De VOG van Camiel

In de media worden relletjes rond mensen interessanter gevonden dan de echt belangrijke gebeurtenissen (zoals het ‘insectensterven’ en de IT-surveillance van burgers). Een voorbeeld daarvan is de Camiel-rel.
Bij dat soort relletjes komt ook de juridische kant aan bod, bijvoorbeeld in het FD-artikel “Bestuurder, verschuil u niet achter uw woordvoerder of uw advocaat” van reputatie-adviseur Frank Peters. Ook bij het juristentijdschrift Mr. zijn ze dol op personenaffaires, dus verscheen daar “Corstens: kous nog niet af voor Eurlings“.

Overigens laat dat onverlet dat het vreemd is dat politieke ambtsdragers niet op integriteit wordt getoetst, lees mijn eerdere berichten met de tag ‘VOG’.

Geplaatst in Juridisch diversen | Tags: , , | Plaats een reactie

Oogsten van persoonsgegevens | de mens wordt verkocht

Nieuwetijdsgesprek:

Klant bij de winkelier.
Verkoopster: “we hebben een nieuw spaarsysteem, mogen wij uw postcode en huisnummer?”
Klant: “ik geef bedrijven mijn adres niet meer, ook niet mijn telefoonnummer, je weet niet waar het terecht komt”.
Verkoopster: “ik geef mijn mobiele nummer ook niet meer, maar u kunt ons gerust een ander adres en andere naam opgeven”.

Dat is het laatste verzet tegen de verzameldrift van marketingbedrijven die via de moderne versie van de spaarpunten, de “loyalty-programma’s” persoonsgegevens oogsten.

Oogsten
Meer over het oogsten is bij de marketeers te vinden, bijvoorbeeld in dit bericht uit 2014 over loyaltysystemen, Loyalty 3.0: beloon meer dan aankopen alleen:

De klant van nu is een multichannel-klant. Hij staat bij een winkel aan de kassa, bestelt in de webshop, ziet de winkel voorbij komen op social media en heeft een tablet, smartphone en laptop! Daarom moet een loyaliteitsprogramma de klant volgen tijdens zijn reis via deze kanalen en devices.

Die voorspelling is in 2017 waarheid geworden.


Aanvulling 26 januari 2018 | nieuwe oogst: gegevens van bejaarden
Uit een artikel in het AD blijkt dat ouderenvervoerder Transvision flink heeft geoogst, door persoonsgegevens van de door hen vervoerde bejaarden te verkopen, lees “Ouderenvervoerder speelt data van haar gebruikers door“. Overal worden persoonsgegevens verduisterd en gestolen… Het is tijd voor hard optreden door de Autoriteit Persoonsgegevens.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Witwasobservaties

Regelmatig schrijf ik over de macabere wereld van de witwasbestrijding die wij aan Europa en FATF te danken hebben. Dat doe ik niet voor niets, want gelukkig zijn er meerdere bloglezers die de artikelen waarderen. Een van die lezers schreef op de laatste dag van vorig jaar:

ik weet niet of je veel reacties op jouw blog ontvangt, maar bij deze graag mijn complimenten voor de actualiteit ervan en de inhoudelijke observaties (telkenmale erg nuttig). Met name van jouw signaleringen tav de Wwft maak ik vaak gebruik in de praktijk en bij het doceren over dit onderwerp. Daarom wens ik als trouwe lezer jou ook graag een voorspoedig en succesvol 2018!

Dat is fijn om te lezen.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Plaats een reactie

Noodweer tegen de machine | witwassen van vooroordelen

Voor wie Duits kan lezen, raad ik een Zeit-artikel aan dat als titel “Notwehr against the machine” heeft. In dit door Patrick Beuth geschreven artikel wordt onder meer gesproken over alle negatieve mogelijkheden die kunstmatige intelligentie heeft, onder meer het “witwassen van vooroordelen“. In het artikel staan verwijzingen naar diverse andere interessante bronnen.

Zo langzamerhand wordt het tijd voor digitalisering van de grondrechten en voor krachtig optreden tegen wetsovertreders, zoals ook door het Rathenau Instituut bepleit.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: | Plaats een reactie

Accountants- en administratiekantoor: let op onderzoeksplicht Wwft!

Voor Accountancy Vanmorgen schreef ik onderstaand artikel.


Accountants- en administratiekantoor: let op onderzoeksplicht Wwft!

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, oftewel Wwft, is een one-size-fits-all wet die niet alleen geldt voor banken, maar ook voor accountants- en administratiekantoren. De wet verplicht Wwft-plichtigen tot ‘een voortdurende controle op de zakelijke relatie en op de tijdens deze relatie verrichte transacties’ zonder duidelijk te maken wat dat inhoudt. Hier wreekt zich dat de Wwft van oorsprong is geschreven voor banken en er nadien allerlei verschillende soorten andere ondernemingen onder de wet zijn gebracht. Aangezien alle financiële transacties via de bank verlopen, heeft de bank daar zicht op en kan ze analyseren.

Bij een administratiekantoor of een accountantskantoor dat samenstelt, is dat anders. Zo komt het voor dat dat de klant van het kantoor zijn administratieve gegevens maar enkele keren per jaar (of zelfs één keer per jaar) aanlevert. In de tussenliggende perioden valt er dan niets te ‘monitoren’.

Recent heeft de rechtbank Rotterdam een uitspraak gewezen waarin tot op zekere hoogte duidelijk wordt hoe een administratiekantoor haar Wwft-verplichtingen moet naleven. Dit administratiekantoor had een klant, in de uitspraak als ‘bedrijf’ aangeduid, die zelf ook de Wwft moest naleven. De rechter acht relevant dat het administratiekantoor navraagt of de klant zelf de Wwft naleeft, zo volgt uit:

Van enige controleactiviteiten van [eiseres] op dit punt, zoals bijvoorbeeld het navragen of [bedrijf] aan haar eigen meldplicht voldeed, is niet gebleken.

Dus deze navraag kan op de checklistjes worden gezet.

Transactieanalyse

Een onbeantwoorde vraag is wat de ‘controle’ op grond van de Wwft dient in te houden. Wordt van de administrateur verwacht dat er permanent op hoog niveau transactieanalyse plaats vindt? Uit de uitspraak valt af te leiden dat dit niet het geval is. Allereerst mag rekening worden gehouden met de frequentie van de werkzaamheden en de aard en inhoud van de aangeleverde gegevens. Het administratiekantoor verrichtte tweewekelijks administratieve werkzaamheden en kon daarbij geen contante transacties zien. Transactiecontrole hoefde bij die werkzaamheden niet plaats te vinden.

De rechtbank is van oordeel dat het in dat geval voor de hand had gelegen dat het administratiekantoor in ieder geval bij het samenstellen van de jaarrekening de verrichte transacties had gecontroleerd (‘haar controletaken op grond van de Wwft had uitgevoerd’). Voorts is de rechter van mening dat belangrijk is te letten op contante betalingen boven de melddrempel van de Wwft:

Uit een document ‘tussenrekening kas mutaties 2009’ is immers direct duidelijk dat er cliënten waren die voor meer dan €15.000,- contant betaalden. Daarnaast was bij werkzaamheden voor de BTW-aangifte een factuur gebruikt, waarin contante bedragen stonden vermeld van in totaal ruim meer dan €15.000,-.

Nu het administratiekantoor aanwijzingen had dat de klant zelf de Wwft niet naleefde en er vele contante transacties plaats vonden, had onderzoek naar de door de cliënt verrichte contante transacties moeten plaats vinden. De rechter oordeelde dat gevolg van deze nalatigheid is dat het administratiekantoor geen “voortdurende controle op de zakelijke relatie” in de zin van de Wwft heeft uitgeoefend en dat het administratiekantoor daardoor niet wist of de transacties van de klant overeenkwamen met de kennis die het administratiekantoor had over deze klant.

De rechter komt tot de conclusie dat niet aan de cliëntenonderzoeksverplichting is voldaan.

BFT te kort door de bocht

Wwft-toezichthouder Bureau Financieel Toezicht (BFT) gaat te kort door de bocht door het administratiekantoor te verwijten dat ongebruikelijke transacties hadden moeten worden gemeld. Dat BFT achteraf ongebruikelijke transacties heeft ontdekt in de bij het administratiekantoor aangetroffen administraties van klanten betekent nog niet dat het administratiekantoor zelf van de ongebruikelijke transacties op de hoogte kon zijn. Bovendien hield BFT er ten onrechte geen rekening mee dat de werkzaamheden inzake bepaalde boekjaren pas veel later werden verricht. Het persbericht over de verdenkingen leidt er evenmin toe dat het administratiekantoor (hierna: ‘eiseres’) kennis droeg van ongebruikelijke transacties door de klant:

Ook het persbericht van oktober 2013, waardoor [eiseres] op de hoogte raakte van de verdenking van het Openbaar Ministerie jegens [bedrijf] over de jaren 2009 en 2010, leidt er op zichzelf niet toe dat [eiseres] daardoor wel kennis droeg van concrete ongebruikelijke transacties in de jaren 2011-2013 bij [bedrijf]. In dit persbericht worden immers geen concrete transacties genoemd.

Geen hoog risico?

Wat cryptisch is de passage in paragraaf 4.3 van de uitspraak, inhoudend dat het administratiekantoor ‘haar haar aanname dat [bedrijf] een cliënt was waarbij geen (hoog) risico bestond op overtredingen van de Wwft in 2011, 2012 en 2013 ten onrechte niet {heeft} gecontroleerd’. Kun je ‘een aanname’ controleren? Waarschijnlijk wordt bedoeld dat de beoordeling dat een klant een laag risico is, nog niet betekent dat de transacties niet gemonitord moeten worden. Daarna volgt in de uitspraak de passage:

Bovendien vloeide uit de aard van het bedrijf van [bedrijf] voort dat er een risico bestond op witwassen. [bedrijf] was immers een cliënt waarvoor gold dat een groot deel van haar omzet contant werd betaald en die op grond van de Wwft een eigen meldplicht had voor contante betalingen boven € 15.000,-. Ook als de verhouding tussen contante betalingen en bankbetalingen niet ongebruikelijk zou zijn in de branche waarin [bedrijf] actief is, zoals [eiseres] heeft aangevoerd, had [eiseres] dienen na te gaan of deze contante betalingen niet zouden moeten leiden tot aanscherping van het risicoprofiel.

Het staat er niet, maar je zou hier uit kunnen afleiden dat de rubricering ‘geen (hoog) risico’ onjuist is.

Tips voor administratiekantoren

Uit deze uitspraak kan ten aanzien van de Wwft-verplichtingen van een administratiekantoor het volgende worden afgeleid:

  • Het is aan te bevelen om bij klanten die zelf Wwft-verplichtingen hebben na te vragen of zij de wet naleven en de bevindingen schriftelijk vast te leggen.
  • Als bij de klant contante transacties plaatsvinden, dient dat voor het administratiekantoor aanleiding te zijn om na te gaan of de omvang daarvan gebruikelijk is voor de bedrijfstak.
  • Als contante transacties bij een Wwft-plichtige klant boven de melddrempel van de Wwft uitkomen (nu €15.000,-, maar dit zal binnenkort lager zijn) leeft die klant mogelijk de Wwft niet na en is nader onderzoek door het administratiekantoor gewenst.
  • Het administratiekantoor voert het transactieonderzoek bij de klanten uit op het moment dat het feitelijk daartoe in staat is. In het geval van het administratiekantoor van de door de rechter behandelde zaak was dat tijdens het samenstellen van de jaarstukken (aangezien contante transacties tijdens de tweewekelijkse werkzaamheden niet konden worden waargenomen).
  • Voor het melden van ongebruikelijke transacties is van belang dat dat het administratiekantoor bekend is met de ongebruikelijke transactie(s). Niet voldoende is dat het administratiekantoor (achteraf) bekend raakt met verdenkingen tegen de klant. (Het is uiteraard wel aanleiding om anders om te gaan met de werkzaamheden ná bekend worden van de verdenkingen.)

Overigens lijkt me dat er voor de sector van de administratiekantoren alle aanleiding is om een indringende discussie met het Bureau Financieel Toezicht aan te gaan over de wijze waarop aan het cliëntenonderzoek moet worden vorm gegeven, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de werkzaamheden, en waarbij op een correcte manier onderscheid wordt gemaakt tussen [a] de boekhoudkundige werkzaamheden van het administratiekantoor en [b] de onderzoeksverplichtingen op grond van de Wwft (die zelf ook een ‘administratief’ karakter hebben.

Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Het einde van de privacy van de ‘uiteindelijk belanghebbende’ is in zicht | Open Ownership

Op het ondernemingsrecht-weblog publiceerde ik een artikel over Open Ownership, het private register van ‘uiteindelijk belanghebbenden’ volgens een eigen definitie van de bedenkers.

Geplaatst in Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , | Plaats een reactie

De arbeidsomstandigheden van de vrijwilliger | uitspraak Hoge Raad

Een vrijwilliger heeft geen arbeidsovereenkomst met de organisatie of persoon voor wie hij het vrijwilligerswerk doet. Ook kan de organisatie die vrijwilligers inschakelt geen werkgever zijn (dus geen mensen in loondienst hebben). Toch lijken degenen die vrijwilligers inschakelen met het arbeidsrecht te maken te krijgen, als het gaat om wat ‘arbeidsomstandigheden’ (‘arbo’) wordt genoemd.

Uitspraak

Dat  blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad van 15 december 2017. Deze ging over een vrijwilliger die tijdens werkzaamheden op het dak van de kerk, van het dak is gevallen en ernstig letsel opliep. In een procedure tussen de verzekeraar van de parochie en de vrijwilliger werd getwist over de vraag of de parochie aansprakelijk is voor vrijwilligers.

De Hoge Raad overweegt dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat het arbo-artikel uit het arbeidsrecht ook geldt voor vrijwilligers. Daarbij is wel van belang of de vrijwilliger voor de zorg van zijn veiligheid mede afhankelijk is van degene voor wie hij de werkzaamheden verricht. Bij de beoordeling spelen onder meer een rol:

* de feitelijke verhouding tussen vrijwilliger en degene voor wie hij activiteiten verricht;
* de aard van de verrichte werkzaamheden;
* de mate waarin degene voor wie de activiteiten worden verricht, al dan niet door middel van hulppersonen, invloed heeft op de werkomstandigheden van de vrijwilliger en op de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s.

In het door de Hoge Raad behandelde geval oordeelde hij dat niet ter zake deed dat de werkzaamheden die de vrijwilliger uitvoerde, nimmer door werknemers van de parochie zouden zijn uitgevoerd. Ook is de Hoge Raad van mening dat voor de toepasselijkheid van het arbo-artikel niet nodig is dat de parochie een bedrijf heeft.

Overblijvende vragen

Bij het bovenstaande kun je je afvragen hoe het afloopt als degene voor wie de vrijwilliger werkzaamheden verricht zelf geen werknemers heeft (bijvoorbeeld een not-for-profit organisatie zonder personeel). Interessant is ook hoe het zit met vrijwilligerswerk en betaald werk voor particulieren. Voorbeeld: de buurjongen die het dak schoonmaakt, valt van het dak. In ieder geval is het belangrijk te zorgen voor een goede aansprakelijkheidsverzekering.

 


Meer informatie:

Artikel 658 Burgerlijk Wetboek Boek 7 (geldend van 10-10-2017 t/m heden)

1. De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
2. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
3. Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.
4. Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.

Geplaatst in Arbeidsrecht, Contractenrecht, privaatrecht algemeen | Tags: | Plaats een reactie

Pas op met ICO’s | antwoord op kamervragen inzake bitcoins en andere cryptovaluta

Op dit moment wordt ook bij de kapper en in de kantine gesproken over speculeren met bitcoins. Voor wie zich in de materie wil verdiepen is nuttig kennis te nemen van onderstaande antwoorden op kamervragen over het (ontbreken van) toezicht op de crypto verkopers:

793
Vragen (…) over de waarschuwing van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor digitale beursgangen (ICO’s) (…).
Antwoord van Minister Hoekstra (Financiën) (ontvangen 27 december 2017) (…)

Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Digitale beursgang? Je kunt ook naar Holland Casino gaan»? [1]

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Wat is uw reactie op dit bericht? Hoe beoordeelt u de stelling dat de AFM niet meer kan doen dan waarschuwen?

Vraag 4
Bent u in overleg getreden met de AFM over deze waarschuwing? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dit overleg? Zo nee, bent u bereid in overleg te treden met de AFM over de rol die de Autoriteit voor zichzelf ziet ten aanzien van ICO’s?

Antwoord 2 en 4
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) stelt in de door u aangehaalde waarschuwing dat de uitgifte van cryptovaluta via zogenaamde Initial Coin Offerings (ICO’s) kwetsbaar is voor misleiding, oplichting en manipulatie. [2] De huidige hype rondom cryptovaluta en ICO’s kan volgens de AFM investeerders verblinden voor deze risico’s waardoor zij een sterk verhoogde kans hebben hun inleg te verliezen. Tegen deze achtergrond raadt de AFM consumenten op dit moment af om te investeren in ICO’s. In navolging van de waarschuwing van de AFM heeft De Nederlandsche Bank (DNB) banken en andere financiële ondernemingen gewaarschuwd voor de financieel-economische criminaliteitrisico’s die zich kunnen voordoen wanneer zij betrokken zijn bij ICO’s. Ik vind het verstandig dat de toezichthouders hiervoor waarschuwen.
De uitgifte van cryptovaluta via ICO’s valt slechts in bepaalde gevallen onder de regels van de Wet op het financieel toezicht (Wft) waar onder meer de AFM toezicht op houdt. Hiervan is sprake als het gaat om het uitgeven van een effect zoals gedefinieerd in artikel 1:1 van de Wft of een andere financieel instrument. De toezichthouder geeft aan dat ICO’s vaak bewust zo zijn gestructureerd dat deze buiten de reikwijdte van de financiële toezichtwetgeving vallen. In deze gevallen zijn de waarborgen die deze wetgeving biedt aan investeerders derhalve niet van toepassing en hebben de toezichthouders geen bevoegdheid om op te treden. De waarschuwingen die door de AFM en DNB zijn gepubliceerd, zijn daarom van belang.
Ik sta regelmatig met de AFM en DNB in contact over allerlei zaken op het gebied van technologische ontwikkelingen in de financiële sector, waaronder toepassingen als cryptovaluta en ICO’s. De toezichthouders hebben mij van tevoren geïnformeerd over de publicatie van deze waarschuwingen. In de brief die het lid Paternotte (D66) op 13 december jl. heeft aangevraagd inzake cryptovaluta zal ik verder ingaan op de rol van de toezichthouders. [3]

Vraag 3
Hoe werkt een ICO?

Vraag 5
Welke regels gelden er voor ICO’s? Hoe is het toezicht geregeld?

Vraag 9
Vallen ICO’s onder Europese regels? Welke regels gelden er op het gebied van ICO’s door buitenlandse aanbieders?

Antwoord 3, 5 en 9
ICO’s zijn een manier om de ontwikkeling van (nieuwe) diensten of producten te financieren door middel van de uitgifte van cryptovaluta. Bij een ICO worden nieuwe cryptovaluta of zogenoemde tokensverkocht, vaak met gebruik van blockchaintechnologie. Vanwege het digitale karakter van cryptovaluta zijn ICO’s inherent grensoverschrijdend en kan iedereen met toegang tot internet en een digitale wallet cryptovaluta of tokens kopen. De nieuwe cryptovaluta of tokens kunnen in sommige gevallen met reguliere valuta als euro’s en dollars worden gekocht, maar worden meestal aangekocht in ruil voor bestaande cryptovaluta als Bitcoin en Ether. Tokens en cryptovaluta verschillen sterk in opzet en functie. Vaak vormen ze een (vooruitbetaald) recht op de te ontwikkelen dienst, soms een beloning of soms zelfs geen enkele intrinsieke waarde. Het is bovendien ook mogelijk dat ze recht geven op een aandeel in een project of een deel van de verwachte rendementen.
De initiële verkoop van cryptovaluta via ICO’s valt alleen in specifieke gevallen onder de regels van de financiële toezichtwetgeving. De AFM beoordeelt per geval of deze regels van toepassing zijn en houdt hier scherp toezicht op. Zo kan een uit te geven cryptovaluta of token aan de hand van de juridische kenmerken kwalificeren als een effect in de zin van artikel 1:1 van de Wft, waarbij de Europese prospectusregels van toepassing zijn en voor ondernemingen die verhandeling van dergelijke effecten mogelijk maken, de Europese regels ter voorkoming van witwassen en terrorisme financiering nageleefd moeten worden.
Indien een token kwalificeert als een effect – het gaat dan om een verhandelbare obligatie of ander schuldinstrument, of een verhandelbaar waardepapier dat in geld wordt afgewikkeld – volgt uit de Prospectusrichtlijn [4] dat bij de uitgifte een door de AFM goedgekeurd prospectus verplicht is, of – indien er een uitzondering of vrijstelling geldt – een verplichte melding vooraf. Ook zijn aanbieders verplicht gegevens te verstrekken aan beleggers met gebruik van een informatiedocument. Dit informatiedocument moet gelijktijdig met de melding worden verstrekt aan de AFM. Op grond van de Europese anti-witwasrichtlijn [5] en de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) zijn ondernemingen die de verhandeling van dergelijke effecten mogelijk maken gehouden tot het doen van cliëntenonderzoek en het melden van ongebruikelijke transacties.
Indien een token niet kwalificeert als een effect maar als een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, is de Europese richtlijn voor Beheerders van Alternatieve Beleggingsinstellingen (AIFMD) [6] van toepassing. In principe mogen beleggingsinstellingen alleen met een vergunning van de AFM deelnemingsrechten aanbieden aan het publiek.
Het gegeven dat de meeste ICO’s niet onder financiële toezichtwetgeving vallen laat onverlet dat het criminele gebruik van ICO’s, zoals voor witwassen en oplichting, niet toegestaan is. Daarnaast is het eveneens verboden een ICO te construeren als een piramidespel. De Nederlandse Kansspelautoriteit houdt toezicht op de naleving hiervan op grond van de Wet op de kansspelen. [7]

Vraag 6
Hoe worden (potentiële) beleggers nu gewaarschuwd voor de hoge risico’s van beleggen in ICO’s?

Vraag 7
Welke mogelijkheden ziet u om (potentiële) beleggers beter te informeren over de risico’s van beleggen in ICO’s?

Vraag 10
Neemt u naar aanleiding van de waarschuwing van de AFM nadere maatregelen om beleggers te waarschuwen voor de risico’s van ICO’s? Zo ja, op welke manier gaat u de Kamer hierover informeren?

Antwoord 6, 7 en 10
De waarschuwingen van de AFM en DNB, maar ook van andere buitenlandse en Europese toezichthouders als de Europese Effecten en Marktenautoriteit (ESMA) [8] , de Bündesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht (Duitsland) [9] , de Securities and Exchanges Commission (VS) [10] , de Financial Conduct Authority (VK) [11], de Financial Services Agency (Japan) [12], de Securities and Futures Commission (Hong Kong) [13] en andere toezichthouders geven een sterk signaal af aan (potentiële) investeerders. In reactie op eerdere Kamervragen is gewezen op de risico’s bij het investeren in cryptovaluta. [14] Met het oog op voornoemde waarschuwingen zie ik momenteel geen noodzaak voor nadere maatregelen om investeerders te waarschuwen voor de risico’s van ICO’s. Informatie hierover is inmiddels volop beschikbaar. Het is uiteindelijk aan de investeerder zelf om te bepalen hoe hij met deze informatie om gaat. Zoals bij elke andere investering is de investeerder zelf verantwoordelijk voor het onderzoeken van eventuele risico’s.

Vraag 8
Op welke wijze kunnen ICO’s worden gebruikt voor fraude en misbruik? In hoeverre is hier zicht op?

Antwoord 8
In hun waarschuwingen geven AFM en DNB aan dat met name de (gedeeltelijke) anonimiteit en het feit dat het moeilijk is om transacties met cryptovaluta te herleiden naar fysieke personen potentieel misbruik in de kaart speelt. Aangezien bij de meeste ICO’s bestaande cryptovaluta zoals bitcoin gebruikt kunnen worden om tokens te kopen, kunnen investeerders bijvoorbeeld cryptovaluta crimineel verkregen geld via ICO’s witwassen. De verkregen tokens kunnen via een handelsplatform omgewisseld worden tegen reguliere valuta als euro’s en dollars. Daarnaast zijn ICO’s door het anonieme en grensoverschrijdende karakter kwetsbaar voor misleiding, oplichting en manipulatie. Aanbieders kunnen bijvoorbeeld bewust verkeerde verwachtingen wekken en onrealistische rendementen beloven. Het is ook mogelijk dat cryptovaluta niet blijken te bestaan of dat bewust valse en onjuiste informatie wordt verspreid over de waarde van een cryptovaluta of token. Volgens de AFM zijn in het buitenland meerdere voorbeelden bekend van frauduleuze ICO’s. Aangezien het fenomeen ICO’s pas zeer recent en in korte tijd zo is opgekomen, beschik ik op dit moment niet over cijfers over misbruik via ICO’s.

[Noten]
1 FD, 13 november 2017
2 Zie: https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/onderwerpen/ico en https://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/nieuws-2017/dnb365473.jsp
3 Aangevraagd bij de Regeling van werkzaamheden op 13 december 2017.
4 Richtlijn nr. 2003/71/EG (PbEU 2003, L 345) betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot handel worden toegelaten
5 Richtlijn nr. 2015/849/EU (PbEU 2015, L 141) inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.
6 Richtlijn nr. 2011/61/EU (PbEU 2011, L 174) inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
7 Zie ook de reactie van Minister Dijsselbloem op eerdere Kamervragen: Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 2308.
8 https://www.esma.europa.eu/press-news/esma-news/esma-highlights-ico-risks-investors-and-firms
9 https://www.bafin.de/SharedDocs/Veroeffentlichungen/EN/Meldung/2017/meldung_171109_ICOs_en.html
10 https://www.sec.gov/oiea/investor-alerts-and-bulletins/ib_coinofferings
11 https://www.fca.org.uk/news/statements/initial-coin-offerings
12 http://www.fsa.go.jp/policy/virtual_currency/07.pdf
13 http://www.sfc.hk/web/EN/news-and-announcements/policy-statements-and-announcements/statement-on-initial-coin-offerings.html
14 Zie Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 830 en Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 2638.

Eerder attendeerde ik op antwoorden op kamervragen over fraude met beleggingsfondsen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Jaarwisseling

Alle lezers van dit blog wens ik
een rustige en veilige jaarwisseling zonder zware metalen toe
en een gelukkig en voorspoedig 2018

Geplaatst in Diversen | Tags: | Plaats een reactie

Politie Den Haag houdt tandtechnicus aan en voert hem geboeid af naar politiebureau ten overstaan van zijn omgeving

Soms zaagt de politie van dik hout planken. Zo ook in dit onlangs door de Nationale Ombudsman bekend gemaakte geval.

De samenvatting (de verzoeker is de tandtechnicus):

Politie Den Haag houdt tandtechnicus aan en voert hem geboeid af naar politiebureau ten overstaan van zijn omgeving

Verzoeker had al langere tijd een conflict met X. In dat kader was de politie er meerdere keren bij betrokken geweest. Naar aanleiding van een nieuwe melding van X dat er een mishandeling had plaatsgevonden, werden twee politieambtenaren naar het kantoorpand gestuurd waarin verzoeker en X iedere hun eigen bedrijf hebben. Van X hoorden de politieambtenaren dat hij al langere tijd ene conflict had met verzoeker en dat deze hem had mishandeld. X toonde een verkleuring op zijn arm en zei dat hij pijn had. Hierna gingen de politieambtenaren naar verzoekers bedrijf en vroegen aan een medewerker of zij met verzoeker konden spreken. De medewerker klopte op de deur van verzoekers behandelkamer met de mededeling dat er politie stond en of verzoeker uit zijn behandelkamer wilde komen. Verzoeker liet weten dat hij met een drietal minuten klaar zou zijn met zijn intakegesprek met een nieuwe patiënt. Verzoeker kreeg onmiddellijk in reactie hierop te horen dat hij direct moest komen en dat de politie hem anders uit zijn behandelkamer zou halen. Verzoeker kwam direct uit de behandelkamer.
Verzoeker klaagde erover dat twee politieambtenaren van de eenheid Den Haag disproportioneel hadden gehandeld door hem, niet in staat te stellen om een gesprek met een nieuwe patiënt af te laten ronden; direct aan te houden en niet eerst zijn kant van het verhaal te laten vertellen; niet in de hal bij zijn praktijkruimte mee te delen waarom hij werd aangehouden; met fysiek geweld aan te houden; te boeien, en, ten overstaan van patiënten en de buurtbewoners geboeid af te voeren. Omdat het één gebeurtenis betrof, werden alle hierboven uitgesplitste klachtonderdelen als één klacht onderzocht.

De Nationale ombudsman was van oordeel dat voorinformatie over een conflict tussen twee personen ook dient te worden meegewogen bij de beslissing of één van de partijen direct dient te worden aangehouden of op een ander moment na uitnodiging op het politiebureau, kan worden gehoord.
Het letsel van X, was verder niet dermate ernstig dat dit geen uitstel van een aanhouding zou kunnen rechtvaardigen. Verder waren zowel verzoeker als X na de confrontatie weer rustig verder gegaan met hun werkzaamheden van die dag. Verzoeker had op geen enkele manier van de politieambtenaren de kans gekregen om zijn kant van het verhaal te vertellen.

De Nationale ombudsman was van oordeel dat de houding en het gedrag van de beide politieambtenaren onnodig escalerend hadden gewerkt. In plaats daarvan had de politie in dit geval voor een minder belastende en de-escalerende werkwijze kunnen kiezen. Omdat dat niet was gedaan, was de Nationale ombudsman van oordeel dat de politie had gehandeld in strijd met het evenredigheidsvereiste.


Abonneren op nieuwsbrieven van de Nationale Ombudsman: via deze pagina.

Geplaatst in Bestuursrecht | Tags: , , | Plaats een reactie