Tracking door de supermarkt | de ongezonde belangstelling van grote bedrijven

Op het gebied van het volgen van burgers gebeurt alles wat je kunt bedenken. Zo stond in een Duits blad een artikel over de Amerikaanse supermarkt Walmart, die een octrooi heeft aangevraagd voor de wagentjes die de klanten in de supermarkt rondrijden.
Volgens het artikel staat in de octrooiaanvraag dat onder meer de pols, de lichaamstemperatuur en de hartfrequentie worden gemeten via de hand van de klant. Deze ongezonde belangstelling van de supermarkt wordt volgens het artikel gemotiveerd door zorg om de gezondheid van de klant.

Gezondheid is de nieuwe geldmachine
Het valt op dat alle internetgiganten dezelfde ongezonde belangstelling voor de gezondheid van de burger hebben. Voorbeeld is het zogenaamd mensvriendelijke Apple bij wie onder iOS de gezondheidsapp (die de gebruiker kan meten) niet kan worden verwijderd.

Mensen hebben veel geld over voor gezondheid. Dus de aanpak van de IT-bedrijven is de mens eerst ziek maken met hun IT en daarna diezelfde mensen hun gezondheidsproducten aansmeren.

Gezondheid is de nieuwe geldmachine voor de IT-branche.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Het wordt tijd dat ook financiële ondernemingen verplicht worden tot melding van datalekken aan betrokkenen | artikel 42 UAVG

In de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) staat een opmerkelijke uitzondering ten behoeve van financiële ondernemingen, zoals banken. Artikel 42 bepaalt dat artikel 34 van de AVG (de verplichting om datalekken te melden aan de benadeelden, de ‘betrokkenen’) niet geldt voor ‘financiële ondernemingen’.

Financiële onderneming
Dat begrip omvat een brede groep van grote en kleine ondernemingen in de financiële sector. In de Wet op het financieel toezicht (Wft) wordt financiële onderneming gedefinieerd als:

a. een afwikkelonderneming;
b. een bank;
c. een beheerder van een beleggingsinstelling;
d. een beheerder van een icbe;
e. een beleggingsinstelling;
f. een beleggingsonderneming;
g. een betaaldienstverlener;
h. een bewaarder;
i. een clearinginstelling;
j. een entiteit voor risico-acceptatie;
k. een financiëledienstverlener;
l. een financiële instelling;
m. een icbe;
n. een kredietunie;
o. een pensioenbewaarder;
p. een premiepensioeninstelling;
q. een verzekeraar; of 
s. een wisselinstelling.

De Wft is een zoekplaatje, dus moet er nog verder worden gekeken,

financiële instelling: degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden, bedoeld onder 2 tot en met 12 en 15 in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten, of van het verwerven of houden van deelnemingen;

en

financiëledienstverlener: degene die een ander financieel product dan een financieel in-strument aanbiedt, die adviseert over een ander financieel product dan een financieel in-strument of die bemiddelt, herverzekeringsbemiddelt, optreedt als gevolmachtigd agent of optreedt als ondergevolmachtigde agent;

Het gaat er bij mij niet in dat voor deze grote groep moet gelden wat wellicht voor een bank nuttig is ter voorkoming van een bankrun.

Melding aan toezichthouder
Uit de toelichting bij artikel 42 UAVG leid ik af dat de verantwoordelijke bewindspersoon veronderstelt dat de financiële ondernemingen moeten melden aan de financiële toezichthouder.

Ik vraag me af of dat zo is nu een deel van de financiële ondernemingen niet vergunningplichtig is op grond van de Wft. Ik kan me niet goed voorstellen dat zij ondanks de vrijstelling of het niet van toepassing zijn van de Wft toch moeten melden. (Maar ik had geen tijd om dat uit te zoeken.)

Te breed
Het neemt niet weg dat ik denk dat de uitzondering veel te breed is. De Autoriteit Persoonsgegevens oefende in het advies van 6 april 2017 aan de verantwoordelijke bewindspersoon al kritiek uit op de uitzondering (zie pagina 13 en 14, in het ontwerp was het kennelijk artikel 38).

Ook tijdens de parlementaire behandeling zijn er kritische vragen gesteld, onder meer in het verslag, tijdens de behandeling in de Tweede Kamer en door leden van de Eerste Kamer. De beantwoording daarvan is onbevredigend, onder meer omdat niet wordt ingegaan op het feit dat onder het begrip ‘financiële onderneming’ tegenwoordig een veel grotere groep ondernemingen schuil gaat dan tijdens de Wet bescherming persoonsgegevens. In de memorie van antwoord wordt door de bewindspersoon op vragen het volgende meegedeeld:

De uitzondering voor meldplicht bij datalekken bij financiële ondernemingen is bij de invoering van de meldplicht datalekken welbewust opgenomen. Dit is in lijn met de reeds lang onder de Wet op het financieel toezicht bestaande praktijk dat een financiële onderneming incidenten wel moet melden aan de financieel toezichthouder, maar niet aan betrokkenen (klanten). Daarbij speelde de overweging dat dergelijke openbare kennisgevingen aan betrokkenen in de financiële sector te risicovol zijn om in zijn algemeenheid dwingend voor te schijven.[23] Onvoorspelbaar is immers of een dergelijke openbare kennisgeving zal leiden tot het ontstaan van geruchten die niet meer op een zakelijke wijze kunnen worden ontzenuwd en die daardoor nodeloos aanleiding zouden kunnen geven tot verminderd vertrouwen van het publiek in de financiële sector of zelfs tot een bankrun.

De algemene zorgplicht die op financiële ondernemingen rust, brengt echter mee dat zij, als dat mogelijk is, hun klanten informeren.[24] Tegelijkertijd geldt dat ingevolge PSD II de financieel toezichthouder in kennis moet worden gesteld van elk groot operationeel of beveiligingsincident (dit hoeft overigens niet tevens een datalek te zijn).[25] Indien dit incident gevolgen kan hebben voor de financiële belangen van de betaaldienstgebruikers moeten ook de betaaldienstgebruikers onverwijld in kennis worden gesteld van het incident en moet aan hen worden meegedeeld hoe zij de mogelijk schadelijke gevolgen van het incident kunnen beperken.

Artikel 42 van het wetsvoorstel is identiek aan het elfde lid van artikel 34a Wbp. Gezien het strak gehanteerde uitgangspunt van beleidsneutrale implementatie is ervoor gekozen om deze bepaling ook in het wetsvoorstel weer op te nemen. Ik zie echter op dit moment ook geen aanleiding om deze regel te heroverwegen.


[23] Zie uitgebreid Kamerstukken II 2012/13, 33 662, nr. 3, p. 11.
[24] De maatschappelijke functie van banken en andere financiële instellingen brengt een (bijzondere) zorgplicht met zich waarvan de omvang afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, zowel jegens haar cliënten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding, als ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (vergelijk HR 9 januari 1998, ECLI:NL:HR: 1998:ZC2536, NJ 1999, 285).
[25] Deze verplichting staat in artikel 96 eerste lid PSD II en zal worden geïmplementeerd in een nieuw artikel 26g Besluit Prudentiële regels Wft, als onderdeel van het Implementatiebesluit herziene richtlijn betaaldiensten, dat nog in procedure is.

Nu is gebleken dat banken en verzekeringsmaatschappijen de AVG niet zo serieus nemen, zie het bericht van de Autoriteit Persoonsgegevens van 20 november jl., lijkt me het een goed moment om artikel 42 UAVG ter discussie te stellen.

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

BFT laat kans liggen op verbetering kwaliteit Wwft-leidraad

Onderstaand artikel schreef ik voor het papieren tijdschrift van Accountancy Vanmorgen (pdf-versie is hier te vinden):

De nieuwe Wwft-leidraad voor accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren

BFT laat kans liggen op verbetering kwaliteit Wwft-leidraad

Eind oktober jl. heeft het Bureau financieel toezicht (BFT) een leidraad Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) uitgebracht voor accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren en ondernemingen die gelijksoortige diensten verrichten. Helaas is het BFT er niet in geslaagd om een heldere, begrijpelijke tekst neer te leggen, afgestemd op de doelgroep. 

Aanleiding voor de nieuwe leidraad is het feit dat de Wwft per 25 juli 2018 is gewijzigd als gevolg van de 4e Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4). Daar zal het niet bij blijven, aangezien AMLD4 door Nederland nog niet compleet geïmplementeerd is (het UBO-register is er nog niet) en de 5e Europese anti-witwasrichtlijn verdere wijzigingen brengt. De Wwft zal daardoor de komende tijd nog verder veranderen.

Voortborduren
BFT houdt toezicht op Wwft-plichtige ondernemingen in de accountancy- en belastingadviessector en beoogt hen met deze leidraad behulpzaam te zijn bij de toepassing van de Wwft in de praktijk. Daar slaagt het Bureau niet in. Er is – zo schrijven ze zelf – ‘voortgeborduurd’ op de vorige versie van de leidraad, die al een onoverzichtelijk geheel was. Door de AMLD4-wijzigingen op een onsystematische wijze in de tekst te vlechten, ontstaat een rommelig geheel, waarin alleen Wwft-experts hun weg kunnen vinden. Daar waar van Wwft-plichtigen een systematische integriteitsrisicoanalyse wordt verwacht, slaagt deze toezichthouder er niet in om een systematische en leesbare inleiding op de Wwft te schrijven, die is toegespitst op accountants en belastingadviseurs. Dat is niet in overeenstemming met de Europese Dienstenrichtlijn en de daarop gebaseerde Nederlandse Dienstenwet, die voorschrijft dat de overheid op gestructureerde wijze informatie toegankelijk maakt die nodig is voor de uitoefening van diensten.

Insiders
In de leidraad wordt door het BFT verondersteld dat de lezer een diepgaande kennis heeft van de Wwft, zodat alleen een update nodig is. Onder het kopje ‘inleiding’ vertelt het BFT hoe de nieuwe leidraad tot stand is gekomen. Terwijl het in de lijn der verwachting ligt dat je in de inleiding kort uitlegt wat de Wwft is, waarom de Wwft op accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren van toepassing is en wat de verplichtingen van de Wwft in het kort inhouden. In plaats daarvan vertelt het BFT in de inleiding hoe de gewijzigde leidraad tot stand gekomen is en met welke beroepsorganisaties er contact is geweest. De tekst is ook gelardeerd met verwijzingen naar die beroepsorganisaties.
Het is jammer dat het BFT bij het schrijven van deze leidraad niet de gelegenheid heeft gegrepen om deze juist leesbaar te maken voor de grote groep toezichtssubjecten die niet bij beroepsorganisaties zijn aangesloten. Dat is onder meer bij administratiekantoren het geval, zoals uit de berichtgeving van het BFT blijkt. Zo werd eind september jl. nog medegedeeld dat het BFT campagne gaat voeren onder administratiekantoren in Noord-Brabant.

Hoge verwachtingen
Het BFT verwacht veel van de lezer; deze wordt niet alleen geacht de Wwft al te kennen en de wet en uitvoeringsregels te kunnen lezen. Ook verwijst het BFT diverse malen naar andere Nederlandse toezichthouders als het om de naleving van de Wwft gaat. Het is prima als het BFT zich laat inspireren door bijvoorbeeld DNB, maar maak dan een eigen tekst, rekening houdend met de eigen doelgroep. Nog erger wordt het als het BFT in de leidraad aangeeft dat de toezichtssubjecten bij de naleving van de Wwft dienen kennis te nemen van publicaties van (internationale) overheidsorganisaties, zoals FATF en FEC. Dat er in een literatuurlijst ten behoeve van grotere toezichtssubjecten melding wordt gemaakt van dergelijke publicaties, kan geen kwaad. Maar van het BFT mag wel ten behoeve van de kleinere Wwft-plichtige ondernemingen worden verwacht dat er op leesbare wijze wordt samengevat waar het om gaat. Het is al lastig genoeg om de Wwft en de bronnen waar de wet verplicht naar verwijst, zoals de Supranationale Risico Analyse (SNRA) van de Europese Commissie en de Nationale Risico Analyses (NRA) inzake witwassen en terrorismefinanciering, te analyseren en toe te passen.

Voorbeelden gebaseerd op praktijkgevallen en rechtspraak
Een euvel van de witwasbestrijding is dat veel concepten en praktijkvoorbeelden uit de koker komen van mensen, die geen feeling hebben met de praktijk van de Wwft-plichtige ondernemingen. Tenslotte is bestrijding van financiële fraude een activiteit van het Openbaar Ministerie, FIOD en FIU-Nederland. Ook bij het BFT speelt het ontbreken van feeling met de Wwft-plichtigen, zoals is af te leiden uit gepubliceerde uitspraken waarin de rechter het BFT op de vingers tikt vanwege onjuiste eisen die aan een Wwft-plichtige werden gesteld. Een voorbeeld is de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 29 mei 2018, waarin het BFT ten onrechte vond dat twee leningen binnen een familie van € 7.000 en € 3.000 als ‘ongebruikelijke transactie’ gemeld hadden moeten worden, omdat er geen zekerheid was bedongen.

Het ontbreken van kennis van de sector leidt er in de leidraad toe dat de voorbeelden niet adequaat zijn en onvoldoende afgestemd op de praktijk van de desbetreffende Wwft-plichtigen. De lijst van cryptisch omschreven hoog-risicosituaties uit eerdere BFT-leidraden komt in deze leidraad terug, waarbij de in bijlage III AMLD4 voorgeschreven hoog-risicosituaties door het BFT klakkeloos worden gemixt met de vage teksten die al langer in de Wwft-documenten staan. Onbegrijpelijk blijven teksten als ‘betalingen die worden ontvangen van onbekende of niet-verbonden derden’ (sinds wanneer moet je als winkelier al je klanten kennen?) en ‘cliënten waarbij de bedrijfsactiviteiten onduidelijk zijn’ (mogelijk is hier bedoeld dat niet duidelijk is of er bedrijfsactiviteiten zijn).

Ten onrechte veronderstelt het BFT dat Wwft-plichtigen iets aan de ‘casusposities’ zouden kunnen hebben, die FIU-NL op haar website publiceert en die slechts als marketinguitingen van deze overheidsorganisatie kunnen worden aangemerkt.

Nog iets goeds?
Het enige goede aan de leidraad is dat het BFT op enkele punten uitleg geeft over onderwerpen die in AMLD4/5 en de Nederlandse parlementaire behandeling onduidelijk zijn gebleven. Zo worden enkele voorbeelden gegeven over indirecte aandeelhoudersverhoudingen en hoe het BFT dan aankijkt tegen de definitie van de uiteindelijk belanghebbende.

Jammer dat de beroepsorganisaties waarmee het BFT contact heeft gehad, zoals de NBA en de NOB, het Bureau niet hebben kunnen bewegen tot een betere leidraad en betere voorlichting. Degenen die bij de NOB en de NBA zijn aangesloten, hebben geluk: de enige goede handleiding op het gebied van de Wwft werd vervaardigd door de NOB in overleg met de NBA: de ‘Richtsnoeren’. Accountants en belastingadviseurs doen er daarom goed aan om de nieuwe versie van deze Richtsnoeren af te wachten. Nu de kwaliteit van de huidige, achterhaalde Richtsnoeren hoog is, mag worden verwacht dat dit ook met de nieuwe Richtsnoeren het geval zal zijn. Wat niet wegneemt dat het tijd wordt dat de Nederlandse overheid de kwaliteit van de voorlichting over de Wwft drastisch verbetert.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Wet bestuur en toezicht rechtspersonen | veranderingen voor stichting en vereniging | nota naar aanleiding van het verslag van 9 november

Het is al weer een tijdje geleden dat we iets hoorden over de ‘Wet bestuur en toezicht rechtspersonen‘, een wet die met name voor stichtingen en verenigingen consequenties heeft.

Op 9 november jl. is de nota naar aanleiding van het verslag bekend gemaakt. De daar aan voorafgaande activiteit dateert uit september 2016.

In de nota van 9 november wordt uitgebreid ingegaan op door leden van de Tweede Kamer gestelde vragen en op wat er in de juridische literatuur over het voorstel is gezegd. Een en ander leidt tot een groot aantal wijzigingen in het wetsvoorstel.

Meer informatie:

Dit artikel verscheen eerder op het weblog ondernemingsrecht.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: | Plaats een reactie

Indirecte toestemming voor adtech verwerking mag niet van CNIL | AVG

Recent heeft de Franse autoriteit verantwoordelijk voor naleving van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG), de CNIL, uitspraak gedaan in een zaak tegen een adtech bedrijf, Vectaury. Dit bedrijf verzamelt via smartphone apps (zowel iOS als android) op grote schaal persoonsgegevens, inclusief de geolocatie van de smartphone gebruikers.

Robin Berjon schrijft op twitter dat dit een baanbrekende uitspraak is, aangezien er uit blijkt dat Vectaury de toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens niet via het @IABEurope Consent Framework kan verkrijgen. Hij schrijft dat CNIL zich in de uitspraak niet alleen richt tot Vectaury, maar ook tot de hele adtech sector, app makers en marketeers. Vectaury krijgt een verbod om zonder toestemming persoonsgegevens te verwerken en een gebod de tot nu vergaarde gegevens te vernietigen. Bij niet-nakoming wacht een sanctie.

Op internet heb ik nog geen vertaling van de uitspraak (die in het Frans is) gevonden. Ik ben benieuwd wat de Nederlandse privacy-specialisten van deze uitspraak vinden.

NB Mij ontbreekt de tijd de uitspraak in het Frans te lezen, dat gaat bij mij heel traag.

Meer informatie:

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Persoonsgegevens bij het handelsregister | artikel Berlee

Het gebruik van persoonsgegevens in het handelsregister door datahandelaren krijgt op dit moment de nodige aandacht. Zie bijvoorbeeld het artikel bij de NOS, “Tweede Kamer wil af van woonadressen in register Kamer van Koophandel“, d.d. 13 november.

De positie van openbare registers in het privacyrecht
Anna Berlee, die een proefschrift over de privacy bij het kadaster schreef, “Access to personal data in public land registers“, heeft voor Ars Aequi een artikel geschreven over de privacy van de Nederlandse openbare registers, “De positie van openbare registers in het privacyrecht” (Ars Aequi november 2018, pagina 954 en verder).

Zij constateert dat veel Nederlandse registers dateren uit een periode dat onrechtmatige verspreiding van persoonsgegevens minder een probleem was.

In het artikel bespreekt ze de ontwikkelingen rondom de registers en de openbaarheid er van en stipt onder meer aan dat in 1999 de Kadasterwet is gewijzigd om te voorkomen dat persoonsgegevens van medewerkers van het notariskantoor in de notariële akten moesten worden opgenomen. In het verleden is de Handelsregisterwet 2007 gewijzigd om misbruik van persoonsgegevens van bestuurders (met name hun woonadres) te voorkomen, iets wat zich daadwerkelijk voordeed.

Beperking van persoonsgegevens in akten en registraties
Zoals ik al eerder schreef is er alle reden om zowel ten aanzien van het kadaster als het handelsregister de hoeveelheid openbaar toegankelijke persoonsgegevens te beperken. Gedacht kan worden aan het niet in akten en in het openbare deel van de registers opnemen van bijkomende gegevens zoals:

  • geboorteplaats
  • nummer en soort identiteitsbewijs
  • woonplaats
  • huwelijkse staat

De geboortedatum lijkt me wel relevant, zij het dat mensen er op gewezen moeten worden dat die datum (net als telefoonnummers) misbruikt kunnen worden voor identiteitsfraude.

Nu de Kamer van Koophandel bezig is met de voorbereidingen voor het ubo-register, dat met ingang van 1 januari 2020 moet functioneren, is het een goed moment om de Handelsregisterwet 2007 en andere relevante regels op het gebied van rechtspersonen door te lichten en te toetsen aan de normen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Naar mijn idee zal dat er toe moeten leiden dat in de akten en in de registraties de hoeveelheid persoonsgegevens moeten worden beperkt. Die bijkomende gegevens, waarvan ik hiervoor voorbeelden gaf, kunnen wellicht elders worden geregistreerd indien dat nuttig zou zijn, bijvoorbeeld in het dossier van de notaris.

Dit artikel verscheen op 14 november 2018 op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Handelsregister, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Rechtspersonenrecht, Ubo-register | Tags: , | Plaats een reactie

Open access in juridisch Nederland

Onlangs is de site OpenRecht van start gegaan. Op deze site worden juridische artikelen gepubliceerd, die een toetsing door een redactie hebben ondergaan, zoals ook bij de klassieke juridische tijdschriften gebeurt.
Leo van der Wees, van recht.nl is bij OpenRecht betrokken. Hij schreef onlangs over OpenRecht en liet al eerder weten dat hij de juridische blogs zonder redactie maar niets vindt. Het openbaar maken van wetenschappelijke artikelen wordt ook wel ‘open access’ genoemd. Apart is dat Van der Wees niets zegt over de andere juridische open access-initiatieven in Nederland.

Open access bij Bju
Uitgeverij Bju ondersteunt open access, zo schrijven zij op hun site. Zij zijn de uitgever van OpenAccessAdvocate, waarop wat oudere artikelen uit de betaalde Bju tijdschrijften verschijnen en van Netherlands Administrative Law Library. Verder zijn zij de uitgever van een platform over wijzing van het Wetboek van Strafvordering. Hun Engelstalige open access uitgaven zijn via deze pagina te vinden.

Bju publiceert LegalTalk, dat van OpenRecht verschilt doordat LegalTalk verwijst naar op het internet openbaar gemaakte juridische artikelen, zonder toetsing van de inhoud. Het geven van een kwaliteitsoordeel wordt aan degenen die de artikelen plaatsen (zoals advocatenkantoren en individuele juristen) overgelaten.

Toekomst
Op internet zijn al veel juridische artikelen en andere uitgaven te vinden, van wisselende kwaliteit. Er staan complete juridische proefschriften online, soms al direct na de promotie. Er zijn juridische dienstverleners die zich ontwikkelen in de richting van juridisch uitgever. Een voorbeeld daarvan is advocatenkantoor Dirkzwager met hun kennispagina’s.
Het kan niet anders, dan dat de juridisch uitgevers zich moeten gaan heroriënteren, waar geluiden dat de juridisch uitgevers zelf juridisch dienstverlener willen worden blijk van geven. Of dat wel een goed idee is, vraag ik me af.

Ik denk dat het verlenen van juridische diensten een apart vak blijft. De hulpmiddelen van die dienstverlener worden wel anders (nl. digitaler), hoewel een beperking zal blijven dat Nederland een kleine markt is, zodat weinig softwarebedrijven tijd zullen willen steken in legaltech. Juridische informatie zal steeds toegankelijker worden, maar dat is iets anders dan legaltech, software waarmee het werk sneller gedaan kan worden en waarmee leuke tools voor cliënten en relaties kunnen worden geboden. Illustratief is dat in de belastingadviessector wordt geklaagd over het ontbreken van concurrentie in belastingaangifte software, terwijl dat bij uitstek een (relatief) grote markt is.

Dat geeft aan dat voor relatief kleine rechtsgebieden geen software zal worden ontwikkeld, tenzij de juristen zelf aan de slag kunnen met door henzelf te vullen juridische software. Anders gezegd: zoals juristen nu werken met een tekstverwerker en een spreadsheetprogramma, lijkt me dat zij in de toekomst gaan werken met een juridisch database programma en een beslisboom programma, dat zij zelf inrichten en vullen.

Pas op…
Voor alle juridische informatie op internet geldt dat er kritisch mee moet worden omgegaan. Immers de inhoud kan na plaatsing verouderen (bijvoorbeeld door nieuwe wetgeving of nieuwe rechtspraak) en de tekst kan door een niet-juridische lezer onjuist worden geïnterpreteerd. In artikelen kunnen altijd onjuistheden of onzorgvuldigheden staan, ook als de tekst door een redactie is beoordeeld.

Meer informatie:

Ongedateerde bronnen:

Geplaatst in Juridisch diversen | Tags: , , , | Plaats een reactie

Huizink over de accountant en verwachtingskloof

Accountants buitelen onder leiding van Marcel Pheiffer over elkaar heen als het gaat om de criminaliteitsopsporende taak van de accountant.

Nu heeft  juridisch hoogleraar J.B. Huizink in Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht ook een duit in het zakje gedaan. Hij merkt in zijn artikel in de editie van november 2018 van het tijdschrift fijntjes op over de taak van de controlerend accountant: “Tot die wettelijke taak behoort in elk geval niet het opsporen en ontdekken van frauduleus handelen binnen de gecontroleerde onderneming“.

Huizink vindt dat accountants de verwachtingskloof moeten verkleinen en besluit met: “Accountants, leg luid en duidelijk uit waartoe jullie op aarde zijn!

Dit artikel verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Jaarverslaggeving, Rechtspersonenrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Wat Europa met de ene hand geeft, neemt het met de andere hand terug | AVG, privacy

Wat Europa met de ene hand geeft (bescherming van privacy in de AVG) neemt het met de andere hand terug. Zo wordt op de luchthaven van Luxemburg geëxperimenteerd met het profileren van passagiers. In een artikel staat hier over:

A team of scientists, technicians and Luxembourg Airport staff worked together to test the intelligent end-to-end system, which analyzes a passenger’s on-site behavior, travel history and booking profile to classify them according to their ‘trustworthiness’. The system then funnels passengers into different risk-based levels of security screening

Intussen veegt Arnoud Engelfriet de vloer aan met de Europese leugendetector, ook al zo’n Europees digitaal project, ontwikkeld door het Europese datacentrum eu-LISA.

De Europese Raad vindt tegen alle kritiek in dat op de identiteitskaart twee vingerafdrukken moeten worden opgenomen. Lees over vingerafdrukken ook het artikel van Februari.

Kortom: die surveillance maatschappij komt er onherroepelijk aan.

Meer informatie:

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Microsoft graait data van de Nederlandse overheid en van de rest van de aardbol

Een van de spectaculairste berichten van de afgelopen tijd is toch wel dat Microsoft ongegeneerd data heeft gegraaid bij de Nederlandse overheid. De rijksoverheid verkeert misschien nog wel in de positie om de IT-gigant er toe te bewegen zich netjes te gedragen. Maar hoe zit het met de gewone ondernemer, organisatie of privépersoon?

Overigens wordt geschreven dat Microsoft in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) handelt. Maar de rijksoverheid heeft meer vertrouwelijke gegevens dan persoonsgegevens.

Meer informatie:

 

 

Aanvulling 28 november 2018
Het Nederlandse onderzoek heeft ook Europese belangstelling gewekt:

 

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: | Plaats een reactie