Uit de besluitenlijst [1] van de commissie Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer blijkt dat het voorstel voor de Wet transparantie maatschappelijke organisaties [2] zal worden geagendeerd voor behandeling.
Aan dit voorstel besteedde ik hier al eerder aandacht [3]. Het voorstel is in november 2020 ingediend. De laatste parlementaire activiteit dateert van mei 2023, toen werden onder meer het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, de nota naar aanleiding van het verslag en de nota van wijziging bekend gemaakt [4]. De in mei 2023 aangebrachte wijzigingen veranderen weinig aan het discutabele karakter van het wetsvoorstel.
Het is onbegrijpelijk dat de overheid meent dat alleen not-for-profit organisaties ondermijnend kunnen zijn. Het zou logisch zijn als het wetsvoorstel op alle soorten rechtspersonen betrekking zou hebben.
Ondermijning van de not-for-profit sector
Hoewel het kabinet er mee bekend is dat er veel not-for-profit organisaties zijn die maar met moeite het hoofd boven water houden, wordt er een kostbare administratieplicht aan alle organisaties opgelegd.
Die administratieplicht zal het geven van donaties aan de organisaties onaantrekkelijk maken, omdat een belangrijk deel van het geld aan bureaucratie moet worden besteed en omdat donateurs te veel persoonsgegevens aan de organisatie moeten verstrekken.
Verder leiden de regels rondom donaties in natura tot enorme problemen, zeker bij not-for-profit organisaties die te maken hebben met accountantscontrole.
Belangrijke elementen van het voorstel
Administratieplicht en donateurstransparantie
Voor alle not-for-profit organisaties (stichtingen, verenigingen en alles wat er op lijkt) gaat een nieuwe administratieplicht gelden, waarbij de te administreren persoonsgegevens niet in de wet staan, maar in een algemene maatregel van bestuur [5].
Publicatieplicht stichtingen
Al langer hangt de publicatieplicht van stichtingen in de lucht. Die plicht wordt in het voorstel geïntroduceerd. Een stichting die niet bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 en die openbaar wordt gemaakt, deponeert een balans en een staat van baten en lasten bij het handelsregister [6].
Tussenpersoon
De wet legt de verplichting aan een ‘tussenpersoon’ (niet gedefinieerd) op om de gegevens van de opdrachtgever (van wie de donatie afkomt) aan de not-for-profit organisatie te verschaffen [7].
Overheidsoptreden
De wet bevat bepalingen die het mogelijk maken dat overheidsinstanties optreden tegen een not-for-profit organisatie. Hier zullen een beperkt aantal organisaties mee te maken krijgen. Het betreft de volgende bevoegdheden:
# De burgemeester en diverse andere instanties kunnen gegevens over de donaties vragen [8] en kunnen de rechtbank verzoeken om een bestuursverbod [9].
# Het Openbaar Ministerie krijgt diverse bijzondere bevoegdheden [10], onder meer de bevoegdheid om de rechtbank te verzoeken om een bevel aan de organisatie op te leggen voor de duur van maximaal twee jaar tot het onthouden, staken en gestaakt houden van bepaalde activiteiten, alsmede onder meer het blokkeren van rekeningen, het verbieden van ontvangen van bepaalde donaties, het periodiek melden van ontvangen gelden.
Wat ik ‘diverse andere instanties’ heb genoemd omvat: de minister van Veiligheid, Openbaar Ministerie, politie, Bureau Bibob, belastingdienst, bijzondere opsporingsdiensten, AIVD en MIVD, DNB, AFM, BFT, FIU Nederland en kansspelautoriteit.
Daarbij valt op dat er een aantal Wwft-toezichthouders tussen zitten, die niet zelf met opsporing of vergelijkbare wettelijke taken bezig zijn DNB, AFM, BFT, kansspelautoriteit); ook het Bureau Bibob staat er bij, terwijl dit bureau evenmin een opsporingstaak heeft. Het is onbegrijpelijk dat zij bij alle not-for-profit organisaties donateursgegevens kunnen opvragen en alle bevoegdheden hebben die ook de burgemeester heeft. Hun eigen bevoegdheden op grond van de Wwft en de Bibob-regelgeving volstaan.
Tot slot
Reguliere not-for-profit organisaties (dat zijn de meesten) zullen flink last gaan krijgen van de nieuwe administratieplicht en de regels over donateurstransparantie. Het is twijfelachtig of dit proportioneel is.
Naar mijn mening moet dit wetsvoorstel worden ingetrokken en vervangen door een ander voorstel, gericht op alle rechtspersonen, waarin bevoegdheden zijn opgenomen waarmee gericht tegen ondermijnende organisaties kan worden opgetreden en waarin de grondrechten van burgers en organisaties worden gerespecteerd.
Noten:
[1] Vindplaats.
[2] Officieel: ‘Regels voor het inzichtelijk maken van buitenlandse donaties ontvangen door maatschappelijke organisaties en tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet 2007 en de Wet op de economische delicten in verband met het deponeren van de balans en de staat van baten en lasten door stichtingen (Wet transparantie maatschappelijke organisaties)‘, dossier 35646.
[3] Zie de berichten met de tags Wet transparantie maatschappelijke organisaties en donateurstransparantie.
[4] Het advies van de Afdeling advisering Raad van State en nader rapport, het advies Afdeling advisering Raad van State, de nota naar aanleiding van het verslag en de nota van wijziging zijn allen op 4 mei 2023 openbaar gemaakt, samen met een groot aantal andere documenten.
[5] Zie artikel 3 van het voorstel: “Maatschappelijke organisaties zijn, op de voorwaarden bij of krachtens deze wet, gehouden inzicht te verschaffen in herkomst, doel en omvang van een of meer donaties. Als waarde van een bijdrage in natura geldt het verschil tussen de gebruikelijke waarde van het geleverde in het economisch verkeer en de waarde van de tegenprestatie. Het bestuur van een maatschappelijke organisatie bewaart de donatiegegevens gedurende zeven boekjaren.“. In artikel 6 staat dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden gesteld over de aard en wijze van de te verstrekken informatie en over anonieme donaties.
[6] Zie artikel 7 dat een nieuw artikel 2:299b BW voorstelt.
[7] Artikel 5.
[8] De burgemeester mag op grond van artikel 4 vragen stellen over de donaties: “De burgemeester van de gemeente waar de maatschappelijke organisatie is gevestigd dan wel activiteiten uitoefent, is bevoegd om in het kader van de handhaving van de openbare orde, bedoeld in artikel 172 van de Gemeentewet, informatie te verzoeken bij de maatschappelijke organisatie over geografische herkomst, doel en omvang van een of meer donaties. Als hem blijkt van substantiële donaties, kan de burgemeester tevens persoonsgegevens opvragen, indien de verwerking daarvan noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde.“. Die gegevens moeten door de organisatie binnen tien werkdagen worden verschaft. Diverse andere overheidsinstanties mogen dit ook, zie artikel 3 lid 7 en artikel 8 (met een nieuw artikel Artikel 28a Handelsregisterwet 2007), alsmede het Openbaar Ministerie, zie artikel 4. Overigens is het hoogst twijfelachtig of burgemeesters (en gemeenten) wel toegerust zijn voor dit soort misdaadbestrijdingstaken.
[9] Artikel 3 lid 6.
[10] Artikel 4a.
Aanvulling 5 januari 2024
Iemand met relaties met het BFT schreef mij zich af te vragen of een dergelijke bevoegdheid een meerwaarde heeft voor BFT. BFT is geen toezichthouder van non-profit organisaties. Dat een accountant of een administratiekantoor van een dergelijke organisatie Wwft verplichtingen heeft is evident. Of ze die zijn nagekomen kan BFT ook controleren zonder informatie over donaties op te vragen. BFT is geen opsporingsdienst. Het is moeilijk voor te stellen dat BFT op een dergelijke bevoegdheid zit te wachten en dat we BFT er iets mee kan/moet. ‘Systeembevrediging’ is volgens mijn contact de officiële term voor dergelijke initiatieven.

