Ubo-register Malta

Ook in Malta is een wet inzake het ubo-register aangenomen, zie voor de Engelstalige versie dit bestand (pdf).
Op 19 december 2017 is door het Maltezer handelsregister een mededeling over dit onderwerp bekend gemaakt en daarna op 21 december 2017. In de mededelingen wordt vermeld dat met ingang van 1 januari 2018 bij nieuwe registraties om de ubo zal worden gevraagd.

 

Dit artikel is in 2018 op het opgeheven ubo-register blog gepubliceerd.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: | Plaats een reactie

Internetconsultatie over uitwisseling gegevens door Wwft-toezichthouder met toezichthouder accountants

Ondanks het strenge regime dat geldt voor de controlepraktijk vermoedt het ministerie van financiën dat accountants in de controlepraktijk nalatig zijn bij het melden van ongebruikelijke transacties, zo blijkt uit een onlangs gestarte wetgevingsconsultatie. Op basis van die veronderstelling acht het ministerie het gewenst dat de Wwft-toezichthouder (Bureau Financieel Toezicht) gegevens kan uitwisselen met de toezichthouder voor accountants in de controlepraktijk (Autoriteit Financieel Toezicht).

Op 19 januari 2018 is de internetconsultatie onder de titel “Wet financiële markten 2019” van start gegaan, waarvan dit onder meer deel uitmaakt.

Het voorstel wordt onder meer als volgt toegelicht:

In de toezichtspraktijk is gebleken dat het geheimhoudingsregime van de Wwft effectief Wta-toezicht in de weg kan staan. Twee voorbeelden ter illustratie. Stel, de AFM heeft indicaties dat een vergunninghoudende accountantsorganisatie integriteitsrisico’s ten aanzien van een of meer specifieke controledossiers of één of meer specifieke cliënten, als gevolg van integriteitsrisico’s van deze cliënten, mogelijk onvoldoende beheerst. Om deze indicaties te controleren wil de AFM nagaan of de betreffende accountantsorganisatie toereikende Wwft-meldingen met betrekking tot deze controledossiers of cliënten heeft gedaan. Op grond van de geheimhoudingsbepaling in de Wwft mag het BFT die informatie niet aan de AFM verstrekken. De AFM kan in voorkomende gevallen dus niet controleren of een accountantsorganisaties voldoet aan haar wettelijke plicht om Wwft- meldingen te verrichten. Een tweede voorbeeld is de situatie waarin het BFT een overtreding van de Wwft constateert bij een vergunninghoudende accountantsorganisatie of externe accountant die bij haar werkzaam of aan haar verbonden is. Dit is relevante informatie voor het Wta-toezicht van de AFM. Het kan hierbij immers gaan om een incident dat onverwijld bij de AFM moet worden gemeld en als daar een (mede)beleidsbepaler bij betrokken is, kan dit de betrouwbaarheid van deze persoon raken. Als vergunninghoudende accountantsorganisaties deze incidenten niet melden, blijven deze uit het zicht van de AFM, waardoor de AFM beperkt integriteitstoezicht kan uitoefenen. Het is dan ook in het belang van het Wta-toezicht als het BFT de AFM over deze Wwft-overtredingen kan informeren.

Voorgesteld artikel 22a Wwft
De voorgestelde tekst luidt:

ARTIKEL II
Na artikel 22 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 22a
1. Het Bureau Financieel Toezicht is in afwijking van artikel 22, eerste lid, bevoegd gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak ten aanzien van een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° en 23°, te verstrekken aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van taken van de Stichting Autoriteit Financiële Markten op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties.
2. Artikel 22, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Bedrijfsgeheimen mogen niet van de transparantiebeweging

In deze digitale tijd is het steeds lastiger om vertrouwelijke gegevens vertrouwelijk te houden. Dat geldt niet alleen voor persoonsgegevens (die verduisterd, gestolen en verhandeld worden) maar ook voor allerlei andere gegevens.
Bijvoorbeeld voor bedrijfsgeheimen, waarvoor zeer grote belangstelling bestaat, niet alleen van de kant van criminele groepen. Ook bepaalde landen buiten Europa tonen grote interesse voor Europese bedrijfsgeheimen.

Europese richtlijn
Aangezien dit iets is wat op nationaal niveau lastig te regelen is, heeft Europa regelgeving tot stand gebracht ter bescherming van bedrijven tegen datagraaiers. In een persbericht uit 2013 werd de reden voor de richtlijn toegelicht:

In de huidige kenniseconomie kan het vermogen van ondernemingen om te innoveren en te concurreren ernstig worden geschaad wanneer vertrouwelijke informatie wordt gestolen of misbruikt. Een onlangs gehouden enquête heeft uitgewezen dat de afgelopen tien jaar een op de vijf bedrijven ten minste één keer te maken heeft gehad met een poging bedrijfsgeheimen te stelen. Volgens een andere recente studie stijgen deze aantallen: 25% van de ondernemingen maakte melding van diefstal van informatie in 2013, tegenover 18% in 2012.

De richtlijn bevat een uitzondering voor onder meer klokkenluiders, in artikel 5 staat onder meer:

De lidstaten dragen er zorg voor dat een verzoek om toepassing van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen die in deze richtlijn zijn vastgesteld, wordt afgewezen wanneer het vermeende verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van het bedrijfsgeheim in een van de volgende gevallen plaatsvond:
a) het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie zoals neergelegd in het Handvest, met inbegrip van de eerbiediging van de vrijheid en het pluralisme van de media;
b) het onthullen van wangedrag, fouten of illegale activiteiten, op voorwaarde dat de verweerder handelde met het oog op de bescherming van het algemeen openbaar belang;
c) het openbaar maken van het bedrijfsgeheim door werknemers aan hun vertegenwoordigers in het kader van de rechtmatige uitoefening van hun vertegenwoordigende functies overeenkomstig het Unie- of nationale recht, op voorwaarde dat deze openbaarmaking noodzakelijk was voor deze uitoefening;

De richtlijn is in 2016 vastgesteld en moet op 9 juni 2018 geïmplementeerd zijn in de EU-staten. Of de regelgeving effectief zal zijn, moet worden afgewacht, maar dat er maatregelen nodig zijn, is duidelijk.

Wet bescherming bedrijfsgeheimen
Ter uitvoering van de richtlijn wordt op dit moment een wetsvoorstel behandeld in het Nederlandse parlement. In het wetsvoorstel staat onder meer dat het onrechtmatig is om digitaal of anderszins in te breken en bedrijfsgeheimen te ontvreemden. Inbraak wordt in het voorstel omschreven als:

onbevoegde toegang tot of het zich onbevoegd toe-eigenen of kopiëren van documenten, voorwerpen, substanties, materialen of elektronische bestanden waarover de houder van het bedrijfsgeheim rechtmatig beschikt en die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het bedrijfsgeheim kan worden afgeleid

Transparency International wil meer
Onlangs heeft Transparency International (TI) laten weten bezwaar te hebben tegen de Europese regelgeving. In een artikel bepleiten zij een ruime toegang tot bedrijfsgeheimen voor private partijen, zoals zijzelf, journalisten en werknemers, kennelijk een toegang die verder gaat dan wat in artikel 5 van de richtlijn is opgenomen.
Dat is een onverstandig plan, want met hun positie is in de richtlijn al rekening gehouden.

Meer informatie:


Aanvulling 30 januari 2018

Lees over de Europese voorstellen ook dit artikel van Pors en het artikel van Cohen Jehoram.

Geplaatst in Europa, Grondrechten, Handelsrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Vertrouwen in de overheid | VAR

Regelmatig tikt de Nationale Ombudsman, Reinier van Zutphen, de rijksoverheid op de vingers en verzoekt hij om aanpassing van de werkwijze. De Ombudsman is meer dan ooit nodig, zo kan uit de stroom van berichten worden afgeleid, zeker in een digitaliserende maatschappij met een overheid die denkt de private digitaliseringsmodellen te kunnen overnemen.

Reinier van Zutphen is uitgenodigd als preadviseur voor de volgende vergadering van VAR Vereniging voor bestuursrecht, op 22 mei a.s., dat als thema ‘vertrouwen in de overheid’ heeft. Onderstaand de intro van de vergadering en de preadviezen:

Dit keer worden er preadviezen geschreven binnen het thema ‘vertrouwen in de overheid’ en verkennen de preadviseurs wat het bestuursrecht daaraan kan bijdragen. Preadviseurs Leo Damen en Tijn Kortmann focussen op het vertrouwensbeginsel in de relatie tussen overheid en burger. Preadviseur Reinier van Zutphen zal zijn aandacht richten op het herstellen van beschadigd vertrouwen door de overheid. Het belooft een mooi geheel aan preadviezen te worden over een uiterst actueel thema.

Meer informatie verschijnt te zijner tijd op de site van de VAR.

Degene die zich interesseert voor nieuwsberichten van de Nationale Ombudsman, kan via de site een e-mail abonnement nemen. Berichten op dit blog over de activiteiten van de Nationale Ombudsman zijn te vinden via deze tag.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Foute contracten – goede IT?

Dat automatisering bizarre gevolgen kan hebben, maakte ik onlangs weer eens aan den lijve mee.
Tijdens een bezoek aan één van de Nederlandse grootbanken werd door een bankmedewerkster aan mij een overeenkomst voorgelegd, die ik als goed juriste uiteraard doorlas, ter controle van de vermelde gegevens en de inhoud van de overeenkomst. Wat schetst mijn verbazing:

  • Één van de partijen heeft een nogal lange naam, slechts een deel van de naam wordt in de overeenkomst vermeld. Als gevolg daarvan is de naam van de partij onjuist.
  • Uit het slot van de overeenkomst blijkt niet dat de partij ‘met de lange naam’ niet zelf tekent, maar een gemachtigde.
  • Ook voor het overige staan er onjuistheden in de overeenkomst. Het is een standaardcontract dat aangepast zou moeten worden aan het specifieke geval.

Ik bespreek met de bankmedewerkster dat er onjuistheden in de overeenkomst staan. Zij erkent dat.
Naar aanleiding van mijn eerste commentaar zegt ze “dat het goed in het systeem staat” en toont mij het beeldscherm, waarop ik inderdaad de naam van de partij juist vermeld zie staan. Zij zegt naar aanleiding van mijn derde commentaar dat de overeenkomst niet kan worden aangepast, althans dat mijn aanpassingen ‘niet gelezen’ zullen worden. Aangezien ik niet verwachtte dat er bloed uit zou gaan vloeien, heb ik het er maar bij laten zitten, maar wel de ondertekening aangepast.

Juridische fouten
Dit voorval geeft aan hoe automatisering een oorzaak kan zijn van juridische fouten, bijvoorbeeld contracten met een onjuiste tekst. Contracten zijn voor leken al lastig te lezen, maar ik vind het ernstig als daarin als gevolg van gebrekkige ICT juridische fouten komen te staan. Dat maakt het voor de burger nog lastiger te begrijpen.
Zoiets hoort bij een professionele partij als een bank niet voor te komen. En als het gebeurt moet de overeenkomst kunnen worden aangepast (dus hot line met de juridische afdeling!).

Legaltech of dumbing down?
Volwassen ‘legaltech’ is voorlopig nog ver weg en automatisering leidt eerder tot ‘dumbing down‘. Om daar niet aan ten onder te gaan moet je als mens heel ‘agile‘ om die domme IT heen werken.

Meer informatie: lees mijn digitale woordenboek

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , | Plaats een reactie

Wat betekenen weinig meldingen van ongebruikelijke transacties | meten = weten? | AFM | Wwft

Al langer wordt beweerd dat als bepaalde groepen Wwft-plichtige ondernemingen weinig meldingen doen van ‘ongebruikelijke transacties‘, dit iets betekent over de mate waarin de Wwft door die groep wordt nageleefd. Dat is een veronderstelling die mij vreemd in de oren klinkt.

Als in een ziekenhuis jaarlijks veel mensen dood gaan betekent dat nog niet dat het ziekenhuis geen goede medische zorg verleent.

Meten is niet altijd weten.

De informatiepositie van Wwft-plichtigen verschilt in grote mate en dat is iets waar de overheid geen interesse voor heeft. Dat betekent dat signalering van ongebruikelijke transacties voor de een makkelijker is dan voor de ander.
De naleefkundige dienstverleners zitten er niet mee, want zij denken hun producten te kunnen verkopen aan de Wwft-plichtigen, die zij inschatten als kapitaalkrachtig.

AFM
Ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) doet mee aan de ‘framing’ op basis van aantallen meldingen, zo blijkt uit een nieuwsbericht van 18 december 2017 onder de titel “AFM gaat strenger toezien op melden ongebruikelijke transacties“. Dat bericht begint met de mededeling dat er te weinig ongebruikelijke transacties worden gemeld. Overigens schrijft de autoriteit terecht “kan” in de volgende volzin:

Het lage aantal meldingen kan duiden op een laag niveau van compliance en risicobewustzijn ten aanzien van deze wet.

Vervolgens komt het bekende poortwachtersproza.

Kritisch tegengeluid ontbreekt
Het fenomeen van niet onderbouwde beweringen komt op het terrein van naleving van financieel-economische regelgeving veel voor, niet alleen bij actievoerders zoals Transparency International en bepaalde actiejournalisten, maar ook bij overheidsinstellingen, waarvan je toch meer mag verwachten. Het onderstreept dat een kritische tegengeluid, bijvoorbeeld uit de wetenschap, totaal ontbreekt.

Soms denk ik dat ik maar eens moet gaan promoveren, zodat ik uitgebreid onderzoek kan doen naar allerlei aspecten van de witwasbestrijding, zoals de niet-onderbouwde regelgevingsconcepten, de keerzijde van de one-size-fits-all benadering, de onbegrijpelijkheid van de regels en de te snelle wijzigingen en de cybersecurity- en privacy-risico’s verbonden aan de gegevensverzamelingen die ten behoeve van de witwasbestrijding worden aangelegd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Algemene regels in het bestuursrecht | VAR

Voor wie het gemist heeft:
de in 2017 door de VAR Vereniging voor bestuursrecht uitgebrachte preadviezen van W.J.M. Voermans, R.J.B. Schutgens en A.C.M. Meuwese onder de titel “Algemene regels in het bestuursrecht” kunnen als pdf worden gedownload en door iedere belangstellende worden gelezen.

Zie dit bericht over de vergadering over de preadviezen.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Bestuursrechtelijke uitdagingen in een datagestuurde samenleving | VAR

Het is de moeite waard om de agenda van VAR Vereniging voor bestuursrecht in de gaten te houden, want regelmatig vinden interessante bijeenkomsten plaats.
Graag attendeer ik de lezers van dit blog op de studiemiddag die op 22 maart plaats vindt, met als onderwerp “Bestuursrechtelijke uitdagingen in een datagestuurde samenleving“.

Intro:

Voor de digitale revolutie kostte het moeite om informatie te genereren, vast te leggen en te bewaren. Hoe anders is het nu! Nu moeten wij juist moeite doen om geen informatie te genereren, vast te leggen en te bewaren. Deze toenemende datastromen veranderen de samenleving; binnenkort is iedereen en alles realtime met internet verbonden. Op 22 maart 2018 organiseert de VAR een studiemiddag over de bestuursrechtelijke uitdagingen waar wij voor staan in de datagestuurde samenleving. Op een interactieve manier wordt ingegaan op de uitdagingen waarvoor onderwerpen zoals kunstmatige intelligentie, blockchain en geautomatiseerde besluitvorming de bestuursrechtjurist stellen.

Meer informatie: op deze locatie

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Raad van State | bestuursrechters moeten een algemeen verbindend voorschrift exceptief toetsen aan zowel materiële als formele algemene rechtsbeginselen

Op 22 december 2017 heeft de Raad van State een interessante conclusie van de staatsraad advocaat-generaal bekend gemaakt. De conclusie geeft voorlichting aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar bindt de Afdeling niet.

In het persbericht staat onder meer:

Bestuursrechters moeten een algemeen verbindend voorschrift exceptief toetsen aan zowel materiële als formele algemene rechtsbeginselen. Zij moeten dat voorschrift vervolgens buiten toepassing laten of onverbindend verklaren als dat voorschrift in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel.
Dit staat in de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal Widdershoven die hij vandaag (22 december 2017) heeft uitgebracht. (…)

De staatsraad advocaat-generaal is gevraagd in zijn conclusie in te gaan op de vraag hoe intensief de bestuursrechter een algemeen verbindend voorschrift moet toetsen en welke omstandigheden daarvoor bepalend zijn. Daarbij speelt ook de vraag of een voorschrift onverbindend kan worden verklaard wegens strijd met ongeschreven recht. En hem is gevraagd of daarbij nog andere omstandigheden van belang zijn, zoals strijd met een hogere, Europese regeling.

Inhoud van de conclusie

Intensieve toetsing nodig
Volgens de staatsraad advocaat-generaal zijn er goede redenen om algemeen verbindende voorschriften indringender (exceptief) te toetsen en de zogenoemde ‘willekeurstoetsing’ – die sinds het Landbouwvliegers-arrest in 1986 door rechters wordt toegepast – los te laten. Bestuursrechters zouden het voorschrift daarbij moeten toetsen aan zowel materiële als formele algemene rechtsbeginselen, waaronder het formele zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Bestuursrechters moeten het voorschrift buiten toepassing laten of onverbindend verklaren als het in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel.

Terughoudende en intensievere toetsing
Verder zal de bestuursrechter in zijn toetsing aan het beginsel van een niet-onevenredige belangenafweging terughoudend moeten zijn als een bestuursorgaan een ruime beslissingsruimte heeft of omdat het bij die beslissing politieke afwegingen moet maken. Wel kan de rechter de manier waarop aan de beslissingsruimte inhoud is gegeven toetsen aan het zorgvuldigheidsbeginsel en aan het beginsel van een deugdelijke motivering. Als het voorschrift meer ingrijpt in het leven van de burger en daarbij fundamentele rechten aan de orde zijn, is de toetsing van de bestuursrechter intensiever. (…)

Deze conclusie betreft zaken in de sfeer van ruimtelijke ordening en milieu maar is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang, het is dus buitengewoon interessant om te zien of de Afdeling bestuursrechtspraak de conclusie zal volgen.

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: | Plaats een reactie

Hardware- en softwareleveranciers moeten verantwoordelijkheid nemen voor fouten | BMI

Het recente schandaal inzake de kwetsbaarheid van computerchips, onder de namen ‘Meltdown’ en ‘Spectre’, bracht de Duitse minister van binnenlandse zaken er toe een bericht “Soft- und Hardware-Hersteller in die Verantwortung nehmen” bekend te maken.  Hij zegt dat hij zich er op Europees niveau voor gaat inzetten dat leveranciers van sleuteltechnologie verantwoordelijk worden voor fouten in het geleverde product. Verder bepleit hij certificering in de IT.

Uit het bericht van 5 januari jl.:

Ich werde mich in den nächsten Monaten weiter dafür einsetzen, dass wir – auch gemeinsam mit unseren europäischen Partnern – viel stärker auf eigene Entwicklungen bei wichtigen Schlüsseltechnologien setzen. Hierzu gehört auch die Chiptechnologie, jedenfalls aber Sicherheitstechnologie. IT-Sicherheitsprodukte aus Deutschland sind weltweit hoch anerkannt. Dieses Potential muss noch besser genutzt werden.

Hersteller müssen bei fehlerhafter Soft- und Hardware in die Verantwortung genommen werden können. Hier darf die Verantwortung nicht allein auf die Verbraucher abgewälzt werden. Nach Kenntnis über eine Schwachstelle müssen die Hersteller die Mängel schnellstmöglich beseitigen und frühzeitig, klar und verlässlich mit Nutzern und Verbrauchern kommunizieren.

IT-Sicherheitsmindeststandards müssen zukünftig verbindlich werden. Ob wir dies über freiwillige Gütesiegel in Verbindung mit einem Haftungsregime oder als verpflichtendes Marktzugangskriterium analog der sog. CE-Kennzeichnung einführen, prüfen wir gerade innerhalb der Bundesregierung und auf europäischer Ebene.

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: | Plaats een reactie