De afgelopen jaren zijn enorme boetes aan de grootbanken uitgedeeld omdat zij onvoldoende zouden doen aan de aan hen toebedeelde overheidstaak op het gebied van de criminaliteitsbestrijding (‘witwasbestrijding’ en het bestrijden van terrorismefinanciering). In het kader van dezelfde criminaliteitsbestrijdingstaken maakten banken zich op grote schaal schuldig aan discriminatie en uitsluiting, waarvoor nog nooit een boete is uitgedeeld [1].
Boete DNB voor ABN Amro
Vandaag maakte De Nederlandsche Bank (DNB) de nieuwste antiwitwasboete bekend: Boete voor ABN AMRO Bank N.V. voor onvoldoende cliëntenonderzoek bij hoogrisicoklanten (zie ook het boetebesluit). In het bericht is het bekende poortwachtersproza te lezen, met de hoge verwachtingen richting banken en andere witwasbestrijdingsplichtigen, met fraaie teksten als “Daarom is het van belang dat zij effectieve anti-witwascontroles uitvoeren om de financiële sector schoon te houden.“. Volgens DNB zou de bank belangrijke signalen hebben genegeerd:
In de vijf dossiers die in het boetebesluit zijn uitgewerkt was sprake van concrete risicosignalen, zoals grote contante geldopnames door privépersonen, transacties met hoog‑ of verhoogd-risicolanden, omvangrijke en frequente commissiebetalingen, mogelijke betrokkenheid bij “dual use”-goederen en signalen die konden duiden op het omzeilen van sancties tegen Rusland door cliënten van ABN AMRO door onder andere het gebruik van tussenhandelaren. ABN AMRO heeft deze signalen onvoldoende diepgaand onderzocht en heeft daarbij onvoldoende doortastend opgetreden om de risico’s voldoende te beheersen. Juist bij dergelijke signalen mag op grond van een risicogebaseerde aanpak een verdiepend en kritisch onderzoek worden verwacht. ABN AMRO heeft in belangrijke mate vertrouwd op verklaringen van cliënten zonder deze voldoende te verifiëren aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens. Ook wanneer essentiële informatie ontbrak of cliënten niet (volledig) aan informatieverzoeken voldeden, werden onderzoeken ondanks de hogere risico’s regelmatig afgesloten zonder passend vervolgonderzoek of adequate maatregelen. Daarnaast heeft ABN AMRO relevante risico‑indicatoren niet steeds kenbaar en in onderlinge samenhang betrokken bij haar beoordeling.
Dit is opmerkelijk, aangezien ABN Amro zich in Nederland presenteerde als voorloper op het gebied van de bancaire criminaliteitsbestrijding en grote groepen klanten de deur heeft gewezen vanwege vermeend hoog risico op criminaliteit (‘de-risking’), die vervolgens moesten gaan zoeken naar een van de weinige banken die nog brede groepen klanten accepteren [2]. De grootbanken hebben enorme klantenonderzoeksafdelingen die heel veel geld kosten, terwijl niet is gebleken dat het klantenonderzoek voldoende oplevert.
Welke les kunnen we hier uit leren?
De vraag is hoe het komt dat deze ijverige grootbank er niet in slaagt om het klantenonderzoek goed uit te voeren.
Ligt dat aan verouderde IT waardoor criminaliteitssignalen onvoldoende worden gedetecteerd? Komt het omdat de compliance medewerkers van de bank niet het denkniveau van een hoogleraar antiwitwaskunde hebben, terwijl dat denkniveau wel nodig is? Komt het omdat de regelgeving onuitvoerbaar is?
In plaats van boetes aan grootbanken te geven, zou het goed zijn dat onafhankelijk [3] wetenschappelijk wordt onderzocht waarom deze grootbanken er niet in slagen om hun overheidstaak goed uit te voeren. Als dat onderzoek wordt gestart, zou het goed zijn als de onderzoekers ook onderzoek doen naar de vraag hoe zinvol het is om van de grote groep witwasbestrijdingsplichtigen (kijk hier voor de huidige lijst) iets te verwachten wat de grootbanken, met hun grote compliance afdelingen en juridische afdelingen niet lukt.
De uitdagingen in de criminaliteitsbestrijding zijn groot, zo valt in diverse overheidspublicaties te lezen, “Het onderscheid tussen legale en illegale geldstromen is hierbij lastig te maken” [4]. Dergelijke overheidstaken horen niet thuis bij amateurs, maar bij gespecialiseerde organisaties, die voldoende niveau hebben en zich bewust zijn van hun maatschappelijke rol en het belang van naleving van grondrechten (anders dan de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) in deze zaak).
Noten:
[1] Het is gebleven bij kritiek van het College voor de Rechten van de Mens. ING Bank kwam weg met excuses (lees dit bericht van mei 2025) en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) beloofde beterschap.
[2] Hoewel er in Nederland veel banken zijn, zijn er maar enkele die vele soorten klanten accepteren. Zo kunnen verenigingen van eigenaars (VvE’s) niet terecht bij Triodos en moeten een rekening openen bij een van de grootbanken, terwijl het risico op criminaliteit door een VvE zeer laag is. Er zijn veel meer voorbeelden te noemen, die aangeven dat de bancaire markt niet meer functioneert. De Tweede Kamer nam enige tijd geleden een wetsvoorstel aan waarin het recht voor niet-natuurlijke personen op een zakelijke bankrekening is opgenomen.
[3] Dus geen onderzoek door wetenschappers die op het gebied van de criminaliteitsbestrijding al als hofleveranciers van de overheid optreden en er geen belang bij hebben aan het licht te brengen dat het systeem niet klopt.
[4] Bijvoorbeeld in de brief van het minister van Veiligheid over internationale politiesamenwerking van 3 juli jl., met onder meer: “Criminele netwerken opereren allang niet meer als geïsoleerde entiteiten binnen landsgrenzen. Ze zijn uitgegroeid tot mondiale structuren die in toenemende mate met elkaar verbonden zijn. Er is sprake van samenwerking tussen kartels, cybercriminelen, maffia -en terroristische groeperingen waarbij samenwerking gebaseerd is op eigen belangen, zoals het witwassen van geld via gedeelde netwerken of het inzetten van elkaars expertise voor het smokkelen van illegale goederen. De criminele netwerken van nu functioneren op een multidimensionaal niveau. De activiteiten beperken zich zelden tot één vorm van misdaad. De opbrengst van cocaïnesmokkel alleen al is goed voor miljarden euro’s per jaar. Deze opbrengsten moeten worden witgewassen waarvoor o.a. vastgoed, schijnbedrijven en financiële instellingen in meerdere landen gebruikt worden. Het onderscheid tussen legale en illegale geldstromen is hierbij lastig te maken.“. Let op het laatste zinnetje.
Aanvulling 19 juli 2026
Marcel Pheijffer, bestuurder van de antiwitwastoezichthouder van de accountants, Bureau Financieel Toezicht, meent dat ABN Amro “te goedgelovig” is geweest, zo staat in het artikel op accountant.nl. Dat stelt Pheijffer tegenover de NOS.
Ik blijf het bijzonder vinden dat deze BFT-bestuurder zich bemoeit met witwasbestrijdingssubjecten uit een andere sector. Ook hoort hij aan het publiek bekend te maken dat hij BFT-bestuurder is, want hij kennelijk niet heeft gedaan.


Lees in dit verband de opinie van Joris Joppe op accountant.nl, met onder meer: