Witwasbestrijding in Duitsland | Geldwäschegesetz | AML, CFT

De witwasbestrijding is mislukt, wat niet alleen komt doordat het concept achter de regelgeving zoals bedacht door FATF en andere internationale clubs, niet klopt. De mislukking wordt ook veroorzaakt door de lappendeken van regels, ingewikkeld en snel wijzigend, verschillend van land tot land, met onvoldoende differentiatie naar type onderneming en door de slechte informatievoorziening.

In Nederland maakt het Ministerie van Financiën er een chaos van door de vele verschillende wetsvoorstellen en door essentiële begrippen niet in de wet op te nemen. Ook de informatievoorziening is zwak, op vele overheidswebsites is onjuiste, onvolledige en achterhaalde informatie aan te treffen.

GwG
Onlangs heb ik de Duitse witwasbestrijdingswet, de Gesetz über das Aufspüren von Gewinnen aus schweren Straftaten (Geldwäschegesetz), afgekort als GwG, waarvan een geconsolideerde versie per 1 januari 2020 hier is te vinden, doorgelezen.

Zoals het hoort staan de definities van uiteindelijk belanghebbende [§ 3] en de politiek prominente persoon (‘PEP’) [§ 1 (12)-(14)] gewoon in de Duitse wet. Ook zijn de bijlagen bij de 4e Europese anti-witwasrichtlijn over factoren die kunnen wijzen op een potentieel lager respectievelijk hoger risico als bijlagen (Anlagen) bij de wet opgenomen, overigens met dezelfde onduidelijkheden als in het Europese origineel, zoals “Eingang von Zahlungen unbekannter oder nicht verbundener Dritter“. Ook prettig is dat de Duitse wetgever het Angelsaksische ‘identificatie’ en ‘verificatie’ samenvoegt tot één begrip identificatie [§ 1 (3)]. Op diverse plaatsen in de GwG staat dat de aard en omvang van de door de onderneming te nemen maatregelen passend moeten zijn gelet op onder meer de aard en omvang van de ondernemingsactiviteiten, bijvoorbeeld in § 4 (1) en § 5 (1). De criteria op grond waarvan een ondernemer een melding moet doen (in Nederland heet dat de melding van een ‘ongebruikelijke transactie’), staat eveneens in de wet, zie § 43 (1).

Er zijn ook vele verschillen met de Nederlandse antiwitwaswet. Voor een gedetailleerde screening had ik geen tijd, maar mij viel wel op dat de Duitse stichting (Stiftung) hetzelfde wordt behandeld als de Angelsaksische trust [§ 3 (3)]. Misschien is daar bij de Stiftung een goede reden voor. Bij de Stiftung zijn alle begunstigden ‘uiteindelijk belanghebbende’ van de Stiftung, wat ook een groep natuurlijke personen kan zijn.

In § 6 (4) GwG is opgenomen dat als juristen, accountants, belastingadviseurs en dergelijke in loondienst (Angestellter) actief zijn, de verplichtingen met betrekking tot de Interne Sicherungsmaßnahmen van § 6 (1) en (2) GwG op de onderneming rusten en niet op de beroepsbeoefenaar, wat de vraag doet rijzen hoe het dan zit met partners. Zo te zien rust de meldplicht van § 43 wel op de beroepsbeoefenaar.

Voor juristen is er een opvallende uitzondering op de vrijstelling voor rechtsbijstand, nl. in situaties dat “der Verpflichtete weiß, dass die Rechtsberatung oder Prozessvertretung für den Zweck der Geldwäsche oder der Terrorismusfinanzierung genutzt wurde oder wird” (de ‘Verpflichtete‘ is de witwasbestrijdingsverplichte jurist), zie onder meer § 10 (9), § 43 § 43 en § 52 (5).

Sorgfaltspflichten
Het cliëntenonderzoek lijkt in de GwG als een zorgplicht te worden aangeduid. Zo lees ik in § 8 (1)  over de “die im Rahmen der Erfüllung der Sorgfaltspflichten erhobenen Angaben und eingeholten Informationen“.

Überwachung
Wat in het Nederlands ‘monitoring‘ van de cliënt wordt genoemd, heet in het Duits ‘Überwachung‘  (surveillance). Deze kernverplichting wordt in § 10 (1) 5. beschreven als:

die kontinuierliche Überwachung der Geschäftsbeziehung einschließlich der Transaktionen, die in ihrem Verlauf durchgeführt werden, zur Sicherstellung, dass diese Transaktionen übereinstimmen

a) mit den beim Verpflichteten vorhandenen Dokumenten und Informationen über den Vertragspartner und gegebenenfalls über den wirtschaftlich Berechtigten, über deren Geschäftstätigkeit und Kundenprofil und

b) soweit erforderlich mit den beim Verpflichteten vorhandenen Informationen über die Herkunft der Vermögenswerte;

Herkomst vermogen pseudo-ubo
De Duitse wetgever heeft zich gerealiseerd dat een onderzoek naar de herkomst van het vermogen van de pseudo-ubo niet zinvol is, zo leid ik uit § 15 (5) d) af. In Nederland zal dat onderzoek in voorkomende gevallen wel moeten plaats vinden.

Het economisch belang van de pseudo-ubo
In Nederland wordt nog geheimzinnig gedaan over hoe het economisch belang van een uiteindelijk belanghebbende zal worden bepaald als hij statutair bestuurder is. De Duitse wetgever merkt een leidende functie ook als economisch belang aan, zo valt in § 19 (3) te lezen. Daarin staat de opgave inzake de aard en omvang van het economisch belang (Art und Umfang des wirtschaftlichen Interesses) het aandelenbelang of omvang van het stemrecht tonen. Bij pseudo-ubo’s wordt de functie getoond. Dus kennelijk vertegenwoordigt een functie een economisch belang.

Het blijft voor mij raadselachtig waar dit goed voor is. Het nut van het registreren van statutair bestuurders zonder economisch belang lijkt mij te ontbreken. Zij horen als vertegenwoordigers gewoon in het handelsregister.

Buitenlanders in het Duitse ubo-register
§ 20 (1) GwG schrijft voor dat niet alleen Duitse rechtspersonen hun ubo’s moeten registreren bij het Duitse ubo-register. Die verplichting geldt ook voor “Vereinigungen mit Sitz im Ausland, wenn sie sich verpflichten, Eigentum an einer im Inland gelegenen Immobilie zu erwerben“, tenzij ze al in een ander ubo-register in de EU zijn geregistreerd.

Trusts
Het Nederlandse wetsvoorstel inzake registratie van uiteindelijk belanghebbenden bij trusts moet nog worden ingediend. In de Duitse wet is de registratieplicht voor Angelsaksische trusts al in § 21 van de wet opgenomen. De in deze paragraaf vermelde verplichtingen gelden ook voor bepaalde Treuhänder met Wohnsitz of Sitz in Duitsland.

Tot slot
Het bovenstaande is een greep uit wat ik tegen kwam.

Net als in Nederland veroorzaakt de Duitse antiwitwaswet een gigantische bureaucratie, die ondernemingen veel tijd en geld kost en waarschijnlijk weinig aan de bestrijding van criminaliteit zal bijdragen. Het zou goed zijn als het hele systeem ingrijpend op de schop ging.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s