrote a briefing (pdf) on this subject, “Another step towards ending EU law-making through secret trilogue meetings“.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa | Tags: , , | Plaats een reactie

Digitale onverantwoordelijkheid | The Child Data Violators

De onverantwoordelijkheid van leveranciers van digitale producten blijft verbazen. Zo verscheen op Dataethics.eu een bericht over onderzoek naar digitale diensten voor kinderen. Uit het onderzoek blijkt dat een minderheid van de aanbieders zorgvuldig handelt.

Het bericht:

2 of 14 Child Services are Focused On Data Ethics
By Dataethics on 2018-03-20
News.

A new study, The Child Data Violators, made by the thinkdotank DataEthics.eu is benchmarking 14 services aimed at or used by children. It shows that only 2 of 14 are treating childrens’ data ethically responsible.
LEGO and Edulab are role models and frontrunners banning e.g. third party cookies from their websites. musical.ly, Snapchat, Youtube and Facebook, on the other hand, are sharing childrens’ data, use manipulatory behavioral design and just pretend that there are no kids on their platforms.

ChildDataViolators-final-pdf

Het is hoog tijd dat aan dit soort digitale roofpraktijken een einde komt.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Plaats een reactie

Vruchteloze inzet van bijzondere opsporingsmethoden in de witwasbestrijding

Een triest verhaal uit het Limburgse: kennelijk naar aanleiding van meldingen van ‘ongebruikelijke transacties‘ zijn tegen twee gemeenteambtenaren bijzondere opsporingsmethoden ingezet om witwassen hard te maken, alles zonder resultaat. Overigens is vaag om hoeveel geld het hier ging, zoals gebruikelijk is de tenlastelegging volstrekt onleesbaar voor niet-strafrechtjuristen zoals ik (en uiteraard voor de verdachte).

Een slechte beurt van de opsporing die kennelijk achter ‘de verkeerden’ aanzat en daar heel veel geld en mankracht aan heeft besteed en triest voor de betrokkenen, die onterecht beschuldigd zijn.

Onderstaand het bericht dat op rechtspraak.nl over deze zaak verscheen:

Twee gemeenteambtenaren Brunssum vrijgesproken van witwassen
Maastricht, 21 maart 2018

De rechtbank Limburg heeft vandaag een echtpaar, beiden ambtenaar bij de gemeente Brunssum, vrijgesproken van witwassen. De man en de vrouw werden ervan verdacht in de periode van 1 januari 2010 tot 1 januari 2016 grote geldbedragen te hebben witgewassen door deze om te zetten in girale tegoeden op hun eigen rekeningen en die van hun kinderen en door ermee voertuigen te kopen.

Onderzoek
In de onderzoeksperiode van ruim 6 jaar is gebleken dat het echtpaar meermaals grote geldbedragen heeft gestort op hun rekening en die van hun twee kinderen. Volgens de rechtbank is niet komen vast te staan dat de contante gelden afkomstig zijn uit enig misdrijf. Slechts van een deel van het contante geld wordt de herkomst verklaard en deze blijkt legaal te zijn.

Bijzondere opsporingsmethoden
Na intensief onderzoek – met inzet van bijzondere opsporingsmethoden, zoals het afluisteren van telefoongesprekken, het observeren van verdachten en het checken van het e-mailverkeer bij de gemeente Brunssum – is van betrokkenheid van het echtpaar bij weedhandel of ander strafbaar handelen niet gebleken.
Nu de rechtbank niet kan vaststellen dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn, spreekt de rechtbank het echtpaar vrij van witwassen.

Meer informatie:
Bericht op rechtspraak.nl met links naar de twee uitspraken.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , | Plaats een reactie

De ongedefinieerde beleidsbepaler in het financiële recht | Wtt 2018

De Nederlandse financiële wetgever heeft een hekel aan het definiëren van het begrip ‘beleidsbepaler‘, daar schreef ik in 2012 al over.

Dat is nog steeds zo, want in het onlangs ingediende wetsvoorstel Wet toezicht trustkantoren 2018 (hierna: Wtt 2018) is nog steeds geen definitie opgenomen. Nog erger: aandacht voor het rechtspersonenrecht ontbreekt grotendeels. Hier en daar komt het begrip ‘bestuurder’ voor, zoals in de definitie van trustdiensten (artikel 1) en in het artikel over de gegevens inzake het trustkantoor (artikel 8). Grappig is dat bestuurders en commissarissen in artikel 8 als aparte categorie worden genoemd, naast de (mede)beleidsbepalers, bijvoorbeeld in lid 1 en onderdelen a. en b. van dat lid:

1. Een trustkantoor meldt schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een voornemen tot wijziging van:
a. de identiteit van de bestuurders en commissarissen van het trustkantoor;
b. de identiteit van degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen;

Welke relatie er tussen de onder a. en b. genoemde categorieën bestaat, wordt noch in het wetsvoorstel, noch in de memorie van toelichting uitgewerkt.

Nog aparter wordt het als we artikel 11 van het voorstel lezen:

Artikel 11. Twee dagelijks beleidsbepalers
1. Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland.
2. De personen die het dagelijks beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.
3. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van dit artikel, voor zover de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de belangen die dit artikel beoogt te beschermen voldoende worden gewaarborgd.

Dit leidt er toe dat de dagelijks beleidsbepalers geen statutair bestuurder van het trustkantoor (dat een rechtspersoon behoort te zijn op grond van het wetsvoorstel) behoeven te zijn. Dat kan op zijn minst apart worden genoemd.

Meer aandacht voor het rechtspersonenrecht zou goed zijn voor de kwaliteit van financiële regelgeving.

Meer informatie:

Dit artikel verscheen ook op de site van het Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Trustkantoren | Tags: , | Plaats een reactie

Affaire Bronkhorst | kafka in de integriteitsindustrie

Op vele terreinen vindt plaats wat ik ‘personentoetsing‘ noem.
Het omvat de ‘verklaring van gedrag’ (die eigenlijk inhoudt dat er geen relevante strafrechtelijke antecedenten zijn), de zogenaamde ‘VOG’, de permanente toetsing van mensen die in de kinderopvang werken, maar ook de toetsing door De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten van ‘beleidsbepalers’ (bestuurders en commissarissen) van financiële instellingen. Ook in het kader van de Wet Bibob vindt een vorm van personentoetsing plaats. Het is een groeiend terrein.

Toetsing van de integriteit van functionarissen is eveneens van belang voor de politiek. Gelukkig is men bij de rijksoverheid bezig de naïviteit op dit punt te verlaten en komen er maatregelen.

BING-schandaal
Dat neemt niet weg dat er met personentoetsing het nodige mis kan gaan. Dat wordt onder meer aangetoond door de ‘BING’ affaire, dit onderzoeksbureau werd onlangs veroordeeld tot vergoeding van schade van een gemeente in het kader van een BING uitgevoerd onderzoek naar een burgemeester.

Bronkhorst-affaire bij Radio Doc
Onlangs werd op Radio 1 bij Radio Doc een goede radiodocumentaire uitgezonden over de affaire ‘Bronkhorst’. Daarin komt een goedwillende burger aan het woord, die hard is aangepakt door een ‘integriteitsdeskundige’.

Het illustreert dat integriteitsregels begrijpelijk moeten zijn voor de politiek actieve gewone burger en dat deskundigen zeer zorgvuldig met die burgers moeten omgaan.

Meer informatie:


Aanvulling 27 maart 2018
Naar aanleiding van een lezersreactie heb ik de passage over BING aangepast. De BING-affaire laat zien wat er bij integriteitsonderzoeken mis kan gaan en welke verwikkelingen er kunnen ontstaan, even zoeken op “BING”, “Verver” en “Ten Wolde”.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , | 1 reactie