Persoonsgegevens bij het handelsregister | artikel Berlee

Het gebruik van persoonsgegevens in het handelsregister door datahandelaren krijgt op dit moment de nodige aandacht. Zie bijvoorbeeld het artikel bij de NOS, “Tweede Kamer wil af van woonadressen in register Kamer van Koophandel“, d.d. 13 november.

De positie van openbare registers in het privacyrecht
Anna Berlee, die een proefschrift over de privacy bij het kadaster schreef, “Access to personal data in public land registers“, heeft voor Ars Aequi een artikel geschreven over de privacy van de Nederlandse openbare registers, “De positie van openbare registers in het privacyrecht” (Ars Aequi november 2018, pagina 954 en verder).

Zij constateert dat veel Nederlandse registers dateren uit een periode dat onrechtmatige verspreiding van persoonsgegevens minder een probleem was.

In het artikel bespreekt ze de ontwikkelingen rondom de registers en de openbaarheid er van en stipt onder meer aan dat in 1999 de Kadasterwet is gewijzigd om te voorkomen dat persoonsgegevens van medewerkers van het notariskantoor in de notariële akten moesten worden opgenomen. In het verleden is de Handelsregisterwet 2007 gewijzigd om misbruik van persoonsgegevens van bestuurders (met name hun woonadres) te voorkomen, iets wat zich daadwerkelijk voordeed.

Beperking van persoonsgegevens in akten en registraties
Zoals ik al eerder schreef is er alle reden om zowel ten aanzien van het kadaster als het handelsregister de hoeveelheid openbaar toegankelijke persoonsgegevens te beperken. Gedacht kan worden aan het niet in akten en in het openbare deel van de registers opnemen van bijkomende gegevens zoals:

  • geboorteplaats
  • nummer en soort identiteitsbewijs
  • woonplaats
  • huwelijkse staat

De geboortedatum lijkt me wel relevant, zij het dat mensen er op gewezen moeten worden dat die datum (net als telefoonnummers) misbruikt kunnen worden voor identiteitsfraude.

Nu de Kamer van Koophandel bezig is met de voorbereidingen voor het ubo-register, dat met ingang van 1 januari 2020 moet functioneren, is het een goed moment om de Handelsregisterwet 2007 en andere relevante regels op het gebied van rechtspersonen door te lichten en te toetsen aan de normen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Naar mijn idee zal dat er toe moeten leiden dat in de akten en in de registraties de hoeveelheid persoonsgegevens moeten worden beperkt. Die bijkomende gegevens, waarvan ik hiervoor voorbeelden gaf, kunnen wellicht elders worden geregistreerd indien dat nuttig zou zijn, bijvoorbeeld in het dossier van de notaris.

Dit artikel verscheen op 14 november 2018 op het ondernemingsrechtweblog.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Rechtspersonenrecht, Ubo-register en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s