Attack on the ECHR

Nine EU-countries on 22 May this year published an open letter with criticism on the European Convention on Human Rights (ECHR). It prompted reactions from experts, including:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , , | Plaats een reactie

Contante betaling en basisbankrekening voor rechtspersonen op de agenda van de Tweede Kamer

De Tweede Kamer is bezig met de behandeling van het voorstel voor de Wet chartaal betalingsverkeer [1]. Van dat voorstel maakt deel uit dat er een beperkte acceptatieplicht voor contante betaling komt. Volgens de planning van de Tweede Kamer zal over het voorstel worden vergaderd op 12 januari a.s.

Basisbankrekening voor rechtspersonen
Inmiddels zijn er enige amendementen ingediend die tot doel hebben de positie van klanten van banken en betaaldienstverleners te verbeteren. Er wordt voorgesteld [2] dat ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven recht krijgen op een basisbankrekening. In de toelichting schrijft de indiener:

Dit amendement introduceert een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten, namelijk voor ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven. Voor consumenten bestaat er reeds een dergelijk recht (op basis van artikel 4:71f Wft en Richtlijn 2014/92/EU).

Ondernemingen, stichtingen en verenigingen kunnen soms om uiteenlopende redenen geen bankrekening openen of behouden. De oorzaken hiervan lopen uiteen, maar de indruk ontstaat dat dit niet altijd op basis van objectieve, wettelijke gronden gebeurt.

Toegang tot het betalingsverkeer is essentieel om mee te kunnen doen aan de samenleving. Dat geldt niet alleen voor consumenten maar ook voor zakelijke klanten van financiële instellingen. Daartoe introduceert dit amendement een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten.

Al enkele jaren speelt de discussie rond het recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten. Tot op heden is dit echter nog niet wettelijk geregeld. Zowel vanuit de overheid als vanuit de sector zelf is onderzocht of en hoe een dergelijk recht ingevoerd kan worden. In de ‘Visie op de Financiële sector’ van dit jaar (2025) is aangegeven dat het kabinet nog dit jaar voorstellen vanuit de sector verwacht en daarnaast inzet op Europese regelgeving. Kortom, alles wijst erop dat er in de toekomst een wettelijk recht op een basisbetaalrekening komt. Concrete voorstellen liggen er echter nog niet. De indiener is van mening dat het aan de wetgever zelf is om dit wettelijk te regelen.

Indiener begrijpt dat er soms gronden zijn om een betaalrekening te weigeren. Dat mag volgens de indiener echter alleen op grond van een concrete, wettelijke basis. Denk aan de relevante witwaswetgeving. Uit een onderzoek van De Nederlandsche Bank (Van herstel naar balans) blijkt echter dat aan slechts 18% van de weigeringen van de zakelijke klanten Wwft-redenen ten grondslag liggen.

Dit amendement bouwt voort op de unaniem aangenomen motie Flach/Idsinga (Kamerstuk 32 545, nr. 217). Hierin wordt verzocht om bij banken aan te dringen op het principe van ‘ja, tenzij’ als het gaat om het accepteren van zakelijke klanten, waarbij klanten alleen op concrete, wettelijke gronden geweigerd mogen worden. Dit amendement legt deze unaniem aangenomen motie feitelijk wettelijk vast.

Om ongewenst gebruik van dit amendement te voorkomen, is de doelgroep beperkt tot entiteiten uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven. Anders wordt het mogelijk dat partijen die in hun eigen lidstaat geen bankrekening kunnen krijgen bij een Nederlandse bank een basisbetaalrekening kunnen openen. Dit brengt extra nadelen met zich mee, ook omdat banken gehouden zijn aan de Wwft, wat voor partijen met geen enkele band met Nederland lastig zal uitvoerbaar is. Enige inkadering is dus noodzakelijk, omdat banken anders bijvoorbeeld hun toezichthoudende rol niet goed kunnen vervullen. De gekozen formulering past volgens de indiener binnen de beginselen van het Unierecht, waaronder het vrije verkeer. Ook buitenlandse entiteiten kunnen namelijk nog steeds een vestiging openen in Nederland, waarmee voldaan wordt aan de voorwaarden. Deze gekozen afbakening sluit ook in grote lijnen aan bij de keuzes die in België en Frankrijk zijn gemaakt, waar ook een vestiging is vereist. Volgens de indiener is de gekozen formulering de beste om het gewenste resultaat te bereiken en daarbij de beginselen van het Unierecht niet te schenden.

Tarieven
Twee andere vandaag bekend geworden amendementen hebben betrekking op de tariefvaststelling voor het gebruik van de chartale basisinfrastructuur [3] en een nultarief voor het opnemen en storten van geld voor particulieren, kerkgenootschappen en stichtingen met ANBI-status [4]. In de toelichting op het amendement inzake tariefvaststelling wordt opgemerkt dat de toegankelijkheid van contant geld al onder druk staat, terwijl veel groepen in de samenleving soms zelfs afhankelijk zijn van contant geld, om die reden mag het gebruik van contant geld niet moet worden ontmoedigd door de tariefstelling. In het andere amendement wordt het nultarief voor contante opnamen en stortingen uitgebreid naar kerkgenootschappen en naar stichtingen die een algemeen nut beogende instelling (ANBI) zijn.

 

Noten:

[1] Dossier Tweede Kamer site.
[2] Amendement op 15 december ingediend.
[3] Amendement over voorwaarden voor de tariefvaststelling voor het gebruik van de chartale basisinfrastructuur.
[4] Amendement over een nultarief voor het opnemen en storten van geld voor particulieren, kerkgenootschappen en stichtingen met ANBI-status.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Not-for-profit | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Pleidooi HRIF.EU voor grondrechten in het digitale domein (en je moet durven om het woord ‘soeverein’ nog te gebruiken)

Die durf heeft Human Rights in Finance.EU (HRIF.EU), die het artikel HRIF.EU roept nieuw kabinet op: erken de geopolitieke realiteit en richt een Soevereine Overheids Kassier (SOK) op publiceerde.

In het artikel wordt de brief met een visiestuk aan informateur Van Haersma Buma aangekondigd. Daarin wordt gepleit voor grondrechtenbescherming in het economisch verkeer, onder meer door de afhankelijkheid van financiële instellingen en financiële toezichthouders van niet-Europese cloud- en platformaanbieders te beperken.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Wel of geen digitale euro?

De EU is druk bezig de digitale euro tot stand te brengen en die digitale euro wordt enthousiast gepromoot door Europese instellingen (onder meer de ECB,  bijvoorbeeld hier) en door Nederlandse instanties zoals De Nederlandsche Bank (DNB).

Is die digitale euro wel een goed idee?

Kritiek Privacy First
Privacy First publiceerde het artikel Hoe wij slaapwandelend de digitale euro ingaan: debat dringend noodzakelijk (er is ook een Engelstalige versie), waarin fundamentele kritiek wordt geuit. Zij signaleren onder meer de volgende problemen:

  • Machtsconcentratie bij een Europese instantie (de ECB) die geen democratische verantwoording aflegt.
  • De ECB is onvoldoende transparant; volwassen tegenspraak tegen het optreden van ECB ontbreekt en aansprakelijkstelling voor fouten is feitelijk onmogelijk.
  • Spanning in de rol van ECB en de praktische uitvoering door financiële instellingen (banken en betaaldienstverleners), die de kosten aan de bedrijfsklant zullen doorberekenen.
  • De ECB beslist over het ontwerp van het digitale euro-systeem, waaraan grote maatschappelijke risico’s zijn verbonden.
  • De ECB duikt weg voor verantwoordelijkheid als er iets mis gaat in het systeem. Mechanismen ten gunste van gedupeerde burgers ontbreken.
  • Alternatieven met minder risico’s voor de grondrechten van burgers worden niet overwogen.

Daar komen nog de hoge kosten die de banken moeten maken bij, die uiteraard aan ons worden doorberekend.

Pleidooi Thomas Bollen
De onderwerpen waarop Privacy First kritiek  heeft komen niet aan de orde in het pleidooi van Thomas Bollen vóór de digitale euro (betaalmuur), introductie:

Een publieke digitale munt is cruciaal voor de soevereiniteit van Europa. Maar private banken als de ING liggen dwars: ze dulden geen concurrentie. In een invloedrijke Europarlementariër vinden de banken de perfecte bondgenoot.

Dit stuk in 1 minuut
* De banken liggen op ramkoers met de Europese Centrale Bank. Hun conflict draait om de digitale euro.
* De ECB wil voor offline en online betalingen een publieke variant van contant geld introduceren. Daarmee wil ze de Europese soevereiniteit in het digitale tijdperk versterken.
* De banken houden de monetaire touwtjes liever in private handen. Zij werken aan de ontwikkeling van Wero, een Europese versie van iDeal, en de uitgifte van een stablecoin die gekoppeld is aan de euro.
* In Brussel vindt de bankenlobby een medestrijder, ziet Follow the Money. De man die als ‘rapporteur’ een eerste standpunt formuleert namens alle Europarlementariërs, liet zich bijna uitsluitend informeren door vertegenwoordigers van de financiële sector.
* De conclusie van deze rapporteur: de ECB-plannen voor een publieke digitale euro kunnen grotendeels in de ijskast. Wat hem betreft zorgt de markt voor meer onafhankelijkheid van Amerikaanse betaalbedrijven en stablecoins.

Tot slot
Tegenstanders zeggen dat de digitale euro per definitie programmeerbaar zal zijn. Dat is nog niet aan de orde maar kan komen.
Zie ook het artikel van Privacy First waarin zij schrijven dat er een kans is op programmeerbaar geld, oftewel geld dat uitsluitend voor bepaalde doeleinden gebruikt mag worden, waarbij wordt verwezen naar onder meer pagina’s 8-9 van de DNB publicatie Central Bank Digital Currency. Objectives, preconditions and design choices.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Ongezonde IT | Damiaan Denys: “een ongemakkelijke vraag … die opvallend onbesproken blijft: waarom blijven we versnellen, presteren en individualiseren als we weten dat het ons ziek maakt?”

Damiaan Denys publiceerde de opinie Waarom blijven we versnellen als we weten dat het ons ziek maakt? (betaalmuur).

Aanleiding:
het nieuwe rapport Op de rem – voorbij de hypernerveuze samenleving van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Naar mijn idee speelt digitalisering een grote rol in het ontstaan van die ‘hypernerveuze’ samenleving.

 

 


Aanvulling 24 januari 2026
Op de Tweede Kamer site werd een presentatie van RVS over hun rapport (14 pagina’s) openbaar gemaakt, via deze pagina te vinden.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | 1 reactie

Solvinity, IT-leverancier Nederlandse overheid overgenomen door Amerikaans bedrijf

Follow the Money schreef over de Amerikaanse overname van IT-dienstverlener Solvinity:

Er is onrust ontstaan over de aangekondigde overname van IT-dienstverlener Solvinity – leverancier van DigiD – door een Amerikaans bedrijf. Door de systemen van Solvinity lopen uiterst gevoelige data van onder meer het ministerie van Justitie en Veiligheid, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak. Die dreigen binnen het bereik van de Amerikaanse regering te komen.

Hier doet zich hetzelfde voor als bij Zivver.

 


Aanvulling 15 december 2025
Zie van FtM ook Amerikanen hebben straks wél toegang tot DigiD – ondanks belofte van staatssecretaris.

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Question: Non-evaluation of FATCA agreements by Member States and protection of fundamental rights of EU citizens

In May this year a member of the European Parliament asked the following:

Subject: Non-evaluation of FATCA agreements by Member States and protection of fundamental rights of EU citizens

On 13 April 2021, the European Data Protection Board (EDPB) invited Member States to re-evaluate their international agreements involving transfers of personal data, in particular agreements struck with the United States under the Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA), in order to make these agreements compliant with the General Data Protection Regulation (GDPR). Four years later, and not a single Member State has published the required evaluation. This inaction constitutes a blatant violation of the obligation of responsibility laid down in Article 24 of the GDPR. During this time, the data of thousands of EU citizens continues to be passed on to the Internal Revenue Service (IRS), the US tax authority, without demonstrated legal safeguards.
In France, the Finance Act for 2022 required the French Government to submit a report on the implementation of its information exchange commitments, in line with the GDPR and the recommendations of the EDPB. This report has never seen the light of day. The lack of political will to protect fundamental rights is clear.
At the same time, the IRS publicly asserts its right to collect data outside the United States, in total disregard of EU legislation.

1. Does the Commission consider it acceptable that this situation persists?
2. Does the Commission plan to launch infringement proceedings against the Member States that are failing to fulfil their obligations under EU law?
3. And, above all: is the Commission finally ready to guarantee that EU citizens’ data will be duly protected, even from non-EU powers?

Submitted: 14.5.2025

 

On behalf of the Commission the following answer was made public in July:

ENE-001950/2025Answer given by Mr McGrathon behalf of the European Commission(22.7.2025)

The independent authorities competent to monitor and enforce compliance with the General Data Protection Regulation (GDPR) are the data protection authorities (DPAs) in the Member States, under the control of national courts.

Referring to Article 96 of the GDPR, the European Data Protection Board (EDPB), which brings together all EU DPAs, has invited Member States to assess their existing international agreements and, where necessary, review them with the aim of bringing them in line with EU law [1]. The DPAs have agreed to assist the Member States in this exercise and the Commission understands that several of them are in discussions with the relevant ministries [2].

Several DPAs have also been dealing with requests concerning the data protection aspects of these international agreements. For instance, the Belgian DPA recently issued a decision [3] on the Belgian agreement implementing the Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA), concluding that the transfer of personal data of ‘accidental Americans’ to the Internal Revenue Service was unlawful. The Belgian DPA ordered the relevant authority to bring the transfer of data in compliance within one year. Investigations in the same field are also ongoing in other Member States.

The Commission continues to closely follow further developments in this regard, including in collaboration with the EDPB. The Commission also continues to work with the authorities of the United States (US) including in the context of the bi-annual EU-US Regulatory Forum. In parallel, the Commission is in close contact with the Member States, for example in the Council working group on tax questions, where Member States are exchanging views about the implementation of their international agreements in this area, including data protection safeguards.

 

[1] See EDPB Statement 04/2021 of 13 April 2021, available at https://www.edpb.europa.eu/system/files/2021-04/edpb_statement042021_international_agreements_including_transfers_en.pdf.
[2] See also the letter from the EDPB of 7 July 2021, available at https://www.edpb.europa.eu/system/files/2021-07/edpb_letter_out2021-0119_intveld_igas.pdf.
[3] Issued on 24 April 2025, see https://www.autoriteprotectiondonnees.be/publications/decision-quant-au-fond-n0-79-2025.pdf.

 

It shows that the Commission is taking a passive stance and is only willing to take action when there is serious criticism from the courts.

Geplaatst in Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

FATCA-vragen van de Belgische rechter aan het Europese hof

Het blijft bijzonder dat volgens EU-lidstaten en vele instanties aldaar, de inwoners en staatsburgers van de EU geen aanspraak kunnen maken op grondrechtelijke bescherming tegen schadelijke extraterritoriale regelgeving van een niet-EU land (inleiding FATCA & Citizenship-Based Taxation).
Het lijkt er op dat alleen in België een moedige instantie is – de Gegevensbeschermingsautoriteit – die tegen de stroom in durft te roeien (lees mijn artikel over het besluit van april 2025).

Tussenvonnis Marktenhof

Tegen de beslissing van de Gegevensbeschermingsautoriteit van april 2025 is hoger beroep ingesteld bij het Marktenhof (la Cour des Marchés). Dit hof heeft op 26 november jl. een tussenvonnis in het Frans (pdf) uitgesproken, waarin een groot aantal vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Van deze uitspraak heb ik een inofficiële Nederlandse vertaling gemaakt, die hier (pdf) te vinden is. Ik houd me aanbevolen voor verbeteringssuggesties voor juridische taalliefhebbers.

Nieuwsbericht Gegevensbeschermingsautoriteit

Op de site van de Gegevensbeschermingsautoriteit is melding gemaakt van het tussenvonnis in nieuwsberichten in het Frans (de taal van het vonnis), Nederlands en Engels.
De tekst van het Nederlandstalige nieuwsbericht:

 

Fatca: het Marktenhof legt 13 prejudiciële vragen voor aan het HvJ-EU

Het Marktenhof heeft beslist om 13 prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) in het kader van het FATCA-dossier. Met deze beslissing wil het Hof essentiële verduidelijkingen verkrijgen over de verenigbaarheid van het FATCA-akkoord met het Unierecht en over het kader dat van toepassing is op doorgiften van gegevens naar de Verenigde Staten.

Context

In 2023 oordeelde de Geschillenkamer van de GBA in haar beslissing 61/2023 dat de doorgiften van persoonsgegevens van Belgische “Accidental Americans” door de FOD Financiën aan de Amerikaanse belastingadministratie, zoals voorzien in het intergouvernementeel FATCA-akkoord, onrechtmatig waren, en verbiedt deze doorgiften. Volgens de GBA voldeden deze verwerkingen niet aan verschillende beginselen van de AVG, in het bijzonder die met betrekking tot doorgiften van gegevens buiten de EU.

Dossierhistoriek

  • De FOD Financiën stelde beroep in tegen beslissing 61/2023 bij het Marktenhof.
  • Bij arrest van 20 december 2023 (2023/AR/801) vernietigde het Marktenhof deze beslissing en verwees het dossier terug naar de Geschillenkamer, anders samengesteld, om opnieuw te oordelen.
  • Naar aanleiding daarvan nam de Geschillenkamer op 24 april 2025 beslissing 79/2025.
  • Ook tegen deze nieuwe beslissing stelde de FOD Financiën een beroep tot vernietiging in.
  • Vandaag heeft het Marktenhof een tussenarrest uitgesproken en beslist om 13 prejudiciële vragen aan het HvJ-EU te stellen.

Prejudiciële vragen aan het HvJ-EU

Een eerste reeks vragen heeft tot doel na te gaan of een akkoord zoals FATCA verenigbaar was met het Unierecht dat gold vóór 24 mei 2016, in het bijzonder met richtlijn 95/46/EG, en meer specifiek de beginselen van doelbinding, gegevensminimalisatie en beperkte bewaartermijnen, — alsook met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Het Marktenhof vraagt het HvJ-EU eveneens of een dergelijk akkoord in overeenstemming is met artikel 26.1, d) of artikel 26.2 van richtlijn 95/46/EG, en onder welke voorwaarden, in termen van passende waarborgen.

Een tweede reeks vragen betreft artikel 96 van de AVG (dit artikel bepaalt dat internationale overeenkomsten die vóór de AVG zijn gesloten, van kracht blijven voor zover zij in overeenstemming waren met het recht van de Unie zoals dat vóór 24 mei 2016 van toepassing was): wat is het materiële toepassingsgebied van deze bepaling, rust de bewijslast van de voorwaarden van artikel 96 op de verwerkingsverantwoordelijke, is artikel 96 acceptabel voor zover het een permanent overgangsregime mogelijk wordt, zoals uiteengezet in beslissing 79/2025, en welke rol is er voor de nationale rechter.

In een derde reeks vragen richt het Marktenhof zich vooral op het kader voor doorgiften naar derde landen onder de AVG. Het Hof vraagt zich onder meer af waarom er geen adequaatheidsbesluit bestaat, wat de gevolgen daarvan zijn, hoe artikel 46 AVG moet worden geïnterpreteerd en welke passende waarborgen vereist zijn.
Het Hof besluit de lijst met vragen met een vraag over artikel 49.1, d) AVG, waarmee het het volledige “cascade-mechanisme” van hoofdstuk V van de AVG doorloopt.

De GBA is verheugd dat deze belangrijke vragen met een Europese dimensie nu aan het HvJ-EU worden voorgelegd.

Het volledige arrest van het Marktenhof is hier beschikbaar (alleen beschikbaar in het Frans).

 

Reactie vereniging van Accidental Americans

De procedure is gevoerd door de Belgische vereniging van Accidental Americans, L’ASBL Accidental Americans Association of Belgium (AAAB) en wordt gesteund door l’Association des Américains Accidentels (AAA), die een persbericht (pdf) publiceerde waarin verheugd wordt gereageerd op de beslissing.

Media

In de media en bij juristenkantoren is enige aandacht voor het tussenvonnis, onder meer: the American, Everest. Het tussenvonnis lijkt nog niet tot Nederlandstalige media te zijn doorgedrongen.

 


Aanvulling 6 januari 2026
Aan het bovenstaande heb ik de passage over de inofficiële Nederlandse vertaling toegevoegd.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Ontvangercontrole bij bankoverboekingen kan worden gebruikt om aan de naam van de rekeninghouder te komen

Netzpolitik meldt in dit artikel dat de (voor de EU nieuwe) ontvangercontrole bij bankoverboekingen („Verification of Payee“, VOP) kan worden gebruikt om aan de naam van de rekeninghouder te komen, citaat (machinevertaling):

Sinds oktober moeten banken bij overschrijvingen een verificatie van de begunstigde (Verification of Payee, VOP) uitvoeren. Dit maakt het niet alleen gemakkelijker om foutieve overschrijvingen te voorkomen. Het is in zekere zin ook gemakkelijker geworden om zonder veel moeite inzicht te krijgen in de gegevens van de potentiële ontvanger van het geld. Want zoals sommige kredietinstellingen deze nieuwe functie in Duitsland implementeren, krijgt men bij de loutere intentie om een overschrijving te doen al de volledige paspoortnaam van de betreffende persoon te zien. Hiervoor heeft men vaak alleen het IBAN en delen van de naam nodig.

Uit het bericht blijkt dat er een Duitse grootbank is die bij het invoeren van de IBAN en de achternaam de complete voornamen van mensen weergeeft. Dat is informatie die niet iedereen aangaat en misbruikt kan worden voor identiteitsfraude.

Het artikel bevat een toelichting op de Europese regelgeving waarop VOP is gebaseerd.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Bert Hubert | Attendees Microsoft conference live in the past

In November Bert Hubert attended a Microsoft conference [1]. In his article Hello Europe, Joe Biden is gone he describes that the attendees seemed to think nothing has changed in the world:

most of the discussion lived in a glorious past where the rule based order is going strong (it isn’t). (…)
discussions assumed that the US government was conducting business as usual (“Joe Biden/Barack Obama”), that the rule of law was doing well there, and that the US Supreme Court would stick to existing case law.

Hubert could not stand this and asked to think about the real world:

I asked if we should not spend more time on the reality and not on legal fictions

and only received formal legal responses that did not address his concerns about the large-scale retention of European citizens’ personal data in the US [2], e.g. based on the expected EU data retention legislation [3] and the upcoming EU-rules regarding effective and lawful access to data for law enforcement.

 

Notes:

[1] Title: “Justice, Security and Fundamental Rights: Dialogue on EU Law Enforcement Policies”.

[2] “So please, European thinkers & policy makers, do wake up, and legislate and rule based on the reality that is staring us in the face: the US is no longer a reliable partner, is not sticking to its case law, the rule of law there is already in a dire state, and deteriorating rapidly.

[3] “Sadly, during many policy debates, no technical people are present, and “data retention” is discussed as an abstract measure for which we should craft harmonized legislation.
This allows us to minimize what this is all about (“who you called and for how long”), and might end up legislating a 12 month storage of all locations of all EU phone users (which by now includes cars and e-bikes as well). And that would be terrifying.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie